Kunstvaria

De afgelopen week ben ik weer verder achterop geraakt
in plaats dat ik een inhaalslag heb kunnen maken.
Daarom vandaag een extra Kunstvaria en hopelijk morgen nog een.
Weer van alle tijden en culturen.





Andrxc3xa9 Kertxc3xa9sz, Nageur sous l’eau Esztergom, 1917.


Prachtig is hier de werking, de vertekening van het water
op deze foto vastgelegd.
Esztergom is een plaats in Hongarije.





Balthus, The street (La rue), 1933.






Concetto Spaziale Attese, Lucio Fontana, 1965, waterpaint.


Ik vermoed dat de zwarte randen niet bij het werk horen
maar zo krijg je een beter beeld.
Fontana heeft een hele serie vergelijkbare werken gemaakt
die ook (bijna) dezelfde naam hebben.





Eva Hesse, No title, 1960.


Je ziet niet vaak werk van haar, Eva Hesse,
maar ze staat toch altijd hoog in de top 100 van de kunst.





Honorxc3xa9 Daumier, Don Quixote and Sancho Panza, circa 1870.


Daumier ken ik veel beter van zijn grafisch werk.





Howard Hodgkin, As time goes by, 2009.


Terugkijkend op de tentoonstelling die ik onlangs zag in Tilburg
is dit een beetje een a-typisch werk.
Ik twijfel overigens wel even of dit wel waar is.
Maar misschien ken ik gewoon de schilder onvoldoende.





Louise Bourgeois, Cell XXVI, 2003.






Lucas Cranach the Elder, The feast of Herod, 1533.


Wat goed te zien was op de tentoonstelling over Lucas Cranach in Brussel
is dat veel van de vrouwen op de schilderijen van Cranach (en/of zijn atelier)
eigenlijk steeds dezelfde vrouw zijn.
Niet dat hij perse een persoon voor ogen had
maar hij had een soort archetype van de vrouw ontwikkeld
die hij en de mensen op zijn atelier prima konden schilderen.
Ik kan me niet voorstellen dat de mode in zijn tijd
zo beperkt was dat de vrouw steeds met dezelfde sierraden
en kleding moet verschijnen.
Toch zijn de overeenkomsten tussen de schilderijen opvallend.
Het geldt overigens ook voor de mannen.
Je ziet hier wel erg veel ‘Maarten Luthers’ rondlopen.





Luc Tuymans, Reconstruction, 2000.


Toeval bestaat niet. Ik zag vorige week
dat Bozar in Brussel begin volgend jaar een tentoonstelling
van het werk van Luc Tuymans organiseerd.





Naomi Ityi, Untitled, 1979.


Eskimo mag je niet meer zeggen: inuit.





Nikolaos Tzafouris, Pieta, circa 1500.jpg.






Pablo Picasso, Guitar and musical score on pedestal table, 1920.






Pablo Picasso, Jeune fille aux cheveux noirs (Dora Maar), 1939.






Pieter Brueghel the younger, The procession to Calvary, 1602.





Lucas Cranach

Afgelopen vrijdag ben ik naar de tentoonstelling
‘De wereld van Lucas Cranach’ in Brussel geweest (Bozar).
Met mijn vader.
We hebben daar een grote collectie kunstwerken gezien
gemaakt aan het einde van de middeleeuwen en begin van de renaissance.
Veel werk van Albrecht Dxc3xbcrer en natuurlijk van Cranach.
Ik ben nu de catalogus aan het lezen en dat kost wat tijd.

De belangrijkste thema’s van de tentoonstelling,
en ik zal daar de komende tijd nog op terug komen,
zijn aspecten zoals:

= hoe Cranach verbonden was met de politieke/religieuze elite van zijn tijd;

= hoe Cranach wereldse thema’s, zoals het vrouwelijk naakt,
steeds meer centraal stelt in zijn werk;

= de rol van Cranach in de ontwikkeling van grafische kunst;

= Cranach als ondernemer,
eigenaar van een efficient en effectief atelier
en ook voor een lange tijd van een drukkerij;

= hoe Cranach nieuwe thema’s op de kaart zette.

Nu hier alvast de omslag van de mooie catalogus.





Catalogus van ‘De wereld van Lucas Cranach’, Allegorie van de gerechtigheid (Justitia), 1537.





Zoals je hierboven kunt zien is Photobucket een beetje preuts.
Ze schrikken niet terug van censuur.
Ze gaan ook niet met je in discussie.
Ik heb in het verleden wel eens met succes duidelijk gemaakt
dat het hier niet om porno gaat maar om kunst.
Maar dat is blijkbaar moeilijk te begrijpen.
Daarom moet ik een tweede hosting partner aanhouden.
Maar goed daarom hier nogmaals het schilderij.





Catalogus van ‘De wereld van Lucas Cranach’, Allegorie van de gerechtigheid (Justitia), 1537.





Een blik vanaf de kunstberg

Vrijdag ben ik in Brussel geweest naar het Bozar
voor de tentoonstelling:
The world of Lucas Cranach.
Op de kunstberg heb ik toen een paar foto’s gemaakt.
Die wil ik je niet onthouden.





Onder aan de kunstberg staan deze ruiters.






Deuren van het gebouw van de Dynastie.






Koninklijk paleis van Belgie.






Een blik vanaf de kunstberg.





Bijbel van Anjou / Leuven

Afgelopen donderdag ben ik gaan kijken naar De Bijbel van Anjou
een koninklijk handschrift ontsluierd.
Delen van het middeleeuwse boek zijn op dit moment te zien in Leuven.
Het is een prachtig handschrift maar bij de tentoonstelling
heb ik toch wel een paar kanttekeningen.
Dat het een prachtig boek is, staat buiten kijf.
Het boek is in een redelijke staat.
Is voorzien van heel veel illustraties in de marges van de tekst.
Verder zijn de initialen van de verschillende bijbelboeken
prachtig geillustreerd.
Het goud straalt je tegemoet van de bladzijdes.
Dus daar zit hem het probleem niet.
Het probleem zit hem in de manier van tentoon stellen.
In Leuven is men gegaan voor de eenvoudige weg:
we tonen wat pagina’s en that’s it.
Helaas is er nauwelijks aandacht voor het brede scala
van facetten van een dergelijk boek:
– het handschrift;
de tekst is door 1 kopiist geschreven. Dat is bijzonder.
Wat is er van dit schrift te vertellen?
Hoe verhoudt dit zich tot andere middeleeuwse bijbels?
– de tekeningen in de marges;
De tekeningen zijn erg uitgebreid.
Wat is hun betekenis. Slechts af en toe wordt er
een afbeelding geduid. Moet ik daar soms die Engelstalige,
erg dure, catalogus voor kopen?
– het meesterwerk;
de tentoonstelling stopt maar niet om te beweren
dat het hier om een meesterwerk gaat.
Dat kan best zijn maar hoe heeft men dit vastgesteld.
Hoe verhoudt dit manuscript zich ten opzichte van andere
manuscripten uit die tijd?
– de tekst zelf;
– het kleurgebruik;
enz, enz.


