India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXXVIII

– over wat er zichtbaar wordt wanneer ik Stein naast de zaaltekst leg en opnieuw ga kijken –

Dat ik door het National Museum liep in New Delhi is al weer even geleden.
Het was 21 november 2024.
Deze keer wilde ik ook zeker gaan kijken naar de Aurel Stein-collectie,
de schilderingen op zijde en papier en alle andere voorwerpen die
de ontdekkingsreiziger Stein wist mee te nemen uit Centraal Azië/China.

Nu maak ik al weer weken berichten over de foto’s die ik er maakte.
Iedere keer denk ik: het zal vandaag wel een kort bericht worden
dat snel te maken is.
Immers hoeveel nieuwe dingen kun je iedere keer zien?
En iedere keer verbaast het me.

Ook vandaag ben ik de hele dag bezig geweest met één schildering op papier.
Hieronder probeer ik je mee te nemen op de reis van vandaag.

DSC01377 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaManjushriSeatedOnALionDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnPaper72x48CmAccNoCh-00163

India, New Delhi, National Museum, Bodhisattva Manjushri seated on a lion, Dunhuang, 7th – 10th century CE, painting on paper, 72 x 48 cm. Acc. No. Ch.00163.


Vermoedelijk maakte ik de foto van dit object omdat er zo’n mooie leeuw op staat.
Maar nu ik gevonden heb hoe ik op internet het reisverslag van Stein kan inzien,
komen er heel andere dingen in beeld.
Het verslag van Stein heet Serindia.
Serindia is een serie van 5 boeken met daarin reisverslagen maar ook lijsten
met voorwerpen, kaarten, plattegronden, foto’s en bijlages.

SerindiaDetailedReportVol3TEXT

Online zijn er meerdere versies van deze boeken te vinden. Je kunt ze kopen. Ik zag een serie van 40.000 dollar maar er zijn ook recentere uitgaves voor ongeveer 500 euro.

SerindiaDetailedReportVol3TEXTFHAndrews

Een van de medewerkers is F. H. Andrews, die kwam al eerder voorbij. Nu ik meer gezien heb van Serindia zie ik dat Stein erg accuraat zijn documentatie maakte maar het materiaal was overweldigend.


In Serindia vind ik Ch 00163 op drie plaatsen:
= een korte tekst
= een uitgebreide tekst
= een foto met het schilderij (naast nog een aantal voorwerpen op 1 pagina)

AurelSteinSerindiaVol2Pag357Paper865ManjushriOnALion

Dit is de eerste tekst (in deel 2) en ik zie meteen dat het werk ook
op een plaat voorkomt. Dat wil zeggen dat ik niet alleen aan de hand van
het nummer en de tekst kan vaststellen dat ik de goede beschrijving
heb gevonden maar ik kan het ook zien.

Voor de volledigheid, dit is de eerste tekst van Stein:

The paintings which show Bodhisattvas other than Avalokiteshvara are relatively so few that it will be convenient to mention them first. Manjushri on his lion, is represented in the paper painting Ch. 00163 (plate XCI) in the same style as he appears on the banners.

Belangrijk is om te lezen dat er op papier veel minder schilderingen zijn
van bodhisattva’s anders dan Avalokiteshvara.

De tweede tekst staat ook in deel 2:

AurelSteinSerindiaVol2Pag470Paper970ManjushriOnALion

De tekst is veel langer.
Stein gebruikt afkortingen om sneller te kunnen werken.
Links wordt ‘L.’, 2 regels met inscripties wordt ‘(2 LL.)’.
Er zijn al veel werken door zijn handen gegaan en er zijn overeenkomsten
tussen die werken. Dus schrijft hij een verwijzing.
Daar zit wel een klein probleem want wat valt er allemaal onder ‘General pose of group’?
De bloemenbaldakijn die je aan de bovenkant ziet?
Dat iedere ppot van de leeuw op een lotus staat?
Stein noemt die details niet.
Hij heeft ze vast niet over het hoofd gezien maar in de beschrijving zien je ze niet terug.

Ch. 00163. Paper painting with Chin. inscr. representing Manjulri on white lion, led by attendant, and with donor (?) at side.

General pose of group, style of Bodhisattva, accessories, etc, as in silk banners and large paintings (e.g. Ch. xxxviii. 004); but drawing comparatively lifeless, and painting rough. M.sits with L.leg pendent; R. hand raised with thumb and third finger joined, and first and second extended; L. hand carrying fungus sceptre. Most of flesh outlines are light red; hair and dress of Bodhisattva of type *Ch.002.

Lion standing with mouth open; white with red spotted breast, toes, and backs of legs, and leaf-like orns. in dark pink on croup, tail, and fore-side of back-legs resembling carved orns. on Chinese jade beasts, etc. On L. foreschoulder also curved red flame on wing-like orn. incompletely visible, but starting from spiral; traces of a more leaf-like orn. appear round L. shoulder. Attendent’s flesh painted dark pink; he is placed high off ground, and represented as striding, though lion stands still. Whole group supported on pink clouds.

On L. edge stands (woman) donor on mat, dress and coiffure as in *Ch. 00102. On mat an infant kneels to her, naked except for red bow on hair vand holding up hands in adoration with red lotus bud between.

Inscriptions placed on cartouche on R. edge, and (2 II.) on another in L. upper corner.

Colouring only pink, orange-red, grey, and greenish brown, all dingy in hue; condition good; pin-holes in corners.

1′ 7threequarter” x 11threequarter”. Pl. XCI.

De afmetingen heb ik een beetje uitgeschreven omdat dit eenvoudiger communiceert met Copilot.
De afmetingen die Stein opgeeft zijn consequent kleiner dan de afmetingen die
het National Museum opgeeft.

Voor de duidelijkheid hieronder de tekst van Stein in het Nederlands en zonder afkortingen:

Ch.00163.
Schildering op papier, met Chinese inscripties,
waarop Mañjuśrī is afgebeeld gezeten op een witte leeuw.
De leeuw wordt geleid door een begeleider, en aan de zijkant
staat een (waarschijnlijke) donateur.

DSC01378IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaManjushriSeatedOnALionDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnPaper72x48CmAccNoCh-00163 LionHeadAndFemaleDonor

De algemene houding van de groep, de stijl van de bodhisattva
en de accessoires komen overeen met die in de zijden banieren
en de grote schilderingen (zoals Ch.xxxviii.004).
De tekening is echter relatief levenloos en de schildering grof uitgevoerd.

Mañjuśrī zit met het linkerbeen omlaag hangend;

DSC01377 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaManjushriSeatedOnALionDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnPaper72x48CmAccNoCh-00163 LLegPendent

de rechterhand is opgeheven, met duim en derde vinger tegen elkaar
en de eerste en tweede vinger gestrekt;

DSC01377 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaManjushriSeatedOnALionDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnPaper72x48CmAccNoCh-00163 RHandin de linkerhand houdt hij een paddenstoel‑scepter (lingzhi).

DSC01377 04 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaManjushriSeatedOnALionDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnPaper72x48CmAccNoCh-00163 LHandFungus

De meeste contourlijnen van het lichaam zijn lichtrood;
het haar en de kleding van de bodhisattva zijn van hetzelfde type
als in Ch.002.

DSC01377 05 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaManjushriSeatedOnALionDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnPaper72x48CmAccNoCh-00163 FleshLRed

De leeuw staat met open bek; hij is wit, met rode vlekken op borst,
tenen en de achterkant van de poten.

DSC01377 06 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaManjushriSeatedOnALionDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnPaper72x48CmAccNoCh-00163 Attendant

Rode stippen op de achterkant van de poten van de leeuw en de oppasser van de leeuw staat op de poten van de leeuw.


Op de lenden, de staart en de voorkant van de achterpoten
bevinden zich donkerroze bladachtige ornamenten,
die doen denken aan de gesneden versieringen op Chinese jade‑dieren.

DSC01377 07 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaManjushriSeatedOnALionDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnPaper72x48CmAccNoCh-00163 CarvedOrnaments

Op de linkerschouder bevindt zich bovendien een rood, vlamvormig ornament
op een vleugelachtig motief; dit is niet volledig zichtbaar,
maar begint vanuit een spiraalvorm.
Rond de linkerschouder zijn ook sporen van
een meer bladachtig ornament te zien.

DSC01377 08 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaManjushriSeatedOnALionDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnPaper72x48CmAccNoCh-00163 RedFlamesWingLikeOrnaments

De huid van de begeleider is donkerroze geschilderd;
hij is hoog boven de grond geplaatst en wordt lopend weergegeven,
hoewel de leeuw zelf stilstaat.

De hele groep rust op roze wolken.

DSC01377 09 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaManjushriSeatedOnALionDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnPaper72x48CmAccNoCh-00163 SupportedByPinkClouds

De roze wolken en de poten van de leeuw die op lotussen staan.


Aan de linkerzijde staat een vrouwelijke donateur op een mat,
gekleed en gekapt zoals in Ch.00102.
Op de mat knielt een kind naar haar toe, naakt op een rode strik
in het haar na, met de handen opgeheven in aanbidding
en een rode lotusbloemknop ertussen.

DSC01377 10 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaManjushriSeatedOnALionDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnPaper72x48CmAccNoCh-00163 WomanDonorWithChild

De inscripties bevinden zich in een cartouche aan de rechterrand;
en (twee regels) in een andere in de linkerbovenhoek.

Het kleurgebruik bestaat uitsluitend uit roze, oranjerood, grijs
en groenbruin, alle in doffe tinten.

De staat van het werk is goed;
er zitten speldenprikken in de hoeken.
Afmetingen: 1 voet 7¾ inch × 11¾ inch.
Afgebeeld op plaat XCI.

DSC01377 11 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaManjushriSeatedOnALionDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnPaper72x48CmAccNoCh-00163 BloemenAlsBaldakijn

Dit zijn de bloemen aan de rechterkant van het hoofd van Mañjuśrī.


Iconografische en technische termen uit Stein

Mañjuśrī
Bodhisattva van wijsheid in het Mahāyāna-boeddhisme.
Vaak afgebeeld op een leeuw, symbool van zijn krachtige,
doordringende inzicht.
Zijn aanwezigheid markeert een sfeer van intellectuele helderheid
en spirituele autoriteit.
Paddenstoel‑scepter (rúyì / lingzhi)
Een Chinees symbool van wensvervulling, autoriteit en lang leven.
In boeddhistische context benadrukt het Mañjuśrī’s vermogen
om wijsheid en inzicht te schenken.
Donor / donatrice
Een figuur die het werk heeft laten maken of financieren.
In Dunhuang‑kunst staan donors vaak aan de rand van het beeld,
herkenbaar aan kleding en kapsel.
Ze verbinden het hemelse tafereel met de menselijke wereld.
Lotus (troon, voet, onder de leeuw)
Het centrale symbool van zuiverheid en spirituele verhevenheid.
= Lotustroon: verheven status van de bodhisattva
= Lotus onder de voet: zuiver handelen
= Lotussen onder de leeuw: geheiligd voertuig, nobele actie
De herhaling versterkt de spirituele hiërarchie.
Roze wolken
Hemelse dragers die aangeven dat de scène zich
in een bovenaardse sfeer afspeelt.
In Dunhuang-schilderingen markeren wolken
de overgang tussen aarde en hemel.
Bladornamenten
Decoratieve patronen op de leeuw, verwant aan motieven
op Chinese jade‑beeldjes.
Ze suggereren kostbaarheid, status
en een verbinding met de Chinese hofesthetiek.
Vlamornament
Een rood, vlamvormig motief dat kracht, energie
en spirituele macht symboliseert.
Vaak gebruikt bij leeuwen, draken en hemelse wezens.
Cartouche
Een omlijnd tekstvak waarin inscripties staan.
In Dunhuang-schilderingen bevatten ze namen, dedicaties
of identificaties van figuren.
Contourlijnen van het lichaam
De rode lijntekeningen die de vormen van het lichaam definiëren.
Typisch voor Tang‑ en post‑Tang‑schilderkunst, waar kleurvlakken
over een rode ondertekening worden gelegd.
Doffe tinten
Verweerde pigmenten die hun oorspronkelijke helderheid verloren hebben.
Stein gebruikt dit om aan te geven dat de kleuren al in 1914 verouderd waren.
Speldenprikken
Kleine gaatjes in de hoeken van het papier.
Ze wijzen op vroegere ophanging, gebruik als banier of transportsporen.
Hangend been (pendent leg)
Een klassieke houding in boeddhistische kunst:
één been omlaag, één opgetrokken.
Symboliseert toegankelijkheid en actieve compassie
— de bodhisattva is bereid op te staan en te handelen.

De derde vermelding is een foto van het object op een plaat.
Deze plaat is te zien in deel 4 van Serindia.

AurelSteinSerindiaVol4PlateXCI

De afbeelding linksboven is de schildering waar dit bericht betrekking op heeft.


Tekst, afbeelding en mijn foto’s betreffen dus hetzelfde object.
Naast de teksten van Stein had ik voor vandaag nog een bron:
de zaaltekst van het National Museum.

DSC01379IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaManjushriSeatedOnALionDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnPaper72x48CmAccNoCh-00163Txt

Manjushri, the bodhisattva of wisdom, is seated on a white lion symbolising action and energy. He holds a juyi or a sceptre with a mushroom head in his left hand, representing immortality. The lion is standing on four lotuses symbolizing noble action.


Afsluiting

Wanneer ik terugkijk op mijn werk aan de beschrijving van Ch.00163,
zie ik hoe een ogenschijnlijk eenvoudige passage van Stein
zich langzaam ontvouwde tot een veel gelaagder onderzoek.
Wat begon als een vertaling, werd al snel een oefening in aandacht:
aandacht voor typografie uit 1912, voor Stein’s eigen notatiesysteem,
voor iconografische details die pas betekenis krijgen
wanneer je ze zorgvuldig herleest.

Tegelijkertijd bracht dit proces me dichter bij het object zelf.
Ik keek opnieuw naar de houding van Mañjuśrī, naar de structuur van de lotus,
naar de rol van de donatrice en het kind,
naar de ornamentiek van de leeuw en de wolken.
Ik zag hoe Chinese motieven, boeddhistische symboliek
en lokale schildertradities in Dunhuang in elkaar grijpen.
En ik werd me opnieuw bewust van de spanning tussen Stein’s veldnotities
en de latere museale documentatie
— zelfs iets eenvoudigs als afmetingen blijkt geen neutraal gegeven.

Wat ik uiteindelijk meeneem, is dit:
dat een tekst als die van Stein pas echt gaat spreken
wanneer ik bereid ben om haar laag voor laag af te pellen.
Zijn beschrijving is geen droge registratie,
maar een momentopname van een archeoloog
die in het veld, met beperkte middelen, probeert orde te scheppen
in een overweldigende hoeveelheid materiaal.
Door zijn woorden opnieuw te lezen, te vertalen en te bevragen,
ontstaat niet alleen een scherper beeld van het object,
maar ook van de geschiedenis van het kijken zelf
— en van mijn eigen manier van kijken.


Introductie op Boeddhistische beelden

– over de introductie van Osvald Sirén in ‘Chinesische Skulpturen der Sammlung Eduard von der Heydt’ –

Terwijl ik het boek bekeek in de Universiteitsbibliotheek Leiden
heb ik ook al even naar de introductie gekeken die Osvald Sirén
schreef over de beelden in de collectie van Eduard von der Heydt.
Maar pas vandaag had ik de kans het verhaal goed door te lezen
en samen te vatten.
Het resultaat lees je hieronder:

IMG_9111ChinesischeSkulpturenIntroductionToTheBuddhistSculpturesPage01

Het begin van de introductie.


1. Doel van Siréns inleiding

Sirén wil iconografische basisinformatie vooraf geven,
zodat hij in de rest van het boek niet telkens dezelfde uitleg hoeft te herhalen.
Tegelijk wil hij studenten die vooral in stijl
en artistieke ontwikkeling geïnteresseerd zijn,
helpen om niet te verdrinken in iconografische details.

Letterlijk staat in de tekst:

…, it seems appropriate to insert a few general remarks here regarding their iconographic and formal characteristics, which may save us from lengthy explanations and repetitions of details in our descriptions of the subsequent examples and make it easier for students who are more interested in art than iconography to concentrate on the artistic merits and the stylistic development of these sculptures.

Om dan te vervolgen:

Practically all their motifs, type-forms, symbols, postures and attributes are of Indian origin, but when these various elements of expression were introduced into China together with Buddhist scriptures, they became gradually modified, a process partly caused by insufficient understanding of their religious import and partly by the fact that the Chinese craftsmen and lay-monks, who are responsible for the production of most of the religious sculptures, were more inclined to transform the newly imported motifs to accord with indigenous traditions of style than to confine themselves to exact reproductions of foreign models.
These conditions have sometimes been the cause of iconographic problems which to us may seem onsoluble.

2. Indiaas oorsprongsmateriaal, Chinees transformatieproces

Vrijwel alle motieven, houdingen, attributen en symbolen
zijn van Indiase oorsprong, maar:

  • Chinese ambachtslieden en monniken begrepen niet altijd
    de religieuze betekenis volledig.
  • Ze waren meer geneigd tot stilistische aanpassing dan tot exacte reproductie.
  • Daardoor ontstonden iconografische problemen
    die voor moderne onderzoekers soms onoplosbaar lijken.

Dit is een cruciale observatie:
Sirén erkent dat iconografie in China niet simpelweg een “kopie” van India is,
maar een proces van culturele absorptie en herinterpretatie.

3. Kenmerken van Chinese boeddhistische sculptuur

Figuren

  • Meestal staand of zittend, alleen of in groepen.
  • Hoofden tonen soms subtiele individualiteit (ogen, mond).
  • Lichamen functioneren vooral als dragers van kleding en sieraden, niet als anatomisch realistische vormen.
  • De behandeling van het lichaam is symbolisch, niet naturalistisch.

Dit is Siréns klassieke formalistische blik:
het lichaam als drager van betekenis, niet als studieobject.

4. Sakyamuni (Gautama)

Houdingen en attributen

  • Zittend of staand op lotus- of leeuwentroon.
  • Uṣṇīṣa (schedeluitstulping) en vaak ūrṇā (voorhoofdsmarkering).
  • Mudrā’s:
    • Staand: abhaya (geen vrees), varada (schenking).
    • Zittend: dhyāna (meditatie), vitarka (onderwijs), dharmacakra (wiel van de leer), bhūmisparśa (aarde-aanraking).
  • Draagt zelden attributen behalve de bedelnap.

5. Andere Boeddha’s

AndereBoeddha's

6. Bodhisattva’s

Uiterlijk

  • Dhoti, soms bovenkleed
  • Sjaal
  • Rijke sieraden
  • Hoofdtooi met diadeem of kroon

Deze vorstelijke, decoratieve stijl maakte de vervrouwelijking van bodhisattva’s in China mogelijk.

Belangrijkste figuren

Avalokiteśvara

  • Emanatie van Amitābha; beschermt de mensheid.
  • Attributen: vaas, lotus, cintāmaṇi.
  • Ontwikkelt zich in China tot Guanyin, een vrouwelijke barmhartigheidsfiguur.
  • In triades: links Guanyin, rechts Mahāsthāmaprāpta (Ta-shih-chih)
    of soms Mañjuśrī (Wenshu).
  • Mañjuśrī: boek, zwaard of rijdend op een leeuw.

Vajrapāṇi

  • Mannelijke krachtfiguur, drager van de vajra (thunderbolt)
  • In China vaak als dvarapala (tempelwachter).

Niet te verwarren met de vier Lokapāla’s, de wereldhoeders van Indiase oorsprong.

7. Overige figuren

Natuurgeesten, demonen, hermieten, monniken.

Deze vormen de randfiguren van het boeddhistische pantheon.

Een kritische noot bij Siréns methodologie

Wat in Siréns inleiding opvalt, is hoe sterk zijn vroege‑twintigste‑eeuwse
formalistische blik de interpretatie van Chinese boeddhistische sculptuur stuurt.
Hij beschouwt vorm als het primaire analytische instrument,
terwijl ritueel, devotie en lokale betekenis vrijwel buiten beeld blijven.
Daardoor verschijnen Chinese kunstenaars in zijn tekst niet
als actieve producenten van religieuze beeldcultuur,
maar als ambachtslieden die Indiase modellen “onvoldoende begrepen”
en daarom “modificeerden”.
Deze woordkeuze verraadt een impliciete hiërarchie:
India fungeert als canonieke oorsprong, China als afgeleide variatie.
Stilistische aanpassing wordt zo gelezen als verlies van betekenis
in plaats van als culturele innovatie.
Zelfs de feminisering van Avalokiteśvara tot Guanyin wordt door Sirén
gereduceerd tot een esthetische drift
— een gevolg van sieraden en kleding —
terwijl het in werkelijkheid een diepgewortelde religieuze en sociale transformatie is.
Siréns tekst blijft daardoor waardevol als inventarisatie,
maar zijn interpretatiekader onthult een eurocentrische en normatieve opvatting
van iconografie die de creatieve autonomie van Chinese makers onderschat.

India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXXVII

– over de doorlopende geschiedenis van één Dunhuang‑schildering –

Dit overzicht is een eerste poging om de levensfasen
van een Dunhuang‑object te ordenen.

DSC01375 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper63-5x46-9CmAccNoCh-00384

India, New Delhi, National Museum, Bodhisattva, Dunhuang, 8th – 10th century CE, painting on paper, 63,5 x 46,9 cm. Acc.No. Ch.00384.


Er zijn nog lacunes, sommige processen zijn misschien complexer
dan ik nu kan reconstrueren,
en dat nieuwe inzichten onvermijdelijk zullen volgen.
Maar juist door de levens naast elkaar te leggen
— van ontstaan tot moderne interpretatie —
ontstaat een bruikbaar raamwerk om te begrijpen
hoe een object zich door tijd, ruimte en institutionele logica beweegt.

