Columbia Museum of Art

Vandaag een selectie antieke kunst, Grieks en Romeins.
Uit het Columbia Museum of Art.


Anonymous, Cypriot, Horseman, 7th century B.C.

Anoniem beeldje afkomstig van Cyprus.
Een ruiter, 7de eeuw voor Christus.


Anonymous, Greek, Lekythos, circa 510 B.C.

Anonieme Griekse vaas.
Een lekythos was een Griekse oliekruik;
ellipsvormig met een nauwe hals, een schenktuit,
een gebogen handvat dat zich vanaf vlak onder de rand
tot de plaats waar de kruik het grootst is uitreikt,
de smalle onderkant eindigt op een voet (stabiliteit).
Werd hoofdzakelijk gebruikt voor balsem en grafofferandes

Detail.


Anonymous, Greek, Plate, 340 – 325 B.C.

Anonieme Griekse schaal.
Gemaakt rond 340 – 325 voor Christus.

Detail.

De staat van de schaal en vaas is uitzonderlijk.
Alleen hier en daar wat stukjes af aan de rand.
Wellicht intensief gerestaureerd.


Anonymous, Roman, Portrait Bust, mid 3rd century A.D.

Romeins borstbeeld uit de derde eeuw na Christus.



 

Versailles

Een vriend van me bracht een cadeau mee
van zijn weekend in Parijs.
Ik kreeg een boek over Versailles.
Het fantastische paleis waar Lodewijk XIV zijn hof hield en
na hem nog vele koningen en presidenten verbleven
of feesten gaven.
Ik heb dit boek gelezen en wil een paar afbeeldingen met jullie delen.
Allereerst de kaft van het boek.





De omslag van de gids over het paleiscomplex Versailles.


Dat is wellicht het belangrijkste feit dat ik uit deze gids heb gehaald:
Versailles is een complex van 1 enorm groot paleis, een tuin,
of liever, vele, grotere en kleinere tuinen bij elkaar,
een paar kleinere paleizen, veel waterwerken en een pastoraal landschap.





Slaapkamer ingericht zoals het was in de tijd van Marie-Antoinette 1755 – 1793.


Of je het paleis wel of niet gezien hebt maakt niet zo veel uit.
Iedereen kent de verhalen van de enorme rijkdom van Lodewijk XIV
en de hofhoudingen die op hem volgden.
Hierboven een voorbeeld van een slaapkamer.

Ik ben er zelf een keer geweest.
Maar toen volgde ik nog een opleiding
dus het is meer dan 25 jaar geleden.
Het was op een dagtrip naar Parijs. Dus naast Versailles
stonden nog vele andere bezienswaardigheden op het programma.
Onze tocht was die dag beperkt tot het hoofdpaleis.





Jean-Baptiste de Champaigne, Mercurius op zijn strijdwagen.


Het is niet alleen het gebouw dat fantastisch is.
De kunst in de vorm van beeldhouwwerk, schilderijen,
plafond- en muurschilderingen, gebruiksvoorwerpen als stoelen,
tafels, bureaus, vazen, enzovoorts, enzovoorts.

Jean-Baptiste de Champaigne is een schilder/decorateur.
Zijn bekendste werk is wel de afbeelding hierboven.
Zijn oom was Philippe de Champaigne die zeer geliefd was
in de hogere kringen. Zo schilderde hij 11 keer een portret
van Kardinaal Richelieu.





Versailles, de spiegelzaal.






Le Hongre, de Seine.


xc3x89tienne Le Hongre was een Franse beeldhouwer.





Pastoraal gebied voor de koningin.


Onderdeel van het complex zijn naast al die paleizen
ook een paar gebouwen en gebouwtjes die een heel landelijke indruk geven.
Het gaat om een klein dorpje met 12 gebouwen en een kunstmatig meer.
Er was een huis voor de koningin, een biljarthuis, een melkerij, een watermolen,
en een boerderij met schuur en een boter- en kaasmakerij.
Niet al deze gebouwen bestaan meer maar een paar zijn er nog.
Dit was een plaats waar de koninklijke familie
zich kon terug trekken uit de drukte van het hofleven.



Ik moet er toch nog eens heen.

Levi van Veluw

Gisteren zag ik werk van de Nederlandse kunstenaar Levi van Veluw.
Levi is een fotograaf die foto’s maakt van zich zelf.
Het gaat echter in zijn foto’s niet zozeer om hem,
zijn gelaatsuitdrukkingen of de herkenning.
Het gaat niet over Levi maar hij gebruikt zijn hoofd en schouders
als drager voor zijn werk.
Bijzondere effecten levert dat op.

Als je zijn werk ziet ben je niet vebaasd dat hij
stage gelopen heeft bij Erwin Olaf.

1985 Geboren in Hoevelaken, Nederland
2003-2007 ARTEZ Kunstacademie in Arnhem, Nederland
2006 stage bij Erwin Olaf





Levi van Veluw, Gravel, 2007.






Levi van Veluw, Landscape 1.






Levi van Veluw, Light II.






Levi van Veluw, Light III.






Levi van Veluw, Natural Transfer I.






Levi van Veluw, Spirals.






Levi van Veluw, Sterling wood, 2008.






Levi van Veluw, Veneer 1.






Levi van Veluw, Veneer 2, 2009.




Ansel Adams

Op een vreemde manier is Ansel Adams vandaag gastcorrespondent
op de Argusvlinder.
Ansel Adams is een Amerikaanse fotograaf die leefde van 1902 tot 1984.
Hij is vooral bekend als natuurfotograaf.
Op veilingen wereldwijd gaan zijn foto’s voor grote bedragen.
De bedragen zijn niet zo belangrijk maar de overweldige indruk
die de natuur maakt, via zijn foto’s, dat is waar het hier om gaat.









Vandaag is de laatste dag van een tentoonstelling in het
Columbia Museum of Art over zijn werk.
Dat we die nou even gemist hebben.
Waarschijnlijk komt u nooit in dat museum.
Ik heb in ieder geval geen plannen.
Maar daarom is internet zo mooi.
Want van de werken die in dit museum aanwezig zijn
kunnen we via het internet toch genieten.









Hierboven de missie statement van het museum.
Ik ben er nooit geweest dus kan alleen maar vertalen/samenvatten:

Het museum is gevestigd in South Carolina.
Het concentreert zich op Europese en Amerikaanse (toegepaste) kunst.
Recent is de collectie uitgebreid met voorwerpen uit Azie en
de antieke oudheid.
Hoogtepunten in de collectie zijn onder meer:
Sandro Botticelli, Nativity (Kerstvoorstelling);
Claude Monet: The Seine at Giverny;
Glaswerk van Tiffany.

Maar voor mij gaat het hier over Ansel Adams.
Het mooie aan zijn foto’s is de kracht van de ongerepte natuur.
Zijn opnames zijn overweldigend.
Hij schrikt niet terug van foto’s met enorme landschappen.
Soms zijn de kleuren erg hard op zijn foto’s.
Te hard zou je zeggen.
Details vallen weg.
Maar ik denk dat dit juist bijdraagt aan de kracht van die foto’s.
Zijn foto’s zijn in zwart/wit.





Ansel Adams, Frozen lake and cliffs, The Sierra Nevada, Sequoia National Park, California, 1932.






Ansel Adams, Monolith the face of Half Dome, Yosemite National Park, California, 1927.






Ansel Adams, Mount Williamson, The Sierra Nevada, California, 1945.






Ansel Adams, Orchard, Portola Valley, California, circa 1940.





Kunstvaria

Van de selectie van vandaag zijn veel beroemde werken te koop.
Kijk maar eens bij de veilinghuizen.
Een aantal werken die hier vandaag te zien zijn
zullen voor miljoenen van eigenaar verwisselen de komende maanden.

Daarnaast zijn er in deze serie een aantal werken
die heel sterk verwijzen naar andere kunstwerken.
Zelfs voor een leek als de Argusvlinder is de link te leggen.


Alberto Giacometti, L’Homme qui marche I, 1956.

Een centraal werk in het oeuvre van Giacometti.
Het is een groot werk, zo’n 1 meter 80 hoog.
Te kopp.


Amedeo Modigliani, Portrait of madame Rachele Osterlind, 1919.

Wie de dame is weet ik niet.
Ik kan op het internet niets over haar vinden.
Een prachtig portret is het zeker.


Andy Holden, Pyramid Piece, 2008.

