Waar de lijn verder reikt

– over de rondgang om de stele en wat nog buiten beeld blijft –

Inleiding

In dit derde bericht richten we ons op de zijkant van de votiefstele RCh 110 uit het Museum Rietberg.
Waar de voorzijde een rijk programma van devotie, centrale iconografie en duizend‑Boeddha‑motieven toont,
is de zijkant kleiner van schaal maar inhoudelijk verrassend gelaagd.
De combinatie van kosmische figuren, Boeddha‑voorstellingen en inscripties
laat zien hoe de stele als rondom leesbaar ritueel object functioneerde:
niet alleen frontaal, maar als sculptuur die de kijker langs meerdere vlakken begeleidt.

DSC05581 01 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110Zijkant Top

Zürich, Museum Rietberg, Buddhistische votifstele, China, Provinz Shanxi, Nördliche Wei-Dynastie, datiert 520 CE, kalkstein, geschenk Eduard von der Heydt, RCh 110.


Overzicht van de zijkant

De zijkant is beperkt van formaat, maar iconografisch rijk.

Bovenaan verschijnt een kosmische figuur;
daaronder volgt een verticale reeks van drie Boeddha’s
— een compacte variant op het duizend‑Boeddha‑motief die tegelijk
de centrale as van het object benadrukt.
De inscripties verwijzen vermoedelijk naar donoren of devotionele intenties,
zoals ook op de voorzijde.

Door deze combinatie van kosmische sfeer, centrale iconografie en tekstuele lagen
vormt deze zijde geen bijzaak, maar een geconcentreerde samenvatting
van het bredere programma van de stele.

DSC05581 02 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110Zijkant Top

De figuur aan de top

Bovenaan verschijnt een dynamische figuur met ronde, bijna brilvormige ogen
en opvallend brede dijen.
De vier uitwaaierende vormen rond het lichaam kunnen worden gelezen
als zwierige kleed‑ of energielijnen
— een stilistisch motief dat ook bij Boeddha’s en bodhisattva’s voorkomt,
waar sjaals en linten in brede bogen om het lichaam bewegen.
De ledematen zijn niet menselijk gevormd, maar eerder poot‑achtig,
waardoor de figuur een zwevende, hybride aanwezigheid krijgt.
Zulke wezens fungeren in de vroege Northern‑Wei‑iconografie
vaak als kosmische begeleiders die de verticale as van de stele markeren.

DSC05581 03 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110Zijkant Top

De Boeddha in de nis

In de lagere nis zit een Boeddha in een compacte, ingetogen houding.
De draperie is eenvoudig, de contouren strak, en de expressie sereen.
In contrast met de dynamiek van de bovenste figuur
benadrukt deze voorstelling de rust en stabiliteit die de zijkant draagt.
De combinatie van verticale ordening en stilistische variatie
maakt duidelijk dat deze zijde een eigen rol speelt in de sculpturale logica van het object:
niet als bijzaak, maar als onderdeel van een doorlopend programma
dat rondom betekenis draagt.

Waar de zijkant vooral uit smalle, verticale zones bestaat,
opent de achterkant zich als een veel breder vlak,
met een duidelijke scheiding tussen beeld en tekst.

DSC05582 01 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110 Achterkant

Overzicht van de achterkant

De achterkant van de stele biedt aanzienlijk meer ruimte voor tekst
dan de voorzijde en de zijkant.

Het onderste deel bestaat uit een groot veld van verticale kolommen,
strak geordend in twee lagen boven elkaar.
De kolommen lijken onderling vergelijkbaar van opbouw,
alsof ze uit afzonderlijke tekstgroepen bestaan die in een vast ritme zijn aangebracht.

In de bovenste helft gebeurt juist veel meer.

Twee vervlochten draken vormen een boogvormige omlijsting
rond een centrale Boeddha in een nis.
Daaromheen verschijnen meerdere kleinere figuren:
mythische dieren, zwevende hemelwezens en twee staande figuren
die elk een voorwerp in de hand houden.

De compositie is dicht, gelaagd en duidelijk bedoeld
als een visuele tegenhanger van het grote tekstveld eronder.

DSC05582 02 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110 Achterkant

De verstrengelde draken en de dierfiguren

In het bovenste veld zijn twee grote, verstrengelde draken te zien,
hun lichamen in symmetrische lussen om elkaar heen gedraaid.
Op hun ruggen staan kleine vogelachtige figuren,
net als op de voorzijde van de stele.

Boven de draken bevinden zich twee dierfiguren:
links een langgerekt, slank dier met een gladde, gestroomlijnde vorm
— iets salamander‑achtigs —
en rechts een dier met een ranker lichaam, langere poten
en een gewei‑achtige vorm boven het hoofd,
waardoor het een hert‑achtige indruk maakt.

Zoals marge‑illustraties in handschriften omlijsten deze kleinere dieren
de centrale scène en geven ze ritme aan de bovenste zone.

DSC05582 03 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110 Buddha

De Boeddha

In het midden bevindt zich een zittende Boeddha in een ondiepe nis.
Het gewaad is duidelijk geplooid, met lange, brede lijnen
die in een dicht patroon over de onderhelft van de figuur lopen.

Rond de Boeddha loopt een bladvormige mandorla:
smal bij de basis, het breedst ter hoogte van het hoofd
en vervolgens weer toelopend in een spits einde.
De nis zelf is bovenaan rond afgesloten.
Beide vormen — nis en mandorla — buigen licht naar voren,
maar blijven duidelijk van elkaar te onderscheiden.

De houding van de Boeddha is rustig en symmetrisch, met de handen in de schoot.
De compositie is compact en vormt het stille middelpunt van de drukke bovenste zone.

DSC05582 05 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110 Achterkant

Zwevende figuur met lint

Naast de centrale nis, aan de linkerzijde, bevindt zich in de bovenste positie
een zwevende figuur met uitgespreide armen.
Het lichaam is slank weergegeven, met vloeiende lijnen
die een opwaartse beweging suggereren.
Langs het lichaam lopen smalle, ritmische plooien die de indruk van lichte,
wapperende stof geven.
Rond de figuur loopt één lang lint dat in brede bogen om de armen
en achter de rug door beweegt;
de uiteinden zijn aan weerszijden van het lichaam het duidelijkst zichtbaar
door hun grotere volume.
Beide schouders zijn frontaal zichtbaar;
vanuit die positie is het hoofd naar rechts gedraaid,
in de richting van de corresponderende figuur aan de rechterzijde van de nis.

DSC05582 04 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110 Achterkant

De linker staande figuur met voorwerp

Links van de centrale nis staat een figuur in een geknielde houding.
Het lichaam is compact weergegeven, met duidelijke, parallelle lijnen
op het onderlichaam, met uitzondering van de onderbenen.
Deze lijnen kunnen op een geplooid kledingstuk wijzen.

De figuur houdt met beide handen een langwerpig voorwerp vast
dat niet naar de centrale Boeddha is gericht, maar juist van de nis af wijst.
Het voorwerp heeft geen herkenbare vorm of functie
en laat zich niet als een specifiek attribuut identificeren.

Het bovenlichaam volgt de richting van het voorwerp,
maar het hoofd is omgedraaid en lijkt naar de corresponderende figuur
aan de rechterzijde van de nis te kijken.
Het kapsel is hoog opgestoken in een compacte knot.
De figuur spiegelt in positie en houding met de figuur aan de rechterkant van de nis.

Tekstzone

Het lijkt er op dat er twee lagen tekst boven elkaar staan
op de onderste helft van de stele.
De bovenste tekstlaag bestaat uit drie tekstblokken (A, B en C),
elk opgebouwd uit verticale kolommen die binnen het blok
met hetzelfde karakter beginnen.
De onderste tekstlaag bestaat uit een reeks verticale kolommen
die allemaal met hetzelfde karakter beginnen,
hetzelfde karakter als blok a en C.

Afsluiting

Met dit derde bericht is de rondgang langs de boeddhistische stele
met een rechthoekig silhouet uit het Rietberg Museum voltooid.
Over de drie zijden heen werd zichtbaar hoe het object rondom is vormgegeven,
met uiteenlopende boeddhistische motieven
die in dezelfde Noordelijke Wei‑stijl zijn uitgevoerd.

Zonder de tekst te kunnen lezen blijft onduidelijk
waarom juist deze combinatie van voorstellingen is gekozen;
wat overblijft is het beeld van een stele die als geheel werkt
door haar vorm, ritme en stijl,
eerder dan door een doorlopend theologisch programma.


De lijn die omhoog schuift

– over de opbouw van de voorzijde van RCh 110 –

DSC05578 01 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110VrkantOnd

Zürich, Museum Rietberg, Buddhistische votifstele, China, Provinz Shanxi, Nördliche Wei-Dynastie, datiert 520 CE, kalkstein, geschenk Eduart von der Heydt, RCh 110.


Aan de voet van de stele ontvouwt zich een scène die
tegelijk herkenbaar en verrassend is.

Twee figuren zitten frontaal in kleine architectonische nissen,
niet als donors met attributen, maar in een ingetogen houding
die eerder op devotie wijst.

Tussen hen in staat een centraal ritueel object
— waarschijnlijk een wierookbrander —
dat als een stille as fungeert waar hun aandacht naartoe stroomt.

Boven de nissen waken gestileerde dieren, terwijl de verticale tekstkolommen
het geheel verankeren in een rituele en historische context.

Het is een compact, zorgvuldig opgebouwd register
waarin architectuur, devotie en ritueel elkaar in balans houden.
In de volgende fragmenten kijken we afzonderlijk naar de wierookbrander,
de inscripties en de kleine pagode‑structuren
die dit onderste deel zijn eigen karakter geven.

DSC05578 02 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110VrkantOnd

Rond de wierookbrander ontvouwt zich een kleine
maar betekenisvolle constellatie van namen en woorden.
Links staat een persoonsnaam, rechts een korte dedicatie: 養生,
letterlijk het voeden van het leven. Vertaling Copilot.
Het is een term die zowel lichamelijke zorg als morele en geestelijke cultivering omvat
— een wens voor welzijn, continuïteit en bescherming.

Samen met de namen op en naast het verhoog vormt dit een rituele kring
rond de brander:
het offer staat centraal, de betrokkenen worden genoemd,
en de intentie wordt uitgesproken.
De wierook stijgt op als een gebaar van zorg,
een handeling die het leven ondersteunt en cultiveert,
precies zoals de inscriptie het formuleert.

DSC05578 03 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110VrkantOnd

In de kleine pagode‑ruimte ontstaat een verrassend intieme wereld.
Het dak is een strak, bijna bamboe‑achtig vlak,
met alleen aan de bovenrand een sierlijke lijst die licht omhoog krult.
De kolommen links en rechts zijn aan de bovenkant mooi uitgewerkt.

De figuur daaronder vult de ruimte volledig:
zijn hoofd komt bijna tegen het dak,
zijn handen en knieën raken de linker pilaar,
en de plooi van zijn kleding schuurt langs de rechter pilaar.
Het lichaam lijkt zo in de architectuur verankerd,
alsof de pagode hem niet alleen omkadert maar ook omsluit.

Onder hem buigt de bank licht door, met strak gegraveerde lijnen
en opmerkelijke poten die de scène een bijna huiselijke tastbaarheid geven.

Achter de pagode staat de drager van de parasol, een stille tegenfiguur
met eenzelfde scherpe, hoekige mouw
en een parasol die met subtiel perspectief is weergegeven
— je ziet de buitenkant van de voorkant en de binnenkant van de achterkant.
En dan dat kleine, menselijke detail:
de meest linkse kwast van de parasol paste niet meer in de compositie
en buigt daarom elegant langs de pagode naar beneden,
terwijl in het spiegelbeeld, aan de linkerkant van de stele,
alle kwasten gewoon recht omlaag hangen.

Het zijn precies dit soort oplossingen die de scène haar charme geven:
zorgvuldig, maar nooit star; ritueel, maar toch verrassend dichtbij.

DSC05579 01 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110VrkantMid

In het midden van de stele verschijnt een klassieke drie‑figurenopstelling:
een zittende Boeddha, geflankeerd door twee begeleiders.
De Boeddha zit op een bolle, afgeronde basis, een kussenachtige verhoging
die hem optilt uit de steen.
Het is geen uitgewerkte lotus zoals in latere perioden,
maar een vroege, sterk gestileerde vorm die de verhevenheid van de figuur markeert
en die in de ontwikkeling van de beeldtraditie uiteindelijk
tot de herkenbare lotusdrager zal uitgroeien.

Achter hem buigt een grote mandorla naar voren, als een beschermende schaal
die zijn aanwezigheid omhult.

De twee begeleiders staan links en rechts in een houding
die onmiddellijk een gevoel van symmetrie oproept:
dezelfde positie, dezelfde richting, dezelfde ingetogen aanwezigheid.
Maar zodra je naar de details kijkt,
blijkt dat de beeldhouwer die spiegeling bewust doorbreekt.

De linker begeleider draagt een gewaad dat qua plooien en ritmiek
dicht bij dat van de Boeddha ligt,
terwijl de rechter begeleider een duidelijk ander kledingstuk draagt,
herkenbaar aan de ronde gesp of knoop op de borst.
Eerder zagen we al dat ook de decoratieve rand onder hun voeten subtiel verschilt.

Het is een opvallende keuze binnen een stele die verder juist veel symmetrie kent.
De maker lijkt hier te spelen met een dubbele logica:
de houding schept orde en rust,
maar de details geven de figuren een eigen identiteit.

De symmetrie is dus niet mechanisch, maar levend
— een structuur die ruimte laat voor nuance en verschil.
Zo ontstaat een compositie die tegelijk ritueel en menselijk is:
de Boeddha als stil middelpunt,
de begeleiders als twee verschillende soorten aanwezigheid
die hem omkaderen,
en de mandorla als een visuele aura die de hele scène optilt uit de wereld van steen.

DSC05579 02 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110VrkantMid

Eerder zagen we al een stele waarop het gewaad van de Boeddha
zo breed en zo geometrisch was uitgewerkt
dat het bijna een abstract vlak werd.
Hier gebeurt precies hetzelfde:
de plooien waaieren niet natuurlijk uit, maar vormen een strak geordend patroon
dat zich horizontaal uitbreidt, alsof het lichaam wordt ingebed
in een ritmische, bijna architectonische zone.
Het is een stijlmotief dat de beeldhouwer bewust inzet
— niet om het lichaam te verbergen, maar om het te verankeren
in een wereld van lijnen, ritme en orde.

DSC05579 03 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110VrkantMid

Achter de Boeddha ontvouwt zich een gelaagde achterwand
die de figuur optilt en omhult.

Het begint met een ovaal aureool dat strak rond het hoofd ligt,
een eenvoudige, gesloten vorm die de aandacht naar het gezicht trekt.

Daaromheen ligt een tweede zone: een ring van energie,
opgebouwd uit gestileerde vlamvormen die ritmisch naar buiten wijzen.
Ze zijn niet naturalistisch, maar bijna grafisch
— korte, scherpe uitsteeksels die een pulserende rand vormen,
alsof de steen zelf licht afgeeft.

Daarbuiten verschijnt de grote mandorla, die de hele figuur omvat.
Wat hier bijzonder is, is de manier waarop de bovenrand van die mandorla
naar voren krult.
Het is geen vlak reliëf dat in de steen blijft liggen,
maar een vorm die zich losmaakt van de achtergrond en net iets naar voren komt.
Die lichte kromming geeft de Boeddha een bijna tastbare aanwezigheid:
de mandorla is niet alleen een achtergrond,
maar een soort beschermende schaal die zich naar de toeschouwer toe opent.

Samen vormen deze drie lagen
— het ovale aureool, de ring van gestileerde vlammen
en de naar voren buigende mandorla —
een visuele architectuur van licht.
Ze markeren de Boeddha niet alleen als centraal figuur,
maar als iemand die uit de steen treedt,
gedragen door een aura die tegelijk abstract, ritmisch en verrassend ruimtelijk is.

DSC05580 01 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110VrkantTop

De bovenste zone van de stele vormt een soort hemelse koepel
boven het centrale Boeddha‑trio en de devotionele scène daaronder.

Waar het middengebied de aanwezigheid van de Boeddha in de wereld verbeeldt
— zichtbaar, aanspreekbaar, omringd door begeleiders —
opent de bovenste zone zich naar een ruimere, meer kosmische sfeer.
Hier wordt niet één figuur centraal gesteld, maar een veelheid:
herhalende Boeddha‑beelden, omkaderd door sierlijke, kronkelende draken
die de rand van het veld bewaken en bezielen.

Deze zone fungeert als een overgangsruimte.
Ze tilt de blik van de devotee omhoog,
weg van de concrete handeling van offeren en knielen in de onderste register,
voorbij de herkenbare aanwezigheid van de Boeddha in het midden,
naar een sfeer van overvloed en herhaling die eerder een principe
dan een persoon uitdrukt.

De veelheid van Boeddha‑figuren suggereert niet letterlijk duizend afzonderlijke wezens,
maar een idee van onbegrensde aanwezigheid:
verlichting die zich eindeloos herhaalt, overal en altijd.
De draken die deze zone omlijsten voegen een dynamisch element toe.
Hun kronkelende vormen openen de ruimte, alsof ze de grens
tussen het aardse en het hemelse bewaken én doorlaatbaar maken.
Ze markeren de bovenste zone als een plaats van kracht en beweging,
een sfeer waar transformatie mogelijk is.

In samenhang met de rest van de stele ontstaat zo een verticale beweging:

  • Onder: de menselijke devotie, de handeling, het ritueel.
  • Midden: de Boeddha als aanwezig centrum, herkenbaar en benaderbaar.
  • Boven: de kosmische veelheid, de sfeer van overvloedige verlichting en beschermende krachten.

Deze bovenste zone is dus geen los decoratief veld,
maar een essentieel onderdeel van de verticale dramaturgie van de stele:
een visuele opstijging van het menselijke naar het universele.

DSC05580 02 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110VrkantTop

In de bovenste zone van de stele ontvouwt zich een veld
van kleine, zittende Boeddha‑figuren, elk zorgvuldig in een eigen nis geplaatst.
Op afstand lijkt dit raster bijna perfect symmetrisch:
rijen en kolommen die elkaar strak opvolgen, identieke houdingen,
een ritme dat de blik vanzelf omhoog voert.
De herhaling is hier geen decoratie, maar een principe.
Ze schept een sfeer van overvloed, alsof de steen zelf een ruimte opent
die verder reikt dan zijn fysieke grenzen
— een visuele echo van verlichting die zich eindeloos herhaalt.

Maar zodra je dichterbij komt, begint de steen subtieler te spreken.
De herhaling blijkt geen mechanische kopie,
maar een zorgvuldig opgebouwde veelheid waarin kleine verschillen
een eigen rol spelen.
De plooien op het bovenlijf vormen een eerste laag van variatie:
bij sommige figuren waaieren ze in een zachte, ronde boog uit,
terwijl ze bij anderen een scherpere V‑vorm aannemen.
Die twee patronen geven elk figuurtje een iets andere aanwezigheid
— de ronde plooien open en vloeiend, de V‑vorm meer gecentreerd en ingetogen.

Ook in de ceintuurzone duiken kleine afwijkingen op.
De meeste Boeddha’s dragen gewaad met een smalle, gelijkmatige plooirand,
maar bij twee van de vijftien is het uiteinde breder en uitgesprokener.
Het is een minieme verschuiving, maar precies daardoor valt ze op:
een kleine ademhaling binnen de regelmaat,
een teken dat de beeldhouwer niet simpelweg reproduceerde,
maar telkens opnieuw vormgaf.

Zelfs de gezichten en contouren — op afstand zo uniform — tonen bij nader inzien
lichte verschillen in ronding, diepte en scherpte.
Door deze combinatie van grote symmetrie en kleine variatie
krijgt het duizend‑Boeddha‑motief een bijzondere spanning.
De structuur draagt het idee van een kosmische orde,
een oneindige herhaling van verlichting.
De details herinneren eraan dat die herhaling niet abstract is,
maar door menselijke handen is gevormd:
telkens net anders, telkens opnieuw.
De devotee die naar deze zone kijkt, ervaart zo zowel de rust van herhaling
als de levendigheid van nuance
— een veld waarin orde en variatie elkaar niet tegenspreken, maar juist versterken.

DSC05580 03 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110VrkantTop

Als afsluiting van de bovenste zone komen twee draken samen in een verstrengeling
die zowel krachtig als verfijnd is.
Hun lange, kronkelende lijven bewegen naar elkaar toe,
maar zonder hun eigen positie te verliezen:
de ene kop blijft duidelijk links van de as, de andere rechts.
Het is een ontmoeting zonder versmelting,
een balans tussen nabijheid en behoud van richting.

Waar hun lichamen elkaar raken, ontstaat een zachte spanning
— alsof de steen precies op dat punt een draaibeweging opvangt.
De draken lijken elkaar niet te bestrijden, maar eerder te omcirkelen,
als twee krachten die elkaar herkennen en in evenwicht houden.
Hun ritmische contouren vormen een dynamische omlijsting
van de veelheid aan Boeddha‑figuren daaronder.

Helemaal bovenaan wordt deze ontmoeting verder doorgevoerd.
De tongen van de draken — of sierlijke, lintachtige uitsteeksels —
raken elkaar en lijken zich te knopen tot een floraal motief.
Uit de spanning van twee krachtige wezens groeit zo een ornament
dat bijna bloemachtig is, een lichte, sierlijke bekroning van de hele stele.

De vogels die in het vorige blogbericht al aan bod kwamen,
zijn hier nog net zichtbaar aan de randen.
Ze vormen een rustige tegenstem bij de kronkelende draken:
waar de draken draaien en bewegen,
spreiden de vogels hun vleugels in een stille symmetrie.

Ook in dit fragment is de donkere verticale streep zichtbaar
die over de hele stele loopt.
Die lijn — of het nu een verkleuring, een breuk of een spoor van eeuwen is —
verbindt alle registers met elkaar en herinnert eraan
dat de stele niet alleen een beeldverhaal is,
maar ook een object met een eigen geschiedenis en tijdslagen.

Afronding

Met dit bericht is het middenpaneel van een drieluik rond deze stele voltooid.

In het vorige bericht stond het geheel centraal:
de vorm, de proporties, de eerste indrukken en enkele decoratieve elementen
die de aandacht trokken.

In dit tweede deel hebben we de voorzijde laag voor laag gelezen,
van de devotionele handeling onderaan
via de aanwezigheid van de Boeddha in het midden
tot de veelheid en dynamiek van de bovenste zone.
Zo ontstaat een beeld van een object dat niet alleen verticaal is opgebouwd,
maar ook thematisch: van menselijke nabijheid naar kosmische ruimte.

In het volgende bericht verschuift de blik opnieuw.
Dan gaat het niet langer om de frontale opbouw, maar om wat er gebeurt
wanneer je om de stele heen loopt:
de zijkant, de achterkant, de sporen van tijd en gebruik,
de details die pas zichtbaar worden wanneer je het object als sculptuur benadert
in plaats van als afbeelding.

Samen vormen de drie berichten één volledige ommegang rond dezelfde stele
— een langzame, aandachtige verkenning van een object
dat zich niet in één blik laat vangen.


