– over het onzichtbare en zichtbare gewaad van de Boeddha –
Het Bihar Museum is een relatief jong museum,
gehuisvest in een modern gebouw.
Het gebouw en de omliggende ruimtes zijn opgezet als een campus.
Maar ook de indeling, opzet en inrichting van de afdelingen zijn verfrissend.
De presentatie van de beelden is bijzonder sfeervol.
De beelden kregen opvallend veel ruimte.
De belichting was niet uitsluitend op het beeld zelf gericht,
maar zo ingesteld dat rond het beeld een eigen ruimte ontstond.
Op het hoofd draagt de Boeddha een rijk uitgewerkte kroon
met parelranden, bloemmotieven en bladachtige uitlopers.
De opengewerkte oorhangers sluiten met hun florale ornamentiek aan
bij de kroon en versterken de verfijnde uitstraling van het beeld.
De amandelvormige ogen, prominente neus en diep liggende mond
met duidelijk gemodelleerde lippen geven het gezicht
een opmerkelijke zeggingskracht.
De strak geordende halssieraden volgen de lijnen van het lichaam
en dragen bij aan de evenwichtige compositie.
Met de opgeheven rechterhand maakt de Boeddha de abhaya mudrā,
het gebaar van onbevreesdheid.
Borst en buik zijn zodanig weergegeven dat
de vormen van het lichaam ongehinderd zichtbaar zijn.
Let maar eens op de navel.
Alleen op de polsen is zichtbaar dat de Boeddha een gewaad draagt.
Wat mij tijdens het bekijken van de detailfoto’s steeds meer opviel,
is dat het gewaad veel complexer is weergegeven
dan je op het eerste gezicht zou denken.
De plooien die je net boven de enkels ziet,
zijn weliswaar spaarzaam aangegeven,
maar waar textiel duidelijk wordt aangegeven, gebeurt dat met grote precisie.
Onderaan de linkerzijde van het lichaam lijken de plooien
deel uit te maken van een dubbelgeslagen stuk textiel,
waardoor zij in afgeronde banen doorlopen.
Aan de rechterzijde lijken verschillende stoflagen zich juist
onafhankelijk van elkaar te gedragen
en lijken randen van twee lagen stof zichtbaar.
Achter beide benen worden bovendien opnieuw uiteinden van stof zichtbaar,
alsof delen van het gewaad langs het lichaam naar achteren vallen.
Hierdoor ontstaat de indruk dat in het beeld niet alleen
het oppervlak van de mantel is weergegeven,
maar ook de wijze waarop verschillende lagen stof
over en langs elkaar vallen.
Het raadselachtige element in de linkerhand lijkt binnen die context
beter begrijpelijk te worden.
Een opvallend detail bevindt zich in de linkerhand
van twee Kurkihar-bronzen.
Het beeld met Arch.-9590 toonde ik eerder op mijn blog.
Aanvankelijk lijkt het om een attribuut te gaan,
maar beschrijvingen van vergelijkbare beelden wijzen
in een andere richting.
Zo vermeldt Himalayan Art Resources bij een vrijwel identieke
staande, gekroonde Boeddha uit Kurkihar dat de linkerhand
“gently grasps an edge of the mendicant robe”,
terwijl Bonhams schrijft dat de figuur
“the inner hem of the cape-like robe” vasthoudt.
Ook Christie’s beschrijft vergelijkbare Kurkihar-bronzen als beelden
waarbij de Boeddha het uiteinde van zijn gewaad (sanghati) vasthoudt.
Het merkwaardige element in de linkerhand blijkt daarom
waarschijnlijk geen ritueel voorwerp te zijn,
maar een gestileerde weergave
van de zoom of punt van het monniksgewaad,
die in de hand van de Boeddha rust.








