Museum Prinsenhof in Delft – Verboden porselein

De tentoonstelling ‘Verboden porselein’ is de tweede tentoonstelling
die ik in korte tijd bezoek met als onderwerp China en porselein.
Karakteristiek aan deze tentoonstelling is dat het eigenlijk een archeologische
tentoonstelling is.
De voorwerpen komen niet uit een bekend museum met een perfecte collectie.
De voorwerpen komen uit Jingdezhen, een van de geboorteplaatsen
van het porselein.
Daar heeft men de afgelopen jaren een aantal oude werkplaatsen en vooral ovens
opgegraven en die brachten enorme hoeveelheiden scherven aan het daglicht.
En ook in dit geval scherven die geluk brengen.
Want vaak waren het hele of nagenoeg hele voorwerpen.
De kwamen uit de keizerlijke ovens, zijn dus helemaal gemaakt volgens
de Chinese traditie met het juiste materiaal en de juiste kleuren.
De schilders zijn dezelfde schilders als van de voorwerpen in de ‘perfecte’
musea.

 photo WP_20170414_036MeipingChineesPorseleinChenghua1464-1487.jpg

Meiping, Chenghua, 1464 – 1487, Chinees porselein.

 photo WP_20170414_037MeipingChineesPorseleinChenghua1464-1487.jpg

Meiping, Chinees porselein.
Chenghua 1464 – 1487.

 

In China zijn draken de brengers van geluk en deze mythische dieren komen in verschillende variaties voor op het keizerlijk porselein.
Als een Chinese draak vijf tenen heeft, gaat het om een keizerlijke draak.
Deze mag alleen voor de Chinese heerser gebruikt worden.
Draken met vier tenen worden gebruikt voor prinsen en buitenlandse koningen, die met drie tenen zijn voor het gewone volk.

 

Collectie: Imperial Porcelain Museum, Jingdezhen


Soms is er iets mis gegaan bij het bakken of bij een ander onderdeel van het
productieproces. Maar als je de scherven weer samenvoegt, heb je Chinees porselein
met een bijzonder verhaal. Dat verhaal wordt nu verteld in het
Prinsenhof in Delft.

Ook in deze tentoonstelling wordt oud porselein gecombineerd met
werk van jonge Chinese en Nederlandse kunstenaars.
Werkend vanuit de oude traditie maar met nieuwe, moderne invalshoeken.

 photo WP_20170414_038HuangZaiyun.jpg

Huang Zaiyun.

 photo WP_20170414_039HuangZaiyun.jpg

HuangZaiyun

 

Huang Zaiyun (Hunan, 1984) studeerde keramiek aan de universiteit van Jingdezhen.
Na haar opleiding startte ze haar eigen studio.
Zaiyun is bijzonder geinteresseerd in de talloze traditionele ambachten in de keramiek.
Omdat deze ook in China dreigen te verdwijnen, doorkruist zij het land om ze te documenteren en zich, zo mogelijk, meester te maken.
Haar onconventionele ontwerpen zijn hedendaags en uniek.

 

Huang Zaiyun werkte in Royal Delft voornamelijk aan zelfgemaakte, handgevormde objecten die zij beschilderde op de traditionele wijze die ze geleerd heeft in Jingdezhen.
Zij combineerde die objecten met vanuit China meegenomen eeuwenoude scherven kostbaar porselein uit de Ming- en Qing-dynastie.
Ze omschreef dit proces als ‘een zaadje uit de oudheid van het blauw-witte porselein, dat tot bloei komt in mijn hedendaagse, Nederlandse keramiek’.
Hiermee wil ze ingaan op de relatie tussen Nederland en China en verbindt ze het verleden met het heden.

 photo WP_20170414_042HuangZaiyun.jpg

Huang Zaiyun.


 photo WP_20170414_040YinJiulong.jpg

Yin Jiulong.

 photo WP_20170414_041YinJiulong.jpg

Yin Jiulong

 

Yin Jiulong (Sichuan, 1975) studeerde grafisch ontwerp aan de universiteit van Chengdu.
Hij ontwikkelde zich tot een van de meest succesvolle ontwerpers van China en is niet weg te denken uit de glossy bladen, van social media en tv.
In zijn werk verbindt bij kunst, ontwerp en dagelijks leven met elkaar.
Hij produceert naast keramisch gebruiksgoed ook verlichting, kleding en schoenen.

