India 24/25: Patna, dag 1 – Bihar Museum 2

– over twee eeuwen, één Boeddha –

Inleiding

Beide Boeddhabeelden in dit bericht,
die ik kort na elkaar fotografeerde in het Bihar Museum,
stammen uit de Pala-periode (8e-12e eeuw CE).
Deze periode ontleent haar naam aan de Pala-dynastie,
die grote delen van Oost-India bestuurde.
Onder haar bewind groeide Bihar uit tot een belangrijk centrum
van het boeddhisme.
In dezelfde periode beleefden beroemde kloosteruniversiteiten als Nalanda,
die ik later tijdens deze reis zou bezoeken, hun bloeitijd.

De twee beelden vormen een interessante vergelijking.
Hoewel zij ongeveer twee eeuwen van elkaar gescheiden zijn,
zullen we hieronder zien dat zij zowel
het hoge artistieke niveau van de boeddhistische kunst
als de opmerkelijke continuïteit van de beeldtraditie
in de Pala-periode weerspiegelen.

DSC01855IndiaPatnaBiharMuseumBuddhaBhumisparshaMudra11thCentCEPalaPeriodVishnupurBiharArch1681GreyPhylliteStone
India, Patna, Bihar Museum, Buddha in bhumisparsha mudra, 11th century CE, Pala period, Vishnupur, Bihar, Arch.-1681, grey phyllite stone.
DSC01856IndiaPatnaBiharMuseumBuddhaBhumisparshaMudra11thCentCEPalaPeriodVishnupurBiharArch1681GreyPhylliteStone
DSC01857IndiaPatnaBiharMuseumBuddhaBhumisparshaMudra11thCentCEPalaPeriodVishnupurBiharArch1681GreyPhylliteStone Txt

Boeddha in steen

Het eerste van de twee beelden is een stenen Boeddha
uit Vishnupur in Bihar.
De Boeddha zit in meditatie op een lotustroon
en maakt de bhumisparsha mudra,
letterlijk de “aarde-aanrakende houding”.
Zijn rechterhand reikt naar beneden en raakt de aarde aan,
terwijl de linkerhand in zijn schoot rust.
Deze houding verwijst naar het moment
waarop Siddhartha Gautama de verlichting bereikte.
Met het aanraken van de aarde roept hij haar op als getuige
van de weg die hij heeft afgelegd en van zijn recht om Boeddha te worden.

De gelaatsuitdrukking sluit nauw aan bij dit moment van verlichting.
De halfgesloten ogen, de ontspannen gelaatstrekken
en de onbeweeglijke houding drukken geen spanning of emotie uit,
maar een toestand van innerlijke rust en spiritueel inzicht.
Ook de regelmatige haarlokken, de symmetrische compositie
en de beheerste plooival van het gewaad versterken die indruk.

Het beeld toont niet zozeer een mens van vlees en bloed
als wel het boeddhistische ideaal van de verlichte mens.

Hoewel de voorstelling sober oogt, is zij met grote precisie uitgevoerd.
Vooral de lotustroon toont de verfijnde decoratieve stijl
die kenmerkend is voor de boeddhistische kunst van de Pala-periode.

Op de zichtbare voetzool is bovendien een cirkelvormig teken aangebracht.
Mogelijk stelt dit het dharmachakra, het wiel van de leer, voor.
Dergelijke symbolen worden in de boeddhistische kunst
soms op de handpalmen en voetzolen van de Boeddha afgebeeld
om zijn bijzondere status te benadrukken.

Hoewel dit beeld ongeveer twee eeuwen jonger is
dan het bronzen beeld uit Kurkihar dat hieronder volgt,
vertoont het opvallend veel van dezelfde kenmerken.
Juist daardoor vormt het een goed uitgangspunt voor een vergelijking
van de opmerkelijk stabiele beeldtraditie van de Pala-periode.

DSC01859IndiaPatnaBiharMuseumBuddhaBhumisparshaMudra9thCentCEPalaPeriodKurkiharGayaBiharArch9598Bronze
Buddha in bhumisparsha mudra, 9th century CE, Pala-period, Kurkihar, Gaya, Bihar, Arch.-9598, bronze.
DSC01860IndiaPatnaBiharMuseumBuddhaBhumisparshaMudra9thCentCEPalaPeriodKurkiharGayaBiharArch9598Bronze Txt

Boeddha in brons

Het tweede beeld is een bronzen Boeddha uit Kurkihar in het district Gaya.
Het maakt deel uit van een groep bronzen beelden
die in Kurkihar werd opgegraven.
Deze vondst behoort tot de belangrijkste ontdekkingen
van boeddhistische bronskunst uit de Pala-periode.

Net als het stenen beeld is de Boeddha afgebeeld
in de bhumisparsha mudra.
Ook hier zien we dezelfde meditatieve zithouding,
de regelmatige haarlokken en het dunne monniksgewaad
dat het lichaam in een patroon van fijne lijnen volgt.
Ook hier drukken de halfgesloten ogen, de symmetrische compositie
en de onbeweeglijke houding, net als bij het stenen beeld,
geen spanning of emotie uit maar innerlijke rust en spiritueel inzicht.
Ook dit beeld toont niet zozeer een mens van vlees en bloed
als wel het boeddhistische ideaal van de verlichte mens.

Het gebruik van brons stelde de kunstenaar in staat
bijzonder verfijnd te werken.
Dat is zichtbaar in de scherpe contouren van het gezicht,
de subtiele behandeling van het gewaad
en de zorgvuldig uitgewerkte lotustroon.
Ondanks zijn bescheiden afmetingen bezit het beeld
een opmerkelijke elegantie en een technisch vakmanschap
dat voor zijn tijd uitzonderlijk moet zijn geweest.
Juist die verfijnde afwerking heeft de bronzen beelden uit Kurkihar
tot de beroemdste voorbeelden
van boeddhistische bronskunst uit de Pala-periode gemaakt.

Afronding

Hoewel het bronzen beeld uit Kurkihar en het stenen beeld uit Vishnupur ongeveer twee eeuwen van elkaar gescheiden zijn, lijken ze op het eerste gezicht bijna tijdgenoten. Dezelfde bhumisparsha mudra, dezelfde ingetogen gelaatsuitdrukking en hetzelfde fijn geplooide monniksgewaad keren in beide werken terug. De vergelijking laat zien hoe stabiel het boeddhistische beeldideaal in Bihar gedurende de Pala-periode bleef. Niet vernieuwing, maar het bewaren en vervolmaken van een bestaande traditie stond centraal.
Generaties kunstenaars bleven teruggrijpen op
dezelfde beeldtaal en verfijnden die zonder haar wezenlijk te veranderen.