Kunstvaria

24 kunstpareltjes.
Van alle tijden.
Geniet!


Alfred Stevens, In memoriam, 1858 – 1861.

Dit werk was hier al eens te zien maar het is zo prachtig.


Anselm Kiefer, Man under a pyramid, 1996.

Eigenlijk nooit lichtvoetig, altijd zwaar.


Battle of Pollilur, Seringapatam, Mysore, India, after 1780.


Dirck van Baburen, Singing young man, 1622, Oil on canvas.

Olie op doek.


Edvard Munch, Vampire II, Lithograph and woodcut in colors, 1895 – 1902.

Lithografie en houtsnede.


Elias Goldensky, Portrait of three women, circa 1915.

Twee hele mooie foto’s op een rij.
De techniek is de zogenaamde platinum print.
Eigenschap van deze techniek zijn de hele zachte tonen.


Frederick H. Evans, A sea of steps, Stairs to Chapter House, Wells Cathedral, 1903, Platinum print.

Een zee van treden. Wells Cathedral, Somerset, Engeland.


Guercino (Giovanni Francesco Barbieri), Lot and his daughters, circa 1650, Oil on canvas.


Henri Matisse, Back IV (Nu de dos, 4eme etat), Conceived in Nice, 1930.


Jackson Pollock, One (Number 31), 1950.


James A. M. Whistler, Nocturne, Venice, 1879 – 1880.


Jan Gossaert, Virgin and Child, 1527 – 1530.


Johannes Vermeer, De geograaf, 1669.


Jean Hey, Nativity au Cardinal Jean Rolin, vers 1480, Huile sur bois.

Kersttafereel, Het begint alweer tijd te worden.


Jorge L. March, El mundo de la tauromaquia, 2002, Oil on canvas.


Juan Gris, Livre pipe et verres, 1915.


Olafur Eliasson, One-way color tunnel, 2007.


Pablo Picasso, The acrobat, January 30, 1918, Oil on canvas.


Pierre Soulages, Brou de noix sur papier, 1946.

Twee werken van Pierre Soulages.

Pierre Soulages, Peinture, 1970.


Rembrandt Harmensz van Rijn, David playing the harp before Saul, 1630 – 1631, Oil on oak wood.


Rembrandt van Rijn (claimed), Tobias and his wife, 1659, Oil paint on panel.

Sinds kort toegeschreven aan Rembrandt door het
Boymans van Beuningen.


Roy Lichtenstein, Ohhh…..Alright, 1964, Oil and magna on canvas.


Vincent van Gogh, Bridge over the Seine at Asnieres, 1887.

En Vincent sluit vandaag de rij weer, zoals zo vaak.


Kunstvaria

Ik probeer wat achterstand weg te werken.
Dus behoorlijk wat werken in deze log.
Heel uiteenlopende oorsprong, verschillende technieken,
van heel mooi naar nog mooier.


Ahmed Alsoudani, Baghdad I, 2008.

Ik vind dit bijna een plafondschildering.
Het blauw midden onder is de open lucht.
De andere figuren torenen boven elkaar uit tegen
de binnenwand van een koepel of iets dergelijks.


Chihongo face mask, Chokwe peoples, Democratic Republic of the Congo or Angola, Late 19th – early 20th century.

Masker uit Congo of Angola.


Chinese celadon elephant, Ming Dynasty, 1368 – 1644.

‘Celadon’ is een naam voor een pottenbakkerstechniek
die een groen, groenblauw keramisch resultaat geeft.
Vooral populair in China omdat het een idee van jade creeert.


Edward Hopper, Night shadows, 1921 (etching, ets).

Weer eens iets heel anders dan een schilderij van Hopper: een ets.


Francis Picabia, Hera, circa 1929.

Wikipedia

Hera is een figuur uit de Griekse mythologie. Zij was de dochter van de titanen Kronos en Rheia, en derhalve de zuster van Zeus, de koning van hemel en aarde en tevens diens gemalin. Ze is de beschermster van het huwelijk.

 


Gilt bronze figure of Amitayus, Tibet, 14th century.

Amitayus: boeddha van Lang Leven.
Verguld bronzen figuur uit Tibet.


Herman Maril, Red boat, 1959.

Dit is de eerste keer dat ik een werk van Herman Maril zie.
Als al zijn werken zo evenwichtig van kleur zijn
wil ik er ook wel eens een paar in het echt zien.


Imperial painting, Set of seventeen paintings commemorating the victories of the Muslim rebellion in the Northwest, Qing Dynasty, Guangxu period.

Keizerlijk schilderij.
Een uit een set van 7 schilderijen.
Gemaakt ter gelegenheid van de overwinning op de moslimrebellen
in noordwest China.


Jan J. Schoonhoven, Relief, 1963.

Ongelofelijk hoeveel kleur er in wit zit.


Leo Monahan, Rabbit color wheel.

Deze beeldhouwer werkt alleen met papier.
Ik zag meerdere van dergelijke kleurwielen.
Met dierfiguren als uitgangspunt.
Leuk zijn hier ook de witte staartjes.
Op een ander voorbeeld dat ik zag sprongen
de witte slagtanden van de olifanten er prachtig uit.


