The Valkhof Experience


Afgelopen zondag heb ik The Valkhof Experience bezocht.
Een tentoonstelling in Museum het Valkhof in Nijmegen.
Centraal in de tentoonstelling staat de collectie.
Dergelijke collectietentoonstellingen willen nog wel eens
als een stiefkindje behandeld worden.
Niet in Nijmegen.





Met prachtige belichting en een hele mooie opstelling zijn ruim 80 voorwerpen te ervaren.






Voor iedereen lag een exemplaar van de tentoonstellingskrant gereed om mee te nemen.





Helaas heb ik vandaag niet meer tijd maar de komende dagen
zult u meer informatie en indrukken meekrijgen
van deze mooie tentoonstelling en het Soeterbeeck lezingenprogramma
dat gisteren werd gehouden.

Filosofie van de kunst: hoofdstuk 4: Vorm

Filosofie van de kunst
Anne Sheppard

Hoofdstuk 4: Vorm.

Een kunstwerk kan beschreven worden in termen van emotie
(met al de problemen die we eerder zagen in hoofdstuk 3)
of in termen van Vorm.
Dat is wat anders dan in termen van techniek.
Bij techniek ligt de nadruk op het hoe
(fijne penseelvoering, olieverf, klei,xe2x80xa6).
Bij vorm bespreek je zaken als het perspectief,
kleurgebruik, de ideale proporties van bijvoorbeeld
menselijke lichamen of gebouwen of de driehoeksopbouw (compositie)
van een werk.





Rembrandt, Abraham ontvangt drie mannen, 1656.


Deze afbeelding is uit het boek “De God van Rembrandt”.
Dat boek is geschreven door Gerda Hoekveld-Meijer.
Bij deze ets staat een prachtige verhandeling over hoe de compositie
in elkaar zit en waarom hij zo in elkaar zit.
Zeer leesbaar, zeer interessant.



Speciaal vraagt aandacht het gebruik van die vormkenmerken
in een werk, hun samenhang of juist hun tegenstelling, hun structuur.

Kant onderkent in dit verband twee soorten schoonheid:
1. vrije schoonheid

Dat is de schoonheid van een object vanwege zijn vorm zonder dat je daarbij het doel van het object er bij betrekt. Een voorbeeld hiervan zijn bloemen of decoratieve figuren.


2. Afhankelijke schoonheid.

Hanslick (muziektheorie, Sheppard wil onderzoeken
of zijn theorie die ontwikkeld is vanuit een beperkt,
specifiek kunstgebied, toepasbaar te maken is op alle kunstuitingen)
Hanslick geeft aan dat een esthetische analyse
op basis van vormen alleen mogelijk is als je naar de kern van muziek kijkt.
Dus een muziekstuk met zang valt niet onder deze beschouwing
(is geen kunst?).
Vormen waar je dan naar kijkt/luistert zijn de melodie,
de harmonie, het ritme en de instrumentatie.

Kritiekpunten op Hanslick liggen voor de hand:
= zijn ideexc3xabn passen alleen op instrumentele muziek;
= Hanslick stelt dat muziek niet kan weergeven,
geen emoties tot uiting kan brengen.
Daar wordt door veel mensen anders over gedacht.
= hij sluit de titel of de tekst die bij de muziek hoort
volgens de componist, uit van zijn analyse.

Dus te veel beperkingen en gebaseerd op een te kleine hoeveelheid werken
om hier te kunnen spreken over een algemener theorie.

Vervolgens maakt Sheppard nogmaals een dergelijke analyse.
Deze keer van de werken van Clive Bell en Roger Fry.
Bell spreekt zich uit over de xe2x80x98significante vormxe2x80x99 en
spreekt in dit verband veel over Paul Cxc3xa9zanne.

Wikipedia:

Paul Cxc3xa9zanne (Aix-en-Provence, 19 januari 1839 xe2x80x93 Aix-en-Provence, 22 oktober 1906) was een Franse kunstschilder. Cxc3xa9zanne behoort tot het postimpressionisme, een Europese kunststroming die volgt op het impressionisme. Zijn werk vormde een brug tussen het impressionisme en het kubisme.



Zo schrijft Bell in zijn standaardwerk Art onder andere het volgende:
xe2x80x9dCxc3xa9zanne is the Christopher Columbus of a new continent of form.xe2x80x9d
(Cxc3xa9zanne is de Columbus (lees de ontdekker)
van het nieuwe continent genaamd Vorm.)
Dit werk is overigens in zijn geheel te lezen via het Project Gutenberg.
Daar is voor deze beschrijving gebruik van gemaakt.





Paul Cxc3xa9zanne. Deze zwart/wit afbeelding staat in het werk Art van Clive Bell zoals ik dat vond op Project Gutenborg. Ik heb gezocht naar een kleurenversie van dit werk maar kon dat zo gauw niet vinden. Helaas ken ik de naam van het werk niet en dat geldt ook voor het jaartal waarin het gemaakt is.




En even eerder schreef Bell:
xe2x80x9cFrom that time forward Cxc3xa9zanne set himself to create forms
that would express the emotion that he felt
for what he had learnt to see.
Science became as irrelevant as subject.
Everything can be seen as pure form, and behind pure form
lurks the mysterious significance that thrills to ecstasy.
The rest of Cxc3xa9zanne’s life is a continuous effort to capture and
express the significance of form.xe2x80x9d


(Vanaf die tijd heeft Cxc3xa9zanne zich ten doel gesteld
vormen te creeren die de emoties uitdrukken die hij voelt
voor wat hij geleerd heeft te zien.
Wetenschap (Kennis) werd net zo onbelangrijk als het onderwerp.
Alles kan gezien worden als een pure vorm,
en achter die pure vorm lonkt de significante vorm
die vervoert tot extase.
De rest van het leven van Cxc3xa9zanne (na 1880) is een constante poging
de significante vorm te vangen en uit te drukken.)





Paul Cxc3xa9zanne, The house with the cracked walls, 1892 – 1894. Niet dezelfde afbeelding als de zwart/witte maar vergelijkbare sfeer/voorstelling.




Bell heeft minder waardering voor de klassieke Griekse kunst
of de Renaissance omdat daar sprake is
van een hoge mate van realistische nabootsing.
Mooi aan deze opmerking is dat Bell er dus van uit gaat
dat het schilderen van de significante vorm in die kunst wel degelijk aanwezig is.

Fry spreekt vooral over het belang van de vormkenmerken en de structuur
die daarmee gecrexc3xaberd wordt. Daarbij doen zich twee problemen voor:
1. hoe bekijk, analyseer je individuele vromen in een werk.
Daarvoor wordt geen handreiking gedaan.
2. wat is dat nou dat xe2x80x98significantexe2x80x99, significant ten opzichte van wat?

Vervolgens maakt Sheppard naar mijn gevoel een aantal vreemde bokkensprongen.
Ze beschrijft een ruimtelijk schilderij en geeft dan aan
dat het moeilijk is dat werk puur als vormen te bekijken.
Geeft vervolgens aan dat in de Islamitische kunst,
waar afbeeldingen van mensen of dieren verboden zijn (?, volgens mij
niet helemaal correct), de neiging bestaat
afbeeldingen van tweedimensionale vormen te maken (bloemen,
sierlijke decoraties op basis van tekst bijvoorbeeld).
Wij, westerlingen, zullen dat snel saai vinden.
Onze westerse neiging is om in een afbeelding een soort van foto te zien.





Schotel, Ottomaans, Iznik, circa 1480, Gemeentemuseum Den Haag, OCE19360006.




Dat westerlingen snel oordelen dat afbeeldingen met uitsluitend
tweedimensionale vormen saai zijn betekent nog niet
dat dit waar is voor iedereen.
Daarnaast zou het zo kunnen zijn dat de ideale manier van werken
met alleen vormen nog niet tot volle ontwikkeling is gekomen.
xe2x80x98De feiten geven aan hoe moeilijk het voor mensen is
belangstelling voor louter tweedimensionale visuele vormen
te blijven opbrengen!xe2x80x99
Feiten? Welke feiten?
Sheppard is hier niet overtuigend.
Intuxc3xaftief voel ik wel voor haar standpunt maar ze overtuigd hier niet.

Sheppard gaat dan nogmaals in op het begrip xe2x80x98significantexe2x80x99 vorm.
Terecht lijkt me.
Significant duidt er volgens haar op dat vormpatronen op zich
slechts van een beperkt belang zijn.
Die zijn blijkbaar minder significant.
Probleem is alleen dat blijkbaar in genoemde theoriexc3xabn niet wordt uitgelegd
wat xe2x80x98significante vormenxe2x80x99 precies zijn.

Bell stelt bijvoorbeeld dat de kunstenaar door de zuivere vorm
de esthetische emotie tot uitdrukking brengt.
Klinkt allemaal heel geleerd maar h
et blijft allemaal erg vaag.

