Mexico-Stad, Museo Soumaya, Trabajo Mexicano realizado por monjas (Mexicaans werk uitgevoerd door nonnen), La Navidad, circa 1850, soort heel grote kijkdoos.
Categorie archief: Cultuur
Silk Roads: in Engeland en Ierland aangekomen
Met dit 22e bericht sluit ik mijn serie over de
Silk Roads-tentoonstelling in Londen (2024) af.
Mijn berichten toonden meer dan 250 foto’s, slechts een
deel van de tentoonstelling in het Britisch Museum.
De tentoonstelling toonde objecten uit een uitgestrekt
geografisch gebied: van Japan via China, het Midden-Oosten
en Centraal-Azië tot Noord-Afrika en West-Europa.
De tentoonstelling belichtte de intensieve interacties tussen
deze regio’s, waarin mensen elkaars smaak en esthetiek
voortdurend beïnvloeden.
Smaak in de letterlijke zin van eten, maar ook in mode,
religie, literatuur, wetenschap en esthetiek; wat we als kunst waarderen.
Het biedt een tegenwicht aan het simplistische cultuurbegrip
dat sommige extreem-rechtse politici hanteren
wanneer zij spreken over ‘onze Nederlandse cultuur’.
De tentoonstelling maakt zichtbaar hoe culturele uitwisseling
de normale manier is geweest voor mensen om met elkaar om te gaan.
En hoe extreem-rechtse politieke retoriek vaak berust op historische
onwetendheid en opzettelijke vereenvoudiging.
Geniet van de voorwerpen die ontstaan zijn
– en zullen blijven ontstaan –
wanneer mensen met aandacht naar elkaar kijken.
Londen, British Museum, Silk Roads, Gold clasps, Taplow, Buckinghamshire, England, late AD 500s – early 600s.
Aldhelm, manuscript with riddles (written about AD 637 – 709), this version of the book is made at Christ Church, Canterbury, Kent, England, late AD 900s – early 1000s.
The Lichfield Angel, Lichfield Cathedral, Staffordshire, England, about AD 800.
Zoals te lezen bij de uitgang van de tentoonstelling:
THE NETWORKS OF THE SILK ROADS FORGED CROSS-CULTURAL CONNECTIONS.
THE WAYS PEOPLE INTERACT HAVE CHANGED, BUT THESE CONNECTIONS REMAIN.
THEY WILL CONTINUE TO SHAPE THE PRESENT AND FUTURE.
Of in het Nederlands:
De netwerken van de Zijderoutes smeedden verbindingen
tussen mensen met verschillende achtergronden.
De manieren waarop mensen met elkaar omgaan zijn veranderd
— door bijvoorbeeld vliegtuigen en internet —
maar deze verbindingen tussen mensen blijven bestaan.
Ze zullen het heden en de toekomst blijven vormgeven.
Dat is geen keuze, maar een historisch patroon dat zich blijft herhalen.
Langs de randen van Michelangelo
Afgelopen vrijdag ging ik naar het Teylers Museum:
Glinsterende mineralen, fossielen uit de dinotijd, supersterke magneten, knetterende elektriciteit, kunst van beroemde kunstenaars en nog zoveel meer. In het oudste museum van Nederland val je van de ene verbazing in de andere. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de indrukwekkende Ovale Zaal. Het lijkt wel alsof je in een tijdmachine stapt! In Pieter Teylers Huis maak je kennis met de idealen van de Verlichting en met actief burgerschap van toen én nu.
Van de website van Teylers Museum.
In dit bericht ga ik nog niet te inhoudelijk in
op de tentoonstelling ‘De mannen van Michelangelo –
Het mannelijk lichaam in het werk en leven van Michelangelo’.
Ik wil stil staan bij wat randverschijnselen en het
deel van het museum waar je langs gaat lopen om
de tentoonstelling te bezoeken.
Teylers is het oudste museum van Nederland en het
interieur is schitterend.
De dag begon natuurlijk in Breda waar ik via het Valkenberg
naar het station liep. Tot mijn verrassing zag ik een enorme
paddenstoelenbank op de wortels van een van de bomen in het park.
De boom lijkt me dood en de paddenstoelen maken daar gebruik van.
De oranjebruine hoeden lagen als een tapijt over de wortels.
Wat een somber en mooi beeld in één.
Toen ik mijn kaartje kocht (2 september) had ik niet in de
gaten dat dit in de herfstvakantie was. Musea zouden er goed
aan doen potentiële kopers te waarschuwen als ze een datum kiezen.
In de herfstvakantie is het onevenredig druk, in het museum
maar ook in het openbaar vervoer.
Bovendien plant de NS in zo’n week groot onderhoud.
Dus Haarlem was slecht bereikbaar en terug naar Breda kon
alleen via een omweg.
Ik had liever een week later gegaan.
Terwijl ik op weg ging naar het station keek ik even in
de brievenbus. Daar lag het NRC en ik zag een van de
aankondigingen voor de tentoonstelling die ik ging bekijken.
NRC, Michelangelo viel niet op mannen, hij viel op pubers, vrijdag 17 oktober 2025. Een kop die behoorlijk wringt met de werkelijkheid en heel sensationeel van toon is. Maar dat zie je helaas vaker.
Marketing en kunst: het is een moeizame relatie.
Binnenkort ga ik er nog eens dieper op in maar de sensatiebewuste
marketing bewijst de kunst geen dienst.
Het heeft de musea gestort in een soort wapenwedloop.
Ze vallen over elkaar heen met groteske slogans om
maar elkaar te overtreffen en de bezoekers binnen te krijgen.
Kunst is duur. Niet alleen om het te kopen maar ook om het
te gaan bekijken. Teylers doet er hard aan mee.
De twee catalogi die je hier ziet zijn van Teylers Museum. Links: Michelangelo, De hand van een genie, een uitgave van Waanders. Ik zou zeggen: klassiek van (inhoudelijke) opzet en uitvoering. Rechts zie je een uitgave van de Belgische uitgever Hannibal: De mannen van Michelangelo – Het mannelijk lichaam in het werk en leven van Michelangelo. De catalogus links is van de tentoonstelling in 2005, een initiatief van het British Museum waar Teylers en het Ashmolean meewerkten. Rechts de catalogus van 2025. Deze zou ik willen omschrijven als eigentijds maar schuwt de sensatie niet. In hoeverre dat ten koste van de kwaliteit gaat kan ik nog niet beoordelen.
Wat ik heel mooi vind aan de catalogus van 2025 is de omslag.
Je ziet twee afbeeldingen van Michelangelo over elkaar heen afgedrukt.
De groene afbeelding ligt werkelijk bovenop het boek.
Je kunt als het ware de afbeelding van Michelangelo voelen.
In de tentoonstelling probeert men bezoekers aan te zetten tot
het zelf ontdekken en ervaren van de tekeningen. Ze slagen
in de tentoonstelling niet om daar handen en voeten aan te geven
maar de voorkant van de catalogus doet dat wel.
Alles bij elkaar zal het een heel dure dag worden. Het kaartje
kost 27,50 euro en de catalogus 42,50. Tel daar de koffie met cake,
de NS en de maaltijden bij en de dah kost meer dan 150 euro.
De koffie heb ik niet gedronken in het museum. De catering in het
museum is heel beperkt, matig (ik druk me vriendelijk uit) en duur.
