Dit was het beeld eerder deze week.
Dit was vanmorgen.
Dit was vanavond. Het feest kan beginnen zou je denken.
De afgelopen week zijn een paar foto’s tussen de boeken,
de fresco’s en de operavoorstellingen vergeten geraakt.
Een korte inhaalslag.
De voortdurende graafwerkzaamheden aan de Verlengde Mark in Breda.
De verkeersdrukte op de Grote Markt in Breda.
De steigers tegen de Grote Kerk.
Het netwerk van Nederland ontrolt zich. Markendaalseweg.
Breda, Karnemelkstraat.
Breda, St Janstraat met verder op de Ridderstraat met Barones.
Met dit bericht sluit ik mijn serie van indrukken van de
tentoonstelling ‘Gordel van papier’ af.
Het vorige bericht eindigde met dezelfde titel als waarmee
dit bericht begint.
Gordel van papier in het Huis van het Boek in Den Haag. Imam Soepardi, Bung Karno sebagai Kokrosono, Surabaja, Pustaka Nasional, circa 1948.
Tjantrik Mataram, Peranan Ramalan Djojobojo dalam revolusi kita, Bandung, Masa Baru, 1950.
Bijna afsluiten met Paulus de Boskabouter is dan een verrassing. Die had ik niet op deze tentoonstelling verwacht. Jean Dulieu, Reksosiswolo en rusil, Pengalaman pak kerdil dengan si manis, Djakarta, etc. Penerbitan dan Balai Buku Indonesia (De Moderne Boekhandel Indonesia), 1952.
Het laatste boek is dan zowat het boek waarmee ik ook begon:
Op de tentoonstelling is ook ruimte voor de eigen creativiteit:
Bij veel zaken hoor je dat je het getoonde niet thuis mag proberen. Maar voor dit geldt dat je het naschrijven/tekenen van de prachtige letters zowel op de tentoonstelling als thuis kunt doen.
In een van de grote paleizen die op mij de indruk van een vesting maken
is een kapel te zien van de Medici-familie. De kapel is helemaal
ingericht rond het thema Kerstmis.
Met een kerstscene als altaarstuk en de overige drie wanden
gevuld met de drie koningen die onderweg zijn van Jeruzalem
naar Bethlehem.
Die stoet van koningen met allerlei mensen die hen begeleiden
is een voorstelling die het midden houdt tussen een jachtpartij
en een processie.
Tussen al die mensen zijn de gelaatstrekken van de Medici zichtbaar
samen met een groot aantal tijdgenoten. Zie ons eens onderweg zijn!
Filippo Lippi, Adoration in the forest (copy), 1459. Deze uitvoering is een kopie. Het origineel is in Berlijn. Maar dit is de gebeurtenis die centraal staat bij Kerstmis: de geboorte van Christus en de presentatie van het kind aan de wereld in de vorm van herders en koningen.
De herders zijn in de kapel ook aanwezig. Benozzo Gozzoli schildert van hen in dit smalle deel van de kapel. Het paleis waarin de kapel zich bevindt is een ontwerp van Michelozzo waarvan in een eerder bericht de bibliotheek te zien was.
Florence, Palazzo Medici Riccardi, architect Michelozzo, schilder van de fresco’s is Benozzo Gozzoli. De fresco’s zijn rond 1459 afgerond. The Magi Chapel, Caspar (waarvoor waarschijnlijk Lorenzo il Magnifico model stond).
Direct achter de koning Casper zien we twee heren met rode mutsen: Cosimo en Piero.
Balthasar.
In de fresco’s is ook plaats voor dieren. Zoals hier bij deze vijver.
De meeste vogels en ook de eens (is dat een vogel?) zijn volgens mij goed gelukt.
Zelf kan ik niet tekenen maar de kop van deze vogel is wel bijzonder.
Het engelenkoor. Een vast onderdeel van veel werken met een religieuze inslag.
Melchior op een ezel.
De kapel moet natuurlijk ook het succes van de Medici-dynastie uitstralen en daar hoort een plafond met veel goud bij. Of je het mooi vindt is waarschijnlijk een kwestie van smaak. Het ontwerp voor het plafond is van Michelozzo die voor de uitvoer van dergelijk werk vaker Pagno di Lapo Portigiano inzette.
De manier waarop de stoet zich haast door de berg heen werkt vind ik grappig.
