Wat is Kunst?

Dat is een vraag die ik voor me zelf probeer te beantwoorden.
Eigenlijk ben ik al zo’n 10 jaar bezig met het zoeken naar het antwoord.
De vraag lijkt eenvoudig, drie woorden.
Wat is Kunst?
Maar er zitten zoveel aspecten aan dat het me nog steeds niet gelukt is
om er een antwoord op te vinden.
Steeds vind ik weer puzzelstukjes die soms passen maar vaak ook
nog niet te plaatsen zijn.
Ik leg die dan even opzij om later, met behulp van nieuwe
puzzelstukjes, er een geheel van te maken.
De puzzel is alleen erg groot en heeft heel veel stukjes.
Het voorbeeld van de puzzel ontbreekt dus
het zal nog wel wat tijd vragen voordat de puzzel af is.
De meeste van die puzzelstukjes eindigen hier,
op mijn web log.
Soms vind je een heel mooi puzzelstukje.





Tafelklok: De wake van Alexander de Grote, Rusland, St. Petersburg, 1830 – 1850, Fotografie en beeldbewerking Erwin Olaf.





Gisteravond las ik een artikel van Maarten Klein.
Het artikel heet ‘Alles is ijdelheid’ en gaat over een van de boeken
van Louis Couperus: Iskander.
Ik heb het boek nooit gelezen.
Het gaat over Alexander de Grote.
Toeval (?) wil dat het Hermitage net een tentoonstelling
heeft afgesloten over Alexander.
Maarten Klein heeft daar de tekst die ik gisteren las
gebruikt als onderdeel van een lezing die hij in het Hermitage hield.





Grieks borstpantser gedecoreerd met Medusakop, 4de eeuw voor Christus.





In het begin van het verhaal schrijft hij over naturalistische,
realistische romans en personages en hun relatie met de lezer.
De brug naar realistische schilderijen/kunst en hun toeschouwers,
is dan snel gemaakt.
Wat hij daar schrijft is heel interessant.

Arabesken – Tijdschrift van het Louis Couperus Genootschap, nummer 37 – mei 2011

Romanpersonages zijn abstracte xe2x80x98mensenxe2x80x99 die in een wereld van letters, woorden, zinnen. alineaxe2x80x99s, motieven en symbolen tot leven komen, op een ondergrond van wit papier. Hun leven wordt in hoge mate bepaald door literaire regels en conventies. In naturalistische romans moeten deze romanpersonages zo realistisch mogelijk zijn.
Eline Vere bijvoorbeeld woont in Den Haag, in een milieu dat grote gelijkenis vertoont met dat van de betere Haagse milieus. Ze is gekleed volgend de mode van haar tijd en houdt van operaxe2x80x99s die in de jaren tachtig van de negentiende eeuw populair waren en die ze kon zien in de Franse opera in de Koninklijke Schouwburg. Ze loopt door bestaande Haagse straten en lanen en ze lijkt in alle opzichten op haar vader. Dat alles is conform de werkelijkheid.
Maar, hoe realistisch ook, zoxe2x80x99n naturalistisch romanpersonage staat toch nog ver van de werkelijkheid af. Net als heel veel andere romanpersonages in de Nederlandse letterkunde gaat Eline bijvoorbeeld nooit naar de wc en heeft ze ook nooit last van enig maandelijks ongemak. Als ze praat, spreekt ze altijd in mooie volledige, volkomen grammaticale zinnen. Ze hakkelt nooit, ze hoeft nooit naar het juiste woord te zoeken, zoals wij mensen van vlees en bloed dagelijks doen. Romanlezers aanvaarden deze conventies als vanzelfsprekend. Er is geen lezer, bij mijn weten, die ooit geklaagd heeft: xe2x80x98Ik ben nu op bladzijde 100 en ze is nog steeds niet naar de wc geweest.xe2x80x99



KOP

Vanuit KOP is er een project gaande dat xe2x80x98Territorial Pissingsxe2x80x99 heet.
Volgens mij is dat geen Engels maar waarschijnlijk gaat het
over het afbakenen van je territorium.
In dat kader heeft kunstenaar Daan den Houter op een voetbalveldje
in Breda voor 250 Euro aan centen uitgestrooid waarna er van
de mensen die het geld opraakten fotoxe2x80x99s en een video gemaakt.
De volgende foto vind ik aardig.
KOP staat voor Kunstenaars Ontmoetings Plaats en
is actief in Breda.





De fotograaf is Rachelle Delcroix.





Kunstvaria

Het is druk geweest op mijn werk de afgelopen tijd
en daarom heb ik onvoldoende tijd gehad om
regelmatig een Kunstvaria te laten verschijnen.
Ik hoop dat met deze editie daar weer verandering in te brengen.