 

Tijdens zijn Artist in Residence-periode bij Royal Delft werd hij geconfronteerd met een totaal nieuwe werkwijze.
Gewend aan ontwerpen met schone handen en talloze assistenten, moest hij nu zelf aan de slag.
Nieuwsgierig, ondernemend en intelligent gebruikmakend van de aanwezige vormen en mallen bij de fabriek, ontwikkelde hij een serie verrassende objecten.
Ook experimenteerde hij met slib- en druiptechnieken en maakte hij gebruik van boeddhistische symbolen.
Wat kleuren betreft beperkte hij zich doeltreffend tot witte en blauwe glazuren met hier en daar een accent in goud.


Af en toe wordt de tentoonstelling afgewisseld met een voorwerp
uit een van de ‘perfecte’ musea.
Vooral om thema’s of vormen te ondersteunen en verduidelijken.

 photo WP_20170414_045SchotelYuan1279-1368Porselein.jpg

Schotel, Yuan, 1279 – 1368, porselein.

Schotel, porselein.
Yuan, 1279 – 1368.

 

Dit stuk laat de kwaliteit zien van het porselein dat tijdens de Yuan-dynastie gemaakt wordt.
De decors op porselein bestaan voor een groot gedeelte uit gelukssymbolen die afkomstig zijn uit het boeddhisme en taoisme.
Aangezien de latere Chinese keizers en bevolking dezelfde religies belijden, blijft het motief van dit fabeldier, ook wel ‘qilin’ genoemd, in gebruik op het porselein in het paleis en daarbuiten.

 

Collectie: Rijksmuseum Amsterdam, inv.nr. AK-RBK-1965-88.

 photo WP_20170414_045SchotelYuan1279-1368PorseleinDetail.jpg

Qilin.


 photo WP_20170414_047DavidDerksen.jpg

David Derksen. Niet van al zijn werk was ik meteen weg (ingepakt porselein als kunstwerk?) maar deze mallen met keramiekkleurstof vond ik mooi.

 photo WP_20170414_048DavidDerksen.jpg

David Derksen

David Derksen (Haarlem, 1983) is in 2009 afgestudeerd aan de Design Academy Eindhoven en rondde in 2011 zijn master Industrial Design af aan de TU Delft.
Tijdens zijn studie startte hij zijn studio in Rotterdam, waar hij onder meer verlichting en meubels ontwerpt.
Graag wisselt hij industrieel ontwerp af met meer experimenteel werk, waarin hij de grenzen van het materiaal opzoekt.

 

Tijdens zijn verblijf in Jingdezhen heeft David Derksen zich laten inspireren door twee thema’s, namelijk de schoonheid van imperfectie en het stapelen/verpakken.
Op basis van misbaksels, die bestaan uit aan elkaar gesmolten en vervormde stapels porselein, maakt hij een serie nieuwe objecten.
De vervorming en verbinding van losse elementen is hierbij met opzet gedaan, op een min of meer gecontroleerde manier.

 

Geinspireerd op hoe porselein wordt verpakt in Jingdezhen, heeft Derksen daarnaast een serie stapelingen gemaakt waarbij losse elementen verbonden zijn door lint of bamboe.
Zij vormen zo een nieuwe interpretatie van een kandelaar uit de keizerlijke collectie (Zhengde, 1505 – 1521, collectie: Archeologisch Instituut Jingdezhen).


 photo WP_20170414_049MonnikskapkanXuande1425-1435Porselein.jpg

Monnikskapkan, Xuande, 1425 – 1435, porselein.

Monnikskapkan, porselein, Xuande (1425 – 1435).