Een page (bediende) in blauw met een luipaard. De persoon die hier afgebeeld is zou de heerser van nabijgelegen Lucca zijn.
Dat het er allemaal heel luxe uitziet lijkt me duidelijk. De ruimte is behoorlijk indrukwekkend. In september (20 september 2022) mocht je maar een paar minuten in de kapel zijn.
Al die verschillende kleuren herenmaillots vond ik grappig. Soms per been een andere kleur.
Gordel van papier in het Huis van het Boek in Den Haag. Balai Pustaka PN, Commissie voor de volkslectuur. Sri Poestaka was een tijdschrift om tegenwicht te geven tegen revolutionaire denkbeelden. Weltevreden, Balai Poestaka, 1919 – 1931.
Maleise syair (dat is een traditionele poëzievorm) in Arabisch schrift ter ere van het 25-jarig jubileum van Koningin Wilhelmina, 1923.
Tan Malaka, Naar de ‘Republiek Indonesia’, Canton, 1925. De eerste vermelding van het begrip ‘Republiek Indonesia’ in boekvorm.
Ucee (Pseudoniem van Ulrich Coldenhoff), Het spookhuis van Tandjong-Priok, Weltevreden, G Kolff & Co, 1925.
Gewoon een leuke tekkel, leuk voor Harry Mulisch. Diet Kramer, Lodewijk de rattenvanger, Bandoeng, Vorkink, 1941.
J. Treffers, Schuim van goud, Batavia-centrum, G Kolff & Co, 1934.
Imam Soepardi, Bung Karno sebagai Kokrosono, 1948.
Van de website van Huis van het Boek:
Imam Supardi, Bung Karno sebagai Kokrosono, Pustaka Nasional Surabaia, c. 1948. Dit boek, waarvan de titel vertaald kan worden als: ‘Sukarno als Kokrosono’, verscheen tijdens de Indonesische Revolutie en was bedoeld als steun voor de Indonesische bevolking. Het verhaal van Kokrosono is afkomstig uit de Javaanse wajang. Kokrosono was de wettige erfgenaam van Mandura, dat werd geregeerd door de demon Kongso. Na een periode van kluizenaarschap keerde Kokrosono terug en slaagde hij erin om de demon te overwinnen.
Ook als je in Florence naar de uitgang vaneen museum loopt
kom je de meest onwaarschijnlijke kunst tegen.
Je valt steeds van de ene in de andere verbazing.
Het is ongelofelijk.
Toen ik de bibliotheek van Michelozzo di Bartolomeo Michelozzi
uit liep, liep ik weer langs een serie van cellen.
Sommige met, andere zonder decoratie.
Florence, Museo di San Marco, een cel. Bijvoorbeeld deze kerstvoorstelling. Deze keer niet met de herders of de drie koningen maar met Dominicus (vermoed ik). De stichter van de orde waarvoor dit klooster was.
Of anders deze heel serene Avé Maria of Annunciatie. Die vleugel van die engelen. Dat was me eerder nooit opgevallen. Zo kleurrijk.
Volgens Google translate zegt dit ons:
Due este di leone destinate al fregio del cornicione della cupola di
Santa Maria del Fiore
realizzato su uno degli otto lati da baccio d’agnolo entro il 1515Twee leeuwenkoppen bestemd voor de fries van de kroonlijst van de koepel van
Santa Maria del Fiore (de kathadraal van Florence)
gemaakt op een van de acht zijden door Baccio d’Agnolo in 1515
Die Baccio d’Agnolo was voor mij een onbekende.
Gelukkig is er Wikipedia.
Dan loop je de souvenirwinkel in en zie je dit grote fresco van een Laatste Avondmaal. Het heeft prachtige details. Vooral de vogels nodigen uit het eens goed te bekijken. Een paar details.
Een pauw en een aantal kleinere vogels.
De rand van het tafelkleed.
Wat kersen en een stuk brood.
Een laatste blik op de binnenplaats.
De dag verliep zoals iedere moderne dag: met app-jes:
Het theater informeert over verkeersproblemen en later zegt het de proloog af. Dat was wel jammer want toen ik mijn kaartje kocht was er wel sprake van de voorstelling en een introductie. Maar over een proloog werd niets gezegd. Pas in de mail, een dag voor de voorstelling werd gesproken over de proloog. Ik was nieuwsgierig maar dat werd meteen de grond in geboord.