Anselm Kiefer, Abendland (The Occident), 1991, oil, emulsion, shellac, ashes and lead on canvas.

Ik bewonder het werk van Kiefer al kiest hij een benadering
van de thematiek en materiaalkeuze die tegelijk heel passend
en provocerend is.
Dat levert eigenlijk bijna altijd een ongemakkelijk gevoel op.
Dat is knap maar rustig naar zijn werk kijken is er nooit bij.

Het begrip ‘Avondland’ roept allerlei associaties op.
Meestal wordt er Europa (Duitsland) mee aangeduid.
De cultuur die op het eind loopt.
In tegenstelling tot het Ochtendland (Azie).

Dan zijn spoorlijnen en is het gebruik van as als materiaal
voor een Duitse kunstenaar op zijn minst beladen.

‘Occident’ staat voor zonsondergang in tegenstelling tot Orient.


Augusto Marin, Qujiote y Sancho Panza, 1961, oil on canvas.

Zie hoe mooi het idee van een Spaanse molen en zijn wieken
in deze afbeelding van Don Quishot en Sancho Panza is verwerkt.


Emil Nolde, Idle sailing boats, around 1925, watercolour.


Howard Hodgkin, Venice evening, 1995, print.


Jean-Antoine Watteau, Three studies of a young girl wearing a hat, circa 1716, red and black chalk, graphite on paper.


Libation cup, Qing dynasty, 17th – 18th century, rhinoceros horn.

De hoorn van een neushoorn als basismateriaal.
Triest dat deze dieren daarvoor werden gebruikt.
Maar omdat het voorwerp al zo’n 250 jaar oud is,
mag ik daar dus gerust van genieten.


Lorenzo Lotto, Adorazione dei pastori, circa 1534, olio su tela.


Louise Bourgeois, The nest, 1994, steel.


Pablo Picasso, Woman throwing a stone, March 8, 1931, oil on canvas.


Rineke Marsman, Nr437, 2008, litho.


Sonia Delaunay, Colored rhythm, 1946, oil on canvas.


Unknown artist, Russian, Saint Basil the great and Saint Basil “The fool” adorning the Holy Trinity, 19th centuty, oil, tin and enamel on panel.


 

Ethiopische magische teksten via Elizabeth Street Fine Arts

Opgerolde teksten met gebeden, bezweringen, beschermende spreuken,
voor een bepaald persoon gemaakt of voor algemeen gebruik.
Gemaakt als talisman in Ethiopie.
Onder invloed van het Christelijk geloof, de Islam,
het Jodendom en natuurgodsdiensten.
Heel bijzondere documenten.
Hiervan is een tentoonstelling in de gallerie:
Elizabeth Street Fine Arts
De New York Times bracht me op het spoor.





Gorgon-like spirit: angel of protection, 19th century.


Gorgon is de soortnaam voor wezens als Medusa.
Griekse mythologische figuren met levende slangen als haardos.
Hier fungeert een Gorgonachtige figuur als bescherm-engel.





Schematisch, achthoekige ster met gezicht in het midden, 18e eeuw.






Kwade geest met slangen rond het hoofd, midden 19e eeuw.





De Collectie Verrijkt bij Booijmans Van Beuningen

Zondag was ik dus op bezoek bij het Booijmans Van Beuningen.
Net als veel musea veranderen die op gezette tijden
de vaste tentoonstelling.
Zo ook hier.





De collectie verrijkt.





Met dat verschil dat men de nieuwe opstelling gecombineerd heeft
met een aantal bruiklenen.
Sommige schilderijen zijn nog niet te zien.
De meeste bruiklenen zijn in Rotterdam voor een lange tijd.

Er is ook een klein zaaltje met werken die de selectie
net niet gehaald hebben.
Een leuke verzameling!
Soms zijn de werken te groot, te klein of te saai.
Maar mijn keuze is gewoon klein, maar wel leuk.





Sebastian Stoskopff, Stilleven met boeken, 1625.


Alleen de naam van de schilder al: Stoskopff, prachtig.




Maar even terug naar buiten.
In en om het museum is heel veel kunst te zien.
Zo ook op de binnenplaats van het museum waar eigenlijk niet
te zien is dat je vanaf hier de nieuwe ingang van het museum hebt.
Met de Champions League finale in het zicht.





Olaf Nicolai, Apollo, 2009.






Vanaf het speelveld.






Meester van Alkmaar, Klein detail van Zeven werken van barmhartigheid, 1504.


Een groot, indrukwekkend schilderij.
Pure propaganda.
Het schilderij dat uit zeven delen bestaat, vertelt de kijker
hoe hij of zij een goed leven kan leiden.
Op een van de delen is deze kleine groep te zien.