Niet alles in Leuven is prachtig. Het regende niet meer toen ik in Leuven aankwam. Soms scheen nog even de zon.


Maar ook lelijke dingen doen het soms goed op een foto.



Inde dry coppen.


Anno 1931.



Het klein begijnhof van Leuven. Is geen hofje meer. Het is nog maar een straatje.


In het centrum is men bij de gelegenheid van werkzaamheden nog een aantal oude gebouwen aan het opgraven en onderzoeken.





Maar ik ging natuurlijk voor De Bijbel van Anjou. Ik zag op een aantal pagina’s een soort ‘versiering’ tussen de tekstregels zoals op dit voorbeeld hierboven. Misschien heeft het iets met de versnummering van de bijbel te maken. Geeft het misschien een einde van een hoofdstuk aan?


Op een van de paginagrote afbeeldingen staan 8 deugden die ondeugden vertrappen. Dit is de deugd van moed of kracht (Fortitudo).


Hier een voorbeeld van een rijk versierde initiaal. Dit is de letter V (van de latijnse tekst Visio Ysaiei Filii Amos). Uit het boek Jessaia, blad 174v.


Dit is een versierde letter die bij veel mensen tot de verbeelding zal spreken: Jona wordt door de walvis uitgespuugd op de kant. Dit is de letter E (van de latijnse tekst Et factum erst verbum Domini). Uit het boek Jonas, blad 227v.


Dezelfde afbeelding maar nu zonder de versiering buiten het kader van de letter. Maar wat doet die man op het paard bij deze letter. Is de engel aan de bovenkant van deze letter toeval of heeft dat een speciale betekenis?


De Letter N (van de latijnse tekst Nemo cum prophetas). Van het boek Jessaia, blad 174v. Wat ik hier grappig vind is de opgeheven vinger. Die zie je in deze bijbel op heel veel plaatsen. Toch is dit een middeleeuws, katholieke bijbel gemaakt door een Italiaanse schilder en geen Noord Europese Calvinistische versie.


Het evangelie van Matteus. Dat begint met de letter M. In deze letter is een engel afgebeeld, symbool van deze evangelist. Blad 248v.


Een ondeugende afbeelding, op de linkerhoek van een bovenmarge. Blad 232r.


Een toernooiridder, in galop. Middenafbeelding van de ondermarge van blad 292v. De wapenschilden aan het paard zijn vast voorbeeld van het nijverig toeeigenen van deze bijbel door Niccolo d’Alife. Want dit is zijn wapen en niet dat van Andreas van Hongarije voor wie de bijbel oorspronkelijk bedoeld was.


Er is dus veel te zien in Leuven.
De tentoonstelling loopt nog tot Sinterklaas.
Grijp deze kans aan.

Robert Devriendt: een moeilijk verhaal

Afgelopen donderdag was ik in Museum M in Leuven.
Dit museum heeft wel wat weg van Museum Valkhof in Nijmegen
in de zin dat het moderne kunst combineert met
kunst uit andere tijden. Zoals bijvoorbeeld de middeleeuwen.
Ik ging deze keer voor de tentoonstelling
Bijbel van Anjou, een koninklijk handschrift ontsluierd
en kwam zo terecht bij werk van Robert Devriendt:
Victimes de la Passion.


In de grote zalen van M hangen reeksen kleine schilderijtjes bij elkaar. De grootste van deze serie is 7 bij 8,5 centimeter. De schilderijtjes zijn ieder op zich een detailbeeld. Een soort plaatje uit een stripboek. Elk plaatje is haarscherp (en niet zoals op de volgende fotoxb4s onscherp). Deze serie heet xb4Una storia complicataxb4 en is uit 2009.

Zoals de naam van de tentoonstelling suggereert
gaat het over slachtoffers van een crime passionel.
Deze serie vormt ook een soort detectiveverhaal.
Dat nog wel geschreven dient te worden
en daarom heeft het museum een prijsvraag uitgeschreven.


Robert Devriendt, Una storia complicata, 2009. Ik heb de individuele schilderijtjes maar een naam gegeven: Het blauwe oog.


Robert Devriendt, Rempedaal.


Robert Devriendt, Sierraad.


Robert Devriendt, Afgehakte kattekop.


Robert Devriendt, Het pistool.


Robert Devriendt, De blinddoek.


Robert Devriendt, de prijsvraag.


 

De bijbel van Anjou – Napels


De Bijbel van Anjou, ook wel Bible Angevine genoemd, werd rond 1340 gemaakt aan het hof van Robert van Napels (1277-1343), beter bekend als Robert I van Anjou.
Betrokkenen:
Kopiist:
Iannutius de Matrice
Miniaturist:
Christophorus Orimina.
Opdrachtgever:
Robert I van Anjou, koning van Napels
Eerste eigenaars:
Joanna I en haar verloofde Andreas van Hongarije.
Vervolgens eigendom van:
Kanselier Nicolaus de Alifio (tot 1345).
In 1402 wordt het beschreven in de inventaris
van Jean duc de Berry.
Het is rond 1509 in bezit van de bisschop van Arras,
Nicolaus de Ruistre.
In de inleiding op de Leuvense vulgaatbijbel uit 1547
wordt er naar verwezen en in de Notationes in Sacra Biblia
van Franciscus Lucas van Brugge ook (1580).
Tussen 1808 en 1821 behoort het handschrift tot de collectie
van het Grootseminarie van Mechelen.
Sinds 1970 is het in depot gegeven aan de bibliotheek
van de Faculteit Godgeleerdheid van de K.U.Leuven.