Maar het museum is geweldig. Het ademt helemaal de sfeer van de 18e eeuw:
prachtige museummeubels, oude informatiebordjes, stolpen,
originele ruimtes enzovoorts.
Haarlem, Teylers Museum, Tweehoornig monster van Fayum.
Mosasaurus Hoffmanni, St. Pietersberg.
De grote elektriseermachine van Martinus van Marum, door John Cuthbertson, 1784 – 1791.
Er is ook een Munten en penningenkabinet.
Vooral het gedeelte met de moderne penningen vond ik heel aantrekkelijk.
Één penning wil ik even tonen. Ik maakte twee foto’s:
een met mijn camera en een met mijn telefoon.
De dichter Adriaan Roland Holst door Charlotte van Pallandt, 1976.
De tentoonstelling kan beginnen.
Maar daarover later meer.
India 24/25: Delhi, dag 3 – onder de boog van tijd
Tijd is een boog waaronder alles door moet.
Vandaag wandel ik tussen zuilen en inscripties,
waar religie, wetenschap en macht elkaar raken.
Hier staat de ijzeren pilaar die niet roest,
de moskee die gebouwd werd uit tempels,
en de poort die de toekomst aankondigde.
Locaties:
Quwwat-ul-Islam, Iron Pillar, Qutub Minar, Alai Darwaza
Thematiek:
Tijdlagen, culturele fusie, architectonische mijlpalen
India, New Delhi, Mehrauli Archaeological Park, Madrasa (school) and tomb ff Alauddin Khalji, 1315.
Dit symbool, deze vorm, zag ik op verschillende plaatsen en die verwonderde mij.
Quwwat-ut-Islam, completed in 1196. Bij gebouwen (of de restanten er van) is de datering geen absolute wetenschap. Deze pilaren zijn van de eerste moskee in Delhi. De moskee werd gebouwd met materiaal van eerdere (Hindoe en Jain) tempels.
De moskee is in latere jaren herhaaldelijk aangebouwd. Deze bogen met schitterend beeldhouwwerk met florale en geometrische motieven en tekst zijn uit latere tijd. Enorm groot.
Dit is de Qutub Minar (Qutb Minar), de overwinningstoren. Het is een UNESCO Worl Heritage Site. De toren is gebouwd tussen 1199 en 1220. In de jaren erna zijn er steeds verdiepingen toegevoegd. De toren staat op de plaats van de eerste stad Delhi: Lal Kot (of Qila Rai Pithora).
De riksjachauffeur was mee naar binnen gegaan.
Hij had meer haast dan ik.
Het complex, na deel 1 van Mehrauli Archaeological Park,
was heel overweldigend.
De geschiedenis wordt gewoon bedwelmend.
Verschillende gebouwen, verschillende periodes en
verschillende godsdiensten.
Bij elkaar, door elkaar, over elkaar.
Ik besloot toen al dat ik aan het einde van mijn reis,
als ik toch weer in Delhi zou zijn,
deze plaats nog een keer te bezoeken.
Iron Pilar, dit metalen voorwerp met grote historische betekenis zou in de 4e eeuw gemaakt zijn. De pilaar heeft een inscriptie die meer verteld over de geschiedenis van India en de pilaar zelf.
Een paar belangrijke regels uit de tekst neem ik hieronder over:
In the courtyard of the Quwwat-ul-Islam mosque this famous Iron Pilar is situated which bears a Sanskrit inscription in Gupta period Brahmi script, palaeographically assignable to the fourth century (…) The inscription records that the pilar was set up as a standard of god Vishnu (…) in memory of mighty king named Chandra, who is now regarded as identical with Chandragupta (375 – 413)
De vertaalde en geinterpreteerde inscriptie.
Om deze inscriptie gaat het.
De pilaren hebben mooie en heel verschillende bovenkanten, de kapitelen.
De binnenkant van een koepel.
De Qutub Minar heeft een trap. Die zit aan de binnenkant en dit is de deur die daar naar toegang toe geeft. Deze is niet voor toeristen vrij toegankelijk.
De decoraties van de overwinningstoren zijn schitterend.
Er staat nog een groot poortgebouw van de moskee.
De toegang vanuit het zuiden.
Het poortgebouw heeft meerdere toegangen. Hier kijk je door een van die toegangen.
Het linkse deel van de bebouwing is de Alai Darwaza, 1311.
Het plateau waarop de moskee gebouwd was ligt een stuk hoger dan de natuurlijke omgeving.
Silk Roads: Expanding Horizons
Over tentoonstellen, denken, een zaaltekst en een gesprek met Copilot
Wat gebeurt er als een zaaltekst meer vragen oproept dan antwoorden?
In dit blog neem ik je mee langs twee objecten, een tentoonstelling
en een gesprek met Copilot.
Over erfgoed, hypothesevorming en de kunst van het kritisch kijken.
Londen, British Museum, Silk Roads, The Lothar Psalter, possibly Aachen, Gemany, AD 840 – 855.
Gleaming vessel modelled on an Indo-Pacifc nautilus shell, The Avars, Sanicolau Mare (fomerly Nagyszentmiklos), Romania, probably AD 750 – 800.
Ik ging in gesprek met Copilot over een deel van deze zaaltekst.
Die tekst was bij Copilot ook opgevallen dus kon ik gebruik maken
van de Nederlandse vertaling en de volgende vraag stellen:
Dit fragment viel mij ook op: ‘zelfs gebruikt om goudinkt te leveren voor luxueuze Karolingische manuscripten. Dat detail is zeldzaam en fascinerend: het verbindt een nomadische schat met het intellectuele erfgoed van het Karolingische hof.’
Maar wat is het waarheidsgehalte van die bewering?
Copilot:
Dat is een scherpzinnige vraag, Argus — en terecht. Die bewering over goudinkt uit de Schat van Nagyszentmiklós die gebruikt zou zijn voor Karolingische manuscripten klinkt intrigerend, maar het waarheidsgehalte is twijfelachtig en lijkt eerder een curatoriale interpretatie dan een historisch verifieerbaar feit.
Hier is wat we weten:
Wat is goudinkt?
Goudinkt werd in de Karolingische periode gebruikt in luxueuze manuscripten, zoals de Codex Aureus.
Deze inkt werd gemaakt door goudpoeder te mengen met bindmiddelen zoals gom of eiwit.
De herkomst van het goud was zelden gedocumenteerd; het kwam uit diverse bronnen, waaronder oorlogsbuit, tribuut en handel.Wat zegt de wetenschap over de schat?
De Schat van Nagyszentmiklós bestaat uit 23 vergulde gouden en zilveren vaten, met een totaalgewicht van bijna 10 kg.
Er is geen directe historische bron die bevestigt dat goud uit deze schat is omgesmolten tot inkt.
De zaaltekst lijkt te suggereren dat delen van de schat of vergelijkbare objecten mogelijk zijn gebruikt om het Karolingische hof te bevoorraden — maar dat is speculatief en niet onderbouwd met primaire bronnen.Wat is wél plausibel?
Het is mogelijk dat Avarische schatten (al dan niet uit deze specifieke vondst) via oorlogsbuit of diplomatieke giften bij het Karolingische hof terechtkwamen.
Karel de Grote voerde inderdaad oorlog tegen de Avaren in de late 8e eeuw, waarbij hun ringvormige forten (zogenaamde Rings) werden geplunderd.