Marc Chagall, Der Spaziergang, 1917.


Markus Lupertz, Untitled, 1973.


Max Beckmann, Self portrait with champagne glass, 1919.


Pablo Picasso, The rape of the Sabine women (After David), 4 – 5 and 8 november 1962.


Panel with a seated ruler in a watery cave, Panel 3, Cancuen, Guatemala, Limestone.

Kalkstenen paneel met afbeelding van een zittende heerser
in een grot met water. Afkomstig uit Cancuen, Guatemala.


.Per Kirkeby, Flucht nach Agypten, 1996

Was hier al eens eerder te zien.
Fascinerende kleuren bij een bijzonder bijbelverhaal.


Pietro Annigoni, Queen Elizabeth II, 1969.

Mijn eerste idee was: wat lijkt Elizabeth veel op haar zusters.


Rudolf von Alt, View of Budapest with Chain Bridge and the Royal Palace, circa 1880, Watercolour.


Stanley William Hayter, Expansion, 1970.

Indrukwekkend wat je allemaal kunt doen met slechts 1 kleur.


Toon Oomen, Zonder titel.


Vincent van Gogh, The cottage under the trees, 1885.

De boerderij onder de bomen.Drenthe of Nuenen?


 

Matisse tot Malevich

Vanwege het beginrijm een mooie titel voor een tentoonstelling
alleen dekt hij de lading niet.
Ja er zijn werken van Matisse en ook van Malevich (al komt
bij de naam niet gelijk een plaatje tevoorschijn in mijn gedachten).
Eigenlijk gaat de tentoonstelling over kleur en vorm.
Wie van de twee is de belangrijkste?
Beter gezegd: hoe ontwikkelt het denken over deze twee thema’s zich
rond 1900 in de kunstwereld.
Frankrijk was toen het centrum van de opwinding rond de kunst
en in Rusland waren er een paar rijke kopers die een groot
aantal werken kochten.
Door het communisme waren de werken voor lange tijd
letterlijk en figuurlijk uit beeld.
Nu vertegenwoordigen ze een van de belangrijke kernen
van de verzameling van het Hermitage in St. Petersburg.


Toeganskaartjes.


Pablo Picasso, De absintdrinkster, 1901.

Voor mij een van de hoogtepunten.
Een prachtig schilderij waarbij door van weinig verf gebruik te naken
het gezicht een heel bijzonder effect krijgt.


Maurice de Vlaminck, Small town on the Seine, 1909.

Van alle schilderijen kan gezegd worden dat de prachtige kleuren
verrassend waren. De kleuren spatten van het doek af.
De foto’s doen de werken in die zin absoluut geen recht.

Hier is het de spiegeling van het dorp in het water wat mijn aandacht trekt.


Kees van Dongen, Lady in the black hat, 1908.

Voor mij het hoogtepunt van de tentoonstelling.
Vooral het felle groen op de kin is de moeite van een bezoek waard.


Henri Matisse, De rode kamer, 1908.


Henri Matisse, De jeu de boulesspelers, 1908.

Het eerste schilderij van de tentoonstelling.
Met rood, groen en blauw als hoofdkleuren zet het gelijk de toon.


Henri Manguin, Composition VI, 1913.

De afbeelding dompelt bijna onder in de kleur.


Heel, heel verfijnd: Amadee Ozenfant, Still life with dishes, 1920.


Alexy Javlensky, Landscape with a red roof, 1911.

De titel wijst naar de kleur van het dak maar de compositie en daarmee
de vormen zijn ook hoogst opmerkelijk.
De avondlucht, samen met de boom, splitst haast het werk.


Hier niet vertegenwoordigd met een afbeelding, is het schitterende werk
van Wassily Kandinsky. De kleuren zijn overweldigend.
Onlangs was een van zijn ‘Composities’ hier te zien op mijn web log.
In Amsterdam is er ook een te zien.

Kunstvaria

Kort geleden kreeg ik via e-mail een uitnodiging
voor een tentoonstelling over werk van jonge Nederlandse fotografen.
De tentoonstelling was een samenwerkingsverband tussen
het Nederlands Fotomuseum en het Dutch Culture Centre.
Helaas was de tentoonstelling in Beijing.
Da’s ver van Breda.
Ik heb deze week dus eens wat rondgeneusd op het web
om foto’s van die Nederlandse fotografen te verzamelen
en ze hier te tonen.
Tussen de andere Kunstvaria werken van deze week.


Adam Magyar, Urban flow # 1075.

Deze fotograaf speelt met het element tijd.
De foto’s worden over een langere (sluiters)tijd genomen
en achter de computer worden verschillende foto’s ook nog met elkaar gecombineerd.
Het heeft een heel vervreemdend effect.


Alexa Meade, Curated 1; Anne Goodyear curator of Prints and Drawings, Smithsonian National Portrait Gallery, 2010.

Ook dit werk is een foto.
De nog jonge kunstenares beschildert het object dat voor haar poseert
en doet dat ook met de achtergrond.
Vervolgens fotografeert of filmt ze de voorstelling.
Door de grovere schildertechniek lijkt een drie-dimensionaal beeld
te vervagen naar een tweedimensionaal beeld.
Door alles te beschilderen en te ensceneren heeft ze
controle over schaduwen enzovoorts.
Over vervreemdend gesproken.