Waar de lijn begint

– eerste bericht over een boeddhistische stele met een rechthoekig silhouet uit Museum Rietberg –

Introductie

Chinese steles zijn traditioneel tweezijdige monumenten,
maar de twee zijden vervullen niet noodzakelijk dezelfde functie.
In de meeste gevallen ontstaat het onderscheid tussen “voor” en “achter”
niet uit vorm, maar uit gebruik, oriëntatie en inhoud.

De voorkant

De voorkant van een stele is doorgaans de rituele of publieke zijde.
Kenmerkend zijn:

  • Beeldprogramma’s: Boeddha’s, bodhisattva’s, apsara’s, donorfiguren, mythische dieren.
  • Architecturale omlijstingen: nissen, baldakijnen, wolkenbanden, draken.
  • Hiërarchische compositie: een centrale figuur, vaak groter en prominenter.
  • Visuele gerichtheid: deze zijde was bedoeld om gezien te worden tijdens rituelen, processies of devotionele handelingen.

De voorkant is dus de iconografische façade:
de zijde die betekenis communiceert via beeld.

De achterkant

De achterkant van een stele is traditioneel functioneler, administratiever.
Maar dat betekent niet dat zij altijd sober is.
Typische functies zijn:

  • Inscripties: dedicaties, donorregisters, data, formules, gebeden.
  • Documentatie: wie de stele liet maken, waarom, en wanneer.
  • Secundaire beeldmotieven: soms een kleinere Boeddha, hemelwezens of symbolische dieren boven de tekst.
  • Oriëntatie naar de drager: de achterkant kon tegen een muur, rotswand of in een schrijn staan, waardoor de tekst niet voor ritueel gebruik maar voor registratie bedoeld was.

Belangrijk: een “achterkant” kan nog steeds rijk versierd zijn. Het verschil zit in functie en nadruk, niet in de mate van decoratie.

Variatie in de praktijk

Chinese steles vallen grofweg in drie categorieën:

  • Eenzijdige beeldsteles: beeld vooraan, tekst achteraan.
  • Bi-frontale steles: twee volwaardige beeldzijden, elk met een eigen iconografisch programma.
  • Combinatievormen: één zijde met een kosmisch of narratief beeldprogramma, de andere met een Boeddha boven een lange dedicatie-inscriptie.

DSC05577 01 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110

Zürich, Museum Rietberg, Buddhistische votifstele, China, Provinz Shanxi, Nördliche Wei-Dynastie, datiert 520 CE, kalkstein, geschenk Eduart von der Heydt, RCh 110.


Wanneer we de volledige voorzijde van de stele in één blik zien,
wordt duidelijk hoe de algemene principes uit de introductie
zich hier concreet manifesteren.
Dit is een uitgesproken rituele façade, opgebouwd in drie duidelijk leesbare zones
die samen een visueel en theologisch geheel vormen.

Bovenaan ontvouwt zich een veld van kleine Boeddha’s,
een hemelse achtergrond die de centrale figuur omhult
met een sfeer van oneindige emanatie.

In het midden domineert de grote zittende Boeddha,
geflankeerd door twee bodhisattva’s die als bemiddelaars
tussen het transcendente en het menselijke optreden.

De onderzijde vormt een architectonische basis, geen eenvoudige console
maar een rijk gedecoreerde overgangszone
waarin ornament en structuur samenvloeien.

Rondom dit hoofdprogramma loopt een band van decoratieve en symbolische motieven:
een sierlijke vogel, een kronkelende draak, een florale rand en een klein,
bijna speels dier dat de rand levend maakt.
Deze elementen vormen samen een beschermende omheining,
een visuele grens die het sacrale binnengebied markeert.

In deze overzichtsfoto zien we dus niet alleen de voorkant van een stele,
maar een zorgvuldig gecomponeerd ritueel landschap.
De drie zones — top, midden en onderkant —
zullen we in een volgend bericht afzonderlijk bekijken,
zodat de rijkdom van dit programma stap voor stap zichtbaar wordt.

DSC05577 02 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110

Direct onder de voetplaat van de linker bodhisattva
bevindt zich een compact, schildvormig ornament.
Het bestaat uit een cluster van afgeronde vormen die strak tegen elkaar liggen,
als een decoratieve afsluiting van de nis.
Het element heeft geen duidelijke architectonische functie;
het is geen console in klassieke zin, maar een ornament dat de overgang markeert
tussen de figuur en de randzone van de stele.

Onder dit ornament verschijnt een tweede motief:
een klein, dynamisch dier, waarschijnlijk een hert.
Het is weergegeven in een lichte sprong, met een langgerekt lichaam
en een ritmische lijnvoering die de beweging benadrukt.
De gestippelde textuur op het lichaam en de vloeiende contouren
sluiten aan bij een stijl die we kennen uit andere vroeg‑6e‑eeuwse decoraties,
zoals de grafdeuren die we eerder zagen.

Het dier is geen naturalistische weergave, maar een gestileerd figuurtje
dat de rand van de stele visueel activeert.
Samen vormen het schildvormige ornament en het springende hert
een tweedelige decoratieve zone onder de bodhisattva,
waarin de steenhakker zichtbaar speelt met vorm, ritme en textuur.

DSC05577 03 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110

Onder de rechter bodhisattva zien we opnieuw een tweedelige decoratieve zone,
maar de vormgeving verschilt duidelijk van die aan de linkerzijde.

Direct onder de voetplaat bevindt zich een rond ornament,
opgebouwd uit regelmatige, facetachtige segmenten.
Het is een compacte rozet, strak georganiseerd en symmetrisch van opbouw.

Dit staat in contrast met het ornament aan de linkerzijde,
waar de vormen dichter tegen elkaar liggen en omgeven zijn
door een guirlande‑achtige omlijsting.
Die omlijsting vult de ruimte rondom het ornament op en geeft het geheel
een zachtere, meer organische uitstraling.
Aan de rechterkant ontbreekt zo’n omlijsting volledig:
het ornament staat daar vrij, zonder aanvullende randvulling.

Onder de rozet verschijnt opnieuw een dier, maar ook hier is de stijl anders dan links.
Het lichaam is langgerekt en rustiger van houding, met een ronde,
bijna maskerachtige kop.
De contouren zijn vloeiend, maar minder springerig dan het hert aan de linkerzijde.
De decoratieve stippen en de lineaire textuur sluiten wel aan
bij dezelfde beeldtaal, waardoor beide dieren duidelijk
tot één stilistische familie behoren.

Samen vormen de rozet en het dier een pendant van het linker fragment,
maar geen spiegeling.
Links wordt de ruimte rond het ornament verzacht door een guirlande;
rechts blijft het ornament strak en geometrisch.
De steenhakker speelt hier zichtbaar met variatie binnen een gedeelde structuur.

DSC05577 04 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110

Over de voorzijde van de stele loopt een smalle verticale streep
die naar beneden toe geleidelijk breder wordt.
Deze zone wijkt qua kleur duidelijk af van de rest van het oppervlak
en lijkt het resultaat van een latere behandeling of restauratie.
Links van deze donkere strook, net boven de nis met de Boeddha en de bodhisattva’s,
bevindt zich een fraai gehouwen draak.

Het lichaam van de draak is opgebouwd uit een ritmisch patroon van schubben
die de beweging van het dier benadrukken.
De kop is sterk gestileerd, met geometrische vormen die de ogen en snuit markeren.
De hele figuur heeft een lineaire elegantie en een decoratieve helderheid
die onmiddellijk doet denken aan de ornamentiek van de grafdeuren
die we eerder zagen.

Hoewel die deuren van graniet waren en deze stele van kalksteen is gehouwen,
delen beide objecten een opvallend verwante beeldtaal:
dezelfde voorkeur voor vloeiende contouren, dezelfde gestippelde texturen,
dezelfde nadruk op ritme en stilering boven naturalistische weergave.
Het materiaal verschilt, maar de manier van vormgeven is herkenbaar.

In dit fragment gaat het niet om de volledige compositie
van de twee verstrengelde draken aan de bovenkant
— die komt later bij de bespreking van het bovenstuk
— maar om de kwaliteit van dit ene dier, dat in stijl en ritme
duidelijk tot dezelfde visuele familie behoort als de decoraties op de grafdeuren.

DSC05577 05 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110

In de topzone van de stele verschijnt een sierlijke vogelachtige figuur,
los van de grotere compositie waarin hij oorspronkelijk is ingebed.
Het lichaam is langgerekt en opgebouwd uit vloeiende contourlijnen,
met een fijn uitgewerkte textuur die de veren suggereert.
De staartveren waaieren in meerdere gebogen segmenten uit,
alsof de vorm zich ontvouwt langs de logica van de beitel.
Het geheel heeft iets lichts, maar ook iets technisch:
je voelt hoe de manier van hakken de beweging mede bepaalt.

De vormgeving sluit nauw aan bij de decoratieve beeldtaal die we
elders op de stele zien:
een voorkeur voor ritmische lijnen, herhalende patronen en een elegante stilering
die eerder ornamentaal dan naturalistisch is.
Net als bij het hert en de draak ligt de nadruk niet op anatomische precisie,
maar op lijn, ritme en textuur.

De vogel lijkt bijna te zweven binnen zijn eigen kleine kader,
een zelfstandig motief dat de bovenrand van de stele verrijkt.

DSC05577 06 ZürichMuseumRietbergBuddhistischeVotifsteleChinaProvinzShanxiNördlicheWeiDynastieDatiert520CEKalksteinGeschenkEduartVonDerHeydtRCh110

Langs de rand van de stele loopt een sierlijke decoratieve band
die bestaat uit strak gesneden, in elkaar grijpende krullen.
De lijnen zijn vloeiend en ritmisch, alsof ze in één beweging zijn neergezet.

Wanneer je de vormen even niet als abstracte bladvormen leest
maar als kleine pootjes, ontstaat er een bijna speels optisch effect:
het is alsof er kleine wezentjes over de rand bewegen,
een moment dat doet denken aan Escher’s hagedissen die uit hun patroon stappen
en er weer in terugglijden.
Het ornament krijgt daardoor iets levends, alsof het patroon zichzelf
telkens opnieuw wil vormen.

De diepteverschillen zijn zorgvuldig aangebracht.
De krullen liggen niet plat, maar hebben een subtiele schaduwwerking
die het patroon een golvende dynamiek geeft.
Het ornament domineert niet, maar geeft de stele een verfijnde omlijsting
— een randmotief dat zowel aan beide zijden van het bovendeel
als langs het middelste deel terugkeert en zo de verschillende zones van de stele
visueel met elkaar verbindt.

Aan de linkerzijde van dit fragment zien we een eerste glimp van de zijkant van de stele:
één van de drie Boeddha‑figuren en daarboven een bijzonder personage
dat hier slechts gedeeltelijk zichtbaar is.
Hun betekenis en uitwerking komen later in detail aan bod;
voor nu functioneren ze vooral als een ritmische tegenhanger
van de krullende ornamentiek ernaast: strak, verticaal, menselijk
— tegenover het vloeiende, abstracte patroon van de rand.

Afsluiting – de lijn als drager van beweging

Wanneer je de fragmenten van dit eerste bericht naast elkaar legt,
wordt één vormelement steeds nadrukkelijker zichtbaar:
de lijn.
Niet één soort lijn, maar een hele familie ervan.
De draaiende lijnen van de vogelstaart,
de gebogen krullen van de rand,
de korte, ritmische inkepingen in de texturen,
de lange verticale stroken die de stele structureren

— telkens duikt de lijn opnieuw op, in een andere gedaante,
maar met dezelfde helderheid van intentie.

Het is alsof de steenhakker de wereld van deze stele heeft opgebouwd
uit variaties op één enkel gebaar.
Een gebaar dat zich steeds opnieuw uitvindt:
soms sierlijk en licht, soms strak en begrenzend,
soms bijna speels zoals in de rand waar de abstracte bladvormen
even in kleine pootjes veranderen.
De lijn beweegt, stuurt, ordent, en geeft elk fragment zijn eigen ritme.

In dit eerste deel hebben we vooral gekeken naar hoe die lijnen zich tonen
in afzonderlijke details.
In de volgende delen zullen we zien hoe ze samen een grotere structuur vormen
— hoe de beweging van de lijn niet alleen ornament is, maar ook betekenis draagt.


De overvolle hemel

– over een boeddhistische stele waarin figuren zich opstapelen zonder dat hun betekenis helderder wordt –

Inleiding

Ook vandaag toon ik een object uit de verzameling van het Museum Rietberg.
De afgelopen tijd liet ik al verschillende voorwerpen uit hun collectie
van (vroeg) Chinese kunst zien, en vandaag sluit ik daar opnieuw bij aan.

Het China zoals we dat nu kennen bestond in de zesde eeuw nog niet:
het gebied was verdeeld in verschillende staten die elkaar opvolgden,
overlapten en soms abrupt uiteenvielen.
Een van die breuklijnen is de splitsing van de Noordelijke Wei in 534.

Uit die splitsing ontstond de Oostelijke Wei (534–550),
die de artistieke tradities van de Noordelijke Wei niet verbrak
maar juist voortzette en verdichtte.
De strakke, gestileerde vormen van de Noordelijke Wei blijven herkenbaar,
maar in de Oostelijke Wei worden de composities voller, drukker en gelaagder.
Figuren vermenigvuldigen zich, zones raken overbevolkt,
en niet alles laat zich nog overtuigend duiden.

DSC05571 01 ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113

Zürich, Museum Rietberg, Votivstele mit Buddha Shakyamuni, China, Östliche Wei Dynastie, datiert 543, kalkstein, geschenk Eduard von der Heydt, RCh 113.

DSC05575ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 Txt


De stele die ik hier bespreek is een voorbeeld van die overgang:
een object waarin veel zichtbaar is, maar niet alles nog spreekt.
Boeddha’s, apsara’s, muzikanten, donoren en architectonische elementen
vullen de steen in een bijna overvolle ordening.
Sommige motieven zijn vertrouwd, andere blijven raadselachtig.
Deze beschrijving probeert die veelheid te volgen,
zonder te doen alsof alle betekenissen nog te achterhalen zijn.
Daarbij begin ik bij de zaaltekst van het museum.

De zaaltekst in Nederlandse vertaling:

In de stralenkrans van de Boeddha zijn hemelse wezens afgebeeld
die hem met muziek vereren.
Te herkennen zijn de volgende instrumenten (van links naar rechts):

  • mondorgel

DSC05571 02 ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 MondOrgel

  • gong

DSC05571 03 ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 Gong

  • luit

DSC05571 04 ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 Luit

  • citer

DSC05571 05 ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 Citer

  • trommel

DSC05571 06 ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 Trommel

  • zandlopertrommel

DSC05571 07 ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 ZandloperDrum

  • lange dwarsfluit

DSC05571 08 ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 LDwarsfluit

  • en korte dwarsfluit.

DSC05571 09 ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 KDwarsfluit

De centrale triade

In het midden staat de Boeddha, herkenbaar aan de rechtopstaande houding
en de symmetrische plooien van het gewaad.
Zijn handen zijn duidelijk zichtbaar:
de rechterhand is geheven in een gebaar van onderricht of geruststelling,
terwijl de linkerhand lager is geplaatst, met de handpalm naar voren.
Deze combinatie van gebaren
— een actieve rechterhand en een ondersteunende linkerhand —
is kenmerkend voor Śākyamuni, de historische Boeddha die onderwijst.

DSC05574ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 DetailBuddha

De Boeddha staat niet in een afzonderlijke mandorla;
de omlijsting van de stele als geheel vormt de omhulling van de centrale figuur.
Aan weerszijden staan twee begeleidende figuren in nissen.

De linkerfiguur is nog herkenbaar als een bodhisattva, met sierlijke draperieën
en een aureool. Met een flacon in de linkerhand en een lotusknop (?) rechts.

De rechterfiguur is zwaar beschadigd: het hoofd ontbreekt volledig,
maar de cirkelvormige restvorm achter de hals suggereert
dat ook hier oorspronkelijk een aureool aanwezig was.
De handpalmen raken raken elkaar voor de borst.

Hoewel de rechterfiguur door beschadiging moeilijk te lezen is,
maken de symmetrische plaatsing in nissen en de overeenkomstige schaal
duidelijk dat het om een paar gaat.

DSC05571 10 ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 LBodhisattva

De zaaltekst van het Museum Rietberg noemt alleen “de Boeddha”,
maar de compositie toont dat het om een volledige triade gaat,
waarvan één begeleider slechts fragmentarisch bewaard is.

DSC05571 11 ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 RBodhisattva

Figuren links en rechts tussen de triade

Tussen de centrale Boeddha en de twee begeleidende figuren
ontvouwt zich aan beide zijden een reeks kleinere scènes.
Deze figuren zijn geen apsara’s en geen muzikanten:
zij bevinden zich niet in de hemelse zone rond de stele,
maar in de directe nabijheid van de triade,
in een ruimte die eerder verhalend dan decoratief lijkt.
De scènes zijn niet symmetrisch,
maar vertonen wel subtiele echo’s in houding en kleding.

DSC05571 12 ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 Links

Links van de Boeddha

Links is een verticale groep van vier tot vijf figuren te zien,
elk in een andere houding.

Bovenaan zit een figuur met één hand boven het hoofd,
alsof hij een gebaar maakt of iets vasthoudt.

Daaronder staan twee personen — een volwassene en een kind —
die naar elkaar toe gekeerd zijn, alsof zij in gesprek of spel verwikkeld zijn.

Nog lager bevindt zich een kruipende figuur, met het lichaam dicht tegen de grond.
De figuren direct daarboven, lijken gedeeltelijk op of tegen deze kruipende persoon
te staan, alsof de scène zich in lagen boven elkaar afspeelt.

Helemaal onderaan staat een man in een gewaad met diepe, klassieke plooien,
die doen denken aan Grieks‑Romeinse draperieën zoals die via Gandhara‑kunst
in de Noordelijke Wei‑tijd zijn doorgedrongen.
Hij kijkt in de richting van de Boeddha.

Door de variatie in houding, schaal en kleding ontstaat een menselijke,
bijna verhalende scène, waarvan de betekenis door beschadiging en fragmentatie
niet meer volledig te reconstrueren is.

DSC05571 13 ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 Rechts

Rechts van de Boeddha

Rechtsboven zit een grote figuur, duidelijk groter dan de figuren links.
Hij zit met één been over het andere geslagen, in een ontspannen houding
die niet overeenkomt met de formele poses van de triade.
Eén hand is naar het gezicht geheven, de andere rust op het bovenste been.
Achter hem zijn bomen zichtbaar, herkenbaar aan de kruin en de stammen,
wat de scène een aardse setting geeft.
Rond het hoofd is een duidelijke aureool te zien; het oppervlak vertoont slijtage,
maar geen grote beschadigingen.

Onder de zittende figuur staat een kleinere persoon,
eveneens in een klassiek aandoend gewaad, die — net als zijn tegenhanger links —
in de richting van de Boeddha kijkt.
Naast deze kleinere figuur is een vorm zichtbaar die niet goed te duiden is.

Een subtiele echo tussen links en rechts

Hoewel de scènes zelf asymmetrisch zijn, ontstaat door de aanwezigheid
van de twee kleinere figuren in klassieke gewaden — één links, één rechts —
een subtiele visuele echo.
Beide staan laag in de compositie, beide kijken naar de Boeddha,
en beide lijken de basis te vormen van een grotere scène boven hen.
De betekenis van deze parallel is niet meer te achterhalen,
maar de herhaling van houding en kleding suggereert dat de maker
bewust een vorm van balans heeft aangebracht
in een verder ongelijkmatige en verhalende zone.

De bovenste zone

De stele loopt naar boven toe geleidelijk uit in een punt,
waardoor de hele vorm iets bladachtigs krijgt.
In deze natuurlijk taps toelopende bovenkant, net boven de apsara‑zone,
bevindt zich een uitgesproken boeddhistisch bekroningsmotief.
De basis van deze bovenste voorstelling is een brede, doorlopende lotus
die de gehele tempelvormige nis draagt.

DSC05573ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 Topje

In deze nis zitten twee figuren symmetrisch naast elkaar.
Zij hebben elk een halo, maar deze is geïntegreerd in een bladvormige mandorla
die de contour van de nis volgt.
Daardoor ogen de aureolen niet rond, maar amandel‑ of ovaalvormig.
De figuren zitten in een meditatieve houding en hebben een bovenste haarpartij
die aan een ushnisha doet denken.
In combinatie met de gedeelde lotus‑basis en de mandorla‑halo’s
ligt een boeddha‑identificatie voor de hand,
al blijft de uitvoering sterk gestileerd en zijn details door slijtage
moeilijk te onderscheiden.

Boven de nis rijst een verticale staf op met meerdere schijfvormige elementen,
bekroond door een gestileerde lotusvorm.

Het dak van de nis eronder is versierd met bladvormige panelen
die doen denken aan vroege boeddhistische dakornamentiek.

De hele bovenste zone is daardoor sterk architectonisch opgebouwd:
een kleine heilige structuur binnen de natuurlijke puntvorm van de stele.

Deze zone wijkt in stijl en dynamiek af van de scènes daaronder.
Waar de middelste zones vol beweging, variatie en narratieve complexiteit zijn,
is deze bekroning juist statisch, formeel en conceptueel.
De combinatie van lotus‑basis, mandorla‑halo’s, schijvenstaf en tempelvorm
geeft de stele een symbolische afsluiting:
een rustige, heilige top die de compositie als geheel verankert
in een boeddhistisch kosmisch schema.

De donorzone

De donorzone bevindt zich onderaan de stele en is symmetrisch opgebouwd
rond een centrale wierookbrander.
Deze wierookbrander, herkenbaar aan de omhoog kringelende rook- of vlamvorm,
vormt het rituele middelpunt van de dedicatievoorstelling.

DSC05576ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 DonorsMetTekst

Aan weerszijden van dit centrale object bevinden zich donorfiguren.

In het rechterdeel van de donorzone staan twee personen.

De eerste staat rechtop in een lang gewaad en heeft een kaal
of zeer kort weergegeven hoofd.

Helemaal rechts zit een tweede figuur met één been opgetrokken.
Deze persoon heeft een knot in het haar en houdt iets in de handen,
alsof deze persoon een offer of devotioneel voorwerp presenteert.

Hoewel de ene figuur staat en de andere zit, reiken hun hoofden
ongeveer tot dezelfde hoogte, wat erop wijst dat de maker
de figuren gestileerd heeft weergegeven zonder naturalistische proporties.

De houding en plaatsing lijken geen hiërarchie uit te drukken,
maar eerder verschillende manieren om deel te nemen aan de rituele scène.

Tussen de figuren zijn verticale inscripties aangebracht, waarschijnlijk namen
of aanduidingen van de donoren.

Het linkerdeel van de donorzone, dat op de totale foto zichtbaar is,
toont een vergelijkbare opbouw.

Ook daar bevindt zich een zittende figuur met een knot in het haar,
wat de symmetrie van de donorzone versterkt.
Deze persoon zit eveneens in een informele houding, met een opgetrokken been,
en lijkt deel te nemen aan dezelfde rituele context.

De combinatie van staande en zittende figuren aan beide zijden
van de wierookbrander suggereert geen rangorde, maar een bewuste variatie
in lichaamshouding binnen een gedeelde devotionele handeling.