 

De vorm van de monnikskapkan is gekopieerd van voorwerpen die worden gemaakt tijdens de regering van Yongle.
Dit type object is afkomstig uit Tibet en wordt geassocieerd met de boeddhistische monniken daar.
Deze kan is beschreven in Sanskriet, de filosofische taal van onder andere het boeddhisme, wat wederom een verwijzing is naar de contacten van Yongle met Tibet.
Er wordt aangenomen dat Yongle dit type kannen liet maken als cadeau voor de invloedrijke lama Halima.

 

Collectie: Archeologisch Instituut, Jingdezhen.


De voorwerpen staan helaas niet zo duidelijk op de foto en
Marianne Thieme moet maar even niet kijken.
Dit zijn krekeldoosjes van porselein.

 photo WP_20170414_051KrekeldozenHelaasIsDeFotoNietZoMooi.jpg
 photo WP_20170414_052Krekeldozen.jpg

Van links naar rechts:

Krekeldoos, porselein, Xuande (1425 – 1435).

 

Keizer Xuande is een groot liefhebber van krekels.
Deze doos met de keizerlijke draak is zeker voor hem bedoeld, maar is niet door de keuring gekomen.
Xuande houdt van gokken en krekelgevechten lenen zich hier goed voor.
Het is van belang om een sterke krekel te kweken en deze goed te verzorgen in een mooi porseleinen doosje.

 

Collectie: Archeologisch Instituut, Jingdezhen.

 

Krekeldoos, porselein, Xuande (1425 – 1435).

 

Deze krekeldoos is gedecodeerd met vliegende phoenixen.
Niet alle objecten worden aan de buitenzijde gemerkt met het zes-karaktermerk van de keizer.
Deze doos heeft het regeringsmerk van Xuande aan de binnenzijde van de deksel.

 

Collectie: Archeologisch Instituut, Jingdezhen.

 

Krekeldoos, porselein, Xuande (1425 – 1435).

 

Sommige afbeeldingen verwijzen naar Chinese verhalen of gedichten.
Op deze doos zitten twee wielewalen in een boom.
De vogels staan bekend om hun mooie zangstem.
Het gedicht waar naar wordt verwezen, heeft als titel ‘Lente klaagzang’ en gaat over het liefdesverdriet van een dame die haar man moet missen.
De keizer heeft hem naar het begin van de zijderoute gestuurd.

 

Collectie: Archeologisch Instituut, Jingdezhen.


 photo WP_20170414_053PenselenbakjeXuande1425-1435Porselein.jpg

Penselenbakje, porselein, Xuande (1425 – 1435).

 

Kalligrafie is een geliefde bezigheid van keizer Xuande.
Hiervoor heeft hij inkt, penselen en water nodig.
Het decor in dit bakje waarin de penselen worden gewassen, stelt een vijver met vissen voor waarin lotusbloemen groeien.
Hiermee wordt de gebruiker een goed resultaat gewenst.

 

Collectie: Archeologisch Instituut Jingdezhen.


 photo WP_20170414_055SchotelYongle1402-1424Porselein.jpg

Schotel, porselein, Yongle, (1402 – 1424).

 

Bij het decor van deze schotel staat een pijnboom centraal in een landschap of tuin.
Het houden van tuinen is een belangrijke bezigheid in China.
Ook bij het keizerlijk paleis hoort een grote tuin die wordt gebruikt bij activiteiten zoals boogschieten of het spelen van spelletjes.

 

Collectie: Archeologisch Instituut, Jingdezhen.


 photo WP_20170414_058HansVanBentemImperialStacksJingdezhen2017Porselein.jpg

Hans van Bentem, Imperial Stacks, Jingdezhen, 2017, porselein.

 photo WP_20170414_059HansVanBentemImperialStacksJingdezhen2017Porselein.jpg

 photo WP_20170414_060HansVanBentem.jpg

Hans van Bentem

 

Hans van Bentem (Den Haag, 1965) werkt sinds zijn afstuderen aan de Haagse kunstacademie aan monumentale sculpturen, omvangrijke installaties en lichtobjecten.
Hiervoor gebruikt hij liefst klassieke, traditionele materialen.
Om die reden is hij altijd op zoek naar ambachtelijke ateliers en eeuwenoude technieken, en verdiept hij zich in brons uit India, houtwerk uit Senegal en porselein uit China.

