Heren van de thee

Het is deze week Boekenweek, dus een korte ‘boekbespreking’ is op zijn plaats.
Na het overlijden van Hella Haase besloot ik haar ‘grote roman’ te lezen.
Wat me meteen opviel was dat het boek en de titel op gespannen voet leven.
De titel creerde bij mij een beeld van een soort heldhaftige avonturenroman.
Maar ‘Heren van de thee’ is een soort familieroman waar de traditionele rollen
van man en vrouw aan de orde worden gesteld.
De roman speelt in Indonesie en gaat over een oer-Nederlandse familie
met ambities. Koloniale ambities.
Handelsgeest gaan hierin samen met gedreven inzet, traditionele rollen, liefde
en geld, uiteindelijk veel geld.
Het taalgebruik van Hella Hasse is mooi.
Prachtig zijn de landschapsbeschrijvingen.
Het vertelt de geschiedenis van ons koloniaal verleden vanuit het perspectief
van de hardwerkende koloniaal. Niet vanuit een ambtenaar bijvoorbeeld.
De vorm van de roman, met name in het tweede deel is mooi.
Afwisselend lange hoofdstukken en korte briefjes, gedachten, verslagen
van gebeurtenissen.
Geen grote roman in de zin van Mulisch met complexe structuren, driedubbele bodems
en literaire verwijzingen (Hoewel Multatuli een bijrol heeft).
Maar een meeslepende roman van gewone mensen in bijzondere omstandigheden
met oer-Hollandse conventies die een gevangenis blijken te kunnen worden.

Vandaag was Charles Dickens jarig als hij 200 was geworden

Maar dat is niet gebeurd.
Hij stierf al op 58 jarige leeftijd als een beroemde Engelsman.
(Literaire) Ster in Europa en de Verenigde Staten.
In 1868 verscheen bijvoorbeeld de volgende prent in een Franse krant:

Op de voorpagina: tekening van Andre Gill van Charles Dickens die van London naar Parijs stapt, 14 juni 1868.

Een beetje vergelijkbaar met de Google Doodle van vandaag:

Er is een site die probeert de tekening te duiden.
Volgens dat artikel zie je hier de volgende karakters
uit de boeken van Charles Dickens:

John Harmon (eerste G, twijfelachtig)
Bella Wilfer (eerste G, twijfelachtig)
Little Dorrit (linkse O)
Ebenezer Scrooge (rechtse O)
Tiny Tim (rechtse O)
Oliver (letter L)
Artful Dodger (letter L)
Pip (tweede G)
Estella (tweede G)
Miss Havisham (hoog linkerhelft, beetje vaag)
Mr Gradgrind (in de E)
Daughter Louisa (in de E)

Of het klopt weet ik niet zeker maar ik sta altijd open
voor suggesties.

Op de Pinguin website hebben 833 mensen hun favoriete karakter
uit een Dickens boek gekozen.
Dit was de top 10:
1. Ebenezer Scrooge – A Christmas Carol
2. Miss Havisham – Great Expectations
3. Sydney Carton – A Tale Of Two Cities
4. The Artful Dodger – Oliver Twist
5. Fagin – Oliver Twist
6. Joe Gargery – Great Expectations
7. Pip – Great Expectations
8. Nancy – Oliver Twist
9. Abel Magwitch – Great Expectations
10. Betsey Trotwood – David Copperfield

200 jaar Charles Dickens

Altijd al benieuwd geweest hoe die man er eigenlijk uitzag?
Voor een superster zijn er maar weinig foto’s van hem,
maar ze bestaan:

Jeremiah Gurney, Charles Dickens, 1867.

Jeremiah Gurney, Portrait of Charles Dickens, circa 1867.

Gezien

Het levensverhaal van Charles Dickens,
verteld door een aan de BBC gelieerde televisiemaatschappij.
Niet zo briljant als de Dickens verfilmingen van de BBC zelf.
Maar goed aan te zien.
Interessant als je meer te weten wilt komen over het leven
en de werken van Dickens.
Het verhaal is gebaseerd op de biografie van Wolf Mankowitz.
Nog beter: lees de biografie van Michael Slater.

Dit is de omslag van mijn copie van het boek van Mankowitz:

Volgens mij mag ik van Photobucket deze omslag
niet op mijn weblog laten zien.
Deze belachelijke censuur komt toevallig aan het licht
op de dag dat de Engelstalige Wikipedia een dag op zwart gaat
om te protesteren tegen nieuwe Amerikaanse wetgeving
die het verder moeilijk moet maken om producten als dit boek
te tonen op het internet.

Charles Dickens

Het onderstaande boek heb ik (deels) gelezen tijdens
onze vakantie op de Kaapverdische eilanden.
Ik ben pas op pagina 225 van de in totaal 623 pagina’s.
Michael Slater heeft daarmee, volgens sommige recensenten,
de ultieme biografie geschreven over Charles Dickens.

Charles Dickens (1812×961870) was Britain’s first true literary superstar. In his time, he attracted international adulation, and many of his books became instant classics.