De camera van de BlackBery doet geen recht aan deze Fra Angelico, Maria met Kind tussen twee engelen, circa 1420.






Quinten Massijs, Maria met Kind, circa 1520.






Jorg Ratgeb, Het Laatste Avondmaal, 1510 – 1515, Detail met een snuitende (!) apostel.






Ook in Rotterdam zo’n prachtig stilleven van Willen Claes Heda, 1634.






Rembrandt, Titus.






Bartholomeus van der Helst, Abraham del Court en zijn echtgenote Maria de Keerssegieter, 1654.


Deze schilder maakte misschien niet de meest spraakmakende werken
maar kijk eens goed (het best natuurlijk in het museum)
naar de hele fijne gezichten en prachtige stoffen.


De stof van de grijze jurk.






Dat een stilleven nog eenvoudiger kan zijn toont Adriaen Coorte aan, Druiventros, 1705.






Met deze afbeelding was ik ongeveer halverwege de tentoonstelling maar ik moest dringen aan de tomatensoep en naar huis. Anoniem, Zeemonster, circa 1506 -1510, brons, patina op lakverf.





Boris van Berkum

In een paar kleinere ruimtes in het Booijmans Van Beuningen
stonden deze prachtige werken.
De kleur, de kwaliteit van uitvoering, de opstelling.
Erg mooi.





Boris van Berkum, Reis naar het Koninkrijk van Ife, 2009 – 2010, geglazuurd keramiek.






Boris van Berkum, Reis naar het Koninkrijk van Ife, dit werk is ook nog een fontein.






Boris van Berkum, Reis naar het Koninkrijk van Ife,het masker tegen de muur is er ook onderdeel van.






Boris van Berkum, Kalki de tiende avatar van Lord Vishnu, 2008 – 2011.






Boris van Berkum, Kalki de tiende avatar van Lord Vishnu, kijk eens naar de prachtige uitvoering en de belichting.






Boris van Berkum, Messias en martelaren, 2010 – 2011, geglazuurd keramiek, brons epoxy modelleerpasta.






Boris van Berkum, Messias en martelaren, sommige foto’s zijn door een glazen raam gemaakt. Dat is dan goed te zien. Dit voorwerp draait langzaam.





Kort stukje uit de toelichting:
Boris van Berkum is een neo-kunstenaar.
Zoals kunstenaars zich in de 18e en 19e eeuw de beeldtalen
van de klassieke en de gotische kunst toe-eigenden,
zo smelt hij stijlen en vormen uit verschillende tijden,
wereldculturen en religies in zijn beeldengroepen samen.
Klassieke torso’s en Christelijke symbolen zijn gecombineerd
met motieven die zijn ontleend reincarnaties van de Indiase
Hindoegod Vishnu, Boeddhabuiken en 14e eeuwse kunst
uit het Koninkrijk van Ife (het huidige Nigeria).

Vandaag de Pindakaasvloer van Wim T. Schippers bezocht

Deze vloer is te zien in het Booijmans Van Beuningen,
die tegelijkertijd nog een hele mooie tentoonstelling heeft.
Twee vliegen in een klap.





Wim T. Schippers, Pindakaasvloer met ‘oortje’.






Wim T. Schippers, Peanut butter platform, Booijmans Van Beuningen.






Pindakaasvloer.





Voorproefje van de Pindakaasvloer van Wim T. Schippers: 3 maal








Op de website van het museum kunnen bezoekers, op video,
vragen stellen aan Wim T. Schippers.
Die vragen beantwoordt hij dan in een video.
Ik zag twee video’s:
een van een jong meisje die vroeg hoe hij eigenlijk op het idee gekomen was
en een andere van een jonge man die zich afvroeg waarom pindakaas?

Leuke vragen die direct naar de kern van de vraag ‘Wat is kunst?’ gaan.
Ook de antwoorden van Wim T. Schippers zijn leuk.
Eigenlijk geeft hij helemaal geen antwoord.
Hij stelt echter wel een aantal heel belangrijke vragen
aan de vraagstellers
waarmee hij zonder zelf stelling te nemen een discussie
over kunst in gang zet.
Dat is volgens mij dus waar dit werk over gaat.
En, (typisch Nederlands) dat mag best wat kosten.
Morgen ga ik kijken en ruiken.

