xe2x80x98Brood en spelenxe2x80x99-technieken

Laat ik beginnen met vast te stellen dat mij al na 5 paginaxe2x80x99s
van xe2x80x98De Begraafplaats van Praagxe2x80x99 duidelijk is geworden
waarom Umberto Eco het Internet een gevaarlijke plaats vindt
voor de xe2x80x98armen van geestxe2x80x99.
In het interview in de rubriek xe2x80x98Boekenxe2x80x99 gaf hij aan
dat veel informatie op het internet onbetrouwbaar is.
Hij controleert ieder gegeven op ten minste drie plaatsen.
Het klopt dat veel informatie onbetrouwbaar is,
of gewoonweg gekopieerd is zonder dat er iets aan wordt toegevoegd.
Maar er komt nog een facet bij:
de informatie waarover Eco beschikt als hij zijn romans componeert
is soms helemaal niet of slechts zeer summier beschikbaar op internet.
Ga maar eens zoeken naar informatie over Carlo Tenca, Place Maubert, enz.
Je moet ver zoeken, als je al iets vindt.





Carlo Tenca.





Carlo Tenca, pagina 5

Italiaans schrijver en journalist (19 oktober 1816, Milaan –
4 september 1883, Milaan).
Hij ondersteunde de politieke beweging met de naam xe2x80x9cRisorgimentoxe2x80x9d.
Deze beweging streefde er naar (en slaagde erin)
de eenwording van wat we nu Italixc3xab noemen te realiseren.
Als ik de recensies goed begrepen heb zal deze beweging
uitgebreid in beeld komen in De begraafplaats van Praag van Eco.

Het citaat van Carlo Tenca waarmee Eco het boek begint
(uit: Het huis van de honden / La Ca’ dei cani)
haalt een aantal voorbeelden aan van technieken
waarvan machthebbers en politici gebruik maken
om de algemene stemming in een land af te leiden
van de werkelijk belangrijke onderwerpen.
xe2x80x98Brood en spelenxe2x80x99-technieken.
En dat is precies waar de hoofdpersoon zich mee bezig houdt.






Over Carlo Tenca is nauwelijks iets te vinden op het internet wat niet in het Italiaans is geschreven.





The logic of forgery / de logica van vervalsingen

Onlangs was Umberto Eco te zien op de Nederlandse televisie.
De betreffende aflevering van ‘Boeken’ is hier te zien.

Get Microsoft Silverlight
Of bekijk de flash versie.

Een van de problemen die Eco uit de doeken doet
is de manier waarop in de 19e eeuw
door mensen vervalsingen maakte van documenten
om politieke en juridische geschillen aan te kaarten en
in hun voordeel te beslechten.
De hoofdpersoon van De begraafplaats van Praag
is zo’n vervalser. Hij maakt in opdracht van wie dan ook
(de Russische geheime dienst bijvoorbeeld) documenten
om bijvoorbeeld het Joodse volk in diskrediet te brengen.
Algemeen wordt aangenomen dat The protocols of the elders of Zion
een vervalsing is gebaseerd op een werk van de Franse schrijver Maurice Joly.
Hij schreef in 1864 een boek waarin hij indirect de toenmalige keizer
van Frankrijk, Napoleon III, van allerlei kwade zaken beschuldigd.
De vorm die hij daarvoor koos was een dialoog tussen aan de ene kant
Machiavelli (de Italiaanse schrijver die de technieken van sluwe politici
beschreef) en aan de andere kant Montesquieu (de Franse filosoof).
Eco vermoedt zelfs nog oudere bronnen ontdekt te hebben.
In dit interview bespreekt hij de aanpak van dergelijke vervalsers.
Will Eisner tekent dit als volgt:





Will Eisner: The plot – The secret story of the protocals of the Elder of Zion, page 13.




Will Eisner: Vrij vertaald.





Forests have been chopped down to print it

De schrijver Anthony Burgess schreef al over “Foucault’s Pendulum”,
of ‘de slinger van Foucault’ (Umberto Eco, 1988):
xe2x80x9cForests have been chopped down to print itxe2x80x9d

“Bossen zijn al omgekapt om het te drukken”,
dus ga het LEZEN!

Anthony Burgess is een Britse schrijver
van onder andere A Clockwork Orange


Ik heb vanmiddag ‘De begraafplaats van Praag’ gekocht.
Via Google kwam ik uit op een boek dat ik al had:
Will Eisner (de Amerikaanse tekenaar) schreef en tekende in 2005
het boek The Plot, The secret story of The Protocols
of the Elders of Zion.
Een graphic novel over een van de grootste fraudes
in onze recente geschiedenis,
Over een totaal verzonnen geschrift dat de onderbouwing
vormt van anti-semitisme, in het verleden,
in de tweede wereldoorlog en in het heden.





Will Eisner: The Plot, The secret story of The Protocols of the Elders of Zion.





In deze materie is het heel gevaarlijk teksten uit hun verband te halen,
omdat zonder de context woorden snel voor verschillende
interpretaties in aanmerking komen.
Maar ik doe het toch omdat voor mij vast staat dat De Protocollen bedrog zijn.

Interessant is dat in de inleiding die Umberto Eco schrijft
op het boek van Will Eisner, hij de volgende zin gebruikt:
“…, narrates how representatives of the twelve tribes of Israel
gathered in the cemetery of Prague to plot the conquest of the world.”

In Nederlands:
“…., vertelt hoe vertegenwoordigers van de twaalf stammen van Israel
(lees van het Joodse volk) zich verzamelden op de begraafplaats van Praag
om complotten te smeden om de wereld te veroveren.”

Daarmee is in dit eerste artikel al gelijk (een deel van)
de titel van het nieuwe boek van Eco verklaard.





Italiaanse kaft van De begraafplaats van Praag.





Twitteren over Umberto Eco

Aanstaande zaterdag ga ik het boek
De Begraafplaats van Praag kopen.
Dit boek van Umberto Eco lijkt me een goed boek.
De recenties waren veelbelovend.
Al eerder was er iets over te lezen op deze blog.
Nu heb ik ook een Twitter account gemaakt
speciaal rond dit boek:
@EcoDiaries










The Most Mysterious Manuscript in the World / Het meest mysterieuze manuscript ter wereld

Het Voynich manuscript wordt het ‘meest mysterieuze manuscript
ter wereld’ genoemd.
De schrijver is onzeker, de datering ook.
Het is een boek geschreven op perkament en bestaat uit 20 delen.

De delen worden quire genoemd.
In de tijd dat men boeken van perkament maakten was men voor de afmeting
en de opbouw van het boek helemaal afhankelijk van de fysieke mogelijkheden
van het basismateriaal: kalfshuid.
Een boek werd gemaakt door een beperkt aantal
bewerkte huiden in elkaar te schuiven.
Zo’n set heet een quire.
Een boek werd vervolgens uit verschillende ‘sets’ samengesteld,
die op elkaar werden ‘gestapeld’ en aan elkaar genaaid en ingebonden.