Viool spelende engel in de marge van een blad, 6R.


Er werd vijf jaar aan de Bijbel gewerkt.
De kopiist werkte helemaal alleen – wat in die tijd uitzonderlijk was.
Orimina was meer een industrieel die een groot atelier
met assistenten had.
Die miniaturisten hebben zich met de bijbel duidelijk helemaal laten gaan.
Elke pagina heeft een grote initiaal waarvan de tekening rechtstreeks
in verband stond met de bijbeltekst.
Maar de randversieringen rond de tekst
mochten de miniaturisten vrij invullen.
En dat deden ze.
Hieronder een aantal afbeeldingen die het bijbelboek Genesis
illustreren en wel het verhaal van het Paradijs en de verboden vrucht.

Let wel, de volgende 5 afbeeldingen (samen met nog een zesde)
vormen in het boek 1 letter!


God schept de maan en de sterren, 6R.


God creeert Eva uit de rib van Adam, 6R.


De verboden vrucht in het paradijs, 6R.


Adam en Eva worden verbannen uit het paradijs, 6R.


Adam en Eva moeten zwoegen voor hun bestaan, 6R.


Wil je van thuis uit de bijbel bekijken?
Dat kan.
Volg onderstaande link en geniet van de afbeeldingen
waar je pagina voor pagina op kunt inzoemen.
De Bijbel van Anjou

Een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt

In het voorwoord van het boek ‘Denken over kunst’
(A. A. Van den Braembussche) wordt mijn aandacht getrokken
naar het zinsdeel dat de titel is van dit logje:
‘een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt’.



De schrijver geeft in de eerste regels van het voorwoord aan
dat mensen heel gemakkelijk en snel een esthetisch oordeel vellen
over heel gewone dingen.
In de tekst noemt hij: ‘een stoel, een theeservies,een zonsondergang en
een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt’.
Aanleiding om met deze tekst eens op zoek te gaan op het internet.
Ik stuitte op een aantal heel uiteenlopende teksten
en die laat ik in een korte serie op mijn weblog passeren.



Een van de teksten die ik vind is een gedicht van Federico Garcia Lorca.
Deze Spaanse dichter schreef het volgende gedicht over zijn geboortestreek:

Federico Garcia Lorca (5 juni 1898 – 19 augustus 1936)
SINT MICHIEL (Granada)
Voor Diego Buigas de Dalmau

Men ziet vanaf de balustrades
in de bergen, bergen, bergen,
muilezels en muilezelschaduwen
beladen met zonnebloemen.

Hun ogen in de schaduwplekken
worden dof van mateloze nacht.
In de krommingen van de wind
ritselt de brakke dageraad.

Een hemel van witte muilezels
sluit zijn kwikzilveren ogen
en geeft aan de kalme schemering
een finale van harten.
En het water wordt koud
opdat niemand het beroert.
Wild en open naakt water
in de bergen, bergen, bergen.

In de nis van zijn toren
toont Sint Michiel met kanten
getooid zijn mooie dijen
tussen lantarens geprangd.
De in het middaggebaar
getemde Aartsengel
veinst een zoete woede
van veren en nachtegalen.
Sint Michiel zingt in de ruiten;
Efebe van drieduizend nachten
geurend naar eau de cologne
staat hij ver van de bloemen.
De zee danst aan het strand,
een gedicht van balkons.
De oevers van de maan
verliezen biezen, krijgen stemmen.
Er komen volksmeiden
die zonnebloempitten eten,
hun konten groot en occult
als planeten van koper.
Er komen hoge heren te paard
en dames met triestig uiterlijk,
hun huid is donker van heimwee
naar een gisteren van nachtegalen.
En de bisschop van Manila
saffraanblind en arm,
leest de mis voor twee rijen,
voor vrouwen en voor mannen.

Sint Michiel houdt zich rustig
in de nis van zijn toren,
zijn rokken overladen
met spiegeltjes en sierraden.
Sint Michiel, koning van de glazen bollen
en van de oneven getallen,
in de Berberpracht
van kreten en uitkijktorens.



InfoNu.nl

Federico Garcxc3xada Lorca,
de dichter die verdween in de oorlog

De Spaanse dichter Federico Garcia Lorca (1898-1936) werd aan het begin van de Spaanse burgeroorlog gefusilleerd door de Nationalen, tegenstanders van de Spaanse republiek. Daarmee kwam vroegtijdig een einde aan het leven van een van de grootste dichters, die Spanje ooit gekend heeft. Pas in 1975, na de dood van Franco, werd zijn persoon en zijn poezie weer in ere hersteld.

Federico Garcixada Lorca was zoon van een boer en een onderwijzeres. Hij groeide op in Fuente Vaqueros, een dorp in de provincie Granada (Andalucia). Het was zijn moeder, die al jong belangstelling wekte in de volksverhalen en -liedjes, die later in zijn gedichten zouden terugkomen.

Voorkeur voor de literatuur

De Spaanse dichter Federico Garcia Lorca (1898-1936) werd aan het begin van de Spaanse burgeroorlog gefusilleerd door de Nationalen, tegenstanders van de Spaanse republiek. Daarmee kwam vroegtijdig een einde aan het leven van een van de grootste dichters, die Spanje ooit gekend heeft. Pas in 1975, na de dood van Franco, werd zijn persoon en zijn poezie weer in ere hersteld.

Madrid

In 1919 verhuisde Lorca naar de Spaanse hoofdstad, waar hij in contact kwam met kunstenaars als Luis Bunuel (1900-1983), Salvador Dali (1904-1989) en Manuel de Falla (1876-1946). Hij werd daardoor geinspireerd om ook een stap te zetten in de beeldende kunsten. In 1927 werd het resultaat geexposeerd in Barcelona. In dat jaar deed Lorca ook een tweede poging in het theater met Mariana Pineda. Salvador Dalixad maakte de decors voor de premiere. De recensies waren nu lovend en ook het publiek kon het waarderen.

Generacion del 27

Lorca had in Madrid ook de dichters Rafael Alberti (1902-1999), Damaso Alonso (1898-1990) en Pedro Salinas (1891-1951) kennen. Daarmee wisselde hij inspiratie uit. In 1927 kwam ook de zg. Generacion del 27 (Generatie van ’27) van de grond, een zeer ruim opgezette groep van met elkaar bevriende kunstenaars, die dan ook alle kunsten behelsde, maar vooral bekend is geworden vanwege het gehalte van zijn dichters: Rafael Alberti, latere nobelprijswinnaar Vicente Aleixandre (1898-1984), Damaso Alonso, Jorge Guillen (1893-1984)… Het zwaartepunt lag in Madrid, maar er waren ook enkele oplevingen in andere Spaanse steden, als Sevilla, Malaga en Barcelona.