Samen vormen de wierookbrander en de flankerende donorfiguren
een ritueel ensemble dat de dedicatie van de stele markeert.
De zone is sober en gestileerd uitgevoerd, met eenvoudige contouren
en verticale inscripties die de figuren structureren.

De donorzone fungeert als een aardse tegenhanger
van de heilige scènes daarboven:
een menselijke bijdrage aan het grotere religieuze geheel dat de stele verbeeldt.

Afsluiting

Het Museum Rietberg bezit een van de meest bijzondere verzamelingen
vroeg‑Chinese boeddhistische steles in Europa.
Waar musea als het Guimet of het Cernuschi vooral bekendstaan
om hun sculptuur en schilderkunst,
heeft het Rietberg een concentratie van steles die elders nauwelijks te vinden is.
Het maakt deze collectie tot een unieke plek om de ontwikkeling
van de Noordelijke en Oostelijke Wei te volgen:
van de strakke helderheid van de vroege stijl
tot de overvolle, gelaagde composities van de zesde eeuw.
Deze stele is daar een voorbeeld van
— een object dat veel toont, maar niet alles prijsgeeft,
en dat juist daardoor blijft uitnodigen tot kijken.

DSC05572ZürichMuseumRietbergVotivsteleMitBuddhaShakyamuniChinaöstlicheWeiDynastieDatiert543KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtRCh113 2Apsaras


02/04/2026
Nog een gedachte achteraf:
bij de grote figuur links lijken twee handposities zichtbaar op het been:
een oudere contour op het been (?) en een latere,
meer uitgewerkte rechterhand die naar het gezicht wijst.
Terwijl er ook een linkerhand op het been lijkt te liggen.
Zulke dubbele lijnen komen vaker voor in Wei‑tijd reliëfs
en wijzen op aanpassingen tijdens het hakproces.
Door slijtage zijn eerdere contouren soms duidelijker zichtbaar
dan de uiteindelijke correctie.
Vraag blijft of ik het juist zie?

Waar de leeuw waakt, kijk ik opnieuw

– over wat Sirén zag — en wat de foto’s laten zien –

Eerder maakte ik een bericht over een van de Boeddhistische steles
in Museum Rietberg.
Die steles maken deel uit van de collectie Eduard von der Heydt en
die collectie komt in het museum ruim na de Tweede Wereldoorlog,
begin jaren vijftig.
Copilot gaf aan dat er een gezaghebbend boek bestaat
over de collectie Eduard van der Heydt.
Het boek is niet eenvoudig te kopen maar universiteitsbibliotheken hebben
vaak een exemplaar van het boek.

DSC09119ChinesischeSkulpturenVotiveSteleRCh 111DatedMarch1st536FromHonanHeight40-55in Pag81

Dit is de stele waarover het in dit bericht gaat: Votive stele RCh 111, dated March 1st 536. From Honan. Height 40 – 55 in. Deze foto staat op pagina 81 van genoemd boek.


Bij het schrijven van dit bericht worstel ik met auteursrechten.
Het boek is gemaakt in 1959.
In het boek staat dat de copyright berust bij Museum Rietberg der Stadt Zürich,
maar je ziet ook de boekbinder, de lay-out ontwerper, de drukker, de fotografen
en de vertalers apart vermeld staan.
Hopelijk valt er niemand over mijn gebruikt van citaten van tekst en foto’s
want de informatie in het boek is heel interessant.

IMG_9088ChinesischeSkulpturenVotiveSteleRCh 111DatedMarch1st536FromHonanHeight40-55in Copyright

Het boek is Osvald Sirén, Chinese Sculpture from the Fifth to the Fourteenth Century,
vol. I, Museum Rietberg Zürich, 1959.
Het boek dat ik in de Universoteitsbibliotheek Leiden in mijn hand had heet: Osvald Sirén, Chinesische skulpturen der sammlung Eduard von der Heydt, 1959.
Of hier sprake is van twee versies van hetzelfde boek weet ik niet.
De foto’s van de stele RCh 111 (nummer 11) zijn gemaakt door E. Hahn.

Restauratie – De stele in 1959 en nu

ChinesischeSkulpturenVotiveSteleRCh 111DatedMarch1st536FromHonanHeight40-55in FotocompilatieKop

Links het hoofd van de centrale figuur van stele RCh 111 zoals te zien is in het boek van Sirén, rechts hetzelfde hoofd maar dan zoals ik het in Zürich fotografeerde.


Wat zegt Sirén er in zijn tekst over:

the top of the head with the usnisa as well as smaller portions of the Buddha’s face and his raised hand are modern restorations, whereas the side-figures are better preserved.

DSC09118 01 ChinesischeSkulpturenVotiveSteleRCh 111DatedMarch1st536FromHonanHeight40-55in TopHeadCitaatPag80

De vergelijking tussen Siréns foto in het boek uit 1959
en de huidige toestand van de stele laat zien hoe ingrijpend het beeld
in de tweede helft van de twintigste eeuw is gerestaureerd.
De foto in het boek toont de bodhisattva nog met duidelijke lacunes
— in de bovenlip, de oorlellen, de haarpartij en de topknot —
terwijl Sirén in zijn tekst al spreekt over moderne aanvullingen aan de ushnisha,
delen van het gezicht en de opgeheven hand.
Dat verschil suggereert dat de opnames in het boek zijn gemaakt
aan het begin van een meerjarige restauratiecampagne in Museum Rietberg,
kort na de verwerving van de collectie in de jaren 1950,
terwijl Sirén zijn beschrijving baseerde op de situatie ná restauratie.
De huidige toestand van de stele sluit nauw aan bij die latere fase:
het hoofd is nu volledig en rustig van vorm, met aanvullingen die herkenbaar zijn
aan hun iets donkerder tint
— een bewuste keuze om het onderscheid tussen origineel en restauratie
zichtbaar te houden.
Subtiele retouches, zoals het egaliseren van de lipcontour en wanglijn,
verzachten de expressie van de bodhisattva.
De oude zwart-witopname, met zijn harde licht en hoge contrast,
benadrukt de beschadigingen sterker dan moderne foto’s,
maar maakt tegelijk duidelijk hoezeer de restauratie de leesbaarheid
en sereniteit van het gezicht heeft hersteld.

Restauratiepraktijk van ca. 1945 tot nu

De restauratiepraktijk van Aziatische stenen sculptuur
heeft sinds de Tweede Wereldoorlog een duidelijke ontwikkeling doorgemaakt.

Esthetisch herstel

In de jaren 1950 en 1960 lag de nadruk op esthetisch herstel:
ontbrekende delen werden aangevuld om het beeld weer “compleet” te maken,
vaak met moderne materialen zoals cement, gips of vroege kunstharsen.
Het doel was een visueel coherent geheel te creëren, waarbij restauraties
soms vrij ver gingen
— een aanpak die goed past bij de ingrepen die Museum Rietberg
in die periode uitvoerde.

Conservering

Vanaf de jaren 1970 en 1980 verschoof de aandacht naar conservering
in plaats van reconstructie:
restauratoren begonnen aanvullingen subtieler te maken,
met een lichte kleurafwijking om het onderscheid tussen oud en nieuw
zichtbaar te houden.

Minimale interventie

In de huidige praktijk staat minimale interventie centraal.
Men vult alleen aan wanneer het object anders instabiel of onleesbaar zou worden,
en gebruikt reversibele materialen die later weer verwijderd kunnen worden.

Een hedendaagse restauratie van deze stele zou daarom veel terughoudender zijn:
lacunes zouden niet automatisch worden ingevuld,
en de nadruk zou liggen op stabiliteit, documentatie en transparantie,
niet op visuele volledigheid.

De achterkant (niet door mij gefotografeerd)

Sirén schrijft hierover in het boek:

The reverse of this stele was decorated with a relief illustrating the disputation of the hermit Vimalakirti with the Bodhisattva Wen-shu (Manjusri), but the former figure has been destroyed; only the shoes under the platform on which he was seated still remain. The Bodhisattva is seated on a corresponding platform and between these two figures is a temple gateway in which a monk (Sariputra?) is seated in meditation , but the main part of this face of the stele is covered with a long dedicatory inscription.

DSC09121ChinesischeSkulpturenVotiveSteleRCh 111DatedMarch1st536FromHonanHeight40-55in AchterkantVanDeStelePag83

De foto van pagina 83 van de achterkant van de stele.


De achterkant van de stele sluit nauw aan bij Sirén’s beschrijving uit 1959.
Hij identificeerde hier de beroemde filosofische dialoog
tussen de wijze leek Vimalakīrti en de bodhisattva Mañjuśrī,
met daartussen een mediterende monnik in een tempelpoort.
Vimalakīrti’s figuur was al in Sirén’s tijd grotendeels verdwenen;
alleen de schoenen onder zijn platform bleven bewaard,
precies zoals op de foto’s uit het boek te zien is.
Opvallend is dat deze zijde nauwelijks is gerestaureerd:
de inscriptie op de plint aan de onderkant, de architectonische nis
en de overgebleven figuren tonen een natuurlijke, consistente slijtage.
In contrast met de zwaar gerestaureerde voorzijde lijkt de achterkant
vrijwel onaangeroerd, wat de asymmetrie in de restauratiegeschiedenis
van de stele nog duidelijker maakt.


Vimalakīrti

Vimalakīrti is een legendarische lekenboeddhist uit de Mahāyāna‑traditie,
vooral bekend als de hoofdpersoon van de Vimalakīrti Sūtra.
Hij verschijnt daar als een rijke en invloedrijke huisvader
met een uitzonderlijk diep inzicht in de leer van de Boeddha.

In de literatuur fungeert hij vaak als belichaming van het Mahāyāna‑ideaal:
iemand die midden in de wereld leeft, maar vrij is van gehechtheid,
en die anderen onderwijst via scherpzinnige paradoxen
en onverwachte wendingen.

Śāriputra

Śāriputra was een van de belangrijkste leerlingen van de historische Boeddha,
geroemd om zijn wijsheid en analytische helderheid.

In Mahāyāna‑literatuur krijgt hij vaak de rol van de monnik
die volgens de oudere, meer letterlijke leer denkt.
Dat maakt zijn ontmoetingen met figuren als Vimalakīrti
tot scherpe en soms speelse confrontaties,
waarin het Mahāyāna‑inzicht zich kan aftekenen
tegen een meer traditionele achtergrond.


Op het eerste gezicht leken me de twee foto’s in Sirén’s boek
niet dezelfde stele te tonen.
De voorkant oogt — en is — een beschadigde, rechtopstaande rechthoek:
een hoge verticale vorm met bovenaan een afgeslagen hoek
en onderaan de twee leeuwen.
De foto van de achterkant wekt echter een heel andere indruk.
Omdat die opname niet de volledige stele laat zien,
maar alleen het bovenste deel met de scène en de inscriptie,
lijkt de vorm daar eerder op een liggende rechthoek,
met een beschadiging aan de rechterbovenkant.
Het verschil in vorm is dus geen eigenschap van het object zelf,
maar een gevolg van ongelijke kadrering in de foto’s.

De zijkanten (ook niet door mijzelf gefotografeerd)

DSC09123ChinesischeSkulpturenVotiveSteleRCh 111DatedMarch1st536FromHonanHeight40-55in ZijkantStelePag85

Pagina 85 uit ‘Osvald Sirén, Chinesische skulpturen der sammlung Eduard von der Heydt, 1959.’


Page 80:

The two sidefaces of this stele are no less interesting from the artistic and iconographic point of view; they are both decorated with landscapes, showing ranges of hills and threes in low relief. Above these are represented, on the one side, Prince Siddharta seated in meditation under a tree, worshipped by a man in official costume, and, on the other side, large lotus-flowers and leaves on tall stems and two smaller

DSC09118 03 ChinesischeSkulpturenVotiveSteleRCh 111DatedMarch1st536FromHonanHeight40-55inPag80TwoSidefaces

Het vervolg op pagina 82:

figures (representing the souls of the departed?) placed on a calyx.
The stylization of these side-reliefs in which naturalistic and symbolic elements are harmoniously blended possesses a decorative beauty seldom attained in religious sculptures of the period.

DSC09120ChinesischeSkulpturenVotiveSteleRCh 111DatedMarch1st536FromHonanHeight40-55inPag82SoulsOfDeparted

Tussen aannames en wat de foto’s werkelijk tonen

Wanneer we de zijkanten van de stele opnieuw bekijken
aan de hand van de beschikbare foto’s,
ontstaat een beeld dat aanzienlijk genuanceerder is
dan de beschrijving die Osvald Sirén in zijn late werk uit de jaren vijftig gaf.
Hoewel Sirén in die periode nog steeds voortbouwde op interpretatiekaders
die hij al in de jaren dertig had ontwikkeld, blijkt zijn lezing bij nadere analyse
te rusten op aannames die door het beeldmateriaal niet overtuigend worden gedragen.
De foto’s — hoe fragmentarisch en verouderd ook —
laten een rijkere en complexere iconografie zien dan Sirén suggereert.

De zittende figuur: een problematische identificatie

Sirén identificeert de zittende figuur op de linker zijkant
zonder verdere toelichting als Prince Siddharta.
Op basis van de foto’s die wij ter beschikking hebben,
is deze identificatie echter moeilijk vol te houden.
De figuur mist alle iconografische kenmerken
die een Boeddha of Bodhisattva herkenbaar maken:
geen ushnisha, geen aureool, geen mudrā, geen ornamentiek,
zelfs geen duidelijk hoofd.
Wat wél zichtbaar is, is een onduidelijk, volumineus object
dat de figuur op de schoot houdt
— een element dat Sirén volledig onbesproken laat.

Dit object vormt een wezenlijke complicatie.
In geen enkele Noordelijke Wei‑voorstelling houdt Siddharta
een dergelijk voorwerp vast.
Het lijkt eerder op een bundel, pakket of ander wereldlijk object,
en past daarmee eerder in een narratieve of seculiere context
dan in een canonieke boeddhistische episode.
Dat Sirén dit element niet benoemt, suggereert dat zijn identificatie
eerder voortkomt uit een iconografisch sjabloon dat in zijn tijd gebruikelijk was
— de neiging om elke zittende figuur naast een officiële figuur
automatisch als Siddharta te lezen —
dan uit wat het beeld zelf toont.

De fauna in het onderste register: rijker dan Sirén vermeldt

Sirén spreekt in zijn beschrijving van de zijkanten slechts over
ranges of hills and trees in low relief”.
De foto’s tonen echter een veel rijker landschap.
In het onderste register van de linker zijkant zien we niet alleen heuvels en bomen,
maar ook twee duidelijk uitgewerkte dieren:
een herkenbare aap en een hondachtig dier in een gestileerde,
onconventionele houding.
Deze dieren zijn niet toevallig of marginaal; ze maken deel uit
van een zorgvuldig gecomponeerde scène die Sirén volledig onbesproken laat.
Zijn reductie van dit register tot enkel “heuvels en bomen”
doet geen recht aan de complexiteit van de voorstelling.

De rechter zijkant: een volledige lotus‑wereld

Ook de rechter zijkant blijkt bij nadere beschouwing veel complexer
dan Sirén’s summiere beschrijving doet vermoeden.
Waar hij spreekt van “large lotus-flowers and leaves on tall stems
en “two small figures on a calyx”, tonen de gepubliceerde foto’s
duidelijk dat we te maken hebben met twee lotusregisters die onder elkaar staan.

Het bovenste register laat een grote lotusplant zien met drie bloemen of knoppen,
twee verticale bladeren, vijf stengels die samenkomen in één wortelzone
en een hangend ornament bovenaan.

Het onderste register toont een tweede lotusplant, waarvan de bloemen, bladeren
en stengels leiden naar twee figuren die niet in een abstracte calyx zitten,
maar duidelijk in een lotuskelk.
Onder deze kelk is de wortelzone zichtbaar, en daaronder
begint een heuvellandschap dat in de foto abrupt wordt afgesneden.

Sirén merkt elders wel op dat beide zijkanten
decorated with landscapes, showing ranges of hills and trees in low relief” zijn,
maar hij maakt niet duidelijk dat dit landschap op de rechter zijkant
onder de lotuskelk begint en in de foto niet volledig zichtbaar is.
Voor de lezer blijft daardoor verborgen dat de lotuskelk en de twee figuren
niet het onderste register vormen, maar vermoedelijk het bovenste deel
van een tweedelig geheel.
De gepubliceerde foto toont slechts een fragment van dit onderste landschap.

Souls of the departed?

Sirén suggereert dat de twee figuren in de lotuskelk
misschien “souls of the departed” voorstellen.
Deze interpretatie is echter moeilijk te verenigen met boeddhistische opvattingen:
het boeddhisme kent geen blijvende, individuele ziel die na de dood voortbestaat
of ergens kan worden “geplaatst”.
Sirén’s suggestie lijkt daarom eerder een westerse projectie
dan een op boeddhistische iconografie gebaseerde duiding.
De lotuskelk is traditioneel een symbool van zuivere geboorte
en spirituele manifestatie,
wat eerder wijst op een symbolische of allegorische betekenis
dan op een voorstelling van overledenen.

Fragmentarische foto’s, maar een consistent patroon

De foto’s tonen niet de volledige zijkanten van de stele, maar delen ervan.
De bovenranden zijn te recht en te abrupt om oorspronkelijk te zijn,
en bovendien zijn de zijkanten in werkelijkheid ongelijk van lengte
door een beschadigde hoek
— iets wat in de gepubliceerde foto’s niet zichtbaar is.
Die foto’s wekken daardoor de indruk dat beide zijkanten even groot en volledig zijn,
terwijl ze in feite slechts fragmenten tonen.
Dit verklaart waarom sommige details ontbreken, maar het verandert niets
aan het patroon dat zichtbaar wordt:
de delen die we hebben tonen samen vier afzonderlijke registers,
twee per zijkant.
Sirén’s beschrijving is te grofmazig, te sterk gebaseerd
op iconografische verwachtingen,
en laat cruciale elementen onbesproken of impliciet..

Een genuanceerder beeld — en Sirén’s esthetische afsluiting

Wat uit de herlezing naar voren komt, is dat de foto’s van de zijkanten van de stele
vier afzonderlijke registers tonen:

  1. Linker zijkant boven: officiële figuur + zittende figuur met onduidelijk object
  2. Linker zijkant onder: landschap met heuvels, bomen, een aap en een hondachtig dier
  3. Rechter zijkant boven: grote lotusplant met bloemen, bladeren en ornament
  4. Rechter zijkant onder: twee figuren in een lotuskelk, geflankeerd door zijbloemen en zaaddozen, boven een doorlopend landschap

In dit licht wordt duidelijk dat Sirén’s interpretatie — hoe invloedrijk ook —
niet langer als sluitend kan worden beschouwd.
Zijn afsluitende waardering van de “harmonious blending” van naturalistische
en symbolische elementen is begrijpelijk als esthetische observatie,
maar verhult dat zijn iconografische lezing op cruciale punten
te snel, te algemeen en te weinig onderbouwd is.
De foto’s tonen een iconografie die rijker, gelaagder en minder eenduidig is
dan zijn tekst suggereert,
en die een veel preciezere lezing verdient dan Sirén heeft gegeven.

Afsluiting

In het algemeen is het opmerkelijk dat Sirén een volledige vertaling
van de inscripties op de stele als “superfluous” (overbodig) beschrijft.
Binnen het genre van een museumcatalogus is dat nog wel begrijpelijk,
maar het effect is dat de inhoud van de inscriptie
— die door Stefan Balázs uitvoerig is vertaald en die cruciale informatie bevat
over de 105 donoren, hun familieverbanden en de religieuze motivatie —
op afstand blijft van de beschrijving van het object.
De tekst wordt wel genoemd, maar niet geïntegreerd.
Daardoor ontstaat een merkwaardige scheiding:
de stele wordt esthetisch geprezen,
terwijl de epigrafische en rituele dimensies die het object betekenis geven
nauwelijks worden benut.


Introductie op Boeddhistische beelden

– over de introductie van Osvald Sirén in ‘Chinesische Skulpturen der Sammlung Eduard von der Heydt’ –

Terwijl ik het boek bekeek in de Universiteitsbibliotheek Leiden
heb ik ook al even naar de introductie gekeken die Osvald Sirén
schreef over de beelden in de collectie van Eduard von der Heydt.
Maar pas vandaag had ik de kans het verhaal goed door te lezen
en samen te vatten.
Het resultaat lees je hieronder:

IMG_9111ChinesischeSkulpturenIntroductionToTheBuddhistSculpturesPage01

Het begin van de introductie.


1. Doel van Siréns inleiding

Sirén wil iconografische basisinformatie vooraf geven,
zodat hij in de rest van het boek niet telkens dezelfde uitleg hoeft te herhalen.
Tegelijk wil hij studenten die vooral in stijl
en artistieke ontwikkeling geïnteresseerd zijn,
helpen om niet te verdrinken in iconografische details.

Letterlijk staat in de tekst:

…, it seems appropriate to insert a few general remarks here regarding their iconographic and formal characteristics, which may save us from lengthy explanations and repetitions of details in our descriptions of the subsequent examples and make it easier for students who are more interested in art than iconography to concentrate on the artistic merits and the stylistic development of these sculptures.

Om dan te vervolgen:

Practically all their motifs, type-forms, symbols, postures and attributes are of Indian origin, but when these various elements of expression were introduced into China together with Buddhist scriptures, they became gradually modified, a process partly caused by insufficient understanding of their religious import and partly by the fact that the Chinese craftsmen and lay-monks, who are responsible for the production of most of the religious sculptures, were more inclined to transform the newly imported motifs to accord with indigenous traditions of style than to confine themselves to exact reproductions of foreign models.
These conditions have sometimes been the cause of iconographic problems which to us may seem onsoluble.

2. Indiaas oorsprongsmateriaal, Chinees transformatieproces

Vrijwel alle motieven, houdingen, attributen en symbolen
zijn van Indiase oorsprong, maar:

  • Chinese ambachtslieden en monniken begrepen niet altijd
    de religieuze betekenis volledig.
  • Ze waren meer geneigd tot stilistische aanpassing dan tot exacte reproductie.
  • Daardoor ontstonden iconografische problemen
    die voor moderne onderzoekers soms onoplosbaar lijken.

Dit is een cruciale observatie:
Sirén erkent dat iconografie in China niet simpelweg een “kopie” van India is,
maar een proces van culturele absorptie en herinterpretatie.

3. Kenmerken van Chinese boeddhistische sculptuur

Figuren

  • Meestal staand of zittend, alleen of in groepen.
  • Hoofden tonen soms subtiele individualiteit (ogen, mond).
  • Lichamen functioneren vooral als dragers van kleding en sieraden, niet als anatomisch realistische vormen.
  • De behandeling van het lichaam is symbolisch, niet naturalistisch.

Dit is Siréns klassieke formalistische blik:
het lichaam als drager van betekenis, niet als studieobject.

4. Sakyamuni (Gautama)

Houdingen en attributen

  • Zittend of staand op lotus- of leeuwentroon.
  • Uṣṇīṣa (schedeluitstulping) en vaak ūrṇā (voorhoofdsmarkering).
  • Mudrā’s:
    • Staand: abhaya (geen vrees), varada (schenking).
    • Zittend: dhyāna (meditatie), vitarka (onderwijs), dharmacakra (wiel van de leer), bhūmisparśa (aarde-aanraking).
  • Draagt zelden attributen behalve de bedelnap.