Mij trekt minder de vraag wie het geschreven heeft, wat er in staat
en waarom het zolang duurt voordat we het kunnen lezen.
Interessant, zeker.
Maar in de tussentijd is het ook een mooi boek.

Het mooie is dat je er naar kunt kijken
zoals je naar abstracte schilderijen kijkt.
Niets (of weinig) geeft aanleiding tot herkenning.
Al helemaal niet tot begrip.
Een prachtig en zeer zorgvuldig uitgevoerd abstract werk!





Pagina 46 v (verso= linkerpagina of de achterkant van een blad): eagle.






Het centrum van pagina 67 r (recto= rechterpagina of de voorkant).






Pagina 63 v.






Castle rose / Kasteelrozet.






Deel 10, pagina 70.






Deel 10, pagina 70.






Deel 10, pagina 70. Deze pagina is een uitklapbaar vel.






Deel 14, pagina 85.






Deel 14, pagina 85.






Deel 19, pagina 99.






Zelfde pagina. Op het web zijn uitstekende foto’s te vinden waar je helemaal tot op het materiaal kunt inzoemen.






Deel 6, pagina 42 r.






Deel 9, pagina 67 r.





Hier kun je het manuscript tot in alle details zien:
Voynich manuscript





Als voorbeeld voor de mogelijke detailering op het internet zie je hier een hele pagina, pagina 2 r.






Dit is van dezelfde pagina, de meest rechtse bloem.




een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt

In het voorwoord van het boek ‘Denken over kunst’
(A. A. Van den Braembussche) wordt mijn aandacht getrokken
naar het zinsdeel dat de titel is van dit logje:
‘een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt’.



De schrijver geeft in de eerste regels van het voorwoord aan
dat mensen heel gemakkelijk en snel een esthetisch oordeel vellen
over heel gewone dingen.
In de tekst noemt hij: ‘een stoel, een theeservies,een zonsondergang en
een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt’.

Aanleiding om met deze tekst eens op zoek te gaan op het internet.
Ik stuitte op een aantal heel uiteenlopende teksten
en die laat ik in een korte serie op mijn weblog passeren.
Vandaag het laatste deel.
Hier vallen alle stukjes op zijn plaats.
Ik kwam een verhaal tegen over St. Franciscus dat ik niet eerder gehoord of gelezen had: De maan in het water.

De maan in het water.
Franciscus was met een broeder onderweg naar een kluizenarij.
Hij was niet vrolijk en sjokte maar wat voort.
Hij had zorgen om zijn broederschap, maar ook om zijn eigen leven.
Volgde hij de weg van zijn Heer?
Het begon donker te worden, maar de kluizenarij was nog ver.
Gelukkig was het volle maan en konden zij verder gaan.
Ze komen langs een put.
Franciscus blijft staan, buigt zich voorover en kijkt in het stille water.
Hij wordt stil.
De maan weerspiegelt zich in het donkere water.
Hij klaart op, ze vervolgen hun weg; dan begint hij te zingen.
Hij jubelt het uit.
De broeder vraagt waarom hij plotseling zo vrolijk is.
Franciscus zegt: “Zag je dan niet wat ik zag in de diepe put?”
“Ik vermoed dat u de maan zag”, antwoordde de broeder.
“Ik zag in het licht van de maan het gezicht van onze zuster Clara.
“Clara, de lichtende, herinnert hem aan de bron van het levende water.
En Franciscus bruist weer van levenslust.

Herkomst onbekend

Ik vond dit verhaal op de volgende sites:Hans Sevenhoven, Duiven, Nederland
en hier Hans Sevenhoven, Franciscusverhalen
Ik denk niet dat iedereen gelijk zal warmlopen van de redenering:
“Ik zag in het licht van de maan het gezicht van onze zuster Clara.”
Daarvoor moet je wat meer van St. Franciscus en zijn geschiedenis weten.
Nu wil het toeval dat ik in 2007 in Milaan was (daarom
zijn alle foto’s in deze serie foto’s uit Milaan)
waar we een wandeling maakten.
Daar zagen we een fontein die ik pas nu echt kan plaatsen
nadat ik bovenstaand verhaal las.


Hier zie je Franciscus die zich tussen en over de bloemen heen naar de fontein buigt.


De maan heb ik in de fontein niet gezien maar wellicht moet ik deze plaats nog eens op een avond bezoeken. Wel zijn er nog een aantal duiven van de partij


Dit verhaal is de laatste van een korte serie onder de titel:
een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt
De vorige delen zijn hier te vinden:
Deel 1: 6 september 2010
Deel 2: 22 september 2010
Deel 3: 3 oktober 2010
Deel 4: 30 oktober 2010

Umberto Eco: De begraafplaats van Praag

Er is een nieuw boek uit van Umberto Eco:
de begraafplaats van Praag.
De meest succesvolle geschiedenisschrijvers weten veel van de geschiedenis
maar zijn ook goede schrijvers.
Umberto Eco is zo’n geweldige schrijver die veel van de geschiedenis weet.

Het boek heb ik nog niet gelezen maar al wel verschillende mooie recensies.
Recensies die je het gevoel geven: dat moet ik lezen.
Eco kan als geen ander een spannend boek schrijven dat lekker leest
maar dat je ook kunt lezen met Google of een encyclopedie naast je.
Er zit zoveel informatie in de tekst, ongelofelijk.
Wil je dat begrijpen (en waarom niet?) dan is het lezen ervan
een enorm avontuur.
En dit keer stelt het een aantal vragen aan de orde
die we allemaal moeten proberen te beantwoorden.
De vraag, waar het racisme vandaan kwam dat de eerste helft
van de twintigste eeuw de wereld overheerste,
is er een die we ons allemaal moeten stellen.
Maar het stelt ook vragen rond hedendaagse bedenkers van
bijzondere theorieen om ons voor een karretje te spannen.

Eco heeft een aantal antwoorden en nieuwe vragen verpakt
in dit nieuwe boek.

Op de website van Athenaeum Boekhandel is een voorpublicatie te lezen.
En de recensie is ook prachtig.

Op Cobra.be is een prachtige bespreking te beluisteren van bijna 9 minuten.

In Vrij Nederland stond de volgende recensie geschreven door Tim de Gier.