Het werk van Lorca

In het werk van Federico Garcia Lorca is zijn Andalusische afkomst steeds weer terug te zien. De volksverhalen en muziek uit die streek en ook de zigeunercultuur, die vooral in het zuiden van Spanje erg dominant was, is voor hem aldoor een bron van inspiratie geweest. Zijn poezie is dan ook een afspiegeling van die oude tradities, die in een moderne jas zijn gestoken, gebruik makend van de nieuwe stijlen van de periode, waarin hij leefde. Ook de poezie van de zg. Generacion del 98, ook wel de Edad de Plata (Zilveren tijd) genoemd, was daarin een wegbereider. Daarmee was Lorca opgegroeid.

‘Romancero gitano’

Het beroemste werk van Garcixada Lorca is Romancero gitano (1928). Het werd geschreven rond het thema van de ‘gitanos’, zoals de Spaanse zigeuners genoemd worden, en schept een mythisch beeld van het Andalucia van die periode. Tevens betreurt de tekst dat een oude cultuur als die van de zigeuners steeds meer opgenomen wordt door de sociale burgerlijkheid. De invloed van de componist Manuel de Falla, die zelf in zijn composities teruggreep naar typisch Spaanse elementen in de muziek, speelt er een belangrijke rol in. Deze bundel kent nog altijd een grote internationale weerklank.

De vriendschap met Salvador Dalixad

De surrealistische schilder Salvador Dali zou een van de beste vrienden van Lorca worden. Lorca schreef voor hem Oda a Salvador Dalixad en werd verliefd op hem. Dalixad, waarvan zijn geaardheid in die tijd niet duidelijk was, is nooit op zijn avances in gegaan. In 1929, nadat Dali met Bunuel de film Un chien andalou had gemaakt, brak Lorca met hem, omdat hij de film beschouwde als een aanval op zijn persoon.

New York en de Tweede Republiek

In 1929 reisde Lorca naar New York, dat een grote indruk op hem maakte. Naar aanleiding daarvan schreef hij dan ook zijn Poeta en Nueva York (Dichter in New York). Na New York kwam Lorca in 1930 nog in La Havana (Cuba). Toen hij vervolgens thuiskwam zou de Spaanse republiek een feit zijn en werd Lorca door het Ministerie van Cultuur benoemd tot directeur van het staatstheater La barraca. Daar kreeg hij alle kans om zijn visie op het theater verder te ontwikkelen. In die periode schreef hij ook o.a. zijn bekende toneelstuk x91Bodas de sangresx92 (Bloedbruiloften).

De Spaanse burgeroorlog

De nieuwe republiek had veel Spanjaarden hoop gegeven op een rechtvaardigere toekomst. En Lorca was een van de velen, die het nu in woord en daad opnam voor de sociaal zwakke klassen in Spanje. Maar het land was verdeeld; nog altijd waren er conservatieve elementen, die wachtten op een kans om alles terug te draaien en wraak te nemen op degenen, die binnen de republiek hun kop uitstaken. Zulke mensen was het ook een doorn in het oog dat iemand als Lorca te koop kon lopen met zijn homosexualiteit. Vanwege zijn openbare functie liep de dichter eigenlijk dubbel gevaar. Maar zelf voelde Lorca dat niet zo. Hij zag zichzelf als een representant van alle Spanjaarden, niemand uitgezonderd. Hij had niet alleen vrienden onder degenen, die de republiek steunden, maar was ook bevriend met iemand als Primo de Rivera, de oprichter en leider van de Spaanse Falange, die tijdens de burgeroorlog Franco zou steunen. Toen dus de Spaanse burgeroorlog uitbrak genoot Lorca rustig in zijn eigen Granada van een welverdiende vakantie. Op 16 augustus 1936 werd hij daar opgepakt door de Nationalisten. Drie dagen later zou hij tussen Viznar en Alfacar, vlakbij Granada, gefusilleerd worden. Alle bewijsmateriaal werd vernietigd, maar naar het schijnt heeft dat de gouverneur van Granada, Valdes Guzman, daar de opdracht toe heeft gegeven. Pas in 2009 werd het massagraf, waarin hij begraven moet liggen, geopend.

Epiloog

In 1975, na de dood van Franco, werd de persoon van Lorca in ere hersteld. Nu wordt hij beschouwd als een van de belangrijkste dichters van de 20ste eeuw, zowel in Spanje als internationaal. Ook in Nederland is veel van zijn werk vertaald.Lorcaxb4s geboortehuis in Fuente Vaqueros is heden ten dage een museum. Daar kan veel over zijn werk en leven terug gevonden worden. Op de plaats waar hij werd geexecuteerd ligt nu een park, Parque Garcia Lorca, met een monument, die de grote dichter herdenkt.



 

De Pont

Een vervolg op mijn blog van twee dagen geleden.
Nog een aantal werken uit de collectie van De Pont.





Richard Long, Planet circle, 1991.



Richard Long, Planet circle, 1991.






Bernard Frize, Idoine, 2002.