5. Andere Boeddha’s

AndereBoeddha's

6. Bodhisattva’s

Uiterlijk

  • Dhoti, soms bovenkleed
  • Sjaal
  • Rijke sieraden
  • Hoofdtooi met diadeem of kroon

Deze vorstelijke, decoratieve stijl maakte de vervrouwelijking van bodhisattva’s in China mogelijk.

Belangrijkste figuren

Avalokiteśvara

  • Emanatie van Amitābha; beschermt de mensheid.
  • Attributen: vaas, lotus, cintāmaṇi.
  • Ontwikkelt zich in China tot Guanyin, een vrouwelijke barmhartigheidsfiguur.
  • In triades: links Guanyin, rechts Mahāsthāmaprāpta (Ta-shih-chih)
    of soms Mañjuśrī (Wenshu).
  • Mañjuśrī: boek, zwaard of rijdend op een leeuw.

Vajrapāṇi

  • Mannelijke krachtfiguur, drager van de vajra (thunderbolt)
  • In China vaak als dvarapala (tempelwachter).

Niet te verwarren met de vier Lokapāla’s, de wereldhoeders van Indiase oorsprong.

7. Overige figuren

Natuurgeesten, demonen, hermieten, monniken.

Deze vormen de randfiguren van het boeddhistische pantheon.

Een kritische noot bij Siréns methodologie

Wat in Siréns inleiding opvalt, is hoe sterk zijn vroege‑twintigste‑eeuwse
formalistische blik de interpretatie van Chinese boeddhistische sculptuur stuurt.
Hij beschouwt vorm als het primaire analytische instrument,
terwijl ritueel, devotie en lokale betekenis vrijwel buiten beeld blijven.
Daardoor verschijnen Chinese kunstenaars in zijn tekst niet
als actieve producenten van religieuze beeldcultuur,
maar als ambachtslieden die Indiase modellen “onvoldoende begrepen”
en daarom “modificeerden”.
Deze woordkeuze verraadt een impliciete hiërarchie:
India fungeert als canonieke oorsprong, China als afgeleide variatie.
Stilistische aanpassing wordt zo gelezen als verlies van betekenis
in plaats van als culturele innovatie.
Zelfs de feminisering van Avalokiteśvara tot Guanyin wordt door Sirén
gereduceerd tot een esthetische drift
— een gevolg van sieraden en kleding —
terwijl het in werkelijkheid een diepgewortelde religieuze en sociale transformatie is.
Siréns tekst blijft daardoor waardevol als inventarisatie,
maar zijn interpretatiekader onthult een eurocentrische en normatieve opvatting
van iconografie die de creatieve autonomie van Chinese makers onderschat.

Tussen Spectre en de Heilige Graal

– over hoe Osvald Sirén de von der Heydt‑collectie in nevelen hulde –

Soms lees je een kunsthistorische inleiding
en heb je het gevoel dat je per ongeluk in een andere film bent beland.
Dat overkwam me vandaag bij Osvald Siréns
Chinesische Skulpturen der Sammlung Eduard von der Heydt (1959).
Ik las delen van het het boek eerder deze week in de
Universiteitsbibliotheen in Leiden.

IMG_9085ChinesischeSkulpturenBoekband

Boekband van Osvald Sirén, Chinesische Skulpturen der Sammlung Eduard von der Heydt (1959). Leiden: NB1042 .Z84 1959.


Wat begint als een keurige inleiding op een catalogustekst,
schuift langzaam op naar een sfeer die ergens zweeft
tussen Spectre uit Never Say Never Again
en de half‑mystieke avonturen van Indiana Jones.

Sirén schrijft over beelden die “zelden in scherp licht” mochten worden gezien,
objecten die “door natuur en mens samen” zouden zijn voortgebracht,
en een “gloed van spirituele inspiratie”
die alleen de ingewijde zou kunnen waarnemen.
Het is taal die tegelijk verheft en verhult
— alsof de collectie niet zozeer bestond uit sculpturen,
maar uit relieken die je alleen in schemerlicht mag benaderen.
En precies in dat halfduister wordt iets zichtbaar:
de collectie van Eduard von der Heydt blijkt geen stabiel geheel,
maar een diaspora van objecten die tijdens en na de oorlog
verspreid raakten over New York, Buffalo, Amsterdam en Berlijn.
Sirén benoemt dat zonder oordeel, maar de toon is die van iemand
die een verhaal probeert te ordenen dat eigenlijk uit losse draden bestaat.
Een verhaal waarin spiritualiteit, esthetiek en geopolitiek elkaar kruisen
— en waarin de verzamelaar zelf soms meer weg heeft
van een filmfiguur dan van een bankier.

De inleiding had ik afgelopen week gefotografeerd, 6 pagina’s.
Hieronder deel ik met je de fragmenten die mij het meest opvielen.

IMG_9104ChinesischeSkulpturenPrefacePage2 01

Fragment van pagina 2 van Preface / Inleiding.


De volgende citaten vielen me op:

…acquired during the war in New York and deposited at the time in the Buffalo Museum of Science, and the small Bodhisattva statuette from Lung-mên, which is still on loan in the museum of Asiatic Art in Amsterdam.

Twee zaken vallen op:

  1. Von der Heydt ging tijdens de Tweede Wereldoorlog door met kopen van Aziatische kunst.
    Blijkbaar vanuit New York.
  2. Er was in Amsterdam een ‘museum of Asiatic Art’.
    Blijkbaar doelt men hier op de verzameling van de
    Koninklijke Vereniging van Vrienden der Aziatische Kunst.

Consequently its general aspect and importance became somewhat different from what they were in the days before the war, when the collection was first made known through two splendidly illustrated catalogues, viz. Karl With, Bilderwerke Ost- und Südasiens aus der sammlung Yi Yuan (Basel 1924), and William Cohn, Asiatische Plastik, Sammlung Baron Eduard van der Heydt (Berlin 1932). Both of these well-known publications contain interesting records about the gradual formation of the collection of Chinese sculptures, but their contents are limited to about half the number of the sculptures which now form the collection, and the tekst is devoted to aestetic rather than to historical conciderations.

Er zijn een tweetal boeken die interessant kunnen zijn:
Karl With met een boek met de intrigerende titel met daarin ‘Yi Yuan’.
Ook William Cohn schreef een boek (dat ik tot nu toe online
vooral vind als een artikel).

More specific data for the historical classification of several important pieces are to be found in Stefan Balazs’ article in Ostasiatische Zeitschrift, 1934, entiteled “Die Inschriften der Sammlung Baron von der Heydt”. A learned sinologue, he here offers complete translations of all the inscriptions on monuments which existed at the time (1934) in the von der Heydt collection.

Er is nog een derde publicatie die interessant kan zijn:
de vertalingen van de Chinese inscripties op de steles door Stefan Balazs.

IMG_9108ChinesischeSkulpturenPrefacePage6

Pagina 6, de afsluiting. Dat Sirén en Von der Heydt vergelijkbare wereldbeelden aanhingen makt deze tekst duidelijk.


They were seldom seen in sharp light or at close range, but more or less as creations produced by nature and man in conjunction. It need hardly be pointed out that sculptures of this kind were rarely executed with the same degree of technical refinement as we are accustomed to look for in the classical sculptures in Europe. Their appeal is not pre-eminently dependent on formal beauty or technical refinement, but rather on something more functional and more difficult to interpret by formal analysis, i.e. a quality of style which may escape the casual observer but which, when at best, tranmits a glow of spiritual inspiration.

Samenvatting van wat ik vandaag ontdekte

De Yi Yuan‑fase van de collectie

De vroege collectie van von der Heydt werd in Amsterdam gepresenteerd
onder de naam Yi Yuan (zoiets als “Tuin van Vreugde / Tuin van Harmonie”).

De naam Yi Yuan was geen spirituele openbaring,
maar een zorgvuldig gekozen Chinees label
waarmee von der Heydt zijn collectie een aura
van verfijning en oosterse authenticiteit gaf.
Het was een vorm van culturele zelfstyling die paste bij de smaak
en de mode van de jaren 1920,
en die later door Sirén werd versterkt met een spiritueel geladen taalgebruik.

Het was geen museum in moderne zin,
maar een reeks zorgvuldig geënsceneerde ruimtes aan de Herengracht,
waar beelden in zacht licht en op afstand werden getoond.
Kunst als innerlijke tempel.

Sirén’s inleiding als spirituele rookmachine

De citaten die ik las zijn veelzeggend.
Sirén verschuift de aandacht van techniek en herkomst
naar “innerlijke kracht” en “spirituele inspiratie”.
Dat is niet alleen een esthetische keuze, maar ook een manier
om de rommelige geschiedenis van de collectie
— oorlogsjaren, verplaatsingen, onduidelijke herkomsten —
te omhullen met een aura van verhevenheid.

De collectie als diaspora

Wat Sirén terloops beschrijft, is eigenlijk een complexe verspreiding
van objecten over meerdere continenten.
Stukken die tijdens de oorlog in New York werden gekocht.
Objecten die in Buffalo lagen.
Een Bodhisattva
(Bodhisattva Maitreya uit de Longmen-grotten, inventarisnummer RCH 166)
die nog steeds in Amsterdam stond volgens Sirén.
En een verzamelaar die na de oorlog alles “weer bij elkaar moest brengen”.

Het is een verhaal dat vraagt om reconstructie — en om kritische vragen.

Nieuwe Amsterdamse lijnen

Vandaag ontdekte ik ook dat:

  • de Asiatic Society in Amsterdam nog steeds bestaat en eigenaar is
    van bijna 2000 objecten waarvan een selectie in het Rijksmuseum
    worden getoond;
  • het Wereldmuseum Amsterdam in mei een tentoonstelling opent over restitutie;
  • er op dit moment een tentoonstelling loopt in het Wereldmuseum Amsterdam, over makerschap en China, die ik binnenkort ga bezoeken.

Het voelt alsof de stad zelf ineens meedoet in het verhaal.

Afsluiting

Wat begon met een paar zinnen van Sirén,
is vandaag uitgegroeid tot een netwerk van lijnen:
Amsterdam, Zürich, New York, Buffalo, de Herengracht, de Asiatic Society,
en de museale discussies van nu.
Het voelt alsof de collectie van von der Heydt niet alleen een historisch object is,
maar een levende vraag:
hoe kijken we, wat zien we, en wat blijft er verborgen in het halfduister?

Elke stele opent anders

– over een derde ontmoeting met de Noordelijke Wei‑stijl in het Rietberg Museum –

Inleiding — verwondering als kompas

Dit is de derde Noordelijke Wei‑stele die ik in het Rietberg Museum tegenkom,
en toch voelt elke ontmoeting nieuw.
De stijl is vertrouwd, maar de details openen zich telkens anders
— alsof elke stele een eigen ritme heeft, een eigen adem.
Wat volgt is geen herhaling, maar een verdere verdieping
in een beeldtaal die me blijft verrassen.

DSC05566 01 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein

Zürich, Museum Rietberg, Stele depicting Buddha and two bodhisattvas, China, Northern Wei Dynasty, early 6th century CE, kalkstein, geschenk Eduard von der Heydt, RCH 109.


Wie voor deze stele staat, voelt hoe hij zich van onder naar boven opent:
van de menselijke wereld aan de voet,
via de Boeddha en zijn begeleiders,
naar de hemelse energie die zich boven hen verzamelt.
In dit bericht volg ik die opwaartse lijn
en geef ik elk element afzonderlijk aandacht.

Daarbij begin ik bij de begeleiders van de Boeddha
en bij de dorpel waarop deze hele steen rust.

Bodhisattva (links)

DSC05566 03 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein BodhisattvaLinks

De linker bodhisattva staat in een rustige, ingetogen houding.
De handen zijn voor de borst gebracht, zonder attribuut,
in een gebaar dat tussen devotie en contemplatie in ligt.
De vingers zijn licht gebogen, alsof de figuur een onzichtbare ruimte bewaakt
— een innerlijke aanwezigheid eerder dan een fysiek object.

Opvallend zijn de kleine ‘vleugeltjes’ van stof
die bij de schouders naar buiten waaieren.
Het zijn uitwaaierende plooien van het bovenkleed,
een typisch Noordelijke Wei‑motief dat beweging en lichtheid suggereert.
Ze geven de figuur een bijna speelse elegantie,
alsof er een zachte bries langs het lichaam strijkt.

Op de borst komen de linten van het gewaad samen in een ronde schijf,
een sierlijk borstsieraad dat alleen bodhisattva’s dragen.
Het is een typisch Noordelijke Wei‑motief:
een juweelplaat die als knooppunt fungeert,
waar de lijnen even samenkomen voordat ze zich
in lange, vloeiende bewegingen naar beneden ontvouwen.
Het ornament markeert de bodhisattva
als een vorstelijke, wereldse begeleider,
in contrast met de monastieke eenvoud van de Boeddha.
Tegelijk vormt de schijf een visueel knooppunt in het lijnenspel
van de draperie
— een plek waar de beweging even samenkomt en zich daarna weer ontvouwt.

Onder de voeten rust een gestileerd mythisch dier,
verwant aan de leeuw.
Het fungeert als drager en beschermer, een krachtig wezen
dat de bodhisattva optilt uit de aardse wereld
en hem verankert in de spirituele ruimte van de stele.
De combinatie van de slanke figuur en het compacte, gespierde dier
creëert een subtiel spanningsveld tussen lichtheid en kracht.

Achter de bodhisattva ontvouwt zich een eigen ovale mandorla,
fijn gegraveerd met florale motieven die naar boven groeien.
De lijnen zijn vloeiend en ritmisch, bijna dansend,
en geven de indruk dat de figuur wordt omhuld
door een levende, ademende vorm.
Aan de top komen deze motieven samen in een bijzondere ovale vorm,
een detail dat je vaker in Noordelijke Wei‑steles ziet
en dat de mandorla als een natuurlijke bekroning afsluit.

De elegantie van deze lijnen roept onvermijdelijk associaties op
met Art Nouveau en Jugendstil:
dezelfde liefde voor organische krullen, dezelfde opwaartse beweging,
dezelfde gevoeligheid voor ritme.

Het gelaat is sereen, met de langgerekte elegantie die zo kenmerkend is
voor de Noordelijke Wei‑stijl.
De hoge kroon en sieraden markeren de bodhisattva
als een verlichte begeleider, maar de houding blijft bescheiden.
Samen met de rechter bodhisattva vormt deze figuur een harmonisch paar
rond de centrale Boeddha
— een balans tussen rust en actie, tussen innerlijke stilte en uiterlijke devotie.

Chinese inscriptie

DSC05566 04 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Inscriptie

Tussen de bodhisattva en de Boeddha staat een verticale inscriptie gegraveerd,
een devotionele tekst zoals je die vaak ziet op Noordelijke Wei‑steles.
De karakters zijn smal en hoekig, met een strak schriftbeeld
dat typisch is voor de vroege 6e eeuw.
Het is waarschijnlijk een dedicatie van een gelovige
— een naam, een wens, misschien zelfs een datum —
een kleine menselijke stem die zich tussen de goddelijke figuren nestelt.
Het maakt de stele niet alleen een kunstwerk,
maar ook een gebaar van persoonlijke devotie.

De dorpel — de menselijke wereld onder de goddelijke

Onderaan de stele strekt zich een brede dedicatiezone uit,
een horizontale strook waarin de menselijke wereld zich verzamelt.
Hier staan de donateurs: kleine, ingetogen figuren
die tussen verticale tekstkolommen zijn geplaatst.
Ze zijn niet zomaar decoratie, maar de gemeenschap
die deze stele ooit heeft laten maken
— geen portretten, maar wel afzonderlijke figuren,
elk verbonden met een naam en een wens die in de inscriptie besloten liggen,
ook al blijven ze voor ons voorlopig onleesbaar.
De figuren zijn licht gedraaid, met hun lichaam en gezicht
naar het centrum van de stele gericht,
alsof ze zich in een stille beweging naar de Boeddha boven hen toe wenden.
Sommige dragen een hoofddeksel, andere niet.
Dat verschil is geen toeval:
het weerspiegelt de sociale realiteit van de Noordelijke Wei‑tijd.
De variatie in houding en kleding is klein, maar betekenisvol:
dit is een familie, een groep verwanten,
een kleine gemeenschap die zich gezamenlijk
onder de bescherming van de Boeddha stelt.

DSC05566 05 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Dorpel

De complete dorpel.

Tussen de figuren staan smalle tekstkolommen gegraveerd,
elk gekoppeld aan een persoon.
De karakters zijn hoekig en verticaal gespannen.
Hoewel de tekst door slijtage niet volledig leesbaar is,
verraadt de structuur dat het gaat om dedicaties:
namen, verwantschappen, misschien een datum,
misschien een korte wens voor zegen of bescherming.
Het is de menselijke stem van de stele — klein, maar onmisbaar.

DSC05566 06 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein DorpelLinks

De menselijke figuren vanaf links tot en met de bol-vorm in het midden.

In het midden van de dorpel rijst een florale vorm op:
een bolvormige knop die van onderaf lijkt te ontstaan,
met een sierlijke strikvormige krul net onder de ronde contour.
Dit is een gestileerde lotusknop,
het symbool van zuiverheid en spirituele potentie.
De knop vormt een visuele en symbolische schakel
tussen de menselijke wereld onderaan en de goddelijke figuren erboven.

DSC05566 07 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein DorpelRechts

De menselijke figuren rechts.

Links en rechts wordt de hele zone begrensd door een verticale rand,
waardoor de dedicatiezone als een architectonische basis
onder de stele ligt.
Zo vormt de dorpel een fundament — letterlijk en figuurlijk.
Het is de laag waarin de menselijke wereld zichtbaar wordt,
waarin namen en gezichten zich hechten aan de steen.
Boven hen ontvouwt zich de kosmische scène van Boeddha en bodhisattva’s;
onder hen staat de wereld van de mensen,
die deze stele ooit met devotie hebben laten maken.
De dorpel is daarmee het stille hart van het object:
de plek waar geschiedenis, geloof en gemeenschap samenkomen

Bodhisattva (rechts)

DSC05566 10 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein BodhisattvaRechts

De rechter bodhisattva vormt een duidelijke tegenhanger
van de contemplatieve figuur links.
Waar de linker bodhisattva lege handen heeft en zich naar binnen keert,
draagt de rechter een attribuut: een ovale, gesloten lotusknop.
De vorm is glad en afgerond, met aan de voorzijde een subtiele markering
die de kern suggereert.
Het is een symbool van potentie
— de belofte van verlichting die nog moet openen.

De houding van de bodhisattva is licht naar voren gericht,
alsof de figuur het attribuut aanbiedt of bewaakt.
De armen vormen een zachte boog rond de knop,
wat de actieve rol van deze bodhisattva benadrukt:
een begeleider die het pad opent, die iets draagt en doorgeeft.

Het gelaat is sereen, maar minder ingetogen dan dat van de linker figuur;
er zit een zachte alertheid in, een gerichtheid op de wereld buiten zichzelf.
De mandorla achter de bodhisattva volgt dezelfde vloeiende ornamentiek
als elders op de stele en sluit visueel aan bij de vorm van het attribuut,
waardoor figuur en achtergrond één geheel vormen.
Zo ontstaat een mooi spanningsveld tussen beide bodhisattva’s:
links de stilte en ontvankelijkheid, rechts de handeling en potentie.
Samen flankeren ze de Boeddha
als twee complementaire aspecten van hetzelfde pad.

Vanaf hier verschuift de aandacht naar de Boeddha zelf
en naar wat zich rondom hem ontvouwt.

Het lijnenspel van de kleding

DSC05566 08 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Jugendstil

Het lijnenspel van de gewaden is adembenemend.
De plooien vallen in lange, vloeiende bogen
die het lichaam niet zozeer bedekken als wel omlijnen,
alsof de figuur wordt omhuld door een ritme van beweging.
Zonder de voeten zou het bijna abstract worden:
een compositie van krullende lijnen, licht en schaduw, een dans in steen.
Het is een van de meest verfijnde trekken van de Noordelijke Wei‑stijl
— een vergeestelijkte anatomie waarin het lichaam verandert
in een patroon van ademende contouren.

De hand

DSC05566 09 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Hand

De Boeddha toont slechts één hand, opgeheven met de palm naar voren.
Het is een klein, helder gebaar — de abhaya‑mudrā,
het teken van geruststelling en bescherming.
De eenvoud ervan versterkt de kracht:
tussen de vloeiende, bijna abstracte lijnen van de gewaden
vormt de hand een stil rustpunt, een open uitnodiging.
Het is alsof de Boeddha niet alleen wordt afgebeeld,
maar zich tot de kijker wendt met een gebaar
dat al vijftien eeuwen onveranderd spreekt.

De mandorla van de Boeddha

DSC05567 01 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein

Achter het hoofd van de Boeddha ontvouwt zich een cirkel van bloembladen,
fijn gegraveerd en ritmisch gerangschikt.
Het is alsof de Boeddha zelf het hart van een bloem vormt:
een centrum waaruit licht, inzicht en compassie stralen.
Dit motief — de Boeddha als bloemkern —
is typisch voor de Noordelijke Wei‑periode,
waarin de mandorla niet alleen een stralenaura is,
maar een organische, levende vorm.
De bloembladen zijn niet naturalistisch, maar gestileerd:
langgerekte, puntige vormen die in een regelmatige kring om het hoofd liggen.
Ze suggereren zowel een lotus als een stralencirkel,
een hybride vorm die de Boeddha tegelijk aardt (lotus) en verheft (licht).

DSC05567 02 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Bodhisattvas

Direct buiten deze bloemcirkel volgt een tweede ring,
gevuld met kleine, zittende figuren
— waarschijnlijk bodhisattva’s of hemelse wezens.
Ze zijn miniatuur, maar zorgvuldig gegraveerd:
elk met een eigen halo, een eigen houding, een eigen aanwezigheid.
Deze ring vormt een soort hemelse gemeenschap rond de Boeddha,
een kosmische kring van begeleiders en getuigen.

Het effect is verbluffend:

  • het centrum: de Boeddha als bloemhart
  • de eerste ring: bloembladen, als een levende aura
  • de tweede ring: hemelse figuren, als een spirituele kring

Daarmee wordt de Boeddha niet alleen centraal geplaatst,
maar verankerd in een kosmische orde.
Hij is het middelpunt van een universum dat in concentrische cirkels
om hem heen is opgebouwd.

De apsara‑ring — dansende hemelwezens rond de Boeddha

DSC05567 03 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Apsaras

Buiten de cirkel van bloembladen ontvouwt zich nog een tweede ring,
gevuld met apsara’s
— hemelse dansers die in sierlijke beweging om de Boeddha cirkelen.
Hun lichamen zijn licht gedraaid, de linten van hun kleding waaieren uit
in elegante krullen, en de vleugelachtige ornamenten geven hen
een gewichtloze aanwezigheid.
Deze ring vormt een hemelse hofhouding rond de Boeddha:
een kring van lichtheid, muziek en devotie.
Waar de bloembladen de Boeddha als het hart van een kosmische lotus markeren,
brengen de apsara’s beweging en ritme in de mandorla,
alsof de aura zelf tot leven komt.