Umberto Eco schreef een meesterlijke roman over de rol van beroepsintriganten in de opkomst van het antisemitisme.
Het is altijd leuk om in het hoofd te kruipen van een slecht mens, en Simonini, de hoofdpersoon in Umberto Ecoxe2x80x99s nieuwe roman De begraafplaats van Praag is slecht. Heel slecht. Hij is een sjacheraar, een onderkruiper, een leugenaar maar bovenal: een vervalser. Uit oude boeken scheurt hij de onbedrukte paginaxe2x80x99s en gebruikt die om xe2x80x93 voor wie er maar voor betaalt xe2x80x93 documenten op te stellen die oud en dus authentiek lijken. Hij begint daarmee rond 1850, als jongeman in de leer bij een notaris. Dan gaat het alleen nog maar om testamenten, maar gaandeweg krijgen zijn vervalsingen een meer politiek karakter.
Umberto Eco heeft zijn roman opgezet volgens de beste negentiende-eeuwse tradities. Er is sprake van een alwetende verteller, die ons het levensverhaal van Simonini inloodst. Eco heeft zich, overigens net als zijn hoofdpersoon, laten inspireren door de negentiende-eeuwse feuilletonisten die romans schreven in afleveringen. De lezer abonneerde zich op een verhaal waarvan wekelijks een nieuwe aflevering uitkwam. Dat eindigde vaak met een cliffhanger, zodat de lezer reikhalzend uitkeek naar het vervolg. Schrijvers kregen betaald per aflevering, zodat ze er belang bij hadden het verhaal breed op te zetten, met steeds nieuwe verhaallijnen en personages. Zij schreven niet om de kunst maar om den brode, net als Simonini. Het ging om xe2x80x98ijselijkexe2x80x99 geschiedenissen, waarin complotten, duistere machten, wulpse vrouwen en dieven in donkere steegjes de lezers in vervoering brachten. Vaak met verwijzingen naar werkelijke gebeurtenissen en bestaande personen, waardoor de lezers extra geboeid raakten. De negentiende-eeuwse lezers waren gemakkelijk te bexc3xafnvloeden, want wie wist wat waarheid was? Ook in Ecoxe2x80x99s roman zijn er voortdurend verwijzingen naar negentiende-eeuwse actualiteit, vaak geniaal vervlochten in de verzinsels van zijn hoofdpersoon. Het is fascinerende lectuur, zeker, maar de vraag wat waar is en wat niet, houdt je bij de les.

Nep-fabrieksmeisjes
Simonini heeft een gespleten persoonlijkheid, gevolg van de slechte daden die hij niet onder ogen durft te zien. Zijn familie komt uit Piemonte, Italixc3xab, en zijn grootvader bracht hem al jong een rabiate vorm van antisemitisme bij. De logica van opa was onverbiddelijk: Joden die geen traditionele kleding dragen en ogenschijnlijk geassimileerd zijn, zijn juist gevaarlijk, want ze zijn xe2x80x98vermomdxe2x80x99. Simonini draagt dit antisemitisme xe2x80x93 ook al heeft hij nog nooit met een Jood kennisgemaakt xe2x80x93 zijn leven lang bij zich, en als het maar even kan, geeft hij er uiting aan in zijn vervalsingen. Zijn vaste opdrachtgever wordt gaandeweg de overheid xe2x80x93 de Italiaanse, aanvankelijk. Hij moet documenten fabriceren die nu eens de jezuxc3xafeten, dan weer de vrijmetselaars belasteren. Zij eigen preoccupaties brengen hem op het idee om de Joodse begraafplaats in Praag xe2x80x93 die hij slechts kent van horen zeggen xe2x80x93 erin te betrekken. Die begraafplaats blijkt later nog meermalen in zijn verzinsels dienst te kunnen doen als decor voor sinistere bijeenkomsten, bijvoorbeeld een samenkomst van Joodse leiders die de wereldmacht willen overnemen. De Joden, zo redeneert hij, gebruiken de christenen als een vruchtbare akker, ze laten hen eerst goed geld verdienen om, als de tijd daar is, te oogsten en dat geld in te pikken.
Als Simonini gevraagd wordt om naar Sicilixc3xab te gaan om het gezag te ondermijnen van Garibaldi, de Italiaanse voorman en nationalist, worden zijn belevenissen complexer en gaat hij zich extremer gedragen. Hier zakt de roman een beetje weg in een moeras van verwikkelingen, die in elk geval leiden tot moord en doodslag. Er gaat steeds meer bloed kleven aan de handen van de verder zo flegmatieke Simonini. Het enige waar hij zich aan te buiten gaat, zijn copieuze maaltijden die door Eco met opvallend veel genoegen tot in de kleinste details beschreven worden: xe2x80x98zalm met bieslook en artisjokken met Javaanse peper, rumsorbet en kruidenkoekjes, natuurlijk met twee flessen oude bourgognexe2x80x99.Simonini neemt de wijk naar Parijs xe2x80x93 waar nog veel meer heerlijke gerechten op hem liggen te wachten. Hij is nu fulltime xe2x80x98indicateurxe2x80x99 en verdient goed geld. Eco laat hem met veel fraaie details het negentiende-eeuwse Parijs verkennen, zoals de brasserie femmes, een soort hoerenkasten, en de vele passages met elk hun eigen sfeer. De Passage Jouffroy bijvoorbeeld, waar heren op leeftijd, de zogeheten suiveurs, naartoe gaan om de fabrieksmeisjes die daar flaneren te bespioneren. Alleen, het zijn geen fabrieksmeisjes: ze doen alsof, om de perverse genoegens van de bemiddelde heren te bevredigen, en sommige meisjes kunnen daar zelfs van leven als de heren hun wat geld toestoppen. Simonini volgt die heren soms, en noteert alvast hun adres zodat hij ze in geval van nood nog eens kan chanteren, xe2x80x98je weet maar nooitxe2x80x99. Uit nieuwsgierigheid gaat hij naar de Porte de Clignancourt waar de lompenhandelaren eten in een nattevoetenrestaurant, zo genoemd omdat de clientxc3xa8le buiten staat te wachten. Wie aan de beurt is, mag voor een stuiver een vork in een pan soep steken om er iets eetbaars uit te vissen. Hij komt in de Chateau Rouge, waar handelaren in foetussen de bij ziekenhuizen opgehaalde lichaampjes verkopen aan medische studenten en andere gexc3xafnteresseerden.
Het antisemitisme van Simonini wordt steeds sterker en houdt Ecoxe2x80x99s roman tot de laatste bladzijde in zijn greep. De Dreyfus-affaire komt voorbij, en ronduit spannend wordt het als Simonini met Leo Taxil een vervolgverhaal schrijft over duivels en satanisten, waarbij zij handig gebruikmaken van de hersenspinsels van de geesteszieke zieneres Diana. Simonini doodt haar in een woede-uitbarsting en legt haar lichaam naast de overige slachtoffers die hij in de afgelopen jaren heeft gemaakt, in het riool dat een van de nieuwigheden is waar Parijs in die jaren prat op gaat. Een andere nieuwigheid, het ondergrondse gangenstelsel dat de metro moest gaan worden, wordt door Simonini handig ingepast in een van zijn gruwelverhalen over de Joden: die zouden de ondergrondse aanleggen alleen maar om zo de stad te kunnen opblazen.





