Cursus miniaturen IX

De cursus is afgelopen maar mijn miniatuur is nog niet af.
Vandaag is er nog heel wat aan geknutseld.
Eerst heb ik deze week een kalligrafeerset gekocht.
De ganzeveer was me vorige week niet zo goed bevallen.
Bovendien is kalligrafie voor een linkshandige niet evident.
Je moet je hand zo vreemd houden dat dit zonder pijn
haast onmogelijk is.
Waarschijnlijk moet je ook eerst veel, heel veel oefenen.
Kalligrafie draait namelijk om gelijkvormigheid:
alle letters dienen van het zelfde formaat te zijn,
alle letters moeten met dezelfde hoek (schuinte) geschreven worden.
Allemaal niet eenvoudig als je dat voor de eerste keer gaat doen.
Bovendien is mijn ondergrond zo gebobbeld als een kiezelstrand.
Ik heb besloten dan ook geen Gotische Textura te gaan schrijven
(dat is het lettertype dat waarschijnlijk op het origineel wordt gebruikt).
Ik gebruik het lettertype ‘Argusvlinder’.





Kalligrafeerset gekocht.






Lijntjes trekken.






Even oefenen.






Zo de eerste regel staat er op. Beter leesbaar dan het origineel trouwens.






Het penwerk op de bladspiegel op beide pagina’s afgemaakt.






De eerste strofe.






Kris en krasschrift. Let op de bijzondere A (tweede regel). Morgen de potloodlijntjes uitgummen.





Cursus miniaturen VIII

De bedoeling van de laatste cursus was om
1. verf te maken;
2. de afbeelding op de linkerpagina te schilderen;
3. het goud te omlijnen en de bloemen op de bladspiegel
te voorzien van stelen en te omlijnen;
4. de tekst te schrijven in twee kleuren met een ganzeveer.

Daar was veel en veel te weinig tijd voor.
Bovendien waren het te veel nieuwe technieken
om in drie uur onder de knie te krijgen.

Laten we eerst maar eens verf maken.
Voor de hele groep moesten we de volgende 10 kleuren maken:

Ultramarijn
Zeg maar blauw, het is een alternatief voor Lapis Lazuli
dat in het voorbeeld miniatuur gebruikt wordt.
De mantel van Petrus is in deze blauwe kleur uitgevoerd.
Al in de oudheid kende men deze halfedelsteen die in gemalen vorm
een pigment vormt.
Ultramarijn is ook beschikbaar in paarse en roze varianten.





Voorbeeldminiatuur met kleurinstructies.




Alizerine rood
Wit
Titaan, loodwit dat waarschijnlijk
in het origineel werd gebruikt, is erg giftig.
Komt niet puur voor op de afbeelding.
Wordt gebruikt om de kleuren te mengen.

Gele oker
Dit is een zogenaamd aardepigment, het is kleisoort.
Lampenzwart
Werd gemaakt van het roet van olielampen.
Een alternatief is wijnstokzwart. Een kleurstof die gemaakt wordt
van verbrande wijnstokken.

Vermiljoen
Vroeger gebruikte men daarvoor Cinnaber.
Nu zijn er vervangende rode kleurstoffen voorhanden.
In ons miniatuur is de overjas van Christus in
vermiljoen uitgevoerd.





Voorbeeldminiatuur met kleurinstructies.




Violet
Dat is de kleur waar ik de verf voor gemaakt heb.
Je ziet die hieronder op de foto’s.

Omber
Ook weer een aardepigment.
In zijn rauwe versie is het een groenachtig, bruine kleur.
De gebrande versie is roder van kleur.
Heeft het meest weg van chocoladebruin.

Groene aarde
Natuurlijk ook een aardepigment.
Een kleur die erg populair was in de 18e eeuw.

Kalkgeel
Niet gemaakt van kalk maar kleurecht ook bij gebruik op kalk (fresco’s).
Orpiment.


Die kleuren zien er in een potje, recht uit de koelkast (koud, geen licht)
als volgt uit:





allerlei kleuren temperaverf.




Eerst de verf maar eens maken.
Temperaverf bestaat uit een pigment(pasta) en een bindmiddel (geklaard eiwit).





Pigment: violet.






Mengen met geklaard eiwit.






Dat gaat niet bij alle pigmenten even eenvoudig.






Verf met loper.




Vervolgens kan het schilderen beginnen.
Daarbij neem je het best de volgende regels in acht:

Werkvolgorde:
1. de onderkleur
zet de kleur recht toe recht aan op de afbeelding.
Vlakjes vullen zoals op de kleuterschool geleerd.

2. de donkere schaduwpartijen
Neem dezelfde kleur als de onderkleur en meng die
zodat je een donkere variant krijgt.
Gebruik die om de donkere partijen, bijvoorbeeld de plooien
in de kleding te schilderen.





De schaduw en oplichtende delen van de kleding.


En de soms wat bizarre anatomie die de Middeleeuwer
schildert in de miniaturen. Draai je hoofd maar eens
zoals Malchus hier doet of de duim van Petrus.



3. de oplichtende delen (naast de schaduwen)
Neem de onderkleur opnieuw en meng die
zodat een lichtere variant ontstaat.

4. verf de gezichten als laatste.





Het gras en de bloemen.




Speciale aandacht gaat uit naar het gras.
Ga als volgt te werk:
1. gebruik een mengsel van omber en groene aarde als onderkleur.
2. gebruik voor de lichtere delen groen aarde
3. de sprieten worden gemaakt door een mengsel te maken
van groene aarde, wit en gele oker.
4. breng de bloempjes aan (zie ‘kaasprikkers’ op de afbeelding).





Ik kreeg de onderkleur niet eens af.




Dan de inkt.Behalve het handvat van de lamp wordt er in de schildering geen inkt gebruikt.
De inkt wordt gebruikt voor de afkadering van het goud,
de stelen van de bloemen en de bloemen zelf in de bladspiegel.
En natuurlijk voor de tekst.





De inkt met een veer aanbrengen.




Er worden twee kleuren inkt gebruikt.
De rode inkt heet minium, met woord miniatuur is hiervan afgeleid.





De tekst in twee kleuren.




En dat alles leidde tot het volgende eindresultaat.
Ik moet op zoek naar iemand die een kalligrafeerpen heeft.
De tekst wil ik nog proberen af te maken.





Het voolopige eindresultaat na drie lessen.




Cursus miniaturen VII

01/08/2009

Derde en laatste cursusdag.
Ben mijn mobiele telefoon vergeten.
iPod: Cracked Actor van David Bowie van het album David Live.
Zit op een bank bij het busstation in Breda.
Vandaag is de A27 afgesloten.
Ik ben benieuwd hoe dat zal gaan.









Volgens de e-mail die ik ontving van Veolia zelfde vertrektijd en reistijd.
Ik ben benieuwd!



De website http://www.oudeschildertechnieken.nl
bevat een paar artikelen van mijn docent.
Ik lees die in de bus en als het interessant genoeg is
vind je hier een korte samenvatting.

Eitempera: Rechtdoen aan karakteristieken
Artikel van Lukas M. Stofferis.

– verwijzing naar Cennini (Il libro dell’ arte),
zijn definitie van tempera:
een emulsieverf waarvan het bindmiddel op zijn minst
de dooier van een kippenei bevat.

– recept (heel algemeen):een eidooier ontdaan van elk spoor van eiwit,
met een gelijke hoeveelheid water gemengd,
en een paar druppeltjes azijn.

– schilderen met tempera komt er,
ondanks alle ingredixc3xabnten en de geheimzinnigheid er om heen,
op het zorgvuldig opbouwen van een gelaagdheid aan,
waarvan de toeschouwer eigenlijk
alleen maar de laatste laag van te zien krijgt.