Vijf levens van één Dunhuang‑object

Wanneer we vandaag naar een schildering uit Dunhuang kijken
— bijvoorbeeld een zittende Avalokiteśvara uit de Mogao‑grotten —
zien we niet alleen een kunstwerk.
We kijken naar een object dat meerdere levens heeft geleid,
elk met zijn eigen ritme, functie en blik.
Pas wanneer we die levens naast elkaar leggen,
begrijpen we hoe zo’n object zich door de tijd beweegt.

1. Het eerste leven — het maken en gebruiken

In een atelier langs de Zijderoute ontstaat het werk.
Ambachtslieden brengen pigment aan op papier of zijde,
volgens iconografische tradities die al eeuwen bestaan.
Het object heeft een functie: devotie, meditatie, ritueel gebruik.
Het maakt deel uit van een levende religieuze praktijk.

2. Het tweede leven — de lange rust in de grot

Wanneer omstandigheden veranderen
— politieke instabiliteit, religieuze verschuivingen, economische neergang —
wordt het object opgeborgen.
In het geval van Dunhuang belandt het in de “Library Cave” (Grot 17),
samen met duizenden andere manuscripten, schilderingen en textielen.
Daar ligt het eeuwenlang in stilte.
Niet vergeten, maar ook niet gezien.

AurelSteinSerindiaPag995

Fragment uit Serindia, het verslag van Aurel Stein over zijn ontdekkingstocht. Ch. 00384. Paper painting showing Bodhisattva, prob Avalokiresvara, seated on Padmasana. Legs interlocked woth soles up; hands in vitarka-mudra on either side of breast; no extra heads, and no Dhyani-buddha. Fig and dress in style of Ch.00102; halo and vesica circular with flame border. A straight border is ruled off all round picture and painted grey. Colouring limited to dull red, green, grey, grey-blue, and yellow. Rude work and poor condition. 1′ 4 and a quarter” x 11 threequarter”


3. Het derde leven — Stein: registratie in een logistieke storm

Wanneer Aurel Stein in 1907 de grot betreedt,
heeft hij ongeveer drie weken voor de hele site.
Hij werkt onder extreme tijdsdruk:
verkennen, selecteren, labelen, verpakken, onderhandelen
en fotograferen waar mogelijk.
Voor kleine papier‑schilderingen zoals het onderwerp van dit bericht
(Ch.00384) maakt hij geen foto en geen tekening,
maar hij geeft wél een eerste administratieve en iconografische identiteit: materiaal, houding, mudrā, afwezigheid van een Dhyāni‑Buddha,
afmetingen, conditie.
Het is een functionele registratie, maar verrassend precies
— een essentieel spoor dat het object met zijn vindplaats verbindt.

FredHAndrewsDescroptiveCatalogueOfAntiquitiesPage2

Fred Andrews maakt later in India, van het Indiaas deel van de voorwerpen die Stein meebracht, een catalogus. Dit is het titelblad.


4. Het vierde leven — Andrews: orde scheppen in een groeiende collectie

Na de expeditie komt het object in India terecht,
waar het enige tijd in opslag ligt in dezelfde staat
waarin Stein het heeft aangeleverd.
Wanneer Fred H. Andrews jaren later aan zijn catalogus begint,
krijgt het object voor het eerst een rustige, systematische blik.
Hij bevestigt en ordent wat Stein al noteerde:
materiaal, houding, iconografie en afmetingenl.
Zijn beschrijving is kort, zakelijk en consistent
— precies wat een museum nodig heeft.
Want een instelling kan niet telkens
door duizenden pagina’s expeditieverslagen, kaarten, foto’s
en veldnotities heen.
Andrews maakt van Stein’s verspreide informatie
een handzame, gecontroleerde lijst:
een bruikbaar instrument voor beheer, opslag en toekomstig onderzoek.
Hij geeft het object geen nieuwe identiteit,
maar stabiliseert de identiteit die Stein al had vastgelegd
— en plaatst het daarmee stevig in een museale structuur.

FredHAndrewsDescroptiveCatalogueOfAntiquitiesPage232

Hier zie je de korte beschrijving van hetzelfde object.


5. Het vijfde leven — de moderne fase

In de decennia na Andrews verandert het object opnieuw:
het wordt geconserveerd, gemonteerd op nieuwe dragers,
opnieuw gemeten en opgenomen in moderne registratiesystemen.
In musea en in het International Dunhuang Project
krijgt het object een nieuw publiek.
Maar pas in de digitale herlezing
— het opnieuw vergelijken van Stein’s beschrijving,
Andrews’ catalogus en moderne foto’s —
wordt duidelijk hoe het object door de tijd heen is veranderd.
De discrepantie in maten, de afwezigheid van een historische afbeelding,
de iconografische details:
ze vormen samen een nieuw verhaal.
Het object krijgt opnieuw betekenis,
niet alleen door restauratie, maar door interpretatie.
Door aandacht. Door onderzoek.
Door het werk dat tot op vandaag doorgaat.

DSC01375 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper63-5x46-9CmAccNoCh-00384 GeenAmitabha

Geen Amitabha

De terughoudende museumnaam van het object, komt vooral voort
uit het ontbreken van Amitābha in de kroon
— het belangrijkste identificerende kenmerk van Avalokiteśvara.

Andrews merkte dat al op en plaatste in zijn tekst een vraagteken bij Avalokiteshvara.
Moderne conservatoren volgen die iconografische voorzichtigheid.

DSC01375 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper63-5x46-9CmAccNoCh-00384 Handen

De handen (met vingerkootjes)

Stein beschreef het gebaar als vitarka‑mudrā,
terwijl het National Museum New Delhi kiest voor śaraṇa‑mudrā.
Dat verschil onderstreept dat de iconografie niet eenduidig is,
en verklaart waarom het museum een veilige, bredere categorie hanteert.

DSC01375 04 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper63-5x46-9CmAccNoCh-00384 Vlammen

Krans van vuur

New Delhi benoemt de gestileerde vlammen rond de figuur
als een ‘flame border’.
Technisch gezien zijn het slechts enkele overlappende penseelstreken
in rood en bruin, maar iconografisch functioneren ze als een aureool:
een conventioneel motief dat de heiligheid van de figuur markeert.
Het is een mooi voorbeeld van hoe moderne musea
kleine schildertechnische details lezen
binnen grotere iconografische categorieën.

DSC01375 05 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper63-5x46-9CmAccNoCh-00384 CompleteLotustroon

Een complete lotustroon

De lotustroon is uitzonderlijk volledig uitgewerkt.
Bovenaan ligt de herkenbare lotus met meerdere rijen
decoratieve bloembladen.
Daaronder bevindt zich een driehoekige basis,
opgebouwd uit horizontale ringen die elk een eigen patroon dragen
— kleurvlakken, lijnen die soms een schubstructuur vormen.
Onder deze basis steken kleine, bladachtige ‘voetjes’ uit
die de hele constructie dragen.

Deze driedelige opbouw — lotus, basis en voetjes —
zie ik zelden zo compleet in kleine papier‑schilderingen uit Dunhuang.


DSC01376IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper63-5x46-9CmAccNoCh-00384Txt

Seated on a lotus pedestal, the bodhisattva has his hands in sharana mudra. His aureool has stylised flames, representing his powerful energies.


Tussen Spectre en de Heilige Graal

– over hoe Osvald Sirén de von der Heydt‑collectie in nevelen hulde –

Soms lees je een kunsthistorische inleiding
en heb je het gevoel dat je per ongeluk in een andere film bent beland.
Dat overkwam me vandaag bij Osvald Siréns
Chinesische Skulpturen der Sammlung Eduard von der Heydt (1959).
Ik las delen van het het boek eerder deze week in de
Universiteitsbibliotheen in Leiden.

IMG_9085ChinesischeSkulpturenBoekband

Boekband van Osvald Sirén, Chinesische Skulpturen der Sammlung Eduard von der Heydt (1959). Leiden: NB1042 .Z84 1959.


Wat begint als een keurige inleiding op een catalogustekst,
schuift langzaam op naar een sfeer die ergens zweeft
tussen Spectre uit Never Say Never Again
en de half‑mystieke avonturen van Indiana Jones.

Sirén schrijft over beelden die “zelden in scherp licht” mochten worden gezien,
objecten die “door natuur en mens samen” zouden zijn voortgebracht,
en een “gloed van spirituele inspiratie”
die alleen de ingewijde zou kunnen waarnemen.
Het is taal die tegelijk verheft en verhult
— alsof de collectie niet zozeer bestond uit sculpturen,
maar uit relieken die je alleen in schemerlicht mag benaderen.
En precies in dat halfduister wordt iets zichtbaar:
de collectie van Eduard von der Heydt blijkt geen stabiel geheel,
maar een diaspora van objecten die tijdens en na de oorlog
verspreid raakten over New York, Buffalo, Amsterdam en Berlijn.
Sirén benoemt dat zonder oordeel, maar de toon is die van iemand
die een verhaal probeert te ordenen dat eigenlijk uit losse draden bestaat.
Een verhaal waarin spiritualiteit, esthetiek en geopolitiek elkaar kruisen
— en waarin de verzamelaar zelf soms meer weg heeft
van een filmfiguur dan van een bankier.

De inleiding had ik afgelopen week gefotografeerd, 6 pagina’s.
Hieronder deel ik met je de fragmenten die mij het meest opvielen.

IMG_9104ChinesischeSkulpturenPrefacePage2 01

Fragment van pagina 2 van Preface / Inleiding.


De volgende citaten vielen me op:

…acquired during the war in New York and deposited at the time in the Buffalo Museum of Science, and the small Bodhisattva statuette from Lung-mên, which is still on loan in the museum of Asiatic Art in Amsterdam.

Twee zaken vallen op:

  1. Von der Heydt ging tijdens de Tweede Wereldoorlog door met kopen van Aziatische kunst.
    Blijkbaar vanuit New York.
  2. Er was in Amsterdam een ‘museum of Asiatic Art’.
    Blijkbaar doelt men hier op de verzameling van de
    Koninklijke Vereniging van Vrienden der Aziatische Kunst.

Consequently its general aspect and importance became somewhat different from what they were in the days before the war, when the collection was first made known through two splendidly illustrated catalogues, viz. Karl With, Bilderwerke Ost- und Südasiens aus der sammlung Yi Yuan (Basel 1924), and William Cohn, Asiatische Plastik, Sammlung Baron Eduard van der Heydt (Berlin 1932). Both of these well-known publications contain interesting records about the gradual formation of the collection of Chinese sculptures, but their contents are limited to about half the number of the sculptures which now form the collection, and the tekst is devoted to aestetic rather than to historical conciderations.

Er zijn een tweetal boeken die interessant kunnen zijn:
Karl With met een boek met de intrigerende titel met daarin ‘Yi Yuan’.
Ook William Cohn schreef een boek (dat ik tot nu toe online
vooral vind als een artikel).

More specific data for the historical classification of several important pieces are to be found in Stefan Balazs’ article in Ostasiatische Zeitschrift, 1934, entiteled “Die Inschriften der Sammlung Baron von der Heydt”. A learned sinologue, he here offers complete translations of all the inscriptions on monuments which existed at the time (1934) in the von der Heydt collection.

Er is nog een derde publicatie die interessant kan zijn:
de vertalingen van de Chinese inscripties op de steles door Stefan Balazs.

IMG_9108ChinesischeSkulpturenPrefacePage6

Pagina 6, de afsluiting. Dat Sirén en Von der Heydt vergelijkbare wereldbeelden aanhingen makt deze tekst duidelijk.


They were seldom seen in sharp light or at close range, but more or less as creations produced by nature and man in conjunction. It need hardly be pointed out that sculptures of this kind were rarely executed with the same degree of technical refinement as we are accustomed to look for in the classical sculptures in Europe. Their appeal is not pre-eminently dependent on formal beauty or technical refinement, but rather on something more functional and more difficult to interpret by formal analysis, i.e. a quality of style which may escape the casual observer but which, when at best, tranmits a glow of spiritual inspiration.

Samenvatting van wat ik vandaag ontdekte

De Yi Yuan‑fase van de collectie

De vroege collectie van von der Heydt werd in Amsterdam gepresenteerd
onder de naam Yi Yuan (zoiets als “Tuin van Vreugde / Tuin van Harmonie”).

De naam Yi Yuan was geen spirituele openbaring,
maar een zorgvuldig gekozen Chinees label
waarmee von der Heydt zijn collectie een aura
van verfijning en oosterse authenticiteit gaf.
Het was een vorm van culturele zelfstyling die paste bij de smaak
en de mode van de jaren 1920,
en die later door Sirén werd versterkt met een spiritueel geladen taalgebruik.

Het was geen museum in moderne zin,
maar een reeks zorgvuldig geënsceneerde ruimtes aan de Herengracht,
waar beelden in zacht licht en op afstand werden getoond.
Kunst als innerlijke tempel.

Sirén’s inleiding als spirituele rookmachine

De citaten die ik las zijn veelzeggend.
Sirén verschuift de aandacht van techniek en herkomst
naar “innerlijke kracht” en “spirituele inspiratie”.
Dat is niet alleen een esthetische keuze, maar ook een manier
om de rommelige geschiedenis van de collectie
— oorlogsjaren, verplaatsingen, onduidelijke herkomsten —
te omhullen met een aura van verhevenheid.

De collectie als diaspora

Wat Sirén terloops beschrijft, is eigenlijk een complexe verspreiding
van objecten over meerdere continenten.
Stukken die tijdens de oorlog in New York werden gekocht.
Objecten die in Buffalo lagen.
Een Bodhisattva
(Bodhisattva Maitreya uit de Longmen-grotten, inventarisnummer RCH 166)
die nog steeds in Amsterdam stond volgens Sirén.
En een verzamelaar die na de oorlog alles “weer bij elkaar moest brengen”.

Het is een verhaal dat vraagt om reconstructie — en om kritische vragen.

Nieuwe Amsterdamse lijnen

Vandaag ontdekte ik ook dat:

  • de Asiatic Society in Amsterdam nog steeds bestaat en eigenaar is
    van bijna 2000 objecten waarvan een selectie in het Rijksmuseum
    worden getoond;
  • het Wereldmuseum Amsterdam in mei een tentoonstelling opent over restitutie;
  • er op dit moment een tentoonstelling loopt in het Wereldmuseum Amsterdam, over makerschap en China, die ik binnenkort ga bezoeken.

Het voelt alsof de stad zelf ineens meedoet in het verhaal.

Afsluiting

Wat begon met een paar zinnen van Sirén,
is vandaag uitgegroeid tot een netwerk van lijnen:
Amsterdam, Zürich, New York, Buffalo, de Herengracht, de Asiatic Society,
en de museale discussies van nu.
Het voelt alsof de collectie van von der Heydt niet alleen een historisch object is,
maar een levende vraag:
hoe kijken we, wat zien we, en wat blijft er verborgen in het halfduister?

India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXXVI

– over een leesreis door negen hoofden, vreemde details en materiële sporen –

Wanneer je deze papieren Avalokiteśvara voor het eerst ziet,
lijkt hij op het bekende negen‑hoofdige type
dat in Dunhuang veel voorkomt.
Maar zodra je langer kijkt, ontvouwt zich een complexer beeld:
een hybride vorm, vol kleine afwijkingen, noodgrepen
en materiële sporen die samen een verhaal vertellen
over ritueel gebruik, atelierpraktijk en iconografische mengvormen.

DSC01370IndiaNewDelhiNationalMuseumNineHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper70x51-5CmAccNoCh-lvi-385 Head

India, New Delhi, National Museum, Nine-headed Avalokiteshvara, Dunhuang, 8th – 10th century CE, painting on paper, 70 x 51,5 cm. Acc.No. Ch.lvi.385. Detail.

DSC01371 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumNineHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper70x51-5CmAccNoCh-lvi-385


Elf hoofden in de canon — negen in deze schildering

In de volledige canon heeft Avalokiteśvara elf hoofden:
tien in drie lagen, met Amitābha als hoogste.
In Dunhuang‑papierkunst wordt deze structuur echter
vaak vereenvoudigd tot negen hoofden:
• drie onder
• vijf midden
• één boven
Ook in deze schildering zien we die verkorte vorm.
De hiërarchie blijft echter intact:
Amitābha staat altijd bovenaan,
ook wanneer het totaal aantal hoofden wordt teruggebracht.

Hoe herken je Amitābha als bovenste hoofd?

De identificatie is eenvoudig:
Amitābha staat altijd boven Avalokiteśvara,
ongeacht of de schildering elf of negen hoofden toont.
Dat is geen kwestie van stijl, kleur of detail,
maar van iconografische structuur.
Avalokiteśvara is de emanatie van Amitābha;
daarom staat Amitābha bovenaan als spirituele oorsprong
en hoogste autoriteit.
Zelfs in vereenvoudigde papierkunst blijft deze hiërarchie intact.
De positie van het bovenste hoofd is dus de beslissende factor.

Zodra we weten dat dit Avalokiteśvara is,
weten we automatisch dat het bovenste hoofd Amitābha moet zijn.

De iconografie van de vijf middelste hoofden

In de klassieke iconografie vormen de vijf middelste hoofden
een innerlijke sequentie van compassie:

Linker buitenhoofd — de aandachtige waarnemer
Zachte, alerte blik.
Betekenis: het horen van het lijden van de wereld.

Linker binnenhoofd — de meelevende herkenning
Rondere contouren, meer open blik.
Betekenis: empathisch begrijpen.

Middelste hoofd — het stille kernbewustzijn
Vaak deels verborgen.
Betekenis: de innerlijke, gelijkmoedige kern van Avalokiteśvara.

Rechter binnenhoofd — de actieve compassie
Horizontale blik, lichte spanning.
Betekenis: de beslissing om te handelen.

Rechter buitenhoofd — de beschermende waakzaamheid
Scherpere contouren, alerte blik.
Betekenis: beschermende compassie.

Samen vormen deze vijf hoofden een cyclus:
Horen → Begrijpen → Innerlijk weten → Handelen → Beschermen.

Hoe dit zich wél en níet toont in deze schildering

Deze schildering volgt de canon globaal, maar niet in detail.

Wat je wél ziet:

  • De vijf hoofden zijn duidelijk onderscheiden.
  • De expressies variëren subtiel van zacht naar alerter.
  • Het middelste hoofd is half verscholen achter de diadeem
    — precies passend bij zijn functie.
  • De buitenste hoofden zijn iets scherper gemodelleerd.

Wat je níet ziet:

  • Geen symmetrische, volledig uitgewerkte kroon.
  • Geen verfijnde psychologische modellering.
  • Geen doorlopende ornamentiek.

De linten

Canoniek zouden alle vijf middelste hoofden deel uitmaken
van één doorlopende kroonstructuur, vaak gemarkeerd door linten.
In deze schildering is die structuur vereenvoudigd,
maar de onderliggende hiërarchie blijft zichtbaar.

Amitābha bovenaan draagt geen linten en geen sieraden.
Dat is precies zoals het hoort:
Amitābha is de emanatiebron van Avalokiteśvara
en staat boven de ornamentiek van de bodhisattva.

Het middelste hoofd van de middelste rij
— het hoofd dat het dichtst bij Amitābha staat —
heeft óók geen linten.
Dat past bij zijn functie als innerlijke kern:
het meest gelijkmoedige, boeddha‑nabije bewustzijn.

De vier andere hoofden in de middelste rij krijgen wél linten,
maar in een vereenvoudigde, schetsmatige vorm.
Ze echoën de linten van het centrale bodhisattvahoofd,
zonder een volledige kroon te vormen.

Deze schildering volgt niet de volledige canonieke kroon,
maar behoudt wél de spirituele ordening:
soberheid waar de nabijheid tot Amitābha het grootst is,
ornament waar de verbinding met de bodhisattva
visueel moet worden benadrukt.

Het gekantelde derde oog

Het derde oog in deze schildering is niet een stip,
maar een anatomisch uitgewerkt oog dat volledig 90 graden gedraaid is.
Dat is een opvallend kenmerk dat vooral voorkomt in actievere,
meer tantrische vormen van Avalokiteśvara.
Het suggereert een doorziende, ingrijpende alertheid
die verder gaat dan de serene blik van de vroege, niet‑tantrische varianten.

Dit detail is niet alleen stilistisch interessant, maar ook tijdsbepalend:
zulke uitgesproken tantrische accenten worden in Dunhuang
vooral zichtbaar vanaf de late Tang
en worden gebruikelijker in de 9e–10e eeuw.
Het gedraaide derde oog past dus goed binnen
die latere fase van de Dunhuang‑papierkunst.

Zon en maan – maar een beetje los

DSC01371 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumNineHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper70x51-5CmAccNoCh-lvi-385 RechterhandDSC01371 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumNineHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper70x51-5CmAccNoCh-lvi-385 LinkerhandFloraal

De bovenste handen dragen zon en maan,
maar op een opvallend ongewone manier.
De zon lijkt op de duim te balanceren,
terwijl de maan niet in de hand ligt maar erboven zweeft.
De attributen zijn dus aanwezig, maar niet anatomisch ingebed
zoals in verfijnde muurschilderingen.
Dit is geen iconografische afwijking, maar een praktische vereenvoudiging:
in snelle papierkunst worden attributen vaak
als zelfstandige vormen toegevoegd, waarbij de schilder
minder aandacht besteedt aan de exacte verbinding tussen hand en object.
Het resultaat is een soort “zwevende” plaatsing
die typisch is voor Dunhuang‑papierbanieren.

De tweede laag handen

DSC01371 04 IndiaNewDelhiNationalMuseumNineHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper70x51-5CmAccNoCh-lvi-385 BeideMiddelsteHanden

Onder de kosmische handen van de eerste laag verschijnt
een tweede paar handen in een open, zegenende houding.
Dit gebaar komt veel voor in Dunhuang‑papierbanieren:
een eenvoudige, directe uitdrukking van compassie en bescherming.
De handen zijn schetsmatig weergegeven,
minder verfijnd gemodelleerd dan in muurschilderingen,
maar duidelijk onderdeel van de figuur.