Umberto Eco: de begraafplaats van Praag.





Morbide fanta
sie

In Simoninixe2x80x99s verzinsels over de Joden herkennen we de Protocollen van de Wijzen van Zion, het geschrift dat op dezelfde leugenachtige wijze in elkaar is gezet. Dat document heeft de nationaal-socialisten in de kaart gespeeld, en er zijn nog altijd mensen die het voor waar houden, zoals je op internet kunt zien. In werkelijkheid was het eind negentiende eeuw in elkaar geflanst door de Russische geheime dienst, die het gebruikte om een zondebok aan te wijzen voor de grote ellende waar het land in terechtgekomen was. Eco heeft aan het ontstaan van die Protocollen een voorgeschiedenis toegevoegd, al is het een fictieve, want van alle personages in dit boek is uitgerekend Simonini verzonnen. Toch maakt Eco aannemelijk, door het combineren van bestaande feuilletonisten en intriges, dat het zo is gegaan. Dat het antisemitisme ontstaan is door beroepsintriganten, die met hun morbide fantasie xe2x80x93 omgevormd tot sappig proza xe2x80x93 het publiek in de ban hielden en langzaamaan vergiftigden met Jodenhaat.
Met De begraafplaats van Praag heeft Umberto Eco een bij vlagen geniale roman afgeleverd, beter dan zijn boeken Baudolino en De slinger van Foucault. De roman is geestig en vernuftig, prachtig van stijl, erudiet zoals we van hem gewend zijn, maar dit keer zit er ook iets verontrustends in, iets wat raakt aan actuele maatschappelijke kwesties. Het antisemitisme is terug, zeker, maar de verontrusting zit dieper. Wat Eco laat zien, is hoe gemakkelijk je waanideexc3xabn kunt verspreiden, en hoezeer we daarom onze eigen geschiedschrijving, onze cultuur, zouden moeten wantrouwen. Hebben er niet altijd en overal Simoninixe2x80x99s bestaan die ons zand in de ogen strooiden? Of overheden die Simoninixe2x80x99s inhuurden en betaalden?
De roman is in het najaar in Italixc3xab verschenen en heeft daar al veel losgemaakt. Begrijpelijk, omdat de historische setting door Italiaanse lezers gemakkelijk herkend zal worden. In de gauwigheid toegepast op Nederland, zou je kunnen denken aan een roman waarin wordt aangetoond dat het hele koningshuis in de oorlog fout was, of dat Multatuli nooit bestaan heeft. Toch valt men in Italixc3xab vooral over de unverfroren antisemitische complottheoriexc3xabn: brengt het de mensen niet op wilde ideexc3xabn van xe2x80x98waar rook isxe2x80xa6xe2x80x99? Die angst is wel te begrijpen, maar brengt je bij de vraag of dan soms alle romans waarin nare dingen staan geweerd moeten worden. Nee natuurlijk. Ook kun je je afvragen of Eco zich niet te gemakkelijk afmaakt van de vraag wie moreel verantwoordelijk is voor het ontstaan van antisemitisme. Hij legt de oorsprong ervan bij een paar slechteriken en de rest van de wereld kan gerust ademhalen. Ook daar past een weerwoord op, want als hij de oorsprong niet bij die paar individuen zou leggen maar bij de goegemeente, dan zou hij suggereren dat er misschien txc3xb3ch een algemene geldigheid schuilt in Jodenhaat.De begraafplaats van Praag is niet een roman waar neonazixe2x80x99s xe2x80x93 zappend door het boek xe2x80x93 hun voordeel mee zullen doen. Je kunt er niet zo gemakkelijk wat losse flarden uit lezen. En na lezing van het hele boek kun je niet anders concluderen dan dat Eco met deze grootse roman heeft laten zien dat vooroordelen uit eigenbelang worden verzonnen, en dat je de agitators en hitsers met hun pamfletten, praatjes, hun televisiespotjes en films ten diepste moet wantrouwen.

Eugxc3xa8ne Sue
Een beroemde feuilletonschrijver in de negentiende eeuw was Eugxc3xa8ne Sue (1804-1857). Hij schreef over Parijs, over armoede en sociale ellende en was ook in Nederland mateloos populair, onder meer met het feuilleton De wandelende Jood, dat niet tegen Joden is gericht, maar tegen de Jezuxc3xafeten. Ook zijn bekende boek Les Mystxc3xa8res du peuple was niet antisemitisch maar tegen de kerk en de regering gericht en werd daarom in 1856 verboden. Dit boek inspireerde Maurice Joly, die ook voorkomt in Ecoxe2x80x99s roman, bij zijn Dialogue aux enfers, dat op zijn beurt weer de feuilletonist Goedsche tot het schrijven van zijn antisemitische Biarritz bracht.

De protocollen
De Protocollen van de wijzen van Zion zouden in 1897 zijn opgesteld in Basel door de Russische geheime dienst. De tekst was gebaseerd op Biarritz, een feuilleton van de Duitse schrijver Hermann Goedsche, die publiceerde onder het pseudoniem Sir John Retcliffe. Hij was in dienst van de Pruisische geheime dienst en speelt onder zijn eigen naam een belangrijke rol in Ecoxe2x80x99s boek. Zijn Biarritz was in feite plagiaat van een boek dat in Frankrijk uit de handel genomen was, namelijk de politiek getinte satire Dialogue aux enfers entre Machiavel et Montesquieu ou La politique au XIXe sixc3xa8cle van Maurice Joly uit 1864. Jolyxe2x80x99s boek was niet gericht tegen de Joden, maar tegen Napoleon III. Goedsche gebruikte de intrige, maar voegde er zelf een abject antisemitisch hoofdstuk aan toe, dat handelde over een Joodse samenzwering op het Joodse kerkhof te Praag.

Vrijmetselaars
In de negentiende eeuw lagen de vrijmetselaars onder vuur. Regeringen en de katholieke kerk moesten niets hebben van dit geheime, in de achttiende eeuw ontstane broederschap, dat de kerkelijke dogmaxe2x80x99s ter discussie stelde. Vanwege het geheime karakter was de vrijmetselarij een geliefd onderwerp voor samenzweringstheoriexc3xabn, zoals die van de schrijver Leo Taxil. Volgens sommigen waren de vrijmetselaars en de Joden er gezamenlijk op uit om de wereldmacht te veroveren. Ook in de De protocollen van de wijzen van Zion worden de vrijmetselaars als handlangers van de Joden geschetst. Er is zelfs een woord voor: het judeo-maxc3xa7onniek complot.