– eigenschappen tempera:
= extreme kleurintensiteit
= minder kleurverzadiging dan bij olieverf
= bijzonder korte droogtijd
= gelaagd te verwerken
= aanbrengen van details relatief eenvoudiger dan grote vlakken

Van de website: http://www.kunstbus.nl

Kleur
Eigenschap van een visuele waarneming, ontstaan door de spectrale samenstelling van stralen afkomstig van een lichtbron. De drie primaire kleuren zijn: geel, blauw en rood.
Vervolgens ontstaan:
Oranje uit menging van rood en geel,
Groen uit menging van geel en blauw,
Violet uit menging van blauw en rood.

Tint, helderheid en verzadiging – de drie eigenschappen van kleur – kunnen worden gezien als een eenheid. Kleur wordt door deze drie termen plus de term contrast beschreven.

Tint
Tint is de eigenschap die geassocieerd wordt met de elementaire kleurnamen. Aan de hand van de kleurtint kunnen bonte kleuren worden onderscheiden van niet-bonte kleuren. Bonte kleuren zijn bijv. geel, rood, blauw en groen; niet-bonte kleuren zijn wit, grijs en zwart. Andere bonte kleuren werden genoemd naar bekende materialen zoals turkoois (zoals de edelsteen) of oranje (zoals de sinaasappel).
De tint kan het best beschreven worden als de voornaamste primaire kleur die in een mengkleur aanwezig is. De tint van vleeskleur is bijvoorbeeld rood, de tint van de lucht is blauw. Maar de tint van roze, paars of bruin is ook rood. Natuurkundig uitgedrukt is de tint de overheersende golflengte van een van de drie primaire kleuren die in de mengkleur aanwezig is.

Kleurverzadiging (puurheid ten opzicht van grijsheid)
Kleurverzadiging is bepalend voor de hevigheid van een kleurtint, de mate waarin de tint puur is. Wanneer er minder verzadiging is, is de kleur gemengd met wit. Verzadiging is de mate van kleur intensiteit in samenhang met het perceptuele verschil tussen die kleur en een wit, zwart of grijs van gelijke helderheid. Een bepaalde kleurtint kan sprankelend en levendig zijn, maar ook onopvallend grijzig. Het zal duidelijk zijn dat de verzadiging heel veel met de helderheid te maken heeft. Natuurkundig gesproken bevat een verzadigde kleur heel veel straling van een van de drie primaire kleuren en heel weinig straling van de twee overige primaire kleuren.

Kleurintensiteit (helderheid, hoeveelheid opvallend licht)
Helderheid (licht-donker) komt overeen met de hoeveelheid licht die lijkt te worden gereflecteerd van een oppervlak in relatie tot de reflectie van de ernaast liggende oppervlakken. Helderheid is net als tint een waarnemingseigenschap die niet slechts fysiek kan worden gemeten. Het is het belangrijkste attribuut in het effectief maken van contrast. De helderheid kan het best omschreven worden als de donkerte van een bepaalde kleur. Licht groen heeft een grotere helderheid dan donker groen, hoewel in beide gevallen de primaire kleur groen overheersend is. Natuurkundig bekeken kan helderheid worden uitgedrukt als de intensiteit van de overheersende golflengte in de mengkleur.

Contrast
Contrast is een mate van verandering van de helderheid van een plaatje. Hoog contrast geeft bijv aan dat zowel donkere partijen als witte partijen voorkomen. Het sterkste contrast ontstaat wanneer een kleur tegen zijn complementaire kleur wordt aangeboden. Twee kleuren zijn complementair wanneer ze gemengd de kleur grijs opleveren.



Weer terug naar het artikel:

– Optische werking van de kleurlagen:
= tempera is erg transparant
= door meerdere kleurlagen aan te brengen ontstaan
(semi) opake kleureffecten (bijvoorbeeld het doorschijnen van onderkleuren)
= het vermogen op te lichten (opalescentie)

– schilderen (volgorde)
=zeer dun om te beginnen
= liefst zonder wit in het begin
= werk in het begin van licht naar donker
= gebruik steeds dikkere verf
= heb je meer ervaring: probeer nat op nat
= let op onderkleuren, bijvoorbeeld gebrande omber bij rood en blauw.



Terug in de bus
De reistijd zou ongewijzigd zijn.
Het is nu 11:14 uur en we zijn in Den Bosch (?!)
en doen een poging om op de A2 te komen.
11:44 uur afslag Utrecht (op de A2)
12:01 uur Jaarbeurs, 50 minuten te laat !









Cursus miniaturen VI

Morgen gaan we ons bezig houden met de tekst
en alle zwarte lijnen.
En natuurlijk de schildering aan de linkerzijde.
Dat wordt volgens mij het meest moeilijk om daar
een goed resultaat te krijgen.
Je moet de eerste maal een keer door het hele proces.
Want los van de complexiteit van de materialen
en het vinden van de juiste gereedschappen,
is het realiseren van de miniaturen een moeilijk proces:
– het opbrengen van het ontwerp;
– het juist kleuren van de delen die goud moeten worden (tempera);
– het aanbrengen van het goud;
– de schilderingen.

Dat moet allemaal gebeuren op een klein oppervlak
en in drie lessen is er veel te weinig tijd om het goed te doen.

Maar het is erg leuk om te doen!





In de zon maar helaas bolt het papier nogal.






Recht van boven met flitslicht geeft een beter resultaat.





Cursus miniaturen V

Ook deze week heb ik huiswerk en daarom heb ik vanavond
nog een beetje geschilderd.
Het tussentijds resultaat zie je hieronder.
Zaterdag moet de tekst er aan toegevoegd worden.
Maar het schilderen aan de rand is nog niet af.










Dat heb ik weer….

Ga ik drie zaterdagen op rij (Cursus miniaturen)
met het openbaar vervoer (de bus) naar Utrecht.
Ben ik al twee zaterdagen daarvan via een andere route,
met steeds een andere duur van de rit
naar Utrecht gereden.
Gaat aanstaande zaterdag de weg dicht
en moeten we een omleiding gaan volgen.
Ik ben benieuwd!










Cursus miniaturen IV

Het maken van verf kwam maar beperkt aan de orde
in de sessie van gisteren.
Jammer.
Maar getroost, er is een goede uitleg op internet beschikbaar.
Volg een van de volgende links voor een overzicht:
Atelier Panhof
Breugel, winkel voor kunstbenodigdheden

Bij de bereiding van verf is een “loper”en een marmeren
of glazen plaat nodig.
Dat gereedschap en een flexibel verfmes is op de volgende foto te zien:





Loper op een grote tegel.




Wil je toch de verf zelf maken dan is het goed te weten
dat je twee mengels moet maken:
= de kleurpasta;
= het bindmiddel.

Een recept voor een eitempera bindmiddel is hier beschreven:

Zelf Tempera Maken:Er bestaan verschillende recepten voor het klaarmaken van het eigeel dat als bindmiddel voor de verf (temperaverf) zal dienen. Er zijn ook klaargemaakte temperaverven in de handel te koop, maar het is beter ze zelf te maken omdat de eerste bewaarmiddelen bevatten die de duurzaamheid van sommige pigmenten kunnen schaden.
1. Een eierdooier vermengd met een gelijke hoeveelheid regenwater of bier of wijn (leidingwater bevat veel kalk).
2. Eigeel + olie + water in gelijke hoeveelheid.



De tekst op de tekstpagina is in het Latijn.
Daarnaast is de tekst net met een tekstverwerker en printer gemaakt.
Lezen is dus niet eenvoudig.
Daarom dit ter ondersteuning.





Incipuit.









De Latijnse tekst.




De tekst staat er in werklijkheid als volgt
(tussen haakjes de letters die niet geschreven staan):

In rood:

Incipuit hore b(ea)te marie
virginis. Ad mantutinas

In blauw:
D (de ‘D’ is de grote kapitaal, de eerste letter van de volgende zin)

In zwart:

Omine (samen met de kapitaal staat hier dus Domine= Heer)
labia
mea
aperies.
Et os
meum
annuntiabit laudem tua(m)

Deze tekst is van Psalm 51, vers 17.
Volgens de Nieuwe Bijbelvertaling staat er:
Ontsluit mijn lippen, Heer,
en mijn mond zal uw lof verkondigen

In goud:

D (‘D’, een kleinere kapitaal, goud tegen een blauw/rode achtergrond)

In zwart:

Eus (samen met de kapitaal D staat hier dus Deus= God) in adiutoriu(m)
meum intende. Do
mine ad adiuvandum
me festina

Deze tekst is van Psalm 70, vers 2.
Volgens de Nieuwe Bijbelvertaling staat er:
God, breng mij uitkomst,

In goud, op dezelfde regel als de vorige tekst:

G (‘G’, een kleinere kapitaal, goud, versierd met rondjes)
In zwart, op dezelfde regel als de vorige tekst:

loria p(atria?)