Een kunstwerk met een verhaal.
De kunstenaar is als kind in Egypte geweest.
Bij de pyramides van Gizeh.
Hij heeft daar als toerist een stukje van de pyramide meegenomen.
Dat leidde tot een schuldgevoel zodanig
dat hij later terug is gegaan om het stukje steen terug te brengen.
In zijn werk als kunstenaar komt dit terug
door op basis van foto’s en modellen een enorm voorwerp te maken
met de titel: Stukje van een pyramide.


Annette Lemieux, Twelve, 2009.

Nu een werk vol verborgen relaties.
De titel is twaalf.
Een even getal dat wijst naar de twaalf apostelen.
De foto/afbeelding is duidelijk gespiegeld.
Links en rechts hebben veel van elkaar weg.
Voor mij verwijst dat naar genetische manipulatie, klonen.
De oormerken hebben nummers die niet realistisch zijn.
De tentoonstelling waarop dit werk te zien is heet: ‘The Last Suppa’.
Dat is slang, plat Engels voor ‘Het laatste Avondmaal’.
Wij zijn bijna allemaal vleeseters.
‘Het laatste avondmaal’ heeft iets lugubers.
Tijdens het avondeten eten we vaak vlees, rundvlees.
‘Het laatste Avondmaal’ vindt plaats kort voor het moment
waarop volgens de Christelijke leer
Christus ‘Het Lam Gods’ wordt gedood.


Bertozzi & Casoni, Composizione n. 13, 2008.

Een grote verzameling EHBO-kastjes met voorwerpenuit het dagelijks leven.
Een groot werk, wel drie meter breed.
Er zijn wel meer kunstenaars die dozen of kastjes gebruiken in hun werken.
Bijvoorbeeld Joseph Cornell.


Dish, Karatsu ware Takeo Kilns, Edo-period, Japan, 1620 – 1650.

Karatsu ware is Japans keramiek dat oorspronkelijk van Koreaanse afkomst is
en dat origineel werd gemaakt in Kyushu.
Kyushu is een van de grotere eilanden in Japan.
Een ‘Kilns’ is een oven of pottenbakkerswerkplaats.


Disk in the shape of a dragon, China, Tang of Yuan dynastie, 10 – 13e eeuw.


Eberhard Havekost, H2O B09, 2009.


Edgar Degas, Etude de danseuse, 1889 – 1892.


Edouard Monet, The lady with fans, Nina de Callias, 1873.

Nina de Callias was een Franse schrijfster en dichteres.
Een soort gekleede versie van de ‘Olympia’ van Manet.


Edward Hopper, Night on El Train, 1918.


Fernand Leger, Le compotier rouge (Compotier de poires), 1925.

Te koop.


Follower of Leonardo da Vinci, Portrait of a woman, La belle ferronniere, before 1750.

‘Ferronniere’ betkent zoveel als ijzerbewerker.


Hananiah Harari, The birth of Venus, 1936.

Vrij naar Sandro Botticelli.


Henri Matisse, Nu aux jambes croises, 1936.

Ook dit werk is te koop.


Jacob Lawrence, Library, 1966.

Bibliotheek.


Volgens mij een bijzondere olielamp: Kashkul, Beggars bowl, 1880.


Maurice Prendergast, Umbrellas in the rain, 1899.

De Venitiaanse brug, Ponte delle Paglia, speelt hier een hoofdrol.


Nancy Crow, Constructions #84, No!.

Ik neem niet vaak een quilt of een ander stuk textiel op
in de kunstvaria. Maar vandaag vind ik dit wel mooi
naast het tapijt dat als laatste voorwerp te zien is.


Detail van een pagina uit de Padshahnama, Abid, The death of Khan Jahan Lodi, 1633.

“Padshahnama,” or “Chronicle of the King of the World,” was created to commemorate the first ten years of rule by the Mughal Emperor Shah-Jahan, the same man who commissioned the Taj Mahal. It depicts Mughal court culture in a blend of Persian and Indic artistic styles with a focus on official histories and portrait studies.

Het boek Padshahnama of De geschiedenis van de koning van de wereld
werd gemaakt ter gelegenheid van de eerste 10 jaar
van de regeerperiode van de Indiase Moghul keizer Shah-Jahan.
Shah-Jahan is ook de man die de Taj Mahal laat bouwen.
Het boek bevat vooral beschrijvingen en 44 tekeningen over het hofleven.
De hofcultuur is dan een mengeling van Persische en Indische stijlen.
Veel officiele verhalen en portretten.
In bezit van het Engelse Koningshuis.
14 Schilders werkten aan dit boek.
Deze pagina toont de dood van Khan Jahan Lodi, geschildert door Abid.
Deze gebeurtenis vond plaats op 3 februari 1631.

Abid: (1615-58). Indian miniature painter, son of AQA RIZA and brother of ABU’L-HASAN. Both his father and his brother worked for the Mughal emperor Jahangir (reg 1605-27). Although Abid probably began working in the royal atelier c. 1615, all of his known signed works are datable to the reign of Shah Jahan (reg 1628-58). His style varied somewhat from that of his celebrated older brother, but Abid’s work also stayed within the strict formalism of the Persian-derived courtly concerns for symmetry, technical perfection and minute detail. Within these constraints, Abid’s portraits of court figures are injected with an animation that creates characterization of individual personalities and intensifies the narrative. Abid was an accomplished colourist, whose vivid use of colour seems to contrast with the realism of his subjects, primarily battle and court scenes. His known paintings are relatively few; most are from the Padshahnama of c. 1636-58 (Windsor Castle, Royal Lib., MS. HB.149, fols 94v [signed], 192v and at least two dispersed leaves elsewhere).

Tekst van Ask.com

Vertaling/samenvatting:
Abid leeft van 1615 tot 1658 en is een Indiase miniatuurschilder.
Zoon van Aqa Riza en broer van Abu’l-Hasan.
Zijn vader en broer zijn beide miniatuurschilders die werken
ten tijde van Moghul keizer Jahangir.
Al het gesigneerde werk van Abid dat te dateren is
komt uit de regeerperiode van Shah Jahan.
Zijn stijl wijkt wat af van die van zijn beroemde broer.
Abid houdt zich zeer streng aan de geldende normen aan het hof.
Er zijn maar weinig werken van hem bekend.
De meeste zijn van de Padshahnama en er zijn een tweetal losse bladen bekend.


Peter Peri, Fausses-reposes, 2009.

Nog een liggende vrouwenfiguur.


Psalmen, Bijbelse tekst, 1 – 50 na Christus, Hebreeuws.

Psalms, 11Q5, Scroll, type biblical text
1st century CE: 1 – 50 CE, Language: Hebrew


Shen Shaomin, Unknown creature No 10.

Het bijzondere is hierbij dat organisch materiaal gebruikt wordt
om het kunstwerk te maken.In dit geval gaat het een tot poeder gemalen basismateriaal datgemaakt wordt van skeletten van dieren.


Uit de werkplaats van Frans Geubels uit Brussel, The twins share the loot, ca 1560.

De tweeling verdeelt de buit.
De tweeling die hier bedoeld wordt zijn Romulus en Remus.
Ze werden groot gebracht door wolven.
Deze twee heren zouden later, volgens de overlevering, Rome stichten.


Kunstvaria

Het nieuwe kunstjaar is begonnen.
Deze week heb ik 25 kunstvoorwerpen verzameld.
Dat is een groot aantal.
Daarom dat ik ze over tenminste twee logs verspreid.
Het leuke van kunst is dat als je een groep werken bij elkaar legt
er altijd, spontaan een aantal thema’s aan je opdringen.
Zo ook deze keer.
Er zijn bijvoorbeeld een groot aantal kunstwerken die bekend zijn
niet zo zeer door de maker of diens techniek,
bijzondere kijk op de dingen of stroming,
maar door de persoon die je ziet op het werk.
Twee voorbeelden:





Johann Heinrich Wilhelm Tischbein, Goethe in the Roman countryside, 1787.


Hier is de bekende Duitse schrijver (Faust), wetenschapper, toneelschrijver,
romanschrijver, filosoof, dichter, natuuronderzoeker en staatsman.
Hier zijn portret terwijl hij in een Italiaans landschap ligt.
Beroemd werk maar wie kent nog meer werken van Tischbein?





Philip Townsend, The Beatles with Maharishi.


Kijk de Beatles kennen we allemaal.
Deze foto waarschijnlijk ook.
Maar wie is toch die Philip Townsend?




