Auteursarchief: Argusvlinder
Foto van de dag (Het geheim adresje van Gianni)
De Fifa Peace Price (sic) is natuurlijk een voorbeeld van de arrogantie van de macht of een uitwerking van ‘De nieuwe kleren van de keizer’ (Hans Christian Andersen). Alleen The Donald neemt het serieus. Maar wandelend door Puebla realiseerde ik me dat deze gekte nog lang niet voorbij is. Mexico organiseert samen met Canada en de VS het aanstaande wereldkampioenschap voetbal. Kansen genoeg voor slijmjurk Gianni Infantino (betekent dat niet ‘kinderlijk’? Of is dat “Infantilo’?) om in Peubla nog vele ideeen op te doen (en goedkoper!).
Zo een heeft Trump nog niet: Trofeos Estrella.
Builenpest?
Over navolgers van Michelangelo en hun anatomisch begrip van spieren
De tekeningen die in het vorige bericht te zien waren
en die de basis vormden voor veel van het werk van Michelangelo
aan de Sixtijnse Kapel, kreeg veel navolgers.
Haarlem, Teylers Museum, De mannen van Michelangelo, Agostino Veneziano, Baders, naar Michelangelo’s Slag bij Cascina, 1524, gravure. Een van de vele voorbeelden.
De spieren die bij Michelangelo nog op de anatomisch juiste plaats
lijken te zitten, zijn hier verworden tot bulten.
Bij veel van de navolgers, zie ook werk van Goltzius,
doen de ‘spieren’ me meer denken aan de builenpest
dan aan gespierde figuren.
Hendrick Goltzius, Farnese Hercules, circa 1598. Kijk eens goed naar de rug…
Wikipedia:
In 1590 reisde hij (Goltzius) over Hamburg en München naar Italië om er in Rome de klassieke oudheid en de Italiaanse kunst te bestuderen. Onderweg had hij ook Venetië, Bologna en Florence bezocht. Hij maakte schetsen van antieke sculpturen en van kunstwerken van de grote Italiaanse meesters. Na zijn terugkeer in Haarlem in 1591 verwerkte hij zijn reisindrukken in prenten. Hij laat de maniëristische stijl meer en meer los en gaat meer klassiek werken op basis van de werken van Rafael, Michelangelo en Polidoro da Caravaggio waarmee hij in Italië had kennis gemaakt. Zijn uitgeverij, waar toen ook Jan Saenredam werkte, had veel succes en was zeer productief zodat Goltzius’ werk internationale erkenning kreeg. Hij was bekend bij vorstenhuizen over gans Europa. Een van zijn grote bewonderaars was Rudolf II, keizer van het Heilige Roomse Rijk. De graveur en uitvinder Cornelis Drebbel was omstreeks 1592 enige tijd in de leer bij hem en trouwde Goltzius’ jongere zuster Sophia.
Marcantonio Raimondi, Baders naar Michelangelo’s Slag bij Cascina, 1510, gravure.
Marcantonio Raimondi, Bader naar Michelangelo’s Slag bij Cascina, 1508 – 1509, gravure.
Agostino Veneziano, Soldaat die zijn broek vastmaakt naar Michelangelo’s Slag bij Cascina, 1517, gravure.
Bastiano da Sangallo, Baders, kopie naar het centrale deel van Michelangelo’s Slag bij Cascina, 1542, olieverf op paneel.
Foto van de dag
Foto van de dag
Meesterlijk, Maar Niet Mooi?
Reflecties bij vier werken in de tentoonstelling
Haarlem, Teylers Museum, De mannen van Michelangelo, Een mannelijk naakt, circa 1501 – 1502, pen in bruine inkt, zwart krijt, op papier.
Studies voor Adam voor de Sixtijnse Kapel, circa 1511, rood krijt op papier.
Als ik eerlijk moet zijn vind ik ze niet altijd mooi,
die mannen van Michelangelo.
Effectief? Absoluut.
Zijn werk gaf hem toegang tot de Sixtijnse Kapel.
Dat was zo ongeveer het hoogst haalbare
voor een kunstenaar in de 16e eeuw.
Daar maakte hij werk dat veel navolgers kent.
Nog iedere dag lopen drommen mensen door de kapel
om het fantastische schouwspel te kunnen zien.
Maar al die spieren.
