Mulisch: Twee vrouwen

Een cruciaal deel van de tekst van dit prachtige boek
staat op pagina 62 (t/m 67).
De twee hoofdpersonen in het boek: Laura en Sylvia,
komen op een punt in hun relatie waarop Laura aangeeft
dat ze eigenlijk altijd al een kind had willen hebben,
alleen ze bleek in haar huwelijk onvruchtbaar te zijn.
Nu is het krijgen van een kind voor twee dames in 1975 een uitdaging.
Het onderwerp was ook niet echt bespreekbaar tussen hen.
Mischien dat de op een klassiek verhaal gestoelde voorstelling
kon helpen:

Kort er na las ik in de krant een vraaggesprek met een schrijver, van wie bij het begin van het Holland Festival een nieuw stuk in premixc3xa8re zou gaan. Dat was in juni. Hij zei dat vrouwenrollen bij de grieken natuurlijk altijd door mannen werden gespeeld, verkleed en gemaskerd als vrouw. Dat werd algemeen beschouwd als een sociale conventie, en in de meeste gevallen was dat natuurlijk ook zo.
… Wat de grieken betreft, daar bestonden helemaal geen gewone vrouwen: die waren zoiets als tegenwoordig elektrische keukenapparatuur annex broedmachines.
… Daarom had hij, deze schrijver, nu eens de mythe van Orfeus en Eurydike op het toneel gezet als een verhaal van twee mannen. Daarbij voelde hij zich gesteund door het oudste verhaal van de mensheid, het Gilgamesh Epos, waarin ook de man zijn vriend ging zoeken in de onderwereld.
‘Zullen we er heengaan?’ vroeg ik aan Sylvia.
Misschien dacht ik, leverde het stuk iets op dat vorm kon geven aan de toestand, waarin wij zelf verzeild waren geraakt; misschien konden wij achteraf over het stuk spreken, terwijl wij het in werkelijkheid over onszelf hadden.
… ‘Heb je er iets van ons in herkend?’
‘Van ons?’ Verbaasd keek zij mij aan. ‘Wie van ons zit er dan in de onderwereld?’
Ik lachte en nam zwijgend haar hand.
Jij, dacht ik, Jij zit ni de onderwereld, want jij bent een schim – niet van een gestorvene, maar van een ongeborene.

De voorstelling zou ook helpen, maar niet zoals Laura in gedachten had.
Sylvia zou bij de voorstelling de ex-man van Laura ontmoeten.



Laat ik dan hier toch even de kern van het verhaal van
Orfeus en Eurydike herhalen van Wikipedia:

Door het ganse land werd de verrukkelijke zanger Orpheus geprezen. Hij had van zijn moeder de gave van de zang gexc3xabrfd, waarmee hij alle mensen in vervoering bracht. Apollo schonk hem een lier en wanneer Orpheus zijn gezang liet horen, kon niemand de goddelijke macht ervan weerstaan. Alle dieren in de natuur, de vogels zowel als de vissen, ook de bomen, ja zelfs de gevoelloze stenen bracht de zanger in beweging met de tovermacht van zijn stem. Grenzeloos leek zijn geluk, toen hij de nimf Eurydice tot zijn vrouw nam.

Maar toch, hoe kort was dit geluk hun gegund! Toen de bekoorlijke nimf achternagezeten werd door Aristaeus, werd zij door een adder gebeten. Deze beet veroorzaakte haar dood. Een leven zonder Eurydice xe2x80x93 Orpheus’ gedachten lieten het niet toe. Hij greep zijn lier, sloeg de snaren aan en liet zijn verdriet tot de hemel doordringen.

Orpheus ging een plan ondernemen, zoals voor hem nog geen mens bedacht had. Hij zou in de onderwereld neerdalen en de heerser over de schimmen smeken zijn echtgenote aan hem terug te geven. Bij de poort die naar de onderwereld leidde, daalde hij af. Eens bij de troon, waarop Hades met zijn vrouw Persephone als heerser over de doden zetelde, nam hij zijn lier en begon te zingen.

De wezenloze schimmen luisterden naar de liefelijke klanken en weenden. Het koningspaar was niet minder ontroerd en besloten Eurydice weer bij hem te verenigen, op een voorwaarde: Orpheus mocht niet naar zijn geliefde omkijken, voor ze het zonlicht bereikt hadden.