Dit jaar wordt herdacht dat het de 200ste geboortedag is van Charles Dickens.
Volgens bovenstaande quote van de website van J.P.Morban Library in New York:
was Charles Dickens Groot-Brittannixeb’s eerste. echte literaire. superster.

Tijdens zijn leven verwierf hij internationale waardering als was hij een popster
en veel van zijn boeken waren bij verschijning gelijk een klassieker.

Dit jaar zijn er dan ook tentoonstellingen, lezingen ed.
Een van de tentoonstellingen begon eind vorig jaar
in de Morgan Library in New York.
Deze bibliotheek is de trotse bezitter van het manuscript van ‘A Christmas Carol’.

A Christmas Carol In Prose, de titelpagina.

A Christmas Carol In Prose;
Being a Ghost Story of Christmas.
By Charles Dickens
The Illustrations by John Leech

Vrij Nederland interview: Umberto Eco, deel II

Uit de thrillergids van mei 2011. Geschreven door Lisa Kluitert, foto’s Maarten Kools.


Umberto Eco: de schijver van De begraafplaats van Praag.


Citaat uit De Begraafplaats van Praag.


Umberto Eco voor Artis.


Vrij Nederland interview: Umberto Eco, deel I

In de thrillergids van Vrij Nederland, die eind mei 2011 uitkwam,
stond een interview met Umberto Eco.
Ik probeer de informatie over De begraafplaats van Praag
een beetje bij te houden.
Op de internet site van Vrij Nederland heeft dit interview (nog) niet.
Vandaar vandaag deel I van dit interview.


Het interview is gemaakt door Lisa Kuitert en de foto’s zijn van Maarten Kools. Het interview is niet sterk. Typisch iemand die vol bewondering geen moeilijke vragen wil stellen en Eco de ruimte geeft zijn reclameverhaal af te steken. Het gevolg is dat er in deze tekst weinig nieuws staat.



 

Wat is Kunst?

Dat is een vraag die ik voor me zelf probeer te beantwoorden.
Eigenlijk ben ik al zo’n 10 jaar bezig met het zoeken naar het antwoord.
De vraag lijkt eenvoudig, drie woorden.
Wat is Kunst?
Maar er zitten zoveel aspecten aan dat het me nog steeds niet gelukt is
om er een antwoord op te vinden.
Steeds vind ik weer puzzelstukjes die soms passen maar vaak ook
nog niet te plaatsen zijn.
Ik leg die dan even opzij om later, met behulp van nieuwe
puzzelstukjes, er een geheel van te maken.
De puzzel is alleen erg groot en heeft heel veel stukjes.
Het voorbeeld van de puzzel ontbreekt dus
het zal nog wel wat tijd vragen voordat de puzzel af is.
De meeste van die puzzelstukjes eindigen hier,
op mijn web log.
Soms vind je een heel mooi puzzelstukje.





Tafelklok: De wake van Alexander de Grote, Rusland, St. Petersburg, 1830 – 1850, Fotografie en beeldbewerking Erwin Olaf.





Gisteravond las ik een artikel van Maarten Klein.
Het artikel heet ‘Alles is ijdelheid’ en gaat over een van de boeken
van Louis Couperus: Iskander.
Ik heb het boek nooit gelezen.
Het gaat over Alexander de Grote.
Toeval (?) wil dat het Hermitage net een tentoonstelling
heeft afgesloten over Alexander.
Maarten Klein heeft daar de tekst die ik gisteren las
gebruikt als onderdeel van een lezing die hij in het Hermitage hield.





Grieks borstpantser gedecoreerd met Medusakop, 4de eeuw voor Christus.





In het begin van het verhaal schrijft hij over naturalistische,
realistische romans en personages en hun relatie met de lezer.
De brug naar realistische schilderijen/kunst en hun toeschouwers,
is dan snel gemaakt.
Wat hij daar schrijft is heel interessant.

Arabesken – Tijdschrift van het Louis Couperus Genootschap, nummer 37 – mei 2011

Romanpersonages zijn abstracte xe2x80x98mensenxe2x80x99 die in een wereld van letters, woorden, zinnen. alineaxe2x80x99s, motieven en symbolen tot leven komen, op een ondergrond van wit papier. Hun leven wordt in hoge mate bepaald door literaire regels en conventies. In naturalistische romans moeten deze romanpersonages zo realistisch mogelijk zijn.
Eline Vere bijvoorbeeld woont in Den Haag, in een milieu dat grote gelijkenis vertoont met dat van de betere Haagse milieus. Ze is gekleed volgend de mode van haar tijd en houdt van operaxe2x80x99s die in de jaren tachtig van de negentiende eeuw populair waren en die ze kon zien in de Franse opera in de Koninklijke Schouwburg. Ze loopt door bestaande Haagse straten en lanen en ze lijkt in alle opzichten op haar vader. Dat alles is conform de werkelijkheid.
Maar, hoe realistisch ook, zoxe2x80x99n naturalistisch romanpersonage staat toch nog ver van de werkelijkheid af. Net als heel veel andere romanpersonages in de Nederlandse letterkunde gaat Eline bijvoorbeeld nooit naar de wc en heeft ze ook nooit last van enig maandelijks ongemak. Als ze praat, spreekt ze altijd in mooie volledige, volkomen grammaticale zinnen. Ze hakkelt nooit, ze hoeft nooit naar het juiste woord te zoeken, zoals wij mensen van vlees en bloed dagelijks doen. Romanlezers aanvaarden deze conventies als vanzelfsprekend. Er is geen lezer, bij mijn weten, die ooit geklaagd heeft: xe2x80x98Ik ben nu op bladzijde 100 en ze is nog steeds niet naar de wc geweest.xe2x80x99



De Begraafplaats van Praag van Umberto Eco een thriller?