Een groots gebaar

Eerlijk is eerlijk,
de twee schilderijen die hieronder te zien zijn
zouden normaal gesproken ‘De Argusvlinder’ niet bereikt hebben.
Voor hen geen plaatsje in een kunstvaria.
Vandaag toch omdat ze zo’n groot contrast vormen
met de schilderijen van de regenten en regentessen
van bijvoorbeeld Frans Hals.
Waren honderd jaar eerder de schilderijen donker en vooral
met veel wit en zwart,
nu op de schilderijen van Frans Decker voeren de kleuren de boventoon.
Blauw, geel, rood, bruin en groen knallen van het doek.

Geweldig toch hoe een dergelijk lokaal museum,
de meeste schilders die in de blogs van de afgelopen dagen
te zien waren zijn in Haarlem geboren of hebben er lange tijd gewoond,
zo’n belangrijk onderdeel vormt van ons erfgoed.





Frans Decker, Regenten van het St. Elisabeths of Groote Gasthuis, 1736 (boven) en Regentessen van het St. Elisabeths of Groote Gasthuis, 1740.





De schilderijen vermeld ik hier omdat ze onderdeel zijn
van een enorme schenking aan het Frans Hals museum.
Er wordt gesproken van een totale waarde van 100 miljoen euro
maar de waarde inschatten is eigenlijk onmogelijk en onnodig.
Een aantal van de werken zijn zo zeldzaam dat deze of soortgelijke werken
eigenlijk nooit meer op de markt komen.
Deze schilderijen hangen in musea en daar horen ze ook thuis.
De werken waren al jaren in bruikleen bij het Frans Hals museum en nu
kan er ook voor gezorgd worden dat deze werken tot in lengte van dagen
bekeken kunnen worden in de context waarin ze thuis horen.
Over dit groots gebaar is een mooi boekje verschenen.





Frans Hals Museum, Een groots gebaar – De schenking van het Elisabeth van Thuringenfonds, Alexander de Bruin.






Dit is de voorlopig laatste afbeelding van mijn bezoek aan het Frans Hals museum.





Frans Hals en anderen: Peeckelhaering

De foto’s zijn van wisselende kwaliteit.
Sommige zijn gemaakt met mijn digitale camera en sommige zijn
gemaakt met de BlackBerry.
De kwaliteit van die laatse is minder.
Maar dat mag de pret niet drukken.
Het Frans Hals museum is een geweldige verzameling
en een genot om er tijd door te brengen.
Het museum is gevestigd in een voomalig minderbroederklooster,
vandaar de bijzonder bouw.


De straat waaraan het museum ligt.


Gelijk al stuit ik op een heel bijzonder werk. Het is misschien niet het mooiste werk wat je je kunt voorstellen maar het vertelt wel een verhaal. Maarten van Heemskerck, St. Lucas schildert de Madonna met kind, 1532.

De evangelist Lucas is beschermer van de schilders omdat
verondersteld wordt dat hij Maria geschildert heeft.
Dit is dus een typisch werk over de kunst.


Het idee is dat de man achter de schilder Maarten zelf is of in ieder geval de schilder verbeeldt.


Er is dus een schilderij in het schilderij te zien. Maarten van Heemskerck, St. Lucas schildert de Madonna met kind, 1532. Het schilderij heeft nog meer aanwijzingen naar verhalen. Om te beginnen ‘hangt’ er linksonder een stuk tekst op het schilderij. Verder veel klassieke motieven met in het bijzonder de voorstelling tegen de zitplaats van de schilder. Een hele puzzel.


Schilderijen met de kleur rood in de hoofdrol trekken eigenlijk steeds mijn aandacht. Dat deed ook dit werk van Jan Cornelisz. Vermeyen, een portret van Kardinaal Erard de la Marck, prins-bisschop van Luik en kardinaal van Valence, circa 1530.


Cornelis Cornelisz. van Haarlem, De kindermoord van Betlehem, 1574 en Maarten van Heemskerck, beide deuren, 1591.


Maarten van Heemskerck, Aanbidding der wijzen, 1591.’Detail’ van de vorige afbeelding. Dit zijn enorme schilderijen. De deuren zijn vooal hoog. Het middendeel is gewoon groot: hoog en breed.


Het Frans Hals museum heeft naast de vele schilderhoogstandjes nog andere pareltjes in huis. Wat te denken van dit enorm poppenhuis.


Volgens mij was dit de dokterskamer.


Dit is de pronkkamer. Je moet het zelf eens gaan bekijken is mijn advies.


Dan volgen een hele reeks schutterstukken. De een nog mooier dan de andere. Een genre op zich. Frans Hals, Vergadering van Officieren en de Onderofficieren van de Cluveniersschutterij, 1633.


Frans Hals, Maaltijd van Officieren van de St. Jorisdoelen, 1627.


Frans Hals, Maaltijd van Officieren van de Cloveniersdoelen, 1624 – 1627.