Jezuxc3xafeten
De Jezuxc3xafeten zijn leden van een katholieke religieuze orde, opgericht in de zestiende eeuw. De leefregel is onder meer absolute trouw aan de Paus. Het is geen kloosterorde, en opvallend is ook dat Jezuxc3xafeten niet afgezonderd in kloosters leven maar xe2x80x98gewonexe2x80x99 beroepen vervullen, zoals leraar of advocaat. De Jezuxc3xafeten zijn in de geschiedenis meermalen beticht van samenzweringen. Zelf hadden ze het op hun beurt gemunt op de vrijmetselaars, onder meer in het veelgelezen geschrift Mxc3xa9moires xc3xa0 servir pour lxe2x80x99histoire du jacobinisme van de Jezuxc3xafet Augustin Barruel (1797-1799). In Ecoxe2x80x99s roman is Simonini grootgebracht met de denkbeelden van Barruel.

Garibaldi
Al vroeg in de negentiende eeuw ontstond in Italixc3xab de wens om meer eenheid te smeden in het door ministaatjes gekenmerkte gebied. Het geheime genootschap van de carbonari, gexc3xafnspireerd op de vrijmetselaars, slaagde daar niet in, maar de Pixc3xabmontees Giuseppe Garibaldi (1807-1882) wel, zij het niet zonder moeite. Hij deserteerde om de nationalisten te kunnen steunen en moest daarna in ballingschap. Frankrijk en Oostenrijk, en ook de Paus streden tegen de Italiaanse nationalisten. Toen Garibaldi in 1860 terugkeerde, lukte het hem met zijn leger van vrijwilligers, bijgenaamd xe2x80x98roodhemdenxe2x80x99, de diverse staatjes te verenigen onder het bewind van Victor Emanuel, de eerste koning van Italixc3xab. Het koninkrijk Italixc3xab was daarmee in 1861 een feit.


Shenyang, 1914 – 1934

Shenyang, deel VIII.

Jonathan Spence
Op zoek naar het moderne China 1600 xe2x80x93 1989
xc2xa9 1990 xc2xa9 1991 voor de Nederlandse taal.

Pagina 387

In mei 1932 sloten de Japanners een wapenstilstand in Shanghai,
waarbij ze de Chinezen dwongen een neutrale zone
rond de stad te aanvaarden.
Chiang Kai-shek verplaatste het negentiende legerkorps,
dat dapper had gestreden, uit Shanghai naar Fujian in het zuiden,
omdat hij twijfelde aan de loyaliteit van de commandant van deze eenheid.
Later dat jaar stelden de Japanners zich nogmaals agressief op:
in augustus liet de Japanse regering weten
dat ze het Manzhouguo van Puyi xe2x80x98erkendexe2x80x99 en sprak ze de xe2x80x98vurige hoop [uit]
dat de dag niet ver is waarop Japan, Manzhouguo en China,
als drie onafhankelijke,
door een band van culturele en raciale affiniteit
nauw met elkaar verbonden mogendheden,
hand in hand zullen opkomen voor de handhaving
en bevordering van vrede en voorspoed in het Verre Oostenxe2x80x99.
In januari 1933, nadat Japan had vernomen
dat het rapport van de commissie-Lytton weliswaar verzoenend van toon zou zijn,
maar zich toch niet zou neerleggen bij het verlies
van de Chinese soevereiniteit in Mantsjoerije,
kregen Japanse troepen bevel op te rukken naar Rehe (Jehol),
onder het voorwendsel dat xe2x80x98de zaken van de provincie Rehe
zonder enige twijfel een binnenlands probleem van Manzhouguo vormenxe2x80x99.
In april hadden de Japanners in feite de hele provincie al veroverd.
Ze consolideerden hun positie met de bezetting
van de strategische pas van Shanhaiguan,
op het punt waar de Chinese Muur de zee bereikt.
In februari 1933, terwijl de strijd in Rehe in volle gang was,
hield de Volkenbond eindelijk zijn plenaire debat over het Lytton-rapport.
De leider van de Japanse delegatie wees er met nadruk op
dat de Volkenbond begrip moest hebben voor de xe2x80x98wensxe2x80x99 van de Japanners
xe2x80x98China zoveel mogelijk te helpen.
Dat is de plicht die wij op ons moeten nemen.xe2x80x99
Hij voegde er waarschuwend aan toe dat onbegrip voor de logica
van de Japanse positie zou kunnen leiden
tot een noodlottige alliantie van een xe2x80x98rood Chinaxe2x80x99 met de Sovjetunie.
Het maakte geen indruk op de landen van de Volkenbond,
die op een na xe2x80x93 Siam onthield zich xe2x80x93 het Lutton-rapport goedkeurden
en daarmee het denkbeeld van Manzhouguo als onafhankelijke staat verwierpen.
Toen de uitslag van de stemming werd bekendgemaakt,
verlieten de Japanners het gebouw van de Volkenbond,
waar ze nimmer zouden terugkeren.

A Christmas Carol

Vanochtend gekeken naar ‘A Christmas Carol’.
Een verfilming van het kerstverhaal van Charles Dickens.
In de hoofdrol Anton Lesser.
Deze verfilming speelt zich af 22 jaar nadat het verhaal is geschreven.
In die tijd zonder televisie, bioscoop of internet
waren mensen voor de verhalen afhankelijk van de wekelijkse krant.
Maar Charles Dickens reisde ook door het land om lezingen te geven.
Hij vertelde zijn eigen verhalen zo voor een groot publiek.
Die praktijk wordt in deze film toegepast.
We zien Dickens het verhaal vertellen aan een groep
familieleden en vrienden.
Hij draagt voor/acteert het verhaal.
Heel mooi gemaakt door de BBC natuurlijk.





John Leech, Marley’s Ghost.





Charles Dickens, A Christmas Carol in Prose, Being a Ghost Story of Christmas, gepubliceerd op 19 december 1843

xe2x80x9cThere are many things from which I might have derived good, by which I have not profited, I dare say,xe2x80x9d returned the nephew. xe2x80x9cChristmas among the rest. But I am sure I have always thought of Christmas time, when it has come roundxe2x80x94apart from the veneration due to its sacred name and origin, if anything belonging to it can be apart from thatxe2x80x94as a good time; a kind, forgiving, charitable, pleasant time; the only time I know of, in the long calendar of the year, when men and women seem by one consent to open their shut-up hearts freely, and to think of people below them as if they really were fellow-passengers to the grave, and not another race of creatures bound on other journeys. And therefore, uncle, though it has never put a scrap of gold or silver in my pocket, I believe that it has done me good, and will do me good; and I say, God bless it!xe2x80x9d



Bijbelquiz

Gisteravond meegedaan aan de bijbelquiz in Breda.
Ik moet bekennen dat mijn score niet hoog was.
Een beetje in de middenmoot.
Onze groep had twee fouten minder dan ik.
Maar bij een vraag werd ik nog geholpen
door een afbeelding die ik gisteren voorbereid had
en die vanochtend vroeg op mijn log verscheen:





Lucas Cranach de oudere, Herodes’ feest,1533.