De introductie was een inleiding op het verhaal van de opera, de quotes van Bach zoals die door de componist zijn gebruikt voor de muziek van de opera en de thematiek achter de voorstelling.
De voorstelling was ‘JS Bach- De Apocalyps’, een opera ontstaan in de samenwerking van de Bach Vereniging en Opera2Day.
Er is heel veel te vertellen over de opera. Dat is misschien voor mij ook meteen de conclusie: er werd heel veel verteld, misschien wel te veel.
Er is het verhaal over ‘mag/kan je muziek van Bach’ gebruiken
in een opera?
Er is het verhaal over radicalisering, de oorzaken, het verloop.
Er is het historische verhaal van Leiden, Münster en de
Wederdopers.
Er is het verhaal van de Bach Vereniging.
Er is het verhaal van Opera2Day en hun educatieve activiteiten.
Er is het verhaal van Heinrich Gresbeck, leugen of waarheid.
Er is het verhaal op toneel met veel rollen, veel zangers
en acteurs.
Er zijn vast nog een paar verhalen vergeten.
Gevolg was dat het allemaal complexer was dan strikt noodzakelijk.
Als poging muziek van Bach te gebruiken in een opera, was
de avond geslaagd.
Ik heb me prima vermaakt.
Maar wellicht kun je het geheel nog verder optillen door
het verhaal en de scene’s eenvoudiger te maken.
In de opera JS Bach – de Apocalyps, zit een scene waarin we een parodie zien op gebruiken in de katholieke kerk. De parodie was een voorstelling met eenvoudige middelen in een kroeg in Leiden. Een voorstelling in de voorstelling dus. Een heel geslaagd fragment met wat minder zangers en acteurs. Dat had met nog minder mensen ook gewerkt, misschien nog beter.
Tijd voor de voorstelling. Het decor met de maquette van die stad Münster die de verrader van destad maakt om de tegenstander de stad te laten heroveren. De panelen schermen soms een opstelling nog even af voor het publiek en dienen dan even later als stadsmuren.
Solisten, koor en acteurs na afloop.
Het programma. In het boekje werd me vandaag duidelijk waar de proloog vandaan komt. Nu ik het begrijp vind ik het heel erg jammer dat we in Breda geen proloog hadden gisteren.
Toeval bestaat niet maar vandaag zag ik op Twitter een bericht langskomen over Jan van Leiden, de wederdopers en Münster. Boudewijn Steur.
Ga eens kijken!
De tentoonstelling in het Huis van het Boek heeft als ondertitel
‘Over de opkomst van het gedrukte boek in Indonesië’.
In de reeks foto’s in dit bericht zie je daar weer allerlei
bewijzen van, ook van de krachten die het land liever
bleven onderdrukken.
Dat zie je al in de schoolboeken:
Balai poestaka tjeritera seekor koetjing jang tjerdik, Weltevreden, 1921. De Gelaarsde Kat.
JL Stegman, Militair Kookboek voor het Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger, circa 1947.
JMJ Catenius van der Meijden, Groot nieuw volledig Oost-Indisch kookboek – 1381 recepten voor de volledige Indische Rijsttafel, Semarang, GCT Van Dorp & Co NV, 1942. Ik krijg meteen honger (dat mag je vast niet zeggen bij zo’n serieus onderwerp).
Folder van de Chinese Uitgeverij Sie Dhian, op handformaat, P&P Nederlandsch Indie, 19xx. Schitterend van kleur!
Prachtig schrift, met lood gezet. Lettergieterij Amsterdam voorheen N Tetterode, Nieuw Javaans gesneden door de Lettergieterij Amsterdam, 1909.
Fotoalbum Tetterode, 1919, Het interieur van Drukkerij Kolff in Batavia.
Never a dull moment.
Toen ik het museum bezocht had ik helemaal geen idee
wat ik daar zoal zou kunnen zien.
Maar de kamer van Savonarola was wel het laatste
waar ik aan gedacht had.
Eerder was ik in Ferrara, daar staat een standbeeld van
Savonarola. Maar kan er zo snel geen foto van vinden.
Savonarola is een vorloper van het protestantisme gezien.
Iemand die een uitgesproken mening had en die ook een
tijd wereldlijke macht had.
In het voormalige klooster zijn een aantal relieken te zien. Of die ook echt van hem geweest zijn is niet altijd met zekerheid te zeggen. Ze lijken wel uit die tijd te zijn.
