Van den Vos Reynaerde / The art of bookbinding

Er is weer een stap gezet.
Het project waar ik vandaag weer een stap voor gezet heb
gaat me wel een tijdje zoet houden.
Ik ga een volgend boek maken uit het boek van Peter Goddijn:
Westerse boekbindtechnieken van de Middeleeuwen tot heden.

Aanleiding is het feit dat de Stichting Handboekbinden dit
jaar heeft bestempeld als het jaar van het middeleeuwse boek.
Daarbij hebben ze in samenwerking met Rob Koch van
Atelier de Ganzenweide ‘Van de Vos Reynaerde’ uitgegeven,
in losse katernen.

Het boek dat ik ga proberen te maken is 1.2:
Band met houten platten, gesloten scharnieren, opliggende bindingen,
vaste rug, romaanse aanrijging, chevronkapitaal,
platsluiting en titelraampje [11e eeuw].

Een mond vol.
11e eeuw komt een beetje in de buurt bij het ontstaan van het boek.
Volgens Wikipedia:

Waarschijnlijk werd het geschreven tussen 1257 en 1271.

Maar omdat het de eerste keer is dat ik dergelijk complex boek ga maken
probeer ik de instructies eerst uit op ‘The art of bookbinding’
van Joseph Zaehnsdorf. Een klassieker op het gebied van boekbinden.
Veel jonger natuurlijk.
De versie die atelier de Ganzenweide vorig jaar uitbracht
is van 1903.

Volgens Goddijn moet ik een boekblok nemen van 14 x 21 centimeter.
‘The Art of bookbinding’ is 13,5 x 21 centimeter.
De dikte van het boek komt ook redelijk overeen.

Voor de houten platten ben ik al even op zoek naar hout.
Maar het is niet eenvoudig om een klein stuk MDF of eikenhout te kopen.
Dus daar worstel ik nog mee.
In de tussentijd gebruik ik voor ‘The Art of bookbinding’ de plankjes
van ons voormalige douche-meubel.
Het is geen massief hout zag ik vandaag maar het oppervlakte is mooi glad,
het is 9 mm dik (Goddijn adviseert 10 mm).
Hopelijk lukt het.

IMG_1299VanDenVosReynaerdeTheArtOfBookbindingJosephZaehnsdorfEerstePlat

Hier liggen een paar katernen van The Art of bookbinding op het stuk plank waaruit ik de platten ben begonnen te zagen.


Van den Vos Reynaerde

IMG_1243BoekbindleerGeitEnKalf

Leer voor mijn volgende project. Daar zitten zoveel nieuwe dingen in dat ik eerst een boek ga maken bij wijze van test. De inhoud zal wel degelijk uit echte katernen bestaan. Maar pas het tweede boek zal Van den Vos Reynaerde zijn. Dit boek dat waarschijnlijk geschreven is tussen 1200 en 1300 verdient een middeleeuwse binding. die ga ik proberen te maken.


Het rode leer is geit. De leverancier noemt de kleur oxblood
(ossenbloed). De natuurlijke huid is een halve kalfshuid.
Als het goed is kan ik daar nog een aantal boeken uit maken.

Gelezen: Reynaert de Vos

NielsSchalleyReynaertDeVos

Omdat ik de tekst van ‘Van den vos Reynaerde’ onlangs kocht, in losse katernen van de Stichting Handboekbinden, met de bedoeling het met een middeleeuwse binding in te binden, moet ik me een beetje verdiepen in de achtergrond van het verhaal. een goed begin is dit rijk geïllustreerde boekje.


Het boekje geeft een overzicht van het ontstaan van de tekst,
en beschrijft de ontwikkeling van het gegeven ‘Reynaert de Vos’
in de literatuur door de eeuwen heen.
Met alle literaire en politieke gevolgen van dien met een speciale
aandacht voor de illustraties van al die uitgaves.
Dat laatste is ook zo in het geval van de uitgave
van de Stichting Handboekbinden.
De schrijver van dit boekje is Niels Schalley.