Frans Hals, Detail van Maaltijd van Officieren van de Cloveniersdoelen.


Iets heel anders zijn de schilderijen van regenten en regentessen.
Niet zwierig en gekleurd maar statisch en donker.
Maar kijk eens naar de details.
De grote Nederlandse schilders als Rembrandt en Frans Hals zijn echt
de voorlopers van de impressionisten en expressionisten.


Jan de Bray, Regenten van het Haarlemsch Leprooshuis, 1663.


Detail van Jan de Bray.


Frans Hals, Regentessen van het Oude Mannenhuis, 1664.


Detail van Frans Hals, kijk eens naar hoe hij het strikje geschilderd heeft.


Frans Hals, Regenten van het St. Elisabeths Gasthuis, 1641.


Iets heel anders: een soort raamvertelling tegen een bijzondere achtergrond. Het verhaal van de Barmhartige Samaritaan speelt zich ergens in het bijbelse Palestina af. Maarten van Heemskerck plaatst het hier voor Rome. Je ziet meerdere ‘afleveringen’ van het verhaal op dit schilderij afgebeeld. Maarten van Heemskerck, Gezicht op Rome met de Barmhartige Samaritaan, circa 1550.


Eerste verzorging.


Het slachtoffer wordt op het paard meegenomen om verder verzorgd te kunnen worden.


Een opgraving in Rome.


De Engelenburcht (?).


De regenten of regentessekamer in het museum.


Heel erg leuk is dit schilderij met alleen maar aapjes. Aapjes die als ijdele mensen rondparaderen rond tulpen. Jan Breughel II, Allegorie op de Tulpomania, circa 1640.


Een prachtig schilderij van Judith Lester, Peeckelhaering, 1629.


De vraag bij dit vrolijke figuur is of hij eigenlijk wel zo blij is. Kijk eens door het rood dat op de wangen is aangebracht en kijk hem eens goed in de ogen.


Dan nog even de stad in, via mooie geveltjes.


Een gevelsteen van het Elisabeth Gasthuis.


Het centrum van Haarlem. Het was er vorige week zondag benauwd. Op de markt kermis maar daar was het rond 5, 6 uur in de middag niet druk.


Jan Nagel: niet de politicus maar de schilder

Jan Nagel is een schilder uit Haarlem.
Een schilder uit de 16e eeuw.
In het Frans Hals museum is nu een focustentoonstelling.
Een heel groot deel van zijn nog bekende oeuvre (zo’n 80 procent)
is daar nu te zien.
Ik ben erg aangenaam verrast dat men zoveel aandacht schenkt
aan deze schilder.
En niet alleen door de tentoonstelling maar ook door de restauratie
van ‘De Zondvloed’, het onderzoek daarbij, de film die op de tentoonstelling
te zien is en het boekje dat bij de tentoonstelling verschijnt.
Geweldig werk van Karel Schampers, Liesbeth Abraham, Hessel Miedema
en Herman van Putten.
Prachtig!

Het Parool

Drie prenten, drie tekeningen en vier schilderijen van de meesterschilder uit de zestiende eeuw zijn tot en met 17 juli te zien. Dit is de eerste keer dat zijn werken in een tentoonstelling bij elkaar worden gebracht.
Ondanks dat Nagel volgens zijn tijdgenoten snel schilderde en daardoor een hoge productie heeft gekend, is zijn oeuvre erg klein. Voor zover bekend zijn er slechts zes schilderijen, vier tekeningen en drie prenten van hem bewaard gebleven.

 


Dit is het boekje over Jan Nagel dat het Frans Hals museum uitgeeft.


Het boekje heeft twee uitklapbare pagina’s waar veel details van de restauratie te volgen zijn.


Jan Nagel, De Zondvloed, rond 1600. Dit is het schilderij dat onlangs grondig is gerestaureerd.


Jan Nagel, Maria Magdalena, 1592. Jan Nagel heeft het schilderij van zijn handtekening voorzien op een van de bladen van het boek dat Maria Magdalena hier leest.


 

Het mooiste stilleven is in Haarlem

Vorige week zaterdag was ik in Haarlem.
Ik ben daar naar het Frans Hals museum geweest.
Wat een fantastische collectie.
Ongelofelijk!
Ik heb er genoten, en niet alleen van de unieke schuttersstukken
maar ook van wat ik een van de mooiste stillevens vind,
van alle tijden, van waar dan ook ter wereld.
Ik liep een volgende kamer binnen en daar trof ik een geweldige verzameling
aan van stillevens. Zoveel had ik er nog nooit bij elkaar gezien.
Topstuk is naar mijn smaak ongetwijfeld het schilderij
van Willem Claesz Heda.
Mijn foto’s doen geen recht aan het werk.
En dat kun je in Haarlem gaan zien.