In een van de volgende berichten over deze tentoonstelling
zit een schets met het hoofd van Leda.
Heel zacht, geen spier te zien.
Alsof je kijkt naar een perfect opgemaakt vrouwengezicht.
Dus geen vraagtekens bij de technische kwaliteiten
van Michelangelo Buonarotti.
Zittend mannelijk naakt (ignudo) voor de Sixtijnse Kapel, circa 1511, rood krijt, wit opgehoogd, op papier.
Studies van een hoofd en ledematen voor de Sixtijnse Kapel, circa 1511, rood krijt op papier.
Foto van de dag
India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum X
– De bronzen in het centrum van de aandacht –
Het National Museum heeft een geweldige collectie
bronzen voorwerpen.
Ze staan prachtig gepresenteerd:
- ieder beeld of iedere groep staat in een eigen vitrine,
- stifvrij,
- niet aan te raken,
- achter glas.
Dat stelt de fotograaf voor uitdagingen maar zo krijgen ze
de aandacht die ze verdienen.
Daar worden ze goed uitgelicht en zijn ze voorzien
van een goede toelichting.
Ik keek mijn ogen uit.
Geen idee waar te beginnen.
India, New Delhi, National Museum, Devi, Late Chola, 12 century CE, Tamil Nadu, South India, bronze. Voor het idee, dit beeld is 59,5 cm hoog, 19 cm breed en 18 cm diep.
Devi in de hindoeïstische traditie:
Ze is de belichaming van energie:
Devi staat symbool voor creativiteit, vruchtbaarheid en bescherming.
Verbonden met goden:
Ze wordt vaak gezien als de gemalin van grote goden zoals Shiva en Vishnu.
Eigenschappen:
Moed, mededogen, wijsheid en rechtvaardigheid worden met haar geassocieerd.
Aanbidding:
In vele vormen (Durga, Parvati, Lakshmi, Saraswati) wordt Devi vereerd
in tempels en festivals.
De tribhanga-houding komt heel veel voor in de Indiase kunsten.
Hier zie je het linkerbeen iets naar voor staan,
met een gebogen knie als gevolg,
waardoor de heupen kantelen en draaien.
Die draaing zet zich door in bovenlijf, schouders en hoofd.
In steeds afnemende mate.
Kataka-mudra, de houding van de hand. Dat is al een studie op zich.
Lolahasta.
De dubbele lotus waarop het beeld staat.
Nu ik ruim een jaar later aan mijn foto’s werk,
van die vakantie in India,
beleef ik nog steeds, heel veel plezier in het
stukje bij beetje beter leren begrijpen
van de prachtige Indiase kunst.
Foto van de dag: infinity pool capuchino
Spieren, spieren en spieren
Op de tentoonstelling ‘De mannen van Michelangelo’
zijn een aantal bladen met tekeningen te zien
met spieren: spieren in de schouder, in de hand,
in een been in een arm.
Haarlem, Teylers Museum, De mannen van Michelangelo, Studies van armen en handen, circa 1513 – 1514, pen in bruine inkt, rood krijt, op papier.
Zou de bruine inkt vanaf de tijd van Michelangelo bruin
geweest zijn of was het zwarte inkt die met de jaren verkleurd is?
Allemaal uit een tijd waarin kunst en wetenschap veel dichter
bij elkaar lag. Sommige van de tekeningen zijn voorzien
van letters in de tekeningen. Het is niet ondenkbeeldig
dat de tekeningen bedoeld waren voor in een boek.
De tekst kon dan via de letters verwijzen naar specifieke details
op de tekeningen.
Anatomische studies van een linkerbeen, circa 1515 – 1520, rood krijt, pen in bruine inkt, op papier.
In een bijlage van de catalogus van 2005 stonden vertalingen van de teksten die op de werken in de tentoonstelling staan. In de catalogus van 2025 is dat niet het geval. Wellicht omdat deze keer hele brieven in de tentoonstelling zijn opgenomen?
Deel van de pagina met als naam Anatomische studies van een schouder, circa 1515 – 1520, rood krijt op papier.
Goedemorgen! (oftewel: Foto van de dag)
Foto van de dag
Foto van de dag
De huidige naam van de straat
waar ik vanochtend door liep
is Av. Miguél Hidalgo.
Maar de wit-blauwe tegeltjes geven aan
dat dit niet altijd zo was.