 

Hans van Bentem komt al sinds 2006 in Jingdezhen en realiseerde daar, met hulp van plaatselijke ambachtslieden, grote series werk in porselein.
Met deze ervaring ontwikkelde hij als Artist in Residence het werk Imperial Stacks.
Het bestaat uit drie stapelingen van elk drie losse objecten, die van samenstelling zouden kunnen veranderen.
Deze interactieve groep sculpturen verwijst in vorm en decoratie naar symbolen uit de Chinese (Keizerlijke) cultuur en maken tegelijkertijd deel uit van de kenmerkende hedendaagse beeldtaal waar van Bentem bekend om staat.

 photo WP_20170414_062HansVanBentemImperialStacksJingdezhen2017Porselein.jpg

Hans van Bentem, Imperial Stacks, Jingdezhen, 2017, porselein.


 photo WP_20170414_063SchotelChenghua1464-1487Porselein.jpg

Schotel, Porselein, Chenghua (1464 – 1487).

 

In de Chinese dierenriem is de draak het belangrijkste wezen en daarom ook het symbool van de keizer.
Een keizerlijke draak heeft vijf tenen, maar hier heeft de porseleinschilder een foutje gemaakt.
Een van de klauwen heeft namelijk zes tenen.
Dit wordt gezien als een ware belediging van de keizer en het bord is dan ook vernietigd.

 

Collectie: Archeologisch Instituut, Jingdezhen.

 photo WP_20170414_063SchotelChenghua1464-1487PorseleinDeDraakMetDeZesTenen.jpg

Draak met de zes tenen (rechts op de foto in een soort ‘cirkeltje’. Dat mag natuurlijk niet.


 photo WP_20170414_065BordChenghua1464-1487Porselein.jpg

Bord, Porselein, Chenghua (1464 – 1487).

 

De gebruikte decors op het porselein van Keizer Chenghua laten duidelijk zien dat hij taoistische en boeddhistische religies aanhangt.
Zeker het Sanskriet op dit bord geeft de meditatieve kant van het boeddhisme weer.
De latere keizer Jiajing (1521 – 1567), die vooral taoist is, breekt met deze traditie van de vroege Ming en verbiedt het boeddhisme in China.

 

Collectie: Archeologisch Instituut, Jingdezhen.


Ook bij deze tentoonstelling is er geen catalogus.
Dat is heel erg jammer.
Hopelijk is het geld dat een museum normaal gesproken
in een catalogus steekt naar het Artists in Residence programma
gegaan van de Chinese en Nederlandse kunstenaars.

 photo WP_20170414_067MaaikeRoozenburg.jpg

 photo WP_20170414_068MaaikeRoozenburg.jpg

Maaike Roozenburg

 

Na haar afstuderen aan de Gerrit Rietveld Academie richtte Maaike Roozenburg (Delft, 1979) haar eigen studio op.
Ze werkt aan producten en projecten op het snijvlak van design, erfgoed en digitale technologieen.
Met haar ontwerpen wil ze historische gebruiksvoorwerpen en hun verhalen terugbrengen in het dagelijks leven.
Vaak zoekts ze daarbij samenwerking op met wetenschappers, archeologen, ambachtslieden en programmeurs.

 

Roozenburg heeft in Jingdezhen gewerkt aan twee projecten:
Voor ‘Kommen voor de keizer’ heeft ze zich verdiept in de zo karakteristieke gekleurde glazuren van keizerlijk porselein.
Samen met de ambachtslieden van Jindezhen heeft zij een selectie kommen gereproduceerd volgens de methode van weleer, en ze vervolgens geglazuurd in edelsteenblauw, krabpantsergroen en Youli-rood.
Voor ‘True replicas, to Delft and back’ werkte ze samen met de TU-Delft.
Zij maakte 3D-scans en -prints van porseleinen voorwerpen die gemaakt zijn in 17de-eeuws China en opgegraven in Delft.
Op basis hiervan maakte ze samen met de ambachtslieden van Jingdezhen nieuwe ontwerpen.