China reisverslag / travelogue 10

Ik had me voorgenomen mijn logs over China
in twee talen, Nederlands en Engels, te publiceren.
Maar ik merk dat die ambitie te hoog gegrepen is.
Een log over China kost nu ongeveer 4 tot 5 uur.
Voorbereidingen en onderzoek meegerekend.
Als ik het tweetalig moet maken komt daar makkelijk
een uur per log bij. Dat is te veel.
Hier en daar zal ik het proberen en
misschien vind ik de tijd en energie om het later als nog te doen.
Maar voor nu toch even beperken tot het Nederlands.

The idea was to write the blogs on China
in two languages, Dutch and English.
In reality that’s too much.
A log on China cost me, preperation and research including,
between four and five hours.
To make the blog bi-lingual requires at least one extra hour.
That’s too much.
Sometimes I will try to supply an English translation.
If I have time later on I might consider adding the translation later.
For now: in Dutch.

Beijing aankomst en daarna: 02/10/2009

Na de Lama temple gaan we gelijk door naar de Confuciustempel.
Dat kan makkelijk want de twee complexen liggen dicht bij elkaar.
De Engelse namen zijn Confucian Temple en Guozijian Museum.
Het Guozijian Museum wordt ook wel de Keizerlijke hoge school genoemd.
Ten tijde van de Chinese keizerrijken kende China
opleidingssysteem dat er op was gericht de allerbeste studenten
klaar te stomen voor ministeriele verantwoordelijkheid.
Er waren vele examens, per stad, per streek/provincie
en uiteindelijk in Beijing voor de creme de la creme.
De hoogste examens vonden plaats in Beijing, soms in aanwezigheid
van de keizer.
De namen van de studenten die het examen haalde zijn nog steeds te zien.
Gekalligrafeerd in grote stenen.

Confucius is een van de grote Chinese filosofen die een grote invloed
had en heeft op China en grote delen van Azia.

Maar eerst een meer wereldlijke zaak.
Rond de feestdag van 1 oktober zijn de Chinezen massaal vrij
voor meer dan een week.
Families gaan bij elkaar op bezoek.
Een perfecte periode voor huwelijken.
En dan moet je op de foto.


Bruidspaar en cameraploeg.


Maar eerst Confucius.


Toegangskaartje Confucius tempel en Guozijian Museum.


Kong Miao – Confuciustempel

Vlakbij de Lamatempel is de Confuciustempel en de bijbehorende voorouderhal. Hier werd Confucius gexc3xaberd en zijn filosofie over moraal en maatschappij in gedachten gehouden. De geslaagde kandidaten in de keizerlijke examens zagen hier hun namen in de steentabletten gebeiteld en waren in het oude China voorbestemd voor hoge posten. Dit is een van de grootste Confuciustempels in China en deze tempel werd door de keizers bezocht in de hoop bestuurlijke adviezen te krijgen.
Naast de tempel vind je de Guozijian, voorheen de Keizerlijke academie waar de studenten zich voorbereiden op het keizerlijke examen, tegenwoordig is het de Stadsbibliotheek van Beijing.

 


De grote stenen met de gekalligrefeerde namen van geslaagde studenten.


Een overzicht van wiens naam waar precies staat.


Maar voor een leek die net uit een vliegtiug komt was het vooral een erg mooie omgeving. De zon scheen mooi die dag maar ging al snel onder.


Mooie boom, heel grillig.



Ook hier mooie daken.


In het museum.


Ten tijde van Confucius werden beelden van mensen begraven met de doden. Hier drie voorbeelden.


En dan die deuren.


Namen van afgestudeerden.



Details van de bogen.


Met de keizerlijke draak.



Als je dan als keizer bij examens aanwezig dient te zijn moet je natuurlijk wel goed kunnen zitten.


Details van de troon.




Bi Yong in Guo Zi Jian.

De hal met de keizerlijke troon die je hierboven kunt zien
is gebouwd tijdens het 48ste regeringsjaar van keizer Qianlong (1783).
Bi Yong (deze hal) staat midden in de keizerlijke hoge school Guo Zi Jian.
Ooit diende deze hal als de plaats waar de keizer college gaf.


Studeerkamer.

Op deze foto zie je een reconstructie van de studieruimtes
die de studenten hadden voor hun examen.



Ook nu nog hangen Chinezen deze verzoeken voor het succesvol afsluiten van een studie in dit complex.




En ik was niet de enige die het er een mooie plaats vond. Een cameraploeg en deze drie mannequins waren er om opnames te maken. Volgens mij was het voor een reclame voor een shampoo of iets dergelijks.


 

Kunstvaria

De oogst is beperkt in de eerste week van het nieuwe jaar
maar niet minder de moeite van het bekijken waard.





Howard Fonda, Untitled, 2009.






Marc Chagall, Apocalypse en Lilas, Capriccio, 1945 – 1947.


Het werk van Chagall is meestal niet zo uitgesproken.
Maar hier laat het aan duidelijkheid niets te wensen over.





Verte-imari monteith, circa1720.


Wat is een ‘monteith’?
Volgens Answers.com is het:

A large punch bowl having a notched rim on which cups can be hung.


Een grote bowl-schaal met een de bovenkant een gekartelde rand
zodanig dat je er kommen aan kunt hangen.
Imari is een porceleinsoort uit Japan.
Maar de typische kleuren van imari (het kobaltblauw, het ijzerrood
en de witte porseleinen achtergrond) zie je in dit voorwerp
naast andere kleuren.
Deze manier van porcelein maken komt ook in China voor.





Mitch Dobrowner, Shiprock storm..






Paul Himmel, Falling snow – Boy in window, New York 1952.


Vallende sneeuw (zeer toepasselijk) en jongen in het raam.


Detail.


Mocht je je afvragen waar de jongen zich op de foto bevindt,
ik heb het raam even uitvergroot.
Middelste rij, derde raam van links.





Robert Frank, Drive-In movie, Detroit 1955.






Rueben Huertas, Serenata, 2009.





Kunstvaria

Vandaag met twee afbeeldingen van hetzelfde voorwerp.
Dat is nieuw.





Alexander Calder, Polychrome dots and brass on red, 1964.






Cao Cao’s tomb, Ruler of the kingdom of Wei from 208 to 220 AD.


Geen kunst maar een archeologische ontdekking in China.
De waarschijnlijke graftombe van Cao Cao.
Een Chinese militair die tussen het jaar 208 en 220 van onze jaartelling
heerste over het koninkrijk Wei.
Hij wordt in veel verhalen gebruikt als de ideale en zeer slimme militair.





Claude Monet, Sunset et xc3x89tretat, 1883.


De eerste aanzetten tot abstracte kunst?





David Maisel, Library of dust: 1470, 2005.


De fotoxe2x80x99s in deze serie Library of dust/Bibliotheek van stof,tonen vreemde maar prachtige koperen blikken
die elk de crematieresten bevatten van een patixc3xabnt
van het Oregon psychiatrisch ziekenhuis.
De blikken zijn prachtig van kleur
als gevolg van de oxidatie van het koper.
Ieder patroon van de oxidatie is uniek.
In xe2x80x9cBibliotheek van stofxe2x80x9d onderzoekt de kunstenaar Maisel
de grenzen van esthetiek en ethiek
Het bestaan van de 3500 blikken was in 2005
door het ziekenhuis onthuld.Van iedere patixc3xabnt die tussen 1883 (het oprichtingsjaar)
en 1970 was overleden en gecremeerd
werden hier de crematieresten bewaard.
Pikant detail, het is dit ziekenhuis dat dienst deed als decor
voor de film ‘One Flew Over the Cuckooxe2x80x99s Nest’
De tekst hierboven is een korte samenvatting en vertaling van
de press release van de tentoonstelling:

The photographs in this series depict strangely beautiful copper canisters, each containing the cremated remains of an individual patient from an Oregon psychiatric hospital. The canisters are blooming with colorful secondary minerals as the copper has oxidized and undergone physical and chemical transformations. Each pattern of corrosion is unique, some resembling otherworldly landscapes that recall Maisel’s renowned aerial photography. Sublimely beautiful yet haunting, these enigmatic photographs can be seen as meditations on issues of matter and spirit.