Alexa Meade, Writer’s block, 2010.


Antonio Colmenero de Ledesma, Chocolate or an Indian Drinke, Nuremberg, 1644.

Een van de laatste veilingen voor de vakanties
bij een groot internationaal veilinghuis
had de titel ‘Books voor Cooks’.
Boeken voor koks.
Een enorm aantal prachtige boeken (inhoudelijk en qua uiterlijk)
verwisselden daar van eigenaar.
Het had zo uit het pak van sjaalman kunnen komen.
Chocomel.


August Sander, Bauerngeneration, 1912.


Cornelis Cornelisz. van Haarlem, The massacre of the innocents, 1591.

Het eerste echte schilderij van vandaag.
Tot nog toe waren het alleen foto’s en een boek
die in deze log te zien waren.


Edvard Munch, Ashes, 1894.

Toeval bestaat niet maar er is gewoon veel werk van Munch op tournee.
Later dit jaar zal ook de Kunsthal in Rotterdam
een tentoonstelling houden over het werk van Munch.
Dit is een van de belangrijkste werken in het oeuvre van Munch.


Frederick Cayley Robinson, The old nurse, 1926.


Jacques Vontet, L’ art de trancher la viande et touts sortes des fruicts, Francois Basset, 1646 – 1647.

De kunst van het snijden.
Hoe snijdt ik vlees en fruit anno 1650?


Kim Boske, Mapping 4, 2010.

Deze Nederlandse foto spreekt me erg aan.
Realistischer als een foto van een stukje natuur kan nauwelijks.
En toch is deze foto zo bijzonder omdat hij op de grens
van realisme en abstractie balanceert
zonder dat daar digitale technieken en dergelijke bij aan te pas komen.


Kim Bouvy, Serie Phantom City, 2007 – 2010.

Steeds combinaties van twee verschillende foto’s waarbij
elementen van foto een terugkomen in foto twee.


Leonardo da Vinci, Virgin of the rocks, 1491 – 1508.

Na een restauratie van 18 maanden is ze weer te zien.


Anoniem, De verstandige kock of sorghvuldige huyshoudster, Marcus Doornick, Amsterdam, 1669.


Martha Cooper, Art vs transit, South Bronx, 1982.


Michael Kenna, Corridor of leaves, 2006.

Soms zijn foto’s technisch zo mooi (zie de vorige foto)
maar nog knapper is het als je zonder slimmigheden
toch prachtige foto’s kunt maken.
Michael Kenna kan dat volgens mij.

Michael Kenna, Fishing nets, 2006.

Michael Kenna, Huangshan mountains study 1, Anhui, 2008.


Pablo Picasso, Bathers with a toy boat, 1937.


Ryan Hackett, Hyper extension I (5-12-2010 / 6-12-2010), Hyper extension II (5-12-2010 / 6-12-2010).


Saudi Arabia, Mural of a human head, 2nd – 1st century BC.

Saudi-Arabië!!!!


Shane McAdams, Synthetic landscape 13, 2010.

Met balpen.
Als kind was ik al jaloers op mensen die met een potlood of balpen
mooie tekeningen konden maken.
Die mensen zijn er nog steeds.


Tara Donovan, Untitled, 2008.

Het effect van dit werk wordt iets duidelijker, vermoed ik,
als je naar de details gaat kijken.

Tara Donovan, Untitled (detail), 2008.

De eerste foto geeft het idee van een aquarium.
Zou er beweging in het werk zitten?


Victoria Adams, Morning shimmer, 2003.

Deze hedendaagse Amerikaanse schilderes schildert alleen
vergezichten, landschappen met een opkomende
of ondergaande zon.
Past waarschijnlijk volkomen in de smaak van rijke Amerikanen
en tegelijkertijd is het toch niet makkelijk.


 

Kunstvaria

Door alle drukte en activiteiten loop ik erg achter met Kunstvaria.
Mijn vast rubriek is al even niet meer verschenen.
WK voetbal, Wimbledon, de Tour, Noorwegen, Hoorn, het warme weer,….
Voor kunstvaria zit het niet mee.
Vandaag , zoals anders, een mooie serie.


Amadeo Modigliani, Head, 1910 – 1912.

Hierboven een oude foto van het beeld van Modigliani
dat onlangs voor veel geld op een veiling is verkocht.
Hieronder een heel artistieke en nieuwe foto van het beeld.
In close-uo. Mooie foto, maar je ziet natuurlijk maar
een klein deel van het beeld.
Vandaar dat ik deze oudere foto’s heb opgenomen
om het compleet te maken.
Modigliani heeft een aantal sculpturen gemaakt met als thema ‘het hoofd’.
Soms doen die beelden heel Afrikaans aan.

Amadeo Modigliani, Head, 1910 – 1912.

Amadeo Modigliani, Head, 1910 – 1912.


Cornelis Springer, The fishmarket and bridge in Oudewater, 1859.

De vismarkt en brug in Oudewater.


Daniel Haesli, No 98, 2009.

Beeldhouwwerk van nog redelijk jonge kunstenaar.
Afkomstig uit Zwitserland.