China reisverslag / travelogue 18

The Ming Tombs, De Ming graven; introductie: 03/10/2009

De Minggraven liggen buiten Beijing.
Prachtig in een dal bij elkaar.
Een (1) graf is opgegraven.
Dat graf heet Dingling.
Het is het graf van drie mensen:
keizer Wan Li, keizerin Xiao Duan Xian en keizerin Xiao Jing


Keizer Wan Li.


Keizerin Xiao Duan Xian.


keizerin Xiao Jing.


Hier volgt een introductie op de Ming graven:

Minggraven

Er zijn op zo’n 40 – 50 kilometer afstand van Beijing
in de heuvels, 13 Ming graven.
Dertien graven van keizers uit de Ming dynastie (1368 – 1644).
In totaal lagen er 13 keizers, 23 keizerinnen en 1 concubine begraven.
Het Tianshoushan Hill gebied is zo’n veertig vierkante kilometer groot.
Het grootste grafcomplex is dat van Changling.
Drie complexen zijn voor het publiek open.
Een daarvan, Dingling, is ook opgegraven.
In Dingling lag keizer Zhu Yijang (1563 – 1620) begraven,
wiens keizernaam Wanli is.

De dertien graven liggen in een heuveldal
dat origineel afgesloten was met een muur en een poortgebouw.

Al voor het poortgebouw kwam men bij een herinneringsboog.
(bogencomplex is misschien een betere naam
want er zijn 5 doorgangen)
Bij het poortgebouw staat een stele die bezoekers gebiedt
van hun paard af te stappen.

Vervolgens was er de Heilige weg (Sacred Way)
met levensgrootte beelden van mensen en dieren
aan beide kanten.
De vertaling van de naam van deze weg
is moeilijk. Misschien is ‘sacrale weg’ of ‘processieweg’
een betere vertaling.
Maar ik las ook op een site de term: ‘STRAAT VAN DE GEESTEN’
en weer ergens anders ‘Pad der zielen’.

Dan volgt het zogenaamde ‘paviljoen met de stele’.
Een ‘Stele’ is de archeologische term voor een,
meestal uit een stuk steen of hout gehouwen tablet of pilaar,
met daarin een in relief gebeeldhouwde voorstelling en/of tekst.
In het geval van de Minggraven staat hierop het levensverhaal
van Keizer Zhu Di (keizer Yongle, de bouwer van zowel
de Verboden Stad als van de eerste gebouwen van dit complex).

Na de Heilige weg is er nog een herdenkingsboog (Lingxing) waarna
de individuele grafcomplexen volgen.

De individuele grafcomplexen bevatten een aantal standaard onderdelen:
– toegangspoort;
– herdenkings- of ceremoniele gebouwen;
– herdenkingsboog of bogen;
– altaar;
– Toren van de Ziel (Soul tower);
– de grafheuvel met het zogenaamde ondergrondse paleis.

Opgraving van het Dingling graf.

Het Dingling grafcomplex is een van de dertien grafcomplexen
van de Ming dynastie die bij elkaar liggen in de heuvels
ongeveer 50 kilometer buiten Beijing.
Ding Ling betekent letterlijk ‘Graf van de stabiliteit’.
Dingling is het grafcomplex van keizer Wanli.
Het is het enige complex dat is opgegraven.
Het is ook het enige keizerlijke graf
dat sinds de oprichting van de Volksrepubliek China is opgegraven.
De redenen daarvoor hebben direct te maken
met de resultaten van de opgravingen van Dingling
en de gebeurtenissen die daar mee samenhingen.