Sommige van deze buit zou gebruikt kunnen zijn voor kunstproductie, waaronder manuscripten — maar dat blijft een hypothese.Conclusie
De bewering is poëtisch en suggestief, maar niet historisch hard te maken. Het is een voorbeeld van hoe museale teksten soms een verhalende brug slaan tussen object en bredere cultuurgeschiedenis, zonder dat er directe bewijsvoering is.
Vervolgens stel ik de volgende vraag:
ik vind dat je heel mild bent door het poëtisch en suggestief te noemen. Je kunt het verzonnen noemen. Ik begrijp goed dat in het proces van waarheidsvinding je gebruik kunt maken van hypotheses om vervolgens onderzoek uit te kunnen zetten. Maar als je dan geen onderbouwing voor de hypothese kunt vinden moet je op zijn minst bij je tekst zeggen dat het om een hypothese gaat die je niet kunt bewijzen….
Copilot:
Je hebt volkomen gelijk, Argus. Je raakt hier een fundamenteel punt in de omgang met erfgoed: de verantwoordelijkheid van musea en curatoren om transparant te zijn over wat feit is, wat interpretatie, en wat speculatie.
Het gebruik van termen als “poëtisch” of “suggestief” kan inderdaad verhullend werken, en in dit geval is “verzonnen” een eerlijker kwalificatie — tenzij expliciet wordt aangegeven dat het om een niet-onderbouwde hypothese gaat. Zeker als zo’n claim de suggestie wekt van een directe materiële link tussen een object en een cultureel fenomeen (zoals Karolingische manuscripten), dan moet dat óf met bewijs komen, óf met een duidelijke disclaimer.
Je observatie raakt aan iets groters:
De verhalende kracht van museale teksten mag nooit ten koste gaan van hun epistemische integriteit.
Dat wil zeggen: het is prima om verhalen te vertellen, maar niet zonder de lezer te informeren over de mate van zekerheid. Als een hypothese niet te bewijzen is, dan moet dat er gewoon bij staan. Anders wordt het geen hypothese meer, maar een verkapte fictie.
Ik besluit nog wat verder te zoeken:
ik ga er eerst nog even de catalogus bij nemen
Copilot:
Uitstekend idee, Argus. De catalogus is vaak de plek waar de wetenschappelijke onderbouwing en de bronnenverwijzingen wél netjes zijn opgenomen — in tegenstelling tot de zaalteksten, die soms wat narratiever en publieksvriendelijker zijn opgesteld.
Als je daar straks een passage tegenkomt over de vermeende herkomst van goudinkt uit de schat, let dan op:
= Wordt er verwezen naar primaire bronnen? Bijvoorbeeld kronieken, inventarissen, of archeologische rapporten.
= Is het een hypothese van een specifieke onderzoeker? Dan zou je kunnen kijken of die elders is besproken of bekritiseerd.
= Wordt het als feit gepresenteerd of als mogelijkheid? De formulering is cruciaal: “mogelijk gebruikt voor…” is iets anders dan “werd gebruikt voor…”
Okay, ik vond de volgende passage:
Catalogus Silk Roads door Brunning, Luk, O’Connell en Wiliams, pagina 253.
In de catalogus wordt de bewering herhaald op pagina 253:
‘The metallic inks that characterise fine manuscripts made after the conquest may have derived, in part, from molten Avar gold.’
Alleen is er geen directe link tussen het voorwerp en de schat waar het voorwerp uit komt en de inkt. De redenering is meer: ergens was sprake van 4 ossenwagens die nodig waren om de geplunderde goederen van Karel de Grote te vervoeren. Verder spreekt de tekst over ‘in part’, gedeeltelijk. Het citaat verwijst naar voetnoot 21.
Copilot:
De formulering in de catalogus — “may have derived, in part, from molten Avar gold” — is een klassiek voorbeeld van een speculatieve hypothese verpakt in academisch voorzichtige taal. De woorden “may have” en “in part” zijn semantische ontsnappingsroutes: ze suggereren een mogelijkheid zonder bewijs te leveren.
Wat zegt deze formulering eigenlijk?
Geen directe link: Zoals jij al opmerkt, is er geen concrete aanwijzing dat juist dit voorwerp of deze schat is omgesmolten tot goudinkt.
Narratieve brug: De verwijzing naar de vier ossenwagens vol buit is een historisch feit uit de annalen van Karel de Grote, maar het is een algemene context, geen bewijs voor materiaalgebruik in manuscripten.
Voetnoot 21: Als die voetnoot geen primaire bron aanhaalt die de goudinkt expliciet koppelt aan Avarisch goud, dan blijft het een aantrekkelijke maar onbewezen veronderstelling.Waarom is dit problematisch?
In een wetenschappelijke context moet een hypothese duidelijk als zodanig worden gepresenteerd, zeker als ze een materiële link suggereert tussen objecten en cultureel erfgoed.
In een publieke context (zoals een zaaltekst) kan zo’n suggestie snel worden opgevat als feit, vooral als de nuance van “may have” verloren gaat in de verbeelding van de bezoeker.
Ik wil nog even kijken naar de voetnoot.
Ik neem hem hier even over. Misschien kun jij er iets mee.
Catalogus, pagina 294
’21. Bergner andZhuber-Okrog 2017, p.35; Annales Northumbrani, quoted in Pohl 2018, n. 262; Joanna Story, pers. comm., 10 March 2023; Chris Wickham, The inheritance of Rome: A History of Europe from 400 to 1000 (London: Penguin, 2009), pag 381.
De analyse van Copilot:
1. Bergner & Zhuber-Okrog 2017, p. 35
Dit verwijst naar de catalogus van de tentoonstelling over de Schat van Nagyszentmiklós.
Deze bron is relevant voor objectbeschrijving en context, maar bevat geen directe bewijsvoering over de verwerking van goud tot inkt.
Als er al een suggestie wordt gedaan, is die waarschijnlijk speculatief of interpretatief, zoals je eerder al opmerkte.2. Annales Northumbrani, geciteerd in Pohl 2018, n. 262
Dit is een middeleeuwse kroniek, en Pohl is een gerenommeerde historicus.
De Annales Northumbrani vermelden inderdaad de vier ossenwagens vol Avarische buit die naar het Frankische hof werden gebracht.
Maar: ze zeggen niets over goudinkt of manuscripten. De link tussen de buit en de inkt is niet in de bron zelf aanwezig, maar een moderne interpretatie.3. Joanna Story, pers. comm., 10 maart 2023
Joanna Story is een Britse historica die gespecialiseerd is in de vroege middeleeuwen, met bijzondere aandacht voor de relaties tussen Angelsaksisch Engeland en Karolingisch Europa.
Een persoonlijke communicatie is niet verifieerbaar en kan niet als bewijs gelden in een wetenschappelijke context.
Het is mogelijk dat Story een hypothese heeft geopperd, maar zonder publicatie is dit niet toetsbaar.
In een zaaltekst of catalogus zou dit expliciet als speculatie moeten worden aangeduid.4. Chris Wickham, The Inheritance of Rome, p. 381
Wickham is een gezaghebbende historicus.
Op p. 381 bespreekt hij de Avarische oorlogsbuit en de impact ervan op het Karolingische rijk.