DE STRAAT VAN SINTERKLAAS.
Er staat:
Esta calle se llamo hasta 1884
CALLE DE SAN NICOLAS
Homenaje del lic. Miquel Aleman a Ciudad de Oaxaca
Año de Juárez 1956
Deze straat heette tot 1884 zo:
STRAAT VAN SINTERKLAAS
Een eerbetoon van Mr. Miguel Alemán Valdés,
jurist (president van Mexico 1946–1952)
aan de stad Oaxaca
Bij gelegenheid van het ‘Juárez-jaar 1956’.
Is het afgrijzen? Is het ongeloof?
Over Michelangelo’s lijnen, houdingen en vragen die blijven hangen
Elke tekening roept vragen op.
Dat maakt de collectie van Teylers en de gellende werken
in de tentoonstelling zo’n feest.
Bij de laatste tekening van dit bericht
sta ik wat langer stil.
Haarlem, Teylers Museum, De mannen van Michelangelo, Mannelijk naakt met aangegeven verhoudingen, circa 1515 – 1520, rood krijt op papier.
Hier zie je hoe de verhoudingen zijn aangegeven.
Op de tekeningen staan vaak allerlei houdingen maar hier is meer aan de hand. Mannelijk naakt (naar Massaccio) en twee andere figuren, circa 1492 – 1496, pen in bruine inkt, gewassen, op papier.
Een toelichting over Massaccio op Wikipedia:
Masaccio wordt beschouwd als de eerste belangrijke Italiaanse meester van de 15e eeuw, van belang vanwege de manier waarop hij de personages in zijn schilderingen afbeeldde, en vanwege het gebruik van het licht in zijn werken. Het meeste belang wordt echter gehecht aan het gebruik van het perspectief, waarmee hij een radicale ommezwaai in de Florentijnse schilderkunst teweegbracht.
Masaccio was een van de eerste schilders die gebruikmaakte van het lijnperspectief. Waarschijnlijk nam hij de principes van het perspectief over uit het werk van de architect Filippo Brunelleschi, die als ontdekker van het lijnperspectief wordt beschouwd.
Het is fantastisch om van dicht bij te kunnen zien hoe met schijnbaar eenvoudige middelen, Mischelangelo zulke plastische figuren kan wegzetten.
Mannelijk naakt en een vrouw met een schoffel, circa 1517 – 1523, pen in bruine inkt, zwart krijt, op papier.
Twee vooroverbuigende figuren, circa 1496 – 1503, pen in bruine inkt, op papier.
Een beetje vreemde tekening is deze laatste.
Ik kan er maar moeilijk mijn vinger op leggen waarom.
Slechts enkele tekeningen in de tentoonstelling tonen figuren in kleding.
Ik vermoed dat de naakten vooral bedoeld zijn om te doorgronden
hoe de anatomie het uiterlijk beïnvloedt.
Als iemand in deze houding staat, wat betekent dat dan
voor de spieren in de bovenarmen? En omgekeerd?
Welk effect hebben de spieren van de bovenarm
op de houding die ik graag wil afbeelden?
Ook in de tekening die ik in mijn eerste bericht
over de tentoonstelling in Teylers Museum besprak,
is de centrale figuur gekleed.
Maar daar is de kleding opvallend:
op meerdere plaatsen is de stof zo ‘vastgezet’ dat
de kleding niet recht omlaag valt maar
juist in allerlei plooien.
Hier valt de kleding recht omlaag.
De onderkant van het kleed is ook maar globaal aangegeven.
Daar zijn geen details uitgewerkt.
Wat maakt deze schets het waard om er een heel vel aan te wijden?
Detail.
Wat mij wel opvalt is de uitdrukking van het gezicht.
Het lijkt wel een karikatuur.
Michelangelo gebruikt maar een beperkt aantal lijnen.
In plaats van de platte neus uit de vorige tekening,
is deze opvallend spits.
De ogen wijd gesperd.
De mondhoeken omlaag.
Is het afgrijzen? Is het ongeloof?
Iedere tekening roept nieuwe vragen op.
Ik ben benieuwd welke van de vragen al een keer beantwoord zijn.
Om antwoorden te vinden, zal ik me verder verdiepen in de catalogi.