Het schilderij toont een feesttafel met gasten en
Salome die er het onthoofde hoofd van Johannes de Doper toont.
Een van de vragen was hoe de naam van de dochter van Herodes was.
Door dit schilderij wist ik dat eenvoudig.





Mijn score. Gelukkig waren er nog heel wat mensen met minder punten maar eerlijk is eerlijk, dit was niet best. De twee muzikale rondes, een met klassieke muziek en een met popmuziek gingen beter.






U2 40. In de popronde ging het onder andere over het nummer 40 van U2. Dit nummer is gebaseerd op Psalm 40. Dat wist ik niet. Nu roepen psalmen bij mij altijd een nogal stoffige indruk op. Het taalgebruik is meestal vreselijk maar psalm 40 is een soort van liedtekst.


Hier volgen een aantal vertalingen van Psalm 40:

Willibrordvertaling:

Psalm40: Hij trok mij omhoog uit het slijk

Voor de leider van de muzikanten, op naam van David.
Een zangstuk.

Vurig zag ik uit naar de heer;
Hij boog zich en hoorde mijn roepen.

Hij trok mij omhoog uit het rampzalige graf,
omhoog uit slijk en moeras;
Hij liet mij weer op rotsvaste grond staan,
gaf mijn stappen weer stevigheid.

Een nieuw lied gaf Hij mij in de mond,
een lofzang voor onze God.

Nieuwe Bijbelvertaling:

Voor de koorleider. Van David, een psalm.

Vol verlangen heb ik op de heer gewacht
en hij boog zich naar mij toe,
hij heeft mijn roep om hulp gehoord.

Hij trok mij uit de kuil van het graf,
uit de modder, uit het slijk.
Hij zette mij neer op een rots,
een vaste grond voor mijn voeten.

Hij gaf mij een nieuw lied in de mond,
een lofzang voor onze God.

New International Version:

Psalm 40

For the director of music. Of David. A psalm.

I waited patiently for the lord;
he turned to me and heard my cry.

He lifted me out of the slimy pit,
out of the mud and mire;
he set my feet on a rock
and gave me a firm place to stand.

He put a new song in my mouth,
a hymn of praise to our God.

Maar tegen het langdurige conflict in Noord Ierland
en uit de mond van Bono, klinkt het helemaal niet stoffig.



Het is niet de mooiste uitvoering,
maar die ik net van iTunes heb gedownload
is in een formaat dat ik niet op het web krijg.
Dit is een gratis MP3 van iemand die met een recorder
in een zaal stond zo lijkt het.
Maar het gaat om het idee.

Bijbel van Anjou / Leuven

Afgelopen donderdag ben ik gaan kijken naar De Bijbel van Anjou
een koninklijk handschrift ontsluierd.
Delen van het middeleeuwse boek zijn op dit moment te zien in Leuven.
Het is een prachtig handschrift maar bij de tentoonstelling
heb ik toch wel een paar kanttekeningen.
Dat het een prachtig boek is, staat buiten kijf.
Het boek is in een redelijke staat.
Is voorzien van heel veel illustraties in de marges van de tekst.
Verder zijn de initialen van de verschillende bijbelboeken
prachtig geillustreerd.
Het goud straalt je tegemoet van de bladzijdes.
Dus daar zit hem het probleem niet.
Het probleem zit hem in de manier van tentoon stellen.
In Leuven is men gegaan voor de eenvoudige weg:
we tonen wat pagina’s en that’s it.
Helaas is er nauwelijks aandacht voor het brede scala
van facetten van een dergelijk boek:
– het handschrift;
de tekst is door 1 kopiist geschreven. Dat is bijzonder.
Wat is er van dit schrift te vertellen?
Hoe verhoudt dit zich tot andere middeleeuwse bijbels?
– de tekeningen in de marges;
De tekeningen zijn erg uitgebreid.
Wat is hun betekenis. Slechts af en toe wordt er
een afbeelding geduid. Moet ik daar soms die Engelstalige,
erg dure, catalogus voor kopen?
– het meesterwerk;
de tentoonstelling stopt maar niet om te beweren
dat het hier om een meesterwerk gaat.
Dat kan best zijn maar hoe heeft men dit vastgesteld.
Hoe verhoudt dit manuscript zich ten opzichte van andere
manuscripten uit die tijd?
– de tekst zelf;
– het kleurgebruik;
enz, enz.


Niet alles in Leuven is prachtig. Het regende niet meer toen ik in Leuven aankwam. Soms scheen nog even de zon.


Maar ook lelijke dingen doen het soms goed op een foto.



Inde dry coppen.


Anno 1931.



Het klein begijnhof van Leuven. Is geen hofje meer. Het is nog maar een straatje.


In het centrum is men bij de gelegenheid van werkzaamheden nog een aantal oude gebouwen aan het opgraven en onderzoeken.





Maar ik ging natuurlijk voor De Bijbel van Anjou. Ik zag op een aantal pagina’s een soort ‘versiering’ tussen de tekstregels zoals op dit voorbeeld hierboven. Misschien heeft het iets met de versnummering van de bijbel te maken. Geeft het misschien een einde van een hoofdstuk aan?


Op een van de paginagrote afbeeldingen staan 8 deugden die ondeugden vertrappen. Dit is de deugd van moed of kracht (Fortitudo).


Hier een voorbeeld van een rijk versierde initiaal. Dit is de letter V (van de latijnse tekst Visio Ysaiei Filii Amos). Uit het boek Jessaia, blad 174v.


Dit is een versierde letter die bij veel mensen tot de verbeelding zal spreken: Jona wordt door de walvis uitgespuugd op de kant. Dit is de letter E (van de latijnse tekst Et factum erst verbum Domini). Uit het boek Jonas, blad 227v.


Dezelfde afbeelding maar nu zonder de versiering buiten het kader van de letter. Maar wat doet die man op het paard bij deze letter. Is de engel aan de bovenkant van deze letter toeval of heeft dat een speciale betekenis?


De Letter N (van de latijnse tekst Nemo cum prophetas). Van het boek Jessaia, blad 174v. Wat ik hier grappig vind is de opgeheven vinger. Die zie je in deze bijbel op heel veel plaatsen. Toch is dit een middeleeuws, katholieke bijbel gemaakt door een Italiaanse schilder en geen Noord Europese Calvinistische versie.


Het evangelie van Matteus. Dat begint met de letter M. In deze letter is een engel afgebeeld, symbool van deze evangelist. Blad 248v.


Een ondeugende afbeelding, op de linkerhoek van een bovenmarge. Blad 232r.


Een toernooiridder, in galop. Middenafbeelding van de ondermarge van blad 292v. De wapenschilden aan het paard zijn vast voorbeeld van het nijverig toeeigenen van deze bijbel door Niccolo d’Alife. Want dit is zijn wapen en niet dat van Andreas van Hongarije voor wie de bijbel oorspronkelijk bedoeld was.