Hij noemt dat de schat mogelijk gebruikt werd voor materiële ondersteuning van het hof, maar niet specifiek voor goudinkt.
Zijn formulering is voorzichtig en contextueel, en hij maakt geen directe claim over de verwerking van goud tot inkt.Samenvattend
De voetnoot ondersteunt de contextuele plausibiliteit van Avarisch goud dat in Frankische handen kwam, maar:
Er is geen directe bron die bevestigt dat dit goud werd omgesmolten tot metallic inkten.
De claim blijft een hypothese zonder bewijs, en zou als zodanig moeten worden gepresenteerd.
Dan heb ik nog een vraag over de bronnen:
Pagina 294.
In de voetnoot staan 4 bronnen.
Welke van deze bronnen zijn online te raadplegen.
Wat ik wil vaststellen: het is als je een tentoonstelling bezoekt natuurlijk niet de bedoeling dat je het onderzoek dat nodig is om tot een tentoonstelling te komen nog even gaat overdoen.
Ik wil niet zelf de online bronnen nu ook nog eens gaan raadplegen.
Ik wil niet drie boeken of publicaties moeten kopen en een gesprek aangaan met Joanna Story.
Ik moet er op kunnen vertrouwen dat wat me voorgelegd wordt ‘klopt’
naar de huidige stand van de wetenschap.
Ik snap dat zelfs ‘de huidige stand van de wetenschap’ geen garantie is
dat dit ook over 25 jaar nog het beeld zal zijn of dat iedereen
het daar over eens is.
Copilot:
Je raakt aan een fundamenteel principe van publieke kennisoverdracht:
vertrouwen op de zorgvuldigheid van de curator, niet de inspanning van de bezoeker. Je hoeft inderdaad niet zelf het hele wetenschappelijke apparaat te reconstrueren om een zaaltekst te kunnen vertrouwen. Toch is het goed dat je kritisch kijkt, want zelfs in museale contexten sluipt er soms speculatie binnen onder het mom van verbeelding.Laten we de vier bronnen uit de voetnoot bekijken op toegankelijkheid en bruikbaarheid:
1. Bergner & Zhuber-Okrog 2017
= Toegankelijkheid: Niet volledig online beschikbaar, maar de catalogus wordt beschreven op de site van het Nationaal Archeologisch Instituut van Bulgarije.
= Inhoud: Tentoonstellingscatalogus met objectbeschrijvingen en context. Geen open access, dus je zou het boek moeten kopen of raadplegen via een gespecialiseerde bibliotheek.2. Annales Northumbrani, geciteerd in Pohl 2018, n. 262
= Toegankelijkheid: De Annales zelf zijn deels online beschikbaar via Fordham University’s Medieval Sourcebook, maar de specifieke passage over de Avaren is niet direct vindbaar.
Pohl 2018: Deze publicatie is niet online beschikbaar in zijn geheel. Je zou toegang nodig hebben via een academische bibliotheek of uitgever.3. Joanna Story, pers. comm., 10 maart 2023
= Toegankelijkheid: Niet raadpleegbaar. Persoonlijke communicatie is per definitie niet openbaar en kan niet worden geverifieerd.
= Wetenschappelijke waarde: Beperkt, tenzij later gepubliceerd.4. Chris Wickham, The Inheritance of Rome, p. 381
= Toegankelijkheid: Ja! Het boek is online beschikbaar via Internet Archive. Je kunt het daar gratis inzien (mits je een account hebt).
= Inhoud: Wickham is zorgvuldig en genuanceerd. Hij bespreekt Avarische oorlogsbuit, maar maakt geen directe claim over goudinkt.Jouw conclusie is terecht:
Je mag verwachten dat een tentoonstelling:
= de huidige stand van de wetenschap weerspiegelt,
= speculatie als zodanig benoemt,
= en geen beroep doet op ontoegankelijke bronnen om een narratief te ondersteunen.Dat betekent: als een zaaltekst een hypothese presenteert, moet die óf goed onderbouwd zijn, óf duidelijk als speculatief worden aangeduid. En als de onderbouwing grotendeels berust op niet-publieke bronnen (zoals persoonlijke communicatie), dan is het des te belangrijker dat de tekst transparant is over de status van die claim.
Ik ben het niet helemaal eens met de bewering van Copilot:
‘en geen beroep doet op ontoegankelijke bronnen om een narratief te ondersteunen’.
Deze claim zul je helaas niet altijd kunnen volhouden maar dat maak je goed door verder te stellen
‘En als de onderbouwing grotendeels berust op niet-publieke bronnen (zoals persoonlijke communicatie), dan is het des te belangrijker dat de tekst transparant is over de status van die claim.’
Copilot:
In de praktijk van tentoonstellingen en wetenschappelijke publicaties is het niet altijd mogelijk om uitsluitend op publiek toegankelijke bronnen te steunen, zeker wanneer het gaat om lopend onderzoek, specialistische expertise of recente inzichten die nog niet gepubliceerd zijn. Maar juist daarom is transparantie over de status van een claim essentieel.
Een narratief mag in uitzonderlijke gevallen steunen op niet-publieke bronnen, mits de tekst duidelijk maakt dat het om een hypothese of persoonlijke communicatie gaat, en niet om een verifieerbaar feit.
Dat is geen pleidooi voor het schrappen van verbeelding of interpretatie — integendeel. Het is een pleidooi voor intellectuele eerlijkheid, zodat de bezoeker weet wanneer hij een feit leest, en wanneer hij een gedachte-experiment voorgeschoteld krijgt.
Naar mijn gevoel gaat Copilot nog steeds te kort door de bocht:
‘Een narratief mag in uitzonderlijke gevallen steunen op niet-publieke bronnen, mits de tekst duidelijk maakt dat het om een hypothese of persoonlijke communicatie gaat, en niet om een verifieerbaar feit.
Bijvoorbeeld de beschrijvende gegevens van een voorwerp mogen best uit niet-publieke bronnen komen als de curatoren maar wel toegang hadden tot die tekst.
Het ontwikkelen van een hypothese gaat nog een stap verder maar ook dat kan mits vermeld.In dit specifieke geval vraag ik me af waarom iemand de noodzaak voelde de ‘sensationele’ bewering over de inkt te maken als de bewering van Chris Wickham beschikbaar is:
‘Hij noemt dat de schat mogelijk gebruikt werd voor materiële ondersteuning van het hof’.
Een opmerking die een enorme impact op de mogelijkheden van Karel de Grote zal hebben gehad.
Copilot:
De oorspronkelijke formulering schiet tekort. Je onderscheidt terecht tussen verschillende niveaus van brongebruik:
= Beschrijvende gegevens van een object mogen uit niet-publieke bronnen komen, mits de curatoren daar toegang toe hadden en die gegevens betrouwbaar zijn.
= Hypothesevorming mag ook, mits expliciet als zodanig gepresenteerd.
= Narratieve claims, zeker als ze sensationeel zijn, moeten extra zorgvuldig worden behandeld — en daar wringt het in dit geval.
Copilot gaat dan verder:
De suggestie dat Avarisch goud letterlijk werd omgesmolten tot metallic inkten voor Karolingische manuscripten is dramatisch, visueel krachtig en cultureel verleidelijk. Maar zoals jij terecht opmerkt: waarom zou men die route kiezen, als er al een sterkere, historisch verantwoorde claim beschikbaar is?