Bernard Frize, Idoine, 2002

In 1975 bracht het Stedelijk Museum in Amsterdam de inmiddels befaamde tentoonstelling Fundamentele Schilderkunst. Deze term werd gebruikt voor die kunstenaars die zich xe2x80x98met de grondbeginselen van de schilderkunst bezighouden. Dat wil zeggen diegene, die zich op de meest sobere wijze beperken tot het anti-illusionistische schilderij waarin bovendien geen compositie-elementen zijn opgenomen.xe2x80x99
In de tentoonstelling waren onder meer de Grave-schilderijen van Gerhard Richter te zien. Er zijn sedertdien talrijke kunstenaars geweest die op xe2x80x98fundamentelexe2x80x99 wijze de schilderkunst hebben onderzocht en haar essenties van kleur, (opper)vlak en kwaststreek volledig hebben ontleend. Tovch heeft deze ultieme reductie de schilderkunst nooit in gevaar gebracht. Blijkbaar is het medium te sterk en biedt het te veel mogelijkheden. Kunstenaar Robert Morris zei ooit terecht dat xe2x80x98een simpele vorm niet noodzakelijkerwijs samenvalt met een simpele ervaringxe2x80x99.
Ook Bernard Frize hanteert eenvoudige uitgangspunten bij het maken van zijn schilderijen. Vooraf bepaalt hij techniek en materiaal, waarna de verrassingen van het resultaat voortvloeien uit de gedragingen van verf en kleur. Door het stollen, vervloeien of druipen ontstaan grillige en kleurrijke patronen waarin de beweging van de kwast goed te volgen is. Hoewel het werk van Frize vanwege de heldere werkwijze wel in verband is gebracht met de Fundamentele Schilderkunst, onderscheidt het zich daarvan door het uitbundig kleurgebruik. Ook is er duidelijk sprake van compositie en soms zelfs van een zeker illusionisme doordat de verfbanen een bijna landschappelijk effect oproepen.




Bernard Frize, Idoine, 2002 (detail).






Sigmar Polke, Hermes Trismegistos I-IV, 1995.

Sigmar Polke, Hermes Trismegistos I-IV, 1995

Deze schilderijen zijn representatief voor Polkexe2x80x99s opmerkelijke schilderkunstige inventiviteit, zijn plezier in experimenteren en het vrijmoedig gebruik van bestaand beeldmateriaal. De cyclus ontleent zijn yiyel aan Hermes Trimegistos, de mythische figuur die als de grondlegger van de alchemie en de uitvinder van de hixc3xabrogliefen wordt beschouwd. De afbeelding die Polke heeft gebruikt is die van een vloermozaxc3xafek in de Dom van Siena, waarop te zien is hoe Hermes het schrift en de Rechtsleer aan de Arabieren ten geschenke geeft. Op het kleinste doek is de afbeelding in zijn geheel weergegeven; op de drie grote zijn verschillende fragmenten uitvergroot. Het gebruikte doek is doorzichtig en de spielatten zijn duidelijk te zien. Deze drager is aan beide zijden beschilderd, waardoor een complexe gelaagdheid in het beeld ontstaat. De afbeelding is op de voorkant aangebracht. De hiervoor gebruikte rasterpunten spelen een grote rol in Polkexe2x80x99s werk sinds de jaren zestig, toen hij samen met Gerhard Richter aan de wieg stond van het Kapitalistisches Realismus, de ironische tegenvoeter van het sociaal-realisme die de geschiedenis is ingegaan als Duitse Pop.





Howard Hodgkin: Time and Place

De reden waarom ik afgelopen zondag naar De Pont in Tilburg ging
was de tentoonstelling Time and Place met werken van Howard Hodgkin.
De tentoonstelling loopt van 2 oktober 2010 tot en met 16 januari 2011.

Eerlijk gezegd was ik vooral onder de indruk van het museum.

Op de tentoonstelling is een interview te zien met Howard Hodgkin.
Dat interview zegt veel over de kunstenaar en zijn werk.
Misschien niet eens door wat hij zegt maar vooral door de manier waarop.
Howard Hodgkin spreekt langzaam. Heel langzaam.
Niet zozeer bedachtzaam, maar langzaam.
Als je dan hoort dat de man expressionistisch werk maakt
verwacht je juist een bron van energie te gaan zien.
Extravert, druk, veel geluid.
Maar dat is niet zo.
En dat zie je ook terug in zijn werk.
Vaak wordt er door hem jaren aan een werk gewerkt
maar dat is niet altijd aan de werken af te zien.
Het kleurgebruik is helder, mooi.

Om meer grip op het werk te krijgen volgt hier een citaat
uit het kwartaalbericht van De Pont (najaar 2010):

De Franse filosoof Merleau Ponty heeft ooit over Cxc3xa9zanne geschreven dat deze schilder niet het resultaat maar de activiteit van het waarnemen in verf probeerde te vatten. Over Hodgkin zou je kunnen zeggen dat hij niet het herinnerde beeld, maar de herbeleving ervan wil schilderen.

De Pont, kwartaalbericht, Howard Hodgkin, Time and place


De aankondiging van de tentoonstelling.


Een vaak getoond werk van Howard Hodgkin: Leaf (blad). Een klein werk.


Howard Hodgkin.


Howard Hodgkin.


Howard Hodgkin, Home home on the range, 2001-2007.


Howard Hodgkin, Where the deer and the antilope play, 2001 – 2007.

De titels van een aantal van zijn werken zijn prachtig, zoals hier:
‘Waar het hert en de antiloop spelen’.


Howard Hodgkin, Lawn, 2009.


Howard Hodgkin, Blood, 2005 – 2010.



 

De Pont

De Pont is een prachtig museum van Moderne kunst in Tilburg.
Ik kom van Breda en dus is alles uit Tilburg slecht.
Maar voor wat betreft De Pont is dat zeker niet het geval.
Deze voormalige wolspinnerij is een geweldig museum voor moderne kunst
met een prachtige collectie.
Ik ging er gisteren naar toe voor een tentoonstelling maar
vandaag sta ik eerst eens stil bij een eerste serie foto’s
over de vaste collectie van het museum.


De aankondiging van De Pont. Het museum heeft een mooie parkeerplaats voor de deur.


Het museum.


Naast kleinere ruimtes beschikt het museum ook over een hele grote ruimte die prachtig wordt ingedeeld in kleinere zalen. Het dak is deels van glas en er komt dus veel natuurlijk licht naar binnen.


Marien Schouten, De Groene Kamer/Slang, 2000 – 2002, Marien Schouten, Beeld met stammen, 2003.

In een mooie ruimte met groene tegels staat
een bijzonder keramisch beeld.

Marien Schouten, De Groene Kamer/Slang, 2000 – 2002
Marien Schouten, Beeld met stammen, 2003

De wanden van Marien Schouten’s monumentale Groene Kamer zijn bekleed met groen geglazuurde tegels die de kunstenaar tijdens een werkperiode bij het Europees Keramisch Werkcentrum in ’s Hertogenbosch maakte. In deze tijd ontstond ook een reeks keramische beelden: grote amorfe koppen, die in ruwe vormen zijn gemodelleerd. Schouders, hals en hoofd tekenen zich af in een bonkige anatomie. De groene glazuurlaag versterkt de indruk van een organische groeivorm die de beelden gestalte geeft. Rudi Fuchs schreef ooit over de ‘schilderkunstige ruimte’ in het werk van Schouten, die wordt gekenmerkt door ‘een labiel evenwicht tussen orde en de overwoekering daarvan, door gewicht van kleur en vorm, tussen regelmatig ritme en ornament, beheersing en verstoring’.