Er is dus veel te zien in Leuven.
De tentoonstelling loopt nog tot Sinterklaas.
Grijp deze kans aan.

Bijbel van Anjou

Zelfs via het web ziet de Bijbel van Anjou er schitterend uit.
Niet zo zeer van de bladvullende afbeeldingen,
want die zijn heel beperkt in dit boek uit ongeveer 1340.
Nee de schoonheid zit hem, voor wat betreft de afbeeldingen,
in de grote hoofdletters, de kleinere hoofdletters
en de tekeningen in de marge.
Laat ik een paar voorbeelden geven.
De afbeeldingen zijn een beetje bijgewerkt.
Er is niets aan de afbeeldingen zelf gedaan,
niets aan de vormen, niets aan de kleuren.
Tekst die soms heel dicht tegen de afbeeldingen staan
heb ik weggehaald en vlekken in het papier (daar waar
geen verf zit) zijn weggehaald.
Vind je het niet leuk dat ik dat doe:
ga naar Leuven voor 5 december en bekijk daar het origineel.





Een engel in de marge van de tekst op pagina 228 R.






De eerste letter van het evangelie van Marcus met de voor deze evangelist zo kenmerkende leeuw. 257 R.






De letter L van Lucas, evangelist. Hier met de bekende stier. 262 R.






De evangelist Johannes staat met een adelaar in de hoofdletter I. 271 R.






In sommige letters een heel schilderij. Let eens op de dode soldaten op de voorgrond. Je kunt hun wonden zien. Vooraan liggen Saul en zijn zoon. De koning op de troon is David. Acher hem een nieuwsgierige menigte. David zit voor een prachtig versierde wand. Een Amalekiet brengt de koningskroon naar David. Over dit laatse gebaar zijn vast hele theologische verhandelingen te maken. 72 R.




De bijbel van Anjou – Napels


De Bijbel van Anjou, ook wel Bible Angevine genoemd, werd rond 1340 gemaakt aan het hof van Robert van Napels (1277-1343), beter bekend als Robert I van Anjou.
Betrokkenen:
Kopiist:
Iannutius de Matrice
Miniaturist:
Christophorus Orimina.
Opdrachtgever:
Robert I van Anjou, koning van Napels
Eerste eigenaars:
Joanna I en haar verloofde Andreas van Hongarije.
Vervolgens eigendom van:
Kanselier Nicolaus de Alifio (tot 1345).
In 1402 wordt het beschreven in de inventaris
van Jean duc de Berry.
Het is rond 1509 in bezit van de bisschop van Arras,
Nicolaus de Ruistre.
In de inleiding op de Leuvense vulgaatbijbel uit 1547
wordt er naar verwezen en in de Notationes in Sacra Biblia
van Franciscus Lucas van Brugge ook (1580).
Tussen 1808 en 1821 behoort het handschrift tot de collectie
van het Grootseminarie van Mechelen.
Sinds 1970 is het in depot gegeven aan de bibliotheek
van de Faculteit Godgeleerdheid van de K.U.Leuven.

Viool spelende engel in de marge van een blad, 6R.


Er werd vijf jaar aan de Bijbel gewerkt.
De kopiist werkte helemaal alleen – wat in die tijd uitzonderlijk was.
Orimina was meer een industrieel die een groot atelier
met assistenten had.
Die miniaturisten hebben zich met de bijbel duidelijk helemaal laten gaan.
Elke pagina heeft een grote initiaal waarvan de tekening rechtstreeks
in verband stond met de bijbeltekst.
Maar de randversieringen rond de tekst
mochten de miniaturisten vrij invullen.
En dat deden ze.
Hieronder een aantal afbeeldingen die het bijbelboek Genesis
illustreren en wel het verhaal van het Paradijs en de verboden vrucht.

Let wel, de volgende 5 afbeeldingen (samen met nog een zesde)
vormen in het boek 1 letter!


God schept de maan en de sterren, 6R.


God creeert Eva uit de rib van Adam, 6R.


De verboden vrucht in het paradijs, 6R.


Adam en Eva worden verbannen uit het paradijs, 6R.


Adam en Eva moeten zwoegen voor hun bestaan, 6R.


Wil je van thuis uit de bijbel bekijken?
Dat kan.
Volg onderstaande link en geniet van de afbeeldingen
waar je pagina voor pagina op kunt inzoemen.
De Bijbel van Anjou

Shenyang, 1914 – 1934

Shenyang, deel V.

Jonathan Spence
Op zoek naar het moderne China 1600 xe2x80x93 1989
xc2xa9 1990 xc2xa9 1991 voor de Nederlandse taal.

Pagina 387

Chiang Kai-Shek, die deed wat hij kon om de coalitie
van zijn tegenstanders te breken, ging akkoord
met de uitbreiding van Zhangs territorium
en bevestigde diens opperbevel over het noordoostelijke grensbewakingsleger,
dat inmiddels zoxe2x80x99n 400.000 man omvatte.
Chiang en Zhang lieten de Japanners geen moment hun gang gaan:
ze weigerden over nieuwe spoorwegcontracten te onderhandelen,
deden hun best om de Japanners bestaande concessies afhandig te maken,
eisten bexc3xabindiging van de exterritorialiteit
en hervatten de werkzaamheden aan een nieuwe haven in zuidelijk Mantsjoerije,
die de bloei van Lxc3xbcshun, dat in Japanse handen was, moest ondermijnen.
Na ernstige rellen tegen Chinezen in Korea organiseerde
de Guomindang bovendien een grootscheepse economische boycot
van Japanse importgoederen.
In Japan zelf werden intussen de gevoelens van woede en frustratie
geleidelijk sterker, deels als gevolg van deze tegenslagen
en deels wegens de verontwaardiging van leden van de strijdkrachten
over de eigen regering, die in het voorjaar van 1930
op de Londense Vlootconferentie een proportioneel kleinere aanvulling
van de oorlogsschepen en onderzeexc3xabrs had aanvaard dan was verwacht.
In november 1930 lost een naar men zei patriottisch ingestelde jonge Japanner
op het station van Tokyo een dodelijk schot op de eerste minister van zijn land.
In het besef van de economische teruggang en de toenemende gewelddadigheid
tegen politici en industrixc3xablen in het binnenland
namen leden van de Japanse ministeries van Oorlog en Buitenlandse Zaken
stappen om de activiteiten van hun lege in Mantsjoerije aan banden te leggen.
Begin september 1931 stuurde de Japanse regering een hoge generaal
naar Lxc3xbcshun met de instructie dat hun commandant in Mantsjoerije
xe2x80x98omzichtigheid en geduldxe2x80x99 moest betrachten in de wijze waarop hij
de problemen ter plaatse aanpakte.
Was dit bevel eenmaal officieel uitgevaardigd,
dan had het Mantsjoerijse leger onmogelijk meer vrijuit kunnen handelen.
Japanse legerofficieren in Shenyang (Mukden),
die door een geheim telegram van een lagere stafofficier in Tokyo
van het doel van de genraal op de hoogte waren gesteld,
besloten in actie te komen voor deze belemmerende orders hen bereikten.
Op de avond van 18 september 1931 veroorzaakten zij een ontploffing
op de spoorlijn bij Shenyang.
Die plaats was gekozen omdat het spoor daar langs de grootste kazerne
van Chinese troepen in de streek liep.
In de herrie en verwarring kwam het tot schermutselingen
tussen Japanners en Chinezen.
In aansluiting hierop gaf de hoogste Japanse stafofficier in de regio Shenyang
bevel een massale aanval te doen op de Chinese kazerne
en de ommuurde stad Shenyang in te nemen.
De Japanse consul wilde nog protesteren, maar hield zijn mond
toen een van de officieren zijn sabel trok.
Terwijl de meerderheid van het kabinet in Tokyo op terughoudendheid aandrong
en de Chinezen en Amerikanen de Volkenbond vroegen tot een staakt-het-vuren
op te roepen, stuurde de stafchef in Tokyo zijn strijdkrachten
in Mantsjoerije dubbelzinnige berichten.
De Japanse bevelhebber in Korea trok op eigen gezag met zijn troepen
zuidelijk Mantsjoerije binnen en het leger in Shenyang (Mukden)
maakte van bestaande richtlijnen voor zelfverdediging
en de bestrijding van rovers gebruik om zijn operaties uit te breiden.
Chiang Kai-shek, die het met zijn aanhangers aan de stok had
omdat hij onlangs Hu Hanmin had laten arresteren,
kon zich geen tweede conflict van enige omvang permitteren.
Hij beval Zhang Xueliang zijn troepen niet in geregelde veldslagen te riskeren,
maar ze ten zuiden van de Chinese muur terug te trekken.
Tegen de jaarwisseling hadden de Japanners heel Mantsjoerije in handen.