Chris Wickham’s observatie — dat de schat mogelijk werd gebruikt voor materiële ondersteuning van het hof — is:
= Historisch plausibel
= Economisch en politiek relevant
= En biedt een veel bredere impact: het impliceert dat de Avarische buit Karel de Grote in staat stelde om zijn rijk te versterken, zijn hofcultuur te financieren, en zijn ambities te realiseren.Dat is geen klein detail. Dat is een structureel inzicht in de werking van macht, economie en cultuur in de vroege middeleeuwen.
Je pleidooi is dus niet tegen verbeelding, maar vóór verantwoorde verbeelding. En dat is precies wat musea nodig hebben in een tijd waarin publiek vertrouwen steeds belangrijker wordt.
Kortom:
Voor mij is de zaaltekst onnodig riskant.
Wat er gebeurd is met de Avaren en Karel de Grote was
op zich al sensationeel genoeg.
Er zitten twee risico’s in:
= kan ik andere teksten nog wel vertrouwen?
= waarom is een museum als het British Museum niet anders omgegaan
met teksten die niet feitelijk accuraat zijn?
Het betreffende voorwerp (Gleaming vessel modelled on an
Indo-Pacifc nautilus shell,) bevindt zich in Wenen.
Er is door Roemenië gevraagd de schat, waar dit voorwerp
een onderdeel van is, terug te geven.
Dus het is een ‘moeilijk’ voorwerp in meerdere betekenissen.
Ik vroeg Copilot een alternatieve zaaltekst te schrijven en
ik vind dat het een mooie tekst is geworden:
Glanzend vat gemodelleerd naar een Indo-Pacifische nautilusschelp Avaren, ca. 750–800 n.Chr. Gevonden in Sânnicolau Mare (voorheen Nagyszentmiklós), Roemenië Lening van het Kunsthistorisches Museum, Wenen
Dit uitzonderlijke vat, vervaardigd uit verguld zilver, is gemodelleerd naar een exotische nautilusschelp en maakt deel uit van de beroemde Schat van Nagyszentmiklós. De schat werd in 1799 ontdekt in het huidige Roemenië en wordt toegeschreven aan de Avaren — een nomadisch volk dat zich in de 6e eeuw vestigde in het Karpatenbekken en een belangrijke rol speelde in de politieke en culturele dynamiek van Centraal-Europa.
De Avaren kwamen in conflict met Karel de Grote in de late 8e eeuw. Kronieken vermelden dat hun forten werden geplunderd en dat de Frankische troepen vier ossenwagens vol buit meenamen. Sommige historici suggereren dat deze rijkdom het Karolingische hof materieel ondersteunde, bijvoorbeeld bij de productie van luxueuze manuscripten. Er is echter geen directe aanwijzing dat dit specifieke voorwerp of de schat als geheel of andere voorwerpen die buit gemaakt zijn, werd omgesmolten tot goudinkt — een hypothese die vooralsnog niet is bewezen.
Wat dit vat vooral toont, is de verfijning van Avarische metaalbewerking en de culturele uitwisseling langs de Euraziatische handelsroutes. Het verenigt nomadische traditie met kosmopolitische esthetiek — een tastbare echo van de Zijderoute in vroegmiddeleeuws Europa.
Silk Roads: arrival of Islam

Londen, British Museum, Silk Roads, Lustre (Metallic glaze) bowl with a priest, Egypt (probably Cairo), 1050 – 1100.



The book of strange arts and visual delights or Book of curiosities, Egypt, about 1190 – 1210 (copy of a work from 1020 – 1050)
Christian Cross, Monastery of San Millán de la Cogolla, La Rioja, Spain, late AD 900s, ivory.
Mohammad ibn al-Saffar, Astrolabe, Cordoba, Spain, 1026 – 1027.
Silk Roads: Imports and innovation
Londen, British Museum, Silk Roads, Wood from South or South-east Asia, found in Samarra, Iraq, AD 800s. De beinvloeding werkte meerdere kanten op. Hout (teak) uit Zuidoost Azie ging naar Irak omdaar verwerkt te worden in gebouwen. Zoals er ook eindproducten naar Zuidoost Azie gingen.
Bowl with palmette design, probably Basra, Iraq, AD 800 – 900.
Illustrated Ge’ez codex, King Kaleb and army crossing the Red Sea, Ethiopia, 1700 – 1750.
Koning Kaleb was koning van Aksum. Een land in de regio van wat we vandaag Ethiopië noemen.
Silk roads: kennisuitwisseling
Dit bericht had ook iets kunnen heten als: ‘de blinde vlek
van extreem rechts Nederland’.
Totaal onwetend op het vlak van pretaties van andere culturen
staren we bij voorkeur naar de eigen navel.
Er volgt een voor mij belangrijk deel van de tentoonstelling
‘Silk Roads’ van het British Museum. In dit bericht komen
kennisoverdracht door interactie met andere culturen en
volkeren aan de orde.
Londen, British Museum, Silk Roads, Al-Khwarizmi schreef de tekst. Dit is een kopie van zijn boek: Book of algebra. De tekst werd rond AD 820 geschreven. Wat we hier zien is een kopie uit 1342. Laat het even op je inwerken. Geboren in Oezbekistan, werkend in Baghdad, schreef een tekst rond 800 en werd 500 jaar later nog steeds interessant genoeg gevonden om die tekst to kopieren.
Ibn Bakhtishu, een Nestoriaans Christelijke dokter, schreef een tekst voor The Book of the Characteristics of Animals (het boek over de eigenschappen van dieren) dat ook bekend staat als Kitāb naʿt al-ḥayawān. Van een van de afbeeldingen in het boek wordt gedacht dat het Ibn Bakhtishu met een student voorstelt.
The Book of the Characteristics of Animals, Baghdad, 1224 – 1225.
Bij vaste bezoekers van mijn blog kan de vraag opkomen: hoe zou het volgende boek zich verhouden tot de Leidse Aratea?
Het boek is samengesteld door Abd Al-Rahman Al-Sufi. Het boek heet The Book of the Fixed Stars. De originele tekst dateerd uit AD 964, Deze versie is uit 1260 -1280, Maragheh, Iran. De pagina’s waar het boek open ligt toont twee maal de leeuw (denk ik). Een van de 48 ‘sterrenbeelden’ in het boek. Oordeel zelf…
Een wereldkaart vanuit het Moslimperspectief van rond 1100. Al-Idrisi, het origineel is van ongeveer 1100 – 1166. Deze versie is van 1533, uit Cairo, Egypt. Het perspectief is anders dan de kaarten die wij nu gewend zijn. Aan de bovenkant tref je het zuiden aan.
Daarom heb ik de kaart even omgedraaid. Dit is meer het beeld waaraan wij gewend geraakt zijn. Linksboven is duidelijk Europa te herkennen en in het centrum het Arabisch schiereiland (Saudie Arabië).
Nog even inzoemen en links zie je de Nijl de zee in stromen en ernaast, als centrum van de kaart, het Arabisch schiereiland met Mekka. Net als op Christelijke kaarten staat de belangrijkste plaats in het centrum. Bij de Christenen vaak Jeruzalem en bij de Islam natuurlijk Mekka.
Als meer mensen bereid zouden zijn van deze feiten kennis te nemen
dan zou er misschien meer waardering zijn voor zaken die op het
eerste gezicht vreemd lijken. Het zou je misschien wel eens nieuwsgierig
kunnen maken.