Ieder jaar brengt Vrij Nederland een gids uit met de thrillers.
De boeken die de meeste waardering van de jury ontvangen worden
nog eens extra in de schijnwerper gezet.
Heel leuk en aardig maar De begraafplaats van Praag van Umberto Eco
opnemen als een thriller????
Something is rotten in the state of Denmark.



De begraafplaats van Praag van Umberto Eco met vijf sterren.


De uitdrukking “Something is rotten in the state of Denmark”
komt uit het toneelstuk Hamlet van William Shakespeare.
Als je zoekt naar de betekenis van de uitdrukking kom
je bijvoorbeeld de volgende verklaring tegen
waarin het woord corruptie voorkomt:

The American Heritage New Dictionary of Cultural Literacy

Note : “Something is rotten in the state of Denmark”x9d is used to describe corruption or a situation in which something is wrong.

 

Cantabit vacuus coram latrone viator (Umberto Eco)

Oude talen, ik heb er niet zoveel mee.
Lastig dan ook dat Umberto Eco nogal eens met Latijn wil strooien.
Ik zoek de betekenis van een citaat in De begraafplaats van Praag:
Carmina dant panem (pagina 39)
Ik heb nog steeds niets gevonden.

Maar ik kwam wel iets leuks tegen.
Cantabit vacuus coram latrone viator
Dat betekent:

Een reiziger, die niets bij zich heeft,
zal zingen in tegenwoordigheid van een rover.

Handboekje van Latijnsche spreekwoorden en citaten. 1923 (tweede druk)
Met dank aan: Stichting Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren
(dbnl), Leiden (Kamer van Koophandel Rijnland 2808 2851)

De begraafplaats van Praag: als de achterkant van een borduurwerk

Vandaag vond ik nog een artikel van Theo Hakkert
over De begraafplaats van Praag:
Achterkant van een rabiaat borduurwerk
Voor het artikel: Achterkant van een rabiaat borduurwerk.
Prachtige titel en in het artikel is onder meer
het volgende te lezen:

De begraafplaats van Praag leest als de achterkant van een borduurwerk. Je ziet draden en lijnen die dwars door elkaar lopen en waar geen patroon in te ontdekken valt, terwijl je weet dat ze allemaal hun functie hebben voor de afgeronde afbeelding aan de voorkant, die we niet te zien krijgen. We kunnen ons daar hooguit een beeld van vormen.

 


Achterkant van een rabiaat borduurwerk.


Vandaag ontrafel ik weer een paar eindjes.
Misschien is ontrafelen iets te veel gezegd.
Ik ben op een paar opmerkelijke draadjes gestuit.

 

 

 

 

 

 

 

 

“Dus dat is mijn beroep? Het is mooi werk om vanuit het niets een notariele akte op te stellen, een brief te vervalsen zodat die net echt lijkt, een compromitterende bekentenis te fabriceren, een document te maken dat iemand in het verderf zal storten. De kracht van het vakmanschap…”

Dit is een klein stukje uit het dagboek van Simone Simonini.
De hoofdpersoon in De begraafplaats van Praag, pagina 24.
Hij geeft in een paar zinnen een beschrijving van zijn beroep,
zijn moraal en zijn cynisme.

 

“Bovenstaande aantekeningen overlezen. Als het geschrevene opgeschreven is, dan is het me echt overkomen. Geloof hechten aan geschreven documenten.”

Deze regels staan even verder op, pagina 32.
Simonini probeet een paar dagen in zijn hoofd te reconstrueren en
hij gebruikt daarbij een door hem zelf geschreven briefje.
Cruffiaans zegt hij dan “Als het geschrevene opgeschreven is”
om vervolgens volledig te vertrouwen
op iets dat hij, de vervalser, geschreven heeft.

Intertextuality, Intertextualiteit

Terwijl ik de afgelopen weken op zoek was naar informatie
over Umberto Eco, stuitte ik op de website www.umbertoeco.com
Op deze site stonden een aantal verwijzingen naar een universitaire site
in de Verenigde Staten.
Daar zou informatie staan afkomstig van of behorende bij
een serie Engelse lessen.
De sites zijn er niet meer maar de maker ervan is bezig een boek
te schrijven waarin een aantal hoofdstukken voorkomen
die te maken hebben met Umberto Eco en ‘De naam van de roos’
Het boek gaat over “Postmodern Medievalism” en Earl R. Anderson,
Professor Emeritus of English, heeft een draft versie daarvan gereed.
De hoofdstukken die betrekking hebben op Eco heten:
Semiotics,
Intertextuality, en
Apocalypse

Volkomen willekeurig ben ik begonnen aan het hoofdstuk over Intertextualiteit.
Erg insteressant.