Inmiddels ben ik aangekomen op pagina 58 waar Suzanne Langer
het als volgt uitlegt:
xe2x80x98dat vormen van kunst op de een of andere manier overeenkomen
met vormkenmerken van menselijke emoties in het algemeenxe2x80x99.

Een gemeenschappelijk en opvallend kenmerk van de formalisten
die Sheppard bespreekt is dat ze er zich bewust van zijn
dat de verschillen tussen de verschillende kunstvormen
(muziek, schilderen, beeldhouwen, dans enz) groot zijn.

De vraag die bij mij al lezend opkwam is hoe breed is nu dat formalisme.
De ideexc3xabn die tot dit punt besproken zijn waren niet erg breed.
Ze hadden betrekking op muziek of op schilderkunst. Niet meer.

Er wordt gesproken over vormelementen.
Misschien is het goed een kleine opsomming te geven van die vormkenmerken:
Muziek: ritme, instrumentarium
Poxc3xabzie: metrum, rijm
Proza: plot en thema (rangschikking van woorden,
structuur van de tekst en inhoud)

Het verbaast me dat Sheppard stelt dat er tussen de kunstvormen
weinig overeenkomstige vormen zijn. Wat te zeggen van
= beeldende kunst/kleur en muziek/klankkleur
= beeldende kunst/symmetrie en poxc3xabzie/rijmschema
= literatuur, muziek en dans/herhaling
= literatuur/thema en muziek/thema

Plots komt deze structuur op pagina 60 en 61 dan toch aan de orde.
Ik ben verward.

Sheppard staat dan nog even stil bij het formalisme in relatie tot
de literatuur en gaat dan nog even in op het structuralisme.
De stroming die sterk de nadruk legt op de relatie
tussen verschillende vormelementen in een werk
en de allesomvattende structuur.
Zo kunnen herhaling en contrasten leiden tot een symmetrisch schema in een tekst.

Sheppard haalt nog een stroming aan, de nieuwe Amerikaanse kritiek.
Ze hanteren 3 normen waaraan een kunstwerk volgens hen moet voldoen:
eenheid, complexiteit en intensiteit.
Mijn eerste indruk daarvan is dat eenheid en complexiteit vormkenmerken zijn
en intensiteit meer naar de expressie (hoofdstuk 2) verwijst.

Het probleem voor mij met dit hoofdstuk is dat er weinig samenhang in zit.
Dat kan komen omdat er eigenlijk geen allesomvattende theorie
over het formalisme bestaat of dat Sheppard haar werk niet goed doet.
Voorlopig ga ik nog maar even van het eerste uit:
er is gen allesomvattende formalistische theorie.

Op pagina 63 probeert Sheppard die dan toch te formuleren.
Volgens haar luidt de allesomvattende formalistische theorie als volgt:
xe2x80x98het essentixc3xable kenmerk van kunst is de presentatie van elementen
in geordende en gexc3xbcnificeerde relaties.
Welke elementen het betreft, verschilt van kunstvorm tot kunstvormxe2x80x99.

Deze theorie houdt zich alleen met het kunstwerk bezig.
Het geeft verklaring voor de relatie tussen de kunstenaar en het publiek.
Het geeft geen toelichting op de relatie van het werk en de wereld.
De theorie zegt niets over de informatieoverdracht die er plaatsvindt.

Kortom, hier is het laatste woord nog niet over gezegd.

De kunst van het Kijken

Ik kwam een leuke gids tegen op het web dat als een programma
dient voor groepen bezoekers van het Museum voor Moderne kunst
in Brussel. Het is geschreven door ANN Goossens.

De Kunst van het Kijken

In het verhaal verwijst ze naar de bekende uitdrukking xe2x80x98Het ei van Columbusxe2x80x99.
En wat blijkt, het is veel meer dan zo maar een verhaal.





William Hogarth, Columbus breaking the egg, 1752.jpg.




Toen Christopher Columbus in 1493 was teruggekeerd van zijn historische reis naar de Nieuwe Wereld, werd hem een feestmaal aangeboden. Een van de gasten probeerde de prestatie van Columbus te bagatelliseren door te vertellen dat het eigenlijk alleen maar een kwestie was van de eerste te zijn geweest. “Dat kan iedereen.”
Columbus nodigde de man daarop uit om een ei rechtop op tafel te zetten. Toen hem dit niet lukte, zette Columbus het ei met een ferme klap op tafel neer, zodat de schaal aan de onderkant werd ingedeukt en het ei bleef staan.
“Ja, kunst. Dat kan iedereen”, riep de gast uit.
“Precies”, zei Columbus. “Het is alleen een kwestie van als eerste op het idee komen.”


(anekdotes.nl / broodjeaap.nl)

De afbeelding maakte me nieuwsgierig of beter gezegd de maker
van de ets: William Hogarth.
Hogarth is een Engelse kunstenaar die deze afbeelding maakte en gebruikte
om voorinschrijvingen te krijgen voor zijn boek: xe2x80x9cThe Analysis of Beautyxe2x80x9d.
Zelf beschreef Hogarth zijn boek als een War with the Connoisseurs,
een oorlog met de kenners.

Het boek beschrijft 6 principes waaraan volgens hem schoonheid voldoet.
De principes zijn:
fitheid

geen schoonheidseigenschap op zich, meer een voorwaarde tot.


varixc3xabteit

afwisseling in muziek bijvoorbeeld streelt het oor. Continue eenzelfde noot beledigt het oor.


regelmatigheid, uniformiteit of symmetrie

in de betekenis van georganiseerde varixc3xabteit

.
eenvoud of gedistingeerd

ook weer in relatie tot varixc3xabteit.


complexiteit

in de bedoeling dat je beetje bij beetje als toeschouwer er in slaagt de schoonheid in te zien, misschien zou je kunnen spreken van gerijptheid.


grootsheid

een mate van verhevenheid.



Heel leuk is dat in de afbeelding van Het ei van Columbus
een paar zaken zitten die door ons ontrafeld kunnen worden:

De vissen op de schaal bij het ei.
Die vormen geen toeval. Ze vormen twee xe2x80x98Sxe2x80x99-en die naar een onderdeel
van de theorie van Hogarth verwijzen: de xe2x80x9cLine of beautyxe2x80x9d.
Deze lijn van de schoonheid komt er op neer dat als je in vormen
op een schilderij of zoals hier een grafisch werk een xe2x80x98Sxe2x80x99 ontdenkt,
dan is dat omdat deze lijn van de schoonheid het oog van de toeschouwer
trekt en de schoonheid van het hele tafereel verhoogd.
Sommige mensen zien soortgelijke vormen in de doek op tafel
en de messen. Maar dat vind ik wat ver gezocht.

De compositie
de driehoek waarvan de top boven het hoofd van Columbus zweeft
is dezelfde vorm die Leonardo da Vinci gebruikt in zijn Laatste Avondmaal.
De schaal bevat nu niet de hostie maar de vondst van Hogarth:
de xe2x80x9cLine of beautyxe2x80x9d.
En naar het idee van Hogarth was de xe2x80x9cLine of beautyxe2x80x9d net zoxe2x80x99n eye-opener
als dat het ei van Columbus in het verleden was geweest.





Kijken.




In de “papieren gids” wordt het verhaal van Columbus onder andere gebruikt
om de vraag te beantwoorden “wat is kunst”.
Nog interessanter is het overzicht: Kunst in het kort.
Daarin wordt in drie stappen de kunstgeschiedenis in beeld gebracht en verklaard.
Misschien wat grote stappen snel thuis maar wel overzichtenlijk.

Hier de verkorte versie ervan:

Oude Kunst Moderne kunst Hedendaagse kunst
Tot 1865 Na 1865 Na 1980
Moet “mooi”zijn Moet “nieuw” zijn Moet onze cultuur en gewoontes toelichten

Vast onderwerpen zoals religie of portretten Conceptuele kunst. Het concept is belangrijker dan de uitvoering Vrije onderwerpen van de kunstenaar maar nadruk op hoe de cultuur in elkaar zit



De moeite waard om een op het internet op te zoeken.
Zoek op “De kunst van het kijken”.

Kunstvaria

Volgens mij weer een hele mooie verzameling.





Albrecht Durer, Adam and Eve, 1504.


Niet vaak te zien op Kunstvaria maar wel prachtig.





Bartolome Esteban Murillo, Saint Justa, circa 1665.


Nieuw ontdekt. Het schijnt een echte Murillo te zijn.
Mooi maar niet de absolute top wat mij betreft.





Diana Al-Hadid, Spun of the limits of my lonely waltz, 2006.


Verrassend. Maakt mij heel nieuwsgierig om meer werk
van deze kunstenaar te zien.





Ferdinand Hodler, Genfersee mit Jura, 1911.


Het bijzondere aan dit werk is dat dit een van de vele versies is
die Hodler maakte van het gezicht op het Meer van Geneve.
Impressionisten maakte wel vaker meerdere versies van een uitzicht
om toch maar vooral het effect van de zon op het onderwerp
in beeld te brengen.
In dit geval heeft Hodler 13 versies gemaakt in 1911.