De vertaling van deze laatste twee woorden is:

Heer, kom mij haastig te hulp.

De tekst van Psalm 51 vers 17 is ook op muziek gezet.
Het camerawerk van het volgende fimpje is een beetje rommelig
maar het geluid mag er zijn:
Domine labia mea aperies.



Intussen is vandaag het werk gevorderd.
De wijnranken zijn uitgevoerd, deels blauw, deels rood.





Ranken.




Ook de rank in de letter D is aangebracht.





.






De eerste besjes.






Nu maar eerst eens drogen.




Over de rode kleurstof is ook een interessant verhaal te vertellen.
Je kunt het vinden op Wikipedia:

Alizarine is de naam van het rode pigment.
Andere namen
1,2-dihydroxyanthraquinon
alizarine B,
lizarine lake red,
alizarine rood,

Alizarine of alizarinerood is een rood pigment dat oorspronkelijk uit de wortels van meekrap (Rubia tinctorum) gewonnen werd, maar tegenwoordig vooral synthesisch gemaakt wordt. Alizarine is bijzonder geschikt voor het verven van textiel en leer. De kleur wordt ook wel kraplak genoemd.

Meekrap
Meekrap werd als verfstof al gecultiveerd in de klassieke oudheid, met name in Azixc3xab en Egypte, waar het reeds in 1500 voor Chr. is aangetroffen. Het is een van de meest stabiele natuurlijke kleurstoffen. Met meekrapwortel gekleurde textiel is dan ook aangetroffen in bijvoorbeeld het graf van Toetanchamon, in de ruxc3xafnes van Pompeii en in het oude Corinthixc3xab. In de Middeleeuwen werd de kweek van meekrap gestimuleerd door Karel de Grote. Het groeide vooral goed in de zanderige bodem van Nederland, met name in Zeeland, en werd daar ook voor de lokale economie erg belangrijk. Ook in het aangrenzende Bergen op Zoom was een belangrijke industrie. De stad ontleent hier bijvoorbeeld haar carnevalleske naam Krabbegat aan en ook in de Blauwe Handstraat waren ateliers gevestigd.

Meekrap werd waarschijnlijk al in de 12e eeuw in Zeeland verbouwd. Het gewas werd twee of drie jaar na de aanplant geoogst. De plant heeft dikke wortelstokken en dunne bijwortels. Deze laatste bevatten de grondstof van de kleur. De wortels werden gedroogd in een droogoven en daarna verpulverd. Het poeder kon als verfstof worden gebruikt. De ovens, meestoof genoemd, waren een eerste vorm van een coxc3xb6peratie, waarvan de boeren gezamenlijk gebruik maakten. Na de ontdekking van synthetisch alizarine ging de meekrapteelt ten onder. In Zeeland herinneren straatnamen aan dit ooit voor het gebied zo belangrijke product.

In 1804 ontdekte de Engels verfmaker George Field dat de kleur van meekrap stabieler werd door een behandeling met aluin. Hierdoor werd het een vast en onoplosbaar pigment, met een meer permanente kleur. Door toevoeging van metaalzouten ontdekte men in de jaren daarna dat er diverse andere kleuren van konden worden gemaakt.

Synthetische alizarineIn 1826 ontdekte de Franse chemicus Pierre-Jean Robiquet dat meekrapwortels twee kleurstoffen bevatten, namelijk het rode alizarine en het snel verblekende purpurine. In 1868 werd alizarine de eerste synthetische gemaakte verfstof ooit, toen de Duitse chemici Karl Graebe en Karl Lieberman, in het laboratorium van BASF alizarine (1,2-dihydroxyanthrachinon) maakten uit steenkoolteer, antraceen, door een behandeling met achtereenvolgens kaliumdichromaat en geconcentreerd zwavelzuur. De wereldproductie bedroeg rond 1996 meer dan 7000 ton.



Cursus miniaturen III

Vandaag het tweede deel van de driedelige cursus
‘Miniaturen’ van het Museum Catharijneconvent in Utrecht.
Eerst maar even een fotoverslag van de vorderingen.





De rode bolus wordt ingesmeerd met lijm om het bladgoud te bevestigen.






Blaadje imitatiegoud.






Even wrijven.






En klaar is de Argusvlinder.






Dan even de verf aanmaken.






Beginnen met de blauwe letter D.






En dan de rand, kleur voor kleur, ik begin met blauw.




Cursus miniaturen II

Ik had nog huiswerk te doen voor de cursus van morgen.
Dag twee van de cursus miniaturen in Utrecht.
Maar voor ik mijn huiswerk kon gaan afmaken
kon het kunstwerk al een restauratie ondergaan.
Morgen toch eens vragen wat ik fout heb gedaan:
te veel water gebruikt ?
is de verf niet goedzacht geweest ?
is de verf er te dik op gezet ?
Ik hoor het morgen wel.





Restauratie.






Restauratie (detail).






De werkplaats.






Kopie van origineel en werkstuk.






Tussenresultaat.






De letter ‘D’.





Cursus miniaturen

De aandachtige luisteraars hadden al begrepen
dat ik een paar weken geleden naar de tentoonstelling
Beeldschone Boeken ben geweest in het Catharijneconvent in Utrecht.
Daar wordt een cursus gegeven van drie middagen
over het maken van miniaturen.
Dat past prachtig bij de tentoonstelling die werkelijk schitterend is.

Gisteren was de eerste bijeenkomst.
Ik ben met de bus naar Utrecht gereden.
In Breda vertrokken rond 10 voor 11.
Deze keer had ik een buschauffeur die de weg kende
en die er voor zorgde dat we op tijd in Utrecht waren.
Dan is het even doorlopen om voor 13:00 uur
in het Catharijneconvent te zijn.
In dit mooie complex is een kleine ruimte
waar de cursus gegeven wordt door Lukas Stofferis.

De cursus begint met een toelichting op wat de bedoeling is
van de drie bijeenkomsten:
– het verdiepen van de kennis op het gebied van de technieken
die komen kijken bij het schilderen van miniaturen;
– speciale nadruk ligt bij de materialen, hun aard,
oorsprong en bereidingswijzen;
– het maken van een eerste miniatuur.

Dat laatste is een nogal ambitieuze doelstelling.
Als je een tekstpagina van het begin af aan wilt opzetten
terwijl je je nog geen techniek hebt kunnen eigen maken,
dat is wat veel.
Daarom snijden we wat hoeken af (figuurlijk natuurlijk).

Het onderwerp van de cursus is een miniatuur uit een
getijden- en gebedenboek dat rond 1420 in Utrecht is gemaakt.
Het boek, ABM h112, is een voorbeeld van een boek
gemaakt voor mensen aan het hof in Den Haag.
Onderwerp voor ons is folio (bladzijde) 16v (verso, keerzijde, hier links)
en 17r (recto, voorzijde, hier rechts).


Bladzijde 16 en 17.


De tekst is een latijnse tekst, het is het begin van de Mariagetijden.
Het is een Getijdenboek, Wikipedia helpt ons weer:

Een middeleeuws getijdenboek is een handschrift dat leken gebruikten voor hun privedevotie, tijdens het getijdengebed.
Kwamen middeleeuwse religieuze handschriften eeuwenlang vooral in kloosters tot stand, vanaf de 12e eeuw werden ze in toenemende mate gemaakt in professionele boekateliers door meestal een team van verschillende handwerkslieden c.q. kunstenaars met ieder hun eigen specialisatie. Afhankelijk van de smaak en rijkdom van de opdrachtgever werden ze eenvoudig of weelderig uitgevoerd, met soms vele miniaturen en rijke randdecoratie.