Foto van de dag
De mannen van Michelangelo
Een eerste blik
Gevouwen handen, een gesprek, een scène
Het is al even geleden dat ik de tentoonstelling bezocht.
Op 17 oktober.
De tentoonstelling was net voor de derde dag open.
Haarlem. Teylers Museum, Drie figuren in aanbidding, circa 1495 – 1503, pen in bruine inkt, zwart krijt op papier.
Bidden deze mannen?
De figuur die we het best zien
lijkt zijn handen gevouwen te hebben.
Houdt hij iets vast?
Hij kijkt niet in devotie vooruit,
niet naar een beeld in de verte.
Hij lijkt in gesprek met de figuur rechts.
die zijn blik beantwoordt.
Luisterend misschien.
De knielende figuur links
blijft buiten het gesprek.
Zijn handen zijn vaag,
de vingers niet herkenbaar.
Wikimedia noemt dezelfde tekening iets terughoudender:
Drie geklede figuren, de handen gevouwen,
linker figuur geknield, de anderen staand.
Ik heb gezocht in beide catalogi (2005 en 2025)
maar (nog) geen gedetailleerde beschrijving bevonden.
De titel van Teylers — in aanbidding — suggereert devotie.
Maar waar blijkt die uit?
Is het een conventionele toewijzing,
of een interpretatie van houding en gebaar?
De datering schuift.
In 2005: ca. 1495–1500.
In 2025: ca. 1496–1503.
Ook de zaaltekst volgt die latere marge.
Wat verklaart deze verschuiving?
Een nieuw inzicht in stijl, papier, of context?
Of een herijking van Michelangelo’s vroege jaren?
Je kunt je voorstellen dat gevouwen handen
en een knielende houding
snel ‘aanbidding’ genoemd worden.
Maar bij Michelangelo
— met zijn aandacht voor details —
is het de vraag of we niet eerder een gesprek zien.
Een scène.
Een moment van uitwisseling.
India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum IX
– De laatste stenen beelden voor de bronzen. Met aandacht voor restitutie. –
Het zal niet zo zijn dat in mijn verslag van mijn vakantie in India
na vandaag geen stenen beelden meer te zien zullen zijn.
Wat de ondertitel bedoelt is dat totdat ik bij de opstelling
met de bronzen beelden in het National Museum kwam,
ik een reeks van stenen beelden fotografeerden.
Vandaag de laatste drie uit die reeks.
India, New Delhi, National Museum, Tipurantaka, Early Westen Chalukya, 8th century AD, Aihole, stone.
Voor de informatie in dit bericht vertrouw ik vooral
op de informatie die Copilot voor me verzamelde.
Tripurantaka (ook wel Tripurāntaka of Tripurari) is een manifestatie
van de god Shiva als vernietiger van de drie demonische steden Tripura.
Hij wordt afgebeeld als een machtige boogschutter
die met één kosmische pijl de drie steden vernietigt,
waarmee hij de overwinning van kennis en kosmische orde
op onwetendheid en chaos symboliseert.
Voor het idee:
hoogte van dit relief is 112 cm, de breedte 56 cm en diepte 23,5 cm.
Siva Parvati and family, Early Western Chalukya, 10th century AD, Aihole, stone.
Een relief met veel veehalen en onverbelicht.
De naam ‘Siva Parvati and family’ wordt zo gebruikt door het museum.
Als ik daar op ga zoeken dan antwoord internet spontaan met:
Shiva en Parvati – de twee grote figuren, zittend naast elkaar,
in een liefdevolle houding.
Ze vormen het hart van de voorstelling en van de familie.
Nu dacht ik eerst dat de twee kleine figuren, aan de bovenkant,
bij die familie behoorden.
Maar dat is niet zo.
In de iconografie van deze voorstelling komen wel heel vaak
meerdere figuren voor maar de kinderen van Shiva en Parvati
staan aan de onderhant afgebeeld.
Het olifantje, helemaal links, is Ganesha,
hun zoon, herkenbaar aan zijn olifantenhoofd.
Hij staat vaak, zoals hier, aan de voeten van zijn ouders
of iets opzij.
Het sketel-achtige figuurtje komt ook regelmatig
terug op deze voorstelling.
De voet van Shiva op het hoofd doet denken aan de
Shiva Nataraj.