Een lasso en een flacon

DSC01371 05 IndiaNewDelhiNationalMuseumNineHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper70x51-5CmAccNoCh-lvi-385 OnderRechterDraadDSC01371 06 IndiaNewDelhiNationalMuseumNineHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper70x51-5CmAccNoCh-lvi-385 OnderLinkerFlacon

De onderste handen dragen een flacon en een dun touwtje
dat op een lasso lijkt.
Dat touwtje verwijst naar de amoghapāśa
— letterlijk de “onfeilbare lasso” van Avalokiteśvara.

Amoghapāśa is geen algemene of vroege vorm van Avalokiteśvara,
maar een specifieke, minder vaak voorkomende manifestatie
die vooral verbonden is met tantrische uitingen van het boeddhisme.
Deze vorm ontwikkelt zich vanaf de late 7e–8e eeuw
en wordt vooral prominent in Centraal‑Azië, Nepal en Tibet.
In deze traditie draagt Avalokiteśvara een lasso waarmee hij:

  • wezens uit gevaar trekt,
  • hen uit de cyclus van lijden “loshaalt”,
  • illusies of schadelijke krachten bindt,
  • en wie dreigt te vallen weer vastgrijpt.

Het is een actieve, reddende vorm van compassie:
Avalokiteśvara grijpt letterlijk in.

In rijk uitgewerkte schilderingen en sculpturen is de lasso
een volledig attribuut met knopen en lussen.
In Dunhuang‑papierkunst daarentegen wordt dit motief
meestal sterk vereenvoudigd:
tot één enkele lijn, een dun touwtje of een kleine lus.
Precies dat zien we hier: een minimale maar herkenbare verwijzing
naar deze tantrische traditie, passend bij de snelle,
schetsmatige stijl van papieren votiefbanieren.

Monniken, maar geen donoren

DSC01374IndiaNewDelhiNationalMuseumNineHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper70x51-5CmAccNoCh-lvi-385 MonkLeftOfferingsDSC01373IndiaNewDelhiNationalMuseumNineHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper70x51-5CmAccNoCh-lvi-385 MonkRightIncense

Onderaan staan twee monniken, herkenbaar aan hun geschoren hoofden,
eenvoudige gewaden en de rituele objecten die zij vasthouden.
Hun aanwezigheid is niet die van donoren
— ze worden niet geïndividualiseerd, dragen geen inscripties,
en nemen geen prominente plaats in.
In plaats daarvan functioneren zij als rituele begeleiders:
figuren die de devotionele ruimte openen,
de aandacht van de kijker richten en de overgang markeren
tussen de menselijke wereld en de aanwezigheid van Avalokiteśvara.

Dit type monastieke attendant komt vaker voor in Dunhuang‑papierbanieren.
Ze vertegenwoordigen niet een specifieke historische persoon,
maar een generieke monastieke autoriteit:
de gemeenschap die rituelen uitvoert, teksten reciteert
en de devotionele praktijk draagt.
Hun kleinere schaal benadrukt de hiërarchie:
zij staan letterlijk en figuurlijk onder de bodhisattva,
maar vormen wel een essentieel onderdeel van de rituele mise‑en‑scène.

Papier dus privédevotie?

Omdat dit object van papier is, lijkt het misschien op een prent
voor privédevotie:
iets kleins, persoonlijks, bedoeld voor een huisaltaar.
Maar zowel de materiële sporen als het formaat spreken dat duidelijk tegen.
Met zijn afmetingen van 70 × ruim 51 cm is dit werk veel te groot
voor huiselijk gebruik.
Privédevotie‑prenten uit Dunhuang zijn doorgaans klein, handzaam
en bedoeld voor een beperkte ruimte.
Een object van dit formaat hoort thuis in een tempelcontext,
waar het zichtbaar moest zijn voor meerdere mensen tegelijk
en deel uitmaakte van een grotere rituele mise‑en‑scène.

Daarnaast zijn er gebruikssporen die wijzen op ophanging:

  • in de linkerbovenhoek zijn vezelresten zichtbaar,
  • er loopt een zwarte hoeklijn, met een onduidelijke functie,
  • midden boven zit een gat dat goed voor bevestiging gebruikt kan zijn,
  • de onderhoeken ontbreken,
  • en de lotusvoet is verdwenen.

Dit zijn typische kenmerken van een hangende votiefbanier:
een licht, ritueel object dat aan een houten frame werd bevestigd
en in tempels, grotten of processies werd gebruikt.
Zulke banieren waren bedoeld om te bewegen in de luchtstroom,
om licht te vangen, en om de aanwezigheid van de bodhisattva
zichtbaar te maken tijdens rituelen.

Papier was in Dunhuang geen teken van privégebruik,
maar een praktisch materiaal voor rituele objecten die:

  • tijdelijk waren,
  • in grote aantallen werden gemaakt,
  • door monniken of leken werden geofferd,
  • en vaak na verloop van tijd werden vervangen.

Het formaat én de gebruikssporen laten dus zien
dat dit waarschijnlijk geen huiselijke devotieprent was,
maar een ritueel object dat deel uitmaakte van een publieke religieuze omgeving.

Slot

Wat begint als een eenvoudige papieren Avalokiteśvara
blijkt een rijk, hybride, ritueel object:
een vereenvoudigde negen‑hoofdige vorm die teruggaat
op een elf‑hoofdige canon,
een Amitābha die door zijn positie herkenbaar blijft,
een derde oog dat actief kijkt,
kosmische attributen die los lijken te zweven,
een tantrische lasso die India en de steppe verbindt,
monniken die de rituele ruimte openen,
en materiële sporen die vertellen dat dit ooit een hangende banier was.

Het is precies dit soort object waarin de Zijderoute voelbaar wordt:

niet als route van goederen alleen,
maar ook als route van ideeën, stijlen, lokale varianten
en pragmatische improvisaties in rituele kunst.


DSC01372IndiaNewDelhiNationalMuseumNineHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper70x51-5CmAccNoCh-lvi-385 Txt

This painting shows a nine-headed Avalokiteshvara, with a top head being Amitabha Buddha. The sun and moon discs in his upper hands symbolise eternity. The monks flanking him carry a tray of offerings and an incense burner.


Elke stele opent anders

– over een derde ontmoeting met de Noordelijke Wei‑stijl in het Rietberg Museum –

Inleiding — verwondering als kompas

Dit is de derde Noordelijke Wei‑stele die ik in het Rietberg Museum tegenkom,
en toch voelt elke ontmoeting nieuw.
De stijl is vertrouwd, maar de details openen zich telkens anders
— alsof elke stele een eigen ritme heeft, een eigen adem.
Wat volgt is geen herhaling, maar een verdere verdieping
in een beeldtaal die me blijft verrassen.

DSC05566 01 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein

Zürich, Museum Rietberg, Stele depicting Buddha and two bodhisattvas, China, Northern Wei Dynasty, early 6th century CE, kalkstein, geschenk Eduard von der Heydt, RCH 109.


Wie voor deze stele staat, voelt hoe hij zich van onder naar boven opent:
van de menselijke wereld aan de voet,
via de Boeddha en zijn begeleiders,
naar de hemelse energie die zich boven hen verzamelt.
In dit bericht volg ik die opwaartse lijn
en geef ik elk element afzonderlijk aandacht.

Daarbij begin ik bij de begeleiders van de Boeddha
en bij de dorpel waarop deze hele steen rust.

Bodhisattva (links)

DSC05566 03 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein BodhisattvaLinks

De linker bodhisattva staat in een rustige, ingetogen houding.
De handen zijn voor de borst gebracht, zonder attribuut,
in een gebaar dat tussen devotie en contemplatie in ligt.
De vingers zijn licht gebogen, alsof de figuur een onzichtbare ruimte bewaakt
— een innerlijke aanwezigheid eerder dan een fysiek object.

Opvallend zijn de kleine ‘vleugeltjes’ van stof
die bij de schouders naar buiten waaieren.
Het zijn uitwaaierende plooien van het bovenkleed,
een typisch Noordelijke Wei‑motief dat beweging en lichtheid suggereert.
Ze geven de figuur een bijna speelse elegantie,
alsof er een zachte bries langs het lichaam strijkt.

Op de borst komen de linten van het gewaad samen in een ronde schijf,
een sierlijk borstsieraad dat alleen bodhisattva’s dragen.
Het is een typisch Noordelijke Wei‑motief:
een juweelplaat die als knooppunt fungeert,
waar de lijnen even samenkomen voordat ze zich
in lange, vloeiende bewegingen naar beneden ontvouwen.
Het ornament markeert de bodhisattva
als een vorstelijke, wereldse begeleider,
in contrast met de monastieke eenvoud van de Boeddha.
Tegelijk vormt de schijf een visueel knooppunt in het lijnenspel
van de draperie
— een plek waar de beweging even samenkomt en zich daarna weer ontvouwt.

Onder de voeten rust een gestileerd mythisch dier,
verwant aan de leeuw.
Het fungeert als drager en beschermer, een krachtig wezen
dat de bodhisattva optilt uit de aardse wereld
en hem verankert in de spirituele ruimte van de stele.
De combinatie van de slanke figuur en het compacte, gespierde dier
creëert een subtiel spanningsveld tussen lichtheid en kracht.

Achter de bodhisattva ontvouwt zich een eigen ovale mandorla,
fijn gegraveerd met florale motieven die naar boven groeien.
De lijnen zijn vloeiend en ritmisch, bijna dansend,
en geven de indruk dat de figuur wordt omhuld
door een levende, ademende vorm.
Aan de top komen deze motieven samen in een bijzondere ovale vorm,
een detail dat je vaker in Noordelijke Wei‑steles ziet
en dat de mandorla als een natuurlijke bekroning afsluit.

De elegantie van deze lijnen roept onvermijdelijk associaties op
met Art Nouveau en Jugendstil:
dezelfde liefde voor organische krullen, dezelfde opwaartse beweging,
dezelfde gevoeligheid voor ritme.

Het gelaat is sereen, met de langgerekte elegantie die zo kenmerkend is
voor de Noordelijke Wei‑stijl.
De hoge kroon en sieraden markeren de bodhisattva
als een verlichte begeleider, maar de houding blijft bescheiden.
Samen met de rechter bodhisattva vormt deze figuur een harmonisch paar
rond de centrale Boeddha
— een balans tussen rust en actie, tussen innerlijke stilte en uiterlijke devotie.

Chinese inscriptie

DSC05566 04 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Inscriptie

Tussen de bodhisattva en de Boeddha staat een verticale inscriptie gegraveerd,
een devotionele tekst zoals je die vaak ziet op Noordelijke Wei‑steles.
De karakters zijn smal en hoekig, met een strak schriftbeeld
dat typisch is voor de vroege 6e eeuw.
Het is waarschijnlijk een dedicatie van een gelovige
— een naam, een wens, misschien zelfs een datum —
een kleine menselijke stem die zich tussen de goddelijke figuren nestelt.
Het maakt de stele niet alleen een kunstwerk,
maar ook een gebaar van persoonlijke devotie.

De dorpel — de menselijke wereld onder de goddelijke

Onderaan de stele strekt zich een brede dedicatiezone uit,
een horizontale strook waarin de menselijke wereld zich verzamelt.
Hier staan de donateurs: kleine, ingetogen figuren
die tussen verticale tekstkolommen zijn geplaatst.
Ze zijn niet zomaar decoratie, maar de gemeenschap
die deze stele ooit heeft laten maken
— geen portretten, maar wel afzonderlijke figuren,
elk verbonden met een naam en een wens die in de inscriptie besloten liggen,
ook al blijven ze voor ons voorlopig onleesbaar.
De figuren zijn licht gedraaid, met hun lichaam en gezicht
naar het centrum van de stele gericht,
alsof ze zich in een stille beweging naar de Boeddha boven hen toe wenden.
Sommige dragen een hoofddeksel, andere niet.
Dat verschil is geen toeval:
het weerspiegelt de sociale realiteit van de Noordelijke Wei‑tijd.
De variatie in houding en kleding is klein, maar betekenisvol:
dit is een familie, een groep verwanten,
een kleine gemeenschap die zich gezamenlijk
onder de bescherming van de Boeddha stelt.

DSC05566 05 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Dorpel

De complete dorpel.

Tussen de figuren staan smalle tekstkolommen gegraveerd,
elk gekoppeld aan een persoon.
De karakters zijn hoekig en verticaal gespannen.
Hoewel de tekst door slijtage niet volledig leesbaar is,
verraadt de structuur dat het gaat om dedicaties:
namen, verwantschappen, misschien een datum,
misschien een korte wens voor zegen of bescherming.
Het is de menselijke stem van de stele — klein, maar onmisbaar.

DSC05566 06 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein DorpelLinks

De menselijke figuren vanaf links tot en met de bol-vorm in het midden.

In het midden van de dorpel rijst een florale vorm op:
een bolvormige knop die van onderaf lijkt te ontstaan,
met een sierlijke strikvormige krul net onder de ronde contour.
Dit is een gestileerde lotusknop,
het symbool van zuiverheid en spirituele potentie.
De knop vormt een visuele en symbolische schakel
tussen de menselijke wereld onderaan en de goddelijke figuren erboven.

DSC05566 07 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein DorpelRechts

De menselijke figuren rechts.

Links en rechts wordt de hele zone begrensd door een verticale rand,
waardoor de dedicatiezone als een architectonische basis
onder de stele ligt.
Zo vormt de dorpel een fundament — letterlijk en figuurlijk.
Het is de laag waarin de menselijke wereld zichtbaar wordt,
waarin namen en gezichten zich hechten aan de steen.
Boven hen ontvouwt zich de kosmische scène van Boeddha en bodhisattva’s;
onder hen staat de wereld van de mensen,
die deze stele ooit met devotie hebben laten maken.
De dorpel is daarmee het stille hart van het object:
de plek waar geschiedenis, geloof en gemeenschap samenkomen

Bodhisattva (rechts)

DSC05566 10 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein BodhisattvaRechts

De rechter bodhisattva vormt een duidelijke tegenhanger
van de contemplatieve figuur links.
Waar de linker bodhisattva lege handen heeft en zich naar binnen keert,
draagt de rechter een attribuut: een ovale, gesloten lotusknop.
De vorm is glad en afgerond, met aan de voorzijde een subtiele markering
die de kern suggereert.
Het is een symbool van potentie
— de belofte van verlichting die nog moet openen.

De houding van de bodhisattva is licht naar voren gericht,
alsof de figuur het attribuut aanbiedt of bewaakt.
De armen vormen een zachte boog rond de knop,
wat de actieve rol van deze bodhisattva benadrukt:
een begeleider die het pad opent, die iets draagt en doorgeeft.

Het gelaat is sereen, maar minder ingetogen dan dat van de linker figuur;
er zit een zachte alertheid in, een gerichtheid op de wereld buiten zichzelf.
De mandorla achter de bodhisattva volgt dezelfde vloeiende ornamentiek
als elders op de stele en sluit visueel aan bij de vorm van het attribuut,
waardoor figuur en achtergrond één geheel vormen.
Zo ontstaat een mooi spanningsveld tussen beide bodhisattva’s:
links de stilte en ontvankelijkheid, rechts de handeling en potentie.
Samen flankeren ze de Boeddha
als twee complementaire aspecten van hetzelfde pad.

Vanaf hier verschuift de aandacht naar de Boeddha zelf
en naar wat zich rondom hem ontvouwt.

Het lijnenspel van de kleding

DSC05566 08 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Jugendstil

Het lijnenspel van de gewaden is adembenemend.
De plooien vallen in lange, vloeiende bogen
die het lichaam niet zozeer bedekken als wel omlijnen,
alsof de figuur wordt omhuld door een ritme van beweging.
Zonder de voeten zou het bijna abstract worden:
een compositie van krullende lijnen, licht en schaduw, een dans in steen.
Het is een van de meest verfijnde trekken van de Noordelijke Wei‑stijl
— een vergeestelijkte anatomie waarin het lichaam verandert
in een patroon van ademende contouren.

De hand

DSC05566 09 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Hand

De Boeddha toont slechts één hand, opgeheven met de palm naar voren.
Het is een klein, helder gebaar — de abhaya‑mudrā,
het teken van geruststelling en bescherming.
De eenvoud ervan versterkt de kracht:
tussen de vloeiende, bijna abstracte lijnen van de gewaden
vormt de hand een stil rustpunt, een open uitnodiging.
Het is alsof de Boeddha niet alleen wordt afgebeeld,
maar zich tot de kijker wendt met een gebaar
dat al vijftien eeuwen onveranderd spreekt.

De mandorla van de Boeddha

DSC05567 01 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein

Achter het hoofd van de Boeddha ontvouwt zich een cirkel van bloembladen,
fijn gegraveerd en ritmisch gerangschikt.
Het is alsof de Boeddha zelf het hart van een bloem vormt:
een centrum waaruit licht, inzicht en compassie stralen.
Dit motief — de Boeddha als bloemkern —
is typisch voor de Noordelijke Wei‑periode,
waarin de mandorla niet alleen een stralenaura is,
maar een organische, levende vorm.
De bloembladen zijn niet naturalistisch, maar gestileerd:
langgerekte, puntige vormen die in een regelmatige kring om het hoofd liggen.
Ze suggereren zowel een lotus als een stralencirkel,
een hybride vorm die de Boeddha tegelijk aardt (lotus) en verheft (licht).

DSC05567 02 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Bodhisattvas

Direct buiten deze bloemcirkel volgt een tweede ring,
gevuld met kleine, zittende figuren
— waarschijnlijk bodhisattva’s of hemelse wezens.
Ze zijn miniatuur, maar zorgvuldig gegraveerd:
elk met een eigen halo, een eigen houding, een eigen aanwezigheid.
Deze ring vormt een soort hemelse gemeenschap rond de Boeddha,
een kosmische kring van begeleiders en getuigen.

Het effect is verbluffend:

  • het centrum: de Boeddha als bloemhart
  • de eerste ring: bloembladen, als een levende aura
  • de tweede ring: hemelse figuren, als een spirituele kring

Daarmee wordt de Boeddha niet alleen centraal geplaatst,
maar verankerd in een kosmische orde.
Hij is het middelpunt van een universum dat in concentrische cirkels
om hem heen is opgebouwd.

De apsara‑ring — dansende hemelwezens rond de Boeddha

DSC05567 03 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Apsaras

Buiten de cirkel van bloembladen ontvouwt zich nog een tweede ring,
gevuld met apsara’s
— hemelse dansers die in sierlijke beweging om de Boeddha cirkelen.
Hun lichamen zijn licht gedraaid, de linten van hun kleding waaieren uit
in elegante krullen, en de vleugelachtige ornamenten geven hen
een gewichtloze aanwezigheid.
Deze ring vormt een hemelse hofhouding rond de Boeddha:
een kring van lichtheid, muziek en devotie.
Waar de bloembladen de Boeddha als het hart van een kosmische lotus markeren,
brengen de apsara’s beweging en ritme in de mandorla,
alsof de aura zelf tot leven komt.

De apsara’s die de ring sluiten

DSC05567 04 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein ApsarasBovenBuddha

In de apsara‑ring gebeurt boven het hoofd van de Boeddha iets opvallends.
De hemelse dansers bewegen vanuit beide zijden naar elkaar toe,
hun lichamen licht naar binnen gedraaid,
de linten van hun kleding in sierlijke bogen achter hen aan.
Het is alsof ze in een zachte, ritmische beweging om de Boeddha cirkelen
en precies op het hoogste punt van de mandorla samenkomen.
Daar sluiten ze de ring
— een moment van perfecte symmetrie,
alsof de aura van de Boeddha daar even tot leven komt.

Op datzelfde punt verschijnt een compacte bol‑vorm,
een kleine maar betekenisvolle sluitsteen
die de beweging van de apsara’s verankert.
Waar de bol in de dedicatie‑zone een rituele, menselijke functie hebben,
is deze bol kosmisch van aard:
een knooppunt in de mandorla, een rustpunt tussen twee spiegelende figuren.
De vorm markeert het absolute midden van de bovenste zone
en geeft de apsara‑ring een helder architectonisch anker.
Het is alsof de energie van de dansers hier samenkomt
voordat de mandorla zich verder opent naar de buitenste vlammenring.

De vuurkrans — pulserende vlammen tot sluiting

DSC05567 05 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Vlammen

De buitenste ring van de mandorla bestaat uit een vuurkrans:
een ritmische reeks druppelvormige vlammen die in lange verticale lijnen
langs de Boeddha omhoog bewegen.
In tegenstelling tot de strak gedefinieerde vlammen met dubbele contouren
die je op veel Noordelijke Wei‑steles ziet,
zijn de vlammen hier veel vrijer en geabstraheerder:
meerdere lijnen die elkaar volgen, zonder duidelijke hiërarchie,
meer patroon dan vlam.
Het geheel ademt een gestileerde energie:
geen naturalistisch vuur, maar een abstracte visualisatie van verlichting,
kracht en kosmische uitstraling.
In het middengebied van de mandorla volgen de vlammen elkaar
in een bijna ademend ritme op.
De druppelvormen zijn langgerekt en elegant.
Dit is de zone waar de mandorla zich opent naar buiten:
na de bloembladen en apsara’s wordt de ornamentiek abstracter,
strenger, meer gericht op pure energie.
Naarmate de vuurkrans hoger klimt, worden de vlammen iets compacter
en schuiven ze dichter naar elkaar toe.
De beweging van de lijnen wordt strakker, alsof de energie zich concentreert.
Helemaal bovenaan, in de top van de stele, komen de vlammen samen
in een puntvormige afsluiting.
Daar sluit de vuurkrans zich
— niet abrupt, maar als een natuurlijke culminatie van de opwaartse beweging.
De top fungeert als een visueel anker:
het moment waarop de straling van de Boeddha zich verzamelt
en de mandorla haar hoogste punt bereikt.