Kaartje uit het boek van Jonathan Spence dat illustreert hoe Japan Mantsjoerije in handen kreeg (David Lindroth is de maker van dit kaartje).





Wikipedia

Hu Hanmin (born in Panyu, Guangdong, China, December 9, 1879; died in Guangdong, China, May 12, 1936) was one of the early leaders of Kuomintang (KMT), and a very important right-winger in Kuomintang.
Hu was elected to be a central executive committee member in the first conference of Kuomintang in January, 1924. In September, he acted as vice generalissimo, when Sun Yat-sen left Guangzhou to Shaoguan. Sun died in Beijing in March, 1925, and Hu was one of the three most powerful figures in Kuomintang. The other two were Wang Jingwei and Liao Zhongkai. Liao was assassinated in August of the same year, and Hu was suspected and arrested. After the Ninghan split in 1927, Hu supported Chiang Kai-Shek and was head of Legislative Yuan in Nanjing.
Later in February 28, 1931, he was placed under house arrest by Chiang because of disputes over the new provisional constitution.



China reisverslag / travelogue 60

Een van de gebouwen in de Keizerlijke stad in Shenyang heet
het Wensu Pavilion.

The Wensu PavilionThe Wensu Pavilion, constructed from 1782 – 1783, was one of the seven pavilions where Complete Library of Four Branches of Books was kept. Wensu Pavilion was constructed in imitation of the Tianyi Pavilion in Ningbo of Zhejiang Province. The name ‘Wensu’ (comes) from a poem of the Zhou Dynasty (and) corresponds with the status of Shenyang as the ‘birthplace’ of the Qing Dynasty.

Het Wensu Paviljoen.
Dit pavilion is in 1782/1783 gebouwd en was een van de 7 plaatsen
waar de Keizerlijke familie de zogenaamde ‘Complete Library of Four Branches of Books’ bewaarden.
Het paviljoen is gebouwd als een imitatie
van het Tianyi Pavilion in Ningbo.
De naam ‘Wensu’ is afkomstig van een gedicht uit de Zhou Dynasty
en benadrukt de status van Shenyang als geboorteplaats van de Qing Dynastie.
Boeken waren kostbaar en kwetsbaar.
Kostbaar omdat ze helemaal met de hand werden gemaakt.
Kwetsbaar omdat ze niet bestand zijn tegen brand of water enz.
Daarom liet Keizer Qianlong een grote groep wetenschappers
een complete bibliotheek samenstellen
met de hoogtepunten van de Chinese cultuur:
de klassieken (klassieke Chinese teksten)
de geschiedenissen (geschiedenis en geografie)
de meesters (filosofie en wetenschap)
de verzamelingen (hoogtepunten van de Chinese literatuur)
In het Chinees heet het Siku Quanshu en de meest gebruikte
Engelse titels zijn:
Imperial Collection of Four, Emperor’s Four Treasuries, Complete Library in Four Branches of Literature,or Complete Library of the Four Treasuries.
Nadat de werken waren geselecteerd werden ze zorgvuldig gekopieerd.
Meer dan 36.000 boeken vormden de bibliotheek en er werden
vier kopieen gemaakt:
1 voor de Verboden Stad in Beijing en 1 voor Shenyang,
en nog twee voor andere steden.
In totaal ging het om 2,3 miljoen pagina’s en omgerekend
zo’n 800 miljoen Chinese karakters.
Dan moet je dus flink doorschrijven!
Voor de versie van Shenyang werd onder andere het Wensu paviljoen gebouwd.
In 1781 was dit werk (na 7 jaar) gereed.
Later zouden nog drie kopieen worden gemaakt.
In de loop van de geschiedenis zijn er versies verloren gegaan
of meegenomen naar Taiwan.


De boekenkasten in Wensu Pavilion. In Beijing, in de Verboden Stad had ik geen tijd om op zoek te gaan naar de bibliotheek. In Beijing zelf was er geen tijd om de boekcollecties te gaan bekijken. Maar hier in Shenyang heb ik dan in ieder geval een traditionele bibliotheek gezien.


Zou dat de plaats geweest zijn van de bibliothecaris? Doet mij denken aan hoe de bibliotheek vroeger in Breda functioneerde. Ik herinner me dat ik er een keer naar toe ben geweest met mijn vader. Eerst zocht je in kaartenbakken naar de titel van het boek. Op het kaartje stond ook een plaatsaanduiding. Dat gaf je dan aan de bibliothecaresse die achter een toonbank stond. Vervolgens ging zij in de vele boekenkasten het boek zoeken en als het boek gevonden was, werd het uit de kast gehaald en op de plaats van het boek werd een houten latje gezet. Dan werd het boek aan de klant overhandigd om te kijken of dit het boek was wat je zocht. Internet is tegewoordig veel sneller gelukkig.


Een kraanvogel.