Dan aan de rechterkant, het figuurtje op een vogel:
Kartikeya (Skanda/Murugan), de andere zoon,
die traditioneel rijdt op een pauw (vahana).
Yogini Vrishanana, Pratihara, 10th – 11th century AD, Lokhari district, Banda, Uttar Pradesh, stone.
Yogini Vrishanana is een 10e-eeuwse stenen sculptuur
van een vrouwelijke godheid met een buffelhoofd en
een menselijk lichaam.
Ze maakte deel uit van een Chausath Yogini-tempel in Lokhari
(Uttar Pradesh, India),
werd in de jaren ’80 gestolen en in 2013 teruggebracht naar India.
Vandaag staat ze in het Nationaal Museum in New Delhi
Vrishanana is een Yogini, een van de 64 godinnen
die in tantrische tradities worden vereerd.
Ze wordt afgebeeld met een buffelhoofd en een menselijk lichaam,
een zeldzame iconografie die kracht en mystiek symboliseert
Ze zit in de lalitasana-houding (een ontspannen, koninklijke pose).
In haar linkerhand houdt ze een knots,
terwijl haar rechterhand een vrucht aanbiedt aan haar zwaan (vahana)
India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum VIII
– Met onder andere negen kosmische krachten van de Vedische traditie –
Wat een schoonheid!
India, New Delhi, National Museum, Female head, Gupta, 5th – 6th century AD, North-India, terracotta. Zelfverzekerd.
Yama – God of death, Pratihara, 10th century AD, Jhalawar, Rajasthan, stone.
Detail van een ‘lintel’, een deurpost.
Wederom een fysiek groot voorwerp dat je niet eenvoudig op een foto zet. De details zijn schitterend. Die laat ik in dit bericht een paar zien. Hoogte 58 cm, breedte 180 cm en 31 cm diep.
Lintel showing Navagrahas, Pratohara, 8th century AD, Chittorgarh, Rajasthan, stone. Ik bvroeg me af wie of wat de ‘Navagrahas’ zijn en toen kwam copilot met het volgende overzicht:
India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum VII
– Nog twee voorwerpen uit Nagarjunakonda, Andhra Pradesh –
Vergelijkbare stenen zag ik eerder in het Britisch Museum. Ik meldde dat eerder. India, New Delhi, National Museum, Adoration of the stupa, Ikshvaku, 3rd century AD, Nagarjunakonda, Andhra Pradesh, limestone. ‘Adoration of the stupa’ verbeeldt het vereren van een Boeddhistische stupa.
Er gebeurt heel veel op deze steen.
Centraal zie je een viertal leeuwen.
Twee met de koppen naar elkaar gericht.
Tussen hen in een voorstelling met Buddha (?)
De andere twee leeuwen kijken de toeschouwer aan.
Boven de koepel, aan beide kanten, zie je menselijke figuren.
Gewone mensen zijn het niet.
Maar wat het wel zijn weet ik niet.
Het kunnen Yaksha of Yakshi zijn, natuurgeesten.
De lichamen zijn gevormd naar de beschikbare ruimte.
Als engelen.
Mandapa pillar showing dwarf Yaksha and Scythian figures, Ikshvaku, 3rd century AD, NagarjunaKonda, Andhra Pradesh, brownish grey limestone.
Het granieten Dvarapala‑beeld
– Van koloniale handel tot museale vitrine –
Provenance, restitutie, roofkunst,
het heeft vele gezichten.
Man steelt schilderij.
Dief hangt schilderij boven zijn bed.
Politie vindt schilderij na tip en
geeft schilderij terug aan eigenaar…
Nee, zo eenvoudig gaat dat vaak niet.
Als je kennis wilt maken met wat er kan spelen
rond provenance, restitutie en roofkunst,
dan zou je kunnen overwegen de volgende
drie podcasts te beluisteren.
De onderwerpen die deze series aansnijden
hebben direct of indirect te maken
met echtheid en eigenaarschap van kunst:
- Hier hing een schilderij
- Het verhaal van de schaal
- Zeg Paus, waar is mijn kunst?
Ik kan ze alle drie aanraden.
Het granieten beeld waar dit bericht over gaat
is voor mij een groot vraagteken:
- wat stelt het voor, hoe werd het gebruikt?