Van den vos Reynaerde

Omdat ik bij de Stichting Handboekbinden moest zijn om
de blokpers op te halen, kon ik gelijk mijn kopie van
‘Van den vos Reynaerde’ meenemen.

IMG_0911VanDenVosReynaerde

De Stichting Handboekbinden heeft als thema dit jaar
het middeleeuwse boek. Een uitgave van ‘Van den vos Reynaerde’
is dan helemaal op zijn plaats.

Even de geschiedenis van deze tekst van Wikipedia:

Van den vos Reynaerde, is een episch dierdicht dat geldt als een hoogtepunt in de Nederlandse middeleeuwse literatuur,
hoewel het gebaseerd is op het Latijnse dierenepos Ysengrimus.
Het telt in totaal 3469 versregels en is geschreven in het Middelnederlands.
Waarschijnlijk werd het geschreven tussen 1257 en 1271.

 

In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, is het verhaal geen fabel,
maar een epos (heldendicht) in de vorm van een dierenverhaal.
Wel is het verhaal duidelijk geïnspireerd op veel bekende fabels uit de Oudheid.

 

Het verhaal zou in de 13e eeuw zijn geschreven door een zekere Willem,
over wie in de eerste regels gezegd wordt dat hij nog iets anders gemaakt heeft,
namelijk Madocke (tegenwoordig: Madoc) (Willem die Madocke maecte; in moderne versies vaak: Willem die ook Madoc schreef).
Nog een aanwijzing is dat men bij de laatste verzen van het verhaal een acrostichon opmerkt: BI WILLEME.
Deze vermeldingen worden echter ook wel gezien als een parodie op middeleeuwse auteursprologen en slotwoorden.
Volgens Jacob van Maerlant schreef rond 1200 de Vlaamse dichter Willem van Hulst een verhaal “De reis van Madoc”,
gebaseerd op het leven van de 12e-eeuwse, Welshe troonpretendent Madoc ap Owain.
Een andere mogelijke kandidaat is Willem van Boudelo, alias Willem Corthals.

 

De wortels van het Reynaertverhaal reiken diep in het verleden, tot Aesopus en Phaedrus, de grootste fabeldichters uit de klassieke oudheid.
Een van de directe voorlopers is het omstreeks 1100 in het Latijn geschreven Ysengrimus,
een eerste grote verzameling met fabels en verhalen over dieren met daarin een wolf centraal.
De dieren hebben daar voor het eerst eigennamen.
De dichter van dat werk is vermoedelijk “Magister Nivardus”.
Waarschijnlijk was hij een clericus die zeer goed de situatie van de Sint-Pietersabdij én het religieuze leven in Gent en de wijde omgeving kende.

 

Het Middelnederlandse Reynaertverhaal is echter in hoofdzaak gebaseerd op een Frans verhaal: Le Plaid, letterlijk vertaald ‘het pleidooi’.
Dit verhaal verscheen rond 1160 en was het eerste deel van een grotere verzameling vossenverhalen:
Le Roman de Renart, geschreven door Perrout de Saint Cloude.
De Vlaamse Reynaert volgt tot halverwege de plot van Le Plaid vrij getrouw om dan met Reynaerts tweede biecht een eigen weg in te slaan.

 

Van dit dierenepos is een manuscript integraal bewaard gebleven in het Comburgse handschrift,
een codex die dateert van tussen 1380 en 1425 en afkomstig is uit het Gentse, vermoedelijk uit een kopiistenatelier.
‘Van de vos Reynaerde’ bevindt zich op de folio’s 192 t/m 232.