De apsara’s die de ring sluiten

DSC05567 04 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein ApsarasBovenBuddha

In de apsara‑ring gebeurt boven het hoofd van de Boeddha iets opvallends.
De hemelse dansers bewegen vanuit beide zijden naar elkaar toe,
hun lichamen licht naar binnen gedraaid,
de linten van hun kleding in sierlijke bogen achter hen aan.
Het is alsof ze in een zachte, ritmische beweging om de Boeddha cirkelen
en precies op het hoogste punt van de mandorla samenkomen.
Daar sluiten ze de ring
— een moment van perfecte symmetrie,
alsof de aura van de Boeddha daar even tot leven komt.

Op datzelfde punt verschijnt een compacte bol‑vorm,
een kleine maar betekenisvolle sluitsteen
die de beweging van de apsara’s verankert.
Waar de bol in de dedicatie‑zone een rituele, menselijke functie hebben,
is deze bol kosmisch van aard:
een knooppunt in de mandorla, een rustpunt tussen twee spiegelende figuren.
De vorm markeert het absolute midden van de bovenste zone
en geeft de apsara‑ring een helder architectonisch anker.
Het is alsof de energie van de dansers hier samenkomt
voordat de mandorla zich verder opent naar de buitenste vlammenring.

De vuurkrans — pulserende vlammen tot sluiting

DSC05567 05 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Vlammen

De buitenste ring van de mandorla bestaat uit een vuurkrans:
een ritmische reeks druppelvormige vlammen die in lange verticale lijnen
langs de Boeddha omhoog bewegen.
In tegenstelling tot de strak gedefinieerde vlammen met dubbele contouren
die je op veel Noordelijke Wei‑steles ziet,
zijn de vlammen hier veel vrijer en geabstraheerder:
meerdere lijnen die elkaar volgen, zonder duidelijke hiërarchie,
meer patroon dan vlam.
Het geheel ademt een gestileerde energie:
geen naturalistisch vuur, maar een abstracte visualisatie van verlichting,
kracht en kosmische uitstraling.
In het middengebied van de mandorla volgen de vlammen elkaar
in een bijna ademend ritme op.
De druppelvormen zijn langgerekt en elegant.
Dit is de zone waar de mandorla zich opent naar buiten:
na de bloembladen en apsara’s wordt de ornamentiek abstracter,
strenger, meer gericht op pure energie.
Naarmate de vuurkrans hoger klimt, worden de vlammen iets compacter
en schuiven ze dichter naar elkaar toe.
De beweging van de lijnen wordt strakker, alsof de energie zich concentreert.
Helemaal bovenaan, in de top van de stele, komen de vlammen samen
in een puntvormige afsluiting.
Daar sluit de vuurkrans zich
— niet abrupt, maar als een natuurlijke culminatie van de opwaartse beweging.
De top fungeert als een visueel anker:
het moment waarop de straling van de Boeddha zich verzamelt
en de mandorla haar hoogste punt bereikt.

DSC05566 02 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Top

Zo verbinden de twee zones
— het ritmische midden en de geconcentreerde top —
zich tot één doorlopende beweging.
De vuurkrans is geen decoratieve rand, maar een dynamische kracht
die de Boeddha omhult en omhoog draagt,
van de eerste vlam tot de sluitsteen van de stele.

De Boeddha — het stille centrum

DSC05567 06 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Boeddha

Na de concentrishe ringen van apsara’s en de opwaarts klimmende vuurkrans
kom je uit bij de Boeddha zelf:
het onverstoorbare middelpunt waar alle beweging tot rust komt.
Zijn gelaat is sereen, met de langgerekte elegantie
van de Noordelijke Wei‑stijl:
hoge jukbeenderen, zachte lijnen rond de mond,
en een blik die naar binnen is gericht.
De topknot en de lange oorlellen markeren hem als een verlichte figuur,
maar het is vooral de stilte van zijn expressie die de compositie draagt.
De Boeddha is het punt waar alle lijnen samenkomen:
de bloembladen openen zich vanuit hem,
de apsara’s cirkelen om hem,
de vuurkrans stijgt boven hem uit,
en de hele stele lijkt te ademen vanuit zijn stille aanwezigheid.

DSC05568ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein

De stele staat in het Rietberg Museum tegen de muur,
wat suggereert dat de achterzijde weinig of geen decoratie draagt.
Musea plaatsen objecten met een betekenisvolle achterkant
doorgaans vrij in de ruimte.
Hoewel ik de achterzijde niet heb kunnen zien,
wijst de museale opstelling erop dat de voorzijde en zijkanten
de belangrijkste zones van betekenis vormen.

Slotpassage — de adem van de stele

DSC05570ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein

Wanneer je tenslotte langs de zijkant van de stele kijkt,
ontvouwt zich een laatste, stille laag van betekenis.
De Boeddha en de bodhisattva’s verschijnen hier opnieuw,
ditmaal in profiel, als een zachte echo van de voorzijde.
Hun contouren steken net genoeg uit om te laten voelen
dat de stele geen vlak beeld is, maar een sculptuur
die zich om de steen heen vouwt
— een object dat in alle richtingen betekenis draagt.
Naast deze figuren loopt aan de zijkant,
een verticale band met florale motieven,
ritmisch geordend als gestileerde lotusknoppen.
De druppelvormige ornamenten herhalen zich in een rustige cadans,
minder uitgesproken dan de vuurkrans,
maar verwant in hun opwaartse beweging.
Waar de voorzijde de kosmische energie van de mandorla toont,
biedt deze zijkant een meer ingetogen, vegetatieve tegenhanger:
een ornamentiek die de stele als het ware wortelt in de symboliek van de lotus.

Het is een detail dat je gemakkelijk zou kunnen missen,
maar juist hier wordt duidelijk dat de stele niet alleen een voorstelling is,
maar een wereld in steen.
De voorzijde straalt, de zijkant ademt.
En in die ademhaling
— tussen de profielen van de heiligen en de opklimmende lotusmotieven —
sluit de stele zich als een geheel.


De Boeddha preekt waar de leeuw parmantig waakt

Wanneer je de stèle van boven naar beneden leest,
ontvouwt zich een zorgvuldig opgebouwde wereld,
waarin elk figuur een eigen rol speelt in de kosmische orde
rond de predikende Boeddha.

DSC05563 01 ZürichMuseumRietbergVotiveSteleDepictingBuddhaShakyamuniChinaHenanProvinceEasternWeiDynastyDated536CERCH111GeschenkEduardVonDerHeydtKalkstein

Zürich, Museum Rietberg, Votive stele depicting Buddha Shakyamuni, China, Henan province, Eastern Wei Dynasty, dated 536 CE, RCH 111, geschenk Eduard von der Heydt, kalkstein.


Omdat de linker tophelft ontbreekt begin ik helemaal rechts, bovenaan,
half verscholen in een gordijnachtige omlijsting.

Daar verschijnt een kleine hemelse figuur.
Een been opgetrokken voor zich, een been gekromd naast zich.
De handen voor de borst gevouwen.
Het hoofd ontbreekt.
Zijn aanwezigheid is bescheiden, maar betekenisvol:
een stille getuige uit de bovenwereld, misschien een hemelse luisteraar
of een apsara‑achtige verschijning,
die de scène een eerste zweem van sacraliteit geeft.
Wellicht werd het gespiegeld in een tweede figuur aan de linkerkant
toen de stele nog compleet was.
Dat zou de figuur meer kracht gegeven hebben.

DSC05563 02 ZürichMuseumRietbergVotiveSteleDepictingBuddhaShakyamuniChinaHenanProvinceEasternWeiDynastyDated536CERCH111GeschenkEduardVonDerHeydtKalkstein WezenVogel

De vogel naast hem — of boven hem —
versterkt dat gevoel van hoogte, lichtheid en hemelse nabijheid.
Eerlijk gezegd weet ik niet zeker of het om een vogel gaat.
De voorstelling is in ieder geval anders dan die ik online
bij andere steles zag (Cleveland, Brooklyn, Triad 544).
Wellicht kan iemand er licht op werpen?

Naast de centrale Boeddha staan aan beide zijdes drie figuren:
een vrees aanjagende wachter, een bodhisattva en een leerling.
Ik ‘lees’ van buiten (onder) naar binnen (boven):

DSC05563 03 ZürichMuseumRietbergVotiveSteleDepictingBuddhaShakyamuniChinaHenanProvinceEasternWeiDynastyDated536CERCH111GeschenkEduardVonDerHeydt WachterBodhisattvaLeerling

De wachter, stevig verankerd op de onderste zone van de stèle.
Zijn houding is krachtig en alert: de voeten breed, de spieren gespannen,
de handen grijpend om het heft van een zwaard
waarvan het lemmet nauwelijks zichtbaar is.
Hij is geen Hemelse Koning, maar een vroege dvarapala
— een generieke bewaker die de drempel tussen de wereld
en de heilige ruimte bewaakt.
Zijn lichaamstaal is actief, bijna levend, en vormt de menselijke tegenhanger
van de leeuw die verderop verschijnt.

Een niveau hoger staat de bodhisattva, ingetogen en devoot.
Zijn handen zijn gevouwen voor het lichaam, zijn houding is kalm en waardig.
In tegenstelling tot latere, rijk versierde bodhisattva’s
is hij sober, bijna monastiek.
Hij begeleidt de Boeddha niet door pracht en praal,
maar door aanwezigheid en eerbied.

Daarboven staat de leerling, herkenbaar aan zijn eenvoudige gewaad
en de handen die in de mouwen rusten.
Zijn houding is die van aandacht en ontvankelijkheid: hij luistert.
Hij staat dicht bij de Boeddha, als directe ontvanger van de leer.
Zijn rust vormt een mooi contrast met de gespannen energie van de wachter
en de devoot gebogen bodhisattva.

DSC05563 04 ZürichMuseumRietbergVotiveSteleDepictingBuddhaShakyamuniChinaHenanProvinceEasternWeiDynastyDated536CERCH111GeschenkEduardVonDerHeydt Leeuw #Notalion

Aan de voet van de troon waarop Boeddha zit,
verschijnt de leeuw, de mythische bewaker.
Zijn houding is opvallend actief: één poot rust op de onderste trede van de troon,
alsof hij zich letterlijk in de architectuur verankert.
De bek staat open, de tong zichtbaar, de oren gespitst.
Dit is geen decoratief dier, maar een wachter die de heilige ruimte bewaakt
met dezelfde intensiteit als zijn menselijke tegenhanger.

DSC05563 05 ZürichMuseumRietbergVotiveSteleDepictingBuddhaShakyamuniChinaHenanProvinceEasternWeiDynastyDated536CERCH111GeschenkEduardVonDerHeydtKalksteinRokkenpartij

Centraal zit Śākyamuni, de Boeddha als leraar,
omringd door zijn twee leerlingen
— een compositie die in de Eastern‑Wei‑periode vrijwel exclusief
aan de historische Boeddha is voorbehouden.
Zijn lichaam is langgerekt, zijn gezicht smal en sereen
— typische kenmerken van de Eastern‑Wei‑stijl.

De plooien van zijn gewaad zijn niet plastisch gemodelleerd,
maar grafisch getekend, als lijnen die over het lichaam zweven.
De onderzijde van het gewaad vormt
een gelaagde en breedwaaierende plooipartij
die zich over de treden van de troon uitstrekt.
Dit is geen lotus, maar een architectonische troon, waarvan de treden
gedeeltelijk worden bedekt door een ritmische structuur van plooien en stof.

De rechterhand is geheven vóór de borst,
in een vroege variant van de onderwijzende mudrā.
En hoewel enkele vingers ontbreken, blijft de bedoeling duidelijk:
de Boeddha spreekt.
De linkerhand rust niet op de schoot, maar zweeft iets hoger
— een gevolg van het langgerekte, geabstraheerde lichaam
dat de beeldhouwer bewust heeft gekozen.
Alles in deze houding wijst op prediking, op het overdragen van de Dharma.

Wanneer je tenslotte een stap achteruit doet — zoals in de laatste foto —
zie je hoe deze figuren samen een verticale hiërarchie vormen:
van hemelse getuige tot menselijke wachter, van bodhisattva tot leerling,
van leeuw tot Boeddha.
Het geheel ademt orde, bescherming en onderricht.

DSC05564ZürichMuseumRietbergVotiveSteleDepictingBuddhaShakyamuniChinaHenanProvinceEasternWeiDynastyDated536CERCH111GeschenkEduardVonDerHeydtKalkstein

De stèle is vrijwel zeker een votiefobject,
geschonken door één of meerdere donoren,
wier namen waarschijnlijk op de achterzijde staan.
Maar de voorstelling zelf richt zich niet op de donoren:
ze richt zich op de leer.
Dit is geen stèle van zegen of redding, maar een stèle van prediking.
Een Boeddha die onderwijst, omringd door toegewijde luisteraars
en bewaakt door mens en dier
— een compacte wereld waarin de Dharma wordt uitgesproken
en de kosmische orde wordt bevestigd.


De Duitstalige zaaltekst van het museum is:

Im Zentrum einer Nische mit Vorhang sitzt der historische Buddha Shakyamuni. Er hält seine Hände in der Geste des Lehrens. Begleitet wird er von zwei Schülern und zwei Bodhisattvas. Zwei Fircht erregende Wächter und ein Löwenpaar bewachten seinen Thron.


Een ontmoeting met een stele in de 6e eeuw

De lucht in de grot is koel en ruikt naar vochtige kalksteen
en uitgebluste lampolie.
Terwijl je naar binnen stapt, hoor je het zachte kraken van zand onder je voeten
en het gedempte druppen van water ergens verderop in de duisternis.
Het licht is zwak; alleen een paar olielampen werpen trage,
flakkerende cirkels op de wanden.
Voor je staat een Boeddha die uit de steen lijkt te treden,
— Shakyamuni, de historische Boeddha, ooit geboren als Siddhartha Gautama,
de leraar die verlichting bereikte en wiens inzicht hier in steen is vastgelegd.
Zijn lichaam vangt het schaarse licht,
terwijl de gegraveerde aureool eromheen het licht niet weerkaatst
maar lijkt te verzamelen.
De lijnen trillen zacht in de schaduw, alsof ze ademen.
Links en rechts verschijnen bodhisattva’s in fijne gravure,
nauwelijks materieel, als figuren die in het licht zelf wonen.

Een monnik schuift langs je heen, zijn sandalen schrapen over de vloer.
Hij draagt een kleine bronzen lamp en vult de oliereservoirs bij.
De geur van verse olie mengt zich met die van de grot.
Hij buigt kort naar de Boeddha en verdwijnt weer in de schemering.

Achter je klinkt het zachte gefluister van twee bezoekers
die net zijn binnengekomen.
Hun stemmen echoën tegen de wanden, worden opgenomen door de stilte
en sterven weg.
Je hoort hoe iemand een muntje neerlegt op een stenen rand
— een klein gebaar, nauwelijks hoorbaar, maar vol betekenis.

Je loopt om de stele heen, zoals iedereen hier dat doet.
Op de achterkant zie je twee rijen kleine figuren, zorgvuldig gegraveerd,
elk met een lotusknop in de handen.
De bloem komt net boven hun hoofd uit,
een belofte die nog moet opengaan.
Naast hen staan hun namen, hun herkomst, hun titels.
Je leest ze, één voor één, en je ziet de gemeenschap
die zich hier verzameld heeft: ambtenaren, families, reizigers,
mensen die hun verdiensten wilden vastleggen in steen.

De Boeddha aan de voorkant, de mensen aan de achterkant
— twee werelden die elkaar raken in dit ene object.
En terwijl je daar staat, in het zwakke licht van de grot,
met het zachte druppen van water en het fluisteren van bezoekers om je heen,
voelt het alsof de stele niet alleen een offer is,
maar een ontmoeting: tussen licht en lichaam,
tussen devotie en verschijning,
tussen de wereld van toen en het moment waarin jij nu staat.

In de 6e eeuw zou deze ervaring niet uitzonderlijk zijn geweest.
In de rotskapellen van Longmen of Yungang,
of in de houten hallen van een boeddhistische tempel.
Daar stonden steles als deze opgesteld als votiefobjecten: stenen offers.

DSC05558ZürichMuseumRietbergVotiveSteleWithBuddhaShakyamuniChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyRCH106KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydt

Zürich, Museum Rietberg, Votive stele with Buddha Shakyamuni, China, Northern Wei Dynasty, early 6th century CE. RCH 106. Kalkstein, geschenk Eduard von der Heydt.


Een Boeddha die verschijnt uit steen

Op de voorzijde van de stele staat een Boeddha
die onmiddellijk herkenbaar is als Noordelijke‑Wei:
langgerekt, met een smal, spits gezicht, amandelvormige ogen
en een lichaam dat bijna cilindrisch omhoog rijst.
Zijn gewaad is opgebouwd uit scherpe, lineaire plooien
die eerder getekend lijken dan gebeeldhouwd.

Maar het meest opvallende is niet zijn stijl, maar zijn status in de steen:
de Boeddha is het enige element dat werkelijk in reliëf is uitgevoerd.
Hij heeft massa, schaduw, aanwezigheid.
Hij treedt uit de steen naar voren.
Alles om hem heen
– aureool, mandorla, bodhisattva’s, ornamentiek –
is daarentegen gegraveerd.
De kunstenaar maakt daarmee een radicaal onderscheid
tussen lichaam en licht, tussen incarnatie en atmosfeer.

Het onderscheid: drie concentrische werkelijkheden

De voorzijde is opgebouwd uit drie lagen, elk met een eigen beeldtaal.

De Boeddha: het enige belichaamde wezen

Zijn hoofd en bovenlichaam zijn volledig in reliëf.
Hij is tastbaar, aanwezig, een lichaam in de wereld.
Dit is de enige figuur die werkelijk “bestaat” in de fysieke ruimte van de steen.

De aureool en mandorla: zones van licht

Rond het hoofd ligt een gegraveerde aureool: een strakke cirkel,
gevuld met radiale lijnen en florale motieven.
Daaromheen ligt de mandorla: groter, amandelvormig,
gevuld met ornamentiek en kleine hemelse figuren.

Beide zones zijn licht, niet lichaam.
Ze hebben geen volume, maar wel intensiteit.
Ze markeren de Boeddha als verheven, maar niet door hem groter te maken
– door hem te omringen met straling.

De kosmische achtergrond: ornament buiten de mandorla

Buiten de mandorla gaat de gravure verder:
florale patronen, cirkelbogen, ranken.
Deze zone is nog lichter, nog abstracter.
Het is de kosmos waarin de Boeddha verschijnt,
een ruimte die niet door hem wordt geraakt maar hem wel omgeeft.

DSC05558ZürichMuseumRietbergVotiveSteleWithBuddhaShakyamuniDetailLinksVanDeBuddha

De bodhisattva links van de Buddha.


Gegraveerde bodhisattva’s: begeleiders in licht, geen lichamen

Links en rechts van de Boeddha staan bodhisattva’s, volledig gegraveerd.
Ze dragen kronen, sieraden en sluiers,
en hun draperie is even verfijnd als die van de Boeddha
– maar zonder volume.
Ze behoren tot dezelfde sfeer als de mandorla:
aanwezig, maar niet belichaamd.

De inscriptie bij de linker figuur, 中尊菩薩像, identificeert hem
als een bodhisattva binnen een triade.
De rechter figuur vormt de tegenhanger.
Samen flankeren ze de Boeddha en markeren ze hem
als de centrale verhevene,
maar ze blijven in de zone van licht, niet in de zone van lichaam.

DSC05560ZürichMuseumRietbergVotiveSteleWithBuddhaShakyamuniChinaNorthernWeiDynastyDetailRechtsVanDeBuddha

De bodhisattva rechts van Buddha.


De functie van de gravure: licht, atmosfeer, theologie

De gravures vervullen drie functies:

  • Theologisch: ze onderscheiden de Boeddha als enige die incarneert; de rest is manifestatie.
  • Visueel: ze creëren een ritmische, grafische wereld die de Boeddha optisch naar voren duwt.
  • Symbolisch: de florale motieven echoën de lotus, het symbool van zuiverheid en spirituele groei.

De gravure is dus geen decoratie, maar een visuele theologie:
een manier om te laten zien dat de Boeddha verschijnt in een veld van licht.

Samenhang voor- en achterkant: lichaam en gemeenschap

Wanneer je de stele als geheel bekijkt, ontstaat een prachtige symmetrie
tussen de twee zijden.

Voorkant: de Boeddha verschijnt in reliëf, omringd door gegraveerde lichtwezens en kosmische ornamentiek.

Achterkant: de gemeenschap van donoren verschijnt in gestileerde figuren, elk met een lotusknop die net boven het hoofd uitkomt, en met inscripties die hun namen, functies en herkomst vastleggen.

De lotus die de donoren dragen is een echo van de florale patronen
aan de voorkant.
De gegraveerde namen van de donoren spiegelen
de gegraveerde bodhisattva’s en ornamenten rond de Boeddha.
De Boeddha is het enige lichaam in reliëf;
de donoren zijn de enige mensen met namen.

Zo wordt de stele een tweeluik:

  • Voorzijde: de Boeddha die verschijnt.
  • Achterzijde: de gemeenschap die zich tot hem wendt.

Beide zijden zijn verbonden door dezelfde beeldtaal van licht, lijn en lotus.

DSC05560ZürichMuseumRietbergVotiveSteleWithBuddhaShakyamuniChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyRCH106KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydt



Samen met Copilot heb ik een aantal van de teksten
op de achterzijde doorgenomen.
Ik kan de karakters zelf niet interpreteren dus vooraf een kleine disclaimer.

In totaal hebben we van 6 figuren, 4 van de bovenste rij en
2 uit de onderste rij bekeken.
Drie van de teksten zijn op een van de foto’s in deze blog goed te herkennen.

Tekst 1 vanaf links:

De inscriptie die je hebt geüpload bevat de woorden:
侍郎弟子翰林院
Letterlijk: “Leerling van de Assistant‑Minister, Hanlin‑Academie.”
Dat is een titel- of statusformule, geen persoonsnaam.
Zulke formules komen vaak voor op boeddhistische steles
uit de Tang‑ en Song‑periode, en ze verwijzen meestal naar:

  • 侍郎 (shilang) — een hoge ambtelijke rang, vaak vertaald als Assistant Minister of Vice Minister.
  • 弟子 (dizi) — letterlijk leerling, maar in boeddhistische context vaak toegewijde, volgeling, schenker, donateur.
  • 翰林院 (Hanlin yuan) — de prestigieuze Hanlin Academie, een elite-instituut van geleerden die dicht bij de keizerlijke hofcultuur stonden.

Samen betekent het dus iets als:
“Een toegewijde (of leerling) van een Assistant Minister, verbonden aan de Hanlin‑Academie.”

Het is dus een statusaanduiding van de schenker of opdrachtgever,
niet van de afgebeelde figuur.