Maar ook:
- kun je gaan kijken naar een verzameling
van een voormalige nazi-supporter? of - hoe kwam in de koloniale periode dit beeld
in een westerse verzameling? - wat vind ik daar eigenlijk van?
De eerste vraag ‘Wat stelt het voor’
begint met het vaststellen
van wat ik zie.
Zürich, Museum Rietberg, Dvarapala, South India, Tamil Nadu, Chola dynasty, 9th – 10th century, granit.
Observatie
Het eerste wat me opvalt bij het Dvarapala-beeld
is het aureool met vlammen en lotusknoppen (mogelijk lotusknoppen?)
De wenkbrauwen in fronsende stand en
de open mond toont bewust de grote hoektanden.
Op het hoofd een hoge kroon.
In het linkeroor een groot oorsierraad.
Rond het rechteroor zijn beschadigingen.
Het maakt je direct behoedzaam.
Dat is ook precies de bedoeling van deze tempelwachter.
Het beschermen van de tempel door
het tonen van kracht.
Rond de hals sierraden.
Opvallend is een dunne ring op de rechterschouder.
Een heilig koord van drie strengen,
met bloemen versierd,
hangt als een guirlande over de torso.
Origineel had het beeld waarschijnlijk vier armen,
maar vandaag zien we twee bovenarmen.
Die zijn versierd.
De navel kijkt naar links.
De onderbenen zijn bijna helemaal weg.
Vermoedelijk rustte het rechterbeen,
links, op een voetsteun.
De houding van het bovenbeen hint daarnaar.
Er is een verbinding tussen een arm en het
opgeheven beeld.
De zichtbare verbinding zou een knots of
een zwaard kunnen zijn geweest
van deze tempelwachter.
Geschenk Eduard von der Heydt
Hinduistische Tempel werden van dvarapalas, Angst einflössenden Wächterfiguren, bewacht. Sie stehen an der Eingangspforte zum Tempelinnern.
Hindoeïstische tempels werden bewaakt door dvarapalas, angstaanjagende wachtersfiguren. Zij staan bij de toegangspoort tot het binnenste van de tempel.
Over de rol van Eduard von der Heydt heb
ik al eens een bericht geschreven.
Blijft de vraag staan over hoe kunstvoorwerpen
in de koloniale tijd in westerse verzamelingen kwamen.
Het boek ‘Oog in oog met de goden‘ geschreven door
Alexander Reeuwijk, geeft een inkijk.
Zuid-India stond toen nog deels onder Franse controle.
In Tamil Nadu werden beelden ‘gekocht’ en uitgevoerd
naar West Europa en de Verenigde Staten.
Daar werd de kunst verkocht aan rijke verzamelaars en
grote musea.
Op Tzum wordt het avontuur van Alexander Reeuwijk
zo samengevat:
Een zoektocht naar handelaars in aziatica leidt hem naar Parijs, waar hij behoorlijk vasthoudend moest zijn om informatie te verkrijgen over de omstreden praktijken van de handelaars Gabriel Jouveau-Dubreuil en de Chinese C.T. Loo.
De ooit in tijden van gevaar begraven beelden worden nog dagelijks gevonden bij werkzaamheden.
Veel beelden zijn in de koloniale periode geroofd, de grenzen over gesmokkeld en verhandeld.
Hoe Eduard von der Heydt precies dit beeld
in zijn collectie kreeg, weet ik niet.
De catalogus van Museum Rietberg
‘Shiva Nataraja – Der kosmische Tänzer‘
toont op pagina 25 drie portretten:
Ching-Tsai Loo, Jouveau-Dubreuil en Eduard von der Heydt.
Museumcatalogus 2005/2006: Shiva Nataraja – Der kosmische Tänzer, Museum Rietberg, pagina 25.
Even verderop begint een nieuw hoofdstuk:
Kunstliebhaber und Händler
Nachdem Künstler und Intellektuelle die mytischen Qualitäten des Orients entdeckt hatten, began sich auch der Kunsthandel fÜr die südasiatische Kultur zu interessieren. In der Folge entstanden enige bedeutende Privatsammlungen indischer Kunst, in denen Shiva-Skulpturen eine zentrale Rolle einnahmen. De Mäzen und Kunstsammler Baron Eduard van der Heydt ist hierfür das beste Beispiel. Um 1930 erwarb van der Heydt beim Kunsthändler Ching-Tsai Loo in Paris die Bronzestatue eines tanzenden Shiva.