DSC05566 02 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Top

Zo verbinden de twee zones
— het ritmische midden en de geconcentreerde top —
zich tot één doorlopende beweging.
De vuurkrans is geen decoratieve rand, maar een dynamische kracht
die de Boeddha omhult en omhoog draagt,
van de eerste vlam tot de sluitsteen van de stele.

De Boeddha — het stille centrum

DSC05567 06 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Boeddha

Na de concentrishe ringen van apsara’s en de opwaarts klimmende vuurkrans
kom je uit bij de Boeddha zelf:
het onverstoorbare middelpunt waar alle beweging tot rust komt.
Zijn gelaat is sereen, met de langgerekte elegantie
van de Noordelijke Wei‑stijl:
hoge jukbeenderen, zachte lijnen rond de mond,
en een blik die naar binnen is gericht.
De topknot en de lange oorlellen markeren hem als een verlichte figuur,
maar het is vooral de stilte van zijn expressie die de compositie draagt.
De Boeddha is het punt waar alle lijnen samenkomen:
de bloembladen openen zich vanuit hem,
de apsara’s cirkelen om hem,
de vuurkrans stijgt boven hem uit,
en de hele stele lijkt te ademen vanuit zijn stille aanwezigheid.

DSC05568ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein

De stele staat in het Rietberg Museum tegen de muur,
wat suggereert dat de achterzijde weinig of geen decoratie draagt.
Musea plaatsen objecten met een betekenisvolle achterkant
doorgaans vrij in de ruimte.
Hoewel ik de achterzijde niet heb kunnen zien,
wijst de museale opstelling erop dat de voorzijde en zijkanten
de belangrijkste zones van betekenis vormen.

Slotpassage — de adem van de stele

DSC05570ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein

Wanneer je tenslotte langs de zijkant van de stele kijkt,
ontvouwt zich een laatste, stille laag van betekenis.
De Boeddha en de bodhisattva’s verschijnen hier opnieuw,
ditmaal in profiel, als een zachte echo van de voorzijde.
Hun contouren steken net genoeg uit om te laten voelen
dat de stele geen vlak beeld is, maar een sculptuur
die zich om de steen heen vouwt
— een object dat in alle richtingen betekenis draagt.
Naast deze figuren loopt aan de zijkant,
een verticale band met florale motieven,
ritmisch geordend als gestileerde lotusknoppen.
De druppelvormige ornamenten herhalen zich in een rustige cadans,
minder uitgesproken dan de vuurkrans,
maar verwant in hun opwaartse beweging.
Waar de voorzijde de kosmische energie van de mandorla toont,
biedt deze zijkant een meer ingetogen, vegetatieve tegenhanger:
een ornamentiek die de stele als het ware wortelt in de symboliek van de lotus.

Het is een detail dat je gemakkelijk zou kunnen missen,
maar juist hier wordt duidelijk dat de stele niet alleen een voorstelling is,
maar een wereld in steen.
De voorzijde straalt, de zijkant ademt.
En in die ademhaling
— tussen de profielen van de heiligen en de opklimmende lotusmotieven —
sluit de stele zich als een geheel.


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXXV

– over een Dunhuang‑Avalokiteśvara, twee kinderen en een dedicatie die weer gelezen mag worden –

Overweldiging

Ik wist niet waar ik moest kijken
— en misschien is dat precies wat deze schildering wil.
Je wordt eerst overweldigd, en pas daarna zie je
hoe alles bedoeld is om je te ondersteunen.

DSC01366 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumElevenHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper73x47CmAccNoCh-00184

India, New Delhi, National Museum, Eleven-headed Avalokiteshvara, Dunhuang, 8th – 10th century CE, painting on paper, 73 x 47 cm. Acc. No. Ch.00184.


De schildering toont Avalokiteśvara, de bodhisattva van mededogen,
in een vorm die tegelijk kosmisch en intiem is:
elf hoofden, zes armen, een aureool die als een brandende baldakijn
boven hem hangt.
Onder hem, bijna verscholen, staan twee kinderen en een eend.
En daarbij een dedicatie in acht of negen kolommen,
geschreven door iemand die deze kinderen niet wilde vergeten.

Dit is geen anonieme religieuze afbeelding.
Dit is een rouwmonument.

DSC01366 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumElevenHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper73x47CmAccNoCh-00184 11

Elf hoofden — een toren van aandacht

De elf hoofden van Avalokiteśvara vormen een verticale as
van waarneming.
Elk hoofd kijkt anders, elk hoofd ziet iets anders.
In Dunhuang‑kunst staat deze veelhoofdigheid
voor het vermogen om alle richtingen tegelijk te zien en horen
— alle stemmen, alle gebeden, alle kreten.
Hier voelt het als iets persoonlijkers:
een godheid die probeert te zien
wat ouders niet meer kunnen verdragen te zien.

DSC01366 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumElevenHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper73x47CmAccNoCh-00184 Baldakijn

Het vuurbaldakijn — bescherming en transformatie

Boven de hoofden hangt een stoffelijk baldakijn
met afhangende versieringen.
Langs de bovenrand krullen vuurtongen naar buiten
— zo ver zelfs dat ze buiten de omlijsting treden.

In Dunhuang‑kunst is zo’n vuurdecoratie in de eerste plaats
een beschermend motief; pas in tweede instantie verwijst het
naar zuivering of transformatie.

Het vuur is niet vernietigend, maar omhullend.
Het markeert de aanwezigheid van iets dat groter is dan verdriet,
maar er niet voor wegloopt.

De aureool — lagen van licht en ritme

Achter het lichaam ligt een grote aureool,
opgebouwd uit verschillende decoratieve zones.
Eén daarvan heeft een geometrisch karakter,
met ritmische patronen en kleurvlakken
die de figuur stabiliseren en ordenen.

Andere zones zijn rustiger van toon,
waardoor de aureool als geheel een visuele bedding vormt
voor de complexiteit van de figuur.

Waar het vuurbaldakijn dynamisch en intens is,
brengt de aureool rust.
Ze ordent wat anders zou overspoelen.

De zes armen — kosmos, inzicht, aanwezigheid

Armen 1 en 2: maan en zon
DSC01366 04 IndiaNewDelhiNationalMuseumElevenHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper73x47CmAccNoCh-00184 Maan

De bovenste twee handen houden de maan (wit) en de zon (rood).
De bodhisattva draagt de maan en de zon
omdat de ouders van de te vroeg gestorven kinderen
het ritme van hun dagen zijn kwijtgeraakt.
Hij houdt de tijd vast, omdat zij dat niet meer kunnen.

DSC01366 05 IndiaNewDelhiNationalMuseumElevenHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper73x47CmAccNoCh-00184 Zon

Het is een van de meest tedere iconografische keuzes in de hele compositie.

Armen 3 en 4: mudra’s van inzicht en nabijheid

DSC01366 06 IndiaNewDelhiNationalMuseumElevenHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper73x47CmAccNoCh-00184 Hand3en4

Halverwege komen we bij iets intiems:
twee handen die tegelijk geven en beschermen.
Het is alsof Avalokiteśvara zegt:
ik ontvang jullie verdriet, en ik houd jullie vast.

In één van de middelste handen sluiten duim en wijsvinger zich
tot bijna een cirkel
— een gebaar dat in Dunhuang‑kunst staat voor inzicht,
maar hier voelt als iets intiemers: een zacht, troostend ‘ik ben hier’.

Armen 5 en 6: de handen die niets lijken te doen

DSC01366 07 IndiaNewDelhiNationalMuseumElevenHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper73x47CmAccNoCh-00184 Hand5RechterDSC01366 08 IndiaNewDelhiNationalMuseumElevenHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper73x47CmAccNoCh-00184 Hand6Linker

De bovenste armen dragen maan en zon
— kosmische symbolen die kunnen overweldigen, net als de dood.

De middelste armen spreken in gebaren,
— kleine bewegingen die nog geen redding bieden
maar wel het eerste spoor van compassie openen,
alsof er voorzichtig ruimte wordt gemaakt voor nabijheid.

Maar de onderste twee armen doen niets.
De handen open, palmen naar boven.
Ze rusten eenvoudig naast het lichaam.

En misschien is dat juist het meest menselijke: soms is aanwezigheid genoeg.

De lotustroon en de voetzolen

DSC01366 09 IndiaNewDelhiNationalMuseumElevenHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper73x47CmAccNoCh-00184 Voetzolen

De bodhisattva zit in kleermakerszit op een lotustroon
waarvan de symmetrie rust brengt in de drukte van de compositie.
Ondanks die zittende houding zijn zijn voetzolen zichtbaar
— een detail dat in Dunhuang‑kunst vaak betekent:

de godheid is hier, in deze wereld, op deze grond.

DSC01366 10 IndiaNewDelhiNationalMuseumElevenHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper73x47CmAccNoCh-00184 Lotustroon

Twee kinderen, een tekst en een eend

DSC01369 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumElevenHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper73x47CmAccNoCh-00184 Dedication

Twee foto’s om de details zo duidelijk mogelijk te tonen. Van links naar rechts.

DSC01369 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumElevenHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper73x47CmAccNoCh-00184 Dedication

Onder de lotus: twee kinderen.
Ze zijn klein, maar niet karikaturaal;
ze zijn aanwezig, maar niet geïdealiseerd.

Tussen hen in staat een tekstblok, en rechts naast hen staat een vogel
— een eenvoudig, bijna huiselijk dier
dat in deze context een onverwachte kwetsbaarheid krijgt,
misschien zelfs bedoeld om de overgang van de kinderen te onderstrepen.

Wie waren zij?
Waarom staan ze hier?
Waarom samen met een vogel?

De dedicatie tussen hen geeft ons vandaag geen directe antwoorden,
maar wel contouren van een verhaal.

Het tekstblok — een dedicatie in negen kolommen

Onder de lotus staat een tekstblok van zes of zeven kolommen
– de twee zijpanelen even niet meegeteld.
De laatste kolom was te lang en is halverwege afgebroken;
de schrijver heeft de rest iets hoger, rechts ernaast, voortgezet.

Ik heb samen met Copilot geprobeerd om de tekst te analyseren.
Helaas is de kwaliteit van mijn foto’s onvoldoende
om ook helemaal tot een vertaling en duiding te komen.

De tekst volgt een klassieke Dunhuang‑structuur:

Kolom 1–2: donorformule

Moeilijk leesbaar door doorslag en vlekken,
maar duidelijk de aanhef van de dedicatie.

Kolom 3: lofzang op Avalokiteśvara

Hier wordt de godheid aangesproken als 觀世音菩薩
— de bodhisattva die verschijnt vanuit het hart
en zich manifesteert om te redden.

Kolom 4–5: wensen voor land, gemeenschap en familie

Wensen voor vrede, voorspoed, goede omstandigheden, vreugde
en nageslacht.

Kolom 6–7: de datum

Volgens de klassieke Chinese dateringsmethode.

Zijpanelen

Korte devotionele termen.

Het linker zijpaneel is vrijwel onleesbaar;
de zichtbare tekst is grotendeels verdwenen.

De korte devotionele termen die we hier noemen,
komen daarom uit het rechterpaneel.

Het rechter zijpaneel is beschadigd; een los fragment ligt in de opening.

De dedicatie noemt de kinderen niet expliciet
in de kolommen die we kunnen lezen,
maar de structuur laat geen twijfel:
dit is een offer voor hen,
een gebed voor hun bescherming of wedergeboorte,
een poging om hun namen in de wereld te houden.

Waarom deze schildering blijft spreken

Wat deze schildering zo bijzonder maakt,
is de combinatie van het kosmische en het intieme.
Elf hoofden, zes armen, een brandende aureool
— en daaronder twee kinderen en een eend.

Het is een monument van rouw, maar ook van zorg.
Een poging om tijd, aandacht en bescherming te vragen
voor wie te vroeg verdwenen is.
En door het tekstblok opnieuw te lezen,
door de kolommen te reconstrueren, door de iconografie te begrijpen,
krijgt deze dedicatie opnieuw een stem.

DSC01367IndiaNewDelhiNationalMuseumElevenHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper73x47CmAccNoCh-00184

Slot: een uitnodiging aan onderzoekers

Deze schildering verdient meer dan alleen bewondering;
ze verdient aandacht.

Niet alleen van liefhebbers, maar ook van onderzoekers
die de dedicatie kunnen ontcijferen, vertalen en duiden
voor een breed publiek.

Het International Dunhuang Project heeft de afgelopen decennia
duizenden manuscripten en schilderingen toegankelijk gemaakt,
verspreid over collecties in Londen, Parijs, Berlijn, Beijing
en vele andere plaatsen.
Maar India is helaas geen partner in dat netwerk,
en de Dunhuang‑schilderingen in het National Museum in New Delhi
— hoe publiek die collectie ook is —
blijven grotendeels onzichtbaar in de internationale digitale infrastructuur.

Juist daardoor vallen schilderingen zoals deze
buiten het blikveld van het IDP:

  • ze worden niet gedigitaliseerd,
  • niet gecatalogiseerd,
  • niet voorzien van transcripties of toelichtingen.

Ze bestaan alleen in de handen van wie ze toevallig ziet.

En dat is precies waarom deze dedicatie aandacht verdient.
Niet alleen omdat ze kunsthistorisch waardevol is,
maar omdat ze een verhaal vertelt dat nog steeds resoneert
— een verhaal van ouders, kinderen, verlies en zorg.
Een verhaal dat, duizend jaar later, nog altijd mensen kan raken.

Daarom is dit een oproep.
Aan paleografen, kunsthistorici, Dunhuang‑specialisten, vertalers:
neem alstublieft deze dedicatie serieus,
bestudeer haar, maak haar toegankelijk.
Zodat ze niet alleen beter zichtbaar wordt, maar ook meer betekenis krijgt.


DSC01368IndiaNewDelhiNationalMuseumElevenHeadedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnPaper73x47CmAccNoCh-00184Txt

According to legends, Eleven-Headed Avalokiteshvara descended on earth to show the right path to evil elements and led them to the paradise of Amitabha.
This particular scroll was painted to pray for two children who died prematurely.


De Boeddha preekt waar de leeuw parmantig waakt

Wanneer je de stèle van boven naar beneden leest,
ontvouwt zich een zorgvuldig opgebouwde wereld,
waarin elk figuur een eigen rol speelt in de kosmische orde
rond de predikende Boeddha.

DSC05563 01 ZürichMuseumRietbergVotiveSteleDepictingBuddhaShakyamuniChinaHenanProvinceEasternWeiDynastyDated536CERCH111GeschenkEduardVonDerHeydtKalkstein

Zürich, Museum Rietberg, Votive stele depicting Buddha Shakyamuni, China, Henan province, Eastern Wei Dynasty, dated 536 CE, RCH 111, geschenk Eduard von der Heydt, kalkstein.


Omdat de linker tophelft ontbreekt begin ik helemaal rechts, bovenaan,
half verscholen in een gordijnachtige omlijsting.

Daar verschijnt een kleine hemelse figuur.
Een been opgetrokken voor zich, een been gekromd naast zich.
De handen voor de borst gevouwen.
Het hoofd ontbreekt.
Zijn aanwezigheid is bescheiden, maar betekenisvol:
een stille getuige uit de bovenwereld, misschien een hemelse luisteraar
of een apsara‑achtige verschijning,
die de scène een eerste zweem van sacraliteit geeft.
Wellicht werd het gespiegeld in een tweede figuur aan de linkerkant
toen de stele nog compleet was.
Dat zou de figuur meer kracht gegeven hebben.

DSC05563 02 ZürichMuseumRietbergVotiveSteleDepictingBuddhaShakyamuniChinaHenanProvinceEasternWeiDynastyDated536CERCH111GeschenkEduardVonDerHeydtKalkstein WezenVogel

De vogel naast hem — of boven hem —
versterkt dat gevoel van hoogte, lichtheid en hemelse nabijheid.
Eerlijk gezegd weet ik niet zeker of het om een vogel gaat.
De voorstelling is in ieder geval anders dan die ik online
bij andere steles zag (Cleveland, Brooklyn, Triad 544).
Wellicht kan iemand er licht op werpen?

Naast de centrale Boeddha staan aan beide zijdes drie figuren:
een vrees aanjagende wachter, een bodhisattva en een leerling.
Ik ‘lees’ van buiten (onder) naar binnen (boven):

DSC05563 03 ZürichMuseumRietbergVotiveSteleDepictingBuddhaShakyamuniChinaHenanProvinceEasternWeiDynastyDated536CERCH111GeschenkEduardVonDerHeydt WachterBodhisattvaLeerling

De wachter, stevig verankerd op de onderste zone van de stèle.
Zijn houding is krachtig en alert: de voeten breed, de spieren gespannen,
de handen grijpend om het heft van een zwaard
waarvan het lemmet nauwelijks zichtbaar is.
Hij is geen Hemelse Koning, maar een vroege dvarapala
— een generieke bewaker die de drempel tussen de wereld
en de heilige ruimte bewaakt.
Zijn lichaamstaal is actief, bijna levend, en vormt de menselijke tegenhanger
van de leeuw die verderop verschijnt.

Een niveau hoger staat de bodhisattva, ingetogen en devoot.
Zijn handen zijn gevouwen voor het lichaam, zijn houding is kalm en waardig.
In tegenstelling tot latere, rijk versierde bodhisattva’s
is hij sober, bijna monastiek.
Hij begeleidt de Boeddha niet door pracht en praal,
maar door aanwezigheid en eerbied.

Daarboven staat de leerling, herkenbaar aan zijn eenvoudige gewaad
en de handen die in de mouwen rusten.
Zijn houding is die van aandacht en ontvankelijkheid: hij luistert.
Hij staat dicht bij de Boeddha, als directe ontvanger van de leer.
Zijn rust vormt een mooi contrast met de gespannen energie van de wachter
en de devoot gebogen bodhisattva.

DSC05563 04 ZürichMuseumRietbergVotiveSteleDepictingBuddhaShakyamuniChinaHenanProvinceEasternWeiDynastyDated536CERCH111GeschenkEduardVonDerHeydt Leeuw #Notalion

Aan de voet van de troon waarop Boeddha zit,
verschijnt de leeuw, de mythische bewaker.
Zijn houding is opvallend actief: één poot rust op de onderste trede van de troon,
alsof hij zich letterlijk in de architectuur verankert.
De bek staat open, de tong zichtbaar, de oren gespitst.
Dit is geen decoratief dier, maar een wachter die de heilige ruimte bewaakt
met dezelfde intensiteit als zijn menselijke tegenhanger.

DSC05563 05 ZürichMuseumRietbergVotiveSteleDepictingBuddhaShakyamuniChinaHenanProvinceEasternWeiDynastyDated536CERCH111GeschenkEduardVonDerHeydtKalksteinRokkenpartij

Centraal zit Śākyamuni, de Boeddha als leraar,
omringd door zijn twee leerlingen
— een compositie die in de Eastern‑Wei‑periode vrijwel exclusief
aan de historische Boeddha is voorbehouden.
Zijn lichaam is langgerekt, zijn gezicht smal en sereen
— typische kenmerken van de Eastern‑Wei‑stijl.

De plooien van zijn gewaad zijn niet plastisch gemodelleerd,
maar grafisch getekend, als lijnen die over het lichaam zweven.
De onderzijde van het gewaad vormt
een gelaagde en breedwaaierende plooipartij
die zich over de treden van de troon uitstrekt.
Dit is geen lotus, maar een architectonische troon, waarvan de treden
gedeeltelijk worden bedekt door een ritmische structuur van plooien en stof.

De rechterhand is geheven vóór de borst,
in een vroege variant van de onderwijzende mudrā.
En hoewel enkele vingers ontbreken, blijft de bedoeling duidelijk:
de Boeddha spreekt.
De linkerhand rust niet op de schoot, maar zweeft iets hoger
— een gevolg van het langgerekte, geabstraheerde lichaam
dat de beeldhouwer bewust heeft gekozen.
Alles in deze houding wijst op prediking, op het overdragen van de Dharma.

Wanneer je tenslotte een stap achteruit doet — zoals in de laatste foto —
zie je hoe deze figuren samen een verticale hiërarchie vormen:
van hemelse getuige tot menselijke wachter, van bodhisattva tot leerling,
van leeuw tot Boeddha.
Het geheel ademt orde, bescherming en onderricht.

DSC05564ZürichMuseumRietbergVotiveSteleDepictingBuddhaShakyamuniChinaHenanProvinceEasternWeiDynastyDated536CERCH111GeschenkEduardVonDerHeydtKalkstein

De stèle is vrijwel zeker een votiefobject,
geschonken door één of meerdere donoren,
wier namen waarschijnlijk op de achterzijde staan.
Maar de voorstelling zelf richt zich niet op de donoren:
ze richt zich op de leer.
Dit is geen stèle van zegen of redding, maar een stèle van prediking.
Een Boeddha die onderwijst, omringd door toegewijde luisteraars
en bewaakt door mens en dier
— een compacte wereld waarin de Dharma wordt uitgesproken
en de kosmische orde wordt bevestigd.


De Duitstalige zaaltekst van het museum is:

Im Zentrum einer Nische mit Vorhang sitzt der historische Buddha Shakyamuni. Er hält seine Hände in der Geste des Lehrens. Begleitet wird er von zwei Schülern und zwei Bodhisattvas. Zwei Fircht erregende Wächter und ein Löwenpaar bewachten seinen Thron.


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXXIV

– over een zijden Avalokiteśvara uit Dunhuang, ontleed in tien elementen –

DSC01364 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumStandingAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturtCEPaintingOnSilk107-5x49CmAccNoCh-i-0013

India, New Delhi, National Museum, Standing Avalokiteshvara, Dunhuang, 8th – 10th centurt CE, painting on silk, 107,5 x 49 cm. Acc.No. Ch.i.0013.