Willem Claesz Heda, Stilleven met zilveren tazza, 1631.

Kunstbus.nl

Tazza is een oud-Italiaans woord voor drinkschaal. Tazza’s zijn schotelvormig en staan op een hoge voet. Zij zijn meestal rijkversierd. Een tazza drinkschaal kan van glas, goud of zilver zijn en heeft een wijde ondiepe kelk die op stam en voet, of rechtstreeks op de voet is gemonteerd.

 


Zie bijvoorbeeld hoe prachtig het licht hier geschilderd is.


Hier de glans en spiegeling van zilver op zilver.


Hier een uurwerk met blauw lint waar het sleuteltje aan hangt dat nodig is om het uurwerk op te draaien.


Kunstvaria

Eten, Foto’s en heel veel andere thema’s.
Twee maskers, geinspireerd op Afrika maar Herman Brood kijkt mee.
Veel afbeeldingen met twee figuren erop.


Antonio Berni, Manifestacion, 1934, oil on burlap.

Burlap= soort jute.


Calixte Dakpogan, La cuisine (The kitchen), 2007, iron, aluminum (forks), cotton, copper.

Mijn keuken ziet er anders uit. Maar zeker goed gezien.

Calixte Dakpogan, Papa Sodabi – The drunk, 2002, steel, metal, plastic, glass and other found materials.


Dimitri Kozyrev, Last one 8, 2010, acrylic on canvas.


Henry Moore, Two seated figures, 1941.


Illustration of the Gita Govinda, Krishna adorns his beloved Radha, India, Kangra or Guler, circa 1780.


Linda Fleming, Storm 2011, powder-coated steel.


Oskar Kokoschka, Two nudes (Lovers), 1913, oil on canvas.


Eduardo Barron, Nero and Seneca, 1904.


Frank Hulsbomer, Constructing meaning in 3 steps, 2010.


Guido Mocafico, Dendroaspis Jamesoni Jamesoni, 2003, chromogenic print.


Heinrich Kuhn, Violets, circa 1908, autochrome, Austria.


Otto Muehl, Untitled, 1961, wood, material, paint, cord on cardboard.


Shi Lu, Girl by a clear stream, hanging scroll, ink and color on paper, Collection Robert Ellsworth.


Tsongkhapa as itinerant teacher, temple restorer, Tibet, 18th -19th century, colors on cloth, silk, wood, metal.


Wayne Thiebaud, Four cupcakes, 1971, oil on canvas.


Wim T. Schippers, Peanut-butter platform, 1962, installation 2011, Museum Boijmans Van Beuningen.

Heerlijk, PINDAKAAS!


Wolfgang Ellenrieder, Feuer Reifen, 2008.


Schrijvers van beelden

Op dit moment lees ik het boek Ongekende Schoonheid
Ikonen uit Macedonie.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik weinig tijd heb om te lezen
en dat ik het altijd jammer vind dat een goed boek uit is.
Het kan me dan ook vaak niet lang genoeg duren.

In verband daarmee liep ik pas tegen het begrip ‘Readers block’ aan.
Readers block is dan een begrip als Writers block.
Een schrijver die niet kan schrijven heeft last van een Writers block.
Een lezer die niet kan (door)lezen heeft ‘last’ van Readers block.
De geest van Cruyff dwaalt weer om ons heen.

In verband hiermee las ik ook: ‘Unputdownable’ (niet-neerlegbaar).
Een boek dat je niet neer kunt leggen,
waarin je maar door wilt blijven lezen.

Ik heb ook een soort Readers Block, niet omdat ik niet kan lezen,
maar omdat ik niet wil lezen. Lees je veel dan is immers je boek snel uit.

In het boek staat prima uitgelegd waarom ikonen gemaakt worden
met afbeeldingen in het platte vlak terwijl de techniek al
bestond om driedimensionaal te tekenen en schilderen.
Ik vond het de moeite waard om te lezen.


Aartsengel Michael, Verderdiger van het Geloof, Nikolaaskerk, Struga, midden 16e eeuw.


Ongekende Schoonheid
Ikonen uit Macedonie

Desiree M.D, Krikhaar
Uitgeverij Waanders / Museum Catharijneconvent

Pagina 30

De vroegchristelijke schilderingen tonen aan dat het beeldprogramma van de christenen afstand neemt van de klassieke kunst, die illusionistisch en realistisch is. Realisme is voor de vroege christelijke kerk uit den boze, omdat de band met de heidense traditie doorgesneden moet worden. De angst voor het terugvallen in idolatrie of afgodsverering is diep geworteld. Stel dat de christenen beelden zouden maken van Christus of van heiligen en die net als de klassieke godenbeelden zouden wassen en met geurwaters zouden besprenkelen of met bloemen zouden bekransen. En dat zij daar ook nog eens omheen zouden gaan dansen, zoals de Israelieten dat deden rond het Gouden Kalf (Exodus 32). Dan zou de stap terug naar de polytheistische godenwereld wel heel gemakkelijk gezet kunnen worden. Mede daarom is de vroegchristelijke beeldtraditie vooral in het oosten gebonden aan het tweedimensionale platte vlak.