Daniel Haesli, No 99, 2009.


David A. Carter, Little Simon, 2004.

Weer eens een heel andere vorm.


El Greco, Pentecost, circa 1600.

Het woord Pentecost heeft een lange geschiedenis die
begint in het Grieks.
Het staat voor ‘Pinksteren’.
De vlammende tongen symboliseren dat op dit werk van El Greco.


Eugene Delacroix, Ecce Homo, circa 1850.

Ecce Homo, Zie de mens.
Een fragment uit het lijdensverhaal van Christus.
Hier in een uitvoering van de altijd broeierige Eugene Delacroix.


Francoise Gilot, Intermezzo.

Partner van Picasso, moeder van twee van zijn kinderen.
Tijdens hun huwelijk maakte ze deel uit van de kunstwerled rond Picasso.


Georg Baselitz, Der Lasterbaum, 1986.

Van hem zien we veel te weinig naar mijn gevoel.


Giovanni Agostino da Lodi, Adoration of the Shepherds, about 1505.

Vandaag veel Bijbelse of religieuze thema’s.
Zoals hier de Aanbidding door de herder.


Hendrick Maertensz. Sorgh, A man seated at a table smoking a pipe and drinking from a stein, 1609 – 1670.

Opgenomen omdat het een Nederlandse schilder (Rotterdam) is.


Henri Matisse, Nu aux jambes croisees, March 1936.


Herman van der Mijn, Grapes, peaches, plums, apricots and a rose in a glass vase on a draped table, 1730 – 1740.

Beetje lange titel:
Druiven, perzikken, pruimen, abrikozen en een roos
in een glas op een tafel met tafellaken.


Joaquin Sorolla y Bastida, Nina en la playa, 1910.

Kijk eens hoe prachtig het water geschilderd is.
zeker op een droge en warme dag als vandaag
heeft dat extra aandacht.


John James Audubon, Great blue heron, 1826 – 1838.


Max Beckmann, The journey, 1944.

Wat doen de muziekinstrumenten op deze reis?


Max Ernst, La Horde / Die Horde, 1927.


Olafur Eliasson, Your atmospheric colour atlas, 2009.


Pablo Picasso, The blue room (The tub), 1901.


Pablo Picasso, Woman ironing, 1904.

Stijkende vrouw.


Paul Gauguin, Arii Matamoe, The Royal End, 1892.


The Master of the Misericordia, The Madonna and Child with Saints John the Baptist, Dominic and other Saints, Mid 14th Century.


William Dyce, Welsh landscape with two women knitting, 1860.

Landschap in Wales met twee breiende vrouwen.


Zeng Fanzhi.


 

Kunstvaria


Toegeschreven aan Andrea Mantegna, Heilige Sebastiaan, rond 1500.


Arshile Gorky, Waterfall, 1943.


Aspen Mays, Einstein rainbow 1, 2009.

Een combinatie van fotografie en wetenschap.
De Einstein rainbow is een regenboog die bestaat
uit wetenschappelijke boeken door Einstein geschreven.


Cy Twombly, Untitled, 2007.


Dionysos torso, plaats van herkomst en datering onbekend bij mij.


Edward W. Quigley, Peas in a pod, rond 1935.

Fotografie en eten.


Fang Jijun, The 39th of Mary, 2006.

Westerse thematiek door oosterse ogen.


Frank Stella, Bam, 1966.

Wat een kleur!


Georges Seurat, The Channel at Gravelines, Petit Fort-Philippe, 1890.


Georgia O’Keeffe, Series I, No 4, 1918.

Wat een kleur!


Gerrit Adriaensz Berckheyde, Gezicht op het stadhuis, Grote markt Haarlem, 1661.


Longbin Chen, Mao, 2009.

Beeldhouwwerk gemaakt van telefoonboeken.


Gemaakt door Jean II Barraband naar een ontwerp van Beauvais, Die audienz beim Kaiser von China, rond 1715.

Er komt maar weinig echt Chinees voor op dit tapijt.
Kijk maar eens naar de Chinese keizer in het midden.
Westerse motieven met een Chinese persoon in het midden.

Jean II Barraband, Beauvais, de keizer van China, detail.

.Jean II Barraband, Beauvais, Chinees aardewerk, detail.

Jean II Barraband, Beauvais, Chinese architectuur, detail.


Onlangs ontdekt: Maya, Seignior glyphs, 708 AD.

Maya taal gebeeldhouwd in een muur.


Michael Thompson, Julianna Moore, photografed as the ‘Grand Odalisque’ a painting from Ingres.

Foto van een reconstructie van het beroemde schilderij van Ingres ‘Grand Odalisque’.


Pablo Picasso, Le baiser (The Kiss), October 26, 1969.


Paul Gauguin, Deux femmes, 1902.


Quentin Massys, Die Steuereintreiber, 1500 – 1525.

De schilder staat ook bekend als Quentin Matsys.
Een prachtig schilderij.
De belastinginners.
Vooral de details zijn fantastisch.
Kijk zelf maar:

Quentin Massys, Die Steuereintreiber.

Quentin Massys, Die Steuereintreiber.


Roman de la rose, 1475.