Toen het eind in zicht leek, kon Orpheus de verleiding niet weerstaan. Hij keerde zich om en zag hoe zijn geliefde naar beneden werd getrokken om diep onder de grond als schim te verblijven, maar nu voor eeuwig.

Dan wordt in het fragment van Twee Vrouwen
ook nog het Gilgamesh Epos genoemd.
Wat is dat nu weer?

Wikipedia:

Het Gilgamesjepos is een van de oudste literaire werken. De oorsprong van dit heldendicht ligt waarschijnlijk in het Sumer van ca. 2100 v. Chr. Gilgamesj zelf zou koning zijn geweest in Uruk rond 2620 v. Chr. Het epos werd ontelbare malen overgeschreven en bewerkt en verspreidde zich over een groot gebied. Waarschijnlijk is het bijbelse verhaal van de zondvloed overgenomen uit dit werk.

Mulisch: Twee vrouwen

Nog meer ‘De Da Vinci-code’ van Harry Mulisch.
Op pagina 60 begin een heel mooi stuk tekst.
Ook hier weer verwijzingen naar de kunstgeschiedenis.

Met Sylvia had ik de wandeling herhaald, die ik daarbinnen eens met mijn vader had gemaakt. Toen was ik nog een kind, en voor de eerste keer in Parijs met mijn ouders. Mijn vader zei, dat alle dingen in het museum zich bevonden op een lijn, die zich uitstrekte tussen twee punten. Het eerste was de Nikxc3xa8 van Samothrake bij de ingang, -marmer dat in de wind wappert, een witte, extatische verschijning uit een andere wereld, de overwinning, ook van de hand over de steen, onhoorbaar jubulend door het geschuifel in het trappenhuis. Het andere punt lag diep in het museum, op de assyrische afdeling, honderden meters verder. Mijn moeder was bij de renaissance gebleven. De stxc3xa8le van Hammoerabi. Een zwarte, slanke, glanzende steen, hoger dan een mens.
‘Zie je dat het een wijsvinger is?’
In de bijna vierduizend jaar dat die steen bestaat, was mijn vader misschien de eerste die dat heeft opgemerkt: dat hij de vorm heeft van een opgeheven wijsvinger, de vermanende wijsvinger van de wet. Ik kende die vinger – van juffrouw Borst. Op de plaats van de nagel is de koning afgebeeld, staande neemt hij de wet in ontvangst van de zonnegod, die op een troon zit. Daaronder, op het vlees, in glinsterend spijkerschrift de honderden artikelen.
Een er van herinner ik mij, mijn vader vertelde die toen en ik citeerde hem voor Sylvia:
‘Heeft een bouwmeester een huis gebouwd dat instort, en de bewoner wordt daarbij gedood, dan zal die bouwmeester gedood worden; wordt de zoon van de bewoner gedood, dan zal de zoon van de bouwmeester gedood worden.’

Twee vrouwen, pagina 61.

Deze twee kunstwerken kun je hieronder zien.

Dat van de hand van de Nikxc3xa8 van Samothrake heeft betrekking op het feit
dat het beeld in stukken werd gevonden en dat men pas
later na de eerste reconstructie de beschikking over
de hand kreeg.
Dat gaf een heel nieuwe visie op het beeld.


De Nikxc3xa8 van Samothrake: …marmer dat in de wind wappert, een witte, extatische verschijning uit een andere wereld, de overwinning…



De stxc3xa8le van Hammoerabi: …dat hij de vorm heeft van een opgeheven wijsvinger, de vermanende wijsvinger van de wet…

Nog meer Mulisch

De beeldspraak die Harry Mulisch gebruikt is vaak prachtig.
Hier nog een voorbeeld.

Ik voelde mij als iemand die in een restaurant een kreeft heeft besteld, maar die niet weet hoe hij hem eten moet.

Twee vrouwen, pagina 25.

