Perkament in stukken (2)

‘Perkament in stukken’ is een tentoonstelling in Het Utrechts Archief
en een boek onder redactie van Bart Jaski, Marco Mosterd en Kaj van Vliet.
Beide gaan over ‘Teruggevonden middeleeuwse handschriftfragmenten’.
Of zoals in het boek te lezen is:

Het waren ‘onnutte boeken’ (libri inutiles) geworden, om wat voor reden dan ook.
Maar hun teksten hadden dan wel geen nut meer. het materiaal waarop ze geschreven werden, had dat nog wel.
In de vroege middeleeuwen werd beschreven papyrus gebruikt om latere handschriften in te binden, en van op perkament geschreven teksten kon de tekst worden verwijderd om zo plaats te maken voor nieuwe tekst.
Zo’n nieuwe tekst heet een palimpsest.
De teksten die oorspronkelijk op het hergebruikte papyrus, perkament, en later ook wel papier waren geschreven, bleven vaak nog leesbaar.
Uiteraard ging het bij dat hergebruik niet om de oorspronkelijke teksten; die zijn daarom vaak slechts fragmentarisch bewaard gebleven.
En vooral perkament had eigenschappen, die het ook tot nuttig materiaal voor het luchtdicht bewaren van voedsel maakte, voor het luchtdicht maken van orgelpijpen, of voor enveloppen.
Of men kon er vliegers van maken.

Marco Mosterd, Perkament in stukken, pagina 14.

Gisteren bezocht ik de tentoonstelling en maakte er wat foto’s.
De foto’s zijn niet zo goed gelukt als de foto’s in het boek of
de boeken in het echt.
Mijn advies: ga kijken in Utrecht.
Om goede redenen is de ruimte schaars verlicht en wordt de
temperatuur en luchtvochtigheid goed in de gaten gehouden.

WP_20181006_13_23_06_ProUbu109E2

Dit boek staat bekend als UBU 109 E 2. Universiteitsbibliotheek Utrecht. In het boek ‘Perkament in stukken’ schrijft Marisa Mol er een verhaal over met de titel ‘In de ban(d) van de Calvinistische kanunnik’. Het boek omvat twee bijbelcommentaren. Maar hier is het even om de band te doen. Die wordt onder andere gevormd door twee handschriftfragmenten. De buitenkant met zware zwarte letters, de binnenkant in een sierlijker handschrift.


De twee bijbelcommentaren zijn:
= een tekst van Johannes Calvijn over het evangelie van Johannes uit Genève
= een tekst van Wolfgang Musculus, aanhanger van Luther,
over de brieven van Paulus aan de Romeinen, gedrukt in Bazel, 1555.

Het fragment wat we aan de buitenkant zien is geschreven in een gotische schrijfwijze
gecombineerd met gregoriaanse muzieknotatie.
Daarmee plaatst men dit fragment in de 15e eeuw.
Het is een onderdeel geweest van een Graduale, een boek voor een koor.

Het fragment aan de binnenkant zijn twee teksten uit de Moralia in Job,
geschreven door Paus Gregorius tussen 578 en 595. Dit fragment
dateert waarschijnlijk uit de late elfde eeuw of vroege 12de eeuw.

Er is dus nog veel meer over dit boek te vertellen.

WP_20181006_13_25_31_ProOmTeKaften

Ik weet niet van alle voorbeelden wat precies hun bibliotheeksnummer is. Maar ook zonder detailtoelichting zie je al snel dat het hier om materiaal gaat dat eerder is beschreven en later op maat gemaakt is om een boek te kaften.


WP_20181006_13_28_24_ProOudeTekstAlsKaft

Ik weet niet of alle voorbeelden van de tentoonstelling ook in het boek besproken worden. Ik heb het boek alleen nog maar globaal bekeken. Maar hier is een voorbeeld van een oudere tekst die als band voor een boek is gebruikt.


WP_20181006_13_33_04_ProUbuHsFr86SulpiciusSeverusVitaSanctiMartini11eEeuw

Dit is eenvoudig in het boek terug te vinden door de afdruk van een (!) leren bril die waarschijnlijk door een lezer is vergeten en die een tijd in het boek gezeten heeft. Los van dit bijzonder kenmerk is het ook een bijzondere tekst: UBU Hs Fr 8.6: Sulpicius Severus, Vita Sancti Martini (het leven van de heilige Martinus), 11e eeuw. Deze tekst was gebruikt om twee boeken die in 1487 zijn gedrukt in te binden.