Wanneer we de volledige banner bekijken,
zien we Avalokiteśvara staand op een lotustroon,
omgeven door een rijk gelaagde visuele wereld.
De schildering is niet alleen een afbeelding,
maar een ritueel object dat ooit bedoeld was om verdiensten te verwerven
en offers te begeleiden.
Elk onderdeel draagt bij aan die heilige aanwezigheid.
Hieronder volgt een nadere blik op tien elementen
die samen de structuur en betekenis van het werk vormen.

Wolkmotieven in het timpaan

Bovenaan de banner ontstaat door de ophangconstructie
een driehoekige ruimte.
Deze zone is gevuld met zachte, bijna zwevende wolkmotieven.
Ze markeren de overgang van de wereld van de ophanging
naar de hemelse sfeer van de voorstelling.

DSC01364 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumStandingAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturtCEPaintingOnSilk107-5x49CmAccNoCh-i-0013 TimpaanWolkenhemel

Geometrische decoratieve zone

Direct onder het timpaan bevindt zich een horizontale band
met zigzag‑patronen en stippen.
Deze geometrische zone vormt een visuele drempel:
een ritmische overgang van het materiële naar het sacrale.

DSC01364 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumStandingAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturtCEPaintingOnSilk107-5x49CmAccNoCh-i-0013 OvergangAfbeelding

Baldakijn met vlamtongen

Boven Avalokiteśvara hangt een rijk gedrapeerd baldakijn.
De vlamtongen die erboven uitstijgen symboliseren spirituele energie
en zuiverheid.
Het baldakijn markeert de goddelijke status van de bodhisattva
en creëert een hemelse ruimte.

DSC01364 04 IndiaNewDelhiNationalMuseumStandingAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturtCEPaintingOnSilk107-5x49CmAccNoCh-i-0013 CompleteBaldakijn

Hoofd van Avalokiteśvara (zonder tanden)

Het serene gezicht wordt bekroond door een kroon waarin Amitābha,
de hemelse Boeddha, centraal zit.
De meerringen‑aureool rond het hoofd straalt rust en compassie uit.

Bij de mond zijn kleine witte zones zichtbaar
tussen de boven- en onderlip.
Door hun positie kunnen ze gemakkelijk de indruk wekken
van een opening of zelfs van tanden.
In werkelijkheid gaat het om lichte plekken in de verflaag
en het zijden doek zelf
— kleine zones waar de pigmenten dunner zijn geworden
of waar de ondergrond doorschemert.
De lippen zijn volledig gesloten, zoals gebruikelijk is
in de voorstelling van Avalokiteśvara.

DSC01364 05 IndiaNewDelhiNationalMuseumStandingAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturtCEPaintingOnSilk107-5x49CmAccNoCh-i-0013 IntactHoofd

Lotus in de hand

In de linkerhand houdt Avalokiteśvara een lotus,
symbool van zuiverheid en verlichting.
De bloem staat voor het vermogen om boven het lijden uit te stijgen,
zoals een lotus boven modderig water.

DSC01364 06 IndiaNewDelhiNationalMuseumStandingAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturtCEPaintingOnSilk107-5x49CmAccNoCh-i-0013 LinkerhandLotushand

Kundikā in de hand

In de rechterhand draagt de bodhisattva een kundikā,
een rituele waterfles.
Dit attribuut verwijst naar reiniging, overvloed
en de zegenende kracht van Avalokiteśvara.

DSC01364 07 IndiaNewDelhiNationalMuseumStandingAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturtCEPaintingOnSilk107-5x49CmAccNoCh-i-0013 Rechterhand

Lotustroon

De bodhisattva staat op een meerlagige lotustroon,
opgebouwd uit roze en witte bladen.
Deze troon verheft de figuur boven de aardse wereld
en verankert hem in de sfeer van compassie en zuiverheid.

DSC01364 08 IndiaNewDelhiNationalMuseumStandingAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturtCEPaintingOnSilk107-5x49CmAccNoCh-i-0013 Lotustroon

Geometrische onderrand

Onderaan de banner sluit een diagonale, kleurrijke rand de compositie af.
De ritmische herhaling van vormen en kleuren geeft de schildering
een stevige visuele basis.

DSC01364 09 IndiaNewDelhiNationalMuseumStandingAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturtCEPaintingOnSilk107-5x49CmAccNoCh-i-0013 GeoRand

Beschermende zijstroken

Aan weerszijden van de driehoekige ophanging bevinden zich
smalle stroken stof.
Ze dienden als versteviging en tonen nog vage florale decoraties.
Deze sporen herinneren aan het rituele gebruik van de banner
en aan de zorg waarmee zij ooit werd opgehangen.

DSC01364 10 IndiaNewDelhiNationalMuseumStandingAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturtCEPaintingOnSilk107-5x49CmAccNoCh-i-0013 Zijstrook

Heupornament

Langs het bovenbeen hangt een kralenornament dat vanaf de gordel
naar beneden valt.
Dit is geen halsketting, maar een specifiek bodhisattva‑sieraad
dat de beweging van het lichaam volgt.
Het benadrukt de elegantie van de houding en maakt deel uit
van de volledige parure van Avalokiteśvara
— de sieradendracht die bestaat uit
kroon,
oorhangers,
borstkettingen,
armbanden
en heupornamenten.

DSC01364 11 IndiaNewDelhiNationalMuseumStandingAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturtCEPaintingOnSilk107-5x49CmAccNoCh-i-0013 Heupornament

Samen een rijk gelaagde wereld

Door de banner op deze manier te ontleden, wordt hopelijk zichtbaar
hoe zorgvuldig elk onderdeel is opgebouwd:
van de hemelse wolken bovenaan tot de ritmische rand onderaan,
van de attributen in de handen tot de subtiele sieraden langs het been.
Het geheel toont Avalokiteśvara niet alleen als een afbeelding,
maar als een levend ritueel object, bedoeld om
te beschermen, te zuiveren en verdiensten te schenken.

DSC01365IndiaNewDelhiNationalMuseumStandingAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturtCEPaintingOnSilk107-5x49CmAccNoCh-i-0013 Txt

Banners like this were commnissioned for the purpose of gaining merits. They were a part of rituals and offerings made to the deity for personal purification and worship.


Een ontmoeting met een stele in de 6e eeuw

De lucht in de grot is koel en ruikt naar vochtige kalksteen
en uitgebluste lampolie.
Terwijl je naar binnen stapt, hoor je het zachte kraken van zand onder je voeten
en het gedempte druppen van water ergens verderop in de duisternis.
Het licht is zwak; alleen een paar olielampen werpen trage,
flakkerende cirkels op de wanden.
Voor je staat een Boeddha die uit de steen lijkt te treden,
— Shakyamuni, de historische Boeddha, ooit geboren als Siddhartha Gautama,
de leraar die verlichting bereikte en wiens inzicht hier in steen is vastgelegd.
Zijn lichaam vangt het schaarse licht,
terwijl de gegraveerde aureool eromheen het licht niet weerkaatst
maar lijkt te verzamelen.
De lijnen trillen zacht in de schaduw, alsof ze ademen.
Links en rechts verschijnen bodhisattva’s in fijne gravure,
nauwelijks materieel, als figuren die in het licht zelf wonen.

Een monnik schuift langs je heen, zijn sandalen schrapen over de vloer.
Hij draagt een kleine bronzen lamp en vult de oliereservoirs bij.
De geur van verse olie mengt zich met die van de grot.
Hij buigt kort naar de Boeddha en verdwijnt weer in de schemering.

Achter je klinkt het zachte gefluister van twee bezoekers
die net zijn binnengekomen.
Hun stemmen echoën tegen de wanden, worden opgenomen door de stilte
en sterven weg.
Je hoort hoe iemand een muntje neerlegt op een stenen rand
— een klein gebaar, nauwelijks hoorbaar, maar vol betekenis.

Je loopt om de stele heen, zoals iedereen hier dat doet.
Op de achterkant zie je twee rijen kleine figuren, zorgvuldig gegraveerd,
elk met een lotusknop in de handen.
De bloem komt net boven hun hoofd uit,
een belofte die nog moet opengaan.
Naast hen staan hun namen, hun herkomst, hun titels.
Je leest ze, één voor één, en je ziet de gemeenschap
die zich hier verzameld heeft: ambtenaren, families, reizigers,
mensen die hun verdiensten wilden vastleggen in steen.

De Boeddha aan de voorkant, de mensen aan de achterkant
— twee werelden die elkaar raken in dit ene object.
En terwijl je daar staat, in het zwakke licht van de grot,
met het zachte druppen van water en het fluisteren van bezoekers om je heen,
voelt het alsof de stele niet alleen een offer is,
maar een ontmoeting: tussen licht en lichaam,
tussen devotie en verschijning,
tussen de wereld van toen en het moment waarin jij nu staat.

In de 6e eeuw zou deze ervaring niet uitzonderlijk zijn geweest.
In de rotskapellen van Longmen of Yungang,
of in de houten hallen van een boeddhistische tempel.
Daar stonden steles als deze opgesteld als votiefobjecten: stenen offers.

DSC05558ZürichMuseumRietbergVotiveSteleWithBuddhaShakyamuniChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyRCH106KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydt

Zürich, Museum Rietberg, Votive stele with Buddha Shakyamuni, China, Northern Wei Dynasty, early 6th century CE. RCH 106. Kalkstein, geschenk Eduard von der Heydt.


Een Boeddha die verschijnt uit steen

Op de voorzijde van de stele staat een Boeddha
die onmiddellijk herkenbaar is als Noordelijke‑Wei:
langgerekt, met een smal, spits gezicht, amandelvormige ogen
en een lichaam dat bijna cilindrisch omhoog rijst.
Zijn gewaad is opgebouwd uit scherpe, lineaire plooien
die eerder getekend lijken dan gebeeldhouwd.

Maar het meest opvallende is niet zijn stijl, maar zijn status in de steen:
de Boeddha is het enige element dat werkelijk in reliëf is uitgevoerd.
Hij heeft massa, schaduw, aanwezigheid.
Hij treedt uit de steen naar voren.
Alles om hem heen
– aureool, mandorla, bodhisattva’s, ornamentiek –
is daarentegen gegraveerd.
De kunstenaar maakt daarmee een radicaal onderscheid
tussen lichaam en licht, tussen incarnatie en atmosfeer.

Het onderscheid: drie concentrische werkelijkheden

De voorzijde is opgebouwd uit drie lagen, elk met een eigen beeldtaal.

De Boeddha: het enige belichaamde wezen

Zijn hoofd en bovenlichaam zijn volledig in reliëf.
Hij is tastbaar, aanwezig, een lichaam in de wereld.
Dit is de enige figuur die werkelijk “bestaat” in de fysieke ruimte van de steen.

De aureool en mandorla: zones van licht

Rond het hoofd ligt een gegraveerde aureool: een strakke cirkel,
gevuld met radiale lijnen en florale motieven.
Daaromheen ligt de mandorla: groter, amandelvormig,
gevuld met ornamentiek en kleine hemelse figuren.

Beide zones zijn licht, niet lichaam.
Ze hebben geen volume, maar wel intensiteit.
Ze markeren de Boeddha als verheven, maar niet door hem groter te maken
– door hem te omringen met straling.

De kosmische achtergrond: ornament buiten de mandorla

Buiten de mandorla gaat de gravure verder:
florale patronen, cirkelbogen, ranken.
Deze zone is nog lichter, nog abstracter.
Het is de kosmos waarin de Boeddha verschijnt,
een ruimte die niet door hem wordt geraakt maar hem wel omgeeft.

DSC05558ZürichMuseumRietbergVotiveSteleWithBuddhaShakyamuniDetailLinksVanDeBuddha

De bodhisattva links van de Buddha.


Gegraveerde bodhisattva’s: begeleiders in licht, geen lichamen

Links en rechts van de Boeddha staan bodhisattva’s, volledig gegraveerd.
Ze dragen kronen, sieraden en sluiers,
en hun draperie is even verfijnd als die van de Boeddha
– maar zonder volume.
Ze behoren tot dezelfde sfeer als de mandorla:
aanwezig, maar niet belichaamd.

De inscriptie bij de linker figuur, 中尊菩薩像, identificeert hem
als een bodhisattva binnen een triade.
De rechter figuur vormt de tegenhanger.
Samen flankeren ze de Boeddha en markeren ze hem
als de centrale verhevene,
maar ze blijven in de zone van licht, niet in de zone van lichaam.

DSC05560ZürichMuseumRietbergVotiveSteleWithBuddhaShakyamuniChinaNorthernWeiDynastyDetailRechtsVanDeBuddha

De bodhisattva rechts van Buddha.


De functie van de gravure: licht, atmosfeer, theologie

De gravures vervullen drie functies:

  • Theologisch: ze onderscheiden de Boeddha als enige die incarneert; de rest is manifestatie.
  • Visueel: ze creëren een ritmische, grafische wereld die de Boeddha optisch naar voren duwt.
  • Symbolisch: de florale motieven echoën de lotus, het symbool van zuiverheid en spirituele groei.

De gravure is dus geen decoratie, maar een visuele theologie:
een manier om te laten zien dat de Boeddha verschijnt in een veld van licht.

Samenhang voor- en achterkant: lichaam en gemeenschap

Wanneer je de stele als geheel bekijkt, ontstaat een prachtige symmetrie
tussen de twee zijden.

Voorkant: de Boeddha verschijnt in reliëf, omringd door gegraveerde lichtwezens en kosmische ornamentiek.

Achterkant: de gemeenschap van donoren verschijnt in gestileerde figuren, elk met een lotusknop die net boven het hoofd uitkomt, en met inscripties die hun namen, functies en herkomst vastleggen.

De lotus die de donoren dragen is een echo van de florale patronen
aan de voorkant.
De gegraveerde namen van de donoren spiegelen
de gegraveerde bodhisattva’s en ornamenten rond de Boeddha.
De Boeddha is het enige lichaam in reliëf;
de donoren zijn de enige mensen met namen.

Zo wordt de stele een tweeluik:

  • Voorzijde: de Boeddha die verschijnt.
  • Achterzijde: de gemeenschap die zich tot hem wendt.

Beide zijden zijn verbonden door dezelfde beeldtaal van licht, lijn en lotus.

DSC05560ZürichMuseumRietbergVotiveSteleWithBuddhaShakyamuniChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyRCH106KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydt



Samen met Copilot heb ik een aantal van de teksten
op de achterzijde doorgenomen.
Ik kan de karakters zelf niet interpreteren dus vooraf een kleine disclaimer.

In totaal hebben we van 6 figuren, 4 van de bovenste rij en
2 uit de onderste rij bekeken.
Drie van de teksten zijn op een van de foto’s in deze blog goed te herkennen.

Tekst 1 vanaf links:

De inscriptie die je hebt geüpload bevat de woorden:
侍郎弟子翰林院
Letterlijk: “Leerling van de Assistant‑Minister, Hanlin‑Academie.”
Dat is een titel- of statusformule, geen persoonsnaam.
Zulke formules komen vaak voor op boeddhistische steles
uit de Tang‑ en Song‑periode, en ze verwijzen meestal naar:

  • 侍郎 (shilang) — een hoge ambtelijke rang, vaak vertaald als Assistant Minister of Vice Minister.
  • 弟子 (dizi) — letterlijk leerling, maar in boeddhistische context vaak toegewijde, volgeling, schenker, donateur.
  • 翰林院 (Hanlin yuan) — de prestigieuze Hanlin Academie, een elite-instituut van geleerden die dicht bij de keizerlijke hofcultuur stonden.

Samen betekent het dus iets als:
“Een toegewijde (of leerling) van een Assistant Minister, verbonden aan de Hanlin‑Academie.”

Het is dus een statusaanduiding van de schenker of opdrachtgever,
niet van de afgebeelde figuur.

Figuur in het midden:
樓 / 弟子趙發女侄

De inscriptie bestaat uit twee delen:

  • 樓 Dit is waarschijnlijk een familienaam (Lóu). Op steles wordt een familienaam vaak bovenaan geplaatst als kopje.
  • 弟子趙發女侄 Dit kun je als volgt lezen:

弟子 — “leerling / toegewijde / volgeling / schenker”

趙發 — een persoonsnaam: Zhao Fa

女侄 — letterlijk “nichtje (dochter van een broer)”

Samen betekent dit:
“De vrouwelijke nicht van de toegewijde Zhao Fa, van de familie Lou.”
Of iets vrijer:
“Lou — nicht (vrouwelijke verwant) van de toegewijde Zhao Fa.”

Meest rechtse in de serie van 3:

De inscriptie die je nu laat zien — 雷弟子 / 落峒者 —
past opnieuw precies in het patroon van donoridentificaties
op Noordelijke‑Wei‑steles.
De karakters zijn archaïsch en licht gestileerd,
maar de betekenis is goed te reconstrueren.

Wat er staat en hoe het gelezen wordt


  • Dit is vrijwel zeker een familienaam (Léi). Net als bij de eerdere inscripties staat de familienaam bovenaan, als een soort label voor de donorfiguur.
  • 弟子
    Dit betekent opnieuw “toegewijde / leerling / volgeling / schenker”. In deze context verwijst het naar de persoon die de figuur representeert.
  • 落峒者
    Dit is het meest interessante deel. De combinatie kan op twee manieren worden gelezen:

    • 落峒 kan een plaatsnaam zijn (een dorp, gehucht of regio).
    • 者 betekent “persoon / degene die…”.

Samen wordt het dan:
“Persoon afkomstig uit Luodong” of “Degene uit (de plaats) Luodong.”

Plaatsnamen met 峒 komen vaker voor in Zuid‑Chinese en grensgebieden (Hunan, Guangxi, Guizhou), maar ook in oudere teksten als aanduiding voor kleine nederzettingen of bergdorpen.

Tekst bij figuur helemaal rechts buiten de foto:

Waarschijnlijke lezing
De meest consistente interpretatie binnen de context van de stele is:
“Duan — de toegewijde He, verbonden aan de (militaire) Ma‑afdeling / Ma‑eenheid.”
Of iets vrijer:
“De donor He van de familie Duan, uit de Ma‑eenheid.”

Hoe dit past in het geheel van de stele.

De vier inscripties die je nu hebt:
侍郎弟子翰林院 — hoge ambtelijke donor
樓弟子趙發女侄 — familierelatie binnen een donorcluster
雷弟子落峒者 — donor met geografische herkomst
端弟馬校何 — donor met militaire affiliatie
…vormen samen precies het soort mini‑gemeenschap
dat je op Noordelijke‑Wei‑votiefsteles ziet:
een netwerk van verwanten, ambtenaren, militairen
en regionale volgelingen die gezamenlijk een stele laten oprichten.



DSC05561ZürichMuseumRietbergVotiveSteleWithBuddhaShakyamuniChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyRCH106KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtAchterkant

Achterkant: gemeenschap in steen, verbonden door lotus

De achterkant van de Noordelijke‑Wei‑stele in het Museum Rietberg
bestaat uit twee horizontale rijen met kleine donorfiguren.
Ze zijn niet bedoeld als portretten:
elke figuur is identiek, met dezelfde houding, dezelfde kleding
en hetzelfde attribuut.
Het onderscheid zit volledig in de korte inscripties ernaast,
waarin namen, functies, herkomstplaatsen en familiebanden worden genoemd.
Samen vormen ze een sociale dwarsdoorsnede van de gemeenschap
die deze stele heeft laten oprichten.

De lotus als bindend motief

Wat deze donorfiguren bijzonder maakt, is dat iedereen
een lotusknop in de handen draagt,
met de bloem die net boven het hoofd uitkomt.
Dat detail is niet decoratief, maar symbolisch geladen.

De lotusknop staat voor potentie en toekomstige verdienste: de bloem is nog niet geopend, net als de spirituele weg van de donor.
De positie boven het hoofd verwijst naar verheffing en bescherming: de donor staat letterlijk onder de belofte van de Dharma.
Omdat alle figuren dezelfde lotus dragen, worden ze ritueel gelijkgesteld, ongeacht hun sociale rang of achtergrond.
De lotus is daarmee het visuele bindmiddel van de hele groep:
een gedeeld gebaar van devotie dat alle individuele verschillen overstijgt.

De bovenste rij: titels, functies en herkomst

De inscripties uit de bovenste rij tonen donoren
met een duidelijke sociale status. Enkele voorbeelden:

侍郎弟子翰林院 “Toegewijde van een Assistant‑Minister, verbonden aan de Hanlin‑Academie.” Een donor uit de hoogste ambtelijke kringen.
樓 / 弟子趙發女侄 “Lou — vrouwelijke nicht van de toegewijde Zhao Fa.” Een familierelatie binnen een donorcluster.
雷弟子落峒者 “Lei — de persoon afkomstig uit Luodong.” Een donor die via zijn herkomst wordt geïdentificeerd.
端弟馬校何 “Duan — de toegewijde He, verbonden aan de Ma‑eenheid (militaire afdeling).” Een donor met een militaire achtergrond.

Deze rij vertegenwoordigt de prominente leden van de gemeenschap:
ambtenaren, militairen, mensen met een duidelijke regionale identiteit
en familieleden van hoofddonoren.
De lotus maakt hen in de afbeelding echter niet groter
of belangrijker dan de anderen:
hun gelijkwaardigheid wordt visueel benadrukt.

De tweede rij: lekenvolgelingen en regionale namen

De inscripties uit de tweede rij tonen donoren zonder hoge rang,
maar met even zorgvuldig genoteerde namen. Voorbeelden:

熊宗寧來記官 “Xiong Zongning, registrerend ambtenaar.” Een lage tot middelhoge administratieve functie.
補東子終不當 “Bu‑Dong — de toegewijde Zongbudang.” Een samengestelde familienaam en een fonetische of regionale persoonsnaam.

Deze rij toont de brede basis van de gemeenschap:
gewone lekenvolgelingen die net zo goed deel uitmaken van de dedicatie.
Ook zij dragen dezelfde lotusknop, waardoor hun bijdrage ritueel
even zwaar telt als die van de hooggeplaatste sponsors.