Florence, Museo di San Marco, Baccio della Porta of Fra Bartolomeo, Portret of Savonarola, circa 1498, oil on wood.
Onbekende schilder / Francesco Rosselli (wellicht?), Savonarola’s execution in Piazza della Signoria, circa 1500, painting on wood.
Een bureau in de stijl van de tijd van Savonarola.
Een houten kruisbeeld. Ook uit die tijd maar niet in bezit geweest van Savonarola. Kijk nog eens goed naar de Calvarieberg waar het kruis in staat.
Deze foto’s zijn afkomstig van de tentoonstelling
‘Gordel van papier’ in het Huis van het Boek in
Den Haag. Ga kijken!
De Express, Algemeen Dagblad, Semarang, Electr. Drukkerij GA Kessing, 13 februari 1922. Ernest Douwes Dekker is een bekende naam. Hij is familie van Multatuli. Tjipto Mangoenkoesmo en Soewardi Soerjaningrat.
S. Goenawan, Semaoen, Bandoeng, Administratie ‘Pembatjaan Ra’jat’, 1923.
C. Snouck Hurgronje, De Atjehers, Batavia, Landsdrukkerij, 1893 – 1895.
Wat een ongelofelijk witte kinderen. Illustratie van WK Bruin.
Leesplankje bij Hoogeveen’s Leesmethode, illustraties van Cornelis Jetses, djati-hout met papier, circa 1930 – 1940.
In het Museo Nazionale di San Marco zijn de cellen te zien
van de geestelijken die in het gebouw woonden waar nu
het museum gevestigd is.
Een reeks voorbeelden.
Romeins soldaat doorsteekt de zijde van Christus. Eerder had ik nog nooit de stroompjes bloed gezien die van het kruis naar de Calvarieberg stromen. In Florence zag ik ze iedere keer.
Driekoningen en de Man van smarten.
De meeste cellen hadden wel een afbeelding.
De tuin van Getsemane.
Florence, Museo di San Marco, Fra Angelico, The Madonna of shadows of Madonna delle ombre, 1450, fresco.
Het laatste voorbeeld.
Nee, ik wandel echt niet altijd in het donker. Ik loop
heel regelmatig door het centrum van Breda in het daglicht of
zoals vandaag in de zon.
Dit was het Spanjaardsgat gistermiddag.
Dit was de Reigerstraat in Breda, vanmorgen om half elf.
De Trapkes en de Tolbrug.
De Verlengde Mark, opzij van de Trapkes.
De Waterstraat en de Grote Kerk. Het zal half een geweest zijn.
Vanwege het avontuur naar Amsterdam heb ik deze week
geen soep gemaakt voor het weekend.
Toen ik langs de groetenwinkel liep zag ik witte druiven liggen.
Het seizoen is niet meer maar de rode en witte druiven
die er lagen kwamen uit Zuid-Afrika.
Geen soep, dan maar druiven, dacht ik.
De verkoper vertelde me over de lekkere grote pruimen
die hij verkocht en ze waren inderdaad fors.
Dus heb ik die voor de foto eens naast een ei gelegd.
Het ei links is niet eens klein…..
Titelverklaring:
De pruimeboom
Eene vertelling
Jantje zag eens pruimen hangen,
O! als eijeren zo groot.
’t Scheen, dat Jantje wou gaan plukken,
Schoon zijn vader ’t hem verbood.
Hier is, zei hij, noch mijn vader,
Noch de tuinman, die het ziet:
Aan een boom, zo vol geladen,
mist men vijf zes pruimen niet.
Maar ik wil gehoorzaam wezen,
En niet plukken: ik loop heen.
Zou ik, om een hand vol pruimen,
Ongehoorzaam wezen? Neen.
Voord ging Jantje: maar zijn vader,
Die hem stil beluisterd had,
Kwam hem in het loopen tegen,
Voor aan op het middelpad.
Kom mijn Jantje! zei de vader,
Kom mijn kleine hartedief!
Nu zal ik u pruimen plukken;
Nu heeft vader Jantje lief.
Daarop ging Papa aan ’t schudden
Jantje raapte schielijk op;
Jantje kreeg zijn hoed vol pruimen,
En liep heen op een galop.
uit ‘Kleine gedigten voor kinderen’, 1778. Hieronymus van Alphen.
Met dank aan historiek.net en de KB.
Gisteren was ik in Amsterdam om de opera Agrippina te zien en horen.