De opgravingen van Dingling begonnen in 1956
nadat een groep archeologen en wetenschappers
onder leiding van Guo Motuo en Wu Han
hadden aangegeven dat het een goed idee was
om het Changling grafcomplex te onderzoeken.
Changling is het grootste en oudste complex
van de 13 Ming graven op Tianshoushan Hill,
Changling is het grafcomplex van Keizer Yongle.
Ondanks de goedkeuring van premier Zhou Enlai
werd het idee door archeologen verworpen vanwege
het belang en het hoge publieke profiel van Changling.
In plaats daarvan werd besloten Dingling,
het derde grootste complex, op te graven als
test en voorbereiding voor een latere opgraving van Changling.
De opgraving werd afgerond in 1957 en het museum
werd geopend in 1959.

Bij de opgraving kwam een graf te voorschijn dat volledig in tact was
waarin duizenden voorwerpen werden gevonden van zijde,
textiel, hout en porselein.
En de stoffelijke resten van Keizer Wanli en zijn twee keizerinnen.
Echter men had niet de beschikking tot de technieken en middelen
om al die voorwerpen op een juiste manier te conserveren.
Na een aantal rampzalig verlopen experimenten werd
een grote hoeveelheid zijde en textiel opgeslagen
in een magazijn waarin water lekte en de wind vrij spel had.
Als een gevolg daarvan zijn de meeste van de overgebleven voorwerpen
in zeer slechte staat en worden replica’s getoond in het museum.
Bovendien werd door de politiek een grote druk op de opgraving uitgeoefend
om snel met resultaten te komen en de opgraving af te ronden.
Door die haast is de documentatie van de opgraving mager.

Het project kreeg nog met een groter probleem te maken
als politieke massabewegingen het land in zijn greep krijgt.
Dit escaleert in de Culturele Revolutie in 1966.
In de tien jaar daarna lag al het archeologisch werk stil.
Wu Han, een van de belangrijkste pleitbezorgers van het project
werd het eerste belangrijke doelwit van de Culturele Revolutie.
Zijn werk werd aan de kaak gesteld en hij stierf in 1969 in de gevangenis.
Fanatieke Rode Gardisten bestormden het Dingling museum
en sleepten de stoffelijke resten van Wanli en de keizerinnen
uit het museum, stelden hun daden postuum aan de kaak,
en verbrandden de resten.
Vele andere archeologische voorwerpen werden toen vernietigd.

Pas in 1979, na de door van Mao Zedong
en na het einde van de Culturele Revolutie,
vervolgden de archeologen serieus hun werk en werd
uiteindelijk het opgravingrapport opgesteld door
die archeologen die alle onrust overleefd hadden.

De lessen die werden getrokken uit de Dingling opgraving
leidde tot een nieuw beleid van de regering van de Volksrepubliek China.
Daarin wordt er van uit gegaan dat er geen opgravingen meer plaatsvinden
behalve dan als het om een reddingscampagne gaat.
Als een gevolg hiervan is er geen toestemming meer verstrekt
om keizerlijke graven op te graven, ook niet als men per ongeluk
op een ingang stuit zoals dit bij Qianling het geval was.
Het originele plan om na Dingling Changling op te graven
wordt niet uitgevoerd.


Alle afbeeldingen in deze log komen uit dit boek dat ik kocht bij mijn bezoek aan Dingling.


Wikipedia;

Excavation of Dingling tomb

Dingling tomb is one of the 13 Ming Dynasty Tombs.
Dingling (literally “Tomb of Stability”), one of the tombs at the Ming Dynasty Tombs site, is the tomb of the Wanli Emperor. It is the only one of the Ming Dynasty Tombs to have been excavated. It also remains the only imperial tomb to have been excavated since the founding of the People’s Republic of China, a situation that is almost a direct result of the fate that befell Dingling and its contents after the excavation.

The excavation of Dingling began in 1956, after a group of prominent scholars led by Guo Moruo and Wu Han began advocating the excavation of Changling, the tomb of the Yongle Emperor, the largest and oldest of the Ming Dynasty Tombs. Despite winning approval from premier Zhou Enlai, this plan was vetoed by archaeologists because of the importance and public profile of Changling. Instead, Dingling, the third largest of the Ming Tombs was selected as a trial site in preparation for the excavation of Changling. Excavation completed in 1957, and a museum was established in 1959.