WP_20181006_13_35_39_Pro

Dit is een voorbeeld van een oudere tekst die hergebruikt is en waar later op een helft een afbeelding is geplakt (links).


WP_20181006_13_37_37_ProMuziekAlsEnvelop

Dit is heel bizar: een stuk gregoriaanse muziek waar een envelop van is gemaakt. Dit is UBU Hs Fr 7.1. Perkament op folioformaat, de muziek maakt deel uit van een antifonaria.


WP_20181006_13_53_16_ProSnoekenbekHUAToegang216Nr665-4MetOASchenkingenAanDeDom

Een snoekenbek. Door de manier van inbinden zijn de binnenste katernen dieper in de rug van de binding komen te liggen. Maar er is nog een andere reden waarom deze binding zo bijzonder is. De tekst op het materiaal dat gebruikt is om de binding te maken vertelt over een schenking aan de Utrechtse Dom. HUA Toegang 216, nr 665-4.


WP_20181006_13_56_59_ProOudeTekstOmRecentereInTeBinden


WP_20181006_14_02_03_ProVoorraadkelderVanDeVoormaligeAbdij

Het Utrechts Archief is ondergebracht in een interessant gebouw. Een deel van de voormalige Paulusabdij. Hier zie je een stuk van de voorraadkamer.


WP_20181006_14_05_57_ProDoorDeBoekbandZieJeEenOudereTekstDieAlsVullingDient

Bij deze boekband zie je op sommige plaatsen de tekst die gebruikt is om de boekband meer volume te geven, door het leer heen komen, .


WP_20181006_14_07_43_ProUBUHQU205Convoluut

Dit is een convoluut. Dat is een boek samengesteld uit meerdere teksten die niet iets met elkaar te maken hebben. UBU HQU 205 is ingebonden met een oudere tekst als omslag.


WP_20181006_14_09_07_ProUBUFQU102ConvoluutVroeg16eEeuws

Nog een voorbeeld van een convoluut. Hier zie je dat een andere tekst is gebruikt als schutblad. UBU FQU 102.


WP_20181006_14_12_31_ProUBUHsFr3-65

Dit is echt een supervondst. Dit is een met de hand geschreven plan om een boek te zetten en drukken met een serie afbeeldingen. UBU Hs Fr 3-65. De tekst is een wereldkroniek. Je ziet bijvoorbeeld op de rechterpagina, in de linkerkolom, helemaal bovenaan de regenboog die Noah ziet vanuit de Ark en die het teken is dat het gestopt is met regenen.


WP_20181006_14_12_42_ProWernerRolrvinckFascicukusTemporumUBUThoTAT11-27qu

Hier zie je een versie van die wereldkroniek van Werner Rolevinck, Fascicukus Temporum, UBU Tho Rar 11-27 qu. Een wereldgeschiedenis waarbij je op de rechterpagina de regenboog ziet terugkomen.


WP_20181006_18_05_28_ProBartJaskiMarcoMosterdKahVanVlietPerkamentInStukkenTeruggevondenMiddeleeuwsehandschriftfragmenten

Dit is het boek dat samen met de tentoonstelling verschenen is. Mooie grote foto’s en ook voor een leek goed te volgen verhalen onder de redactie van Bart Jaski, Marco Mosterd en Kaj van Vliet: Perkament in stukken – Teruggevonden middeleeuwse handschriftfragmenten.


WP_20181007_09_39_18_ProPerkamentInStukkenSchutbladMetTekst

Als je het boek opent dan lijkt het er een beetje op of men een oudere tekst gebruikt heeft als schutblad.


WP_20181007_09_38_41_ProMeerInfoOverBoekOfTentoonstelling

Alle info over boek en tentoonstelling nog even bij elkaar.


WP_20181006_18_06_13_ProHetUtrechtsArchiefTasGroot

Het Utrechts Archief.


Kaarten uit Arnhem

Omdat ik helemaal vanuit Breda naar Arnhem was gereisd
op de vroege zaterdagochtend, kreeg ik na afloop van
de eerder beschreven rondleiding in het Erfgoedcentrum Rozet
een paar kaarten mee (denk ik).
Op de kaarten staan afbeeldingen van de prachtige pagina’s
zoals die in de collectie van Bibliotheek Arnhem voorkomen.
Die collectie heet de ‘Gelderland collectie’.