De kerk heeft voor de verschillende tijden van de dag gebeden vastgesteld.
Deze ‘getijden’ bidt men dus dagelijk en het getijdenboek is het boek
waarin deze gebeden staan.

Voor ons als beginnend miniatuurmaker staan vooral de initiaal
(grote letter) en de afbeelding centraal.


De hoofdletter D.


Het miniatuur.


De miniatuur betreft hier de afbeelding van het moment
kort nadat Petrus het oor heeft afgeslagen van Malchus.
Van het web, TheLife.nl:

Malchus was een dienaar van hogepriester Kajafas en maakte deel uit van de groep mannen die Jezus arresteerde in … de Hof van Getsemane. Malchus’ naam wordt alleen genoemd in het Johannesevangelie. In een impulsieve daad van verzet tegen het optreden van de soldaten, slaat Petrus met een zwaard Malchus’ rechteroor af (Johannes 18 vers 10). Jezus roept Petrus tot de orde en maant hem zijn zwaard weer op te bergen. In het evangelie van Lucas (de arts) wordt vermeld dat Jezus het oor aanzet en geneest. Malchus komt in de Bijbel verder niet voor…

Met enige humor zien we hier Malchus die van schrik zijn broek
verliest en die met een voet buiten het kader treedt.
Jezus heeft inmiddels het oor al in zijn hand en gaat dat
zodadelijk terug zetten. Maar nu bloedt het oor hevig.



De lat ligt dus hoog!

De basismaterialen.

Een middeleeuws boek was handgeschreven.
In de tijd dat het boek waaruit wij putten werd gemaakt
was er al een hele industrie:
met mensen die het perkament maakten,
mensen die de bladspiegel opzetten en de teksten kopieerden,
mensen die met inkt versieringen maakten in en rond initialen,
mensen die illustraties maakten op de tekstbladen en
mensen die illustraties maakten op losse bladen die later in
boeken werden ingebonden met teksten.
Specialisme dus.
Het materiaal waarop werd geschreven was perkament.

Wikipedia:

Perkament (ook als verfijnde vorm: velijn, vellum) is een dun papierachtig materiaal, gemaakt van huid van kalveren, koeien, geiten, schapen, konijnen of ezels. Perkament is genoemd naar de stad Pergamum in Klein-Azie. Daar is het echter niet uitgevonden, maar wel verbeterd. Perkament is met name bekend als schrijfmateriaal voor handschriften.
Het oudste perkament dateert van 2700 jaar voor Christus, en is gevonden in Egypte. Perkament bleek beter en sterker te zijn dan papyrus, maar het was ook (veel) duurder. In de Middeleeuwen werd perkament in Europa veel gebruikt om op te schrijven, omdat het gebruikelijke papyrus vochtgevoelig is en niet lang houdbaar in het natte Europa. Het minder gevoelige papier bestaat al vanaf de 14e eeuw, maar werd aanvankelijk als minderwaardig schrijfmateriaal beschouwd.
Perkament van kalfshuid had de beste kwaliteit. Vaak werd het purperrood geverfd en beschreven met zilver- of goudkleurige inkt; het was daardoor duurder dan andere perkamentsoorten. Deze soort wordt ook wel vellum (velijn) genoemd.
Perkament heeft gemiddeld een dikte van ongeveer 0,6 mm, maar er zijn varieteiten die aanmerkelijk dunner of dikker zijn, afhankelijk van de gebruikte soort huid. Het is in elk geval belangrijk dikker dan het huidige schrijfpapier (ca. 0,1 mm).

Om nu op een mooie en correcte manier de teksten op het perkament te krijgen
trok men eerst een paar lijntjes. Dat is iets wat wij in de cursus overslaan.

Wikipedia:

Vaak maakte men bij het schrijven gebruik van hulplijntjes, die gemaakt werden door aan weerszijden van elk vel met een speld een verticale rij gaatjes in het materiaal te prikken. Dan trok men met de botte kant van een mes of loodstift horizontale lijnen tussen de gaatjes en ook een paar verticale lijnen, om in kolommen te kunnen werken.

De verf waarmee de illustraties werden ingekleurd heet Tempera.

Wikipedia:

Het woord tempera komt van het Latijnse temperare dat mengen betekent. Men denkt dat tempera is uitgevonden in Egypte, tijdens de Romeinse tijd. Voor de uitvinding van olieverf werd tempera veel gebruikt voor schilderijen en het verluchtigen van manuscripten. Iconen worden traditiegetrouw nog steeds met tempera geschilderd. De meest gebruikte tempera is de eitempera.

 

Tempera wordt gemaakt door het met de hand of met een stamper in een vijzel samenwrijven van droge, poedervormige pigmenten, vermengd met eidooier en water. Dit temperarecept is rond 1390 voor het eerst opgeschreven door Cennino Cennini in zijn boek Il Libro del l’Arte. Eigeel is van zichzelf een emulsie van olieachtige stoffen en water, waarin eiwitten zijn opgelost. Als de tempera droogt, verdampt eerst het water, waarna de eiwitten denatureren en niet meer in water oplosbaar zijn. De olie schijnt chemisch niet te veranderen bij het droogproces, maar houdt de verflaag soepel. Schilderijen gemaakt met tempera hebben de eeuwen doorstaan. Een emulsie op basis van eiwit schijnt ook wel gebruikt te zijn.

Hoe gingen wij te werk.
In plaats van perkament gebruiken we een papiersoort die
een aantal eigenschappen van perkament heeft.
De naam is vegetarisch perkament.

Achterkant kleurcopie.


We beginnen ermee de achterkant van een kleurencopie
van de afbeelding die wij gaan maken, in te smeren met een rode pigment.


Ingesmeerde copie en het perkament.


Vervolgens gaan we de afbeelding met de goed ingesmeerde kant
vastplakken op het werkblad.


Copie op het vegatarisch perkament.


Overtrekken.


Vervolgens met een balpen het origineel overtrekken.
Op deze manier maak je geen origineel ontwerp maar
heb je wel de mogelijkheid om met relatief weinig tijd
toch tot een resultaat te komen.


Het resultaat.


De kleurencopie met de rode pigment op de achterkant
heeft gewerkt als carbonpapier.
Het resultaat mag er zijn.
Let op:
= goed drukken bij het overtrekken;
= niet te veel steunen op de kleurencopie;
= niets vergeten over te trekken.


De letter D, de initiaal of kapitaal.


De kleurenkopie: de letter D.


Het begin is gemaakt.


Als de tekening goed op het perkament staat, kan het schilderen beginnen.
Eerst de basis voor het goud.
Dat gebeurt met Armeense aarde of ‘rode bolus’.
Er wordt eerst een basis op het papier aangebracht.
Daardoor komt het goud straks hoger te liggen.
Precies zoals bij het origineel.
Er moet thuis echter nog heel wat gebeuren.
Over het goud wordt straks niet meer geschilderd.
Dus als er iets in het goud ‘ligt’, betekent dit dat het
door de schilder moet worden uitgespaard.

Beeldschone boeken

Afgelopen zaterdag ben ik niet alleen naar de tentoonstelling over
Jan van Scorel geweest.
Ik ben in Utrecht ook geweest naar de tentoonstelling Beeldschone Boeken.
In Museum Catharijneconvent.
Dit voormalige kloostercomplex is de perfecte plaats om de pennevruchten
van de Middeleeuwse monniken te laten zien.


Toegangskaartje Catharijneconvent.


Utrecht was in de Middeleeuwen een tijdlang erg belangrijk.
De Utrechtse bisschop was meer een krijgsheer dan een heilige dienaar van de kerk.
Kerken en kloosters werden er gebouwd in het centrum van de stad.
Vanuit de lucht lijkt het alsof de gebouwen in een kruisvorm zijn aangelegd.
In die kloosters werkten monniken als in een industrieel proces aan boeken.
Handgeschreven en handgetekende en handgeschilderde boeken.
Het logo van deze kunstenaars/ambachtslieden was het ‘Utrechtse draakje’.