The excavation revealed an intact tomb, with thousands of items of silk, textiles, wood, and porcelain, and the skeletons of the Wanli Emperor and his two empresses. However, there was neither the technology nor the resources to adequately preserve the excavated artifacts. After several disastrous experiments, the large amount of silk and other textiles were simply piled into a storage room that leaked water and wind. As a result, most of the surviving artifacts today have severely deteriorated, and replicas are instead displayed in the museum. Furthermore, the political impetus behind the excavation created pressure to quickly complete the excavation. The haste meant that documentation of the excavation was poor.

A severer problem soon befell the project, when a series of political mass movements swept the country. This escalated into the Cultural Revolution in 1966. For the next ten years, all archaeological work was stopped. Wu Han, one of the key advocates of the project, became the first major target of the Cultural Revolution, and was denounced, and died in jail in 1969. Fervent Red Guards stormed the Dingling museum, and dragged the remains of the Wanli Emperor and empresses to the front of the tomb, where they were posthumously “denounced” and burned. Many other artifacts were also destroyed.

It was not until 1979, after the death of Mao Zedong and the end of the Cultural Revolution, that archaeological work recommenced in earnest and an excavation report was finally prepared by those archaeologists who had survived the turmoil.

The lessons learned from the Ding Ling excavation has led to a new policy of the People’s Republic of China government not to excavate any historical site except for rescue purposes. In particular, no proposal to open an imperial tomb has been approved since Dingling, even when the entrance has been accidentally revealed, as was the case of the Qianling Mausoleum. The original plan, to use Dingling as a trial site for the excavation of Changling, was abandoned.

 


Dingling vanuit de lucht.


Dingling: ondergrondse grafkamer in de huidige staat.


Dingling: zwart/wit foto van dezelfde grafkamer ten tijde van de opgraving eind jaren ’50.


Foto van een ander graf: Maoling. Daar ben ik zelf niet geweest maar als je foto mag geloven is dit graf in een veel mindere staat dan Dingling


Reconstructie van een keizerlijk kleed met het ‘honderd kinderen patroon’.

Detail.


Reconstructie van de ‘Phoenix kroon’.

Detail.


Reconstructie van de gouden keizers kroon.


Het zogenaamde ‘Danbi’ vloer.

Deze wordt ook wel de ‘stone painted floor’ genoemd,
de met steen geschilderde vloer.


 

China reisverslag / travelogue 16

The Sacred Way: 03/10/2009

Na de lunch gaan we naar de Ming tombs.
Maar voor je daar aankomt, kun je langs de Sacred Way gaan.

De graven van de Mingkeizers liggen verspreid in een natuurlijk
gevormde kom in de heuvels.

Verspreid tussen en tegen de heuvels liggen de Ming graven.
Ieder ‘graf’ is in feite een grafcomplex bestaande uit poorten,
tempels, altaren, een grafheuvel, ondergrondse grafruimtes,
een ommuring, paden en wegen, torens enz.

Die ‘kom’ in de heuvels heeft een natuurlijke bescherming: de heuvels zelf.
De natuurlijke ingang is op een plaats waar geen heuvel is.
Daar staat een soort poortgebouw en er is een muur gebouwd
tussen de heuvels in.
Dit was een te bewaken gebied.

Naar het poortgebouw loopt een weg: de Sacred Way (Heilige weg).
Aan beide zijde van de weg staan meer dan levensgrootte beelden.
Nog voor je op de Sacred Way komt staat er een grote poort.


Hier zie je een schematisch voorstelling van de ‘kom’ met de Minggraven. Bij de witte pijl, links achteraan, bevindt zich ‘Dingling’ (Tomb of Stability, Tombe van de stabiliteit), een van de Minggraven. Dit graf is open voor het publiek.

Anders dan bijvoorbeeld in de Vallei der Koningen (Luxor, Egypte)
zijn de keizers niet opgegraven.
De graven zijn, op een na, nog volledig intact.


Dezelfde afbeelding maar dan nu wat ingezoomd op het begin van de Sacred Way.