Maar er staan nog meer verwijzingen naar de cultuurgeschiedenis
in het algemeen en de literatuurgeschiedenis in het bijzonder.
Wat te denken van:

Nel mezzo del cammin di nostra vita
mi ritrovai per una selva oscura

Wikipedia biedt ook hier weer uitkomst.
Het gaat om een citaat van Dante.
Dante (doopnaam Durante) Alighieri
(Florence, tussen 14 mei en 13 juni 1265 – Ravenna, 13/14 september 1321)

Vertaling: Op het midden van onze levensweg gekomen werd mij het zicht door een donker bos benomen Divina commedia, Inferno, Canto I, 1-3

Dante zou dit geschreven hebben op 35-jarige leeftijd.
Toevallig is dat ook de leeftijd van de hoofdpersoon Laura
uit het boek “Twee Vrouwen”.

Proloog
Op Goede Vrijdag van het jaar 1300 is Dante 35 jaar oud, “Op het midden van ons levenspad” (Nel mezzo del cammin di nostra vita, canto 1:1)

Dan gebruikt Mulisch op pagina 49 het woord “zoel”.
Ik dacht eerst, een zetfout.
Uit de zin maak ik op dat hier zwoel wordt bedoeld.
Maar dat heb ik mis, in die zin dat het een correct Nederlands woord is.
Volgens Synoniemen.net wel te verstaan:

zoel is 4 maal gevonden als synoniem van een ander trefwoord:

trefwoord: drukkendxa0
synoniemen: beklemmend, benauwd, benauwend, broeierig, klam, zoel, zwaar, zwoelxa0
trefwoord: lauwxa0
synoniemen: koel, luw, zacht, zoelxa0
trefwoord: zachtxa0
synoniemen: zoel
trefwoord: zwoelxa0
synoniemen: broeierig, drukkend, warm, zacht, zoel

En dan de volgende beschrijving van een hotelkamer in Nice.

Mijn kamer is ingericht in neo-gotische stijl anno 1890, met meubels die ik tot nu toe alleen op franse vlooienmarkten heb gezien. Het bed, de stoelen, het sprookjesachtige buffet, alles is van zwart, hoog, puntig gedraaid hout; aan de muur hangt een ingelijste reproductie van het lezende meisje van Fragonard, de enige kleur in de kamer.

Twee vrouwen, pagina 53.

Ik ben dan benieuwd naar dat schilderij.

Wat moet ik zonder Wikipedia:

Jean-Honore Fragonard (1732-1806) was een Frans kunstschilder.
De werken van Jean-Honore Fragonard behoren tot de rococo-periode. Zijn schilderijen lopen over van de tinten creme en roze, maar zijn duidelijk meer dan luchtig vermaak. Fragonard is bezeten van licht en kleur en poogt de tintelingen en bewegingen van het licht op het oppervlak van de dingen te vangen. Daarvoor ontwikkelt hij een stijl die voortuitloopt op het impressionisme uit de 19e eeuw.
Zijn voorkeur voor het verrassende lijnenspel in de natuur en voor de ronduit virtuoze weergave van variatie en grilligheid doen zijn werken op de rand van de romantiek balanceren.

Mooi vind ik het niet. Ik zou het niet in mijn kamer ophangen.
Maar ik zie het zo in een hotelkamer hangen.

Binnenkort meer.

Harry Mulisch: Twee vrouwen

Zo’n cadeautje krijg je niet vaak,
Twee vrouwen van Harry Mulisch.
Ik ben er vandaag, in bad liggend, aan begonnen.
Ik ben nu op pagina 73.
Dat leest dus vlot maar niet omdat het zo’n eenvoudig boek is.
De boeken van Mulisch zijn heel leesbaar,
maar hier en daar loop je tegen zaken aan waar je wat dieper op moet studeren,
tenminste als je dat wilt.

Hier wat dingen die mij opvielen bij het lezen van dit boek.
Misschien slaat het nergens op maar dit is wat mij opviel.
In het boekje staat een foto.
Je zou het boek alleen al lezen vanwege deze foto.
Heb je ooit zo’n ijdeltuit gezien?
Maar in het boek trof ik het volgende:

De elegantste nichten van de stad waren verschenen, -de oudere zorgvuldig gekapt boven hun gegroefde gezichten en soms gehuld in roodgevoerde capes, de jongere met lange blonde lokken en in doorzichtige kanten hemden, die openstonden tot hun navels, sieraden bungelend in hun borsthaar en hun ogen overal, behalve bij degene in wiens gezelschap zij waren. Verscheidene ook in gezelschap van opvallende, dikke oude dames, die slecht ter been waren; sommige alleen: parmantig met een schoudertasje en met een biljartkeu in hun rug leek het of zij niet liepen maar op een lopende band het theater inschoven.