Utrechtse draakje.


Na de productie van het perkament (geit- of lammervel)
werden de lijnen getrokken die dienden als leidraad voor de schrijvers.
Die schreven in hun mooiste handschrift teksten over.
Ze lieten ruimte over voor de beginletters en alle woorden of letters
die door een andere kleur inkt accenten geven in de tekst.
De grote letters waarmee teksten beginnen dienden vervolgens versierd te worden.
De versiering liep door tot ver in de kantlijn.


Rozettenmeester, Detail.


Vervolgens worden er niet alleen versieringen maar hele schilderijen
in de letter of als illustratie in het boek opgenomen.
De schilderingen werden voorzien van goudverf en allerlei
andere dure verfsoorten.
Soms werden de boeken alleen uitgevoerd met inkt.
Dat lag een beetje aan het gebruik dat men met het boek op het oog had:
was het een gebedenboek voor een rijk man of
een psalmtekst voor de monnikken zelf.


De Rozettenmeester, de letter ‘D’.


Speciale Utrechtse hoekafwerking.


Tekstboekje.


ik weet niet of het een nieuwe rage is in museumland
maar ook in het Catharijneconvent werden tekstboekjes uitgedeeld.
Leuke handzame boekjes maar als naslagwerk niet zo bruikbaar.
Er staan namelijk geen afbeeldingen in.
Voor het hele verhaal en de afbeeldingen moet je toch
in de catalogus zijn.
En die is deze keer erg mooi.


Catalogus in zon en schaduw.


Beeldschone boeken. De Middeleeuwen in goud en inkt.


Met prachtige afbeeldingen.


Met prachtige afbeeldingen.


Toegangsprijs.


Het museum is prachtig maar eerlijk gezegd ook erg duur.
Meer dan 10 Euro entree, dat kom je niet vaak tegen.




Binnenkort volgt er nog meer.

Thomas Ernst van Goor: Beschryving der stadt en lande van Breda

Het boek uit 1744 van Thomas Ernst van Goor:
Beschryving der stadt en lande van Breda,
is nog een ouderwetse verzameling van kennis.
Net een soort heeel oud weblog:
niet alles is per definitie waar, soms zijn de verhalen wat aangedikt,
soms is het erg actueel, het heeft bijzondere foto’s en een mooie opmaak
en je vindt iedere keer weer nieuwe grappige of interessante zaken.
Vandaag maar even wat afbeeldingen om te beginnen.

Het boek.


Het voorblad.


De prachtige platen: plattegrond van de stad in 1350, pag 48.A.


Grafmonument Engelbrecht II van Nassau.


Praalgraf Engelbrecht I van Nassau.


Breda en omstreken.


Het kasteel.


De Grote Kerk en toren.


Saskia Noort: Afgunst

Nog afgelopen week zag in Saskia Noort op de tv
in gesprek met onder andere Connie Palmen.
Connie Palmen was Connie: arrogant, ongenuanceerd, onaardig
en ze onderschatte de tegenpartij.
Maar ze had gelijk.
Het werk van Saskia Noort heeft niets met literatuur te maken.
Gisteravond las ik in bad: “Afgunst”, literaire thriller.
Althans dat staat op de kaft.

Een moderne damesroman met passie en hartstocht en vol clichxc3xa9s:
grachtengordel, overspel, bestsellerauteur, cocaine, drank, sex.
En dat vlot geschreven in een slimme structuur.
Veel moderne media: mobiele telefoon, pda, sms, mms
Een marketingtekst.
Daarom ook goed gekozen door de Stichting Collectieve Propaganda
van het Nederlandse Boek.

Leuke lectuur.



Juni – maand van het spannende boek 2007.





Badboeken voor mijn verjaardag

Ik heb gisteren twee boeken gekocht van geld
dat ik voor mijn verjaardag heb gekregen.
Allebei boeken over Breda.
Heerlijk om in bad te lezen: badboeken dus.


John van Ierland, Het ijzeren hek, het groot Breda’s verhalenboek, deel 2..






Leo Nierse, Breda, stad van borderlords en baronnen.





Binnenkort een verslag hierover.

Tim Krabbe: een tafel vol met vlinders

Idereen heeft altijd medelijden met de schrijvers van boekenweekgeschenken.
Onzin lijkt me.
Als je kunt schrijven is deze opdracht/dit verzoek, niet anders
dan een boek waartoe je zelf besloten hebt te schrijven.
Tim Krabbe heeft het probleem, althans wat mij betreft,
dat het resultaat te gekunsteld is.
Ik las eerder van hem De Grot.
Natuurlijk heeft ieder boek iets gekunsteld. Hier in de novelle
is de uitdaging dat het erg kort moet zijn.
Maar als je een boek van Krabbe leest is de structuur te duidelijk
in het verhaal aanwezig.

Het verhaal bestaat uit 4 stukken:

hoofdstuk 1: Het vijverspook
pagina 5 t/m 30:
“En ineens wist hij het: dit is het omslagpunt”;
pagina 30 t/m 46:
deel twee van het eerste hoofdstuk;

hoofdstuk 2: Het scherfjepagina 46 t/m 81:
“Met iedere trap wist ik: alles is veranderd.;
pagina 82 t/m 89: deel twee van het tweede hoofdstuk;

Tot aan pagina 30 de introductie en opbouw van de vader-zoon relatie.
Vervolgens tot aan pagina 46 de teruggang in die relatie.
Vervolgens tot aan pagina 82 de opbloei van de liefde.
Vanaf 82 het afscheid van de liefde en het leven.
Het ligt er zo dik bovenop.

Om te begrijpen wat de Maori met dit boek van doen hebben moet je het natuurlijk even lezen.

Dan zijn taalgebruik.
Ik heb het gevoel dat er minder alledaagse woorden en zinsconstructies gebruikt worden
om te laten zien dat Krabbe een geweldig schrijver is.
Bij mij roept dat tegenovergestelde gevoelens op:

Pagina 5:
“Tussen het gruis lagen stukken obsidiaan,
zwart en dof glanzend als de scherfranden van een zwart cocktailglas
dat hij eens kapot had laten vallen.”

Wikipedia:Obsidiaan is een natuurlijk voorkomend vulkanisch glas.

Pagina 6:
“De wind was hier snijdend.
Het was geen erg diepe krater;
langs de binnenwand voerde een paadje naar de bodem,
waar in het midden weer een zwart gruisbergje was.
Op de ringvormige vlakte daaromheen
hadden voorgangers namen gelegd met lichter gekleurde stenen,
sommige in het cyrillisch.”

Wikipedia:Het cyrillische alfabet is het alfabet dat in zes Slavische talen gebruikt wordt.

Pagina 38:
“Hij hield zijn duim omhoog naar de stroom onverschillige auto’s;
een jongen van negentien in een blauwe anorak,…”

Wikipedia:Een anorak is een zware jas met aangehechte capuchon,
veelal gewatteerd of met bont gevoerd.

Het gebruik van minder alledaagse woorden is op zich geen probleem.
Maar in het verhaal heeft het naar mijn gevoel geen functie.

Het leest erg snel uit.

Pagina 41:
“Het alleenstaan van het vijverspook was geen sterk alleenstaan geweest,
maar een zwak alleenstaan.”

Pagina 43:
“Fred vroeg zich af of hij de bespotting zag.
Hij had zijn rijbewijs gehaald om overal ter wereld te kunnen rijden;
nu gebruikte hij het om in Amsterdam pakjes uit de hele wereld rond te brengen.”

Pagina 46:
“Maar terwijl hij praatte kreeg hij het gevoel dat Bram,
zonder aan het woord te zijn,
was gaan zwijgen.”

Pagina 66:
“Nu moet ik zeker drie weken langer werken voor ik weg kan.
Nu kan ik zeker drie weken langer van Emma genieten voor ik wegga.”