DSC05562ZürichMuseumRietbergVotiveSteleWithBuddhaShakyamuniChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyRCH106KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtAchterzijde

Een collectieve daad van verdienste

De achterkant van de stele is daarmee geen decoratie,
maar een zorgvuldig geordend register van mensen, relaties en functies.
De inscripties individualiseren; de lotus uniformiseert.
Samen vormen ze een gemeenschap die in steen is vastgelegd,
ieder met zijn of haar eigen naam,
maar verbonden door hetzelfde gebaar van devotie.

Afsluiting

De stele zelf heeft een bladachtige vorm die naar boven toe taps toeloopt,
en juist in dat spits eindigende deel helt het oppervlak een fractie naar voren.
Niet het lichaam van de Boeddha, maar de zone bóven zijn hoofd
beweegt licht naar de kijker toe.
Die subtiele kromming maakt de fijn gegraveerde ornamentiek
in de bovenste kosmische zone beter zichtbaar
en geeft de stele een zachte, opwaartse dynamiek.
Omdat ook de achterkant volledig is uitgewerkt met twee rijen donoren
en inscripties, moet de stele vrij in de ruimte hebben gestaan,
zodat bezoekers eromheen konden lopen en beide werelden konden ervaren:
de Boeddha die verschijnt, en de gemeenschap die hem draagt.


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXXIII

– over een rijke en volledig bewaarde Dunhuang Avalokiteśvara‑rol op zijde –

Na de eerdere fragmenten en deels verbleekte zijden schilderingen
in deze reeks,
staat vandaag in het National Museum in Delhi ineens
een Avalokiteśvara voor me die voor mij bijna onwaarschijnlijk compleet is.
Niet alleen de figuur zelf, maar ook alles wat hem omringt
— de veelkleurige lotus, het baldakijn,
de sieraden, de geometrische onderrand —
is intact en helder zichtbaar.
Het is een Dunhuang‑rol op zijde waarin de verfijning van de late Tang
en vroege Song nog volledig aanwezig is:
de aristocratische gelaatstrekken,
het subtiele snorretje,
de zachte schaduwen rond de ogen,
de rijke patronen in het gewaad.
Zelfs het hoofddeksel, zonder Amitābha
maar met florale en abstracte vormen,
past precies in de vrijere iconografie van de draagbare devotierollen.
Het is een zeldzaam moment waarop de Dunhuang‑traditie
niet alleen zichtbaar wordt, maar bijna tastbaar.

DSC01361 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilkAccNoCh-xvii-001 88-5x38CM

India, New Delhi, National Museum, Avalokiteshvara, Dunhuang, 8th – 10th century CE, painting on silk, 88,5 x 38 cm. Acc.No. Ch.xvii.001.


Staande bodhisattva

De staande bodhisattva‑figuur uit Dunhuang,
nu bewaard in het National Museum in New Delhi,
behoort tot de traditie van de beschilderde zijden schilderingen
die in de 8e–10e eeuw naast de muurschilderingen
in de Mogao‑grotten werden vervaardigd.
Deze zijden rollen waren bedoeld voor persoonlijke devotie
of als votiefgeschenk en onderscheiden zich
door hun verfijnde detaillering, rijke kleuren
en zorgvuldig uitgewerkte gezichten.

DSC01362 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilkAccNoCh-xvii-001 88-5x38CM

De schildering toont een bodhisattva die in een lichte,
elegante contrapposto staat,
gekleed in een veelkleurig ondergewaad
en een bovenkleed dat beide schouders bedekt.
De sieraden, de kroon, de amandelvormige ogen,
het subtiele snorretje en de fijn aangezette rode ūrṇā
weerspiegelen de aristocratische stijl van de late Tang en vroege Song.
Het baldakijn boven het hoofd, de veelkleurige lotus
en de geometrische onderrand onderaan de compositie
zijn typische elementen van deze draagbare zijden schilderingen.

DSC01361 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilkAccNoCh-xvii-001 88-5x38CM Baldakijn

Maar welke bodhisattva?

Binnen deze rijke vormtaal is de vraag
welke bodhisattva precies wordt afgebeeld.
De sieraden en wereldlijke kleding sluiten een Boeddha‑figuur uit,
maar binnen het bodhisattva‑pantheon zijn er meerdere kandidaten.
Juist hier wordt het ontbreken van attributen doorslaggevend.
In de iconografie van Dunhuang zijn de belangrijkste bodhisattva’s
herkenbaar aan zeer specifieke voorwerpen of dieren:
Manjuśrī draagt een zwaard of een boek
en wordt vaak met een leeuw geassocieerd;
Samantabhadra verschijnt vrijwel altijd met een olifant;
Vajrapāṇi houdt een vajra (diamant‑ of bliksemscepter) vast
en heeft een krachtiger, beschermend voorkomen;
Kṣitigarbha is herkenbaar aan zijn monnikskleed en staf;
Maitreya draagt een waterfles of een stupa in de kroon.

DSC01361 04 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilkAccNoCh-xvii-001 88-5x38CM LotusOnderrand

Wanneer deze attributen ontbreken, vallen deze figuren automatisch af.
Wat overblijft is Avalokiteśvara, de meest afgebeelde bodhisattva
in Dunhuang, die in de beschilderde zijden rollen
juist vaak zonder specifieke attributen wordt weergegeven.
In plaats daarvan wordt hij gekenmerkt door
een serene, toegankelijke houding,
zoals de gevouwen handen in añjali‑mudrā die we hier zien.
De combinatie van een rijk gedrapeerd bovenkleed, een sierlijke kroon,
een zacht en bijna portretachtig gezicht, een veelkleurige lotus
en een ceremoniële setting met baldakijn
sluit nauw aan bij bekende Avalokiteśvara‑rollen
uit de late Tang en vroege Song.
De geometrische onderrand, die minder vaak in muurschilderingen voorkomt
maar wel in zijden rollen, versterkt deze datering en context.

DSC01362 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilkAccNoCh-xvii-001 88-5x38CM

Zo ontstaat een helder beeld: het is niet één enkel kenmerk
dat de identificatie bepaalt, maar juist
de afwezigheid van attributen die andere bodhisattva’s definiëren,
gecombineerd met de positieve overeenkomsten met de iconografie
van Avalokiteśvara in de beschilderde zijden schilderingen van Dunhuang.
Daardoor wordt de toeschrijving overtuigend
en sluit de schildering naadloos aan bij de devotionele traditie
waarin Avalokiteśvara
als compassievolle, toegankelijke aanwezigheid centraal staat.

DSC01363IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilkAccNoCh-xvii-001 88-5x38CM Txt

The bodhisattva standing at ease wears a striking coloured under-robe and an upper garment covering both his shoulders. His fine facial features, thin moustache and red urna (auspicious mark between the eyebrows) are delicately painted.


Een tijger als scharnierpunt

Tussen de grote sculpturen, steles en monumentale objecten
in het Museum Rietberg lag iets kleins dat mijn aandacht onmiddellijk vasthield:
een bronzen buis van nauwelijks twintig centimeter lang,
ingelegd met zilver en goud, en bekroond met een liggende tijger.
Een miniatuur, bijna te bescheiden om op te vallen
tussen de omringende reuzen,
maar juist daardoor een perfecte overgang in mijn reeks museumvondsten.
Een rustpunt, een detail dat zich pas laat zien wanneer je vertraagt.

DSC05554ZürichMuseumRietbergChariotFittingWithALyingTigerChinaEasternZhouDynastyLateWarringStatesLateZhanguoPeriodPeriod3rdCBCBronseWithGoldAndSilverInlaysRCH41

Zürich, Museum Rietberg, Chariot fitting with a lying tiger (kupplungsteil), China, Eastern Zhou Dynasty, Late Warring States / Late Zhanguo period, 3rd century BC, bronse with gold and silver inlays. RCH 41. Afmetingen: 6,5 × 20 × 5,5 cm.


Ik maakte twee foto’s.
Pas later, terug in Breda, begon ik me af te vragen wat dit eigenlijk was.
De museumbeschrijving noemde het een chariot fitting,
een koppelingselement van een wagen uit de late Warring States‑periode.
Maar hoe langer ik naar mijn foto’s keek, hoe minder dat klopte.
De buis is volledig hol, rondom gedecoreerd, zonder enige voorziening
om in hout te worden verankerd.
Geen lippen, geen gaten, geen ribbels.
En de tijger zit precies op een overgangszone,
alsof hij een knooppunt markeert.

Dat bracht me terug naar iets heel anders:
de metalen hulzen aan de uiteindes van de individuele stokken
van mijn oude bamboe vishengel.
De uiteindes omklemmen het bamboe en worden gebruikt
om de verschillende stokken in elkaar te schuiven.
Ze geven stevigheid aan de verbinding.

DSC05553ZürichMuseumRietbergChariotFittingWithALyingTigerChinaEasternZhouDynastyLateWarringStatesLateZhanguoPeriodPeriod3rdCBCBronseWithGoldAndSilverInlaysRCH41

Hier, in Zürich, zag ik ineens hetzelfde principe terug:
een holle bus waarin een houten pen schuift.
Een verbinding die stevigheid geeft én demonteerbaarheid mogelijk maakt.
Ineens zag ik het: dit is geen koppeling tussen horizontale wagenonderdelen,
maar een pen‑en‑busverbinding (socket‑and‑spigot)
tussen twee verticale segmenten.
Een onderdeel van een meerdelige stang.

Maar welke stang?
Het antwoord kwam uit onverwachte hoek.
Ik stuitte op een foto van een paar monumentale bronzen buizen,
45 centimeter hoog, rijk ingelegd en afkomstig
uit de Warring States tot Western Han‑periode.
Ze werden geveild als chariot pole fittings
— onderdelen van de stang die een parasol of baldakijn
op een ceremoniële wagen droeg.
De beschrijving was helder:
deze hulzen verbonden de houten segmenten van een canopy pole.
De vorm, de decoratie, de holle kern, de symmetrie: alles was herkenbaar.
Alleen de schaal verschilde.
Waar het veilingpaar monumentaal is, is het Rietberg‑object intiem en verfijnd. Maar het functionele principe is identiek.
En dan valt alles op zijn plaats.
In de late Warring States‑periode verloor de strijdwagen zijn militaire functie
en werd hij steeds meer een ritueel object.
Parasolstangen, standaarden, vlaggenstokken
— ze werden demonteerbaar gemaakt en verbonden met bronzen hulzen
die niet alleen functioneel waren, maar ook zichtbaar moesten zijn.
De tijger op het object in Museum Rietberg is geen toevallig ornament,
maar een markeringspunt:
een symbool van macht en bescherming
precies op de plek waar twee delen samenkomen.

ARarePairOfVeryLarge45CmSilverInlaidBronzeChariotPoleFittingsWarringStatesToWesternHanDynasty

Foto van veiligsite Zacke. De voorwerpen worden als volgt beschreven: A RARE PAIR OF VERY LARGE (45 CM) SILVER-INLAID BRONZE CHARIOT POLE FITTINGS, WARRING STATES TO WESTERN HAN DYNASTY. De bron van de foto en informatie is hun website.


Wat mij raakt, is hoe zo’n klein object een hele wereld opent.
Je ziet het liggen als een miniatuur,
maar het hoort thuis in een constructie die boven de wagen uitstak,
zichtbaar in processies, rituelen en grafcontexten.
Een detail dat de status van de eigenaar onderstreepte,
maar ook de technische verfijning van de werkplaats die het maakte.

En zo wordt dit kleine tijger‑element een scharnierpunt
— niet alleen in de constructie waarvoor het ooit bedoeld was,
maar ook in mijn eigen museumdag.
Een moment van vertraging,
van kijken naar iets dat bijna over het hoofd gezien wordt,
en dat juist daardoor een onverwachte diepte onthult.


De Warring States‑periode

De term Warring States verwijst naar de laatste fase
van de Oostelijke Zhou‑dynastie, grofweg van de 5e tot de 3e eeuw v.Chr.
Het is een naam die pas veel later is ontstaan,
ontleend aan het historische werk Zhanguo Ce (“Strijdende Staten‑strategieën”),
een verzameling diplomatieke anekdotes en politieke manoeuvres uit die tijd.
China was toen geen eenheid, maar een lappendeken van machtige staten
— Qin, Chu, Zhao, Wei, Han, Yan en Qi —
die elkaar voortdurend bestreden en tegelijk
een ongekende culturele en technologische bloei doormaakten.
Het is de periode waarin bronskunst zijn hoogste verfijning bereikte,
ijzer zijn intrede deed, en ceremoniële objecten
zoals parasolstangen, wagenbeslag en ingelegde bronzen hulzen
een uitgesproken statussymbool werden.
Het Rietberg‑object hoort precies in die wereld thuis:
een tijd van oorlog, maar ook van verfijning,
experiment en symbolische overdaad.

India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXXII

– over Avalokiteśvara op textiel, een figuur in transparantie –

DSC01358 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilk92x71CmAccNoCh-00157

India, New Delhi, National Museum, Seated Avalokiteshvara, Dunhuang, 8 th – 10th century CE, painting on silk, 92 x 71 cm. Acc.No. Ch.00157.


De tijd maakte het tot een donker doek.
Vandaag, gedragen door licht dat vanachter de stof schijnt,
kijken we opnieuw naar Avalokiteśvara.

We volgen de figuur van boven naar beneden
en laten onze blik daarna nog even dwalen langs de randen.
Kijk mee — en als je iets herkent of weet
over de linkerkant, de standaard of de lotustroon,
deel het dan met mij.

Baldakijn

Boven Avalokiteśvara hangt een goed bewaard baldakijn
met een helderblauwe bovenstrook
en daaronder brede, warm-oranje plooien
die in bogen naar beneden hangen.
De contouren zijn scherp;
franjes of patronen zijn niet zichtbaar.
De kleuren zijn hier uitzonderlijk sterk bewaard.

DSC01358 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilk92x71CmAccNoCh-00157 CanopyAureoolHaloAmitabha

Het blauwe driebladige element

Onder het baldakijn, maar boven Amitābha,
staat een helderblauw, driebladig element
met een donkerder centraal motief.
Het staat optisch boven de kroon,
maar zonder zichtbaar contactpunt.
Het is niet te bepalen of het element
op de kroon rust of er los boven hangt.

De brede mandorla van Amitābha

Amitābha wordt omgeven door een breed, lichtkleurig mandorla‑vlak
dat veel breder is dan zijn figuur.
De vorm is zacht door pigmentvervaging.
Gedeeltelijk binnen dit vlak ligt een kleine halo achter zijn hoofd,
zichtbaar als een donkere cirkel die deels overlapt met de mandorla
en deels tegen de binnenrand ervan aan ligt.

Amitābha op het hoofd van Avalokiteśvara

Amitābha zit op het hoofd van Avalokiteśvara,
op een kleine lotus die precies op de plek staat
waar ook de kroon is aangebracht.
De kroon bevindt zich dus achter en onder zijn mandorla.
Amitābha vormt het eerste, voorste bekroningselement van de kroon.

De kroon van Avalokiteśvara

De kroon bestaat uit verticale panelen
waarvan de contouren nog zichtbaar zijn,
en bevat bovendien geknoopte linten
die deel uitmaken van de kroonconstructie.
Aan de rechterkant waaiert één van deze linten duidelijk naar buiten,
in een korte, horizontale beweging.
Deze linten zijn kleiner en stijver dan de grote schouderlinten
en horen duidelijk bij de kroon zelf.
Maar van het meeste van die linten rest alleen de tekening nog.

DSC01358 04 IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilk92x71CmAccNoCh-00157 SlingerendeStroken

Het bovenlichaam met sieraden en bloemmotieven

Het bovenlichaam van Avalokiteśvara is slank en rechtop,
met een smalle taille.
Ondanks pigmentverlies zijn de sieraden en patronen goed herkenbaar:

  • een borstsieraad met een centrale vorm en afhangende elementen
  • kralensnoeren die over de borst lopen
  • kleine bloemrozetten of bloemachtige patronen op de borst en mogelijk op de bovenarmen

Deze ornamentiek vormt een verfijnde decoratieve zone
die visueel aansluit bij de kralensnoeren op de tailleband.

DSC01358 05 IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilk92x71CmAccNoCh-00157 Bloemmotieven

De tailleband en de bovenrand van de dhoti

Rond de taille ligt een lichte, brede rand die over de rode dhoti valt
– de traditionele Indiase wikkelrok of wikkeldoek, gedragen door mannen.
De oorspronkelijke kleur is niet meer te bepalen,
maar de structuur is duidelijk.
Op deze tailleband liggen kralensnoeren met knopvormige elementen
die eruitzien als kleine bloemen of rozetten.
De tailleband vormt een overgangszone tussen
de sieraden op het bovenlichaam
en de decoratie van de dhoti.

De rode dhoti

De dhoti bestaat uit rode stof met brede, ritmische plooien.
Op de stof zelf zijn geen decoraties aangebracht.
De val van de stof bedekt de onderbenen grotendeels.

De zithouding en de voeten

Avalokiteśvara zit in kleermakerszit,
maar de voeten zijn frontaal weergegeven, conform de iconografie.
De voetzolen zijn naar de toeschouwer gericht,
met kleine, afgeronde tenen bovenaan.
De voeten liggen tegen elkaar en vormen samen
– met de lichte rand van de stof –
een centrale rozet boven de lotus.
Deze niet‑anatomische weergave is typisch voor Dunhuang‑schilderingen.

DSC01358 06 IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilk92x71CmAccNoCh-00157 ZitOpLotusVraagteken

De lotustroon

Onder de voeten ligt de bovenste krans van de lotus.
Links zijn de bladen nog duidelijk zichtbaar, met middennerf en contour;
in het midden en rechts is de lotus grotendeels verdwenen.

DSC01358 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilk92x71CmAccNoCh-00157 WaaierVraagteken

De standaard rechts

Rechts van Avalokiteśvara staat een rituele standaard
met een verticale staf met hangende linten en, een ovaal bovenstuk.
De contouren zijn goed zichtbaar en de ovaal
lijkt wel ingekleurd met zilver.
Maar dat is waarschijnlijk het effect van het licht.

Randmotieven langs drie zijden

Langs de linker-, rechter- en bovenrand van het fragment
zijn wolk‑ of bloemachtige vormen zichtbaar:
afgeronde, lobvormige contouren in lichte, verbleekte tinten.
Ze vormen een decoratieve randzone rond de centrale figuur.
Aan de onderrand ontbreken deze motieven,
mogelijk doordat het fragment daar niet volledig bewaard is
of omdat de lotus en voeten de volledige onderrand innemen.
Deze randmotieven komen vaker voor in Dunhuang‑schilderingen,
maar maken geen deel uit van de iconografie van Avalokiteśvara zelf.

De lichtbak als manier van tonen

De schildering wordt gepresenteerd op een lichtbak,
een methode die musea gebruiken om dunne, kwetsbare textiele fragmenten
goed zichtbaar te maken.
Door het object van achteren te verlichten blijft het fragment leesbaar,
ook wanneer de zaalverlichting laag wordt gehouden
om het materiaal te ontzien.
Verbleekte pigmenten en slijtagezones worden duidelijker zichtbaar
en contourlijnen en ondertekeningen komen helderder naar voren.

Wat de lichtbak met het beeld doet

De achterverlichting verandert de visuele werking van de schildering:
dunne pigmentlagen worden transparant

  • dikke pigmentlagen blijven helder en verzadigd
  • contourlijnen worden dominant
  • de grote linten lijken los te komen van het lichaam
  • Amitābha’s mandorla wordt zachter en lichter
  • het blauwe driebladige element blijft krachtig aanwezig
  • de geknoopte linten van de kroon worden verrassend goed leesbaar

Het resultaat is een beeld dat tegelijk materieel kwetsbaar
en grafisch helder is:
een combinatie van oorspronkelijke schildering
en de transparantie van de textiele drager.

DSC01359IndiaNewDelhiNationalMuseumSeatedAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilk92x71CmAccNoCh-00157 Txt

Avalokiteshvara is dressed in Indian costume and wears a tiara with Amitabha Buddha seated within. A circular aureola and halo are seen, above which hangs a decorated canopy.


DSC01360IndiaNewDelhiNationalMuseumDisplaysForBannersAndTextiles

Beeld van de zaalopstelling in het National Museum waarop goed te zien is hoe het licht van achter de objecten komt en dat het zaallicht daardoor beperkt is.


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXXI: twee Dunhuang‑bodhisattva’s

– over kleur, vorm en de rituele ruimte van de Zijderoute –

DSC01354 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnSilk52x34-5CmAccNoCh-xxxviii-002

India, New Delhi, National Museum, Bodhisattva, Dunhuang, 7th – 10th century CE, painting on silk, 52 x 34,5 cm. Acc.No. Ch.xxxviii.002.

DSC01356 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnSilk47x29-5CmAccNoCh-xlvi-0011

Bodhisattva, Dunhuang, 7th – 10th century CE, painting on silk, 47 x 29,5 cm. Acc.No. Ch.xlvi.0011.


Deze twee fragmentarische zijdeschilderingen uit Dunhuang (7e–10e eeuw)
tonen hoe kunstenaars langs de Zijderoute
kleur, vorm en decoratieve kaders
inzetten om heilige figuren tot leven te brengen.
Hoewel de schilderingen
uit verschillende ateliers of perioden kunnen stammen,
delen ze eenzelfde beeldtaal:
een sierlijke bodhisattva die een lotus omhoog houdt,
omgeven door een rijk patroon van textiel‑ en bloemmotieven.

DSC01354 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnSilk52x34-5CmAccNoCh-xxxviii-002DSC01356 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnSilk47x29-5CmAccNoCh-xlvi-0011

Kleur als drager van spiritualiteit

De lotussen die beide bodhisattva’s vasthouden
vormen het kleuraccent van de compositie
en trekken de blik onmiddellijk naar het gebaar van aanbieden en ontwaken.