Vertaald naar het Nederlands:
Nadat kunstenaars en intellectuelen de mythische kwaliteiten van het Oosten hadden ontdekt, begon ook de kunsthandel zich voor de Zuid-Aziatische cultuur te interesseren. In de daaropvolgende periode ontstonden enkele belangrijke privécollecties van Indiase kunst, waarin Shiva‑sculpturen een centrale rol innamen. De mecenas en kunstverzamelaar baron Eduard van der Heydt is hiervan het beste voorbeeld. Rond 1930 verwierf Van der Heydt bij de kunsthandelaar Ching‑Tsai Loo in Parijs het bronzen standbeeld van een dansende Shiva.
Pagina 26 begin met twee foto’s van Mata Hari
die een dans uitvoert in museum Guimet.
Een museum met een bijzondere rol in de
kunsthandel van C.T.Loo.
Dass für van der Heydt die intellektuelle Auseinandersetzung vor der ästhetischen Wertschätzung kam, liefert auch den Schlüssel, und seine folgende Äusserung zu verstehen: ‘Die Indische Plastik darf nicht nach den Gesetzen der europäischen Kunst beurteilt werden. Sie ist rein religiös. Alle ihre Schöpfungen haben irgendwelchen Bezug auf die grossen Epen Ramayana und Mahabharata, auf die Puranas oder auf die buddhistischen Sutras aus allen Zeiten, also auf die heiligen Schriften der indischen Religionen. Man trifft aber neben den auch für unser Empfinden sakralen Darstellungen der Gottheiten – seien es Vishnu und Shiva mit ihrem Anhang oder seien es Jainas, Buddhas oder Bodhisattvas mit ihrem Gefolge- auch zierlich oder wollüstig bewegte oder tanzende Frauengestalten, von sinnlichem Leben sprühend, order man findet Menschenpaare in höchsten Glanze körperlicher Schönheit aneinandergeschmiegt oder eng umschlungen.’
Vertaald naar het Nederlands:
Dat voor Van der Heydt de intellectuele confrontatie vóór de esthetische waardering kwam, levert ook de sleutel om zijn volgende uitlating te begrijpen: “De Indische plastiek mag niet naar de wetten van de Europese kunst beoordeeld worden. Zij is puur religieus. Al haar scheppingen hebben enig verband met de grote epen Ramayana en Mahabharata, met de Puranas of met de boeddhistische soetra’s uit alle tijden, dus met de heilige geschriften van de Indische religies. Men treft echter naast de ook voor ons gevoel sacrale voorstellingen van de godheden – hetzij Vishnu en Shiva met hun aanhang, hetzij Jainas, Boeddha’s of Bodhisattva’s met hun gevolg – ook sierlijke of wellustig bewogen of dansende vrouwengestalten, sprankelend van zinnelijk leven, of men vindt mensenparen in hoogste glans van lichamelijke schoonheid tegen elkaar aangedrukt of innig omstrengeld.”
Voetnoot: Het Duitse woord Plastik (hier vertaald als “plastiek”) werd in de kunsthistorische context van de vroege 20e eeuw gebruikt als aanduiding voor beeldhouwkunst. In hedendaags Nederlands klinkt “plastiek” enigszins archaïsch, maar het behoud ervan weerspiegelt de historische toon van het citaat.
Kortom, Eduard von der Heydt is een voorbeeld van hoe,
kunstcollecties met focus op Azië, begin 20st eeuw, ontstonden.
Hij kocht via C.T. Loo de Shiva die in Museum Rietberg staat.
C.T. Loo verkocht ook een Shiva aan het Rijksmuseum.
De interesse van Von der Heydt beperkte zich duidelijk
niet tot Shiva.
Dus ik ging kijken in Zürich naar de Shiva Nataraj en
bezoek graag het Rijksmuseum om daar een
vergelijkbaar beeld te bekijken.
Museum Guimet wil ik begin komend jaar bezoeken.
Dat die beelden in die musea staan
maken ze heel toegankelijk voor ons in het westen
maar hadden ze niet beter in India kunnen blijven staan?













































