Pagina 68:
“Ik zei dat ze geen Emma was maar een dilemma….”

Pagina 85:
“Wie laf is moet dapper zijn.”

Allemaal wat gekunstelde constructies.
Ze lijken misschien goedgevonden maar het ligt er allemaal zo dik bovenop.
Overigens kun je een prima samenvatting en een aantal recenties vinden
op de volgende website:
Scholieren.com/boekverslagen

Met dieren heeft het boek niets van doen,
dus ook niet met het thema van de boekenweek.
Slechts op een paar plaatsen komen de vlinders naar voor.
Nog het opvallendst op de kaft en op pagina 86:
“De rest van mijn leven is een tafel vol vlinders.
Iedere seconde vliegt er een weg.
Als de tafel leeg is ben ik dood.

Het gebrek aan dieren aak ik hier dan maar even goed.

De Argusvlinder.

Pagina 75:
“Staat dat daar echt? ‘Emma’ en ‘twijfel’,
die twee woorden zo dicht bij elkaar?
En nu komt er een nieuwe gedachte bij me op,
een gedachte die mij doet huiveren.
Maar eerst een regel wit.
Zie je Fred, ik volg je lessen.’
De regel wit is een krachtig uitdrukkingsmiddel.’
Evenals de alinea.

Recentie verschenen in Vrij Nederland:
Een tafel vol vlinders – Tim Krabbe, 14-03-2009
Door Jeroen Vullings

Het schrijven van het Boekenweekgeschenk is niet eenvoudig.
In de eerste plaats door de streng opgegeven omvang
– die van een novelle.
Echte schrijvers werken niet zo dat ze hun hele hebben en houden,
de uitstalkast van hun talent, ambitie, zeggingskracht en verbeelding
op commando kunnen posteren in ruim negentig pagina’s.
Ook is het een belemmerende gedachte
dat een jaarlijks aanzwellend massapubliek (nu: 968.000 exemplaren)
je pennenroersel gratis ontvangt bij de aankoop van andere boeken.
Bovendien mogen ze dankzij de vrucht van je inspanningen
ook nog eens een dagje gratis met de trein.
Zoveel gratis lijkt bij voorbaat een schaamlapje voor de abominabele kwaliteit.
Je moet als schrijver sterk in je schoenen staan,
wil je daar niet over gaan liggen tobben.
Nog erger is het als je, bezield van competitiedrift,
vervuld raakt van de gedachte:
ik ga die 968.000 lezers voorgoed voor me winnen.
De rest van hun leven – lange leven, want er zitten vast jonge lezertjes bij
– talen ze alleen nog maar naar de nieuwe Tim Krabbe.
Dan ga je je boekje daar misschien wel op afstemmen
en verwar je eenvoud van geest,
in een taal die voortijdige schoolverlaters kunnen behappen,
met de schone letteren.
Krabbe’s gratis psychologisch-realistische novelle Een tafel vol vlinders
opent met waarachtig aandoende problematiek
uit het alledaagse moderne leven.
De adolescent Fred ontmoet in zijn jonge jaren een vrouw met kind;
het jongetje heet Bram.
Brams vader Menno is kort na diens geboorte van het dak gesprongen.
Fred vindt het maar wat leuk, zo’n zoontje dat niet van hem is
en over wie hij toch mag vaderen.
Dus als moeder toch een degelijke tandarts verkiest
boven de studentikoos levende Fred, opteert Fred voor een co-ouderschap.
Daarbij projecteert hij zijn eigen ambitie
– Fred is reisverhalenschrijver voor bladen-
op het jongetje.
Bram, die is pas uitzonderlijk, die zal nooit ‘confectie’ zijn.
Bram moet ook schrijven – schrijver worden! – vindt Fred,
dus Bram gaat als pre-puber mee op reis,
maakt aantekeningen en dat wordt dan een heuse coproductie.
In Brams puberteit voelt Fred dat de jongen afstand tot hem neemt
en dat wordt er niet minder op als Bram tot leedwezen van het co-ouderstel
een wereldreis gaat maken en verliefd raakt
op een plat sprekende Amsterdamse telefoniste.
Tot zover is Krabbe’s boekje acceptabel.
Als het over verliefdheid gaat op jonge leeftijd en daarmee vanzelf
over spijt en gemiste kansen, is hij op dreef,
zoals in zijn laatste roman Marte Jacobs (2007).
Daar kan hij even naturel over schrijven als in zijn beste werk,
De renner (1978) en de novelle Col d’Uglas – alt 539 (2007):
in dat ‘wielrenproza’, vergeven van dat rare authentieke sporterstaaltje,
scores en tijdsvermeldingen, heeft hij geen last
van de neiging Literatuur te willen scheppen.
Maar in zijn niet-sportgerelateerde boeken
is zijn schrijfstijl kreukvrij en vaak karakterloos.
Met de opgeroepen gevoelens, grote gevoelens, is niks mis in Krabbe’s proza
– integendeel – maar wel met het drama dat hij daar via de intrige van wil maken.
Zo ook in Een tafel vol vlinders, dat fataal ontspoort
doordat hij uiteindelijk het vertelperspectief verlegt
naar de zich zo infantiel uitende en denkende Bram,
dat sprake is van een onwaarachtige karikatuur.
Daardoor laat de portee in dit emo-proza
voor alle gezindten en leeftijden ons onberoerd.
Tim Krabbe, Een tafel vol vlinders,
Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, 92 pagina’s
Tijdens de Boekenweek (11 t/m 21 maart) gratis
bij besteding van minimaal Euro 11,50 aan Nederlandstalige boeken
of als men lid wordt van een bibliotheek.

Gelezen: Het leven van Charles Dickens, Wolf Mankowitz

Ik weet niet of dit boek nog vaak gelezen wordt.
Deze versie van het boek is uit 1977.
Het boek leest eenvoudig en snel.
Het zijn grote letters op dik papier.
Veel foto’s, da’s natuurlijk altijd aangenaam.
Maar veel diepgang heeft het boek niet.
Het is een vlakke opsomming van jaartallen en gebeurtenissen.
Weinig analyse van de boeken, het leven van de schrijver,zijn betekenis voor de literatuur of van de gebeurtenissen in zijn leven.
Er blijven te veel vragen over.
Wel geeft dit aanleiding om eens op zoek te gaan naar een volgende biografie.

En of je het nu wil geloven of niet,
ik ga zodadelijk met L. het laatste deel van Nickolas Nickleby afkijken
(van DVD, BBC de versie van 1977).

Op 18 januari 2011 kom ik er achter dat Photobucket probeert
bovenstaandexa0boekomslagxa0niet op mijn weblog te laten zien.
Ik hoop dat ik ongelijk heb.
Deze belachelijke censuur komt toevallig aan het licht
op de dag dat de Engelstalige Wikipedia een dag op zwart gaat
om te protesteren tegen nieuwe Amerikaanse wetgeving
die het verder moeilijk moet maken om producten
als dit boek te tonen op het internet.

Gisteravond kreeg ik vier boeken: Charles Dickens

Gisteravond kreeg ik vier boeken,
gekocht op de rommelmarkt.
Vier boeken van Charles Dickens.
Prachtige verhalen, bijzondere vertalingen,
heel lang erg populair geweest.

Ook tegenwoordig is de auteur nog populair.
Al zal hij minder gelezen worden en meer bekeken.
De verfilmingen van de BBC zijn legendarisch.

Het mooie van de uitgaves van Dickens is vaak ook de uitvoering.
Kijk maar eens naar de prachtige Jugendstil uitvoering
van de boekomslagen.


Charles Dickens, Een reiziger die geen handel drijft.


De kaft vermeldt:
Arnhem & Nijmegen
Gebr. E & M. Cohen.

Een van de schutbladen van het boek vermeldt:
Schiedam – H. A. M. Roelants.
En vervolgens:
Gedrukt ter boekdrukkerij van H. A. M. Roelants, te Schiedam.





Charles Dickens, Londen en Parijs.