Ook ben ik op zoek gegaan naar mijn kopie van ‘De naam van de roos’
en vond toen ook ‘De slinger van Foucault’ nog.
Dat laatse boek heb ik zeker niet helemaal gelezen.
Er is dus nog veel te doen.










Syllabus literaire begrippen door Jan de Jong, 2006

Intertextualiteit
het verschijnsel dat teksten op elkaar reageren, hetzij door (inhoudelijke) verwijzingen, hetzij door sterke vormovereenkomsten. Het verschijnsel is van alle tijden. De middeleeuwse Reinaert, bijvoorbeeld, reageert naar vorm sterk op Karel ende Elegast, en naar inhoud op de hoofse Arturromans. De twintigste-eeuwse roman Wapenbroeders (L.P. Boon) verwijst weer sterk naar de Middelnederlandse Reinaert xc3xa9n naar de Oudfranse Roman de Renart.



Stereotypes bij Umberto Eco

In de eerste hoofdstukken van De Begraafplaats van Praag
krijg je het er als lezer flink van langs.
Italianen zijn zus, Fransen zijn zo,
om nog maar niet te zwijgen van de Duitsers.
De ene stereotype struikelt over de volgende.
De meeste zijn niet vriendelijk.



Deze afbeeldingen gaan te ver. In ‘Kuifje in Congo’ is de witte man slim en zijn de Congolezen… Dat kan dus niet.


Dit is een beetje een uitstapje (of toch niet?).
Via het boek van Will Eisner
“The plot” the secret story of The Protocols of the elders of Zion
kwam ik een ander boek van Eisner tegen: Fagin the Jew.
In het Nederlands: ‘Fagin de Jood’.
Ik heb dit boek gekocht op Amazon.com.
Eisner begint zijn introductie van het boek
met zijn eigen succesverhalen: Spirit.
Een cartoon over een superheld waar een jonge ‘African American’
een rol in speelt.
Een karikatuur van een negroide Amerikaan.
Een geaccepteerd beeld in die tijd.



Maar stripboeken hebben nu eenmaal de neiging zaken wat eenvoudig voor te stellen: Sjors en Sjimmie als journalisten.


Bovendien was dit een mooie kans voor mij om een aantal van mijn oude stripboeken te tonen waar ik heel goede herinneringen aan heb. Sjors en Sjimmie bij de baanbrekers.


Sjors en Sjimmie en de tijger.


Sjors en Sjimmie naar de Pintoplaneet. Eat your heart out Mr. George Lucas. ‘Pintoplaneet’, kom er maar eens op.


Ook nu zie je stereotypen in amusementprogramma’s enz.
Nerds zijn relatiegestoord (The big bang theory),
zusters en dokters zijn in voor sex (Grey’s Anatomy),
Mensen met hoofddoekjes zijn verdacht (PVV), enz.
Ze zijn niet waar maar je ziet/hoort ze regelmatig.



George Cruikshank, Artful Dodger introducing Oliver to Fagin (1846).


David Lean, Still, Fagin learns Oliver Twist about picking pockets. Bijna hetzelfde beeld als de tekening hierboven. Kort na de eerste onmoeting leert Fagin Oliver Twist hoe hij zakken kan rollen.


Dezelfde scene, Will Eisner, Oliver Twist meets Fagin.


Later stelde Eisner zich zelf (geholpen door anderen)
de vraag of dat nu wel juist en nodig was.
Zo kwam hij uit bij een van de bekendste karikaturen van een jood: Fagin.
Fagin speelt een belangrijke rol in het boek Oliver Twist
van Charles Dickens en werd in de eerste uitgaven
vaak aangeduid met ‘de Jood’.
Dat dit beeld van Charles Dickens, zijn tekenaar George Cruikshank
en alle volgelingen volledig onjuist is,
toont Eisner in zijn graphic novel ‘Fagin The Jew’ aan.



Dit is Ben Kingsley in de meest recente versie van Oliver (2005).


Ik ben een liefhebber van de films van David Lean
en zijn bewerking van Oliver Twist met Alec Guinness is prachtig.



David Lean, Parish work house, Parochieel werkhuis.



George Cruikshank, Fagin in the condemned cell.



Sir Alec Guinness in Oliver Twist als Fagin.



Will Eisner, Fagin the Jew.


Gifmengsters van Umberto Eco


Umberto Eco, interview in BN/De Stem, gepubliceerd op 09-04-2011, door Theo Hakkert.