De eerste muurschilderingen van de heiligen in Macedonie zijn gestileerd, bijna statisch geschilderd. Maar de gezichten, met name de ogen, zijn indringend. De ogen zijn de spiegel van de ziel, zij schouwen naar het goddelijke. De achtergrond in de schilderijen is meestal onuitgewerkt. Alle aandacht gaat dan uit naar het beeld en zo wint de voorstelling aan uitdrukkingskracht.
Het gebruikte kleurgamma is beperkt. Er worden natuurlijke pigmenten door de eitempera gemend, afkomstig van lokaal levende planten en dieren (bijvoorbeeld schilden van kevers) en mineralen uit de omgeving. Roden, okers, groenen en blauwen zijn de meest voorkomende kleuren.

Vervolgens gaat de schrijfster pagina’s verderop nog even in op het feit
dat gelovigen de ikoon anders benaderen dan een portretfoto.

Pagina 50

Het woord ikoon is Grieks en betekent beeld. In de orthodoxe context is het beeld beperkt tot het platte vlak. Ikonen zijn in de overtuiging van de orthodox-gelovige niet slechts beelden van Christus, de Moeder Gods, heiligen en feesten. Zij stellen de heiligen aanwezig.

De schrijfstijl is niet erg vlot maar het boek is heel leerzaam.
Mooi geillustreerd en een goede aanvulling op de tentoonstelling.

Geillustreerde intertextualiteit op de tentoonstelling Ongekende Schoonheid

Kort geleden was ik op de tentoonstelling “Ongekende schoonheid”.
Een beetje weggedrukt op een ongelukkige plaats was
een vitrine met terracotta voorwerpen.
Ze zijn niet zo sensationeel als de (soms heel grote) ikonen en zeker niet
zo sensationeel als bijvoorbeeld het gouden masker.
Maar ze trokken wel mijn aandacht.
Gisteren las ik in het boek bij de tentoonstelling
de beschrijving van de tegels.

De beschrijving probeert ook een verklaring te geven voor deze tegels
die in Vinica in Macedonie gevonden zijn.
En dat valt niet mee.

Tegels met Latijnse teksten, die gevonden zijn op plaatsen waar je
Byzantijnse (lees Griekse) teksten zou verwachten.
De functie is onbekend. De afbeeldingen overduidelijk vroeg-Christelijk.
De tegels zijn uniek in hun soort en tot nog toe zijn er slechts
50 complete tegels gevonden.
Vreemd is ook dat op een aantal van hen de tekst in spiegelschrift staat.
Dat kan wel verklaard worden door de manier van produceren
maar dat kan bijna niet de bedoeling geweest zijn.
Dus nog heel veel vragen rondom deze bijzondere tegels.
Op dit moment zijn ze te zien in het Museum Catharijneconvent in Utrecht.


Jozua en Kaleb, de verspieders van Kanaan. Vinica, 5e -6e eeuw, terracotta, Nationaal Museum van Macedonie, Skopje, inventarisnummer 337-VI.


Uit het boek “Ongekende Schoonheid – Ikonen uit Macedonie” door Desiree M.D. Krikhaar, Pagina 36.

Jozua en Kaleb zijn de twee soldaten met prachtig gedetailleerde harnassen, wapenrokken, helmen en lansen, die ter weerszijden van een schild zijn afgebeeld. Zelfs de plooival in hun mantels is tot in de kleinste draperieen uitgewerkt. Zij zijn de vertrouwelingen van Mozes, die als verspieders naar Kanaan zijn gestuurd om het land te verkennen.

(Stuur er een aantal mannen op uit om Kanaan, het land dat ik de Israelieten geven zal, te verkennen, Numeri 13:1).

Door God is hen toegezegd dat zij het beloofde land eens zullen bewonen. Bij de strijd van de Israelieten tegen de Amorieten bij Gibeon laat de onverschrokken Jozua met hulp van Jahwe de zon en de maan stilstaan om de vijand af te straffen.

(Zon, sta stil boven Gibeon, maan, blijf staan boven de vlakte van Ajjalon. En de zon stond stil en de maan bleef staan, tot Israel zijn vijanden had afgestraft, Jozua 10:12-13).