Twee vrouwen, pagina 63.

Dit is de foto die ik bedoelde.

Mulisch schrijft prachtig, soms heel mooi beeldend.
Hetcitaat hierboven is er een voorbeeld van maar wat te denken
van de volgende passages:

…plotseling bedolf de vermoeidheid mij, zoals een gedropte parachutist wordt bedolven door zijn parachute.

Twee vrouwen, pagina 11.

Iedereen kent wel het vervreemdende gevoel dat je kunt hebben
als je iets doet wat buiten je normale patroon ligt.
Niet dat je iets vreemds doet maar wel iets buiten het ‘normale’ patroon:

Ook het binnenste van de auto scheen mij enigsinzs verbaasd te ontvangen, op dit uur.

Twee vrouwen, pagina 13.

Soms is hij onze eigen ‘Da Vinci-code’ avant la lettre:

Haar gezicht deed mij denken aan Giotto, en aan die op sommige fresco’s uit Siena, van Ambrogio Lorenzetti.

Twee vrouwen, pagina 24.

Giotto is be bekendste van de twee schilders die hier genoemd worden.

Wikipedia zegt over Giotto en zijn grootste bijdrage aan de schilderkunst:

Giotto beeldde mensen “massief” af en slaagde erin emoties weer te geven. Velen vinden de dramatiek in zijn werk dan ook zijn belangrijkste innovatie. Ook betrok Giotto de achtergrond beter bij het geheel; gebouwen en natuur zijn geschilderd op een manier die veel beter overeenkomt met de regels van het perspectief, hoewel nog niet perfect. Dit alles wordt gedeeltelijk toegeschreven aan veranderingen in de kerk; onder invloed van Franciscus van Assisi (1182-1226) waren emoties en de natuur belangrijker geworden.

Het werk van Giotto is niet zonder meer aan te duiden.
Er is nogal wat discussie over de schilderingen over het leven van St. Franciscus
Daarom hier twee onbesproken toewijzingen.
Alleen zijn het niet alleen vrouwengezichten.

Giotto: Ognissanti Madonna.

Giotto: Cappella degli Scrovegni, Padua.

En dan Ambrogio Lorenzetti.

Wikipedia:

Ambrogio Lorenzetti (of Ambruogio Laurati) (1290 – 1348) was een Sienese kunstschilder.

Hij werd geboren en stierf in Siena. Hij was actief tussen ongeveer 1317 en 1348. Zijn broer was de kunstschilder Pietro Lorenzetti. Zijn werk toont de invloed van Simone Martini, hoewel het naturalistisch is. Ambrogio Lorenzetti werd vooral bekend door de fresco’s die hij maakte voor het Palazzo Pubblico in Siena (Het goede bewind en Het slechte bewind).

Hoe zien dergelijke gezichten er dan uit:

Het zijn naar mijn gevoel wat gestrenge gezichten.
Streng.
Ze spelen de baas.
Even verder schrijft Mulisch:

Zij hield zich koel, maar zij was het niet. Als iemand hier verleid werd, dan was ik het.

Twee vrouwen, pagina 27.

Binnenkort meer.

Gehoord

Het is een redelijk boek.
Er van uitgaand dat het luisterboek een goede afspiegeling is
van de geschreven versie.
Dat moet haast wel want de schrijver is hier de verteller.
En dat doet hij erg goed.
Het is niet echt een topboek naar mijn gevoel.
Sommige thema’s worden mooi tegen over of langs elkaar gezet.
‘De Overgave’ van de titel is het zich overgeven van de Comanche indiaan,
leider van een stam, die ook het kleinkind van de blanke hoofdpersoon is.
Maar ‘De Overgave’ is ook het je overgeven aan de omstandigheden,
je neerleggen bij de voorbeschikking, de vergeving.
Mooi, maar niet top.
Heerlijk om in de auto naar te luisteren.


Op zoek

John Forster: HET LEVEN VAN CHARLES DICKENS
1953, Prisma 33-34, in 2 delen
Reeks: De werken van Charles Dickens
vert.van: The Life of Charles Dickens, vert.uit het Engels en vrij bewerkt: A. Bogaerts

Om onze verzameling compleet te maken zoek ik bovengenoemde boeken.
Ik heb al een bod uitgebracht op een web site.
Welke site dat is kun je wel raden door verder deze log te bekijken.