Ik vind niet dat ik een masochist ben maar vind het wel leuk om het boek
van Umberto Eco als een soort van puzzel te beschouwen.
Deze keer geen puzzel waarbij je het woord moet raden.
Nee het eindresultaat, de tekst, die is er al.
Maar wat waren nu precies al de vragen die Eco al jaren hebben bezig gehouden.
Steeds weer stuit je op namen van mensen en plaatsen, van begrippen,
op omschrijvingen van gebeurtenissen die ik niet ken.
Dan wil ik daar meer van weten en ga op zoek.
Vaak vind je dan al snel een antwoord.
Achter sommige zaken blijkt dan een hele wereld te zitten.
Soms kom je er maar ten dele uit.
Dat is vandaag het geval.
Het gaat om het volgende zinsdeel:

“, die de twijfelachtige faam genoot in de achttiende eeuw het laboratorium te hebben geherbergd van drie bekende gifmengsters, die er op een dag door werden aangetroffen: gestikt in de dampen van de dodelijke stoffen die ze op hun fornuis destilleerden.”x9d

Dus er moet een plaats zijn, een straat, een huis,
in Parijs waar tussen 1700 en 1799
3 bekende gifmengsters, min of meer tegelijk zijn omgekomen.

De tekst staat op pagina 8 van De begraafplaats van Praag.

In een tijd dat men arsenicum op een dood lichaam
nog niet kon achterhalen en het verschil
tussen een gifmenger en apotheker nog heel klein was,
bestonden producten die bijvoorbeeld bekend stonden als “erfenispoeders”.
In Parijs werden vooral vrouwen beschuldigd van het vergiftigen
van mensen en van het aanverwante hekserij.
Mensen hielden zich bezig met x98Levenselixersx99
en zochten naar manieren om lood in goud te veranderen.
In dit verband vond ik de volgende informatie.


Marie Madeleine d’Aubray (beetje vreemd portret).


Marie Madeleine Marguerite d’Aubray,
Markiezin de Brinvilliers (22 juli 1630 – 17 juli 1676).
Deze markiezin was een Franse seriemoordenaar.
Ze spande samen met haar minnaar legerkapitein Godin de Sainte-Croix
om haar vader (Antonine Dreux d’Aubray) te vergiftigen in 1666
en twee van haar broers (Antoine d’Aubray en Francois d’Aubray) in 1670.
De reden was dat ze hun erfenis wilde.
Er gingen ook geruchten dat ze arme mensen vergiftigden
tijdens haar bezoek aan ziekenhuizen.
In 1675 vluchtte ze naar Luik in Belgie waar ze werd gearresteerd.
Ze werd gedwongen tot een bekentenis en ter door veroordeeld.
Op 17 juli 1676 werd ze met de waterproef gemarteld.
Daarbij werd ze gedwongen 16 pinten water te drinken.
Daarna werd ze onthoofd en haar lichaam werd verbrand op de brandstapel.



Markiezin de Brinvilliers ondergaat de waterproef.


Haar medestander Sainte-Croix was in 1672 een natuurlijke dood gestorven.
Het vermoeden bestaat dat ze het zogenaamde Tofana-gif gebruikte.
Het recept voor dit gif heeft ze gekregen van haar minnaar
Chevalier de Sainte Croix die het op zijn beurt geleerd had
van een Italiaanse gifmenger genaamd Exili.
De Sainte Croix en Exili hadden samen tijd doorgebracht in de Bastille.
De rechtszaak die tot haar veroordeling leidde
was het begin van een groot schandaal in Frankrijk
dat bekend staat als de Vergiftenaffairre (affaire de poissons)
waarbij vele Franse aristocraten werden beschuldigd van gifmenging en hekserij.
Dit schandaal speelde zich af tijdens de regeerperiode
van Lodewijk de veertiende en mensen in de directe kring
van de koning waren er bij betrokken.

Een van de beroemste gevallen is die van de vroedvrouw
Catherine Deshayes Monvoisin of La Voisin.
Ze werd in 1679 gearresteerd nadat ze was aangewezen
door een andere gifmengster.
La Voisin beschuldigde een aantal belangrijke mensen aan het hof,
waaronder de minnares van Lodewijk: Markiezin de Montespan.


Markiezin de Montespan oftewel Francois Athenais de Rochechouart de Mortemart.


La Voisin werd ter dood veroordeeld voor hekserij en vergiftiging.
Op 22 februari 1680 kwam ze op de brandstapel terecht.
Alles bij elkaar werden 34 mensen veroordeeld voor vergiftigingen of hekserij.

Deze informatie is interessant maar het speelt zich allemaal af
in de 17e eeuw.
Umberto Eco noemt duidelijk de 18e eeuw en het feit dat drie mensen,
min of meer tegelijk, omkomen bij de bereiding van de vergiften.
En daar kan ik niets over vinden. Wie helpt mij?


Waterproef.


 

Cul-de-sac d'Amboise & Tapis-franc

De Cul-de-sac d’Amboise was een oude straat in Parijs.
Het is een van de straten die genoemd wordt
in De begraafplaats van Praag van Umberto Eco (pagina 8).
Al zoekende kwam ik een oude foto van deze straat tegen.
Het geeft een goed beeld van de tijd en plaats
waar het begin van dit boek zich afspeelt.





Charles Marville, Cul-de-sac d’Amboise, 1865 – 1869, albumen print.