Incense burner or lamp, Cambodia, Angkor period, 12th century.






Marble torso of a Roman Emperor, 1st half of 1st century AD.



Marble torso of a Roman Emperor.



Marble torso of a Roman Emperor.



Marble torso of a Roman Emperor.






Master of the Beffi Triptych, The Madonna and Child, Scenes of the life of Christ and the Virgin, Early 15th century.






Maurice de Vlaminck, Le Port.






Pablo Picasso, Hands entwined III.






Pablo Picasso, La Minotauromachie, 1935.






Paul Signac, Breakfast, 1886 – 1887.


Signac komt niet vaak aan bod.
Toch trekt zijn werk altijd weer opnieuw.





Romain Bernini, Fodder on his wings, 2010.






Samuel Palmer, Morning of Life, 1861.






Three Satyrs fighting a serpent circa 1st century AD.


Er zijn een paar hele bijzondere stukken die de komende tijd
op de markt komen.
Normaal gesproken probeer ik zoveel mogelijk geen reclame te maken
voor de verkopende partijen. Die hebben geen extra steun nodig.
Maar het zijn deze keer wel heel bijzondere voorwerpen.

De torso die eerder in deze kunstvaria aan bod kwam is zo’n bijzonder stuk.
Maar dit veel kleinere beeld is ook bijzonder al was het alleen maar
omdat een van de vorige eigenaren Lorenzo Dexe2x80x99 Medici was.

Nu volgt een beschrijving van het veilinghuis van het betreffende stuk:

Three Satyrs Fighting a Serpent, Roman Imperial, circa 1st century A.D., is the only ancient sculpture confirmed to have been in xe2x80x98il Magnificoxe2x80x99sxe2x80x99 collection. Letters written to Lorenzo by his agents reveal that the marble group was excavated in Rome in early 1489 from the same location where several ancient sculptures, including the renowned Apollo Belvedere, had recently been discovered. Following Lorenzoxe2x80x99s death, the satyr group disappeared for 350 years until its reappearance in a private collection on the Dalmatian coast (then part of the Austro-Hungarian Empire) circa 1857. While the work was published in the late 1930s and a plaster cast created (now at the University Museum in Graz), the whereabouts of the original ancient group were unknown for several decades, until earlier this year in an Austrian Family Collection it was discovered. It had descended in the family of the collector who had acquired it circa 1857 and they had become unaware of its acclaim.

Lorenzo dexe2x80x99 Medici played a pivotal role in the Italian Renaissance, particularly in the renewal of interest in antiquity, and gathered a significant collection of ancient art. Recently published letters dating to 1489 indicate that Three Satyrs Fighting a Serpent was excavated from the gardens of the convent of S. Lorenzo in Panisperna on the Viminal Hill in Rome in early 1489. The marble group left Rome for Florence, destined for Lorenzoxe2x80x99s collection, on the morning of 13 February, packed in a crate and strapped to a mule. In a letter from the same day, Lorenzoxe2x80x99s agent describes the group of satyrs as xe2x80x9cthree beautiful fauns on a small marble base, all three bound together by a great snakexe2x80xa6 and even if one cannot hear their voices they seem to breathe, cry out and defend themselves with wonderful gestures; that one in the middle you see almost falling down and expiring.xe2x80x9d (L. Fusco and G. Corti, Lorenzo de Medici: Collector and Antiquarian, Cambridge, 2006).

Lorenzo de Medici created an informal academy where he encouraged his court artists, including the Renaissance masters Antonio del Pollaiuolo, Domenico Ghirlandaio and Michelangelo Buonarroti, to study from classical antiquity.
Striking evidence of the influence of Three Satyrs Fighting a Serpent on artists in Lorenzoxe2x80x99s circle can be found in at least two works: Michelangeloxe2x80x99s marble relief entitled xe2x80x9cBattle of the Centaursxe2x80x9d circa 1490 1492, now at the Casa Buonarroti in Florence,



Volledig.

“De drie saters en de slang” is een beeldengroup uit ongeveer
de eerste eeuw na Christus.
Het beeld werd opgegraven in de tijd van Lorenzo de Medici (1489)
en zijn agent raadde aan het beeld te kopen.
Het beeld verdween daarna voor 350 jaar en kwam later
in een prive collectie terrecht,
In de jaren 30 van de twintigste eeuw werd er een afgietsel v
an gemaakt.
Nu komt het beeld op de markt.
De agent beschreef het beeld naar Lorenzo als volgt:
drie prachtige wezens op een kleine marmeren basis,
alle drie verbonden door een grote slang…
en hoewel je ze niet kunt horen lijken ze te ademen,
te gillen en zichzelf te verdedigen middels prachtige houdingen.
Die in het midden valt en bezwijkt bijna.”
Lorenzo had aan zijn hof een kleine academie waar kunstenaar als
Michelangelo,Antonio del Pollaiuoloen Domenico Ghirlandaio werkten.
Met en door hen nam de aandacht voor de kunst uit de klassieke oudheid toe
en kwam de renaissance verder tot bloei.


Van opzij.



In detail: Michelangelo, Centauromachia, 1492.

and Pollaiuoloxe2x80x99s engraving xe2x80x9cBattle of the Nudesxe2x80x9d circa 1489, the finest impression of which is now in the Cleveland Museum of Art.





Antonio del Pollaiuolo, Battle of the nudes, 1465-1490.






Zhang Huan, Free tiger returns to mountains, No 66, 2010.





Gestolen

Er werd deze week nogal wat kunst gestolen.
De belangrijkste werken zijn de volgende vijf:





Amedeo Modigliani, La femme a l’eventail (Woman with a fan), 1919.






Fernand Leger, Nature morte aux chandeliers, 1922..






Georges Braque, Olive tree near l’Estaque, 1906.






Henri Matisse, Pastorale, nympe et faune, 1906.






Pablo Picasso, Le pigeon aux petits pois, 1912.





Ed Moses

Met zo’n naam moet je wel oppassen dat je niet
te hoge verwachtingen schept.
En ook in dit logje:
Is het abstract of realistische kunst?

P.S.
De kunstenaar zelf zegt dat het niet abstract is!





Ed Moses, #3 Akell, 2010.


Akell schijnt een naam te zijn.





Ed Moses, Atzul, 2007.


Atzul is in ieder geval een naam.





Ed Moses, Blue Nus, 2007.






Ed Moses, No Title, 2007.






Ed Moses, Red, 2009.






Ed Moses, The Red One, 1976-1985.






Ed Moses, Yes, 1999.




Het is niet nodig uit te leggen dat iets in dit werk mij trekt.
Ik zelf vermoed dat het de felle kleuren
en het veelvuldig gebruik van de kleur rood is.
Ook de op bloemen gebaseerde motieven spreken aan.
Doen me een beetje aan Indiaase kunst denken.

Sebastian Goegel



Sebastiaan Goegel, Blumenbild, 2008.





Tot voor kort had ik nog nooit iets gezien van deze kunstenaar.
Los van het werk, waarvan hier een paar voorbeelden zijn te zien,
was het vooral het verhaal van de galerie
dat me deed besluiten hier een log over te maken.

Eerst maar eens het verhaal:

The great philosophical questions are actually banal, says Goegel, because everyone asks them. In fact, the only reason they’re considered ‘great’ is because everyone asks them. In the works of the Leipzig-based artist they are at any rate omnipresent: life and death, becoming and passing, accompanied by the whole panoply of human fears and needs and the states that summon them. They all take – in some cases drastic – shape here, but never in a way that would convey a moral judgement.

Goegel, who also draws, tattoos and sculpts, focuses mainly on creating forms. He then varies and experiments with these forms in a creative process that itself constitutes a kind of material for him, until he has managed to find a pictorial equivalent for the desired atmosphere or mood. What makes Goegel’s works special is that most viewers intuitively recognize their themes, although they would be hard put to describe them.

With a combination of word and image – Goegel always give his works short and telling titles – the artist explains and interprets what is depicted. The fine, mocking humour that often shines through here can be read as a discreet hint to acknowledge the artist’s inadequacies – but not to take them too seriously. The fact that Goegel doesn’t think much of bombastic posturing is obvious both from his above remark on the ‘great philosophical questions’ and from the way he depicts his themes.

Just as one can articulate universal certainties using complex sentence structures in order to lend them an exalted gravity, it is also possible to exaggerate the pathos of basic truths using pictorial means. The chosen theme is then presented with a grand gesture and, most importantly, without any trace of irony. Not so with Goegel.

The rich formal variety and somberly glowing colours of some of his works do indeed make an opulent impression. But upon closer inspection, it becomes evident that these images instead represent extremely incisive metaphors for specific sensations, or that they convey communicative vibrations that are capable of evoking very concrete emotional associations in the respective viewer. It’s an impression similar to when you wake up and can still clearly recall the basic feeling of a dream, but the ‘story’ has already faded.