Angela Bulloch, Lanzarote, 2006.

Angela Bulloch, Lanzarote, 2006

Het werk van Angela Bulloch is complex en veelzijdig: licht- en geluidswerken, tekenmachines, interactieve installaties, fotoseries, videoprogramma’s en tekstwerken. Maar achter de diversiteit van vorm, techniek en presentatie zit altijd een gerichte belangstelling voor maatschappelijke en sociale structuren en systemen. Net zomin als deze processen en gedragingen een statisch karakter hebben, heeft haar werk geen vast vorm of volgorde. Het meest bekend zijn haar Pixel Boxes: houten of aluminium kubussen in verschillende maten, waarvan een zijkant uit een beeldscherm bestaat. De schermen lichten bij afwisseling op met een monochroom kleurvlak. De kleurbeelden die zo ontstaan zijn feitelijk de kleinste digitale beeldeenheden (pixels) afkomstig uit bestaand film- en videomateriaal. De pixelpatronen liggen ook ten grondslag aan grote wandschilderingen van regelmatig geordende kleurvlakken, zoals op deze muur in De Pont.

 


Gerhard Richter, Abstraktes Bild (784/1-120), 1992.

Gerhard Richter, Abstraktes Bild (784/1-120), 1992

Gerhard Richter is bekend als een schilder die op veel verschillende manieren werkt. Abstraktes Bild laat hiervan een aantal aspecten zien. Opvallend is de strakke vlakverdeling die zowel wordt bepaald door het raster van de kleurbanen op de 120 schilderijtjes als door het rechte patroon van de tussenruimte. De kleurbanen zijn ontstaan doordat Richter de opgebrachte verf weer gedeeltelijk heeft afgeschraapt. De regelmaat van de handeling is zichtbaar in de verfsporen. Toch gaat het Richter niet om de expressie van een persoonlijk handschrift. Hij onderzoekt de vele mogelijkheden die de schilderkunst nog altijd te bieden heeft. Hij maakt ook veel figuratieve schilderijen waarop foto’s het uitgangspunt vormen. Maar door de foto’s onscherp na te schilderen maakt hij van een realistisch beeld een schilderij waarin de grens tussen abstract en figuratief letterlijk is vervaagd.

Gerhard Richter, Abstraktes Bild (784/1-120), 1992 (detail).


Luc Tuymans, Bathroom, 1996.jp.


Marlene Dumas, The First People (I-IV), 1991.

Marlene Dumas, The First People (I-IV), 1991

Het werk van Dumas gaat vaak over de spanning tussen kijken en bekeken worden en over het problem van interpretatie. Ze werkt naar bestaande afbeeldingen die ze verzamelt in een persoonlijk beeldarchief. Het beeldmateriaal weerspiegelt maatschappelijke codes die onze manier van kijken bepalen. Bijvoorbeeld in The First People uit 1990, dat uit vier manshoge babyportretten bestaat. In de commentaren op het werk overheerst de mening dat de kinderen onwaarschijnlijk lelijk zijn. De sterk vergrote weergave van hun lichamen wordt door velen als schokkend ervaren. De reacties lijken onbewust beinvloed door het clichebeeld van de blije ‘reclamebaby’. Deze schilderijen van Dumas zijn eigenlijk juist behoorlijk realistisch door enkele imaginaire ingrepen, zoals de toegepaste schaalvergroting en de techniek waarmee zij met details omgaat. ‘Het moederschap is een schok’, zegt Dumas, ‘omdat je je niet hebt gerealiseerd hoe baby’s er in werkelijkheid uitzien’. Haar ‘eerste mensen’ drukken wellicht iets van die confrontatie uit.

 


Marc Mulders, Roosvensters I. II, III, 1999.

Marc Mulders, Roosvensters I. II, III, 1999

Het oeuvre van Marc Mulders wordt bepaald door wat misschien wel het grote thema in de kunstgeschiedenis is: de eeuwige cyclus van leven en dood. De uitdrukking van leven en sterven, dood en herrijzenis, heeft in de westerse schilderkunst lange tijd centraal gestaan en Mulders plaatst zichzelf bewust in die traditie. In reeksen schilderijen werkt hij deze htematiek uit en verkent hij de picturale mogelijkheden ervan. Daarbij is zijn werkwijze geenszins objectief of puur observerend, maar uiterst betrokken en geladen met betekenissen.Schilderen betekent voor Mulders inleving, en zijn expressieve, pasteuze schilderijen zijn de weerslag van zijn worsteling met zowel de onderwerpen als met de materie waarin hij deze transformeert. Want uiteindelijk gaat het hem erom dat de cyclus van leven en dood zich ook in het schilderij voortzet, dat de verf van dode materie tot levend beeld wordt.

Marc Mulders, Roosvensters I. II, III, 1999 (Detail).


Anton Henning, Blumenstilleben No 388, 2008.

Anton Henning, Interieur/Interior No. 15, 1998

Het werk van Henning kenmerkt zich door een eclectisch gebruik van allerlei voorstellingen, motieven en citaten. Abstractie en figuratie wisselen elkaar af en lopen soms letterlijk in elkaar over. Bloemstillevens worden zwierige arabesken, interieurs zijn geschilderd in uitbundige kleurvlakken, landschappen en naakten zijn ouderwets realistisch en hebben tegelijk Hennings onmiskenbare handschrift en kleurrijke patronen. Dikwijls schildert hij meerdere versies van een voorstelling of laat hij bepaalde voorstellingen terugkomen als een schilderij-in-een-schilderij. Het is duidelijk dat het hem vooral om het plezier van het schilderen gaat. Met name in abstracte schilderijen (interieurs) bereikt Henning fascinerende resultaten met zijn composities van kronkelende kleurbanen en wervelende patronen, die ‘trompe-l’oeil’ geschilderd lijken. Met hun draaikolkpatronen roepen de schilderijen psychedelische ‘jaren-zeventig’-interieurs in herinnering en vormen ze een geheel eigen ruimte vol kleur en beweging.