De fotograaf was een medewerker van Baron Haussmann die
een aantal van de grote boulevards en parken liet aanleggen in Parijs
die de stad nu zo kenmerken, maar die kleine straten zoals
op de foto hierboven, lieten verdwijnen.

In de straat bevindt zich een “Tapis-franc”.
Geen idee wat dat is. Dus even opgezocht:
xe2x80x9cplaatst waar de bandieten bijeenkomenxe2x80x9d

Baron Haussmann

Wij kennen Parijs van de brede boulevards en de grote parken.
Die zijn aangelegd onder aanvoering van Napoleon III en Baron Haussmann.
In zijn tijd, en ook daarna, roepen hun acties veel
bewondering maar ook veel kritiek op.

Even kort iets over Napoleon III:

Wikipedia

Karel Lodewijk Napoleon Bonaparte (Parijs, 20 april 1808 – Chislehurst bij Londen, 9 januari 1873) was van 1848 tot 1852 president en daarna tot 1870 als Napoleon III keizer van Frankrijk.



Op pagina 7 van ‘De begraafplaats van Praag’ van Umberto Eco
wordt de stedenontwikkelaar Haussmann genoemd.

In ‘het team’ van Haussmann zat ook een fotograaf: Charles Marville
Hij documenteerde het oude en nieuwe Parijs.
Van hem hier drie foto’s bij een kort verhaal over Baron Haussmann.





Charles Marville, Rue de la Bucherie (Bxc3xbbcherie), 1860s.




Wikipedia

Tijdens de heerschappij van Napoleon III werd Parijs grondig verbouwd door Georges-Eugxc3xa8ne Haussmann. Parijs was voordien een stad van smalle straatjes geweest, met slechts enkele brede “boulevards” (woord afgeleid van het Nederlandse “bolwerk”) op de plaats van de gesloopte 14e-eeuwse muren en grachten. Nu werden er ook andere straten tot “boulevard” verbreed, waarbij ook bochten werden afgesneden en vele duizenden huizen werden gesloopt. Het huidige stadsbeeld van de Parijse binnenstad dateert grotendeels uit deze periode.







Charles Marville, Impasse des Bourdonnais, 1858 – 1878.






Charles Marville, Impasse Briard, 1858.





…teneinde zich koortsig, reutelend en stinkend…

Oud Parijs: La Bièvre.


…een wirwar van smerige steegjes, doorsneden door de Bièvre, die zich in die buurt ontworstelde aan de ingewanden van de metropool waar zij allengs door was beknot, teneinde zich koortsig, reutelend en stinkend in de nabijgelegen Seine te storten.

Umberto Eco, De begraafplaats van Praag.


Charles Marville, de leerlooiers aan de Bièvre.


Bièvre (Wikipedia), pagina 7

Wikipedia

De Bièvre is een Frans riviertje. Het ontspringt in Guyancourt (Yvelines) en mondt in het centrum van Parijs in de Seine uit, ter hoogte van het Gare d’Austerlitz. Sinds 1912 is de rivier in het 5e en 13e arrondissement van Parijs helemaal overdekt en maakt hij deel uit van het riolennet.
In de 18de eeuw werd in de winter het ijs van de poelen en vijvers langs de oevers van de Bièvre systematisch weggehaald en opgeslagen in ondergrondse bunkers om te bewaren voor de zomer. Dit feit gaf in 1860 zijn naam aan de Rue de la Glacière, die op zijn beurt zorgde voor de naam van het nabijgelegen metrostation Glacière.


Hubert Robert, La Bièvre, 1768.


De Bièvre vandaag in het centrum van Parijs: onder de grond, een rioolbuis.


Etienne Dolet: apostel van de vrije gedachte

We staan nog maar aan het begin van ‘De begraafplaats van Praag’
maar er vallen al hele grote woorden.
Ik heb het web afgezocht om de achtergronden beter te begrijpen
van Etienne Dolet.

Etienne Dolet,
pagina 7.
Al op de eerste pagina tekst is het raak.
Je valt midden in het verhaal.
Schijnbaar achteloos wordt op regel acht een naam genoemd.
Maar je weet dat Eco nooit zomaar iets noemt.
Daar moet iets achter zitten.
In de eerste regels tot aan regel acht gaat het al over
de onderwereld, de universitaire wereld
en gaat het over het executeren van verdedigers van de vrijheid.
Het gaat ergens over!


Portret van Etienne Dolet, gevonden via Europeana.


En dan valt de naam Etienne Dolet.
Voor mij een volstrekt onbekende figuur.
Reden om eens uit te zoeken waarom die naam nu juist,
hier door Eco genoemd wordt.
Dolet is een drukker en schrijver
aan het eind van de Middeleeuwen in Frankrijk.
In de Middeleeuwen was er een (1) Waarheid: de Bijbel.
Toegang tot die bijbel was niet eenvoudig.
Immers deze tekst is origineel geschreven in het Hebreeuws en Aramees.
Tot dan toe werd in de kerk gebruik gemaakt van de Vulgaat.
Een vertaling in het Latijn door Hieronymus tussen 309 en 405 na Christus.
Goedgekeurd door Rome.
Alleen mensen die gestudeerd hadden beheersten
het lezen en schrijven van Latijn.
Dus de groep mensen die toegang had tot de Waarheid,
die in staat was de Waarheid uit te leggen of voor eigen gebruik
in te zetten was klein: de kerk, de adel, de wetenschap in opkomst.