This is what makes Sebastian Goegel’s artworks as haunting as they are bewildering: primal fears, drives, predilections that we wouldn’t dare to live out in our daily existence are given physical form in these pictures – in a thoroughly personal way for each of us. Because every viewer has his own experiences and conflicts, whose reverberations only he can recognize.







Sebastian Goegel, Existence, 2010.




De Nederlandse vertaling:

De grote filosofische vragen zijn eigenlijk banaal,
zo zegt Goegel, want iedereen stelt die vragen.
Eigenlijk is de enige reden waarom ze de xe2x80x98grotexe2x80x99 vragen genoemd worden
gelegen in het feit dat iedereen ze stelt.
In het werk van de uit Leipzig afkomstige kunstenaar
zijn deze grote vragen in allerlei vormen aanwezig:
leven en dood, aanstormend of gaand,
met alle vormen van menselijke angsten,
vragen en de hoedanigheden waarin ze tot uitdrukking komen.
Ze krijgen allemaal vorm, soms dramatisch, maar zonder een oordeel te vellen.

Goegel die ook tekent, tatoexc3xabert en beelden maakt,
richt zich op het maken van vormen.
Daarmee varieert en experimenteert hij in een creatief proces
dat zich als een soort materiaal vormt tot hij een verbeelding vindt
die de equivalent is van een gewenste atmosfeer of stemming.
Goegels werken zijn zo bijzonder omdat de kijkers intuxc3xaftief
de themaxe2x80x99s herkennen, al kunnen ze die vaak moeilijk beschrijven.

Met een combinatie van woord en beeld licht de kunstenaar
zijn werk toe en interpreteert wat is verbeeld.
Goegel voorziet zijn werken van korte, verhalende titels.
Zijn delicate en spottende humor schijnt door de titels heen
en kan gezien worden als een hint naar de tekortkomingen
van de kunstenaar en om ze niet te serieus te nemen.
Goegel heeft bombastisch gedrag niet hoog staan
en dat wordt duidelijk uit bovenstaande opmerkingen
over de grote filosofische vragen
en uit de manier waarop hij zijn themaxe2x80x99s verbeeldt.

Net zoals iemand universele zekerheden kan uiten,
middels complexe zinsstructuren, om hen een verheven gewicht te verlenen,
zo kan men ook basiswaarheden met overdreven pathos verbeelden.
De gekozen themaxe2x80x99s worden gepresenteerd met grote gebaren
en nog belangrijker, zonder enige ironie.
Dat is niet het geval bij Goegel.

De rijke variatie in vormen en somber glanzende kleuren
op sommige van zijn werken maken een weelderige indruk.
Maar als je verder kijkt wordt het duidelijk dat deze beelden
een uiterst scherpe metafoor vertegenwoordigen voor specifieke sensaties,
of dat ze communicatieve vibraties overdragen
die de mogelijkheid hebben concrete emotionele associaties
op te roepen bij de kijker.
Het is een indruk vergelijkbaar met ontwaken terwijl je nog helder
het basisgevoel van de droom kunt herinneren,
terwijl het xe2x80x98verhaalxe2x80x99 al is vervaagd.

Dat is het wat het werk van Sebastiaan Goegel
zo achtervolgend zowel als verbijsterend maakt:
oerangsten, driften, voorkeuren die je in je dagelijks leven
niet durft najagen, krijgen een fysieke vorm in deze schilderijen
xe2x80x93 voor iedereen persoonlijk te doorgronden.
Omdat iedere kijker zijn eigen ervaringen en conflicten heeft,
wiens echoxe2x80x99s alleen door de kijker kunnen worden herkend.





Sebastian Goegel, Obsession, 2010.





Het verhaal is een marketingverhaal van iemand die de woorden kent
die tegenwoordig in zijn maar het merendeel van de tekst is nietszeggend.
Het komt er op neer dat Goegel schilderijen maakt die iedereen op
zijn of haar eigen manier zal ervaren.
De kunstenaar doet niet meer dan zich laten leiden door zijn materiaal
om tot een sfeerbeeld te komen.
Niet mis mee maar dat kan ook met minder woorden.

Is het abstract of realistische kunst?

Kunstvaria

De afbeeldingen die onder de titel Kunstvaria op mijn web log verschijnen
selecteer ik niet op een bepaald thema.
Voor de vuist weg kies ik uit de afbeeldingen die bij mij
voorbijkomen alle afbeeldingen die me om wat voor reden dan ook aanspreken.
Natuurlijk spelen onbewust daar allerlei elementen in mee:
wat speelt er in de actualiteit;
wat heb ik onlangs gezien;
waar ben ik over aan het lezen enz.

Als gevolg daarvan dringt zich soms een thema op
uit de afbeeldingen.
Deze keer is het de tegenstelling tussen Realisme en Abstracte kunst.
Ook de twee volgende logs over Sebastiaan Goegel en Ed Moses
passen in dit kader.

Geniet!





Albert Anker, Der Schulspaziergang, 1872, Sammlung Christoph Blocher.


Hyperrealisme van bijna 150 jaar geleden uit zwitserland.

Deze kunst uit Zwitserland schijnt in Zwitserland erg populair te zijn.
Nog steeds.





Andrei Lanskoy, Lxe2x80x99abxc3xaeme du soir, 1960.


Prachtige abstracte kleuren en vormen uit Rusland.

Ook een titel die bij de Russische ziel hoort:
de afgrond van de avond.





Boris Grigoriev, Russian man, 1920.


Een ander Rusland, minder abstract, niet minder mooie kleuren.





Carla Arcardi, MovenzeNotturne1991.


Abstract Italiaans.





Dmitri Baltermants, Tchaikovsky, 1945.


Een foto, dus realistisch?

Het thema van deze Kunstvaria had ook gerust Rusland kunnen zijn.





Edouard Manet, Self-Portrait with a palette, 1878.


Impressionisme, de aanloop naar abstracte kunst.





Egyptian bronze and wood, Ibis, 715 – 332 BC.






Giovanni Battista Tiepolo, A family group, late 1750.


Een schets van een familie, niet realistisch of abstract.
Het is geen foto maar we begrijpen wel hoe een schilderij hiervan
er uit zou kunnen zien.





Gustave Courbet, La Vague (de golf), 1869.


Realistisch….maar bij Courbet kan realisme erg shockeren.





Joaquxc3xadn Sorolla y Bastida, Andalucxc3xada the round-Up, 1914.


‘Het lijkt’, maar is het realistisch?





Justin Reyes, Still live with banana, purse and change, vanitas, 2009.


Een foto, dus realistisch?





Large dish, The eight Buddhist precious emblems: bag of plenty, hat of invisibility, flywhisk, sword, pair of books, castanets, fan, 1690 – 1760, Okawachi Kilns.


Prachtig werk van de pottebakker.
Hoe realistisch zijn de acht Boeddhistische voorwerpen
die hier getoond worden?

Ik heb heel wat op het internet gezocht naar deze 8 voorwerpen.
Afhankelijk van het land wordt er een min of meer
dezelfde invulling gegeven aan deze acht voorwerpen.
En de opsomming hierboven geeft maar 7 voorwerpen.
Ik vind tot nu toe deze informatie dus niet betrouwbaar.
Maar een prachtig stuk is het zeker.





Robert Polidori, Louise-Marie-Adxc3xa9laxc3xafde de Bourbon-Penthixc3xa8vre, Duchesse dxe2x80x99Orlxc3xa9ans geschilderd door xc3x89lisabeth-Louise Vigxc3xa9e-Le Brun in 1789, foto uit 2007.


Een foto met daarop een realistisch schilderij.
Een foto, dus realistisch?





Roger Ballen, Culmination, 2007.


Ik weet nog steeds niet waar ik nu precies naar kijk.
Een foto, dus realistisch?





Ryan Gander, The gaga of the visual language, In green and red, 2010.


Abstract zou ik zo zeggen.





Shepard Fairey, Basquiat, 2010.


Zeg het maar.





Syed Sadequain Ahmed Naqvi, Three sitting figures, 1963, Karachi.


Abstract.





Uta Barth, Untitled #1, Detail, 1979 – 1982/2010.


Intrigerend.





Yasumasa Morimura, Angels descending staircase, 1991.


Een foto(montage), dus realistisch?





Yves Klein, Anthropomxc3xa9trie, Le Buffle, 1960 – 1961.


Abstract.




Un tableau ne vit que par celui qui le regarde

De titel van deze log is een bekende uitspraak van Pablo Picasso.
Ik zag deze uitspraak in een documentaire van AVRO’s Close up.
De documontaire heette:
Kunst van het ogenblik – Matisse tot Malevich.
De uitzending vindt plaats in het kader van de tentoonstelling
in het Haags Gemeentemuseum.



De vandaag gestolen Picasso, samen met vier andere belangrijke werken, Le pigeon aux petits pois (De duif met erwten), 1912.