In “Library of Dust”, Maisel investigates a zone bordered by ethics and aesthetics. The existence of some 3500 canisters of cremains was revealed by the Oregon State Hospital in Salem in 2005. Within the canisters were the remains of the patients who died at the hospital between 1883 xe2x80x93 the year the facility opened, when it was called the Oregon State Insane Asylum xe2x80x93 and the 1970s. Although the existence of the unclaimed canisters was not divulged for more than a century, they have continued to have a life of their own. “Library of Dust” offers a kind of resurrection of these individuals by giving them visual form once again. The hospital (also the site of the film ‘One Flew Over the Cuckooxe2x80x99s Nest’) is now being rebuilt with funds that were allocated after the Library of Dust project brought the existence of the canisters to a wider audience.

‘Library of Dust’ (Chronicle Books), the monograph that accompanies the exhibition, features essays by Maisel, Geoff Manaugh, Michael Roth, and Terry Toedtemeier. The New York Times called the book xe2x80x9ca fevered meditation on memory and loss.xe2x80x9d In 2009, the New York Institute for the Humanities organized a symposium inspired by this remarkable photographic excavation of a warehouse of ashes otherwise lost to time.







El Greco, San Pedro en lxc3xa1grimas (St. Peter in tears), circa 1587 – 1620.






Joseph Mallord William Turner, A shipwreck off Hastings, circa 1825.






Max Beckmann, Paris society, 1931.






Pablo Picasso, Toy guitar.





Ik heb zo gauw niet kunnen achterhalen wanneer hij
deze ‘sculptuur’ gemaakt heeft.





Rinko Kawauchi, Untitled, serie: The eyes, the ears, 2005.


Hier begrijp ik helemaal niets van.
De kunstenaar schijnt een fotograaf te zijn.
Dus is dit waarschijnlijk een foto (?).
De serie waarvan dit werk deel uitmaakt heet The Eyes, the ears.
‘De ogen, de oren’, maar deze wetenschap helpt me niet veel verder.





Robert Rauschenberg, Monogram, 1955 – 1959.





De laatste kunstvaria voor 2009


Andy Harper, Towards a new psychology, 2006.

Ik zou van deze stijl geen kamer vol moeten hebben.
Maar soms zijn ze erg geslaagd.
Hier betreft het een olieverf-werk maar je ziet deze stijl
ook veel in de videokunst.


Attributed to Giacomo Cozzarelli, Pieta with St. Giovanni and Maria Magdalena, the artist lived from 1453 – 1515.

We zwieren door de tijd vandaag
met een extra lange kunstvaria.
22 werken!
Waarvan slechts 2 van een en dezelfde kunstenaar zijn.
Dit werk is waarschijnlijk van Giacomo Cozzarelli.


Attributed to the Persephone Painter, Helen and Menelaos at the sack of Troye / Youth departing, 440 – 420 BCE.

Ook Wikipedia biedt niet veel als het er om gaat te achterhalen wie of wat
nu precies de Persephone Painter is:

The Persephone Painter, working from about 475 to the 425 BCE, is the pseudonym of an ancient Attic Greek vase-painter, named by Sir John Beazley after investigating a red-figure bell-krater vase of the artist’s work. This namepiece of the Persephone Painter currently resides at the Metropolitan Museum of Art in New York City. The subject matter includes a mythological scene of the return of Persephone from Hades.The Persephone Painter is known for his close relationship to the Achilles Painter, through whose workshop the Persephone Painter passed.There are currently 26 works attributed to the Persephone Painter and these include both large and small vases.

Het is duidelijk dat men in de oudheid zijn werk niet ondertekende.
Soms herkennen wetenschappers in een aantal anonieme werken
dezelfde maker.
Dan krijgt die maker vaak de naam van zijn ‘belangrijkste’ werk.
Hier gaat het om een Griekse vazenschilder.
Sir John Beazley heeft hem deze naam gegevennaar aanleiding van een scene op een van zijn werken:
de terugkeer van Persephone van de Hades (onderwereld).
Volgens de kenners is zijn werk verwant aan dat van de Achilles Painter.
Er wordt aangenomen dat de Persephone Painter les kreeg
in het atelier van de Achilles Painter.
Er schijnen 26 vazen, groot en klein, met beschilderingen van zijn hand
bekend te zijn.
De ‘sack of Troye’ staat in het Nederlands voor het verlies van de stad Troye.


Edward Hopper, Cap Cod morning, 1950.


Emil Nolde, Blumgarten, 1917.

Prachtig!
Maar met een heel triest verhaal van gestolen Nazi-kunst
dat pas dit jaar tot een oplossing is gekomen.


George Segal, Dumpster, 1994.

Deze moderne kunstenaar maakt in een museum vaak
driedimensionale replica’s van situaties uit het hedendaagse leven.
Hier een huisvuil verzamelpunt.
Mooie omschrijving voor vuildumpplaats.


Giovanni Francesco Barbieri (ook wel Guercino genoemd), David with Goliath’s Head, 1617.


Gustave Courbet, The gust of wind, 1865.

Een zucht van de wind.


Joao Castilho, naam van het werk bij mij niet bekend.

Ik ben niet zo’n liefhebber van mensen die foto’s
gaan bewerken met kleur of er een collage van maken.
In dit geval echter vind ik het heel geslaagd.


Joaquin Sorolla, Cosiendo la vela, 1896.

‘Cosiendo la vela’ betekent denk ik ‘het naaien van het zeil’.


Joe Feddersen, Stealth, 2006.


Lucian Freud, Double portrait, 1980 – 1990.


Lucio Fontana, Concetta spaziale, Sole in Piazza San Marco, 1961.


Maurice de Vlaminck, Tugboat on the Seine, Chatou, 1906.

Een duw- of trekboot op de Seine.


Mick Rock, Queen, 1974.


Pablo Picasso, Woman in a peplos, 1923.


Patrick Wilson, Pepper jelly (Slow food), 2009.

Op een tentoonstelling met de naam Slow Food,
dat verwijst naar een beweging in de kookkunst
die terug gaat op oorspronkelijke smaken en bereidingswijzes van eten.
Op die tentoonstelling hangt ook dit werk
waarmee men probeert de waardering voor abstracte kunst
een nieuwe impuls te geven.


The Nuremberg Mahzor, 1331.

Ook hier biedt Internet weer uitkomst (Reformatorisch Dagblad):

De Neurenberg Mahzor
Dit is een uit de middeleeuwen daterende codex (boek)
met de hand geschreven gedichten en gebeden
voor het hele Joodse jaar en de levenscyclus.
In het laboratorium is een halfjaar lang aan de restauratie gewerkt.
De Neurenberg Mahzor dateert uit augustus 1331.
De beschermheer, Jozua, de zoon van Isaak,
bestemde het boek oorspronkelijk voor particuliere studie
en gebruik in de synagoge.
Het 26 kilo wegende manuscript heeft zijn naam te danken
aan de stadsbibliotheek van Neurenberg,
waar het tot het begin van de negentiende eeuw bewaard werd.
Het boek is niet helemaal compleet.
Elf van de 528 bladen werden uit het boek getrokken
door waarschijnlijk soldaten van het napoleontische leger.
Van de missende bladen doken er honderd jaar later weer vijf op in Frankfurt.
Vier ervan werden in de jaren dertig van de vorige eeuw
gekocht door de Duits-Joodse zakenman,
uitgever en boekverzamelaar Salman Schocken.
In 1951 wist Schocken het hele boek in bezit te krijgen
in het kader van de naoorlogse restitutie van eigendommen
die in de Tweede Wereldoorlog verloren gingen.
Gedurende meer dan vijftig jaar verbleef het gebedenboek
in het Schocken Instituut in Jeruzalem.
Daar was het niet toegankelijk voor het publiek.
Nu wordt het getoond op een tentoonstelling.


Tullio Crali, Le forze della curva, 1930.


Vasily Kandinski, Dominant curve (Courbe dominante), april 1936.


Xavier Veilhan, The architects’ model, 2009.


Xavier Veilhan, The large carriage, 2009.


 

Kunstvaria

Misschien de laatste kunstvaria van 2009,
hoewel dat nog niet helemaal zeker is.
Petroglieven uit Utah zijn sterk vertegenwoordigd.
Geniet!





Caspar David Friedrich, Evening landscape with two man, 1830 – 1835.






Johan Bartold Jongkind, Scene in maanlicht, 1866.






John Singer Sargent, The daughters of Edward Darley Boit, 1882.






Joseph Aderson, Point of view (detail).






Kim Chavez, The outlook.






Paul Cezanne, Mont Sainte Victoire seen from the Bibemus Quarry, circa 1897.






Unknown Anthropomorph petroglyph, Nine Mile Canyon, Utah.