Populair Middeleeuws verhaal hier verbeeld met miniatuur.


Steve Macleod, The island of the fay, 2009.

‘The island of the fay’ is een Engerlstalig sprookje door Edgar Allan Poe.

Korte samenvatting volgens Boekmeter.nl:

Het verhaal begint met een korte uiteenzetting waarbij de naamloze verteller verklaart dat muziek een van de enige kunsten is die men op zichzelf het beste kan apprecieren. Zij heeft geen nood aan medegetuigen. Hetzelfde kan volgens hem gezegd worden over de natuur. De verteller dwaalt dan in gedachten af naar een denkbeeldig eiland.


The Singh Twins, The killing game, 2002.

Deze afbeelding was eerder hier op mijn blog te zien.
Alleen ging het toen om het originele miniatuur.
Hier de moderne bewerking van The Singh Twins.


Unknown maker, perhaps a pupil of Lysippos, Statue of a victorious youth, 300 – 100 BC.

Een jongeling die een overwinning viert, een soort Olympische held.


Wassily Kandinsky, Holland Strandkorbe, Mai – Juni 1904.

Hollandse strandstoelen door Kandinsky.


 

De laatste kunstvaria voor 2009


Andy Harper, Towards a new psychology, 2006.

Ik zou van deze stijl geen kamer vol moeten hebben.
Maar soms zijn ze erg geslaagd.
Hier betreft het een olieverf-werk maar je ziet deze stijl
ook veel in de videokunst.


Attributed to Giacomo Cozzarelli, Pieta with St. Giovanni and Maria Magdalena, the artist lived from 1453 – 1515.

We zwieren door de tijd vandaag
met een extra lange kunstvaria.
22 werken!
Waarvan slechts 2 van een en dezelfde kunstenaar zijn.
Dit werk is waarschijnlijk van Giacomo Cozzarelli.


Attributed to the Persephone Painter, Helen and Menelaos at the sack of Troye / Youth departing, 440 – 420 BCE.

Ook Wikipedia biedt niet veel als het er om gaat te achterhalen wie of wat
nu precies de Persephone Painter is:

The Persephone Painter, working from about 475 to the 425 BCE, is the pseudonym of an ancient Attic Greek vase-painter, named by Sir John Beazley after investigating a red-figure bell-krater vase of the artist’s work. This namepiece of the Persephone Painter currently resides at the Metropolitan Museum of Art in New York City. The subject matter includes a mythological scene of the return of Persephone from Hades.The Persephone Painter is known for his close relationship to the Achilles Painter, through whose workshop the Persephone Painter passed.There are currently 26 works attributed to the Persephone Painter and these include both large and small vases.

Het is duidelijk dat men in de oudheid zijn werk niet ondertekende.
Soms herkennen wetenschappers in een aantal anonieme werken
dezelfde maker.
Dan krijgt die maker vaak de naam van zijn ‘belangrijkste’ werk.
Hier gaat het om een Griekse vazenschilder.
Sir John Beazley heeft hem deze naam gegevennaar aanleiding van een scene op een van zijn werken:
de terugkeer van Persephone van de Hades (onderwereld).
Volgens de kenners is zijn werk verwant aan dat van de Achilles Painter.
Er wordt aangenomen dat de Persephone Painter les kreeg
in het atelier van de Achilles Painter.
Er schijnen 26 vazen, groot en klein, met beschilderingen van zijn hand
bekend te zijn.
De ‘sack of Troye’ staat in het Nederlands voor het verlies van de stad Troye.


Edward Hopper, Cap Cod morning, 1950.


Emil Nolde, Blumgarten, 1917.

Prachtig!
Maar met een heel triest verhaal van gestolen Nazi-kunst
dat pas dit jaar tot een oplossing is gekomen.


George Segal, Dumpster, 1994.

Deze moderne kunstenaar maakt in een museum vaak
driedimensionale replica’s van situaties uit het hedendaagse leven.
Hier een huisvuil verzamelpunt.
Mooie omschrijving voor vuildumpplaats.


Giovanni Francesco Barbieri (ook wel Guercino genoemd), David with Goliath’s Head, 1617.


Gustave Courbet, The gust of wind, 1865.

Een zucht van de wind.


Joao Castilho, naam van het werk bij mij niet bekend.

Ik ben niet zo’n liefhebber van mensen die foto’s
gaan bewerken met kleur of er een collage van maken.
In dit geval echter vind ik het heel geslaagd.


Joaquin Sorolla, Cosiendo la vela, 1896.

‘Cosiendo la vela’ betekent denk ik ‘het naaien van het zeil’.


Joe Feddersen, Stealth, 2006.


Lucian Freud, Double portrait, 1980 – 1990.


Lucio Fontana, Concetta spaziale, Sole in Piazza San Marco, 1961.


Maurice de Vlaminck, Tugboat on the Seine, Chatou, 1906.

Een duw- of trekboot op de Seine.


Mick Rock, Queen, 1974.


Pablo Picasso, Woman in a peplos, 1923.


Patrick Wilson, Pepper jelly (Slow food), 2009.