Figuur in het midden:
樓 / 弟子趙發女侄

De inscriptie bestaat uit twee delen:

  • 樓 Dit is waarschijnlijk een familienaam (Lóu). Op steles wordt een familienaam vaak bovenaan geplaatst als kopje.
  • 弟子趙發女侄 Dit kun je als volgt lezen:

弟子 — “leerling / toegewijde / volgeling / schenker”

趙發 — een persoonsnaam: Zhao Fa

女侄 — letterlijk “nichtje (dochter van een broer)”

Samen betekent dit:
“De vrouwelijke nicht van de toegewijde Zhao Fa, van de familie Lou.”
Of iets vrijer:
“Lou — nicht (vrouwelijke verwant) van de toegewijde Zhao Fa.”

Meest rechtse in de serie van 3:

De inscriptie die je nu laat zien — 雷弟子 / 落峒者 —
past opnieuw precies in het patroon van donoridentificaties
op Noordelijke‑Wei‑steles.
De karakters zijn archaïsch en licht gestileerd,
maar de betekenis is goed te reconstrueren.

Wat er staat en hoe het gelezen wordt


  • Dit is vrijwel zeker een familienaam (Léi). Net als bij de eerdere inscripties staat de familienaam bovenaan, als een soort label voor de donorfiguur.
  • 弟子
    Dit betekent opnieuw “toegewijde / leerling / volgeling / schenker”. In deze context verwijst het naar de persoon die de figuur representeert.
  • 落峒者
    Dit is het meest interessante deel. De combinatie kan op twee manieren worden gelezen:

    • 落峒 kan een plaatsnaam zijn (een dorp, gehucht of regio).
    • 者 betekent “persoon / degene die…”.

Samen wordt het dan:
“Persoon afkomstig uit Luodong” of “Degene uit (de plaats) Luodong.”

Plaatsnamen met 峒 komen vaker voor in Zuid‑Chinese en grensgebieden (Hunan, Guangxi, Guizhou), maar ook in oudere teksten als aanduiding voor kleine nederzettingen of bergdorpen.

Tekst bij figuur helemaal rechts buiten de foto:

Waarschijnlijke lezing
De meest consistente interpretatie binnen de context van de stele is:
“Duan — de toegewijde He, verbonden aan de (militaire) Ma‑afdeling / Ma‑eenheid.”
Of iets vrijer:
“De donor He van de familie Duan, uit de Ma‑eenheid.”

Hoe dit past in het geheel van de stele.

De vier inscripties die je nu hebt:
侍郎弟子翰林院 — hoge ambtelijke donor
樓弟子趙發女侄 — familierelatie binnen een donorcluster
雷弟子落峒者 — donor met geografische herkomst
端弟馬校何 — donor met militaire affiliatie
…vormen samen precies het soort mini‑gemeenschap
dat je op Noordelijke‑Wei‑votiefsteles ziet:
een netwerk van verwanten, ambtenaren, militairen
en regionale volgelingen die gezamenlijk een stele laten oprichten.



DSC05561ZürichMuseumRietbergVotiveSteleWithBuddhaShakyamuniChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyRCH106KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtAchterkant

Achterkant: gemeenschap in steen, verbonden door lotus

De achterkant van de Noordelijke‑Wei‑stele in het Museum Rietberg
bestaat uit twee horizontale rijen met kleine donorfiguren.
Ze zijn niet bedoeld als portretten:
elke figuur is identiek, met dezelfde houding, dezelfde kleding
en hetzelfde attribuut.
Het onderscheid zit volledig in de korte inscripties ernaast,
waarin namen, functies, herkomstplaatsen en familiebanden worden genoemd.
Samen vormen ze een sociale dwarsdoorsnede van de gemeenschap
die deze stele heeft laten oprichten.

De lotus als bindend motief

Wat deze donorfiguren bijzonder maakt, is dat iedereen
een lotusknop in de handen draagt,
met de bloem die net boven het hoofd uitkomt.
Dat detail is niet decoratief, maar symbolisch geladen.

De lotusknop staat voor potentie en toekomstige verdienste: de bloem is nog niet geopend, net als de spirituele weg van de donor.
De positie boven het hoofd verwijst naar verheffing en bescherming: de donor staat letterlijk onder de belofte van de Dharma.
Omdat alle figuren dezelfde lotus dragen, worden ze ritueel gelijkgesteld, ongeacht hun sociale rang of achtergrond.
De lotus is daarmee het visuele bindmiddel van de hele groep:
een gedeeld gebaar van devotie dat alle individuele verschillen overstijgt.

De bovenste rij: titels, functies en herkomst

De inscripties uit de bovenste rij tonen donoren
met een duidelijke sociale status. Enkele voorbeelden:

侍郎弟子翰林院 “Toegewijde van een Assistant‑Minister, verbonden aan de Hanlin‑Academie.” Een donor uit de hoogste ambtelijke kringen.
樓 / 弟子趙發女侄 “Lou — vrouwelijke nicht van de toegewijde Zhao Fa.” Een familierelatie binnen een donorcluster.
雷弟子落峒者 “Lei — de persoon afkomstig uit Luodong.” Een donor die via zijn herkomst wordt geïdentificeerd.
端弟馬校何 “Duan — de toegewijde He, verbonden aan de Ma‑eenheid (militaire afdeling).” Een donor met een militaire achtergrond.

Deze rij vertegenwoordigt de prominente leden van de gemeenschap:
ambtenaren, militairen, mensen met een duidelijke regionale identiteit
en familieleden van hoofddonoren.
De lotus maakt hen in de afbeelding echter niet groter
of belangrijker dan de anderen:
hun gelijkwaardigheid wordt visueel benadrukt.

De tweede rij: lekenvolgelingen en regionale namen

De inscripties uit de tweede rij tonen donoren zonder hoge rang,
maar met even zorgvuldig genoteerde namen. Voorbeelden:

熊宗寧來記官 “Xiong Zongning, registrerend ambtenaar.” Een lage tot middelhoge administratieve functie.
補東子終不當 “Bu‑Dong — de toegewijde Zongbudang.” Een samengestelde familienaam en een fonetische of regionale persoonsnaam.

Deze rij toont de brede basis van de gemeenschap:
gewone lekenvolgelingen die net zo goed deel uitmaken van de dedicatie.
Ook zij dragen dezelfde lotusknop, waardoor hun bijdrage ritueel
even zwaar telt als die van de hooggeplaatste sponsors.

DSC05562ZürichMuseumRietbergVotiveSteleWithBuddhaShakyamuniChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyRCH106KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtAchterzijde

Een collectieve daad van verdienste

De achterkant van de stele is daarmee geen decoratie,
maar een zorgvuldig geordend register van mensen, relaties en functies.
De inscripties individualiseren; de lotus uniformiseert.
Samen vormen ze een gemeenschap die in steen is vastgelegd,
ieder met zijn of haar eigen naam,
maar verbonden door hetzelfde gebaar van devotie.

Afsluiting

De stele zelf heeft een bladachtige vorm die naar boven toe taps toeloopt,
en juist in dat spits eindigende deel helt het oppervlak een fractie naar voren.
Niet het lichaam van de Boeddha, maar de zone bóven zijn hoofd
beweegt licht naar de kijker toe.
Die subtiele kromming maakt de fijn gegraveerde ornamentiek
in de bovenste kosmische zone beter zichtbaar
en geeft de stele een zachte, opwaartse dynamiek.
Omdat ook de achterkant volledig is uitgewerkt met twee rijen donoren
en inscripties, moet de stele vrij in de ruimte hebben gestaan,
zodat bezoekers eromheen konden lopen en beide werelden konden ervaren:
de Boeddha die verschijnt, en de gemeenschap die hem draagt.


Een tijger als scharnierpunt

Tussen de grote sculpturen, steles en monumentale objecten
in het Museum Rietberg lag iets kleins dat mijn aandacht onmiddellijk vasthield:
een bronzen buis van nauwelijks twintig centimeter lang,
ingelegd met zilver en goud, en bekroond met een liggende tijger.
Een miniatuur, bijna te bescheiden om op te vallen
tussen de omringende reuzen,
maar juist daardoor een perfecte overgang in mijn reeks museumvondsten.
Een rustpunt, een detail dat zich pas laat zien wanneer je vertraagt.

DSC05554ZürichMuseumRietbergChariotFittingWithALyingTigerChinaEasternZhouDynastyLateWarringStatesLateZhanguoPeriodPeriod3rdCBCBronseWithGoldAndSilverInlaysRCH41

Zürich, Museum Rietberg, Chariot fitting with a lying tiger (kupplungsteil), China, Eastern Zhou Dynasty, Late Warring States / Late Zhanguo period, 3rd century BC, bronse with gold and silver inlays. RCH 41. Afmetingen: 6,5 × 20 × 5,5 cm.


Ik maakte twee foto’s.
Pas later, terug in Breda, begon ik me af te vragen wat dit eigenlijk was.
De museumbeschrijving noemde het een chariot fitting,
een koppelingselement van een wagen uit de late Warring States‑periode.
Maar hoe langer ik naar mijn foto’s keek, hoe minder dat klopte.
De buis is volledig hol, rondom gedecoreerd, zonder enige voorziening
om in hout te worden verankerd.
Geen lippen, geen gaten, geen ribbels.
En de tijger zit precies op een overgangszone,
alsof hij een knooppunt markeert.

Dat bracht me terug naar iets heel anders:
de metalen hulzen aan de uiteindes van de individuele stokken
van mijn oude bamboe vishengel.
De uiteindes omklemmen het bamboe en worden gebruikt
om de verschillende stokken in elkaar te schuiven.
Ze geven stevigheid aan de verbinding.

DSC05553ZürichMuseumRietbergChariotFittingWithALyingTigerChinaEasternZhouDynastyLateWarringStatesLateZhanguoPeriodPeriod3rdCBCBronseWithGoldAndSilverInlaysRCH41

Hier, in Zürich, zag ik ineens hetzelfde principe terug:
een holle bus waarin een houten pen schuift.
Een verbinding die stevigheid geeft én demonteerbaarheid mogelijk maakt.
Ineens zag ik het: dit is geen koppeling tussen horizontale wagenonderdelen,
maar een pen‑en‑busverbinding (socket‑and‑spigot)
tussen twee verticale segmenten.
Een onderdeel van een meerdelige stang.

Maar welke stang?
Het antwoord kwam uit onverwachte hoek.
Ik stuitte op een foto van een paar monumentale bronzen buizen,
45 centimeter hoog, rijk ingelegd en afkomstig
uit de Warring States tot Western Han‑periode.
Ze werden geveild als chariot pole fittings
— onderdelen van de stang die een parasol of baldakijn
op een ceremoniële wagen droeg.
De beschrijving was helder:
deze hulzen verbonden de houten segmenten van een canopy pole.
De vorm, de decoratie, de holle kern, de symmetrie: alles was herkenbaar.
Alleen de schaal verschilde.
Waar het veilingpaar monumentaal is, is het Rietberg‑object intiem en verfijnd. Maar het functionele principe is identiek.
En dan valt alles op zijn plaats.
In de late Warring States‑periode verloor de strijdwagen zijn militaire functie
en werd hij steeds meer een ritueel object.
Parasolstangen, standaarden, vlaggenstokken
— ze werden demonteerbaar gemaakt en verbonden met bronzen hulzen
die niet alleen functioneel waren, maar ook zichtbaar moesten zijn.
De tijger op het object in Museum Rietberg is geen toevallig ornament,
maar een markeringspunt:
een symbool van macht en bescherming
precies op de plek waar twee delen samenkomen.

ARarePairOfVeryLarge45CmSilverInlaidBronzeChariotPoleFittingsWarringStatesToWesternHanDynasty

Foto van veiligsite Zacke. De voorwerpen worden als volgt beschreven: A RARE PAIR OF VERY LARGE (45 CM) SILVER-INLAID BRONZE CHARIOT POLE FITTINGS, WARRING STATES TO WESTERN HAN DYNASTY. De bron van de foto en informatie is hun website.


Wat mij raakt, is hoe zo’n klein object een hele wereld opent.
Je ziet het liggen als een miniatuur,
maar het hoort thuis in een constructie die boven de wagen uitstak,
zichtbaar in processies, rituelen en grafcontexten.
Een detail dat de status van de eigenaar onderstreepte,
maar ook de technische verfijning van de werkplaats die het maakte.

En zo wordt dit kleine tijger‑element een scharnierpunt
— niet alleen in de constructie waarvoor het ooit bedoeld was,
maar ook in mijn eigen museumdag.
Een moment van vertraging,
van kijken naar iets dat bijna over het hoofd gezien wordt,
en dat juist daardoor een onverwachte diepte onthult.


De Warring States‑periode

De term Warring States verwijst naar de laatste fase
van de Oostelijke Zhou‑dynastie, grofweg van de 5e tot de 3e eeuw v.Chr.
Het is een naam die pas veel later is ontstaan,
ontleend aan het historische werk Zhanguo Ce (“Strijdende Staten‑strategieën”),
een verzameling diplomatieke anekdotes en politieke manoeuvres uit die tijd.
China was toen geen eenheid, maar een lappendeken van machtige staten
— Qin, Chu, Zhao, Wei, Han, Yan en Qi —
die elkaar voortdurend bestreden en tegelijk
een ongekende culturele en technologische bloei doormaakten.
Het is de periode waarin bronskunst zijn hoogste verfijning bereikte,
ijzer zijn intrede deed, en ceremoniële objecten
zoals parasolstangen, wagenbeslag en ingelegde bronzen hulzen
een uitgesproken statussymbool werden.
Het Rietberg‑object hoort precies in die wereld thuis:
een tijd van oorlog, maar ook van verfijning,
experiment en symbolische overdaad.

Chimera, buffel en hond — wachter, werker, metgezel

DSC05538ZürichMuseumRietbergDogNorthChinaEasternHanDynasty25-220MYT96TonwareMitBleiglasur

Zürich, Museum Rietberg, Dog, North China, Eastern Han Dynasty, 25 – 220 CE, MYT 96, tonware mit bleiglasur.


Ze staan bij elkaar, in één bericht,
maar lijken niet uit hetzelfde verhaal te komen.
De hond en de buffel dragen de glans van lood,
een huid die ooit vloeibaar was,
die in het graf moest schitteren als een belofte van zorg.
Ze zijn rond, zwaar, bijna huiselijk
— dieren die je zou kunnen aaien,
als ze niet gemaakt waren om te blijven waken
in een wereld waar niemand terugpraat.

DSC05540ZürichMuseumRietbergRecliningWaterBuffaloNorthChinaEasternHanDynasty2nd-Early3rdCenturyMYT82TonwareMitBleiglasurDSC05541ZürichMuseumRietbergRecliningWaterBuffaloNorthChinaEasternHanDynasty2nd-Early3rdCenturyMYT82TonwareMitBleiglasur

Reclining water buffalo, North China, Eastern Han Dynasty, 2nd – early 3rd century, MYT 82, tonware mit bleiglasur.


En dan de chimera.
Geen glans, maar pigment.
Geen huisdier, maar een grensbewoner.
Zijn lichaam is hoekiger, ouder,
als een herinnering aan een tijd
waarin monsters nog nodig waren
om de nacht op afstand te houden.
Hij draagt geen glazuur
maar een huid van aarde en kleur
die niet verleidt maar waarschuwt.

DSC05547ZürichMuseumRietbergStandInTheShapeOfAChimeraChinaShaanxiHenanRegionWesternHanDynasty2nd-1stCenturyBCMYT1148ATonwareMetBemalung

Stand in the shape of a chimera, China, Shaanxi/Henan region, Western Han Dynasty, 2nd – 1st century BC, MYT 1148a, tonware mit bemalung.


Samen vormen ze een kleine stoet:
een wachter die brult,
een werker die zwijgt,
een metgezel die blijft.
Drie dieren voor een andere wereld,
elk met een eigen taak,
elk met een eigen manier van aanwezig zijn.
En in hun verschillen wordt zichtbaar
wat de levenden verlangden:
kracht, arbeid, nabijheid
— meegenomen, voorzichtig, in klei en glans en kleur.


Wat is een chimera of fabeldier?

In de Chinese oudheid verschijnt een chimera — een samengesteld fabeldier — vaak als wachter of grensbewoner tussen werelden. Het is geen dier dat ooit heeft bestaan, maar een wezen dat delen van verschillende dieren in zich draagt: de kracht van een leeuw, de alertheid van een hond, de hoorns van een ram, de staart van een slang.
Zo’n fabeldier belichaamt niet één eigenschap, maar een bundeling van krachten. Het staat voor bescherming, afweer, vitaliteit — precies wat men nodig achtte aan de rand van het graf.

Wat is een paard in het hiernamaals?

– over orde, hemel en beweging –

Al weer een verrassing.
Vanachter de vitrine hinnikt een paard me tegemoet.
Hoor ik dat goed?
Blijkbaar wel.
Een paard uit China — en niet het eerste dat ik tegenkom.

Eerder zag ik paarden die als grafvondst waren gemaakt.
Misschien is het tijd om er drie uit te lichten
— drie paarden die, elk op hun eigen manier,
iets onthullen over het hiernamaals.

Waar hebben we het dan over?

Xi’an
— de terracotta paarden van het mausoleum van Qin Shihuangdi

Lanzhou
— het vliegende paard uit Wuwei (Gansu)

Zürich
— een galopperend paard in brons

Inleiding op paarden als grafobjecten in China

In het oude China hoorde het paard
tot de wereld van orde, hemel en beweging.
Het was het dier dat de aristocratie droeg,
dat legers vooruit trok,
dat wagens licht maakte
en afstanden verkleinde.
In het leven stond het voor status en bereik;
in de dood werd het een begeleider.
Daarom verschenen paarden
— van klei, brons of hout —
zo vaak in graven.
Niet als versiering, maar als dragers van betekenis:
bewakers, gidsen, statussymbolen,
of zelfs hemelse wezens die de overledene
naar een andere sfeer konden brengen.

Door de eeuwen heen
veranderde de manier waarop het paard werd voorgesteld.
Soms stond het in strakke rijen opgesteld,
onderdeel van een ondergronds systeem van discipline en controle.
Soms zweefde het licht en bijna mythisch,
alsof het de hemel zelf kon aanraken.
En soms werd het gevangen in een moment van pure fysieke kracht:
een gespannen nek, een open bek, opengesperde neusgaten.
— een lichaam dat nog één keer ademhaalt.

Het paard in het graf is dus nooit zomaar een paard.
Het is een idee, een belofte, een richting.
En precies daarom is het zo betekenisvol
om drie heel verschillende voorbeelden naast elkaar te leggen.

DSC08009ChinaXi'anTerracottaArmyHorse200BCE

Xián, terracotta army.


Machtsvertoon van het eerste keizerrijk

In het mausoleum van Qin Shihuangdi
staan de paarden niet als individuen,
maar als schakels in een immens systeem.
Ze zijn gemaakt van klei, levensgroot,
met gespannen halzen en strak aangelegde tuigage.
Alles aan hen ademt orde:
de regelmaat van de rijen,
de herhaling van vormen,
de afwezigheid van persoonlijke expressie.
Deze paarden wachten niet, ze blijven paraat
— zelfs nu hun keizer allang is verdwenen.

Het terracottaleger is geen verzameling beelden,
maar een ondergrondse organisatie,
zorgvuldig opgebouwd uit duizenden onderdelen.
De paarden vormen daarin de motor
van mobiliteit en controle:
ze trekken wagens,
dragen officieren,
houden het leger in beweging.

In Xi’an zie je geen paard dat zichzelf is.
Je ziet een paard dat een rijk draagt.
Een paard dat een systeem belichaamt.
Een paard dat macht zichtbaar maakt, zelfs onder de grond.

DSC07824ChinaLanzhouGansuProvincialMuseumGallopingHorseTreadingOnAFlyingSwallowEasternHanPeriod200CEBonze

Lanzhou, Gansu Provincial Museum, Gallopinh horse treading on a flying swallow, Eastern Han period, bronze.


Een hemels ideaal

Het bronzen paard uit Wuwei lijkt nauwelijks nog aan de aarde gebonden.
Met één hoef rust het op een zwaluw
die in volle vlucht onder hem doorschiet
— een beeld dat de zwaartekracht niet tegenspreekt, maar eenvoudigweg negeert.
Dit is geen werkpaard,
geen militair dier,
geen onderdeel van een systeem.
Dit is een ideaal:
een lichaam dat licht wordt, een beweging die omhoog wijst.

De makers van de Han‑dynastie kozen niet voor realisme,
maar voor een vorm die de overledene een andere wereld in draagt.
De gespannen spieren,
de opgeheven staart,
de open mond:
alles suggereert snelheid,
maar het is een snelheid die niet over de grond gaat.
Het paard stijgt, tilt, verheft.

Waar Xi’an de orde van een rijk laat zien,
toont Lanzhou de mogelijkheid van een hemel.
Een paard dat niet dient, maar draagt — naar elders, naar boven.

DSC05534ZürichMuseumRietbergHorseChinaEasternHanDynasty2ndCenturyBronzeH125CmAliceUndPierreUldryRCH13A

Zürich, Museum Rietberg, Horse, China, Eastern Han Dynasty, 2nd century, bronze, hoogte 125 cm. Geschenk van Alice and Pierre Uldry, RCH 13A.


Individuele kracht en beweging

Het bronzen paard uit Zürich staat niet in een rij
en zweeft niet door de hemel.
Het staat op zichzelf.
Een lichaam in volle vaart,
gevangen in het moment waarop kracht en beweging samenvallen.
De nek is gespannen,
de mond geopend,
de neusgaten wijd:
dit is een paard dat ademt, trekt, versnelt.
Geen symbool van een rijk, geen ideaalbeeld van een hemel,
maar een individu dat zijn eigen kracht tot beweging laat komen.

De makers van de Oostelijke Han‑dynastie kozen hier niet voor herhaling of mythe,
maar voor een bijna lichamelijke nabijheid.
Je ziet de spieren onder het brons,
de torsie van de romp,
de impuls die door het hele lichaam loopt.
Het is alsof het paard nog één stap verwijderd is van geluid.

Waar Xi’an orde toont en Lanzhou verheffing,
laat Zürich de intensiteit van een enkel dier zien
— een moment van pure beweging dat de tijd even stilzet.

DSC05535ZürichMuseumRietbergHorseChinaEasternHanDynasty2ndCenturyBronzeH125CmAliceUndPierreUldryRCH13A

Dit bronzen paard, ruim 125 cm hoog,
maakte deel uit van de collectie van Alice und Pierre Uldry,
Zwitserse verzamelaars die vanaf de jaren vijftig
een omvangrijke collectie Chinese kunst opbouwden.
Hun vermogen uit de bankensector stelde hen in staat
actief te kopen op de internationale kunstmarkt,
waar dit beeld zonder vindplaats of context werd verworven.

Het paard is hol gegoten en opgebouwd uit meerdere onderdelen,
een techniek die typisch is voor grotere Han‑bronzen
en die de technische ambitie van het beeld onderstreept.
De gespannen houding van het lichaam
en de zorgvuldige assemblage suggereren
dat de maker beweging en kracht wilde vangen in metaal.
In China golden paarden in deze periode als statussymbolen
voor aristocratie en leger,
en werden ze vaak in klei of brons meegegeven in graven
— een traditie waar dit beeld qua vorm en schaal nauw bij aansluit,
al ontbreekt de context om dat met zekerheid te zeggen.