Daarmee heb ik nu de kans een paar van die kaarten te tonen.
Sommige afbeeldingen hebben we afgelopen zaterdag ook
mogen zien.

 photo DSC_7900DeTempelVanSalomoInMiddeleeuwseGothischeStijlFasciculusTemporumWereldkroniek1473WernerRolevinck.jpg

Dit is de Tempel van Salomo in Middeleeuwse gothische stijl uit het boek Fasciculus Temporum. Een wereldkroniek uit 1473, geschreven door Werner Rolevinck.


 photo DSC_7902InitiaalBeginVanDeEersteBriefVanPaulusAanDeThessalonicenzenLatijnseBijbelUit1433.jpg

Een Initiaal, de eerste letter waarmee de eerste brief van Paulus aan de Thessalonicenzen begint. Uit een Latijnse bijbel uit 1433.


 photo DSC_7904InitiaalVanBegintekstBoekDeuteronomiumBijbelMetCommentaarVanNicolaasDeLyra1498GedruktDoorJohannesFrobenBasel.jpg

Nog een initiaal. Hier het begin van het bijbelboek Deuteronomium. Dit is een bijbel met commentaar van Nicolaas de Lyra. In 1498 gedrukt door Johannes Froben in Basel. Johannes (of Johann) Froben was bevriend met Erasmus.


 photo DSC_7907ChristusSalvatorMundiFasciculusTemporum1473WernerRolevinck.jpg

Dit is nog een pagina uit Fasciculus Temporum. Hier zien we Christus als Salvator Mundi in het midden. De vier circels om hem heen bevatten de namen van de vier evangelisten. De twaalf circels daar weer omheen zijn de apostellen. Werner Rolevinck, 1473.


 photo DSC_7906BeginpaginaKleinOfficieHeiligeMaagdGetijdenboek1469 01.jpg

De beginpagina van het Klein Officie van de Heilige Maagd. Het ‘Klein Officie’ is een gebed voor dagelijks gebruik. Hier is het een deel van het getijdenboek van Margariet Block, 1469.

 photo DSC_7906BeginpaginaKleinOfficieHeiligeMaagdGetijdenboek1469 02.jpg

 photo DSC_7906BeginpaginaKleinOfficieHeiligeMaagdGetijdenboek1469 03.jpg


 photo DSC_7908PaginaKleinOfficieHeiligeMaagdGetijdenboek1469.jpg


 photo DSC_7909VersierdeInitiaalBeginGetijdenVanDeeeuwigeWijsheidGetijdenboek1469.jpg

Versierde initiaal als begin van de Getijden van de eeuwige wijsheid. 1469.


In het volgende artikel uit Trouw, geschreven door Anne Bollmann,
wordt ingegaan op het fenomeen Getijdenboek en op de
‘Getijden van de eeuwige wijsheid’ in het bijzonder.

Kloosterleven, maar dan thuis
Anne Bollmann − 28/06/2008

In en rond Deventer kwam in de veertiende eeuw rond Geert Grote een groep christenen op die in het dagelijks leven het kloosterleven nastreefde. Houvast vonden zij bij een getijdenboek dat hun dag en gebed structureerde.

In de late middeleeuwen, temidden van voortdurend dreigende oorlog, pest en hongersnood, kwam de Moderne Devotie op. Mensen wilden op een directe en individuele manier dichter bij God komen. Geert Grote (1340-1384) leidde deze religieuze hervormingsbeweging, die vanuit de IJsselstreek het religieuze leven in de Nederlanden en in de Duitstalige gebieden ingrijpend veranderde.

Met een getijdenboek in de volkstaal heeft Grote de leek die geen Latijn kende maar wel een grote behoefte aan spirituele verdieping had, een leidraad gegeven om zelf actief deel te nemen aan de eigentijdse gebedscultuur.

Als hulpmiddel om de participatie van de leken in het spirituele leven te ordenen en te kanaliseren heeft het getijdenboek van Grote een enorme verspreiding gekend. Het is het meest gelezen Middelnederlandse boek geweest. Meer dan achthonderd exemplaren zijn bewaard gebleven, waarvan ongeveer driehonderd handschriften het onderdeel ’de Getijden van de Eeuwige Wijsheid’ bevatten.

Een getijdenboek is een verzameling van gebedsteksten die naar vorm en inhoud nauw aansluiten bij het officiële gebed van de kerk zoals dat met name in kloosters gebeden werd (en nog wordt). Voor de middeleeuwers gold het kloosterleven als het christelijke leven bij uitstek; leken die iets meer aan religie wilden doen, gingen dus kloostergebruiken imiteren, zonodig in een handzame vorm, zoals in dit geval.