Jozua, die links op de tegels is afgebeeld wijst met zijn hand op de stralende zon tussen de strijders in. Naast het hoofd van Kaleb is de maan voorgesteld. Naast de speer links is een ster weergegeven om de duisternis te symboliseren. Deze episode uit het Oude Testament wordt door de kerkvaders uitgelegd als een voorafbeelding van het Laatste Oordeel, dat door Christus uitgesproken zal worden om de mensheid te redden.

De afbeelding is die van een Oud-Testamentisch verhaal.
Een verhaal uit het Nieuwe Testament verwijst naar deze oude tekst.
In het geval van de bijbel kun je niet echt spreken van een (1) boek.
De bijbel is een bibliotheek van oude boeken waar heel veel
onderlinge verwijzingen in staan.
Intertextualiteit is de term die daarbij hoort.
Het gaat hier om een verwijzing naar de inhoud.

Deze kwam ik toevallig tegen bij het lezen van het boek
over de tentoonstelling.
En toevallig waren de tegels me opgevallen bij het zien ervan in Utrecht.
Maar je weet: toeval bestaat niet!


In verband met een recente log over de Grote Kerk in Breda en de Heilige Christoffel is er nog een bijzondere tegel te zien. Deze tegel toont de Heilige Christophorus (Christoffel, links) en soldaatheilige Joris (rechts), Vinica, 5e – 6e eeuw, terracotta, Nationaal Museum van Macedonie in Skopje, inventarisnummer 353-VI.


 

Kunstvaria

De kunstvaria is deze week niet zo lang als anders.
Minder aanbod of misschien ben ik er wat sneller doorheen gegaan.
Toch weer een mooie collectie vind ik zelf.





Berlinde de Bruyckere, Inside me II, 2011, wax, epoxy wood, rope, cloth, wool, iron.



Berlinde de Bruyckere, Inside me II (detail), 2011.


Het werk van de Bruyckere is altijd indrukwekkend.
Als ik het zie ervaar ik altijd een combinatie van afkeer en fascinatie.
Afkeer omdat het beelden oproept van dood, verderf, mishandeling.
Fascinatie omdat het nieuwsgierig maakt. De vormen zijn deels herkenbaar
maar om het echt te kennen moet je dichterbij gaan.
Beter onderzoeken maar tegelijk is er die afstoting.





Chema Madoz, Sans Titre, 2006.






Chu Teh-Chun, Inspiration hivernale, Diptych.






Daphne Odjig, Genocide No 1, 1971.






David Heathcote, Algerian journey, 2006, oil on board.






Kyu Seok Oh, Counting sheep, 2011, heavy paper.






Pang Xunqin, Dancing horse, 1939, watercolour on paper.






Paul Gauguin, Teha’amana has many parents, 1893, oil on canvas.






Sepia enamelled plaque, early-mid 20th century, China, porcelain.


Fantastisch mooi Chinees landschap.
De mist hangt zo fijntjes tegen de helling.
In het midden een klein figuur die door de bergen trekt.
Ooit las ik van Rudy Kousbroek het boek ‘Het raadsel der herkenning’.
Kousbroek schreef een serie essays, elk op basis van een foto.
Volgens mij is dit een uitstekend voorwerp
om hetzelfde mee te doen.





Surasi Kusolwong, Emotional machine (VW), 2000 – 2004.






Wucai coral-ground bowl with blue Kangxi Yuzhi four – character mark.





Kunstvaria: de zon

Het is deze dagen wel erg goed weer.
Heel toevallig zaten in de serie van Kunstvaria deze week
2 zonovergoten afbeeldingen.
Die zet ik hier dus extra in het zonnetje.





Edward Hopper, People in the sun, 1960.






Giovanni Giacometti, Family portrait unter dem Holunder (Under the elder tree), 1911.


Holunder (Duits) of Elder (Engels) is de Vlierboom.




Kunst op een papieren zak: Rafael Ferrer





Een hele serie van de papieren zakken tegen de muur in een gallerie.






Rafael Ferrer, Paper bag faces, 2008 – 2010.






Rafael Ferrer, Paper bag faces, 2008 – 2010.






Rafael Ferrer, Face # 05, Paper bag faces, 2008 – 2010.






Rafael Ferrer, Face # 08, Paper bag faces, 2008 – 2010.






Rafael Ferrer, Face # 11, Paper bag faces, 2008 – 2010.






Rafael Ferrer, Face # 12, Paper bag faces, 2008 – 2010.






Rafael Ferrer, Face # 23, Paper bag faces, 2008 – 2010.






Nog een opstelling. Deze vind ik spannender.