 

un tableau ne vit que par celui qui le regarde

Nu zegt mij zo’n tekst in het Frans niet zo veel, maar de vertaling
laat zien dat deze uitspraak heel relevant is in het kader
van de samenvatting die ik aan het maken ben
van het boek: Filosofie van de kunst, Anne Sheppard.

een schilderij leeft alleen door degene die ernaar kijkt

En een artikel over/met Picasso zonder afbeeldingen
dat kan niet.
Voor de verandering een kleurplaat (en daaronder natuurlijk het origineel).


Kleurplaat van Demoiselles d’Avignon.



Pablo Picasso,Demoiselles d’Avignon, 1907.


 

Filosofie van de kunst, Anne Sheppard

Het vervolg van de samenvatting van hoofdstuk 3.
Na Tolstoj bespreekt Sheppard twee mensen Croce en Collingwood.
Daar nemen we de draad weer mee op:

Croce en Collingwood.

Bij het lezen van dit deel was het voor mij niet altijd duidelijk
vanuit welk oogpunt het verhaal geschreven werd:
dat van de kunstenaar of van de toeschouwer.
blijkt verder op dat de theorie beide gezichtspunten
probeert te verduidelijken.

Volgens de samenvatting van Sheppard ga je door drie fases heen
bij het tot uitdrukking brengen van emotie in kunst:

1. ontvangst van de ruwe gegevens

De eerste indruk en de spontane, onbewuste reactie.

2. verbeelding / intuitie

De imaginatieve expressie kan plaatsvinden.
Ben ik in fase 1 gelukkig en fase 2 maak je een liefdesgedicht
of een schilderij.
Dit eist de actieve verbeelding van de toeschouwer.
Met die verbeelding kan de toeschouwer dan de ervaring
van de kunstenaar herscheppen.

3. mentale activiteit

Begrippen worden geformuleerd, begrijpen.

De inhoud van fase 3 wordt me in het boek van Sheppard niet duidelijk.
Ik ben dan ook op zoek gegaan naar meer (beschrijvingen van) werk
van Croce en Collingwood.
Ik heb twee artikelen gevonden en zal die in een latere blog bespreken.

Een conclusie van de theorieen van Croce en Collingwood zou kunnen zijn
dat het kunstwerk eigenlijk alleen in het hoofd van de kunstenaar bestaat.

En dat brengt Sheppard bij een aantal kritiekpunten:

= de meeste toeschouwers/toehoorders zijn niet in staat
het ‘ware kunstwerk’ in het hoofd van de kunstenaar herscheppen.
Bovendien ervaren toeschouwers zaken die de kunstenaar
en niet in gelegd heeft.
Daarnast zijn er verschillende manieren om emoties op te wekken:
snel en oppervlakkig en ingewikkeld en diepgaand (afstandelijk esthetisch).
Snel en oppervlakkig is niet waar men in de kunst naar op zoek is.

= Er zijn heel veel, zeer verschillende reacties op een en hetzelfde werk.

= Er wordt in deze theorieen geen acht geslagen op de verschillen
tussen de verschillende kunstvormen.


Giovanni Bragolin, Huilend jongetje: snel en oppervlakkig?.

Wikipedia:

Bruno Amadio (1911-1981), popularly known as Bragolin, and also known as Franchot Seville, Giovanni Bragolin, and J. Bragolin, was the creator of the group of paintings known as Crying Boys. The paintings feature a variety of tearful children looking morosely straight ahead. They are sometimes called “Gypsy boys” although there is nothing specifically linking them to the Romani people.He was an academically trained painter, working in post-war Venice, producing the Crying Boy pictures for tourists. 27 such paintings were made under the name Bragolin, reproductions of which were sold worldwide. In the 1970s he was found to be alive and well-to-do and still painting in Padua.

 


Positieve kanttekeningen zijn:

= Er wordt een verschil gemaakt tussen kunst en de conceptuele gedachte.

= Het maken van een kunstwerk is niet perse een intelectuele
activiteit.

= esthetische waardering is ongelijk aan verstandelijk begrijpen
(maar hoeft dat niet te zijn).

Door deze theorieen doemen er twee vragen op:
1. Zijn er hoedanigheden die objectief te beschrijven zijn
in termen van emotie om alle kunst te beschrijven?
2. Wat bedoelen we als we zeggen dat we ons voorstellen
hoe het is om bijvoorbeeld verdrietig te zijn
op een speciale, afstandelijke esthetische manier?

Interessant is dat duidelijk wordt dat er zich hier taalkundige
problemen voordoen.
Voor emotie kunnen we eigenlijk geen sluitende definitie geven
die door alle culturen onderschreven kan worden.

Wat we wel kunnen is:

1. objecten van emotie vaststellen.

Op wie of wat is de emotie van toepassing.

2. formuleren van conventies.

Droevige mensen bewegen langzaam en spreken zacht.
Dat is een soort spelregel die we kunnen afspreken
onafhankelijk van de vraag of dit in de werkelijkheid
ook echt zo is.

3. onze eigen gevoelens proberen te beschrijven.


Rogier van der Weyden, De Kruisafneming, Tranen (detail).


“Expressie = emotie in vorm”
staat in potlood onder de titel van hoofdstuk 3 geschreven.
Emotie is naast verstand een drijvende kracht
achter het creatieve proces en speelt een belangrijke rol
in de communicatie tussen het de toeschouwer.
Emotie appeleert.
Soms is emotie zelfs het doel van de communicatie.
Ja, “Expressie = emotie in vorm”.

Maar wat is emotie en hoe vindt de vertaalslag van de emotie
van de kunstenaar naar het werk en vervolgens naar de toeschouwer plaats?
Wat is nog mis in het model van gezichtspunten zoals dat hier eerder
getoond is, zijn invloeden zoals het oeuvre van een kunstenaar,
de school, de leermeester, de stroming en de tijd waarin
die verschillende actoren zich bevinden.

Tot zover even de samenvatting van hoofdstuk 3.

Filosofie van de kunst, Anne Sheppard

Hoofdstuk 3: Expressie.

Met potlood is er in het boek als een soort ondertitel
geschreven: “Emotie in vorm”.
Ik ben benieuwd.


Edvard Much, The screem, 1910.


Terug naar de tweede filosofische stroming volgens Sheppard: Expressie.

In dit hoofdstuk zal Sheppard aantonen dat de kunstenaar emotie uitdrukt
in en via een kunstwerk en dat de expressie een van de stuwende krachten is
om te komen tot kunst en de waardering voor kunst.

Als iemand aan een kunstwerk bezig is gebeurt er iets tussen
de kunstenaar en het kunstwerk (namelijk een overdracht van emoties)
maar ook later tussen het kunstwerk en het publiek (namelijk
het opwekken van emotie).
De stroming die er van uitgaat dat kunst een expressie van emotie is,
bestaat al vanaf de klassieke oudheid mar komt tot volle bloei
door de 18e en 19e eeuwse romantici.

Sheppard behandelt een paar mensen die in de ontwikkeling
van deze stroming een rol spelen:

Tolstoj.

Wikipedia:

Lev (Leo) Nikolajevitsj Tolstoj (landgoed Jasnaja Poljana, 9 september 1828 xe2x80x93 Astapowo, 20 november 1910) was een Russisch schrijver die veel invloed heeft gehad op de Russische literatuur en politiek. Hij maakte als graaf deel uit van de Russische adel.

In 1897 schrijft hij een werk met de titel ‘Wat is kunst?’.
Sheppard noemt Tolstoj en het werk ‘Wat is kunst?’
in hoofdstuk negen van haar boek.
Terug naar Sheppard:
In het kort verwoord Sheppard de visie van Tolstoj als volgt:
1. Kunst is het besmetten van het gevoel.
2. Kunst is een communicatiemiddel
3. In de waardering van kunst staan kennis en intelect niet voorop.
Tolstoj koppelt echter aan bepaalde emoties een negatief waardeoordeel
waardoor werken die deze emoties in zich hebben volgens Tolstoj
geen kunst zijn.


Dit is de foto gemaakt door Sergej Prokudin-Gorskij, een pionier van de kleurenfotografie (trichromatische fotografie) van Leo Tolstoj in mei 1908.


 

“Art is a human activity consisting in this, that one man consciously by means of external signs, hands on to others feelings he has lived through, and that others are infected by these feelings and also experience them.”x9d (Leo Tolstoi, What is Art?)

Tijdens onze eerste reis door Rusland in 1992
hebben we het landgoed Jasnaja Poljana bezocht.
De geboorteplaats, ouderlijk huis, familielandgoed
en begraafplaats van Leo Tolstoj.
In 1992 maakte ik nog dia’s.
Ik heb een paar dia’s en 1 foto gemaakt door L.
teruggevonden en gedigitaliseerd.
We hebben dat jaar, toen de Sovjetunie nog bestond,
een reis gemaakt van Leningrad (St. Petersburg) via onder andere
Moskou, Tver, Jasnaja Poljana en Kiev naar Jalta.
Het was onze eerste vakantie buiten het vrije westen
en gingen dat jaar dan ook met een groepsreis.