 

De vijf overgeleverde manuscripten zijn (in volgorde van geraamde ouderdom):

Rotterdams handschrift, perkament, Geldern-Kleef, ca. 1260-1280 (63 deels verminkte verzen, ontdekt in 1933)
Darmstadts handschrift, perkament, Nederlands Limburg, ca. 1275-1300 (287 verzen, ontdekt in 1889)
Dycks handschrift, perkament, Nedersticht/Oost-Holland, ca. 1330-1360 (3393 verzen, ontdekt in 1907)
Comburgs handschrift, perkament, Oost-Vlaanderen, begin 15e eeuw (3469 verzen, ontdekt eind 18e eeuw)
Brussels handschrift, papier, Oost-Vlaanderen, ca. 1400-1415 (369 verzen, ontdekt in 1971)

IMG_0912VanDenVosReynaerdeOorspronkelijkeTekstVolgensHetComburgseHandschriftVertalingWalterVerniers

De versie die door de Stichting Handboekbinden wordt uitgeleverd in samenwerking met Atelier De Ganzenweide bevat een hele serie prachtige illustraties. De illustraties zijn van Gustave van de Woestyne, Wim de Cock en Henri van Straten. De vormgeving was in handen van Jannie de Groot. Dat alles gesteund door het Reynaertgenootschap.


Dat heeft tot gevolg dat er voor mij een extra reden is om een
middeleeuwse boekbinding te gaan maken.
Daar moet ik nog wel even over nadenken.

IMG_0913VanDenVosReynaerdeOorspronkelijkeTekstVolgensHetComburgseHandschriftVertalingWalterVerniers

Maar als ik deze prachtige bladen zie, gaan mijn handen al weer jeuken.


IMG_E0910VanDenVosReynaerdeOorspronkelijkeTekstVolgensHetComburgseHandschriftVertalingWalterVerniers

Deze stapel wordt mijn kopie van ‘Van den vos Reynaerde’.


Wordt vervolg.

Open Dag van de Stichting Handboekbinden

Afgelopen zaterdag was het Open Dag
bij de Stichting Handboekbinden.
We waren deze keer te gast bij de VU in Amsterdam.
Omdat ik nogal wat mensen steeds in de kramp zag
en hoorde gaan bij het nemen van foto’s heb ik
maar een paar, niet zo heel sprekende foto’s bij mijn bericht.

IMG_0719HerreDeVriesJanBoschOpkomstEnOntwikkelingVanDeCodexInDeLateOudheidEnMiddeleeuwen

Er was een lezing die precies in mijn straatje was: Jan Bosch vertelde over een lezing die eerder door Herre de Vries was samengesteld en waarvan we een afdronk kregen. ‘Opkomst en ontwikkeling van de codex in de late oudheid en middeleeuwen’. Ik zou er aan toevoegen ‘…in de westerse wereld’. Een erg interessant verhaal.


IMG_0720Literatuurlijst

Aan het eind van de lezing toonde Jan Bosch een literatuurlijst. Daar zitten een paar titels tussen die ik nog niet kende maar die ik graag wil lezen.


IMG_0726JASzirmaiTheArchaeologyOfMedievalBookbinding

Ik heb meteen de daad bij het woord gevoegd en heb het boek van J.A. Szirmai gekocht: ‘The Archaeology of Medieval Bookbinding’. Ik heb er ook al wat in gelezen en gebladerd.

 

De boekrol en mijn interesse daarvoor was al eerder op mijn blog te zien.
Het was dan ook fantastisch dat er een aantal Joodse boekrollen
te zien waren.
Bij de Estherrol werd speciaal stilgestaan.

IMG_0723DrLieveTeugensEstherrolOfMegilla

We noemen onze cultuur wel de Joods/Christelijke cultuur maar eerlijk gezegd weet ik van die Joodse cultuur niet veel. Daarom was het verhaal van dr. Lieve Teugens over de Estherrol of Megilla zo bijzonder. Zeker haar voorbeeld van de gezongen voordracht met audience participation (we mochten joelen bij het noemen van de naam van de slechterik in het verhaal) was leuk om eens mee te maken.


Er was nog veel meer op de Open Dag.
Te veel om op te noemen.

Een ding dan:
ik heb me ingeschreven voor een exemplaar van
‘Van den vos Reynaerde’ in losse katernen.
Dat wordt een van mijn volgende middeleeuwse projecten.
De uitgave wordt uitgegeven door de Stichting Handboekbinden
en is verzorgd door onder andere Rob Koch.