Anton Henning, Interieur/Interior No. 15, 1998.


Gevonden in Tilburg

Vanmiddag heb ik in Tilburg ‘twee kaarten gevonden’
in museum De Pont van het evenement PARKPLATZ in Breda.





Gabriel Lester, Cracks, Codes & Conditions, 2010.






Thomas Bakker, Breda, 2010.





Ik vind het idee om een parkeerplaats op een parkeerterrein
in het midden van de stad gedurende een langere tijd te reserveren
voor kunstwerken een heel goed idee.
Veel mensen worden op deze manier met wisselende werken geconfronteerd.
Leuk bedacht!

Kunstvaria

Vier werken van Picasso die politiek of in ieder geval
maatschappelijk geengageerd zijn.
Bij een aantal werken ligt de nadruk op schaduw en/of herfst.
Twee werken van Titiaan.





Arman, White orchird, 1963.


Als je naar een witte orchidee kijkt zie je een heel scala
van witte kleuren. Zeker als je daar de schaduwpartijen bij betrekt.
Hier is dat ook het geval.
Denk eens niet daar hangt een oude auto aan de muur,
maar kijk eens naar de kleurschakeringen van wit naar zwart.





Arthur Rothstein, Inhabitants in front of the post office Nethers, Virginia in Shenandoah National Park, October 1935.


Een foto uit oktober 1935 van inwoners van Nethers,
een plaats in de Verenigde Staten.
Ze zitten voor hun postkantoor.
Het Wilde Westen uit de cowboy-films.





ArtistUnknownIndiaBattleOfPollilur1780-1800.


Een onbekende kunstenaar schilderden waarschijnlijk kort na 1780
een serie over de slag bij Pollilur, waar de Engelse koloniale militairen
verslagen werden door een Indiaas leger.
De slag vond plaats op 10 september 1780.





Clive Smith, Natural and artificial markings #8, 2008.






Ellis Gallagher Ludlow Street.


Shaduw als onderwerp van een kunstwerk.





Gerhard Richter, Matrosen (Sailors), 1966.






John Cage, Not wanting to say anything about Marcel, 1969.


Een eerbetoon van de componist John Cage aan Marcel Duchamps.





Kees van Dongen, Lieuses (Sheaf binders), 1905.


De vlakverdeling van dit werk is opmerkelijk.
Het is hier geen herfst maar het zit er dicht tegen aan.
De werksters op het veld maken schoven (bundels halmen).
Dat doe je typisch tegen het eind van de zomer.





KhubilaiKhanAsTheFirstYuanEmperorShizuYuanDynasty1271-1368.


De maker van dit portret is onbekend.
Het toont Khubilai Khan of Kublai of Kubla Khan.
Mongool en grondlegger van de Yuan dynastie.
Keizer van China.
Hij leefde van 23 september 1215 xe2x80x93 18 februari 1294.





Lynn Davis, Iceberg 31, Disko Bay, Greenland, 2000.






Martien Mulder, Trees (Mist), 2005.






Martin Lewis, Shadow dance, Drypoint (ets), 1930.






Michael Mazur, Gailxe2x80x99s Island III, 1998.






Pablo Picasso, Das Leichenhaus Paris, 1944 – 1945.


Lijkenhuis Parijs, 1944 – 1945.


Pablo Picasso, Fliegende taube im regenbogen, 23 oktober 1952.


Helaas vindt de Albertina dat zij kunstwerken mogen verminken
als ze die tonen op hun web site,
Vandaar die grote ‘A’ op de afbeelding.


Pablo Picasso, Taube mit olivenzweig, 28 december 1961.



Pablo Picasso, Ziegenschxc3xa4del, flasche und kerze, 1952.






Paul Gauguin, Christ in The Garden of Olives, 1889.


Christus op de Olijfberg.
Prachtige kleur haar.





Robert Capa, Exiled republicans being marched down the beach to an internment camp, Le Barcarxc3xa8s, France, March 1939.


Robert Capa maakte deze foto van gevangenen onderweg naar een kamp
op een strand in 1939.





Tim Noble en Sue Webster, The head of Isabella Blow, 2002.


Isabella Blow was een bekende style ikoon in Engeland.
Onder andere bekend van de hoeden die ze droeg.





Titian of Tiziano Vecellio, Diana and Actaeon, 1556 – 1559.






Titian of Tiziano Vecellio, Diana and Callisto, 1556 xe2x80x93 1559.





Kunstvaria

Dit is waarschijnlijk een van de uitgebreidste afleveringen
van Kunstvaria.
Drieendertig afbeeldingen.
Zeer uiteenlopend, van allerlei culturen, continenten,
kunstenaars, stijlen, periodes enz.





Andrzej Maciejewski, Weather report #30, November 27, 2003, 7:15 am, Mostly cloudy, temperature 1 Celcius, wind 5,6 km/h.


Een gefotografeerd weerbericht.
Gedurende maanden werden op een zelfde plaats,
dagelijke foto’s gemaakt met als doel het weer vast te leggen.
Dit is weerbericht nummer 30.





Attributed to Angelos Akotantos, Icon of the Mother of God and infant Christ (Virgin Eleousa), circa 1425 xe2x80x93 1450.


Eleousa betekent zij die vergiffenis schenkt.





Chaim Soutine, The Landscape, View of Ceret, 1919 – 1920.






The Crosby Garrett Helmet, dates from the late 1st – 2nd Century AD.


Vorig jaar gevonden Romeinse helm die onlangs is geveild in Engeland.
Laten we het er op houden dat de hobby voor deze metaaldetector heeft geloond.





Cy Twombly, Ferragosto V, 1961.


Ferragosto is de Italiaanse naam voor een korte vakantie.
Origineel markeerde deze term een feest in midden augustus.





David Kapp, Rearview, 2008.


Uitzicht in de achteruitkijkspiegel.





Ernesto Neto, Simple and light as a dream…the gravity don’t lie…just loves the time, 2006.



Ernesto Neto, While nothing happens, 2008.






Francisco Ribalta, The ecstacy of St. Francis of Assisi, The vision of the musical angel, 1620 – 1625.






Frantisek Kupka, Plans par couleurs/Grand nu, 1909 – 1910.






Fu Baoshi, Court ladies, 1945.






Gabriel Metsu, A baker blowing his horn, circa 1660 – 1663.