Dit is de foto die L. maakte. Wat altijd is bijgebleven is dat je in Rusland in paleizen en musea gevraagd werd je schoenen te verwisselen voor sloffen. Dit om de vloeren te beschermen en vuil buiten te houden.


Dit is de eerste dia, Over de kwaliteit ben ik niet zo tevreden. Het is met mijn scanner nog niet zo eenvoudig om dia’s in te scannen. Jammer genoeg zijn de digitale copieen niet zo scherp en helder als de originelen. Jammer want als je ze projecteert zijn ze prachtig.


De groep bij het landgoed.


Het landgoed Jasnaja Poljana. Iedereen maakt geloof ik van ongeveer dezelfde plaat deze foto. ik zal op het web, op Wikipedia een foto van nagenoeg dezelfde positie.


De groep aan het eind van het bezoek aan het landgoed dat is ingericht als museum.


Het graf van Tolstoj.


Zomaar een Russisch huis.


Ik laat via de vertaling naar het Engels door Alymer Maude uit 1899
Leo Tolstoj nog even aan het woord over kunst:

Art begins when one person, with the object of joining another or others to himself in one and the same feeling, expresses that feeling by certain external indications. To take the simplest example: a boy, having experienced, let us say, fear on encountering a wolf, relates that encounter; and, in order to evoke in others the feeling he has experienced, describes himself, his condition before the encounter, the surroundings, the woods, his own lightheartedness, and then the wolf’s appearance, its movements, the distance between himself and the wolf, etc. All this, if only the boy, when telling the story, again experiences the feelings he had lived through and infects the hearers and compels them to feel what the narrator had experienced is art. If even the boy had not seen a wolf but had frequently been afraid of one, and if, wishing to evoke in others the fear he had felt, he invented an encounter with a wolf and recounted it so as to make his hearers share the feelings he experienced when he feared the world, that also would be art. And just in the same way it is art if a man, having experienced either the fear of suffering or the attraction of enjoyment (whether in reality or in imagination) expresses these feelings on canvas or in marble so that others are infected by them. And it is also art if a man feels or imagines to himself feelings of delight, gladness, sorrow, despair, courage, or despondency and the transition from one to another of these feelings, and expresses these feelings by sounds so that the hearers are infected by them and experience them as they were experienced by the composer.

De volgende personen die Sheppard behandelt zijn Croce
en Collingwood. Maar dat bewaar ik voor een volgende log.

Filosofie van de kunst, Anne Sheppard

Ik ben met dit boek begonnen omdat dit boek een pocket is
met een harde kaft die ik dus ook gewoon in bad kan lezen.
Niet alle boeken lenen zich daartoe.
Deze inleiding op de esthetica begint met een inleiding en
duikt dan met hoofdstuk 2: Nabootsing, in de materie.

Een korte samenvatting van hoofdstuk 1.

De titel van hoofdstuk 1 is:
Waarom zouden we ons met kunst bezighouden?

Dit eerste hoofdstuk geeft geen antwoord op deze vraag maar
een hele serie antwoorden.
Als die antwoorden hebben uiteindelijk, volgens Anne Sheppard,
een filosofief probleem als grondslag.

Die problemen kunnen globaal op twee manieren benaderd worden:
1. ga er van uit dat alle kunstwerken iets gemeen hebben.

In de loop van de geschiedenis komen er drie stromingen
in de filosofie voor die dat gemeenschappelijke proberen te definieren:
Nabootsing, Expressie en Vorm.

2. beschouw niet de kunstwerken zoals bij 1
maar neem onze belangstelling eens onder de loep.

Een korte samenvatting van hoofdstuk 2.

Het tweede hoofdstuk heeft als onderwerp : Nabootsing.
Dat is het Nederlandse begrip voor mimesis.
Het is een eerste van drie stromingen in de kunstfilosofie.
Die drie stromingen zijn: nabootsing, expressie en vorm.

Nabootsing staat voor de stroming die er van uit gaat dat een kunstenaar
met zijn kunst het onderwerp van zijn kunstwerk zo behandelt
dat het de verschijningsvorm van het onderwerp in de werkelijkheid
zo precies mogelijk probeert weer te geven.
Kortom het kunstwerk lijkt op de werkelijkheid.

De opvatting dat kunst gaat om nabootsing stamt al uit de tijd van Plato.

Het probleem met deze opvatting is dat als je dit consequent doorvoert
de ultieme vorm van kunst ‘trompe-l’oeil’ is.

Wikipedia:

Trompe-l’oeil is een schildertechniek die bedrieglijk realistisch aandoet. Het woord trompe-l’oeil is Frans en betekent letterlijk bedrieg het oog, of gezichtsbedrog.



Pere Borrell del Caso, Fuggendo dalla critica, 1874.

Op de vlucht voor de critici.
Trompe l’oeuil


De opvatting is ook nog wel toe te passen op de beeldende kunsten
als schilderen en beeldhouwen, maar hoe zit dat met muziek.
Het aantal muziekstukken dat je als kunst kunt aanmerken en dat volledig
uit nabootsing bestaat is beperkt.

Binnen de opvattingenstroming Nabootsing zijn twee uitersten
te onderscheiden: aan de ene kant mensen die met hun kunst naar
illusie streven (het zo natuurgetrouw weergeven van het onderwerp)
en aan de andere kant mensen die met hun kunst zo correct mogelijk de
conventies op het gebied van kunst toepassen.

Dus aan de ene kant mensen die zo dicht mogelijk
naar een foto proberen te neigen.
Het kunstwerk lijkt zo goed dat het haast niet van echt is te onderscheiden.

Met aan de andere kant mensen die aangeven te begrijpen dat hoe goed
je ook je best doet, je nooit verder komt dan verschillende kleuren verf
op een linnen ondergrond.
Je kunt met een kunstwerk niet werkelijkheid creeeren.
Je poogt op een plat vlak diepte te suggereren.
En de afspraken gaan verder.
Een afbeelding van een mens met een gouden schaal achter zijn hoofd
begrijpen we in het Westen allemaal als een afbeelding van een heilige.
Dat is een afspraak, in de werkelijkheid lopen er geen mensen rond
met gouden schalen achter hun hoofd.



Cimabue (1240 – 1302), Franciscus van Assisi.


Het interessante is dat beide, uiterste denkrichtingen,
voor de meeste mensen elementen in zich hebben
waar men zich in kan vinden.
Tegelijk zijn beide te beperkt om alles wat kunst is of kan zijn
te beschrijven of te definieren.

Overigens zijn conventies heel erg sterk in de muziek.
Daar spelen zaken als het metrum (het ritme), de tonaliteit,
de te gebruiken muziekinstrumenten in een orkest
of de opbouw van een symfonie bijvoorbeeld een heel grote rol.
Terwijl dat een kunstvorm is waar Nabootsing in de zin van
‘lijkt het’ nauwelijks een rol speelt.

Dan stelt Anne Sheppard nog een interessante vraag:
Waar komt onze waardering voor representatieve kunst (lijkt het?)
nu eigenlijk vandaan?
Wittgenstein introduceert in dit verband het concept van ‘zien als’
of ‘zien in’.
De waardering komt zowel van de herkenning van de gelijkenis (lijkt het)
als van de herkenning van de bewust toegepaste conventies (snap ik het).
Hierbij is ‘zien’ een soort passief registreren en ‘zien als/in’
een soort actief waarnemen waarbij er een beroep wordt gedaan
op onze verbeelding om bewust aangebrachte conventies te herkennen.

Er worden nog twee belangrijke concepten besproken: object en context.
Deze twee begrippen worden als een soort bruggetje
naar het volgende hoofdstuk geintroduceerd.
Als iemand in een abstract schilderij (dus niet-representatief) meent
een emotie waar te nemen dan ontbreken er vaak twee elementen
die we in de werkelijke wereld vaak wel kunnen waarnemen:
Object: waar ben je boos op / verdrietig om, en,
Context: waarom ben je boos / verdrietig / blij enz.

Bij al die moderne werken met als enig extra stukje informatie
‘Untitled’ moet er dus meer aan de hand zijn dan het zomaar
weergeven van emoties.





Howard Fonda, Untitled, 2009.





Vervolgens is er ook nog een klein deel van hoofdstuk twee
gewijd aan Plato.
Plato schijnt uit te gaan van iets dat je kunt omschrijven als
de Ideale Vorm. Bijvoorbeeld de goddelijke rechtvaardigheid.
In de voor ons waarneembare wereld zie je daar kopieen van,
in particuliere objecten: een rechtvaardig mens.
Vervolgens kun je als kunstenaar een schilderij maken
dat op zijn beurt weer een kopie is van het particuliere object.
Het begrip spiegel wordt hier vaak gebruikt naast het begrip kopie.
Kopie betekent hier steeds dat het om een mindere uiting gaat,
minder kwaliteit, minder waardering.
Een spiegel is ook een erg passief begrip.
Blijkbaar spiegelt een kunstenaar alleen maar,
voegt niets toe.
Overigens zal na Plato de kunst op een hoger niveau komen.
Niet de laagste trede van drie maar ten minste op de tweede plaats
door aan te nemen dat kunst niet afgeleid is van de particuliere vorm
maar van de Ideale vorm.
Vooral tijdens de renaissance wordt deze visie door de kunstenaar
aangehangen: ideale maten, lineair perspectief, zeer gedetailleerd in
bijvoorbeeld kleding, stoffen, sierraden, haar, huid enz.