In het eerste fragment bestaat de lotus
uit groene, geometrische kelkbladeren met daarboven
een gele, halfbolvormige bloem zonder afzonderlijke blaadjes.

De compacte vorm en het heldere kleurcontrast
geven de lotus een bijna iconische helderheid.

In het tweede fragment is de lotus juist groot, paars en nog in knop.
De diepe paarstint van de lotus sluit aan
bij de warme oranje accenten in halo en gewaad:
beide kleuren delen een rode ondertoon,
waardoor ze elkaar optisch versterken
en de figuur een krachtige, bijna stralende aanwezigheid geven.

Samen laten de lotussen zien hoe Dunhuang‑schilders
kleur inzetten om verschillende registers van spiritualiteit op te roepen:
van helderheid en eenvoud tot intensiteit en diepte.

Vorm als kruispunt van tradities

De vormgeving van de bodhisattva’s laat zien
hoe Indiase en lokale tradities elkaar beïnvloedden.

In beide schilderingen volgt de lotusstengel een gebogen,
bijna dansende lijn.
Deze vorm gaat terug op Indiase boeddhistische kunst,
waar de lotus vaak met een sierlijke, S‑vormige steel werd weergegeven.
In Dunhuang wordt dit motief op verschillende manieren geïnterpreteerd:
in het eerste fragment lang en meanderend,
in het tweede slanker en compacter,
maar in beide gevallen blijft de Indiase oorsprong herkenbaar.

In het eerste fragment draagt de bodhisattva
een transparante bovenmantel,
zichtbaar als een rechte randlijn langs de rechterschouder
— een subtiele verwijzing naar de Indiase uttarīya,
die in Gupta‑kunst vaak slechts door een contour wordt aangeduid.

Op de linkerschouder ligt een geknoopte rode en groene doek,
een zwaardere, decoratieve schouderdoek die typisch is voor Dunhuang.

De lotus is compact en geometrisch, passend bij de sobere vormtaal.

In het tweede fragment ontbreekt de transparante sluier
en de knoopdoek, maar valt de figuur op
door de rijk uitgewerkte sieraden,
de oranje halo
en de grote paarse lotus in knop.

DSC01354 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnSilk52x34-5CmAccNoCh-xxxviii-002DSC01356 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnSilk47x29-5CmAccNoCh-xlvi-0011 HexagonalAndFloral

De kaders als rituele architectuur

De omlijstingen functioneren als een visuele architectuur
die de bodhisattva’s draagt en situeert.

In het eerste fragment hangt bovenaan een bloemfries
met afgeronde bloemkoppen in oranje en blauw.
Daaronder volgt een band met verticale oranje stroken
en omgekeerde driehoeken in groen en blauw.
De combinatie van ronde en rechte vormen
creëert een ritmische structuur die de figuur optilt
als onder een ceremoniële baldakijn.

In het tweede fragment wordt de bodhisattva bekroond
door een band met drie grote hexagonale figuren,
een motief dat sterk aan Centraal‑Aziatische textielpatronen doet denken.
De band daaronder
— door het museum aangeduid als floral motifs —
is een geometrisch‑florale structuur:
kleine, herhalende vormen die verwijzen naar bloembladeren,
maar in hun ritme en schakering aan geweven patronen herinneren.
De warme aardetinten creëren een vibrerend oppervlak
dat de figuur verankert in een textielachtige ruimte.

Een tweeluik van kleur en vorm

Samen tonen de twee schilderingen hoe Dunhuang‑kunstenaars
variëren binnen een gedeeld iconografisch vocabulaire.
De ene bodhisattva is sober en helder,
de andere rijk en expressief.
De lotussen, de bovenmantels en de kaders
vormen samen een visuele grammatica
waarin Indiase iconografie,
Centraal‑Aziatische textieltradities
en lokale esthetiek elkaar ontmoeten.

DSC01355IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnSilk52x34-5CmAccNoCh-xxxviii-002 Txt

This fragmentary textile depicting a bodhisattva shows the artistic achievements of Dunhuang painting with well-proportioned figures and the use of a variety of colours. The calm and composed facial expression along with the upper garment show Indian influence.

DSC01357IndiaNewDelhiNationalMuseumBodhisattvaDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnSilk47x29-5CmAccNoCh-xlvi-0011 Txt

The bejewelled bodhisattva is portrayed in a three-quarter view. This fragmentary banner has two borders on the upper end with a hexagonal pattern and floral motifs.


Afsluitend: Kleur en techniek

De kleuren in Dunhuang‑schilderingen
danken hun diepte aan een techniek
waarbij pigmenten in dunne, transparante lagen over elkaar worden gezet.
Heldere tinten zoals geel en groen worden direct aangebracht,
terwijl complexere kleuren
– zoals het paars van de lotus in het tweede fragment –
ontstaan door rood en blauw subtiel te laten samenvloeien.

Door deze gelaagdheid lijken de kleuren niet op het oppervlak te liggen,
maar van binnenuit te gloeien.
Het resultaat is een schildertraditie waarin kleur niet alleen vorm vult,
maar licht en spiritualiteit draagt,
en waarin zelfs kleine details een eigen, bijna tastbare aanwezigheid krijgen.


Wist je dat?

Er zijn gesprekken geweest – en ze lopen nog steeds – over wat die Indiase lotusstengel betekent binnen de gedeelde maar toch verschillende beeldwerelden van hindoeïsme en boeddhisme. Het is een klein vormdetail dat kunsthistorici gebruiken als venster op veel grotere thema’s: overdracht van stijl, gedeelde symboliek, religieuze migratie en lokale herinterpretatie.

De gedeelde Indiase oorsprong

De sierlijke, S‑vormige lotusstengel ontstaat in India in een context waarin hindoeïstische en boeddhistische beeldtaal parallel evolueren. Kunsthistorici wijzen op drie gedeelde kenmerken:

  • De lotus als kosmisch symbool — in het hindoeïsme als zetel van goden en bron van schepping; in het boeddhisme als metafoor voor zuiverheid en ontwaken.
  • De gebogen steel als teken van leven en beweging — een organische lijn die verwant is aan de tribhaṅga-houding en de gracieuze dynamiek van Indiase figuren.
  • De combinatie van elegantie en spiritualiteit — de steel is nooit puur decoratief; hij draagt een idee van groei, ontvouwing en innerlijke energie.

In India is de steel dus meer dan een vorm: hij is een drager van een gedeeld religieus vocabulaire.

Wat er verandert wanneer het motief de Zijderoute opgaat

Wanneer deze beeldtaal via Gandhāra en Centraal‑Azië naar Dunhuang reist, verschuift de betekenis op subtiele manieren. Kunsthistorici bespreken vooral:

  • De mate van symbolische lading — blijft de steel een kosmische verbinding, of wordt hij vooral een elegante lijn?
  • De rol van lokale esthetiek — Dunhuang‑kunstenaars behouden de gebogen beweging, maar passen de lengte, ritme en decoratie aan hun eigen visuele grammatica aan.
  • De vraag naar herkenbaarheid — is de Indiase oorsprong nog zichtbaar voor de lokale kijker, of wordt het motief volledig geabsorbeerd in een nieuwe stijl?

De consensus is dat Dunhuang‑kunstenaars de steel bewust overnemen, maar hem lokaal herinterpreteren.

Hindoeïsme en boeddhisme: gedeelde vormen, verschoven accenten

In discussies tussen specialisten komt steeds terug dat de lotus – en dus ook de steel – een gedeeld symbool is, maar met verschillende nadrukken:

  • In het hindoeïsme verwijst de lotus vaak naar schepping, kosmische orde en goddelijke geboorte.
  • In het boeddhisme ligt de nadruk op zuiverheid, verlichting en het vermogen om boven de wereld uit te stijgen.

De gebogen steel beweegt tussen die twee betekenislagen. Kunsthistorici vragen zich af:

  • Is de Dunhuangsteel nog kosmisch, of vooral esthetisch?
  • Is de beweging van de steel een echo van Indiase spiritualiteit, of een visuele conventie die zijn religieuze lading heeft verloren?
  • Hoeveel hindoeïstische beeldtaal blijft herkenbaar in een boeddhistische context?

Het antwoord is meestal: beide tradities blijven voelbaar,
maar de nadruk verschuift door tijd, afstand en lokale smaak.

Chimera, buffel en hond — wachter, werker, metgezel

DSC05538ZürichMuseumRietbergDogNorthChinaEasternHanDynasty25-220MYT96TonwareMitBleiglasur

Zürich, Museum Rietberg, Dog, North China, Eastern Han Dynasty, 25 – 220 CE, MYT 96, tonware mit bleiglasur.


Ze staan bij elkaar, in één bericht,
maar lijken niet uit hetzelfde verhaal te komen.
De hond en de buffel dragen de glans van lood,
een huid die ooit vloeibaar was,
die in het graf moest schitteren als een belofte van zorg.
Ze zijn rond, zwaar, bijna huiselijk
— dieren die je zou kunnen aaien,
als ze niet gemaakt waren om te blijven waken
in een wereld waar niemand terugpraat.

DSC05540ZürichMuseumRietbergRecliningWaterBuffaloNorthChinaEasternHanDynasty2nd-Early3rdCenturyMYT82TonwareMitBleiglasurDSC05541ZürichMuseumRietbergRecliningWaterBuffaloNorthChinaEasternHanDynasty2nd-Early3rdCenturyMYT82TonwareMitBleiglasur

Reclining water buffalo, North China, Eastern Han Dynasty, 2nd – early 3rd century, MYT 82, tonware mit bleiglasur.


En dan de chimera.
Geen glans, maar pigment.
Geen huisdier, maar een grensbewoner.
Zijn lichaam is hoekiger, ouder,
als een herinnering aan een tijd
waarin monsters nog nodig waren
om de nacht op afstand te houden.
Hij draagt geen glazuur
maar een huid van aarde en kleur
die niet verleidt maar waarschuwt.

DSC05547ZürichMuseumRietbergStandInTheShapeOfAChimeraChinaShaanxiHenanRegionWesternHanDynasty2nd-1stCenturyBCMYT1148ATonwareMetBemalung

Stand in the shape of a chimera, China, Shaanxi/Henan region, Western Han Dynasty, 2nd – 1st century BC, MYT 1148a, tonware mit bemalung.


Samen vormen ze een kleine stoet:
een wachter die brult,
een werker die zwijgt,
een metgezel die blijft.
Drie dieren voor een andere wereld,
elk met een eigen taak,
elk met een eigen manier van aanwezig zijn.
En in hun verschillen wordt zichtbaar
wat de levenden verlangden:
kracht, arbeid, nabijheid
— meegenomen, voorzichtig, in klei en glans en kleur.


Wat is een chimera of fabeldier?

In de Chinese oudheid verschijnt een chimera — een samengesteld fabeldier — vaak als wachter of grensbewoner tussen werelden. Het is geen dier dat ooit heeft bestaan, maar een wezen dat delen van verschillende dieren in zich draagt: de kracht van een leeuw, de alertheid van een hond, de hoorns van een ram, de staart van een slang.
Zo’n fabeldier belichaamt niet één eigenschap, maar een bundeling van krachten. Het staat voor bescherming, afweer, vitaliteit — precies wat men nodig achtte aan de rand van het graf.

India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXIX

– over demonen die geen angst aanjagen, maar orde dragen –

DSC01350 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumTuskedDemonDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnSilk31-5x33-5CmAccNoCh-00117

India, New Delhi, National Museum, Tusked demon, Dunhuang, 7th – 10th century CE, painting on silk, 31,5 x 33,5 cm. Acc.No. Ch.00117.


Opengesperde neusgaten
ademend
Gevaarlijke slagtanden
Naar buiten gericht
Een bloedrode tong en mond
Ogen, eerder lijdzaam dan agressief
Rode waaierende manen
Sierraden die minder passend zijn
bij dit grove postuur
Armbanden om de bovenarmen
Een schoen op de rechterschouder

Het is geen atletisch lichaam
meer een wezen
gespierd door beproeving
Verwrongen

Twee horizontale fragmenten lijken het:
Het hoofd en schouders op het bovenste deel
Dan een deel met twee banen:
één deel waarop links een voet te zien is?
Zijn dat vijf of meer tenen?
Helemaal onderaan een sierrand met panelen
Gestileerde bloemmotieven
– als decoratieve wandpanelen
Een achtergrond is afwezig

Er is nog een schoen te zien
Aan de rechterkant van de voorstelling
Volgens mij staat die voet
op de schouder van een andere demon
De lokapala van wie de schoenen zijn
is op dit fragment niet te zien
De demonen die schouder aan schouder staan
zie je ook niet

DSC01350 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumTuskedDemonDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnSilk31-5x33-5CmAccNoCh-00117

Hieronder wat meer context bij bovenstaande,
eerste visuele analyse.

De demon

Het wezen dat in dit fragment verschijnt,
is geen monster dat op ons afstormt,
maar een figuur die al tot stilstand is gebracht.
Zijn kracht is voelbaar in de gespannen spieren,
de opengesperde neusgaten, de slagtanden
— maar de agressie is eruit.
De ogen kijken niet dreigend, eerder gelaten,
alsof hij zich heeft neergelegd bij een macht die groter is dan hijzelf.
De rode manen waaieren als een echo van vroegere woestheid,
maar de sieraden rond armen en borst verraden een andere laag:
dit is geen willekeurig beest, maar een wezen met status,
een figuur die ooit tot een hofhouding of kosmische hiërarchie behoorde.
Zijn lichaam is niet atletisch,
eerder gevormd door strijd, weerstand, beproeving.
En bovenop die schouder — bijna terloops — rust een schoen.
De demon draagt het gewicht van een ander,
en dat maakt hem tot wat hij hier is:
een onderworpen kracht, niet vernietigd maar getemd.

Wie en wat zijn lokapāla’s

De lokapāla’s zijn de vier hemelse koningen
die de wereld in de vier windrichtingen bewaken.
Ze staan niet in het centrum van de kosmos,
maar op de grens ervan
— precies op het punt waar orde overgaat in het onbekende.
Hun blik is niet naar binnen gericht, maar naar de rand,
naar wat zich aandient vanuit de ruimte buiten het beschermde domein.

In de kunst van Dunhuang verschijnen ze
als imposante figuren in harnas,
met stevige schoenen, brede stand
en een houding die voortdurend alert is.
Elk van hen draagt een eigen attribuut:
een snaarinstrument, een slang, een zwaard of een stupa.
Het zijn geen stille, meditatieve boeddha’s, maar wachters
— strijders die de wereld beschermen door aanwezig te zijn
op de plek waar bescherming nodig is.
Hun aanwezigheid zegt in feite:
hierbinnen heerst orde, omdat ik deze grens bewaak.

Hoe verhouden demonen en lokapala’s zich?

De demon vertegenwoordigt wat ongericht, ongeordend en ongestuurd is
— een kracht die nog geen vorm heeft,
een energie die nog niet in een richting is gezet.
Zijn lichaam toont spanning, weerstand, restanten van woestheid,
maar ook berusting: hij is niet vernietigd, maar tot stilstand gebracht.

De lokapāla staat voor richting, ordening en bescherming.
Hij is degene die op de grens staat
en de energie van de demon begrensd en bruikbaar maakt.
Door letterlijk op de demon te staan,
maakt hij zichtbaar dat deze kracht niet verdwijnt, maar wordt gekanaliseerd.
De demon blijft aanwezig, zichtbaar, levend
— maar zijn beweging wordt geleid door de wachter die boven hem staat.

Het is geen strijd tussen goed en kwaad,
maar een beeld van kosmische ordening:
energie zonder vorm onder de voet van vorm die energie stuurt.

Mogelijke reconstructie van een zijden paneel

Het fragment dat bewaard is gebleven,
toont slechts een deel van een veel grotere compositie.
De demon die we zien is ongeveer dertig centimeter hoog
— te groot om een klein detail te zijn, te klein om de hoofdfiguur te vormen.
Dat wijst op een horizontale strook waarin meerdere demonen
naast elkaar lagen, elk in een verwrongen houding,
elk onder een voet van de lokapāla die boven hen stond.

Boven deze strook moet een tweede paneel hebben gehangen,
waarop de lokapāla zelf stond:
een imposante figuur in harnas, met wapen en attribuut,
breedbeens, de voeten stevig geplant op de demonen onder hem.
Onder de demonstrook liep waarschijnlijk een decoratieve band
met bloemmotieven of geometrische panelen
— precies zoals je in het fragment ziet.

Samen vormden deze stroken een monumentale zijden schildering
van misschien anderhalve tot twee meter hoog:
mobiel, ritueel, bedoeld om een wand te vullen
of een ruimte tijdelijk te transformeren.

Functie van zijden panelen

Zijde was in Dunhuang geen luxe voor thuis,
maar een drager voor rituele kunst.
Grote zijden panelen werden gebruikt in tempels en grotten,
niet als permanente muurschildering
maar als mobiele, inzetbare beelden.
Ze konden worden opgehangen tijdens ceremonies,
verplaatst tussen ruimtes,
of gebruikt om beschadigde muurschilderingen tijdelijk te vervangen.

Ze waren ook donaties:
een manier voor sponsors om hun devotie zichtbaar te maken.
En ze boden kunstenaars de mogelijkheid om fijner,
gedetailleerder te werken dan op ruwe muurpleister.
In een grot vol drukke, gelaagde muurschilderingen
kon een groot zijden paneel rust brengen:
één grote figuur, één duidelijke scène, één moment van focus.

Dit fragment maakt deel uit van zo’n paneel
— een object dat ooit een rituele ruimte ordende, beschermde en betekenis gaf.

DSC01351IndiaNewDelhiNationalMuseumTuskedDemonDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnSilk31-5x33-5CmAccNoCh-00117Txt

The fragmentary silk painting shows a tusked demon with feet on his shoulders. It appears to be the demon on which lokapala Virupaksha (guardian of the West) stands.


Wat is een paard in het hiernamaals?

– over orde, hemel en beweging –

Al weer een verrassing.
Vanachter de vitrine hinnikt een paard me tegemoet.
Hoor ik dat goed?
Blijkbaar wel.
Een paard uit China — en niet het eerste dat ik tegenkom.

Eerder zag ik paarden die als grafvondst waren gemaakt.
Misschien is het tijd om er drie uit te lichten
— drie paarden die, elk op hun eigen manier,
iets onthullen over het hiernamaals.

Waar hebben we het dan over?

Xi’an
— de terracotta paarden van het mausoleum van Qin Shihuangdi

Lanzhou
— het vliegende paard uit Wuwei (Gansu)

Zürich
— een galopperend paard in brons

Inleiding op paarden als grafobjecten in China

In het oude China hoorde het paard
tot de wereld van orde, hemel en beweging.
Het was het dier dat de aristocratie droeg,
dat legers vooruit trok,
dat wagens licht maakte
en afstanden verkleinde.
In het leven stond het voor status en bereik;
in de dood werd het een begeleider.
Daarom verschenen paarden
— van klei, brons of hout —
zo vaak in graven.
Niet als versiering, maar als dragers van betekenis:
bewakers, gidsen, statussymbolen,
of zelfs hemelse wezens die de overledene
naar een andere sfeer konden brengen.

Door de eeuwen heen
veranderde de manier waarop het paard werd voorgesteld.
Soms stond het in strakke rijen opgesteld,
onderdeel van een ondergronds systeem van discipline en controle.
Soms zweefde het licht en bijna mythisch,
alsof het de hemel zelf kon aanraken.
En soms werd het gevangen in een moment van pure fysieke kracht:
een gespannen nek, een open bek, opengesperde neusgaten.
— een lichaam dat nog één keer ademhaalt.

Het paard in het graf is dus nooit zomaar een paard.
Het is een idee, een belofte, een richting.
En precies daarom is het zo betekenisvol
om drie heel verschillende voorbeelden naast elkaar te leggen.

DSC08009ChinaXi'anTerracottaArmyHorse200BCE

Xián, terracotta army.


Machtsvertoon van het eerste keizerrijk

In het mausoleum van Qin Shihuangdi
staan de paarden niet als individuen,
maar als schakels in een immens systeem.
Ze zijn gemaakt van klei, levensgroot,
met gespannen halzen en strak aangelegde tuigage.
Alles aan hen ademt orde:
de regelmaat van de rijen,
de herhaling van vormen,
de afwezigheid van persoonlijke expressie.
Deze paarden wachten niet, ze blijven paraat
— zelfs nu hun keizer allang is verdwenen.

Het terracottaleger is geen verzameling beelden,
maar een ondergrondse organisatie,
zorgvuldig opgebouwd uit duizenden onderdelen.
De paarden vormen daarin de motor
van mobiliteit en controle:
ze trekken wagens,
dragen officieren,
houden het leger in beweging.

In Xi’an zie je geen paard dat zichzelf is.
Je ziet een paard dat een rijk draagt.
Een paard dat een systeem belichaamt.
Een paard dat macht zichtbaar maakt, zelfs onder de grond.

DSC07824ChinaLanzhouGansuProvincialMuseumGallopingHorseTreadingOnAFlyingSwallowEasternHanPeriod200CEBonze

Lanzhou, Gansu Provincial Museum, Gallopinh horse treading on a flying swallow, Eastern Han period, bronze.


Een hemels ideaal

Het bronzen paard uit Wuwei lijkt nauwelijks nog aan de aarde gebonden.
Met één hoef rust het op een zwaluw
die in volle vlucht onder hem doorschiet
— een beeld dat de zwaartekracht niet tegenspreekt, maar eenvoudigweg negeert.
Dit is geen werkpaard,
geen militair dier,
geen onderdeel van een systeem.
Dit is een ideaal:
een lichaam dat licht wordt, een beweging die omhoog wijst.