Het getijdenboek structureert de gebedscultuur op het ritme van de dag, de week en het jaar. Leidraad is het liturgische dagschema van de acht vaste momenten die „getijden” worden genoemd. De vierentwintig uren van de dag zijn verdeeld in tijdseenheden van drie uur: de metten (middernachtelijk gebed, 24.00 uur), de lauden (morgenlofprijzing, 3.00 uur), vervolgens de vier gebedstijden die het eerste (priem), derde (terts), zesde (sext) en negende (noon) uur kenmerken en de dag van 6.00 tot 15.00 uur indelen. Om 18.00 uur volgt de avondlofprijzing (vespers) en om 21.00 uur rondt de dagsluiting (completen) de dag liturgisch af.

In werkelijkheid is deze strakke dagindeling nooit strikt gevolgd, maar telkens aangepast aan het spirituele leven van de gemeenschap in parochiekerk, lekenconvent, klooster of kapittel. Op de vaste gebedstijden werden de kerkklokken geluid. Terwijl kloosterlingen op deze tijdstippen baden in de kerk, zeiden de leken een kort gebed (een schietgebedje of onzevader). Op die manier gaven de getijden structuur aan het geloofsleven van de christenen.

De Getijden van de Eeuwige Wijsheid zijn een vertaling en bewerking van de Cursus de Aeterna Sapientia. De dominicaan Heinrich Seuse (1295-1366) had, geïnspireerd door zijn intensieve meditatie over de lijdende Christus, deze tekst geschreven om ook anderen te motiveren tot een vernieuwing van hun levensgevoel door middel van de verinnerlijking van hun spirituele beleving en ervaring. De Cursus de Aeterna Sapientia is een voortvloeisel uit de mystieke godservaring van Heinrich Seuse na zijn innerlijke ommekeer (conversio). In visioenen en dromen maakte God hem duidelijk dat de lijdende Christus – de Eeuwige Wijsheid – als de belichaming van het Goddelijke het antwoord op al zijn vragen was. De Getijden van de Eeuwige Wijsheid richten zich met name op de mystieke verinnerlijking van het woord van God, het zich openen voor de ervaring van Zijn troost, liefde (minne) en genade.

De ritmische tekst verwoordt in veel variaties het verlangen naar de liefde Gods en de emoties op het moment van het genot van die liefde. Centraal staat de vreugde van de ziel die door God wordt bemind. De Eeuwige Wijsheid onttrekt de mens aan zijn aardse bestaan en zorgt dat gevoelens van angst en onmacht naar de achtergrond verdwijnen. Maar de mystieke vereniging met God is onmogelijk zonder de kennis en het intensieve beleven van het lijden van Christus. De passiemeditatie speelt in de Getijden van de Eeuwige Wijsheid dan ook een belangrijke rol: ’Plaats mijn minne der wijsheid in uw wonden*in de tekens van uw pijnen, opdat ik verder moge vorderen in u*’

Geert Grote herkende in het bekeringsverhaal van Seuse veel van zijn eigen conversio. Zelf veranderde Grote van een welgestelde en hooggeleerde patriciërzoon in een man die in vrijwillige armoede een godgewijd leven leidde, zonder hang naar wereldse dingen. Door eenzelfde verlangen naar diepe geestelijke verinnerlijking bewogen ging Grote tijdelijk het klooster in voor intensieve meditatie.

Door de Getijden van de Eeuwige Wijsheid van Seuse op te nemen in zijn getijdenboek heeft Grote de op zich nuchtere en op ascese gerichte vroomheid in de Noordoostelijke Lage Landen een uitzonderlijk mystieke tint gegeven. In een wereld van voortdurende crises beantwoordden de Getijden van de Eeuwige Wijsheid aan het verlangen van de christenen naar zingeving en zelfvinding. In dit opzicht verschilt de middeleeuwse mens niet van de mens in het begin van de eenentwintigste eeuw.

Anders dan de meeste andere getijden zijn de Getijden van de Eeuwige Wijsheid niet gebonden aan een bepaald moment in het gebedsschema of aan een bepaalde situatie in het geloofsleven, maar zijn ze flexibel inzetbaar. Mede hierom zijn de Getijden van de Eeuwige Wijsheid bijzonder geschikt voor het gebruik in de hedendaagse, geseculariseerde cultuur. De gebedsteksten nodigen uit tot meditatief lezen om daarmee de persoonlijke geloofservaring te intensiveren.

Anne Bollmann is mediëviste aan de Rijksuniversiteit Groningen en bij het Antwerpse Ruusbroecgenootschap.