Unknown, Long neck sheep, petroglyph, Nine Mile Canyon, Utah.






Unknown, Nine Mile Canyon, Utah, 12 december 2008.






Vincent van Gogh, Le Cafxc3xa9 de Nuit (The night cafxc3xa9), 1888.





Duran-Madonna

Gisteren al werd ik gewezen op een fout in mijn log van gisteren.
De afbeelding van de Maria en het kind is niet van een Middelrijns Altaarstuk
maar is een deel van een schilderij van Rogier van der Weyden:
Madonna in rood, Duran Madonna.
Al speurend op het internet om een en ander te bevestigen
kwam ik het volgende artikel tegen over Rogier van der Weyden.

ROGIER VAN DER WEYDEN
door Lucette ter Borg

Hij was de beroemdste schilder van zijn tijd,
geloofd en geprezen omdat hij
‘zo lovenswaardig menselijke zieleroerselen als droefheid,
boosheid of vreugde’ kon weergeven.
Maar over het leven en de persoon van Rogier van der Weyden,
geboren als Rogelet de la Pasture,
tast de wetenschap in het duister.
Soms is hij opgesplitst in drie verschillende kunstenaars.
Een andere keer is hij zowel de zoon als schoonzoon
van zijn grote voorbeeld Jan van Eyck.

Als kletspraat zich stapelt op kletspraat,
als de fantasie van de een zich vermengt met die van de ander
en als spinsel na spinsel mag woekeren en tieren, eeuwenlang,
dan is er eigenlijk sprake van groot geluk.
Wat een onderzoeksterrein ontvouwt zich
voor de preciese historicus die wil ontwarren en verklaren
dit zou zijn definitieve meesterwerk kunnen worden.
Wat een groots labyrint voor de woelmuis die wil wroeten
in archieven en kronieken en die iedere bron,
hoe onbeduidend ook, duidt, besnuffelt en betast.

Zo’n labyrint is de vijftiende-eeuwse schilder Rogier van der Weyden.
Hij is een groots, maar ook een rampzalig labyrint.
Groots, omdat de kunstenaar na zijn dood in 1464
veel gedaanten en rollen krijgt aangemeten.
Rampzalig, omdat over Van der Weyden haast niets
met zekerheid bekend is, behalve dat hij een beroemd meester was
met een bloeiend atelier in Brussel.

Als je terugkijkt, systematisch de bronnen afspeurt en aftast
tot het onzekere jaar bijvoorbeeld waarin de schilder geboren werd,
dan valt voor wat betreft Rogier van der Weyden
de ene na de andere zekerheid in duigen.

Neem de schilderijen.
Meer dan veertig daarvan gingen verloren in de loop der eeuwen:
ze verdwenen in de golven, werden in stukken gebeukt
door beeldenstormers of door vuur verteerd.
Zesendertig panelen hebben de tand des tijds doorstaan:
zij worden door de meeste, maar niet alle, experts
aan Van der Weyden en zijn atelier toegeschreven.
Van der Weyden zelf liet geen geschreven merkteken op zijn panelen na:
anders dan zijn tijdgenoot Van Eyck signeerde hij niets.

Dan zijn er de geschreven bronnen; beter gezegd,
die zijn er haast niet.
Van Van der Weyden is geen geboorteakte bewaard,
hoewel men aanneemt dat hij ergens tussen 1398 en 1400
in Doornik is geboren als Rogelet de la Pasture.
Zijn sterfdatum is wel bekend: op 18 juni 1464
werd hij begraven in de kapel
van de heilige Catharina in Sint-Goedele,
onder een steen waarop: ‘een doye’ staat.
In die tijd noemde hij zichzelf ‘Rogier uit Doornik, schilder te Brussel’.

Van alle jaren daartussen zijn nauwelijks documenten bewaard.
‘Maitre Rogier’ opent in augustus 1432 een eigen atelier in Doornik
– waarvan akte – en verhuist ergens in 1435 naar Brussel,
waar Filips de Goede zetelt in het hertogelijk paleis
op de Coudenberg in Brussel.
Hij trouwt en krijgt vier kinderen.
Maar alle verdere koopcontracten, inventarissen,
atelierinboedels, testamenten en reisbescheiden zijn verdwenen.

Die trieste speling van het lot heeft heel wat kunsthistorici
aan het werk gezet.
Wat nou, geen bronnen? Welgemoed ging men aan de slag.
Vlak na Van der Weydens dood al.
En waar de feiten stokten, kwam de fantasie te hulp.

Karel van Mander, de beroemde zestiende-eeuwse kunstenaarsbiograaf,
maakt het bont.
Op gezag van een iets oudere Italiaanse kunstenaarsbiograaf – Vasari;
splitst hij in zijn Schilderboeck (1604) Van der Weyden op in twee,
eigenlijk drie kunstenaars: de een woonde in Brugge,
de ander in Brussel (maar deze stierf weer als een ander).

Neem het Van Mander eens kwalijk,
die vermenging van Brugge met Brussel.
Hoe vrij ging men in de vijftiende eeuw met namen om:
Brussel kan ‘Prussel’ zijn, maar ook ‘Burselles’;
Brugge is ‘Brugia’, ‘Bruza’, ‘Brugies’ maar ook ‘Brugghe’.
Een druppel regenwater op het inkt van een contract,
en Brugge wordt Brussel, of omgekeerd.

Die in Brugge, zegt Van Mander, is een bekwaam tekenaar,
een leerling van Van Eyck.
Van Mander ‘meent’ enige werken van de schilder in Brugge te hebben gezien.
Maar zeker weet hij het niet.

Met meer zekerheid schrijft hij over
de ‘uitmuntende’ Rogier van der Weyden uit Brussel,
die zo ‘lovenswaardig’ ‘menselijke zieleroerselen als droefheid,
boosheid of vreugde’ kon weergeven.
Over zijn afkomst in Doornik weet Van Mander niets.
Hij laat de schilder geboren worden in Vlaanderen,
‘of van Vlaamse ouders in Brussel’.
Ook vertelt hij dat de kunstenaar rijk werd
hetgeen klopt, want Van der Weyden gaf tijdens zijn leven
veel aan charitatieve instellingen.
Een paar bewijzen daarvan zijn in kerk- en kloosterarchieven opgespoord.
Maar over de laatste uren van Van der Weyden
schrijft Van Mander weer lariekoek.
Volgens de biograaf sterft Van der Weyden in 1529
aan de ‘swetende sieckte’ – en verwart hem zo met Quinten Metsijs.
Ook over Van der Weydens leertijd is weinig bekend.
In de meest recente, kolossale, monografie
over de kunstenaar draagt de Vlaamse kunsthistoricus Dirk de Vos
vooral argumenten aan voor de gedachte dat Van der Weyden
een leerling is geweest van Robert Campin in Doornik,
die ook wel wordt vereenzelvigd met de Meester van Flemalle.

In de jaren vijftig echter denkt de kunsthistoricus Erwin Panofsky,
beroemd om zijn studie naar de verborgen symboliek
in het naturalisme van de Vlaamse primitieven,
dat Van der Weyden een leerling van Van Eyck is in Brugge.
En weer vijftig jaar daarvoor, in de negentiende eeuw,
is Van der Weyden schoonzoon en zoon van Van Eyck.

Een hechte familie dus volgens de overlevering.
En al is het onwaarschijnlijk dat Van der Weyden
werkelijk een leerling van Van Eyck is geweest,
verwantschap bestaat er ontegenzeggelijk tussen de twee.
Het is een verwantschap die natuurlijk is in de eerste helft
van de vijftiende eeuw.
Want Jan van Eyck zal met zijn perspectivisch correcte ars nova,
zijn meesterlijke scheppingen van tronende Madonna’s,
lijdende Christussen en van licht gloeiende portretten,
een voorbeeld zijn voor alle meesters die na hem komen.
Ook Van der Weyden leent zijn motieven
een handgebaar, een tafereel – en kopieert soms zodanig zijn stijl,
dat zelfs z’n grootste werk – het Laatste Oordeel
in het Hotel-Dieu in Beaune – heel lang aan Van Eyck zelf wordt toegeschreven.

Niemand evenaart Van Eyck, ook niet Van der Weyden.
Toch groeit hij na Van Eycks dood in 1441 uit tot de beroemdste schilder
van zijn tijd, met opdrachten voor vorsten en prelaten in Italie,
Frankrijk en Bohemen. Waarom?