Op een tentoonstelling met de naam Slow Food,
dat verwijst naar een beweging in de kookkunst
die terug gaat op oorspronkelijke smaken en bereidingswijzes van eten.
Op die tentoonstelling hangt ook dit werk
waarmee men probeert de waardering voor abstracte kunst
een nieuwe impuls te geven.


The Nuremberg Mahzor, 1331.

Ook hier biedt Internet weer uitkomst (Reformatorisch Dagblad):

De Neurenberg Mahzor
Dit is een uit de middeleeuwen daterende codex (boek)
met de hand geschreven gedichten en gebeden
voor het hele Joodse jaar en de levenscyclus.
In het laboratorium is een halfjaar lang aan de restauratie gewerkt.
De Neurenberg Mahzor dateert uit augustus 1331.
De beschermheer, Jozua, de zoon van Isaak,
bestemde het boek oorspronkelijk voor particuliere studie
en gebruik in de synagoge.
Het 26 kilo wegende manuscript heeft zijn naam te danken
aan de stadsbibliotheek van Neurenberg,
waar het tot het begin van de negentiende eeuw bewaard werd.
Het boek is niet helemaal compleet.
Elf van de 528 bladen werden uit het boek getrokken
door waarschijnlijk soldaten van het napoleontische leger.
Van de missende bladen doken er honderd jaar later weer vijf op in Frankfurt.
Vier ervan werden in de jaren dertig van de vorige eeuw
gekocht door de Duits-Joodse zakenman,
uitgever en boekverzamelaar Salman Schocken.
In 1951 wist Schocken het hele boek in bezit te krijgen
in het kader van de naoorlogse restitutie van eigendommen
die in de Tweede Wereldoorlog verloren gingen.
Gedurende meer dan vijftig jaar verbleef het gebedenboek
in het Schocken Instituut in Jeruzalem.
Daar was het niet toegankelijk voor het publiek.
Nu wordt het getoond op een tentoonstelling.


Tullio Crali, Le forze della curva, 1930.


Vasily Kandinski, Dominant curve (Courbe dominante), april 1936.


Xavier Veilhan, The architects’ model, 2009.


Xavier Veilhan, The large carriage, 2009.


 

Kunstvaria


Alberto Giacometti, Three men walking.


Chrysoprase snuffbox with diamonds and carnelians, 1765.

Carnelian of cornelian is een edelsteen met een rode kleur.
Chrysoprase is een groene edelsteen.
Snuifdoos.


Constantin Brancusi, La muse endormie, 1910.


Edouard Manet, Still life with bag and garlic1862.

Stilleven met een zak en knoflook.


Franklin Wing, Bip chasse le papillon.

Bip (Marcel Marceau) achtervolgt een vlinder.


Franz W. Seiwert, City and country, 1932.


Joaquin Sorolla, The white boat, Javea, 1905.

Prachtige spiegeling in het water.


Johann Hermann Knoop, 1700 – 1769.

Naast op een veiling met voormalige bezittingen van Marcel Marceau,
belandde ik op een veiling met botanische boeken.
Een van die boeken had de vruchten tot onderwerp.
Hiervan een pagina met appels ed.
De kwaliteit van de foto is helaas niet zo goed.


Marco A. Cruz, Blind musician outside the clothing store “High Life” in Mexico City, 1987.

Foto van een blinde straatmuzikant voor een warenhuis in Mexico City.
Het warenhuis heet ” High Life” wat zoveel als het goede leven betekent.
In de kledingzaak hangt een foto van een paar grote, open ogen.


Masque Songye, Republique Democratique du Congo.


Oskar Kokoschka, Two nudes (Lovers), 1913.


Pablo Picasso, Composition A la mandoline.


Pablo Picasso, Deux femmes nues.


Paolo Veronese, The Petrobelli altarpiece, Dead Christ supported by angels, circa 1563.

Deel van het Petrobelli-altaarstuk.
Het is het bovensteen deel.
Centraal zie je de dode Christus.
Een belangrijke afbeelding in de Christelijke cultuur.
Engelen ondersteunen het lichaam.
Er staan verschillende soorten engelen op deze schildering:
engelen die het lichaam ondersteunen, putti die de instrumenten
van het lijden dragen (doornekroon, spijkers, gesel), cherubs
en aartsengel Michael (niet te zien op dit deel).
Waarschijnlijk staan de drie kleuren van de kleding
van de engelen voor de waardes: geloof, hoop en liefde.
Er staan planten op het schilderij:
met bloemen, vruchtdragend en met verdorde vruchten.
De levenscyclus.
Druiven als symbool voor de wijn in de eucharistie,
symbool voor het offer van Christus.
De perzik staat voor de redding en de de overwinning.


Paul Cezanne, Fruits, serviettes et boite a lait, 1880.


Pierre Bonnard, Montmartre in the rain, 1897.

Dit is een recente aankoop van het Van Gogh-museum in Amsterdam.
Prachtige, gedurfde kleur van het weerspiegelende licht
op de natte straat. Prachtig!.


Walker Evans, Damaged, West Virginia, 1935.

De naam (?) van deze foto ken ik niet maar als ik er een moet geven
dan zou het ‘Damaged’ zijn: beschadigd.


Willem van de Velde the younger, English warships heeling in the breeze offshore, 1673 – 1707.