De kaft vermeldt:
Schiedam
H. A. M. Roelants.

Een van de schutbladen van het boek vermeldt:
Vertaling van Dr. M. P. Lindo – Houtgravuren naar teekeningen van J. Barnard
Schiedam – H. A. M. Roelants.
En vervolgens:
Gedrukt bij Gebr. v. Asperen v. d. Velde, te Haarlem.





Charles Dickens, Slechte tijden.


De kaft vermeldt:
Arnhem-Nijmegen
Gebr. E & M. Cohen.

Een van de schutbladen van het boek vermeldt:
Vertaling van C. M. Mensing
Met 19 houtgravuren naar teekeningen van H. French
Nieuwe geheel herziene druk

Nijmegen – Gebr. E. & M. Cohen – Arnhem.
En vervolgens:
Gedrukt bij H. C. A. Thieme te Nijmegen.




Overigens zijn de details op de omslag erg leuk.
Er staat bij “Londen en Parijs” ook nog een tekst onderaan de kaft.
In de onderste zwarte lijn.
Lezen kan ik het niet, ook niet als ik de afbeelding vergroot.
Probeer maar eens:











Charles Dickens, Kleine Dora.


De kaft vermeldt:
Amsterdam
Gebr. E & M. Cohen.

Een van de schutbladen van het boek vermeldt:
Vertaling van C. M. MensingHoutgravuren naar teekeningen van J. Mahoney
Achtste druk

Amsterdam – Gebr. E. & M. Cohen.




Harry Mulisch – Twee vrouwen

Nog een laatste reeks mooie fragmenten,
relaties in de kunstgeschiedenis en vragen.

Het was gevestigd in een herenhuis aan de Keizersgracht, waarin op twee verdiepingen de verzameling-Zinnicq Bergmann werd getoond.

Harry Mulisch, Twee vrouwen, pagina 72.

Dit is het enige fragment wat me opviel
en waarbij ik geen achtergrondinformatie kan vinden.
De naam Zinnicq Bergmann bestaat.
Advocaten en een oorlogsheld.
Maar een verzamelaar van ikonen of zelfs
een ikonenmuseum op de Keizersgracht???

Langzaam begon zij langs de iconen te lopen. Bij het pronkstuk van de verzameling, de Annunciatie van Oestjoeg, uit de school van Novgorod, bleef zij staan.

Harry Mulisch, Twee vrouwen, pagina 74.


Dit was lastig zoeken.
Dit kon haast niet verzonnen zijn.
Is het ook niet.
Alleen de plaatsnaam Oestjoeg kun je ook anders schrijven: Ustyug.
De Annunciatie van Ustyug is een icoon
die in het Tretyakov museum in Moskou hangt.



Op de icoon zie je hoe Maria te horen krijgt dat ze moeder zal worden
van Jezus, onder toeziend oog van God.



Bijzonder is dat ze op haar borst al een afbeelding van Jezus draagt.



Het schijnt zo te zijn dat op afbeeldingen in de Westerse kunst
je meestal ziet dat Maria aan het lezen was
net voor ze de boodschap te horen kreeg.
In de Oosterse kunst was ze net voor het krijgen van de boodschap
aan het spinnen.



Deze icoon zou aanbeden zijn door de heilige Procopius.
Een Engelstalige beschrijving van de ikoon
en de verhalen er om heen is terug te vinden op de volgende web site:
http://religiousreading.blogspot.com/2007/05/annunciation-scene.html

xe2x80x98xe2x80xa6 Maar dat weet je pas als je iets gedaan hebt. Je moet altijd eerst maar eens iets doen. Laat maar staan voorlopig, want anders kun je niet overschrijden.xe2x80x99
xe2x80x98Niet wat?xe2x80x99
xe2x80x98Overschrijden, je eigen bedoelingen overschrijden. Uit de dag in de nacht komen, je eigen nacht waar een ander nooit geweest is. Ik heb nu net in xc3xa9xc3xa9n ruk een roman geschreven, maar ik heb geen idee wat het voorstelt. Thuis tik ik het uit, en dan zal ik het wel een kritisch bekijken. Als je met kritiek begint, ben je net een man die een drol eet in de hoop dat hij een brood zal schijten.xe2x80x99

Harry Mulisch, Twee vrouwen, pagina 77.

Een beetje onsmakelijk maar anders wel een mooie vergelijking.
En op de volgende pagina wordt die nog even doorgezet:

Recensent:
A.B. schrokt mijn kookkunst
en drukt de dag daarop
zijn recentste keutel:
xe2x80x98Moet je ruiken,xe2x80x99
spreekt hij lakend,
xe2x80x98en dat noemt zich kok.xe2x80x99

Harry Mulisch, Twee vrouwen, pagina 78.

A.B. is in dit verhaal Alfred Boeken, een recensent van theater.

Ik voelde mij als een vlieg, die midden in zijn vlucht door iemand met een opgevouwen krant in een hoek was geslagen.

Harry Mulisch, Twee vrouwen, pagina 92.

Die had zij alles verteld, van begin tot eind, op de rieten mat zittend, haar benen onder haar lichaam, in een kamertje met een reproductie van Degas aan de muur, en bamboe houdertjes met hangplanten.

Harry Mulisch, Twee vrouwen, pagina 93,


Edgar Degas, La classe de danse, 1873-1876.

xe2x80x99s Middags werd ik in de buurt van Lyon gepasseerd door een grote zwarte sportwagen. Ofschoon ik honderddertig reed, schoot hij mij zo snel voorbij dat het was alsof ik stilstond. Een man en een vrouw zatern er in. Op hetzelfde moment zag ik het hotel voor mij waar zij heengingen: het witte paleis in Cannes, of in Monte Carlo, met hoge smeedijzeren hek en oprijlanen van grint.
Met een sprong verdwenen zij over de heuvel, het was alsof er boven even een nabeeld bleef hangen.

Harry Mulisch, Twee vrouwen, pagina 99.

Agenten dirigeerden ons naar de linker rijbaan, waar wij langzaam langs hen defileerden. Dwars op de berm stond een truck met oplegger, zelf in twee verdiepingen volgeladen met nieuwe autoxe2x80x99s. Daar waren zij onder gekropen, alsof zij ergens bang voor waren. Exc3xa9n moment zag ik ze allebei zitten in hun opengescheurde wagen: voorover, in slaap, terwijl de reusachtige motor hun hele lichaam opvulde, van hun schoot tot hun kin: – zij hadden zichzelf ingehaald.

Harry Mulisch, Twee vrouwen, pagina 100.

Maar dat jezelf inhalen komt later in het boek nog een keer voor.

Een boek las ik: de brieven van Abxc3xa9lard en Hxc3xa9loise.

Harry Mulisch, Twee vrouwen, pagina 102.

Weer een verwijzing naar een klassiek verhaal.
Dit keer niet zo ver terug in de geschiedenis (rond 1118).
Maar weer een soort xe2x80x98onmogelijke liefdexe2x80x99.

Alleen al de zekerheid, dat zij zo dadelijk hier zou zijn, waarvoor het ook was, gaf een horizon aan mijn bestaan xe2x80x93 zoals bij een ruimtevaarder, die uit de grenzeloosheid terugkeert in de dampkring.

Harry Mulisch, Twee vrouwen, pagina 105.

Toen zij niet antwoordde, ging ik naar mijn schrijftafel en haalde haar paspoort er uit. Ik sloeg het even open om naar haar foto te kijken: een veel jonger meisje. Het leek meer op het meisje, dat ik een half jaar geleden had ontmoet, dan op het meisje dat nu in mijn kamer stond. Ik zag plotseling hoe zij was veranderd: iets ronds en donzig was uit haar gezicht verdwenen, het was harder geworden, vrouwelijker.

Harry Mulisch, Twee vrouwen, pagina 108.

En nu herinnerde ik het mij opeens: bij Runge, een romantisch Duits schilder van rond 1800, in zijn tekeningen Die Tageszeiten.

Harry Mulisch, Twee vrouwen, pagina 109.