Zijn stijl is eerder hortend dan vloeiend zoals die van Van Eyck.
‘Geciselleerd’ noemt men dat, als men positief wil zijn,
alsof de schilder de bewegingen van zijn personages,
de plooien in hun kleding in steen heeft uitgehouwen
en niet in verf op hout heeft gezet.

Dirk de Vos vergelijkt de panelen van Van der Weyden
terecht met polyfone muziek.
Die afgebakende stemmen, ieder voor zich hun eigen melodielijn volgend,
zie je vertolkt in de contrasterende kleurvlakken,
het diepe rood van Maria’s jurk,
de roze bleekheid van haar langgerekte handen, en het witte kleed
van haar Kind (op de Duran-Madonna in het Prado).



De Maagd en het Kind (Madonna Duran), Rogier Van der Weyden, Museo Nacional del Prado, Madrid.


Ook de illusie van ruimtelijkheid is minder groot dan bij Van Eyck.
Vooral bij de Kruisafname in het Prado,
een van de beroemdste panelen van Van der Weyden,
is dat duidelijk.
Negen figuren klitten hier in wanhoop samen rond de gestorven Christus.
Tien figuren rond een kruis, dat moet dus heel wat diepte opleveren.
Maar niet bij Van der Weyden:
Maria Magdalena die radeloos haar handen vouwt,
lijkt zo van het hout de kijker tegemoet te vallen.
En ook de bezwijmende Maria en de dode Christus
tuimelen bijna van het paneel af.

Ons doet zo’n frontale, ondiepe compositie gekunsteld aan,
we prefereren de illusionaire ‘levensechtheid’ van Van Eyck.
Maar in de vijftiende eeuw zag men die levensechtheid anders.
Men bewonderde Van Eyck, maar ook Van der Weyden.
De laatste dichtte men het wonderbaarlijke talent toe
om de Maagd Maria, Jezus en andere heiligen
bijna lijfelijk aanwezig te laten zijn op aarde.
Vanwege die kwaliteit ongetwijfeld omschreef in 1551 een Spaanse diplomaat
het paneel als ‘het beste schilderij, geloof ik, in heel de wereld’.
Men prees ‘de ademende gezichten, in contrast met het lichaam
(van Christus – red) als van een dode’.

Heiligheid wordt dank zij Rogier van der Weyden
een bijna alledaagse zaak.
Zijn verkondiging aan Maria bijvoorbeeld,
een triptiek dat hij na 1434 schilderde,
vindt niet meer in een onbestemde, naar wierook wasemende ruimte plaats,
maar heel gewoon in de slaapkamer van de Maagd.
Het is een nieuw motief dat na zijn dood
honderden malen gekopieerd zou worden.

En als Van der Weyden een devotiepaneel maakt van Maria,
schildert hij er een pendant bij met een portret van een gewone sterveling
– altijd een jonge man.
Op die manier benadrukt Van der Weyden wat hij belangrijk vindt:
persoonlijk in gesprek komen met God.
Een gesprek waarin tranen kunnen vloeien
en lichamen mogen verkrampen van smart,
maar waarin nooit de ideale maat der dingen uit het oog wordt verloren.

Zelfs in de dramatische altaarstukken die Van der Weyden
tussen 1450 en zijn dood in 1464 maakt, zoekt hij dat ideaal.
De figuren zijn gestileerd, hun voorkomen is ascetisch,
met zeer lange slanke handen, en smalle gezichten.
Tranen rollen overvloedig en Maria’s kleed raakt meerdere malen
besmeurd door het bloed van haar dode zoon.
Er is verdriet, maar we gillen dat niet uit.
Het is zoals een Italiaans bewonderaar in 1456 over Van der Weyden opmerkt:
‘De waardigheid wordt behouden te midden van een stroom van tranen.’

Kunstvaria





Calligraffiti.


Vor mij een nieuwe naam, een combinatie van Kalligrafie
en Graffiti. Leuk gevonden en mooi resultaat.
Hier Chinese karakters in combinatie met graffiti.
de maker is mij onbekend.





Emil Nolde, Verspottung, 1909.


Natuurlijk hoort deze bespotting van Christus bij het Paasfeest
en niet bij vandaag, de dag voor Kerstmis.
Maar het is een prachtig werk.





Fernand Fonssagrives, Contours, 1954 – 1958..






Georges Seurat, Horses in the water, circa 1883.






Giorgione, Le tre etxc3xa0 dell’uomo, 1500 – 1501.


De volledige naam van de kunstenaar is Giorgio o Zorzi da Castelfranco.
Hij was een schilder in de hoog renaissance.
De titel is vertaald: de drie leeftijden van de man.
Zeg maar: Portret van de jongeling, de volwassen man en de oude man.





Giotto di Bondone, detail of two angels, 1304 – 1306.


Het fresco heet Noli me tangere, raak mij niet aan.
Het fresco bevindt zich in de Arena-kapel in Padua.
De tekst is uit de bijbel en werd gesproken door Christus tot Maria Magdalena.
Magdalena komt bij het graf van Christus en herkent daar Christus.
Ze wil hem aanraken maar Jezus zegt: raak me niet aan want
ik ben nog niet naar mijn vader gegaan.
Dit moment is onderwerp van veel kunstwerken.
De engelen vermoeden dus op het eerste gezicht een verwijzing naar
de kersttijd maar in werkelijkheid gaat het ook hier om Pasen.
Als ik naar afbeeldingen kijk met de titel Noli me tangere
zie je steeds het moment van de herkenning van Magdalena.
De engelen zie je dan niet.
Dat is omdat dit werk uit meerdere fresco’s bestaat.





Karel Appel, Tete tragique, 1961.






Marc Chagall, Woman circus ryder, 1956.






Max Ernst, The Kiss (Le Baiser), 1927.






Michelangelo Merisi da Caravaggio, The supper at Emmaus, 1601.


Het spijt me maar ook dit prachtige werk van Caravaggio is uit de Paastijd.
Om precies te zijn de tijd kort na Pasen als Christus een aantal malen verschijnt
aan zijn volgelingen zoals hier in Emmaus.





Michelangelo Buonarroti, Study of a man’s face for The Flood, Sistine Chapel ceiling, 1509 – 1510.






Mourner no 52 from the tomb of Jean Sans Peur (John the Fearless), completed 1457.


Dit is een genre op zich.
Al eerder waren er pleurant te zien op mijn web log.
Deze beelden van treurende mensen waren onderdeel van grafmonumenten
van onder andere de Bourgondische vorsten zoals hier Jan zonder Vrees.





Rene Magritte, Le temps menecant (Threatening weather), 1929.


Ik kende dit werk natuurlijk maar had eigenlijk nog nooit
naar de titel gekeken: Dreigend weer.
Ten minste als ik de Engelse vertaling mag geloven.
De Franse titel laat zich eerder vertalen als “Dreigende tijd”
of “Dreigende lucht”.
Wat is er dreigend aan een vrouwenlichaam, een tuba en een stoel?





Yayoi Kusama, Pumpkin.





Chinese kalligrafie

Sinds kort verdiep ik me een beetje in Chinese kalligrafie.
Sommige mensen vinden dat misschien vreemd maar
kijk eens naar het volgende kunstwerk.
Het is een schilderij van de Amerikaanse kunstenaar
Jackson Pollock.
Er is niet veel fantasie voor nodig om in dit werk een Chinees karakter te zien.


Jackson Pollock, Silver and Black, 1950.


 

Katherina van Kleef / Jeroen Bosch





Volgens Gerrit van den Hoven.





Op donderdag 10 december 2009 verscheen er een bericht in BN/De Stem.
Het ging over de tentoonstelling in Museum Het Valkhof
over ‘De wereld van Katherina van Kleef’.
De stelling is dat Jeroen Bosch beinvloed zou zijn geweest
door de maker van of het handschrift zelf
dat bekend staat als ‘Het getijdenboek van Katherina van Kleef’.
Al eerder waren hier afbeeldingen te zien uit dit getijdenboek.
Zeker de Hellemond.
Maar het artikel geschreven door Gerrit van den Hoven overtuigt mij niet.

Weerwoord: H.F.J.M. van den Eerenbeemd / C.C. Huijsman / Vincent van Gogh

De afgelopen week kreeg ik een reactie op een log
die eerder hier heeft gestaan.
In de log beschreef ik een boekje van H.F.J.M. van den Eerenbeemd
die beschrijft hoe Vincent van Gogh tekenonderwijs zou hebben gehad
van C.C. Huijsman in Tilburg.
De afzender van de mail Cornell van Loon is het niet eens
met de beweringen van Eerenbeemd.
Ik kan het niet beoordelen en plaats daarom zijn reactie.