Als je niets weet om aan Sinterklaas te vragen.

Er is een erg mooi luisterboek uit.
Het bevat drie cd’s.
Op die drie cd’s wordt het kerstverhaal verteld.
Zowel de delen uit de Bijbel als de verhalen die er later
rond om heen geschreven zijn.

Wil je weten waarom er een os en ezel in de meeste kerststallen staan ?
Wil je weten of het wel een stal was ?
Waarom staat Jozef vaak op blote voeten afgebeeld op schilderijen
over de geboorte van Jezus ?
Hoe zit dat nou met die onbevlekte ontvangenis ?

Al deze aspecten en nog veel meer komen aan bod in het luisterboek:

Karin Braamhorst: Er is een kind geboren. Een kunsthistorische reis door het kerstverhaal.


Het leuke is ook dat er een klein boekje bij zit waarin een groot aantal
afbeeldingen te zien zijn, die besproken worden op de CD’s.
Het gaat om schilderijen, muurschilderingen, boeken enz.


Louis Couperus

Gisteren ben ik in Den Haag geweest en heb daar het
Louis Couperus Museum bezocht.
Terwijl ik in Den Haag was heb ik ook nog wat andere
zaken op de foto kunnen zetten en een paar kaarten gekocht.
Dat komt nu in een lange sliert voorbij:

Het borstbeeld van Couperus in de Surinamestraat.

Gebatikte omslag voor De Still Kracht.

Monument opgericht door onder andere de VVDM
bij de gelegenheid van de afschaffing van de dienstplicht in Nederland.

Eline Vere, 5e druk.

Oorlogsmonument aan het Nassauplein.

Het huis met de geel/wiite vlag huisvest
onder andere het Louis Couperus museum.

Omslag van ‘Langs lijnen van geleidelijkheid’.

Opstelling in het museum. Tijdsbeeld van rond 1900.

Oostwaarts, 1e druk.

Couperus ?

Nog een tableau maar nu met Couperus.

Na afloop van een voordracht over Vrouwen en lezen rond 1900
hebben we een wandeling gemaakt langs een aantal plaatsen in Den Haag
die met Couperus te maken hebben.
Zo zijn we hier bij Surinamestraat 20.
Dit is het huis waarin Couperus woonden toen hij Eline Vere schreef.
Het huis staat nu te koop.

Surinamestraat.

Ik denk niet dat de makelaars enige steun nodig hebben
dus kan ik hier vrijuit zeggen dat dit wel een heel bijzonder mooie straat is.

Damesleesmuseum.

In tegenstelling tot wat de naam zegt was en is dit een bibliotheek.

In 1859 werd er een huis gebouwd in opdracht van Guillaume L. Baud.
De minister van kolonieen is (groot?)vader van de vrouw van Couperus.

Het huis is omringd door grote bomen vandaar dat de zon
het moeilijk heeft.

Van 1878 tot 1883 woonden Couperus aan het Nassauplein.
Hier werd ‘Een lent van vaerzen’ geschreven.

Het pand is nu in gebruik door de ambassade van Peru.

Eline Vere, Theo van Nahmer.

Louis Couperus,
foto van een verloren gegaan schilderij door Antoon van Welie, 1916.

Reisverslag India 2004 (16): Boek in foedraal

In deze web log een paar foto’s waarmee ik probeer
duidelijk te maken hoe zo’n Boeddhistisch ‘boek’ er uit ziet.

Dit is de foedraal in gesloten toestand.
Met een lint worden de twee plankjes bij elkaar gehouden.
De plankjes zijn bekleed met een stuk stof.

Als je het foedraal opent zit het boek tussen de plankjes.
De bladen zijn als het ware bestempelde vellen papier.
Ieder vel is 38,5 cm lang en bijna 10 cm breed.

Hoewel, lang en breed.

Ik kan de tekst niet lezen.
Ik weet niet in welke richting er geschreven is
en dus niet wat boven, onder, links of rechts is.

De vellen liggen los in de foedraal
en kunnen er dus makkelijk uit gehaald worden.