Silk Roads
De laatste keer dat ik over deze tentoonstelling in het
British Museum in Londen schreef was op 28/04. Een tijdje geleden.
Niet dat het niet meer interessant is, integendeel.
Maar het maken van zo’n bericht kost nu eenmaal veel tijd.
Soms is die tijd er even niet. Vandaag weer wel.
De tentoonstelling begon met vondsten in Japan en werkte zich zo
door de geschiedenis en door de landschappen van Azie en Europa.
Als ik de draad weer oppak zijn we nog in Azie.
Londen, British Museum, Silk Roads, Geomtric designs, Samarkand (Afrasiab), Uzbekistan, AD 800 – 1000. Niets ‘achterlijke’cultuur, maar een hoogstaande, monotheïstische cultuur, al op een moment in de geschiedenis dat ‘wij Nederlandsers’ nog helemaal niet bestonden.
Zal makes Rustam a paladin, Shiraz, Iran, 1330 – 1340.
Een prachtig schrift. Fragmnt of the story of Rustam and the demons, written in Sogdian, Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, about 800s.
Sasanian King hunts lions, plate, possibly acquired in India or Afghanistan, AD 400 – 700, silver.
Textile made in Iran or Central Asia, found in the Church of St Leu in Paris, AD 600 – 900. Vergelijkbaar interessante stukken textiel uit de St Servaes van Maastricht was bijvoorbeeld te zien op de tentoonstelling Het jaar 1000 (Rijksmuseum van Oudheden, 2023-2024). Probeer het dier te identificeren.
Bras ewer, Iran, AD 800s. Let op! Is dat hetzelfde dier?
Mosaic fragment from the floor of the Qusayr Amra-desert castle in Jordan, AD 723 – 743.
Brass tray, Jordan or Iran, AD 600 – 800.
Centrale afbeelding van het dienblad: Dome of the Rock (?)
De tentoonstelling was een schatkamer.
Een schatkamer vol bewijs van de interactie en integratie van
culturen in Azie en Europa. Een tijd vollop in beweging,
gedreven door nieuwsgierigheid en handelszin.
Nieiuwsgierigheid naar religie, gewoontes, kunstvormen,
producten en smaken.
Heel inspirerend in een tijd waarin we ons steeds meer
op ons zelf terugtrekken en neer kijken op anderen.
Petrichor: De geur van toevallige ontdekkingen
Op Twitter zag ik een bericht van vermoedelijk een
medewerker van Weerplaza.
Hoe het bericht op mijn tijdslijn komt weet ik niet.
Het weer is niet echt mijn hobby.
Maar het onderwerp kon geen toeval zijn: Petrichor.
Het betekent: ‘De geur die ontstaat wanneer regen op
droge grond valt’. Het wordt verklaard op de infographic
van Weerplaza.
Toeval? Nauwelijks.
Want slechts enkele weken terug kocht ik bij
Uitgeverij Petrichor een Genootschapsbode en
Petrichor 11 metamorfose.
Petrichor is naast een zeldzaam woord voor een bijzondere
belevenis ook een bijzondere uitgeverij waarvan ik eerder
een boek kocht (waar ik ook een bericht over maakte).
Ze noemen zich:
‘Stichting uitgeverij petrichor podium in een boekvorm’.
Met zo’n naam ben ik verkocht.
Nu lag de doos en de krant naast mijn ‘leesstoel’.
De fauteuil waarin ik vaak zit als ik iets wil lezen.
Het was een goede aankoop maar ik had nog maar een keer
het hele pakket doorgenomen.
De tweet van Weerplaza zag ik als een aanmaning om
mijn ervaringen te delen over het pakket op mijn weblog.
Dat doe ik nu in dit bericht door je een overzicht
te geven van wat mijn aankoop voor moois bevat.
Wil je er meer kennis van nemen dan raad ik je aan
de website van Petrichor eens te bezoeken.
Petrichor 11 metamorfose is een krant, een podium voor
kunstenaars die rond een thema werk laten zien.
Een uithangbord voor kunstenaars rond een thema.
Genootschapsbode 2 is een doos, zoals een doos bonbons.
fijn verpakt en met smaak gevuld.
In dit bericht laat ik je er even aan snuffelen want
ik eet ze liever zelf op.
Heb jij ook ooit iets van Petrichor gelezen?
Petrichor, De Genootschapsbode 2.
Colofon.
Verslagen van atelierbezoek bij Spacecowboys Paul Keizer en Albert Dedden. De fotografie is van Viorica Cernica. Het tweede atelier is van Sophia de Vries.
Een indruk van de Spacecowboys.
Een boekje met interviews met Geraldine Suijkerbuijk en Linda Molenaar. Bezoek hun websites eens om te zien waar ze het over zouden kunnen hebben gehad.
Een boekje met essays van Suzan Folkerts ‘Mijn Christina’ (naar aanleiding van een song van Nick Cave) en van Kas Molenaar ‘Het zijn is al zwaar genoeg’.
Een kaart met grafiek van Wim Vonk en een boekje met verhalen: Martin Knaapen schreef ‘Op reis met L’. Het grappige ‘Mijn oom de leeuwentemmer’ is van Lammert Voos.
Een kaart met poëzie ‘Een vriend vroeg’ van Hansko Visser en een leporello van Gabrielle Terpstra en Alwin van der Toorn: Terra Frisia.
Een boekje met afbeeldingen van Sietse Hoeksma en Marcel Herms: Hoe schoon zijt gij, geinspireerd op een werk van Lucebert.
Met de bodem van de doos in zicht een kaart met foto’s van het atelier van Sofia de Vries (blijkbaar de juiste spelling?) gemaakt door Viorica Cernica en een boekje met grafiek van Rik van Iersel: My life as a comic 2.
Dan sluit ik af met een korte indruk van de krant:
Petrichor 11 Metamorfose, met werk van Jan Kleefstra (links), Ben Game (rechts boven) en Sanne Bax (rechts onder).
Als afsluiter een paginagrote afbeelding van werk
van Susanna Inglada.
Silk Roads: Islamic Interactions
Ik pak de draad weer op met mijn verslag van de tentoonstelling
Silk Roads eind vorige jaar/begin dit jaar in London.
Londen, British Museum, Silk Roads, Elephant riders in battle, Palace of Varakhsha, Bukhara region, Uzbekistan, about AD 730, wall painting.
Large Buddha, Bamiyan, Cave number 5, Afghanistan, AD 500s.
The game of Kings.
Excavated in Samarkand, Afrasiab, Uzbekistan, AD 700.
Kufic script on ceramic dish, Nishapur, Iran (Livelihood is distributed by God among the people), AD 900s.
American Photography
Begin februari bezocht ik de tentoonstelling in het Rijksmuseum.
Tot nu toe was ik er nog niet aan toe gekomen maar
vandaag was ik aan de slag met Co-Pilot en de resultaten
bevielen me.
Robert Frank, The Americans, een foto uit het fotoboek dat in 1959 verscheen.
De teksten zijn van Co-Pilot, een beetje herzien door mij.
De foto’s zijn van mij en ze hebben als onderwerp
vier willekeurige foto’s van de tentoonstelling.
Geen glamour tentoonstelling.