Omdat ik daarvoor naar Amsterdam ging maakte ik van de gelegenheid
gebruik om de tentoonstelling ‘Oog in oog’ in het Allard Pierson te zien.
Het Allard Pierson heeft een fantastische collectie maar zit in
een gebouw dat niet echt geschikt is voor (grote, publieks-)
tentoonstellingen.
Het was er gisteren druk en dat betekent meteen dat mensen te
weinig ruimte hebben om de voorwerpen te bewonderen of
te bestuderen.
Maar als je een geweldige serie mummieportretten wilt zien
en daar niet half Europa voor door kunt/wilt reizen dan is het
Allard Pierson de plaats om dit voorjaar naar toe te gaan.
Dus maakte ik wat foto’s in Amsterdam. Van de opera mag je om
begrijpelijke redenen geen foto’s maken al moet ik zeggen dat de
voorstelling fotogeniek was. Een schijnbaar eenvoudig maar
prachtig decor en belichting, geweldige zangers in fantastische
kleding (top!) en een heel goed orkest.
Daar had ik heel wat foto’s van willen maken. Maar zonder
foto’s was het ook een geweldige ervaring.
Als je dan toch ergens mee moet beginnen dan net zo goed in de metro van Amsterdam.
Een beetje verstopt zit bij de ingang van het Allard Pierson een mooi hek uit 1901. Dit zit aan de rechterkant van de ingang. Of er aan de linkerkant eenzelfde hekwerk zit kon ik niet zien.
Klem tussen de deuren.
Als je net als ik niets weet van de historische Agrippina dan is de
volgende tekst misschien een beginpunt:
Julia Agrippina minor (6 november 15, Oppidum Ubiorum – 19-23 maart 59, Campanië), vanaf 50 Julia Augusta Agrippina genoemd (PIR2 I 641), beter bekend als Agrippina de Jongere of Agrippina minor, was een prominent lid van de Julisch-Claudische dynastie: ze was achtereenvolgens zus (van Caligula), echtgenote (van Claudius) én moeder (van Nero) van de princeps, de keizer van het Romeinse Rijk. Agrippina minor nam ook actief deel aan de dynastieke politiek en zou daarenboven politiek advies geven aan haar echtgenoot Claudius en haar zoon Nero.
Over haar dood:
Hoe Agrippina aan haar einde kwam is onzeker vanwege de historische tegenstrijdigheden in de bronnen, die bovendien anti-Nero zijn. Alle overgeleverde verhalen over de dood van Agrippina spreken zichzelf en elkaar tegen en zijn over het algemeen zeer fantasierijk.
Voor de opera is dit misschien een eerste inleiding:
Agrippina (HWV 6) is an opera seria in three acts by George Frideric Handel with a libretto by Cardinal Vincenzo Grimani. Composed for the 1709–10 Venice Carnevale season, the opera tells the story of Agrippina, the mother of Nero, as she plots the downfall of the Roman Emperor Claudius and the installation of her son as emperor. Grimani’s libretto, considered one of the best that Handel set, is an “anti-heroic satirical comedy”, full of topical political allusions. Some analysts believe that it reflects Grimani’s political and diplomatic rivalry with Pope Clement XI.
Bovenstaande teksten komen van Wikipedia.
“anti-heroic satirical comedy”, voor de Nationale Opera vooral een opera
die komisch is en waarbij de vrouwen de hoofdrol spelen.
Zij trekken aan de touwtjes waarbij ze gebruik maken van al hun kwaliteiten
maar een opera die minder vrolijk afloopt voor Agrippina.
Eerlijk gezegd past de afloop die bedacht is door Barrie Kosky beter
dan het origineel maar het is tegelijk ook wel 2024-moraliserend:
als manipulator trek je uiteindelijk aan het kortste eindje. Dat zou
je bij Putin voorlopig niet zeggen.
Maar het was nog te vroep voor de opera dus eerst Vietnamees gegeten.
Voorafgaand aan de drie en een half durende opera was een inleiding van een half uur. Dan kun je de grote zaal in.
Het Accademia Bizantina neemt plaats. Het is een barokopera en dat zie je aan de samenstelling van het orkest.
Het decor is een toneel op zichzelf dat meerdere vormen zal aannemen tijdens de voorstelling.
Dan is het zo weer 11 uur en kan de reis naar Breda beginnen. Mooie middag en avond en op de tentoonstelling ‘Oog in oog’ kom ik nog terug.