De makers van de Han‑dynastie kozen niet voor realisme,
maar voor een vorm die de overledene een andere wereld in draagt.
De gespannen spieren,
de opgeheven staart,
de open mond:
alles suggereert snelheid,
maar het is een snelheid die niet over de grond gaat.
Het paard stijgt, tilt, verheft.

Waar Xi’an de orde van een rijk laat zien,
toont Lanzhou de mogelijkheid van een hemel.
Een paard dat niet dient, maar draagt — naar elders, naar boven.

DSC05534ZürichMuseumRietbergHorseChinaEasternHanDynasty2ndCenturyBronzeH125CmAliceUndPierreUldryRCH13A

Zürich, Museum Rietberg, Horse, China, Eastern Han Dynasty, 2nd century, bronze, hoogte 125 cm. Geschenk van Alice and Pierre Uldry, RCH 13A.


Individuele kracht en beweging

Het bronzen paard uit Zürich staat niet in een rij
en zweeft niet door de hemel.
Het staat op zichzelf.
Een lichaam in volle vaart,
gevangen in het moment waarop kracht en beweging samenvallen.
De nek is gespannen,
de mond geopend,
de neusgaten wijd:
dit is een paard dat ademt, trekt, versnelt.
Geen symbool van een rijk, geen ideaalbeeld van een hemel,
maar een individu dat zijn eigen kracht tot beweging laat komen.

De makers van de Oostelijke Han‑dynastie kozen hier niet voor herhaling of mythe,
maar voor een bijna lichamelijke nabijheid.
Je ziet de spieren onder het brons,
de torsie van de romp,
de impuls die door het hele lichaam loopt.
Het is alsof het paard nog één stap verwijderd is van geluid.

Waar Xi’an orde toont en Lanzhou verheffing,
laat Zürich de intensiteit van een enkel dier zien
— een moment van pure beweging dat de tijd even stilzet.

DSC05535ZürichMuseumRietbergHorseChinaEasternHanDynasty2ndCenturyBronzeH125CmAliceUndPierreUldryRCH13A

Dit bronzen paard, ruim 125 cm hoog,
maakte deel uit van de collectie van Alice und Pierre Uldry,
Zwitserse verzamelaars die vanaf de jaren vijftig
een omvangrijke collectie Chinese kunst opbouwden.
Hun vermogen uit de bankensector stelde hen in staat
actief te kopen op de internationale kunstmarkt,
waar dit beeld zonder vindplaats of context werd verworven.

Het paard is hol gegoten en opgebouwd uit meerdere onderdelen,
een techniek die typisch is voor grotere Han‑bronzen
en die de technische ambitie van het beeld onderstreept.
De gespannen houding van het lichaam
en de zorgvuldige assemblage suggereren
dat de maker beweging en kracht wilde vangen in metaal.
In China golden paarden in deze periode als statussymbolen
voor aristocratie en leger,
en werden ze vaak in klei of brons meegegeven in graven
— een traditie waar dit beeld qua vorm en schaal nauw bij aansluit,
al ontbreekt de context om dat met zekerheid te zeggen.

DSC05536ZürichMuseumRietbergHorseChinaEasternHanDynasty2ndCenturyBronzeH125CmAliceUndPierreUldryRCH13A


Over onzekerheid en betekenis

Bij oude voorwerpen is zekerheid zelden volledig.
Het paard uit Wuwei is uniek:
we kennen geen tweede voorbeeld,
geen tekst die het verklaart,
geen traditie waarin het past.
Zelfs de vogel onder zijn hoef laat zich niet eenduidig identificeren.
Het Zürich‑paard is al even ongrijpbaar:
zonder vindplaats,
zonder grafcontext,
zonder archeologische bedding.
Beide beelden bereikten ons via de kunsthandel,
losgemaakt van hun oorspronkelijke omgeving.

Toch is er iets dat overeind blijft:
de inspanning.
Iemand heeft deze paarden gegoten, gevormd, gepolijst.
Iemand heeft uren, dagen, misschien weken gewerkt
aan een lichaam in beweging,
aan een houding die iets moest oproepen of begeleiden.
Die menselijke effort is betekenis — ook als we niet precies weten welke.

Misschien is dat de kern:
dat schoonheid soms meer suggereert dan ze verklaart,
en dat juist in die open ruimte iets blijft resoneren dat ons zo intrigeert.

Afsluiting: Tijd en verankering

De drie paarden staan ver uit elkaar in tijd en zekerheid.
Het paard uit Xi’an behoort tot de late derde eeuw v.Chr.,
stevig ingebed in het mausoleum van de eerste keizer.

Het Wuwei‑paard komt uit een graf uit de Oostelijke Han‑periode (1e–2e eeuw n.Chr.),
met een datering die door de aarde zelf wordt bevestigd.

Tot hier is het archeologie.

Het Zürich‑paard wordt op stilistische gronden
eveneens in de Oostelijke Han geplaatst,
maar zonder vindplaats blijft dat een ingeschat tijdvak
— een vorm van kennis die balanceert tussen analyse en interpretatie.

India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXVIII

– over kijken naar wat resteert en wat verloren ging –

DSC01348IndiaNewDelhiNationalMuseumStandingBodhisattvaDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnSilk127x75CmAccNoCH-Lxiv-002

India, New Delhi, National Museum, Standing Bodhisattva, Dunhuang, 7th – 10th century CE, painting on silk, 127 x 75 cm. Acc.No. CH.lxiv.002.


Op het eerste gezicht is dit een van de duidelijkste afbeeldingen
die ik tot nu toe in deze reeks toon.
De contourlijnen van de centrale en enige figuur
staan er nog duidelijk.

Een halo met meerdere banen.
Er is een kroon.
Het gezicht voldoet aan het Tang-schoonheidsideaal
door een zacht vrouwelijke uitstraling achter te laten
terwijl de figuur zelf niet als vrouw is bedoeld.
De sierlinten golven vloeiend van de schouders naar de lotus toe.
Op de kleding eenvoudige, strakke gekleurde banen
en een glooiend golvend patroon
waarbij misschien kleur ontbreekt, maar niet het originele beeld.
De centrale figuur staat op een lotus.
De houding van de figuur is añjali:
eerbiedige begroeting, devotie en innerlijke toewijding.

Je ziet dat de banier op bepaalde plaatsen alle kleur heeft verloren
terwijl je op andere plaatsen
— bijvoorbeeld in het grijs van de sierlinten —
nog kunt zien wat er ooit te zien was.

Die grijze kleur is niet de oorspronkelijke kleur.
Wat we vandaag zien is vaak het gevolg van

  • verbleking
    dit komt veel voor bij delen van de schildering waar organische
    pigmenten zijn gebruikt.
    Dat is vaak het geval bij alle onderdelen van de tekening behalve de centrale figuur.
  • oxidatie
    De verf kan verdwenen zijn maar de zijdevezels eronder kunnen een verkleuring hebben ondergaan.
  • stof in de zijdevezels
    op het gevaar af te klinken als een waspoederreclame, door de eeuwen heen is vuil in de vezels gaan zitten en dat geeft verkleuring.
  • verkleuring van bindmiddel
    bindmiddel is een onderdeel van de verf en het verfproces. Het kan net als de pigmenten verkleuren.

Nog eens goed kijken

Als je even naar de banier kijkt zie je al snel
er zijn geen attributen te zien:
geen zon, maan of vaas,
geen lotus in de hand,
geen actieve handgebaren (varada, abhaya, dhyana),
geen Amitabha in de kroon.

We zien wel de algemene bodhisattva‑vorm:
sierlijke houding, sieraden, halo, hemelse kleding,
een zachte, wereldoverstijgende blik.

Wie is de centrale figuur?

Wat we zien is een algemene bodhisattva, met

  • aanwezigheid:
    een figuur die niet optreedt, maar verschijnt, troost en inspireert.
  • devotie:
    het gebaar van añjali is gericht op eerbied en groet, als een aanmoediging voor gelovigen.
  • bemiddeling:
    bodhisattva’s zijn in Dunhuang vaak “tussenfiguren” — niet de Boeddha zelf, maar ook niet de mens.
  • bescherming door aanwezigheid, niet door actie:
    ontdaan van grote woorden als compassie, kracht of inzicht
    — juist daardoor toegankelijk.
  • een soort stille beschikbaarheid:
    altijd aanwezig.

De zaaltekst noemt deze banieren
‘votiefobjecten om verdienste te vergaren’,
maar dat is slechts één kant van het verhaal.
Ze waren tegelijk ook persoonlijke gebaren van devotie:
lichte, beweeglijke dragers van aanwezigheid,
geschonken door mensen
die hun hoop, dankbaarheid of zorg in stof en kleur wilden vastleggen.

Aanname

Vandaag ontdekte ik een foute aanname bij mezelf
en misschien maak jij die ook:

veel objecten uit de Stein‑collectie
roepen meteen het beeld op van de Library Cave,
die afgesloten ruimte vol manuscripten en rituele voorwerpen
die Stein in 1907 voor het eerst aan de westerse wereld liet zien.

Maar niet alles wat Stein meenam, komt daar daadwerkelijk vandaan.
Alleen wanneer musea het expliciet vermelden,
weten we zeker dat een object uit Cave 17 stamt;
anders blijft de herkomst onzeker,
hoe vanzelfsprekend de associatie met de Library Cave ook lijkt.
Niet elke banier draagt dat stempel.
Soms is de oorsprong even open als de woestijn waaruit ze ooit opdook.

Dan nog iets dat daar verband mee houdt:
zelfs als een voorwerp uit de Library Cave komt
en dus van begin 11e tot het begin van de 20ste eeuw
opgeslagen heeft gelegen,
onaangeroerd door mensenhanden,
is heel waarschijnlijk dat het voorwerp nog ouder is.

Omdat Cave 17 rond het begin van de 11e eeuw werd afgesloten:

  • konden objecten die erin lagen al eeuwen oud zijn
  • waren ze vaak intensief gebruikt in rituele context
  • konden ze meerdere restauraties hebben ondergaan vóór ze werden opgeborgen
  • waren sommige voorwerpen waarschijnlijk bewust terzijde gelegd omdat ze versleten, beschadigd of ritueel “op” waren

De Library Cave is geen momentopname van de 10e–11e eeuw,
maar een verzameling van objecten met lange biografieën.

DSC01349IndiaNewDelhiNationalMuseumStandingBodhisattvaDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnSilk127x75CmAccNoCH-Lxiv-002

The bodhisattva stads on a lotus in anjali mudra. The banner has a triangular headpiece that is decorated with flower motifs. Banners such as these were popular votive objects offered by devotees to gain merit.


kiekeboe – piekaaboe

Soms kun je beter niets schrijven
beelden verklaren zichzelf

bolle driehoeken, cirkels
golvende lijnen
strepen, naast en over elkaar
wit, zwart, rood
ze spreken: vee en wee en en em
haken en ogen die terug kijken
openstaande monden
hand in hand
doorstromende leegtes
die bedoeld zijn om te vullen

DSC05523ZürichMuseumRietbergJarWithHooksChinaGansuOrQinghaiProvinceMajiayaoCultureMajiayaoPhaseLate4rhEarly3rdMillenniumBCMYT1034

Zürich, Museum Rietberg, Jar with hooks, China, Gansu or Qinghai province, Majiayao culture, Majiayao phase, late 4th / early 3rd millennium BC, MYT 1034.

DSC05524ZürichMuseumRietbergJarWithHooksChinaGansuOrQinghaiProvinceMajiayaoCultureMajiayaoPhaseLate4rhEarly3rdMillenniumBCMYT1034


DSC05526ZürichMuseumRietbergCommunicatingJarsWithFigurativeMotifsChinaGansuOrQinghaiProvinceMajiayaoorQijiaCultureLate3rdEarly2ndMillenniumBCMYT1051

Communicating jars with figurative motifs, China, Gansu or Qinghai province, Majiayao or Qijia culture, late 3rd / early 2nd millennium BC, MYT 1051.


DSC05528ZürichMuseumRietbergJarWithHumanFigureChinaGansuOrQinghaiProvinceQijiaCultureFirstHalf2ndMillenniumBCMYT1077

‘kiekeboe – piekaaboe’. Jar with human figure, China, Gansu or Qinghai province, Qijia culture, first half 2nd millennium BC, MYT 1077.

DSC05529ZürichMuseumRietbergJarWithHumanFigureChinaGansuOrQinghaiProvinceQijiaCultureFirstHalf2ndMillenniumBCMYT1077


DSC05531ZürichMuseumRietbergJarWithBlackAndWhiteStrokesChinaGansuOrQinghaiProvinceMajiayaoCultureMajiayaoPhaseLate4rhEarly3rdMillenniumBCMYT1036

Jar with black and white lines, China, Gansu or Qinghai province, Majiayao culture, Majiayao phase, late 4th / early 3rd millennium BC, MYT 1036.

DSC05532ZürichMuseumRietbergJarWithBlackAndWhiteStrokesChinaGansuOrQinghaiProvinceMajiayaoCultureMajiayaoPhaseLate4rhEarly3rdMillenniumBCMYT1036


Afronding

Deze vormen
behoren tot de keramiektradities van Gansu en Qinghai,
de Majiayao‑cultuur.

De volgende beelden brengen ons verder door China,
langs steles, keramiek en andere voorwerpen
uit andere streken.

Een tip van de sluier,
maar het doek blijft voor vandaag nog even dicht.


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXVII

– over Avalokiteśvara als rituele aanwezigheid: compassie, donorschap en de Dunhuang‑traditie –

DSC01346 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCELinnenBanner150-3x51-8CmAccNoCh00126

India, New Delhi, National Museum, Avalokiteshvara banner, Dunhuang, 9th – 10th century CE, linnen banner, 150,3 x 51,8 cm. Acc.No. Ch.00126.


Avalokiteśvara‑banier, beschrijving

Deze grote linnen banier uit Dunhuang toont
een staande Avalokiteśvara die zich met zachte, open aandacht
tot de toeschouwer richt.
Zijn gestalte vult bijna de volledige hoogte van het doek,
waardoor hij niet alleen een beeld is
maar een aanwezigheid in de ruimte.

DSC01346 05 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCELinnenBanner150-3x51-8CmAccNoCh00126 Amitabha

In zijn tiara verschijnt, klein maar essentieel,
de Boeddha Amitābha.
Hij behoort tot de groep van de Dhyani‑Boeddha’s
— vijf transcendente, mediterende Boeddha’s die
geen historische personen zijn, maar kosmische principes.
Amitābha vertegenwoordigt het westen, het licht van mededogen
en de mogelijkheid tot verlossing.
Zijn miniatuurfiguur is door pigmentverlies nauwelijks zichtbaar,
maar zijn positie in het midden van de kroon laat geen twijfel
over zijn functie:
hij is de bron waaruit Avalokiteśvara voortkomt,
het innerlijke licht dat zijn compassie voedt.

De banier is geschilderd op linnen,
een materiaal dat in Dunhuang vooral werd gebruikt
voor grote, rituele doeken.
Het ruwe oppervlak laat minder verfijning toe dan zijde,
maar verleent het werk een aardse, tastbare kwaliteit.
De slijtage van de pigmenten — vooral in de lichtere zones —
maakt het kijken tot een archeologische handeling:
contouren vervagen, details lossen op,
en toch blijft de compositie helder genoeg
om de oorspronkelijke intentie te voelen.

DSC01346 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCELinnenBanner150-3x51-8CmAccNoCh00126 Right

In zijn rechterhand houdt Avalokiteśvara een wilgentakje,
slank en gestileerd, waarvan de bladvormen
door de eeuwen heen bijna bloemachtig zijn geworden.
In zijn linkerhand draagt hij een kundikā, een ritueel water- of nektarvat
met een geprofileerde voet, bol lichaam en korte tuit.

DSC01346 03 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCELinnenBanner150-3x51-8CmAccNoCh00126 Left

Samen vormen deze attributen het rituele instrumentarium van compassie:
de wilgentak wordt gedacht te worden gedoopt in het zuiverende water
van de kundikā, waarmee Avalokiteśvara lijden verzacht,
hitte verkoelt en genezing schenkt.

DSC01346 04 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCELinnenBanner150-3x51-8CmAccNoCh00126 Donor

Onderaan het doek, zwaar aangetast door tijd en gebruik,
bevinden zich de donors.
Hun aanwezigheid is klein, bijna opgelost in de stof,
maar nog herkenbaar in de ronde contouren van twee hoofden
en de vage vorm van een hoofddeksel.
Zij plaatsen zich letterlijk aan de voeten van de bodhisattva,
als getuigen van hun eigen daad van verdienste.
Hun aanwezigheid maakt duidelijk dat deze banier niet bedoeld was
voor individuele meditatie, maar voor een publieke, rituele context:
een object dat hing in een tempelruimte of grot,
zichtbaar voor een gemeenschap, ingebed in ceremonie en devotie.
Waar kleinere schilderingen uit Dunhuang vaak intiem en innerlijk gericht zijn,
functioneert deze grote linnen banier als een collectief ritueel object.
Het is niet alleen een afbeelding van Avalokiteśvara,
maar ook een materiële herinnering aan een sociale gebeurtenis
— een moment waarop mensen zich verzamelden, offerden,
en zich onder de bescherming van de bodhisattva plaatsten.

De combinatie van schaal, materiaal, iconografie en donors
maakt dit werk tot een document van compassie in actie:
een beeld dat niet alleen werd bekeken, maar dat werkte,
dat iets deed in de ruimte waarin het hing.

De Dhyani‑Boeddha’s en Amitābha in de tiara

In de boeddhistische kosmologie verwijst de term Dhyani‑Boeddha’s
naar vijf transcendente, mediterende Boeddha’s
die geen historische figuren zijn,
maar personificaties van fundamentele aspecten van verlichting.
Zij vormen een symbolisch universum
waarin elke Dhyani‑Boeddha
een richting, kleur, wijsheid en kwaliteit vertegenwoordigt.
Amitābha, de Dhyani‑Boeddha van het westen,
belichaamt het licht van mededogen en de kracht van bevrijding.
Wanneer hij verschijnt in de tiara van Avalokiteśvara
— zoals op deze banier —
fungeert hij als het innerlijke principe waaruit de bodhisattva voortkomt.
Zijn aanwezigheid, hoe klein en vervaagd ook,
markeert Avalokiteśvara als zijn emanatie:
een gestalte die het mededogen van Amitābha zichtbaar
en werkzaam maakt in de wereld.

Wilgentak en kundikā: het rituele paar

De twee attributen die Avalokiteśvara draagt
— de wilgentak in de rechterhand en de kundikā in de linker —
vormen samen een ritueel paar dat zijn compassie
zichtbaar en werkzaam maakt.
De wilgentak, slank en buigzaam,
staat voor verzachting, genezing en het vermogen om lijden te verkoelen.
De kundikā, een peervormig vat met een geprofileerde voet en korte tuit,
bevat zuiver water of amṛta, de nectar van verlichting.
In de rituele verbeelding wordt de tak in het water gedoopt,
waarna de bodhisattva het heilzame vocht symbolisch
over de wereld sprenkelt.
Het gebaar is verwant aan het gebruik van een wijwatertak:
een handeling van bescherming, zuivering en zegen.
In de context van Dunhuang,
waar genezing en spirituele veiligheid centraal stonden,
vormt dit paar het hart van Avalokiteśvara’s iconografie
— een stille choreografie van compassie.

Donorschap en sociale aanwezigheid

Onderaan de banier bevinden zich de donors,
klein afgebeeld en zwaar aangetast door de tijd,
maar nog herkenbaar in de ronde contouren van hun hoofden
en de vage vormen van hoofddeksels.
Hun aanwezigheid maakt duidelijk
dat dit werk niet alleen een religieus beeld is,
maar ook een sociaal document.
Donorschap in Dunhuang was een daad van verdienste:
door een banier te schenken plaatste men zichzelf
letterlijk en symbolisch aan de voeten van de bodhisattva,
in de hoop op bescherming, genezing of spirituele vooruitgang.
De donors fungeren als stille getuigen van een rituele gebeurtenis,
een moment waarop een gemeenschap samenkwam
om Avalokiteśvara aan te roepen.
Hun kleine gestalte tegenover de monumentale figuur
benadrukt de hiërarchie van het heilige,
maar ook de nabijheid ervan:
de godheid is groot, maar niet onbereikbaar.
In deze banier wordt devotie zichtbaar als een gedeelde praktijk,
ingebed in sociale relaties en rituele handelingen.

Donors en hoofddeksels: sociale signalen in miniatuur

Hoewel de donorfiguren aan de onderrand van de banier
zwaar vervaagd zijn, laten de contouren van hun hoofddeksels
nog iets zien van hun sociale positie.
In Dunhuang‑schilderingen fungeren hoofddeksels
als subtiele markers van status:

  • eenvoudige, afgeronde mutsen duiden vaak op leken of reizigers,
  • terwijl meer gelaagde of hoekige hoofddeksels wijzen
    op lokale elite of functionarissen.
  • Zelfs in hun sterk beschadigde staat suggereren de twee bolle vormen
    onder een licht afgetekende hoofdtooi
    dat hier geen monniken zijn afgebeeld, maar leken‑donoren
    die zichzelf in nederige proportie laten opnemen in het heilige beeldveld.

Hun hoofddeksels functioneren zo als miniatuur‑signaturen van identiteit:
klein, bescheiden,
maar voldoende om hun aanwezigheid te verankeren
in de sociale werkelijkheid van Dunhuang.
In een banier die ritueel en collectief gebruikt werd,
vormen deze hoofddeksels de stille aanwijzing
dat devotie niet abstract was,
maar gedragen door concrete mensen
met een herkenbare plaats in de gemeenschap.

DSC01347IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCELinnenBanner150-3x51-8CmAccNoCh00126 Txt

This linnen banner shows a standing Avalokiteshvara facing spectators, with the donors sitting on the lower edge. His right hand is carrying willow spray and left hand, a flask. Dhyani Buddha Amitabha can be seen taking the centre of his tiara.