Leonardo da Vinci, Dame met de hermelijn (Portret van Cecilia Gallerani), circa 1490.





Beelden in Breda: Speelhuislaan

Zondag zag ik dit beeld in de Speelhuislaan in Breda.
Er staat geen bordje bij met de naam van dit sculptuur
of de naam van de maker.
Op het internet vind ik een berichtje dat het zou gaan
om een sculptuur genaamd de ‘speelhuisvrouw’ van Sylvia Thijssen.
Het zou op zaterdag 29 januari om 15.00 uur onthuld zijn.





De Speelhuisvrouw op de rug gezien. Speelhuislaan, Breda.





Volgens het persbericht van de gemeente:

Symbool voor gemoedelijkheid

Zij schenkt het kunstwerk aan de buurt en wil met de Speelhuisvrouw een steentje bijdragen aan de opwaardering van de Speelhuislaan: “De Speelhuislaan is een prachtige laan met bomen en een grasveldje ertussen waardoor een spoorlijntje loopt dat industrieel erfgoed is. Aan weerskanten staan woningen, waaronder mooie authentieke panden. Veel bewoners zijn actief betrokken bij hun laan. De Speelhuisvrouw kan een symbool worden voor de gemoedelijkheid en het fijne wonen in deze buurt. De zittende Speelhuisvrouw vouwt haar handen ineen boven haar hoofd. Met dit gebaar geeft ze aan dat vanaf hier de Speelhuislaan een woongebied in mensenmaat is. In tegenstelling tot het nieuwe, zakelijk en grootsteedse uitstraling van de toekomstige Spoorzone. De sculptuur vormt hiermee een soort overgang tussen de grootsteedse toekomst en het oudere woongedeelte”



Graphic Design Festival Breda

Net als in andere steden in Nederland zie je veel grote posters in de stad.
Die tref je overal aan, maar heel vaak op electriciteitshuisjes.
Deze nutsvoorzieningen worden legaal en illegaal beplakt met posters.
Deze keer, in het kader van het Graphic Design Festival Breda, legaal.
Gisteren ben ik de route langsgegaan en heb een serie foto’s
gemaakt van deelnemende en spontane posters
en andere uitingen van grafisch ontwerpers.





Elsstraat, electriciteitshuisje.


Hier begon mijn tocht. Al is dit niet het enige electriciteitshuisje
in Breda dat reclame maakt voor ‘Decoding’,
het thema van de poster tentoonstelling.





De tentoonstellingsposter. Overigens niet een van de sterkste posters als je het mij vraagt.






Het electriciteitshuisje op de hoek van de Speelhuislaan – Minister Kanstraat.






Een van de posters heeft een voorpagina van de Donald Duck gedecodeerd.












De superheld Robin (van Batman en Robin) gedecodeerd.






Officiele en spontane posters op een oud en recent electriciteitshuisje.






Dit vond ik gewoon een mooie foto.






Inmiddels verderop in de Speelhuislaan, achter het station aangekomen, een vorm van spontaan grafisch ontwerp.






Een gedicht met een erg moderne strekking op een reflecterende, spiegelende achtergrond, Ingmar Heytze & Autobahn.


Gevaarlijk gedicht

Dit is een link gedicht. Het grijnst je toe
Met valse zwarte letters. Op de stoep
maakt het zich breed als je er langs wilt

Dit gedicht staat met een kleine scherpe
schroevendraaier naast je auto. Aait de lak
en fluit een toonloos liedje. Dit gedicht.

Wrijft zich naar binnen als een krijtwit
nabeeld op je netvlies. Het mompelt dingen
achterin je hoofd: mooie hersenspinsels

Het zou jammer zijn als daar iets mee
gebeurde. Het heeft nagetrokken wie je
kent en bent: je surfgedrag, je downloaden

De geheimen op je harde schijf. Dit gedicht
weet waar je zusje woont en waar haar
foto’s staan. Het wil maar xc3xa9xc3xa9n ding

Leer nu van buiten. Blijf voor altijd bij me.


Ik heb de interpunctie niet helemaal precies overgenomen.
Het origineel staat helemaal in hoofdletters.





Speelhuislaan, achter het station.






Formeel en informeel grafische ontwerpen.






Een wat ouder grafisch ontwerp: De Faam, voormalige naam van een snoepfabriek in Breda.






Een grafisch ontwerp zonder merknaam.






Een grafisch ontwerp zonder merknaam: waarschijnlijk niet van een heel duur reclamebureau.






Een heel formeel ontwerp want van de gemeente. Ik snap het begrip maar vind het geen sterke poster.






Voor dit electriciteitshuisje moet je wat meer zoeken. Het staat midden op de parkeerplaats van een supermarkt langs de Belcrumweg.






Ongeschikt. Lijkt iets te veel op een reclame van de Koninklijke Landmacht. Dat is jammer want hij is wel leuk.






Een decodering van de openbare ruimte. Leuk bedacht en uitgevoerd.






Op de parkeerplaats vormt het electriciteitshuisjes met de glasbakken een hele verzameling grafisch ontwerp in de openbare ruimte.






Beetje onduidelijk…..tot je de kleine letters raadpleegt.






Een soort inlogscherm van een website.






Een groter electriciteitshuisje aan de Tramsingel.






Aan twee kanten hangt het vol posters.






Decoding.


Een soort ontrafeling van het proces van het maken van een poster.
Bij de dunne sierlijke lijnen buiten de tekst DECODING
staan cijfers die de volgorde aangeven en een korte beschrijving geven
van de 8 stappen in het ontwerpproces:

D Design brief; zeg maar opdrachtomschrijving
E Evolve the brief; uitwerken van de omschrijving
C Concept; ontwikkelen van het concept
O Organizing the conditions; implicaties overzien
D final Design; finaal ontwerp
I Insecurity; de onzekerheid slaat toe, zal het werken?
N point of No return; er is geen weg meer terug
G Graphic output; het grafische resultaat.





Gewoon mooi.


Maar ook leuk. De titel is wallpaper, behang in het Nederlands.
In het Engels bestaat dit begrip uit twee woorden:
wall (muur) en paper (papier).
Onderaan eindigt de afbeelding met stene
n die een muur (wall) vormen.
De poster is natuurlijk om op te plakken als behang.
Daar zou dit ontwerp ook goed voor kunnen dienen.
Begint de afbeelding bovenaan nu met vogels of met bladen papier?





Deze vind ik erg bij deze tijd passen. De kleuren, de afbeeldingen, de tekst. Sterk.Rogerio Lira.


Het maakt onderdeel uit van een project dat de informatie overload
van onze tijd probeert te onderzoeken.











Het laatste huisje dat ik bezocht is aan de Nieuwe Prinsenkade.






Gewoon mooi. Helder, sterk.






Deze is grappig. Met vreemde materialen staat hier het woord PRETTY tegen een witgekalkte stenen muur. Het woord ‘pretty’ betekent ‘knap’. En dat is niet je eerste associatie als je naar de materialen op de poster kijkt.






Heel sterk. Mag van mij de festival poster zijn.






Grafisch ontwerp van de echte wereld.






En dat is ook het geval met deze borden.






Don’t know how to say I love ( )you.






Ook hier werd je gevraagd de nummers te volgen alleen werd de hoofdletter A mij niet helemaal duidelijk.






Rond het huisje is een ‘steiger’ aangelegd zodat het huisje van de waterkant ook te bezoeken is.











Kunstvaria

Een mooie afwisselende selectie kunstvoorwerpen.
Twee prachtige werken van Picasso zijn speciaal het vermelden waard.





Bruno Cattani, Eros 3, 2000 – 2004.


Een foto uit een serie foto’s met als thema Eros.





Claude Monet, Rock needle seen through the Porte d’Aval, xc3x89tretat, 1886.






Franz Marc, Piggies.


Ik had dit werk nog nooit gezien van Franz Marc.
Ik vind het prachtig maar vreemd genoeg
kom je heel veel informatie tegen op het web over een
hele reeks schilderijen van verschillende dieren.
Maar van dit schilderij kan ik niet eens een jaartal vinden.
Beetje verdacht.
Wel mooi.





Guercino, Christ and the woman of Samaria, circa 1619 xe2x80x93 1620.


Chirstus en de Samaritaanse vrouw.





Jackson Pollock, Number 12 A, 1948.