H. F. J. M. van den Eerenbeemt, De onbekende Vincent van Gogh.






Geachte heer / mevrouw,

Met een glimlach heb ik kennis genomen van uw relaas over het boekje van Vincent van Gogh geschreven door H.F.J.M. van den Eerenbeemd:

Behalve dat er nergens sprake is van Tilburg in de brieven van Vincent wil van Eerenbeemd ons anders doen geloven. Vincent had in de periode totaal geen tekentalent en wist dat zelf ook. Onnodig dus zoals de gemeente Tilburg ons wil doen geloven dat Vincent heeft leren tekenen door C.C. Huijsman.

Pas op 28 jarige leeftijd in de Borinage is hij stuntelig begonnen zich te ontwikkelen als tekenaar en heeft er eigenlijk tot aan zijn dood niet veel van gebakken. De enige waarvan hij iets heeft opgestoken is Anton Mauve.

Wat de “tilburgse” werken betreft: Er is geen enkele tekening van Vincent uit die periode. Zowel de twee schetsen van een man leunend op zijn spade, en het Corintisch kapiteel zijn niet van Vincent. Het kapiteel is van Huijsman en beide tekeningen zijn afkomstig van een handige Tilburgse kunsthandelaar die een vriendje was van van den Eerenbeemd. De tekeningen zijn zo goed als zeker afkomstig uit het Tilburgse gemeente archief.

Zundert heeft destijds deze tekening gekocht voor 100.000 gulden maar is sinds kort mede door mijn bemoeienissen tot de conclusie gekomen dat er iets mis mee is. Beide tekeningen zijn dan ook sinds enige tijd niet meer in hun collectie.

vriendelijke groet,
Cornell van Loon

Gemakshalve hierbij de link naar mijn site. In mijn Blog heb ik aandacht besteed aan dit onderwerp. www.cornell-art.nl



Kunstvaria

Twee maal Caravaggio (bijna 400 jaar geleden overleden: 1610).
Daarom zal deze schilder de komende tijd veel in het nieuws zijn.
Maar daarnaast weer een heel uiteenlopende serie kunstwerken.
Geniet!





Basilius Besler, uit de ‘Hortus Eystettencis’, 1613.


Neurenbergse apotheker die bekend is geworden door dit werk.

Op de web site van Teylers Museum staat het volgende te lezen
over de maker en het werk:

Hortus Eystettensis
Basilius Besler


De aartsbisschop Johann Conrad Freiherr von Gemmingen liet rond zijn slot te Eichstxc3xa4tt een tuin aanleggen door de apotheker Basilius Besler (1561-1629). Deze vermaarde tuin op de Wilibaldsberg deed dienst als hortus botanicus xc3xa9n als siertuin. Rond 1600 kreeg Besler de opdracht om de rijkdom van de tuin in een boek vast te leggen. De Hortus Eystettensis verscheen in een oplage van 300 stuks. Tegenwoordig zijn er nog maar weinig exemplaren over, waarschijnlijk een tiental. Het boek bevat 367 platen met 1084 geneeskrachtige en eetbare planten, en sierplanten.

De eerste editie van de ‘Hortus Eystettensis’ verscheen in twee versies: een met beschrijvende tekst gedrukt aan de verso (linker) zijde van de afbeelding, en een versie zonder tekst. Deze laatste uitgave was bedoeld om ingekleurd te worden. De luxe uitgave bevat met de hand ingekleurde platen en geen tekst. Dit om te voorkomen dat de tekst door zou drukken en de prachtig ingekleurde platen zou bederven.







Caravaggio, Giuditta nellxe2x80x99 atto di tagliare Lla testa ad Oloferne, 1597.


Mijn Italiaans is niet zo best maar net als op een afbeelding
die nog niet zo lang geleden hier te zien was,
gaat Judith weer niet zachtzinnig om met het hoofd van Holofernes.


Caravaggio, Rest on the flight into Egypt, circa 1579.






Het Wilde Westen op de foto: Edward S. Curtis, Caxc3xb1on del Muerto – Navaho, 1906.






Ferdinand Bol, Old man with flowering beard, 1642.


Wat een baard!





Finial for a staff, Warring States period, Bronze with gold and silver inlay, Kong Residence Cultural Relics Archive, 475 – 221 voor Christus.


Kong is de Chinese familienaam waaronder wij Confucius kennen.

Volgens Wikipedia:
Confucius (Qufu, 28 september 551 v.Chr. – aldaar, 479 v.Chr.)
was een beroemd denker en sociaal filosoof uit het oude China,
lang vxc3xb3xc3xb3r de vorming van het Chinese keizerrijk.
Hij werd geboren als Kong Qiu in de stad Qufu in de Chinese staat Lu,
de tegenwoordige provincie Shandong.

Zijn filosofie legde de nadruk op de persoonlijke en bestuurlijke moraal,
orde, en respect voor de meerdere,
en won vooral aan populariteit door de krachtige traditionele Chinese stellingnames.
Confucius wordt vooral vereerd door leraren, scholieren en confucianisten.
De belangrijkste gebouwen van de confucianisten zijn de confuciustempels.

De invloed van Confucius op de Chinese beschaving mag niet worden onderschat.
Deze was ruim verspreid in Japan, Korea en Vietnam.
Dit kwam vooral door het Confucianisme, de doctrine die ontwikkeld is
door zijn discipelen en commentatoren.
De Gesprekken is een kort verzamelwerk met discussies die hij had
met discipelen en die na zijn dood zijn verzameld.
Het boek bevat de belangrijkste hoofdgedachten van zijn onderwijzing.

De afbeelding hierboven is het handvat van een stok/staf
die uit de erfenis van de familie komt.





Janus reliquary guardian figure (Mbulu Ngulu) attributed to Semangoy of Zokolumga, Kota Obamba Mindoumou, Late 19th – early 20th-century.


Beeld van een wachter.





John Singer Sargent, The Derelict, 1876.


De verlatene.





Kiki Smith, Messenger I, 2008.






Luis Egidio Melxc3xa9ndez, Still life with artichokes and peas in a landscape, 1771 – 1774.






Michelangelo Buonarroti, Madonna and child, circa 1525.


Bijzondere tekening.
De tekening staat op twee aan elkaar gelijmde stukken papier.
Wat direct opvalt is dat Maria niet naar haar kind kijkt.
Dat is een opmerkelijke houding.
Zeker als je weet dat de eerdere versie van deze tekening
een meer traditionele houding van Maria had.
Maar Michelangelo maakte blijkbaar bewust deze wijziging.





Okuyi Punu, Gabon.






Quimbaya, Reprecentacio masculina denominada retaule amb perforacio al nas, klassieke periode: 200 voor Christus – 1400 na Christus.


De Quimbaya zijn een volk in Colombia.
Ze zijn bekend om hun gouden beelden.
Hier betreft het een aardenwerk begrafenisbeeld.





Taiso Yoshitoshi, Smoky: the appearance of a housewife of the Kyowa Era, onderdeel van Thirty-two aspects of daily life, 1888.






Vincent van Gogh, Landschap met korenschoven en een opkomende maan, 1889.





Europalia.China

Gisteren heb ik twee tentoonstellingen bezocht die in Brussel gehouden worden
in het kader van Europalia.China.
De tentoonstellingen die ik bezocht zijn:
= Zoon van de hemel (Brussel, Paleis voor Schone kunsten)
= Het Orchideexc3xabnpaviljoen. De kunst van het schrijven in China
(Brussel, Koninklijke musea voor Schone Kunsten van Belgie)

Ik trof het weer net als mijn vorige bezoek aan Brussel.
Er was een EU-top.
Het verkeer rond Shuman zat muurvast.
Het kostte dus nogal wat tijd om in het centrum te komen.
Parkeren ging prima: recht voor de deur van het Koninklijk paleis.
Rond 08:15 vertrokken in Breda, getankt bij Hazeldonk,
om 10:00 uur bij het Koninklijk palies.





Brussel, Regentstraat.






Brussel, zicht op de lager gelegen markt van Brussel. Dit wordt de Kunstberg genoemd.






Toegangskaartje Bozar.





De tentoonstelling is prachtig.
Alleen hele mooie stukken zie je op deze tentoonstelling.
Ik zal er hier een paar tonen.