 

Top werken uit Picasso in Den Haag

Gisteren heb ik eens rustig in bad de catalogus doorgenomen.
Heel leesbaar.
Prachtige illustraties.
De mooiste, dat wil zeggen, naar mijn smaak,
breng ik vandaag samen in deze web log.
Veel plezier!
Op volgorde van ontstaan.

Pablo Picasso, De karige maaltijd, 1904.

Einde blauwe periode.

Pablo Picasso, De familie of Ouders met kind, 1904.

Pablo Picasso, Stilleven met glazen en vruchten, 1908.

Opmaat naar het Cubisme.

Pablo Picasso, Stier en paard, 1921.

Pablo Picasso, Portret van Olga met bontkraag, 1923.

De etsplaat,

Pablo Picasso, Portret van Olga met bontkraag, 1923.

De afdruk,

Pablo Picasso, Stierengevecht, 1935.

Pablo Picasso, Vrouw met artisjok, 1941.

Pablo Picasso De Uil, 1952.

Pablo Picasso, Groot vrouwenhoofd met hoed, 1962.

Pablo Picasso Hoofd van een vrouw met hoed, 1962.

Pablo Picasso, Musketier en Amor, 1969.

Villa Grisebach

Ik had nog nooit van dit veilinguis gehoord,
maar ze specialiseren zich in 19de en 20ste eeuwse fotografie.
Er komt een veiling aan en dit is
wat ze zoal gaan verkopen:

Robert Doisneau: Les pains de Pablo Picasso, 1952.

William Gottlieb: Billie Holiday, 1940.

Martin Munkacsi: Fred Astaire, 1936.

Fritz Henle: Nieve, Die Otomi Indianerin aus Mexico, 1943.

Eva Besnyo: Alkmaar, in de jaren ’30.

Clarence Sinclair: Greta Garbo in The Kiss, 1929.

Astrid Kirchherr: John Lennon, 1960.

Aart Klein: Duiven in Brussel, Bomen in de polder, 1965

William Gottlieb: Frank Sinatra, 1947.

400 jaar Don Quichote

PabloPicassoDonQuichot1955

Pablo Picasso, Don Quichot, 1955.


Bij deze afbeelding kwam ik het volgende artikel tegen over deze Spaanse held:

Don Quixote at 400: Still Conquering Hearts

By ILAN STAVANS

The Knight of the Sorrowful Countenance is turning 400. By some accounts, the first part of Don Quixote, Miguel de Cervantes’s masterpiece, was available in Valladolid by Christmas Eve 1604, although Madrid didn’t get copies until January 1605. Thus came to life the “ingenious gentleman” who, ill equipped with antiquated armor “stained with rust and covered with mildew,” with an improvised helmet, atop an ancient nag “with more cracks than his master’s pate,” went out into a decaying world where there were plenty of “evils to undo, wrongs to right, injustices to correct, abuses to ameliorate, and offenses to rectify.”

Cervantes catches a glimpse of the down-and-out hidalgo at around 50, the prime of one’s life by today’s standards but a synonym of decrepitude during what was considered Spain’s “Golden Age,” an appellation Cervantes complicates. The protagonist, we are told, is weathered, his flesh scrawny, and his face gaunt. We know nothing of his childhood and adolescence and only a modicum about his affairs, including that too little sleep and too many chivalry novels have addled his brain.

Almost 1,000 pages later, Don Quixote (or Alonso Quixada or Quexada, some names Cervantes gives to the hidalgo) lies on his deathbed. Finally, well into the second book, issued in 1615, Don Quixote dies — but only after an impostor, Alonso Fernxc3xa1ndez de Avellaneda, impatient that Cervantes kept procrastinating, brought out an unofficial second part that pushed the author to complete his work. Cervantes may also have been sensing that his own demise, which came in April 1616, was close.

About to die the exemplary death, Don Quixote is nevertheless consumed by the grief of countless defeats and frustrated in his impossible mission to see his beloved Dulcinea of Toboso. Is he wiser? Disenchanted? Does he die of melancholia? The limits of age?

“Don Quixote’s end,” we are told, “came after he had received all the sacraments and had execrated books of chivalry with many effective words. The scribe happened to be present, and he said he had never read in any book of chivalry of a knight errant dying in his bed in so tranquil and Christian a manner as Don Quixote, who, surrounded by the sympathy and tears of those present, gave up the ghost, I mean to say, he died.”

Don Quixote might be dead, but his ever-ambiguous ghost lives on. His admirers — and, in unequal measure, detractors — are legion. Operas, musicals, theatrical and film adaptations, as well as fictional recreations keep piling up: Laurence Sterne was inspired by Don Quixote’s misadventures when writing Tristram Shandy; Gustave Flaubert paid homage to him in Madame Bovary, as did Fyodor Dostoyevsky in The Idiot. Isaac Bashevis Singer’s “Gimpel the Fool” can be read as a reimagining of the knight’s simplicity. And so on.