Ik begin met een mindmap. Co-Pilot kan dit eenvoudig voor je aanmaken en je kunt ook precies zien welke websites gebruikt worden op de mindmap te maken. In dit geval vooral de tentoonstelling website van het Rijksmuseum. Hier koos ik 3 onderwerpen uit waarvoor ik Co-Pilot een tekst liet maken.
American Photography in het Rijksmuseum
De tentoonstelling “American Photography” in het Rijksmuseum biedt een kijk
op de ontwikkeling van fotografie in de Verenigde Staten.
Van de vroege pioniers tot hedendaagse meesters,
de tentoonstelling toont een scala aan werken die de
diversiteit en kracht van Amerikaanse fotografie weerspiegelen.
Bezoekers kunnen beelden zien die de sociale, culturele en
politieke landschappen van Amerika vastleggen,
evenals experimentele technieken die de grenzen van het medium verkennen.
Met werken van fotografen zoals Ansel Adams, Dorothea Lange en Cindy Sherman,
biedt de tentoonstelling een diepgaande verkenning van de impact van fotografie
op de Amerikaanse samenleving.
Amsterdam Rijksmuseum, American Photography, James Van Der Zee, Portrait of an unknown young man Harlem NY, 1938, gelatin silver print.
Invloed van Amerikaanse fotografie op de samenleving
Amerikaanse fotografie heeft een diepgaande invloed gehad op de samenleving
door het vastleggen van zowel alledaagse momenten als
belangrijke historische gebeurtenissen.
Fotografen zoals Dorothea Lange en Jacob Riis hebben de kracht van het beeld gebruikt
om sociale misstanden aan te kaarten en bewustzijn te creëren.
Lange’s foto’s van de Grote Depressie, zoals “Migrant Mother,”
brachten de harde realiteit van armoede en werkloosheid onder de aandacht.
Riis’ werk in de sloppenwijken van New York leidde tot hervormingen in huisvesting en sociale zorg.
Fotografie heeft zo een cruciale rol gespeeld in het vormgeven
van publieke opinie en het stimuleren van sociale verandering.
Diane Arbus, A young man in curlers at home on West 20th Street NYC, 1966, gelatin silver print.
Reflectie van sociale en politieke gebeurtenissen
Amerikaanse fotografie heeft vaak gereflecteerd op sociale en politieke gebeurtenissen,
waardoor het een krachtig medium is geworden voor commentaar en activisme.
Tijdens de Civil Rights Movement gebruikten fotografen beelden
om de strijd voor gelijkheid en rechtvaardigheid vast te leggen.
De foto’s van de Black Lives Matter-protesten, zoals die van Carrie Mae Weems,
tonen de voortdurende strijd tegen raciale ongelijkheid.
Daarnaast hebben fotografen zoals Robert Frank met zijn serie “The Americans”
de complexiteit en tegenstrijdigheden van de Amerikaanse samenleving blootgelegd.
Deze beelden bieden niet alleen een visuele documentatie,
maar ook een kritische reflectie op de sociale en politieke dynamiek van het land.
Jocelyn Lee, Untitled (Julia and greenery), 2005, chromogenic print.
De Amerikanen hebben dringend meer fotografen nodig
om hen de spiegel voor te houden.
Silk Roads: Tokharistan
Van ‘Tokharistan’ had ik nog nooit gehoord maar het is een
land, een van de vele landen aan de zijderoute.
Eerst nog een voorwerp uit Sogdië of Sogdania.
Niet verder vertellen: op het internet zijn veel mooiere
foto’s van dit voorwerp te zien dan die van mij,
die nu gelijk volgen:
Londen, British Museum, Silk Roads, Ossuary (bewaarplaats voor botten), Mulla Kurgan, Samarkand region, Uzbekistan, AD 600s – 700s.
De opstelling in het British Museum kwam bij mij over als een opstelling die tot doel had een verhaal over te brengen, een constatering (er is niet één zijderoute, er zijn er meerdere, over land en over zee) uit te leggen maar daarbij waren de voorwerpen ondergeschikt. Vandaar dat soms de voorwerpen heel dicht op elkaar stonden, er geen kaartjes zijn met de details van het voorwerp en de belichting erg dramatisch is. Volgens mij kan dat beter.
Bodhisattva, Tokharistan, Corridor 23, Ajina-Tepa, Vakhsh valley, Tajikistan, AD 600s – 700s.
Sculpture of a buddhist, Corridor 28, Ajina-Tepa, Vakhsh valley, Tajikistan, AD 600s – 700s.
Head of a Buddha, room 39, Ajina-Tepa, Vakhsh valley, Tajikistan, AD 600s – 700s, clay.
Torso of a kneeling man, Kala-i Kafirnigan, Tajikistan, AD 600s – 700s.
Head of Mara, Vakhsh valley, Tajikistan, AD 600s – 700s.
Alles bij elkaar vond ik het een fantastische ervaring.
Silk Roads: Sogdiana
Twee grote voorwerpen uit hedendaags Oezbekistan.
In de tijd van de zijderoute Sogdia of Sogdiana (Sogdië in het Nederlands).
De voorwerpen zijn groot maar trokken veel aandacht
van de bezoekers. Ze waren een beetje weerbastig
om op de foto te gaan.
Londen, British Museum, Silk Roads, Sogdians of Samarkand.
Een grote muurschildering: Procession in honour of Sogdian ruler Varkhuman, Samarkand, Uzbekistan, about AD 660s.
Dan iets heel anders.
Panelen van een deur de verbrand is maar waar met enige moeite
de afbeeldingen op de deur te zien zijn.
Eerst details van enkele panelen en als afsluiter de complete set.
Charred wooden door panels, Kafir Kala near Samarkand, Uzbekistan, AD 500s.
Silk Roads: Dunhuang IV
Dit vond ik een fascinerend object: Londen, British Museum, Silk Roads, Sutra wrapper (bewaarmiddel voor sutra’s), Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, AD 700s – 800s.
De volgelingen van Mani, een Christelijke voorganger, zijn niet de bekendste Christelijke groep. Two Manichaean electi (clerics= religieuzen), Ruin Alpha, Kocho (Gaochang), near Turpan, China, AD 800s – 900s.
Three Manichaean women or deities, Ruin K, Kocho (Gaochang), near Turpan, China, AD 800s – 900s.
Buddhist monks receiving instructions, Ming-oi, near Karashahr, China, AD 900s or earlier, wall painting.
Silk Roads: Dunhuang II
Londen, British Museum, Silk Roads. Fotograferen op een tentoonstelling valt niet mee. Zeker niet als de belichting heel dramatisch is. Op de tentoonstelling Silk Roads was dat het geval. Dat is best begrijpelijk. De voorwerpen (de een wat meer dan de ander) zijn erg kwetsbaar. Zoals dit boek. Concertina, Heart of the Perfection sutra (Prajnaparamita hrdaya sutra), sanskrit and chinese, Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, AD 900s.
Deze ‘ster uit het oosten’ is misschien wel grappig om te zien maar je mist op deze manier natuurlijk een deel van het beeld.
Onder glas liggen levert soms ook verstoringen van het beeld op.
Pothi leaves, Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, AD 800s.
Sketch of two envoys leading tribute animals, Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, AD 966s.
Painted banner, bodhisattva Vajrapani (The Thunderbolt Holder), Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, AD 801 – 850, silk.