Zoon van de Hemel, catalogus 167, Geel geglazuurde kom met drakenmotief, 1723 – 1735.



Idem, drakenmotief in detail.






Zoon van de Hemel, catalogus 1, Figuur in hurkzit, 3500 – 3300 voor Christus.






Hele artistieke foto; Zoon van de Hemel, catalogus 98, Danseres, 204 voor Christus – 9 na Christus.






Zoon van de hemel catalogus via de scanner.





Wel is het jammer dat de mooie catalogus niet van alle getoonde voorwerpen
een grote foto heeft.
Zo is van het voorwerp dat bij mij het meest in de smaak viel
alleen maar een heel kleine afbeelding te vinden.





Zoon van de Hemel, catalogus 40, Staander in de vorm van een mytisch dier, 6e – 5e eeuw voor Christus.


Dit is een groot bronzen voorwerp.
Ingelegd met malachiet.
Het is 48 x 47 x 27 centimeter.
Dit in 1990 ontdekte voorwerp is er een van een stel.
De staander was vermoedelijk bedoeld om een trommel recht te houden.
Oostelijke Zhoudynastie opgegraven in graf 9 in Xujialing, Zichuan, Henan.
Zhengzhou Archeologisch Instituut van de provincie Henan.





Het theepaviljoen.








In het theepaviljoen heb ik geluncht.
Voor twaalf Euro kan men daar een lunch van de dag nemen.
Natuurlijk heb ik dat gedaan met thee:
eerst een thee met rozenblaadjes en daarna een jasmijnthee.





Catalogus Zoon van de Hemel.





Vervolgens was het Orchideexc3xabnpaviljoen aan de beurt.
Volgens het kaartje is de naam van het museum Magritte museum.





Ticket Orchideexc3xabnpaviljoen.





Deze tentoonstelling wil de ontwikkeling van de Chinese kaligrafie in beeld brengen.
Een mijlpaal in de ontwikkeling van de kaligrafie in China
is het “Voorwoord tot het Orchideexc3xabnpaviljoen”.
In 353 na Christus komen een aantal intellectuele kunstenaars samen in Lanting,
het Orchideexc3xabnpaviljoen, in zuid China.
De kalligraaf Wang Xizhi is getroffen door de natuur,
het mysterie van het universum
en de onpeilbaarheid van het menselijk leven.
Dan schept hij dit werk.





Orchideexc3xabnpaviljoen, catalogus.






De kaft zonder omslag.






Detail van de omslag. Dit is een copie van het Orchideexc3xabnpaviljoen.








Voor mij is deze kunstvorm nog erg nieuw.
Dat heeft tot gevolg dat de meer recente werken
die neigen naar de Westerse moderne kunst,
mij het meest aanspraken.





Liu Yanhu, Zonder titel, 2005.






Wang Nanming, Combinatie: ballen met karakters, sinds 1992.






Wei Ligang, Zwemmende vissen, wandelende krabben, 2008.






Brussel, Basiliek. Naar huis in de file.






De komende tijd gaat hier nog meer over volgen.





Katherina van Kleef

Vorige week in het museum Valkhof in Nijmegen
zag ik een heel leuk boekje voor mensen die geinteresseerd zijn
in handschriften en minituren.
Het is een boekje met de totel “Schatten van handschriften”
door Ton den Boon.
Het is een A tot Z met termen en hun verklaring die betrekking
hebben op miniaturen en manuscripten.

Zo ben ik er bijvoorbeeld achter gekomen dat er een speciaal woord is
voor een afbeelding zoals de volgende, die in de ondermarge is opgenomen:
bas-de-page.
Okay deze is eenvoudig. Maar ik wist niet wat ‘cantica’ waren.





De meester van Katherina van Kleef, De apostel Philippus, folio M-226, Getijdenboek Katherina van Kleef, circa 1440, detail in de ondermarge bas-de-page.






Ton den Boon, Schatten van handschriften.





Het boekje is leuk om een keer van begin tot eind door te lezen.
Ik ben bij de letter ‘D’.
Maar het is ook een goed naslagwerk.
Voor zover ik het kan beoordelen redelijk compleet.
Met informatie over de techniek (hoe manuscripten en miniaturen
werden gemaakt) maar ook over hun functie (inclusief een verduidelijking
van alle religieuze toepassingen zoals brevier, apocriefe boeken ec).
Daarnaast worden een aantal belangrijke manuscripten globaal beschreven.
Na het lezen van dit boek ken je ze dus niet van voor tot achter maar
je zult hun namen herkennen en ze kunnen plaatsen in de kunstgeschiedenis.
Het boekje is ook nog eens vriendelijk geprijsd





Uitgebreide catalogus voor de tentoonstelling ‘De wereld van Katherina’. De afbeelding op de omslag is overigens een voorbeeld van een (gedeelte van een) dedicatieminiatuur.





Cantica zijn’:

“Al dan niet aan de bijbel ontleende, enigszins op psalmen lijkende lof- en dankgezangen die op officiele gebedstijden werden gezongen.Een van de min of meer regelmatig terugkerende vaste elementenvan getijdenboeken.”



Ton den Boon, Schatten van handschriften, bladzijde 26.

Europalia: Rent Collection Court Yard

In het kader van de Europalia.China 2009 wordt er in Brussel
een tentoonstelling gehouden met de naam
The State of Things. Brussels / Beijing.

Vandaag ben ik in Bozar, het Museum voor Schone kunst geweest.
In dit museum zijn meerdere activiteiten.
Een ervan is de tentoonsteling Zoon van de Hemel.
Die heb ik bezocht.
Maar in een hal stond een modern werk van Lin Zhanyang.
En dat heeft dezelfde titel als van een ouder werk dat ik onlangs hier liet zien:





Rent Collection Courtyard, Binnenplaats voor de huurafdracht.






Li Zhanyang, xe2x80x98Rentxe2x80x99 xe2x80x93 Rent collection Yard (Foot washing xe2x80x93 Christiane Leister, Nataline Colonnello, Tang Xin, Livia Gnos, Lin Suling, Ai Weiwei, Lu Qing, Urs Meile), 2007.





In het kader van de tentoonstelling The State of Things. Brussels / Beijing

Li Zhanyang
xe2x80x98Rentxe2x80x99 xe2x80x93 Rent collection Yard (Foot washing xe2x80x93 Christiane Leister, Nataline Colonnello, Tang Xin, Livia Gnos, Lin Suling, Ai Weiwei, Lu Qing, Urs Meile), 2007.

Rent xe2x80x93 Rent collection Yard van Li Zhanyang werpt een subjectieve en niet van humor gespeende blik op de Chinese hedendaagse kunstscene. Het gezelschap, dat schijnbaar bijeengekomen is, speelt een rol in een langer, fictioneel verhaal, dat de sluier licht over latente conflicten en verrassende machtsrelaties, de smerigheid onder het glansrijke vernis van de kunstwereld. Foot washing is een detail dat deel uitmaakt van een groter geheel Rent xe2x80x93 Rent collection yard (2007). Dat is op zijn beurt een hedendaagse bewerking van het beroemde verhaal van Liu Wencai, een grootgrondbezitter. Tijdens de periode van de revolutie werd Liu Wencai publiekelijk in opspraak gebracht en afgeschilderd als een despoot, die de boeren onderdrukte. Van hem werd een monumentale sculptuur gemaakt in de stijl van het socialistisch realisme. Rent Collection Court Yard (1965), dat tentoongesteld werd in de provincie Sichuan.
In Foot Washing, het hier tentoongestelde detail, heeft Zhanyang zijn ogen gericht op een andere kunstenaar, de alom gevierde Ai Weiwei, die samen met het architectenbureau Herzog & de Meuron betrokken is geweest bij het ontwerp van het Vogelnest, het Olympische stadion in Beijing. Het toont Ai Weiwei, zittend op een stoel, terwijl hij zijn voeten laat masseren en zich laat vertroetelen door zijn vrouw, zijn curators, zijn verzamelaars, zijn galeriehouder en zijn assistenten.
In een pose die het personage van Lin Wencai in de originele sculptuur van Rent Collection Court Yard oproept, worden de voeten van Ai Weiwei gewassen door kruiperige onderdanen. De achterliggende gedachte is dat de sterren van de kunstwereld vandaag al bij al misschien niet zoveel verschillen van de feodale heer.







Li Zhanyang, xe2x80x98Rentxe2x80x99 xe2x80x93 Rent collection Yard, Foot washing (detail), 2007.