Then there are the multilayered interpretations of Don Quixote’s pursuit. Anybody that is somebody has put forth an opinion, from Miguel de Unamuno, Josxc3xa9 Ortega y Gasset, Salvador de Madariaga y Rojo, and Amxc3xa9rico Castro, to name a handful of Iberians first, to Samuel Johnson, Denis Diderot, Franz Kafka, Thomas Mann, Lionel Trilling, and Vladimir Nabokov. Over the years, Don Quixote has been a template of the times: The 18th century believed the knight to be a lunatic, lost to reason; the Victorians approached him as a romantic dreamer, trapped, just like artists and prophets, in his own fantasy; the modernists applauded his quest for an inner language; the postmodernists adore his dislocated identity. Psychiatrists have seen him as a case study in schizophrenia. Communists have turned him into a victim of market forces. Intellectual historians have portrayed him as a portent of Spain’s decline into intellectual obscurantism.

Some scholars call Don Quixote the first modern novel, a bildungsroman that traces the arch of its protagonist’s life and the inner transformation to which it gives room. In the spirit of Erasmus of Rotterdam’s In Praise of Folly, parody reinforces the divide between the life of the mind and the strictures of society. Others stress the novel’s irony, the multiple voices and blurring of fiction and reality — the latter an aspect that Gabriel Garcxc3xada Mxc3xa1rquez would pay tribute to in One Hundred Years of Solitude. Don Quixote is one of the first characters to comment on his own readers (“for me alone was Don Quixote born,” Cervantes writes in the second book, in response to the publication of the sham version); he is caught at the turning point of the Enlightenment, between the secular and the religious, reason and belief. Detractors argue that Cervantes is a careless stylist and a clumsy plot-builder, pointing out the fractured nature of the novel, the endless repetitions.

No doubt all that would have come as a surprise to Cervantes himself, a tax collector with a tarnished reputation, a soldier whose old battleground glories and often pathetic dreams of literary success kept him alive. He envied Lope de Vega, the dramaturge of 1,000 comedias, and was looked down upon by the snobbish literary figures of his day. In short, Cervantes was an outcast. Indeed, in spite of all the hoopla, he remains one in Spain, perhaps because Spaniards today still don’t know what to make of him. In Madrid the house of de Vega has been turned into a museum; the one nearby where Cervantes wrote has been sold time and again, commemorated by a miserable plaque.

One wonders: Would Don Quixote pass the test and be published in New York today? I frankly doubt it. It would be deemed what editors call “a trouble manuscript”: too long, the story line problematic, the plot stuffed with too many adventures that do too little to advance the narrative and too many characters whose fate the reader gets attached to but who suddenly disappear. And that awkward conceit of a character finding a book about himself! The style! Those careless sentences that twist and turn!

The first part of Cervantes’s manuscript was sent (possibly under the title of El ingenioso hidalgo Don Quixote de la Mancha) to the Counsel of Castilla for permission to print it. It then went to the Inquisitorial censors for approval. Around August 1604, Cervantes tried in vain to enlist a celebrity to compose a poem eulogizing his protagonist, as it was the custom of the time to include such praise at the outset of a novel. He failed, his narrative considered too lowbrow, and composed his own poems.

For all that, the first part of the novel was successful early on. The initial printing of some 1,800 copies was quickly insufficient, and new editions were issued (including one in English in 1612). By the time the second part was released in 1615, Don Quixote was a best seller. The parodic quality of the novel, the way it pokes fun at erudition and paints love as the only redemption for the heart, enchanted readers. As did Cervantes’s digressions on his country’s delusions of grandeur.

In my personal library, I have some 80 different versions, including ones produced for children, as well as translations into Yiddish, Korean, Urdu, and part of the novel that I translated into Spanglish. I guess my collection is proof of my passion. I can’t think of a book that better illustrates the tension between private and public life, one that speaks louder to the power of the imagination in such an ingenious, unsettling fashion. If ever I wanted to live my life like a literary character, it would be as Cervantes’s sublime creation.

As the forerunner of antiheroes and superheroes, Don Quixote, with his flawed aspirations, may n
ot subdue giants or imaginary enemies like the Knight of the Wood, but he continues to conquer hearts, precisely because he is so ridiculous, inhabiting a universe of his own concoction. He is the ultimate symbol of freedom, a self-made man championing his beliefs against all odds. His is also a story about reaching beyond one’s own confinements, a lesson on how to turn poverty and the imagination into assets, and a romance that reaches beyond class and faith.

Some authors are so influential that their names have been turned into adjectives: Dantean, Proustian, Hemingway-esque. But how many literary characters have undergone a similar fate? “Quixotic,” “quixotism,” and “quixotry,” according to the Oxford English Dictionary, are all related to “Quixote,” “an enthusiastic visionary person like Don Quixote, inspired by lofty and chivalrous but false or unrealizable ideals.”

To be an underdog, to be a fool content with one’s delusions, is that what modernity is about? Or is it the impulse to pursue those delusions into action? Undoubtedly we will continue asking ourselves those questions as the enthusiastic visionary starts his fifth century, still as vibrant and mischievous, as resourceful and controversial as ever.

Ilan Stavans is a professor of Latin American and Latino culture at Amherst College.

Meer van dit moois kom je tegen op de volgende site: http://aldaily.com/

PabloPicassoDonQuichot1947

Pablo Picasso, Don Quichot, 1947. Welke van afbeeldingen in dit bericht is echt van Picasso? Misschien beide?