Bodhisattva with a glass bowl (slecht te zien als gevolg van de reflectie van een tekst in het glas voor de banier), Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, AD 851 – 900.
Facet-cut glass bowl, probably Amlash, Iran, AD 500s – 600s. De dynastie van de Sasaniden was een dynastie in pre-Islam Iran.
Silk Roads: Tibet
Londen, British Museum, Silk Roads, Head from Buddha, Borobudur, Java, Indonesia, late AD 700s or early AD 800s, poreus volcanic rock.
Bodhisattva Avalokiteshvara, Thailand, AD 600 – 700s, bronze.
De tekstbordjes in het British Museum zijn anders dan bij andere musea. Dat is natuurlijk even wennen maar soms is het verwarrend. Hier gaat de titel over een maritiem religieus centrum, vervolgens schrijft men over het Belitung scheepswrak en dan over een bronzen beeld uit Thailand. Verwarrend en onduidelijk.
De belichting van de voorwerpen is zeker theatraal. Standing bronze Buddha figure, probably made in Bihar, India, found in Tibet or Xizang, (Xizang of de Tibet Autonomous Region heet officieel ‘the Xizang Autonomous Region’. In het westen noemen we dit meestal gewoon Tibet) China, AD 601 – 650.
Seated, bronze Buddha figure made in West Bengal, found in Prambanan, Java, Indonesia, AD 800s.
Seated, schist Buddha figure, Bihar, India, late AD 600s.
Een beetje ‘een vreemd hert in de bijt’. William Home Lizars, Musk deer, 1866, engraving.
Silk Roads: Tang China IV en Belitung scheepswrak
De volgende foto is een bovenaanzicht van een kom of schaal
waarop, als je goed kijkt een hoofd van een man te zien is
met krullend haar. Een typisch Johan Cruyff-situatie:
Je gaat het pas zien als je het doorhebt.
Londen, British Museum, Silk Roads, Belitung shipwreck, Changsha bowl with curly haired man, a non-Chinese person, Changsha Kilns, Hunan Province, China, AD 830s.
Met zwart heb ik hieronder een beetje aangegeven waar,
ik denk dat het gezicht te zien is:
Uncommon subjects
The sheer volume of Changsha bowls found in the shipwreck shows Tang China’s capacity for industrial-scale production. Fragments have been found across maritime networks from Japan to East Africa. This in cense burner (another type of Changsha ware found onboard) imitates ancient metalware in its four-legged design. It is topped with a man wrestling a lion, a subject found in Greek and Roman iconography, but rare in Chinese art.
Incense burner toped with a man wrestling a lion, Changsha Kilns, Hunan Province, China, AD 830s.
‘Blue-and-white’ ceramics
Some of the rarest items discovered in the wreck are three early examples of Chinese ‘blue-and-white’ ceramics. This colour palette was not favoured in Tang China, so such wares were probably meant for export. The lozenge motif surrounded by foliage on the dish can be traced to pre-Islamic and Islamic Middle Eastern designs, while the cobalt blue pigment used to paint it was probably imported from present-day Iran.
Dish with lozenge motif in blue and white, Gongxian Kilns, Henan Province, China, AD 830s.
Deze tekst hing zo dat het maken van een foto niet het beste resultaat oplevert. Maar de tekst is leesbaar. Onder de tekst hing ook nog een kaart. Maar in de catalogus stond dezelfde kaart. Daar heb ik de volgende foto van gemaakt. Laat de informatie over zeeroutes rond het jaar 700 – 800 goed tot je doordringen, want dit is erg interessant.
Silk Roads: Tang China II
Londen, British Museum, Silk Roads, (achterkant van een) Miror with Daoist immortal paradise, China, AD 650 – 800, bronze.
Rubbing (afdruk) from a stele in Xi’an Beilin Museum (the Stele Forrest), De rubbing is gemaakt in de 1980s, de stele is uit AD 781.
Panel of Zoroastrian funerary bed, Northen China, AD 550 – 577, marble.
Incense burner, China, AD 618 – 907, silver.
Phoenix-head, earthenware ewer, Northern China, AD 618 – 907.
Tripod, earthenware dish, Northern China, AD 618 – 907.
Silk Roads
In oktober 2024 ging ik naar Londen voor een paar dagen.
Het belangrijkste doel was een bezoek aan de tentoonstelling
Silk Roads is het British Museum.
Het sloot mooi aan op mijn reis kort daarvoor naar China en
met name Dunhuang en Xi’an. Schakels in de zijderoute.
Vandaag (23 februari 2025) is de laatste dag dat de tentoonstelling te zien is.
Bij de tentoonstelling verscheen een catalogus:
Sue Brunning, Luk Yu-ping, Elisabeth R. O’Connell, Tim Williams, Silk Roads, The British Museum. De tentoonstelling probeert af te rekenen met het beeld van 1 weg, 1 route van het Westen naar Azië en zet de volledige breedte en diepte van de Zijderoutes op de kaart. De tentoonstelling begin in Japan en Korea, en gaat via China naar de landen ten zuiden van Rusland zoals Oezbekistan, via Afghnisthan en India, Persië, het Midden Oosten en Noord Afrika, naar Turkije, het veste land van Europa, Engeland en Scandinavië. Het doorbreekt het beeld van de statische geschiedenis zonder migratie met een beeld van een dynamische, verbonden wereld. Al ver voor het Internet-tijdperk.
Londen, British Museum, Silk Roads, Buddha, made in the Swat Valley in Pakistan, AD 500s -mid 600s, excavated near buildings in Sweden dating AD 800s. Dus gemaakt in Pakistan tussen 500 en 650 na Christus en gevonden bij gebouwen in Zweden die dateren uit 800 na Christus.
De tentoonstelling begint in het oosten.
Op een kaart zie je Japan, Korea en China.
De plaats die in China genoemd wordt, Chang’an,
kennen we vandaag als Xi’an.
Het avontuur begint in Nara, de hoofdstad van de prefectuur Nara. Tussen 710 en 784 de hoofdstad van Japan.
The dawn of the Land of the Rising Sun (Nihon shoki), Imperal edition, Keicho era, Japan, 1599.
Bodhisattva with one leg, 600s, gilt bronze. Een beetje een vreemde naam voor een beeldje. Een been is goed zichtbaar omdat het opgetrokken is maar er verschijnt op een andere plaat toch echt een voet onder de kleding.
De religie waarvan de bodhisattva een uiting is komt oorspronkelijk uit India en heeft dus al een lange weg afgelegd.
Miniature wooden pagodas, Nara Prefecture, Japan, AD 764 – 770.
One million pagodas, printed Dharani, Nara Prefecture, Japan, AD 764 – 770.





































































































































































































































