Pollock staat de laatste weken weer midden in de aandacht van de media.
Niets mis mee maar het is toch opmerkelijk om de golfbewegingen in
de kunstmedia te zien.





Joan Mitchell, Two sunflowers, 1980.


Twee zonnebloemen.
Heel anders dan de manier waarop Van Gogh zonnebloemen schilderde.





Liu Bolin, Hiding in the city No 83, 2009.


Als je goed kijkt zie je dat dit werk een aantal rekken toont in een supermarkt
en dat op een bepaald punt een persoon voor die rekken staat die zich
zo (heeft laten?) verven dat hij of zij helemaal niet meer opvalt.
Deze kunstenaar heeft dit middel vaker beproefd tegen de achtergrond
van bekende Chinese gebouwen.
Zijn boodschap heeft betrekking op het wegcijferen en vooral het
weggecijferd worden van het individu door de Chinese dictatuur.





Mark Rothko, Untitled, 1961.






Michael Challenger, Untitled, 1971.






Pablo Picasso, Femme xc3xa0 la robe rose, 1917.






Pablo Picasso, Femme et fillettes, 20 april 1961.






Peter Randall-Page, Walking the dog I, II and III, 2010.


De hond uitlaten.





Vincent van Gogh, The sower, 1888.


Bij wijze van uitzondering Van Gogh een keer niet als laatste kunstenaar in de rij.
Dit werk was hier vast al een keer eerder te zien maar De Zaaier blijft mooi.





Wu Jide, Chatting over tea, 1984.





Kunstfilosofie

Ja, kunst is niet alleen maar plaatjes kijken.
Ik heb de laatste tijd wat minder blogs.
Dat is onder andere omdat ik een aantal boeken en artikelen
aan het lezen ben over kunstfilosofie.
Ik heb even de boeken ingescand en een van de artikelen.


Anne Sheppard, Van den Braembussche, Machiel Keestra.


Dat is overigens geen eenvoudige stof.
De boeken die ik probeer te lezen zijn:

Filosofie van de kunst, Anne Sheppard
Oorspronkelijke titel: Aesthetics, an introduction to the philosophy of art
1987

Denken over kunst, A.A. Van den Braembussche
Een inleiding in de kunstfilosofie.
Vierde druk, 2007

Tien westerse filosofen, redactie Machiel Keestra.
Publicatie van de Universiteit van Amsterdam.
2000

Een van de artikelen is:van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan.
Reflecties op schilderkunst

Van oude meesters…..

Een tijd terug las ik “Van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan”.
Reflecties op schilderkunst.
Dit is een essay dat ik op een website aantrof.





Rembrandt van Rijn, het Joodse Bruidje, 1667.




De volgende tekst sprak me aan:

Een foto representeert niet hetzelfde als een schilderij:
een persoonlijke afdaling in de zichtbare wereld,
een reis naar de wortels van het beeld.
Een schilderij is eigenlijk een persoonlijk verslag
van deze afdaling in de zichtbare wereld
in de vorm van een reconstructie
met behulp van de (schilderkunstige) illusie.



De komst van de fotografie wordt door veel mensen die schrijven over kunst
aangegrepen als de reden waarom zich zo’n grote verandering in de kunst
heeft voorgedaan in de vorige eeuw.
Maar volgens mij heeft de fotografie er niets mee van doen.
Je kunt nog steeds mooie, goede realistische kunst maken,
zelfs portretten en al voor de fotografie in zwang kwam
werden er schilderijen gemaakt waarbij het niet meer
om het realisme alleen ging.





Rembrandt van Rijn, het Joodse Bruidje (detail), 1667.




Hier schildert Rembrandt geen foto.
Het is een bijbelse voorstelling maar op zich hoef je dat niet te weten.
Misschien hebben mensen voor dit doek geposeerd maar de compositie
kan even goed volledig bedacht zijn.
Het is de emotie die Rembrandt hier oproept die dit werk zo prachtig maakt.
En ga maar eens kijken.
Geen fijne penseelstreken maar dikke verf, opgezet met een mes.
Niet glad en effen maar ruw en vol expressie.
Dit schilderij is al meer dan 300 jaar oud.

Kunstvaria

De lente mag dan ver weg lijken vandaag,
we beginnen de serie van vandaag met een heel zomers beeld.





Andre Derain, Arbres a Collioure (detail), 1905l.






Andries van Eertvelt, The battle of Lepanto, 1640.


Aanmerkelijk minder optimistisch beeld.
De slag bij Lepanto.

Wikipedia:

De Slag bij Lepanto op 7 oktober 1571 was een van de grootste zeeslagen uit de wereldgeschiedenis. Hij vond plaats in de buurt van Lepanto (dit is de vroegere Italiaanse naam van de Griekse havenstad Nxc3xa1vpaktos) aan de nauwe ingang van de Golf van Korinthe.
De Osmaanse vloot onder leiding van Uluxc3xa7 Ali Pasha moest het opnemen tegen de verenigde vloten van Paus Pius V en die van Spanje, Venetixc3xab, Malta en Genua, onder het opperbevel van Don Juan van Oostenrijk (ook Geronimo genoemd), de halfbroer van Filips II. Zijn vlaggenschip was de Real.

De christenen, met 84.500 man, 208 galeien, zes grote Venetiaanse galjassen en 102 hulpzeilvaartuigen, overwonnen de grotere vloot van de islamitische Osmanen (88.000 man, 210 galeien, 44 galjoten en 20 fusten na een slag van ongeveer vier uur. De bemanning van de Real wist de Turkse opperbevelhebber te doden. Zijn hoofd werd op een spies gezet om de vijand te demoraliseren.

De Ottomanen verloren 200 vaartuigen, 24.000 man, onder wie hun aanvoerder Ali Pasha en ruim 15.000 christelijke galeislaven. De christenen slechts 15 galeien en 7500 man.







Ansel Adams, Leaf (Glacier Bay National Monument, Alaska), ca 1948.






Bill Owens, Suburbia, ca 1970.


Het leven in de Amerikaanse buitenwijken in California
begin jaren ’70 zoals vastgelegd door Bill Owens.





Cizhou painted meiping, Yuan dynasty, 1279 – 1368.


Een meiping is een type Chinese vaas met de vorm zoals hier te zien.
Cizhou is de plaatsnaam waar voorwerpen werden gemaakt met glazuur
van deze bijzondere kleur.
De afbeelding toont een kraanvogel.





Daniel Heyman, From the time of morning prayers, 2008.


Deze kunstenaar maakte een tocht vanuit Turkije naar landen in de regio
om te praten met mensen die geleden hebben onder politie of militair geweld.
Dat leverde werken op met een mengeling aan afbeeldingen en teksten.





Joaquxc3xadn Sorolla, The baptism, 1900.






Lin Fengmian, Lady holding a flower, 1963 – 1965.






Luba Shankadi mask, Zaire, 1950 – 2000.


De Luba is een volk in Afrika.





Max Liebermann, Blumenstauden am gxc3xa4rtnerhxc3xa4uschen nach norden, 1922.






Paul Nash, The bay, 1923.


Houtsnede, de baai.





Terry Frost, Halzephron plate D, 2001.






Tim Bavington, Bold as love, 2010.





Volkskrantkunst


Gustav Klimt, detail van De Kus, 1907 – 1908.


De Volkskrant had afgelopen zaterdag een bijzondere bijlage.
Een boek van uitgeverij Taschen over de Weense kunstenaar Gustav Klimt.
Je kunt iedere veertien dagen of alle boeken in keer kopen
uit de serie Moderne Meesters die de Volkskrant
samen met de uitgever heeft samengesteld.

Het boek over Klimt is een mooi boekje.
Klein van formaat met veel mooie afbeeldingen.
Mooi papier, 96 pagina’s.
Het is een bestaande serie boeken die je via het net
kunt kopen voor 8 Euro per stuk.
Nu bij de Volkskrant voor alle 20 delen 100 Euro.

Niets mis mee.
Wat ik jammer vind is dat er geen verantwoording wordt afgelegd
of verklaring gegeven wordt waarom deze 20 kunstenaars
als Meester worden aangeduid.
Sterker nog als de 20 grootste moderne kunstenaars.

Klimt
Warhol ???
Matisse
M.C. Escher ???
Rothko
Hopper ???
Kandinsky
Van Gogh
Chagall ???
Schiele ???
Kahlo ???
Mondriaan
Botero ???
Freud
Munch ???
Klee
Malevich ???
Bacon
Magritte ???
Lichtenstein

Warhol doet het wel goed op de kunstmarkt
maar daar is dan wel alles mee gezegd.
Je dient als een van de 20 grootste moderne kunstenaars
wel een bepaald oeuvre te hebben opgebouwd.
M.C. Escher.. Schiele.. Kahlo..
en een ontwikkeling hebben doorgemaakt
waardoor je opvalt.
Hopper..Chagall.. Botero..
Munch.. Malevich..Magritte..

Geen Picasso, Kiefer of Monet.
Geen Cezanne, Pollock of Braque?