Linksonder begint de route naar de graven met een grote poort.
Even verderop gevolgd door een poortgebouw.
Van het poortgebouw lopen aan weerszijde muren naar de heuvels toe.
Daarachter het zogenaamde Stele paviljoen.
Daar staat een enorme stenen schildpad met op zijn rug een pilaar
met een tekst ter ere van de keizer die hier begon met bouwen
en die ook de Verboden Stad bouwde: de Yongle keizer.
Daarachter begint de Sacred Way met aan beide kanten de beelden.


Voorkant kaartje.


Achterkant.


Het Stele paviljoen zoals het te zien is in een toeristische gids: The Ming Tombs.


Bij de Sacred Way aangekomen staan er borden die uitleggen wat er te zien zal zijn.


Alle beelden worden opgesomd.


Het Stele paviljoen.


Detail van de opsomming van de beelden.


Het Stele paviljoen is een gebouw dat een enorme massieve indruk maakt en een dubbel dak heeft.


Mooie schilderingen.


Stele paviljoen.

Vertaling van de tekst:

Stele pavilion of the divine merits and sacred virtue of Changling

Stelepaviljoen van de goddelijke verdiensten
en heilige waarden van Changling
(Changling is de naam van de tombe van de Yongle keizer)

Het gebouw is aangelegd in het tiende jaar (1435)
van de regering van Keizer Xuande. Ming dynastie.
Tijdens de reparaties die tijdens het 50ste tot 52ste jaar (1785 – 1787)
van de regering van keizer Qianlong werd het originele houten gebouw
vervangen door een stenen gebouw omdat het dak was ingestort.
In het paviljoen staat een stele.
De tekst op de voorkant is opgesteld door keizer Zhu Gaochi
en gegraveerd door de kalligraaf Cheng Nanyun.
Deze tekst van 3000 woorden verteld over de prestaties
van Keizer Zhu Di die begraven ligt in de Changling tombe.
De tekst op de achterkant en de zijkanten
bestaan uit gedichten van Keizer Qianlong en Keizer Jiaqing.
Een pilaar ter versiering, gehakt uit wit marmer,
staat bij iedere hoek van het paviljoen.
Deze pilaren worden Huabiao genoemd.


De schildpad en de stele op zijn (haar?) rug.


Er werd me uitgelegd dat de keuze voor een schildpad niet toevallig is: een schildpad is langzaam en wordt heel oud. Dat kun je uitleggen als bestendig, constant, eeuwig, standvastig, trouw, betrouwbaar, onwankelbaar, wijs. Bovendien is de schildpad een van de vier hemelse dieren.


Huabiao.


Het begin van de heilige weg.





Kameel.


Olifant.


En nog een.


Fabeldier: Qilin.


Een aantal dieren zijn in een knielende en een staande houding afgebeeld.


Het paard.


Ook staan er militairen, hoge ambtenaren en geleerden afgebeeld.



Pasfoto 1.



Dit is een mooie foto uit de toeristische gids die ik bij de Ming tombs heb gekocht.


Aan het einde van de weg kom je bij de Dragon and Phoenix Gate. De poort van de Draak en de Feniks. De draak is het symbool van de keizer, de feniks van de keizerin. De officiele naam is de Lingxing gate.


Lingxing Gate.


Lingxing Gate.

Vertaling van dit bord:

De Draak en Feniks-poort.

In oude tijden symboliseerde deze poort de adel van het keizerlijk systeem.
In plaats van het woord ‘adel’ kun je denk ik ook wel
het Nederlandse woord ‘nobelheid’ lezen.
De poort werd in de gewone omgang ‘De poort van de hemel’ genoemd.
Dit type ‘gebouw’ kom je meestal tegen
in belangrijke architectonische complexen zoals voormalige keizerlijke paleizen,
tempels en mausoleums om verering te tonen.


Eenmaal door de poort kom je bij een toeristische markt. In China hoef je geen zorgen te hebben dat mensen opdringering zijn om je iets aan te praten. Ieder blijft in zijn kraam, achter de koopwaar en probeert dan je dingen te verkopen.


Maar als ik er ben is het niet druk. De handelaars zitten rustig te kaarten.