Rue Etienne Dolet, daar ligt dit bovengrondse, Parijse metrostation genaamd Malakoff. Mooie foto, waarschijnlijk wel een beetje digitaal bijgekleurd.


In iedere samenleving met een (1) Waarheid gaat dat vroeger of later fout.
Of dat in het Libie van Moammar al-Qadhafi (Kadhafi) is,
in het Roemenie van Ceausescu of in de middeleeuws Christelijke wereld.
De machthebbers maken misbruik van hun positie
en verdedigen zich met de ene Waarheid
waarop zij het monopolie hebben.
Iemand die daar iets aan probeert te doen loopt gevaar.


Op 22 mei 1892 verscheen er in een artikel in de Nieuwe Amsterdamsche Courant over het buitenland een stukje over de onthulling van een monument voor Etienne Dolet.


Een schrijver en drukker wil teksten maken en gelezen worden.
Het liefst door zoveel mogelijk mensen.
Als die schrijver zich dan niet wil binden aan de ene Waarheid maar
echte waarheidsvinding wil doen, dan loopt hij gevaar.



Ironisch is natuurlijk dat Etienne Dolet het tegenovergestelde is
van de man die op de achterflap van het boekgenoemd wordt: Simone Simonini.
Simonini vervalst geschriften om de loop van de geschiedenis
te beinvloeden.
Dolet probeert juist geschriften te openen voor een groter publiek
om de geschiedenis te beinvloeden.
Umberto Eco noemt Etienne Dolet een apostel van de vrije gedachte,
je hoeft je dus niet af te vragen wie zijn voorkeur heeft.



 

Etienne Dolet werd op 3 augustus 1509 in Orleans geboren. Hij is een drukker, schrijver, dichter en humanist. Etienne Dolet zou een onecht kind van Francois I zijn. Helemaal bewezen is dit niet, maar hij komt zeker uit de hogere kringen. Hij studeert rechten in Parijs, in Italie en in Toulouse. In 1526 gaat hij naar Padua. De dood van zijn meester en vriend Simon van Villanova (ik kan niets over deze persoon vinden op het internet) zet hem er toe aan om in 1530 de post van secretaris van Jean van Langeac, bisschop van Limoges en ambassadeur van Frankrijk in Venetie te aanvaarden. Na zijn terugkeer in Frankrijk pakt hij zijn studie rechten weer op. Door zijn onstuimig humeur raakt hij tijdens zijn leven meerdere keren verstrikt in conflicten over het protestantisme en het rationalisme, wordt regelmatig gevangen gezet en komt weer vrij. Een aantal artikelen maken ook melding van een moord begaan door Dolet. Op 3 augustus 1546 wordt hij gefolterd, gewurgd en met zijn boeken op de Place Maubert in Parijs verbrand. De aanklachten waren godslastering en het in bezit hebben van verboden boeken. In 1889 is voor Etienne Dolet in Parijs een standbeeld opgericht.

 



De parallel van de boekverbranding van Dolet en de boekverbrandingen
van de Nazis is duidelijk.
Om de breedte van de belangstelling van Dolet aan te geven
volgt hier een kort stuk uit een scriptie.

Dhr. Pim Walenkamp schrijft het volgende over Dolet in zijn scriptie voor de Universiteit Utrecht over een onderzoek naar metafoortheorieen en vertaalproblemen van de Bijbelse metafoor de Goede Herder (de scriptie is gedateerd 31 augustus 2007).Etienne Dolet was een van de eerste die een serieuze vertaaltheorie formuleerde. Hij leefde van 1509 tot 1546 en verbleef zijn gehele (?) leven in Frankrijk. De meeste vertalers benadrukken het behoud van de betekenis van het origineel; de vorm en de doeltaal zijn hieraan ondergeschikt. Wat stijl van de vertaling betreft lopen de meningen van de verschillende geleerden echter behoorlijk uiteen. Hierin laat men zich soms leiden door het beoogde lezerspubliek, terwijl sommigen ook de eigen smaak behoorlijk laten meespreken. Voor Luther was van belang, dat iedereen de Bijbel zou kunnen lezen in begrijpelijke taal. Dus bedient hij zich in zijn vertaling van een begrijpelijk soort omgangstaal. Ook de zestiende-eeuwse geleerde Etienne Dolet legt de nadruk op normaal, dagelijks taalgebruik; daarnaast stelt hij echter dat een vertaling een elegante stijl dient te hebben, een stijl die in de hele tekst gelijk moet zijn. In de laatste eis klinkt duidelijk Dolets eigen literaire smaak door. Kortom,1. Gebruik in je doeltaal normaal en dagelijks taalgebruik dat de gewone lezer begrijpt.2. Hanteer een elegante stijl, die wel in de gehele vertaling synchroon dient te zijn. Waar Dolet het figuurlijke en de stijl van de vertaling voorop stelt, stelden de meeste vertalers in de zeventiende en achttiende eeuw de letterlijke vertaling voorop. Voorbeelden hiervan zijn Pope en Dryden, twee bekende Engelse dichters uit de achttiende eeuw. In 1789 schreef George Campbell een bekend werk over Bijbelvertaling. Hij hanteert drie uitgangspunten voor vertalen: 1. Geef een correcte weergave van datgene dat het origineel bedoelt. 2. Zorg ervoor dat je in de vertaling de geest en de stijl van de auteur recht doet. 3. De vertaling moet de kwaliteit van het origineel evenaren.