DSC05536ZürichMuseumRietbergHorseChinaEasternHanDynasty2ndCenturyBronzeH125CmAliceUndPierreUldryRCH13A


Over onzekerheid en betekenis

Bij oude voorwerpen is zekerheid zelden volledig.
Het paard uit Wuwei is uniek:
we kennen geen tweede voorbeeld,
geen tekst die het verklaart,
geen traditie waarin het past.
Zelfs de vogel onder zijn hoef laat zich niet eenduidig identificeren.
Het Zürich‑paard is al even ongrijpbaar:
zonder vindplaats,
zonder grafcontext,
zonder archeologische bedding.
Beide beelden bereikten ons via de kunsthandel,
losgemaakt van hun oorspronkelijke omgeving.

Toch is er iets dat overeind blijft:
de inspanning.
Iemand heeft deze paarden gegoten, gevormd, gepolijst.
Iemand heeft uren, dagen, misschien weken gewerkt
aan een lichaam in beweging,
aan een houding die iets moest oproepen of begeleiden.
Die menselijke effort is betekenis — ook als we niet precies weten welke.

Misschien is dat de kern:
dat schoonheid soms meer suggereert dan ze verklaart,
en dat juist in die open ruimte iets blijft resoneren dat ons zo intrigeert.

Afsluiting: Tijd en verankering

De drie paarden staan ver uit elkaar in tijd en zekerheid.
Het paard uit Xi’an behoort tot de late derde eeuw v.Chr.,
stevig ingebed in het mausoleum van de eerste keizer.

Het Wuwei‑paard komt uit een graf uit de Oostelijke Han‑periode (1e–2e eeuw n.Chr.),
met een datering die door de aarde zelf wordt bevestigd.

Tot hier is het archeologie.

Het Zürich‑paard wordt op stilistische gronden
eveneens in de Oostelijke Han geplaatst,
maar zonder vindplaats blijft dat een ingeschat tijdvak
— een vorm van kennis die balanceert tussen analyse en interpretatie.

kiekeboe – piekaaboe

Soms kun je beter niets schrijven
beelden verklaren zichzelf

bolle driehoeken, cirkels
golvende lijnen
strepen, naast en over elkaar
wit, zwart, rood
ze spreken: vee en wee en en em
haken en ogen die terug kijken
openstaande monden
hand in hand
doorstromende leegtes
die bedoeld zijn om te vullen

DSC05523ZürichMuseumRietbergJarWithHooksChinaGansuOrQinghaiProvinceMajiayaoCultureMajiayaoPhaseLate4rhEarly3rdMillenniumBCMYT1034

Zürich, Museum Rietberg, Jar with hooks, China, Gansu or Qinghai province, Majiayao culture, Majiayao phase, late 4th / early 3rd millennium BC, MYT 1034.

DSC05524ZürichMuseumRietbergJarWithHooksChinaGansuOrQinghaiProvinceMajiayaoCultureMajiayaoPhaseLate4rhEarly3rdMillenniumBCMYT1034


DSC05526ZürichMuseumRietbergCommunicatingJarsWithFigurativeMotifsChinaGansuOrQinghaiProvinceMajiayaoorQijiaCultureLate3rdEarly2ndMillenniumBCMYT1051

Communicating jars with figurative motifs, China, Gansu or Qinghai province, Majiayao or Qijia culture, late 3rd / early 2nd millennium BC, MYT 1051.


DSC05528ZürichMuseumRietbergJarWithHumanFigureChinaGansuOrQinghaiProvinceQijiaCultureFirstHalf2ndMillenniumBCMYT1077

‘kiekeboe – piekaaboe’. Jar with human figure, China, Gansu or Qinghai province, Qijia culture, first half 2nd millennium BC, MYT 1077.

DSC05529ZürichMuseumRietbergJarWithHumanFigureChinaGansuOrQinghaiProvinceQijiaCultureFirstHalf2ndMillenniumBCMYT1077


DSC05531ZürichMuseumRietbergJarWithBlackAndWhiteStrokesChinaGansuOrQinghaiProvinceMajiayaoCultureMajiayaoPhaseLate4rhEarly3rdMillenniumBCMYT1036

Jar with black and white lines, China, Gansu or Qinghai province, Majiayao culture, Majiayao phase, late 4th / early 3rd millennium BC, MYT 1036.

DSC05532ZürichMuseumRietbergJarWithBlackAndWhiteStrokesChinaGansuOrQinghaiProvinceMajiayaoCultureMajiayaoPhaseLate4rhEarly3rdMillenniumBCMYT1036


Afronding

Deze vormen
behoren tot de keramiektradities van Gansu en Qinghai,
de Majiayao‑cultuur.

De volgende beelden brengen ons verder door China,
langs steles, keramiek en andere voorwerpen
uit andere streken.

Een tip van de sluier,
maar het doek blijft voor vandaag nog even dicht.


Rozenbedden van klei

DSC05502ZürichMuseumRietbergLargeJarWithHumanHeadChinaGansuOrQinghaiProvinceMajiayaoCultureMachangPhaseLate3rdMillenniumBCMYT1044

Zürich, Museum Rietberg, Large jar with human head, China, Gansu or Qinghai province, Majiayao culture, Machang phase, late 3rd millennium BC, MYT1044.

DSC05503ZürichMuseumRietbergLargeJarWithHumanHeadChinaGansuOrQinghaiProvinceMajiayaoCultureMachangPhaseLate3rdMillenniumBCMYT1044

Op de tweede dag in Museum Rietberg begon ik met hun
collectie Chinese kunst.
Meteen aan het begin stond een reeks prachtige objecten.
Ik wist niet wat ik zag.
De potten of vazen doen vaak modern aan.
Soms zo mooi dat het lijkt alsof ze niet echt zijn.

Large jar with human head
China, Gansu or Qinghai Province
Majiayao Culture, Machang Phase
ca. 2300–2000 v.Chr.
Earthenware with black painted decoration
Meiyintang Collection, Dauerleihgabe Museum Rietberg
Inv. MYT1044

Bolvormige pot van roodbruin aardewerk, met een smalle, licht uitlopende hals.
De wand is beschilderd met brede zwarte banen,
afgewisseld met een aantal smalle zwarte lijnen
die de schouder en bovenhelft in horizontale ritmes verdelen.
De penseelvoering is typisch voor de Machang‑fase:
strak, repetitief en grafisch van karakter.

Op de schouder bevindt zich een plastisch aangezet menselijk hoofd,
zorgvuldig geïntegreerd in het decoratieve systeem van de pot.
Waar de wand horizontaal is geordend,
verschijnen op het gezicht smalle verticale lijnen op de wangen,
die een subtiel tegenritme vormen en het mensbeeld versterken.
De ogen en mond zijn smalle, horizontale insnijdingen in de klei,
geaccentueerd door zwarte penseelstreken.
Of deze insnijdingen doorlopen naar de holte van de pot
is op basis van de foto’s niet vast te stellen,
maar hun vorm en plaatsing suggereren dat ze vooral bedoeld zijn
om het gezicht een duidelijke, bijna grafische expressie te geven.

Opvallend zijn de oren van het hoofd:
naar voren gerichte buisvormige aanzetten.
De gehoorkanalen zitten niet aan de zijkant,
zoals bij een naturalistische weergave,
maar wijzen licht naar voren.
Daardoor functioneren ze minder als anatomische oren
en meer als vormelementen binnen de compositie
— kleine projecties die het hoofd een frontale energie geven
en het ritme van de pot onderbreken zonder het te verstoren.

De neus is puntig.
De kin is stevig aangezet.

Lager op de wand is een aangezet oor zichtbaar:
handmatig gevormd, licht asymmetrisch en zonder doorboring.
De vorm is te klein en te dicht tegen de potwand
om als handgreep te functioneren.
Dergelijke oren komen vaker voor in Machang‑aardewerk
en worden doorgaans geïnterpreteerd als rituele of symbolische elementen,
mogelijk bedoeld voor een koord of binding,
of als onderdeel van de typologische vormtaal van deze fase.
Omdat slechts één zijde van het object zichtbaar is,
blijft onduidelijk of er één of meerdere van deze oren aanwezig zijn.

Hoewel de exacte vindplaats onbekend is, wijzen vorm, decoratie en materiaal
overtuigend naar het grensgebied van Gansu en Qinghai,
langs de bovenloop van de Gele Rivier.
De datering rond 2300–2000 v.Chr. plaatst het object
in dezelfde periode als de laatste bouwfase van Stonehenge,
en ongeveer duizend jaar na de Nederlandse hunebedden.


De eerste voorwerpen die ik bekeek waren allemaal afkomstig
uit de Meiyintang Collection.
Bij Museum Rietberg wil ik dan meteen weten wie er achter
die verzameling zit en hoe die aan de verzameling is gekomen.
Verzamelen is een dure hobby.

De broers Zuellig — een biografie in één vloeiende beweging

De geschiedenis van de Meiyintang‑collectie begint niet
in een atelier in Jingdezhen (het historische porseleincentrum van China)
of in een keizerlijk paleis,
maar in Zuidoost‑Azië, waar twee Zwitserse broers
Stephen en Gilbert Zuellig
in de jaren vijftig en zestig een zakelijk imperium hielpen uitbouwen
dat hun leven voorgoed zou bepalen.
Hun familiebedrijf, de Zuellig Group, was ooit een bescheiden handelsfirma
in de Filipijnen, maar groeide in de loop van de twintigste eeuw uit
tot een van de grootste private ondernemingen in Azië.
Het zwaartepunt lag in farmaceutische distributie:
het leveren van medicijnen, medische apparatuur en gezondheidsproducten
aan ziekenhuizen, apotheken en overheden in een regio
waar infrastructuur en logistiek vaak complex waren.
Die wereld — van magazijnen, koelketens, vrachtwagens en contracten —
leverde de broers een vermogen op dat hen in staat stelde
iets totaal anders te doen: verzamelen op het allerhoogste niveau.
En omdat ze in Azië woonden en werkten, bevonden ze zich
precies op de plek waar de kunstmarkt in die tijd nog relatief toegankelijk was.
Ze kochten niet impulsief, maar met een bijna monastieke discipline.
Gilbert richtte zich op het vroege keramiek:
neolithische potten, Han‑figuren, Tang‑glazuren, Song‑steengoed.
Stephen concentreerde zich op Ming- en Qing‑porselein,
vaak van uitzonderlijke kwaliteit.
Samen bouwden ze een collectie op die niet alleen omvangrijk was,
maar ook fijnzinnig, coherent en wetenschappelijk relevant.
De naam die ze hun verzameling gaven
Meiyintang, “Hal tussen de rozenbedden”
is precies het soort naam dat een geleerde in de Ming‑ of Qing‑tijd
aan zijn privé‑studio zou geven,
maar het is ook een subtiele aanwijzing voor hun houding:
ingetogen, contemplatief, gericht op schoonheid en studie.

Toen de collectie in de jaren negentig werd gepubliceerd
door de kunsthistorica Regina Krahl, werd ze in één klap een referentiepunt
voor iedereen die zich met Chinees keramiek bezighoudt.
Niet omdat de broers spectaculaire trofeeën wilden tonen,
maar omdat ze met een bijna wetenschappelijke precisie hadden verzameld.

Na het overlijden van Gilbert werd zijn deel van de collectie ondergebracht
in de Meiyintang Stiftung, met als doel de samenhang te bewaren
en de stukken toegankelijk te maken voor het publiek.
Dat leidde tot de langdurige bruikleen aan Museum Rietberg in Zürich
— objecten die zo perfect lijken dat je even twijfelt of ze wel echt kunnen zijn.
Maar dat is precies het punt: de broers kochten alleen het allerbeste.
Niet om te pronken, maar omdat ze geloofden dat keramiek
— van de meest eenvoudige neolithische pot
tot het meest verfijnde keizerlijke porselein —
getuigt van de rijkdom en reikwijdte van China’s keramische tradities.
En dat die lijn, als je haar zorgvuldig volgt,
een verhaal vertelt dat groter is dan welk individueel object ook.

Persoonlijk ben ik niet thuis in de lange keramische tradities van China.
Dus ik heb er behoefte aan te begrijpen waar de provincies liggen
waar de voorwerpen vandaan komen en
hoe de culturen en fases zich tot elkaar verhouden.

De wereld van Majiayao — drie fasen, één landschap

Langs de bovenloop van de Gele Rivier,
in het grensgebied van Gansu en Qinghai,
ontstond tussen ongeveer 3300 en 2000 v.Chr.
een keramische traditie die vandaag nog steeds verrassend modern aanvoelt.
Het is een landschap van droge valleien, leemheuvels en brede rivierbeddingen,
waar de horizon langzaam oploopt richting het Tibetaans Plateau.
Voor wie ooit in Lanzhou is geweest, is dit decor direct voorstelbaar:
een wereld van wind, löss en licht.
Binnen dit landschap ontwikkelde zich de Majiayao‑cultuur,
die archeologen in drie opeenvolgende fasen onderscheiden:
Majiayao, Banshan en Machang.
Elke fase heeft een eigen vormtaal, alsof drie generaties pottenbakkers
elk hun eigen manier vonden om beweging, herhaling en betekenis in klei te vangen.

  • Majiayao (ca. 3300–2500 v.Chr.)
    Heldere, open patronen; grote spiralen; veel witruimte.
    Een stijl die voelt alsof de pottenbakker net ontdekt heeft hoe ritme werkt.
  • Banshan (ca. 2600–2300 v.Chr.)
    Complexere, dichtere decoratie; meerdradige spiralen; contrasterende vlakken.
    Een uitbundige fase waarin de penseelvoering bijna dansend wordt.
  • Machang (ca. 2300–2000 v.Chr.)
    Strakkere geometrie; horizontale banden; driehoekige ritmes.
    En soms verschijnt er iets onverwachts:
    een plastisch aangezet menselijk hoofd op de schouder van een pot
    — zeldzaam, indringend, en moeilijk te vergeten.

Deze laatste fase valt rond 4200 jaar geleden.
Een wereld op de drempel van de bronstijd,
waarin verschillende culturen op verschillende plekken
monumenten, rituelen en keramiek nieuwe vormen gaven.

Gansu of Qinghai — waarom die onzekerheid?

Veel Majiayao‑objecten in westerse collecties zijn in de 20e eeuw
via handelaren op de markt gekomen.
Daardoor ontbreekt vaak een exacte vindplaats.
Musea formuleren daarom voorzichtig: “Gansu or Qinghai Province”.
Toch kunnen archeologen de stijl, periode en waarschijnlijke regio
met grote zekerheid bepalen door vergelijking
met goed gedocumenteerde opgravingen, herkenning van typische vormen
en penseelritmes, en analyse van klei en pigment.
De datering is stevig verankerd dankzij radiokoolstofonderzoek op sites uit dezelfde stijl.


De volgende stukken uit de verzameling illustreren de overtuiging
dat keramiek in deze collectie niet is om te pronken,
maar omdat keramiek getuigt van de Chinese tradities.

DSC05505ZürichMuseumRietbergMYT1028MYT1025MYT1027

Van links naar rechts:

Jar with stylized landscape,
China, Gansu or Qinghai Province, Majiayao Culture, Majiayao Phase,
late 4th – 3rd millennium BC, MYT1028
Een pot met gestileerde landschapsmotieven, waarin
brede en smalle zwarte lijnen de vorm in horizontale ritmes verdelen.

Jar with black painted design,
China, Henan, Shaanxi or Gansu, late Yangshao or early Majiayao Culture,
4th millennium BC, MYT1025
Het middelste stuk — een vat met brede zwarte banen,
cirkelmotieven met radiale lijnen en diagonale patronen.
De herkomst is onzeker, maar de stijlkenmerken sluiten aan
bij de overgang van de Yangshao‑cultuur
— een voorganger van Majiayao —
naar vroege Majiayao‑tradities.

Jar with black and white design,
China, Gansu or Qinghai Province, Majiayao Phase,
late 4th – early 3rd millennium BC, MYT1027
Een pot waarin zwart en wit elkaar afwisselen in bladachtige patronen
en zigzaglijnen, met een penseelvoering die bijna dansend
over het oppervlak beweegt.

Samen vormen ze geen tijdlijn,
maar een polyfoon keramisch geheugen van neolithische ritmes.

DSC05506ZürichMuseumRietbergJarWithBlackPaintedDesignChinaHenanShaanxiOrGansuProvinceLateYangshaoOrEarlyMajiayaoCulture4thMillenniumBCMYT1025

Jar with black painted design, China, Henan, Shaanxi or Gansu province, late Yangshao or early Majiayao culture, 4th millennium BC, MYT1025.


Holz vor der Hütte

IMG_7657ZürichHolzVorDerHütteAlterBotanischerGartenConradiGessneri

Zürich, Alter Botanischer Garten, Conrad Gessner (Zürich, 26 maart 1516 – aldaar, 13 december 1565) was een Zwitsers natuuronderzoeker, filoloog en arts. Vanwege zijn werk Historiae animalium wordt hij gezien als een van de grondleggers van de zoölogie. Daarnaast was hij een invloedrijk botanicus.


IMG_7658ZürichHolzVorDerHütteAlterBotanischerGartenIMG_7670ZürichHolzVorDerHütteStAnnahof

Zürich, St. Annahof, warenhuis, 1878.


IMG_7671ZürichHolzVorDerHütteStAnnahofIMG_7672ZürichHolzVorDerHütteStAnnahofIMG_7673ZürichHolzVorDerHütte


Van bezit naar zorg

DossierRestitutieDocumenterend

Over de tentoonstelling die ik niet zag

Er had zomaar nog een derde tentoonstelling bij kunnen komen.
Een beetje veel voor één dag, al had het misschien toch gekund
De tentoonstelling opende pas in de middag,
terwijl ik rond tien uur al door de folders bladerde.
De titel:
Benin Verpflichtet / Benin Dues – Dealing with looted royal treasures.
De tentoonstelling is in Zürich nog te zien tot begin maart.

De centrale vraag lijkt te zijn:
hoe ga je om met geroofde koningsschatten?

Het beeld dat de tentoonstelling voor haar affiche kiest, roept meteen vragen op.
Op de affiche houdt een vrouw van kleur een masker uit Benin vast.
Ze toont het masker half voor haar gezicht, alsof ze zich erachter verschuilt.
En dan die groene plastic handschoen.
Dat voelt allerminst toevallig…

Het waren witte Europeanen die de kunst uit Benin roofden.
Het waren witte Europeanen die de kunst blijvend in bezit namen.
Die schatten keren soms pas na jaren onderhandelen — en vaak met tegenzin — terug.

In 1897, British troops attacked the kingdom of Benin in present-day Nigeria. They ousted the king, burned down the capital and looted thousands of royal artefacts from the palace. In Europe, the objects were sold on the art market as “Benin Bronzes”. In 1940, Benin artefacts also entered the collection of the Ethnographic Museum.

IMG_7665BeninDues

De vrouw staat niet op de foto om herkend te worden.
Daarvoor verbergt ze haar gezicht te veel.

Op de website ontdekte ik dat er nóg een affiche bestaat.
Nu een man van kleur.
Ook die groene kunststof handschoenen.
Op de website staan ook foto’s die
niets met de publiciteitscampagne te maken hebben,
en daarop draagt een man precies dezelfde groene handschoenen.
Dat lijkt eerder op een standaardpraktijk in het museum
dan op een bewuste beeldkeuze
— waardoor de affiche minder doordacht overkomt.
De man verbergt zijn gezicht niet achter het masker.
Een heel andere opzet.
Dat doet vermoeden dat het beeld op de affiche
niet vanuit een doordachte keuze is ontstaan.

BeninVerpflichtetBeninDues

Vanaf dat moment wilde ik weten hoe het museum zelf
deze tentoonstelling kadert.
De press release opent met een vraag die ik hierboven al citeerde:

Why are objects from the Kingdom of Benin held in the Ethnographic Museum at the University of Zurich?

Maar wie verder leest, merkt al snel dat er
in de onderliggende visie iets wringt.
De alinea die begint met

A paradigm shift in dealing with looted artifacts

laat dat misschien wel het duidelijkst zien.

De alinea begint met:

Considering what to do with looted artifacts is an issue for the academic community and cultural sector.

Verderop staat:

As owner of objects from Benin, the University of Zurich and ultimately the cantonal authorities are now examining the next steps. Museum Director Mareile Flitsch talks of a ‘paradigm shift’: “Ethnographic museums now need to reconsider past world views and attitudes…”

Maar juist in die formuleringen wordt zichtbaar
hoe beperkt dat paradigma nog steeds is.

Misschien onbedoeld,
maar het museum zegt hier dat Europese professionals gaan bepalen
wat er moet gebeuren met de geroofde kunst
— kunst die bovendien al twintig jaar in opslag stond.

Het museum erkent de roof,
maar noemt zichzelf nog altijd eigenaar.
Dat is geen paradigmawisseling.
De autoriteiten bepalen de ‘next steps’,
en het museum ‘engages’ met nazaten
— maar altijd vanuit dezelfde positie.
De taal verandert, de structuur niet.

Van bezit naar zorg

Verantwoordelijkheid voor kunstvoorwerpen
kan op uiteenlopende manieren worden ingevuld,
en in deze context zijn vooral twee begrippen van belang.

Eigenaarschap (Ownership) is een harde, juridische claim:
het impliceert dat iets toebehoort aan degene die het fysiek bezit,
ook wanneer dat bezit historisch door roof is verkregen.

In de praktijk betekent dit dat
de eigenaar de beschrijving van het object maakt,
de eigenaar beslist over de rol van het object in tentoonstellingen,
de eigenaar bepaalt of en wanneer het object wordt uitgeleend,
en de eigenaar vastlegt welke informatie wel of niet wordt gedeeld.
Het is de eigenaar die de voorwaarden stelt,
de toegang reguleert en uiteindelijk beslist over de toekomst van het object.

Beheer (Custodianship) daarentegen verwijst naar een tijdelijke zorgrelatie,
een vorm van verantwoordelijkheid zonder aanspraak op eigendom.

In de praktijk betekent dit dat
de beheerder het object documenteert zonder het te claimen,
dat de beheerder tentoonstellingskeuzes maakt in overleg
met de gemeenschap van herkomst,
dat de beheerder uitleenverzoeken faciliteert in plaats van controleert,
en dat de beheerder informatie deelt in de wetenschap
dat het object elders thuishoort.
De beheerder bewaart, beschermt en ontsluit,
maar beslist niet over de uiteindelijke bestemming.

Waar eigenaarschap de koloniale logica voortzet,
opent beheer de mogelijkheid om zorg te dragen voor iets dat elders thuishoort.

In vrouwenhand IV – laatste deel

– over een huis van papier –

DSC05494ZürichInFrauenhandSonjaSekulaMidnight1945ÖlAufLeinwandPrivatbesitz

Zürich, In Frauenhand/In Her Hand, Sonja Sekula, Midnight, 1945, öl auf leinwand, privatbesitz.