Philip Otto Runge, De morgen, 1803.


Philip Otto Runge, De dag, 1803.


Philip Otto Runge, De avond, 1803.


Philip Otto Runge, De nacht, 1803.


Philipp Otto Runge, Morgen.

Ik reed over de weg, zoals ik nu al urenlang deed, -en plotseling klapte er iets om en ik stond stil, terwijl het op hetzelfde moment de weg was die onder mij vandaan werd getrokken met een vaart van honderddertig kilometer per uur. Geschrokken omklemde ik het stuur, mijn ogen op de onder mij wegsnellende weg. Ik begon te zweten, ik probeerde de wagen er op te houden, ik moest remmen maar ik kon de weg niet loslaten om in het spiegeltje te kijken. Voorzichtig minderde ik snelheid, dat wil zeggen die van de weg, en stuurde de vluchtstrook naar mij toe, terwijl ik gepasseerd werd door woedend toeterende automobilisten.

De aarde stond stil. xe2x80xa6
xe2x80xa6 Ik kon hier niet blijven. Ik startte, gaf voorzichtig gas, en langzaam zette de aarde zich weer onder mijn wielen in beweging. Ik liet de knipperlichten aan en zorgde dat de vluchtstrook onder mij bleef; zijn snelheid hield ik onder de vijftig kilometer.

Harry Mulisch, Twee vrouwen, pagina 110.

Ik vind dit een heel mooi fragment.
Mulisch draait hier de dingen om.
Het is niet de auto die snelheid maakt.
Het is de weg die de snelheid maakt.

In een winkel in de Spiegelstraat werd ik getroffen door een plaatwerk van Gustave Moreau en ik kocht het.

Harry Mulisch, Twee vrouwen, pagina 117.


Gustave Moreau, Salome dancing before Herod, 1876.

In het boek gaat het om Salome.
Deze figuur is door Moreau meerdere malen geschilderd.
Steeds gaat het in die schilderijen om ‘de verleiding’.

Zij was zwanger. Zij had gevraagd of ik een kind van haar wilde hebben, ik had ja gezegd, en zij had er voor gezorgd langs een meedogenloze omweg, – op een manier, die ik tot nu toe alleen kende uit de politiek.

Harry Mulisch, Twee vrouwen, pagina 123.

Scheef aan een spijker hing een ingelijste reproductie van De oude Koning van Rouault, die in Alfreds studeerkamer boven de schoorsteen had gehangen.

Harry Mulisch, Twee vrouwen, pagina 125.


Rouault, The old King, 1937.

De werkkamer wordt de kinderkamer,
de werkkamer wordt verplaatst naar de zolder.
Op zolder was het een bende met spullen van haar vader en haar moeder.
Waarom hangt nu juist daar dit schilderij ?
Is Alfred de oude koning?

Lingueglietta is de plaats waar het boek eindigt.
Niet Nice waar de moeder van Laura haar laatste jaren had doorgebracht.

Volgens de tekst:

In de kamer achter de mijne scharrelt de oude dame, tegenover mij staat het pausenlijk paleis: loodrecht onder mijn raam gaapt het gat als een wachtend graf.
Ik kan eerder beneden zijn dan de echo van mijn schreeuw terug is van het paleis.

Lingueglietta, mei-juni 1975


Nu er is in Lingueglietta geen pauselijk paleis.
Een korte speurtocht op het intenet levert Rome, Avignon, Viterbo,
Castel Gandolfo en Orvieto op.
Maar niet Lingueglietta.
Bovendien: de plaats ligt in Italie.
Zo’n 80 kilometer van Nice vandaan.
Voorbij Nice wel te verstaan.

Harry Mulisch – Twee Vrouwen – Piranesi

 

Waar toen een lange tafel had gestaan met grote vellen papier erop, etsen misschien, de Carceri van Piranesi stel ik voor, stonden nu vitrines met illustratiemateriaal over de techniek van het icoonschilderen: penselen, verf, hout, beitels, lijm, krijt, bladgoud, hars.

Twee vrouwen, pagina 73.

Nog meer kunstgeschiedenis: Giovanni Battista Piranesi en de Carceri (gevangenissen).

Wikipedia:

Giovanni Battista Piranesi (1720-1778) was een Italiaans graficus die bekend werd door zijn stadsgezichten van Rome, gravures en etsen van kerkers. Hij hield zich ook bezig met archeologie. Hij was bovendien ook werkzaam als architect, ontwerper en auteur. Zijn etsen, in het bijzonder zijn topografische etsen, vormen een hoogtepunt in de kunstgeschiedenis. Zijn unieke visie gaf een nieuwe kijk op de kunst en de technologie van het antieke Rome. Zijn architecturale ontwerpen, hoewel er slechts weinig ook uitgevoerd werden, hadden een merkbare invloed op het Neoclassicisme in Europa. Hij heeft zijn verbeeldingsvolle interpretatie van de Romeinse cultuur weergegeven in een reeks invloedrijke geschriften, die zowel schrijvers en dichters als artiesten en ontwerpers hebben beinvloed. Het werk “Invenzioni capric(ciose) di Carceri (eerste editie rond 1749-1750) met zestien etsen werd zijn meest gekende publicatie. Hierin gebruikte hij een techniek en voorstellingen uit zijn verbeelding zonder weerga als een reeks briljante improvisaties op uitbeeldingen van een kerker.

De etsen waarover hier gesproken wordt zijn een prachtige verzameling
fantastische ruimtes, niet allemaal kerkers.
Kunstenaars als Escher moeten in hoge mate door hem beinvloed zijn.
Zijn stadsgezichten zijn trouwens ook prachtig.
Grappig is te lezen dat Piranesi in de toeristenindustrie werkte.
Hij opende een winkel in Rome om afdrukken van zijn etsen te verkopen.
Aan toeristen, vooral Engelsen en Fransen.
Zoals later mensen prentbriefkaarten en andere souveniers verkopen.

Van de carceri zijn meerdere ‘staten’.
Als een ets gemaakt wordt kan de kunstenaar besluiten
om op een bepaald moment van de plaat een afdruk te maken.
Dat is een staat.
Als de afdruk niet bevalt kan er verder worden gewerkt aan de plaat
om later weer een afdruk te maken. De tweede staat.
In het geval van Piranesi is de eerste staat de eerste publicatie van de etsen.
Jaren later zijn nieuwere versies uitgebracht met enkele nieuwe etsen
en sommige etsen zijn verder bewerkt.

Op het web is bijvoorbeeld een hele mooie serie te zien van de eerste staat.
Van de Universiteit van Leiden, 14 afdrukken.
Hieronder een overzicht van de Carceri volgens de benaming
(in werkelijkheid hebben de etsen geen naam meegekregen van Piranesi)
zoals ik die aantrof op de Engelstalige Wikipedia site.
Afbeelding 2 en 5 zijn dus van een latere staat.

I- Titelplaat .


II – De man op het marteltuig.

Ik ben niet zeker van de vertaling van de titel.
Deze plaat is uit een latere staat.
In de eerste staat komt deze prent niet voor.
De latere staten lijken mij steeds drukker en overdadiger te worden.
Maar als ik naar het volgend detail kijk,
lijkt het wel of er iemand op een marteltuig
uit elkaar getrokken wordt:


III – De ronde toren.


IV – Het grote plein.


V – De leeuw, relief.


VI xa0-Het rokende vuur.


VII – De ophaalbrug .


VIII – De trap met trofeeen.


IX – Het gigantische wiel.


X – Gevangenen op een platform.


XI – De boog met schelpenornament.


XII – De zaagbok.


XIII – De waterput.


XIV – De gotische boog.


XV – De pier met een lamp.


XVI – De pier met kettingen.


Dat er een grote beinvloeding is geweest naar andere kunstenaars lijkt me duidelijk.
Wat te denken van het volgende werk:

M.C. Escher, Relativity, 1953.

Of wat te denken van het volgende detail:

Detail: X – Gevangenen op een platform.

En dan dit:

Detail: Nationaal monument op de Dam.