 


Standbeeld in Parijs van Etienne Dolet in 1906.


Vervolgens trof ik een studie aan
op een website over ‘verboden boeken’.
De studie wordt in verband gebracht met Spinoza.
Waarom geeft de website niet aan maar ik zou me er
het volgende bij kunnen voorstellen.
Spinoza schrijft bijvoorbeeld een analyse van de bijbel
waarbij het probleem van vertalen een grote rol speelt
en is daarnaast een filosoof die zich bezig houdt
met godsdienstvrijheid en tolerantie.
De auteur van de studie of de eigenaar van de web site
kan ik niet achterhalen.
De studie gaat over een boek met als Nederlandse titel: Vertoog over de drie bedriegers, uit 1777 (Traite des trois imposteurs).
Met de drie bedriegers worden Mozes, Jezus en Mohammed bedoeld.


Graftombe van Jean de Langeac of Jean van Langeac, bisschop van Limoges. Deze voorstelling op zijn graf behandelt onder andere de ‘Vier ruiters van de Apocalyps’.


De vertaler schrijft:

In het begin van de 18e eeuw ontstond een geheel nieuw genre van clandestiene boeken en manuscripten. Vooral Frankrijk en Nederland leverden daar een groot aandeel aan. Er was een schaduwwereld van verborgen drukpersen en in het geniep rolden daar grote aantallen opstandige en rebelse geschriften vanaf, met fictieve schrijvers en fictieve uitgeverijen op het titelblad.

Grappig is dat er een hele reeks mensen zijn van wie vermoed wordt
dat zij de schrijver zijn van dit werk.
De lijst omvat onder andere: Macchiavelli, Rabelais, Erasmus,
John Milton, een Mohammedaan Merula genaamd, Dolet en Giordano Bruno.
Dus Dolet wordt genoemd als vermoedelijk schrijver van een geheim geschrift.
Leuke parallel met De begraafplaats van Praag.


Graftombe van Jean de Langeac, bisschop van Limoges. De ‘Vier ruiters van de Apocalyps’.


Will Eisner



Will Eisner zelfportret met handtekening en nummer in mijn copie van de Nederlandse uitgave van ‘Een contract met God’.





Will Eisner is een Amerikaanse striptekenaar die in Europa
bij het grote publiek niet zo bekend is.
De strip die hem bekend maakte heette “Spirit”.
De laatste jaren is hij in europa vooral bekend geworden
door zijn “graphic novels”.
Dit zijn boeken die het midden houden tussen romans
en stripverhalen en vaak een heel serieus thema aansnijden.
Zo schreef hij ‘Een contract met God’ over het leven in de Bronx
in New York en “The Plot – the secret story of the protocols
of the Elders of Zion” over de vervalsing die een eigen leven ging leiden
en die vandaag nog steeds door mensen wordt aangehaald als
rechtvaardiging voor hun antisemitisme.





Will Eisner, schets van ‘Spirit’.





Wikipedia

William Erwin Eisner (Brooklyn, 6 maart 1917 xe2x80x93 Fort Lauderdale, 3 januari 2005) was een Amerikaanse comicsschrijver. Hij was de zoon van Joodse immigranten.

Will Eisner was een van de pioniers van de Amerikaanse comicsscene. Zijn werk omvat onder andere de serie The Spirit, het boek A Contract with God en meer recent het boek Fagin de Jood.

In de jaren vijftig kreeg hij bekendheid als tekenaar van de serie The Spirit, een wekelijkse acht pagina’s grote krantenbijlage handelend over een superheld zonder speciale supergaven.

Gexc3xafnspireerd door het werk van Robert Crumb, begon Eisner in de jaren 1970 te werken aan het boek A Contract with God (“Een contract met God”), waarin het alledaagse leven in de Bronx wordt beschreven. De sobere zwart-wit illustraties beschrijven thema’s als de dood, verdriet, geloof en seksuele gevoelens. Vaak speelde dit zich af tegen een Joodse achtergrond.

“Ik beschrijf het menselijk bedrijf, en het leven” vertelde hij in een interview. “Voor mij is het leven de vijand, en het gevecht van mensen om dat te overwinnen is in feite het centrale thema dat je in heel mijn werk terugvindt.”







Will Eisner “Spirit”.