Sonja Sekula (1918–1963)

Sonja Sekula was een Zwitsers-Amerikaanse schilderes
die een belangrijke, maar lang ondergewaardeerde rol speelde
binnen het abstract expressionisme in New York.
Ze verhuisde in 1936 naar de VS, studeerde aan Sarah Lawrence College
en later aan de Art Students League,
waar ze in contact kwam met surrealisten in ballingschap
en kunstenaars als Jackson Pollock en Robert Motherwell.
Sekula exposeerde bij Peggy Guggenheim en Betty Parsons
en nam deel aan de invloedrijke 9th Street Show van 1951.
Haar werk varieert van biomorfe vormen tot lyrische abstractie,
vaak doordrongen van poëtische notities.
Ondanks erkenning tijdens haar leven werd haar carrière overschaduwd
door psychische problemen en haar openlijke homoseksualiteit.
Ze keerde in 1955 terug naar Zwitserland, waar ze in 1963 overleed.

DSC05496ZürichInFrauenhandHedwigThomaTierbilderbuchInHäuschenformUm1922Privatbesitz

Hedwig Thoma, Tierbilderbuch in Häuschenform, im 1922, privatbesitz.


Hedwig Thoma (1886–1946)

Hedwig Thoma was een Zwitserse schilderes
en grafisch ontwerpster uit Basel.
Ze werd bekend door haar illustraties,
waaronder een reeks Jugendstil-postkaarten
voor de Zoo Basel (1920–1921),
en won in 1927 een wedstrijd voor een artistiek stadsplakkaat voor Basel.
Haar werk werd in de jaren 1920 genoemd in overzichtspublicaties
over vernieuwende vrouwenkunst in Zwitserland.
Ze illustreerde kinderboeken en maakte boekillustraties,
waaronder voor een Duitse vertaling van Sally Salminens roman Katrina.
Thoma was gehuwd met kunstenaar en kunstcriticus Hermann Meyer
en bewoog zich in een cultureel actief netwerk in Basel.

DSC05498ZürichInFrauenhandHedwigThomaTierbilderbuchInHäuschenformUm1922Privatbesitz


DSC05499ZürichInFrauenhandMajaZürcherBirdFire1979Schallplattencover

Maja Zürcher, Bird Fire, 1979, schallplattencover.


Maja Zürcher (1945–1997)

Maja Zürcher was een Zwitserse houtgraveur, schilderes en grafisch kunstenaar.
Ze studeerde aan de Kunstgewerbeschule Zürich
en vervolgde haar opleiding in Parijs en Londen.
Vanaf 1970 werkte ze in Parijs, waar ze onder meer bekend
werd door haar ontwerpen voor jazz-albumhoezen voor musici als
Max Roach, Archie Shepp en John Tchicai.
Haar oeuvre omvat houtdrukken, etsen, schilderijen, pastels,
tekeningen, illustraties en mozaïeken.
Zürcher reisde intensief, werkte in internationale kunstenaarsgemeenschappen
en gaf les in houtdruktechnieken.
Haar werk was vaak verbonden met antikoloniale
en Afrikaanse bevrijdingsbewegingen.

DSC05501ZürichInFrauenhandMargueriteHersbergerReliefNr21967Terrakotta

Marguerite Hersberger, Relief nr 2, 1967, terrakotta.


Marguerite Hersberger (1943– )

Marguerite Hersberger is een Zwitserse kunstenaar die in Zürich woont en werkt.
Ze studeerde in Basel en werkte eind jaren 1960 in Parijs
in het atelier van François Stahly.
Sinds de jaren 1970 ontwikkelde ze een eigen beeldtaal
binnen de constructief-concrete kunst,
met een sterke focus op licht, kleur en geometrie.
Haar oeuvre omvat schilderijen, tekeningen, fotografie, reliëfs,
objectkunst, installaties en talrijke kunst-op-locatieprojecten
in Zwitserland en Duitsland.
Hersberger staat bekend om haar gebruik van licht
als sculpturaal en architectonisch element,
en om haar precieze, vaak mathematisch geïnspireerde vormen.
Ze ontving diverse kunstbeurzen en had tentoonstellingen
in o.a. Kunsthaus Zürich en Haus Konstruktiv.

Afsluitend:

Als ik een minpuntje zou moeten noemen dan is dat
het ontbreken van recent werk van jonge vrouwelijke kunstenaars.
Een bibliotheek is natuurlijk geen kunstgalerie en
dat heeft gevolgen voor de verzameling en de gemaakte keuzes
bij een tentoonstelling als deze.
Maar verder vond ik het een heel geslaagde tentoonstelling.


In vrouwenhand III — Tussen blik en aanraking

– over natuur, nabijheid en het gezicht van de maker –

Inleiding

Intussen is dit de derde blogpost over de tentoonstelling
n Frauenhand / In Her Hand, die ik in september vorig jaar in Zürich zag.
Als ik terugkijk op mijn eerdere blogberichten
— en vooruitblik op wat nog komt —
dan valt het me op hoe geslaagd deze tentoonstelling was.
Ze probeert niet te imponeren met grote namen,
maar schittert juist met wat dichtbij is:
de eigen collectie.
Zorgvuldig samengebracht.

DSC05481ZürichInFrauenhandMariaClaraEimmartZeichnungDerMondoberflächeAquarellInStammbuchVonJohannJacobScheuchzer16August1695

Zürich, In Frauenhand / In Her Hand, Maria Clara Eimmart, Zeichnung, Der Mondoberfläche, aquarell. In: Stammbuch von Johann Jacob Scheuchzer, 16. August 1695.


Het ‘Stammbuch’ is een vriendenboek of album amicorum.
Johann Jakob Scheuchzer (1672–1733), was een beroemde Zürcher arts
en natuuronderzoeker.
Het stammbuch werd bijgehouden tussen 1691 en 1699.
Johann Jakob Scheuchzer stond bekend om zijn vroege Alpenonderzoek
en zijn interpretaties van fossielen.
Hij studeerde o.a. in Altdorf en Utrecht en reisde veel door Europa.

Maria Clara Eimmart (1676–1707)

Duitse astronome, graveur en tekenaar.
Eimmart werkte in Neurenberg in het observatorium van haar vader,
Georg Christoph Eimmart,
waar zij uitzonderlijk precieze astronomische tekeningen maakte.
Ze documenteerde maanfases, zons- en maansverduisteringen
en planetenobservaties,
en wordt beschouwd als een van de vroegste vrouwelijke
wetenschappelijke illustratoren.
Haar werk combineert nauwkeurige waarneming
met een verfijnde grafische stijl.
Ze overleed jong, kort na de geboorte van haar eerste kind.

In het stammbuch van Johann Jakob Scheuchzer bevindt zich
– zoals in dit bericht te zien is –
een originele maanillustratie van Maria Clara Eimmart
— een zeldzaam en tastbaar bewijs van hun intellectuele verwantschap.
De tekening, verfijnd en astronomisch precies,
toont niet alleen haar uitzonderlijke talent,
maar ook Scheuchzers erkenning van haar werk
binnen zijn geleerdennetwerk.
Het begeleidende motto,
Despicit haec terram facies temperata tenebris,
ut purae ad solem lumina levent,
geeft de maan een bijna menselijk gelaat:
“Dit door schaduw verzachte aangezicht kijkt neer op de aarde,
terwijl zijn zuivere glans zich verheft naar de zon.”

DSC05482ZürichInFrauenhandMariaClaraEimmartZeichnungDerMondoberflächeAquarellInStammbuchVonJohannJacobScheuchzer16August1695

De combinatie van nauwkeurige observatie en poëtische verbeelding
maakt duidelijk dat dit geen vluchtige geste was,
maar een zorgvuldig uitgevoerde bijdrage
– een teken van wederzijds respect binnen een wetenschappelijke relatie –
die tijd, aandacht en erkenning vroeg.
Alles wijst erop dat deze illustratie in Neurenberg tot stand kwam,
in de omgeving van het Eimmart‑observatorium,
waar Maria Clara dagelijks werkte
en waar Scheuchzer tijdens zijn reizen
waarschijnlijk langere tijd verbleef.


DSC05483ZürichInFrauenhandCorneliaHesseHoneggerCoreidaeCoreusMarginatusZweiLederwanzenlarvenAusDerNäheDesPaulScherrerInstitutsVilligen(AG)1992Aquarell

Cornelia Hesse-Honegger, Coreidae, Coreus Marginatus, zwei lederwanzenlarven aus der Nähe des Paul Scherrer Instituts, Villigen (AG), 1992, aquarell.


Cornelia Hesse-Honegger (1944)

Zwitserse wetenschappelijke illustrator en kunstenaar.
Hesse-Honegger werkte jarenlang als wetenschappelijk tekenaar
voor de Universiteit van Zürich
en ontwikkelde een unieke praktijk
waarin kunst en ecologie samenkomen.
Sinds de jaren tachtig documenteert zij mutaties bij insecten
— vooral wantsen —
die leven in de buurt van kerncentrales
en radioactief besmette gebieden.
Haar uiterst gedetailleerde aquarellen zijn zowel esthetisch
als politiek geladen en worden internationaal tentoongesteld.

Esthetisch geladen betekent hier:
de aquarellen zijn niet alleen documentair, maar ook kunstwerken.
Politiek geladen betekent hier:
de aquarellen dragen een impliciete kritiek,
een bewustzijn, een vraag naar verantwoordelijkheid.


DSC05485ZürichInFrauenhandReginaDeVriesKatzeUndZeichnendesKind1952Farbholzschnitt

Regina de Vries, Katze und zeichnendes Kind, 1952, farbholzschnitt.


Regina de Vries (20e–21e eeuw?)

Over Regina de Vries zijn nauwelijks biografische gegevens bekend.
Door het ontbreken van archiefsporen
blijft haar artistieke achtergrond vooralsnog onbekend.


DSC05487ZürichInFrauenhandMargareteGoetzKaterFranz1937FarbstiftUndBleistift

Margarete Goetz, Kater Franz, 1937, farbstift und bleistift.


Margarete Goetz (1909–1994)

Zwitserse schilder en tekenaar. Goetz studeerde
aan de Kunstgewerbeschule Zürich
en ontwikkelde een figuratieve stijl met aandacht voor introspectie
en psychologische nuance.
Ze maakte portretten, zelfportretten en stillevens,
vaak met een sobere, geconcentreerde beeldtaal.
Haar werk werd in de jaren dertig en veertig regelmatig tentoongesteld
in Zwitserland, maar bleef daarna relatief onbekend buiten de regio.


DSC05488ZürichInFrauenhandStefanieRabinovitch-VonBachSelbstporträtBeimMalen1930er-JahreAquarell

Stefanie Rabinovitch-von Bach, selbstporträt beim malen, 1930er-jahre, aquarell.


Stefanie Rabinovitch–von Bach (1884–1966)

Oostenrijks-Zwitserse kunstenares, moeder van Isa Rabinovitch.
Geboren als Stefanie von Bach in Oostenrijk,
later werkzaam in München en Zürich.
Ze trouwde met de Russisch-Joodse kunstenaar Gregor Rabinovitch.
Haar werk omvatte schilderkunst en toegepaste kunst,
vaak met aandacht voor vorm, kleur en decoratieve structuren.
Ze maakte deel uit van een artistiek netwerk
dat zich tussen Duitsland en Zwitserland bewoog.
Haar dochter Isa groeide op in dit creatieve milieu.


DSC05490ZürichInFrauenhandElisabethEberleGenieLavaboI2020FineArtPrint

Mijn eerste reactie was: ‘Die heeft humor’. Elisabeth Eberle, Genie – Lavabo I, 2020, Fine Art Print.

Zaaltekst:

Hier bin ich: selbstrepräsentation

Auffällig, humorvoll, ironisch – so lässt sich das Werk der feministischen Künstlerin Elisabeth Eberle (1963) beschreiben. Ihr Selbstporträt, ein buchstäbliches ‘Selfie’, erschien ursprünglich als digitaler Post. Nur halb sichtbar, zwingt uns das Gesicht zum Innehalten: Der durchdringende Blick und die Waschmittelverpackung – teils ‘objet trouvé’, teils Pop Art – stellen provokativ die Frage “Wer ist ein Genie?”. Mit witzigen Irritationen wie dieser reagiert Eberle auf die Geschlechterungleichheit.

Ein weiteres Werk von Eberle – Duschvorhänge aus ihrem Archiv Mind the Gap – dokumentieren die Ungleich-Behandlung von Frauen in der Kunstwelt der Jahre 2010-2021 und sind im Katalogsaal der Zentral Bibliothek ausgestellt.

Nederlandse vertaling:

Hier ben ik: zelfrepresentatie

Opvallend, humoristisch, ironisch – zo laat het werk van de feministische kunstenaar Elisabeth Eberle (1963) zich omschrijven. Haar zelfportret, een letterlijk ‘selfie’, verscheen oorspronkelijk als digitale post. Slechts half zichtbaar dwingt het gezicht ons tot stilstand: de doordringende blik en de wasmiddelverpakking – deels objet trouvé, deels Pop Art – stellen op provocatieve wijze de vraag: “Wie is een genie?” Met zulke speelse verstoringen reageert Eberle op genderongelijkheid.
Een ander werk van Eberle – douchegordijnen uit haar archief Mind the Gap – documenteert de ongelijke behandeling van vrouwen in de kunstwereld in de jaren 2010–2021 en is te zien in de cataloguszaal van de Zentralbibliothek.


Elisabeth Eberle (1963)

Zwitserse hedendaagse kunstenaar.
Eberle werkt multidisciplinair — van fotografie en installatie
tot digitale media.
Haar werk onderzoekt zelfrepresentatie, genderrollen
en de spanning tussen object en lichaam.
Ze gebruikt humor, ironie en found objects (objets trouvés)
om maatschappelijke ongelijkheid en beeldvorming te bevragen.
Haar projecten, waaronder Mind the Gap,
documenteren structurele genderongelijkheid in de kunstwereld.


DSC05492ZürichInFrauenhandIsaRabinovitchSelbstporträtMet23Jahren1940BleistiftPrivatbesitz

Isa Rabinovitch, selbstporträt met 23 jahren, 1940, bleistift. Privatbesitz.

Zaaltekst:

Obwohl Isa Rabinovitch (1917–2003) zum Zeitpunkt der Entstehung des Selbstporträts erst 23 Jahre alt war, strahlt das Werk Selbstbewusstsein aus. Der konzentrierte Blick und der leicht nach vorne geneigte Kopf verweisen auf die Haltung der Künstlerin, die sich selbst im Spiegel betrachtet und abbildet. Die Tendenz, unter die Oberfläche der Dinge zu schauen, durchzieht ihr Werk in all seinen künstlerischen Ausdrucksformen und begleitet sie ihr Leben lang.

Nederlandse vertaling

Hoewel Isa Rabinovitch (1917–2003) bij het ontstaan van dit zelfportret pas 23 jaar oud was, straalt het werk zelfbewustzijn uit. De geconcentreerde blik en de licht naar voren gekantelde hoofdpositie verwijzen naar de houding van de kunstenares, die zichzelf in de spiegel bekijkt en afbeeldt. De neiging om onder het oppervlak van de dingen te kijken doortrekt haar oeuvre in al zijn artistieke uitingsvormen en blijft haar haar hele leven vergezellen.


Isa Rabinovitch (1917–2003)

Zwitserse kunstenares, dochter van Stefanie Rabinovitch–von Bach
en Gregor Rabinovitch.
Isa groeide op in Zürich in een uitgesproken artistiek gezin.
Ze werkte als schilder, tekenaar en grafisch kunstenaar.
Haar oeuvre wordt gekenmerkt door introspectie, psychologische diepte
en een neiging om “onder de oppervlakte” te kijken
— een houding die in haar zelfportret bijzonder zichtbaar is.
Ze bleef haar hele leven actief in de Zwitserse kunstwereld.


Afsluiting

De tentoonstelling toont ons slechts de toppen van de ijsberg
als het gaat om vrouwelijk talent in de kunsten
en herinnert ons eraan dat de weg naar erkenning nog lang is
om er voor te zorgen dat het aanwezige talent,
ongeacht gender, kleur, overtuiging of leeftijd,
de aandacht krijgt die het verdient.

In Frauenhand II — De Hand van Merian

– over Suriname, kennis, en de gedeelde blik op insecten en planten –

Het avontuur zat hem deze keer in mezelf.
Terwijl ik er van uitging twee exemplaren te zien
van hetzelfde boek, was dat niet het geval.

Een tentoonstelling die aandacht wil schenken
aan de vrouwenhand in de kunst
kan maar moeilijk om Maria Sibylla Merian heen.
Met twee boeken over haar werk krijgt de tentoonstelling
meteen een Surinaams/Nederlands aspect en
staat het ook stil bij koloniale onderwerpen.

Merian had in Nederland een boek laten verschijnen
dat ook internationaal een succes was.
Een boek waarin met platen werd verteld hoe eitjes
rupsen werden, zich in een cocon opsloten om
er als vlinder uit te komen.
Dat op de plant die als hun voeding diende.

In Zürich zag ik twee voorbeelden van dat succes:

  • een Franse uitgave van Metamorphosis Insectorum Surinamensium
  • een uitgave waarbij de studie over Suriname werd
    gecombineerd met ander werk van Merian in Europa.

DSC05473ZürichInFrauenhandFriedrichOttensFrontispizKupferstichUndRadierungInMariaSibyllaMerianHistoireGénéraleDesInsectesDeSurinamEtDeTouteLÉuropeParis1771

Zürich, In Frauenhand / In Her Hand, Friedrich Ottens, frontispiz, kupferstich und radierung (kopergravure en ets). In: Maria Sibylla Merian, Histoire Générale des Insectes de Surinam et de toute l’Europe, 3. auflage, korr. und ergänzt von Buch’oz (3e druk, gecorrigeerd en uitgebreid door Pierre-Joseph Buch’oz, waarschijnlijk voegde hij een deel toe over ‘plantes bulbeuses, liliacées, caryophillées’ — dus bolgewassen, lelieachtigen en anjerachtigen), Paris, 1771. De uitgever was Desnos.


Het frontispice dat je hierboven ziet was deel
van mijn verwarring.
Ik herkende het als ‘hetzelfde ontwerp’ als wat ik
in 2022 had gezien in de Artis-bibliotheek.
In een Amsterdamse druk.
Het was hetzelfde ontwerp, maar deze keer zat de ets
in een ander boek.

DSC05474ZürichInFrauenhandFriedrichOttensFrontispizKupferstichUndRadierungInMariaSibyllaMerianHistoireGénéraleDesInsectesDeSurinamEtDeTouteLÉuropeParis1771DSC05475ZürichInFrauenhandFriedrichOttensFrontispizKupferstichUndRadierungInMariaSibyllaMerianHistoireGénéraleDesInsectesDeSurinamEtDeTouteLÉuropeParis1771DSC05476ZürichInFrauenhandFriedrichOttensFrontispizKupferstichUndRadierungInMariaSibyllaMerianHistoireGénéraleDesInsectesDeSurinamEtDeTouteLÉuropeParis1771


Het frontispice is heel mooi opgebouwd.
Je ziet op de voorgrond een allegorische voorstelling.
De voorstelling vindt plaats voor
een architectonisch element met een groot raam.

Een openliggend boek links voor op de grond.
Je ziet vaag afbeeldingen van planten en dieren.

Een vrouw zit aan een tafel.
Denk: Maria Sibylla Merian.
Maar die zag er in werkelijkheid anders uit,
dit is dus geen portret.

Ze heeft een tak in haar hand en op de tafel
liggen nog meer planten.

Ze is omringd door blanke (!) putti.
Mollige kinderfiguurtje, bijna altijd mannelijk
en meestal naakt.
Ze zijn als helpertjes bezig planten en insekten
te ordenen.

DSC05477ZürichInFrauenhandFriedrichOttensFrontispizKupferstichUndRadierungInMariaSibyllaMerianHistoireGénéraleDesInsectesDeSurinamEtDeTouteLÉuropeParis1771

Als je dan door het raam kijkt, zie je een
geidealiseerd beel van Suriname:

  • in het midden, in een open veld, een blanke vrouw,
    ze verzamelt met een netje vlinders en andere insekten,
    of is het een schepje waarmee ze planten uitgraaft?
  • rechts, tussen de bomen, twee heren is westerse kledij,
  • links met vracht op het hoofd/schouder, twee figuren van kleur.
  • in de verte een stad of dorp.
  • helemaal links een huis met een brug.
  • het geheel geeft geen beeld van woeste natuur maar
    van een goed georganiseerd landschap.

In één beeld de maakster van het boek en de voorgeschiedenis.

DSC05478ZürichInFrauenhandFriedrichOttensFrontispizKupferstichUndRadierungInMariaSibyllaMerianHistoireGénéraleDesInsectesDeSurinamEtDeTouteLÉuropeParis1771


DSC05479ZürichInFrauenhandMariaSibyllaMerianVigneBlancheD'AmeriqueKupferstichUndRadierungKoloriertInMetamorphosisInsectorumSurinamensium

Maria Sibylla Merian, Vigne blanche d’Amerique (de vlinder), kupferstich und radierung, koloriert. In: Metamorphosis Insectorum Surinamensium.

DSC05480ZürichInFrauenhandMariaSibyllaMerianVigneBlancheD'AmeriqueKupferstichUndRadierungKoloriertInMetamorphosisInsectorumSurinamensium


Specifiek aandacht voor Maria Sibilla Merian
is hier wel op zijn plaats.
Daarom een korte levensbeschrijving en haar activiteiten
rond Metamorphosis Insectorum Surinamensium.

Maria Sibylla Merian (1647–1717)

Maria Sibylla Merian was een uitzonderlijke kunstenaar‑onderzoeker
in een tijd waarin vrouwen nauwelijks toegang hadden
tot formele wetenschappelijke netwerken.
Opgegroeid in Frankfurt in een milieu van graveurs en uitgevers,
ontwikkelde zij al vroeg een scherp oog
voor de metamorfose van insecten.
Waar haar mannelijke tijdgenoten insecten vaak
als geïsoleerde dieren bestudeerden,
observeerde Merian ze in hun volledige ecologische context:
eitjes, rupsen, poppen, vlinders,
en ook planten, parasieten en roofdieren,
vormden voor haar één samenhangend web van leven.

In 1699 reisde zij met haar dochter Dorothea naar Suriname.
Daar werkte zij onder zware omstandigheden,
maar ook in een omgeving waar kennis over planten en dieren
diep verweven was met het dagelijks leven van
inheemse en tot slaaf gemaakte mensen.
Zij leefden letterlijk tussen de insecten en planten
die Merian wilde bestuderen.
Via gesprekken, observaties en gedeelde praktijken
kreeg Merian toegang tot inzichten
die in Europa onbekend waren:
welke rupsen giftig waren, welke planten geneeskrachtig,
welke dieren elkaar opzochten of juist meden.
Deze kennis, vaak mondeling en kwetsbaar,
vormt een stille maar cruciale laag in haar werk.

Het resultaat, Metamorphosis Insectorum Surinamensium (1705),
is zowel kunst als wetenschap:
een monument van nauwkeurigheid, kleur en ecologische verbeelding.
Merian plaatste zichzelf
— een vrouw, een immigrant, een kunstenaar —
midden in een wereld die haar formeel buitensloot.
Maar haar werk is ook het product van gedeelde kennis,
waarin de stemmen van Suriname,
lang onzichtbaar gehouden, opnieuw hoorbaar worden.