Gold funeral mask from the Sican culture of Peru, 800 BC – 1350 AC.






Henri Matisse, La Musique, 1939.






Hu Zhengyan, Three oranges on knotted stand, circa 1633, Woodblock print.






Jan Knap, Untitled, 2006.






Jean Franxc3xa7ois Millet, Dandelions, 1867 xe2x80x93 1868.



Jean Franxc3xa7ois Millet, Man turning over the soil, 1863.


Millet, inspiratiebron voor Vincent van Gogh.
Deze drie werken geven al een aardig beeld waarom en op welke manier
die invloed verliep.


Jean Franxc3xa7ois Millet, Pears, 1862 xe2x80x93 1866.






Li Cunsong, She has been working the long night shift, circa 1947.






Liesje Reyskens, Rani, 2010.


Vlaamse fotografe.





Nellie King Solomon, Magenta and hooker’s green rings 1, 2010.






Nicolas Poussin, Ordination, 1630.






Paul Gauguin, Landscape with dog, 1903.






Peter Paul Rubens, The finding of Erichthonius, 1632 – 1633.


Rubens is niet vaak te zien op Kunstvaria.
Daarom vandaag wat extra aandacht voor dit werk.
Erichthonius is een figuur uit de Griekse mythology.

LeerWiki.nl / Wikipedia

Athena bleef maagd maar soms wordt er een kind aan haar toegeschreven, Erichthonius. Athena had een nogal ongemakkelijke verhouding met de god Hephaitos. Dit was de god die misschien bij haar geboorte was geweest. Maar de twee goden zaten ook in elkaars xe2x80x98werkgebiedxe2x80x99, beide goden beschermden de ambachten. Misschien vond Hephaitos wel dat hij meer rechten had omdat hij Zeus van zijn vreselijk pijn had verlost.

Volgens de mythe was Hephaitos verliefd op de mooie Athena. Athena vond de mismaakte god niets, maar de smidgod wilde niet luisteren. Athena weet aan een heftige omhelzing van de god te ontkomen maar daarbij valt zaad van Hephaitos op haar been. Met een beetje wol haalt Athena dit weg en gooit het op de grond. Daar ontstaat Erichthonius, half mens en half slang. Athena besluit dit wezentje op te voeden en verstopt het voor de ander
e goden. Veel later wordt hij koning van Athene.

Waarom nu die vondst zoals op dit schilderij:
Athena nam het kind tot zich en borg het in een kistje, dat zij aan Pandrosos de dochter van Kekrops ter bewaring gaf, met het stellige verbod het te openen. De zusters van Pandrosos echter Herse en Aglauros konden hun nieuwsgierigheid niet bedwingen, openden het kistje en vonden daarin het kind door een slang omslingerd. Onmiddellijk werden zij door waanzin bevangen en stortten zich van een hoge rots (de Akropolis te Athene).







Phillip King, Genghis Khan, 1963.






Renxc3xa9 Magritte, The Annunciation, 1930.






Roy Lichtenstein, Still life with silver pitcher, 1972.






Salvador Dali, Female head, 1954.






Stefan Heyne, 0456, 2010.


Heel bijzondere fotografie.


Stefan Heyne, No title, 2008.






Wine vessel and cover, Fangyi, late Shang Dynasty, Anyang, 12th -11th century BC.






Zhao Shao’Ang, Ginko tree and kingfisher, 1965.





Kunstvaria

Ik probeer wat achterstand weg te werken.
Dus behoorlijk wat werken in deze log.
Heel uiteenlopende oorsprong, verschillende technieken,
van heel mooi naar nog mooier.


Ahmed Alsoudani, Baghdad I, 2008.

Ik vind dit bijna een plafondschildering.
Het blauw midden onder is de open lucht.
De andere figuren torenen boven elkaar uit tegen
de binnenwand van een koepel of iets dergelijks.


Chihongo face mask, Chokwe peoples, Democratic Republic of the Congo or Angola, Late 19th – early 20th century.

Masker uit Congo of Angola.


Chinese celadon elephant, Ming Dynasty, 1368 – 1644.

‘Celadon’ is een naam voor een pottenbakkerstechniek
die een groen, groenblauw keramisch resultaat geeft.
Vooral populair in China omdat het een idee van jade creeert.


Edward Hopper, Night shadows, 1921 (etching, ets).

Weer eens iets heel anders dan een schilderij van Hopper: een ets.


Francis Picabia, Hera, circa 1929.

Wikipedia

Hera is een figuur uit de Griekse mythologie. Zij was de dochter van de titanen Kronos en Rheia, en derhalve de zuster van Zeus, de koning van hemel en aarde en tevens diens gemalin. Ze is de beschermster van het huwelijk.

 


Gilt bronze figure of Amitayus, Tibet, 14th century.

Amitayus: boeddha van Lang Leven.
Verguld bronzen figuur uit Tibet.


Herman Maril, Red boat, 1959.

Dit is de eerste keer dat ik een werk van Herman Maril zie.
Als al zijn werken zo evenwichtig van kleur zijn
wil ik er ook wel eens een paar in het echt zien.


Imperial painting, Set of seventeen paintings commemorating the victories of the Muslim rebellion in the Northwest, Qing Dynasty, Guangxu period.

Keizerlijk schilderij.
Een uit een set van 7 schilderijen.
Gemaakt ter gelegenheid van de overwinning op de moslimrebellen
in noordwest China.


Jan J. Schoonhoven, Relief, 1963.

Ongelofelijk hoeveel kleur er in wit zit.


Leo Monahan, Rabbit color wheel.

Deze beeldhouwer werkt alleen met papier.
Ik zag meerdere van dergelijke kleurwielen.
Met dierfiguren als uitgangspunt.
Leuk zijn hier ook de witte staartjes.
Op een ander voorbeeld dat ik zag sprongen
de witte slagtanden van de olifanten er prachtig uit.


Marc Chagall, Der Spaziergang, 1917.


Markus Lupertz, Untitled, 1973.


Max Beckmann, Self portrait with champagne glass, 1919.


Pablo Picasso, The rape of the Sabine women (After David), 4 – 5 and 8 november 1962.


Panel with a seated ruler in a watery cave, Panel 3, Cancuen, Guatemala, Limestone.

Kalkstenen paneel met afbeelding van een zittende heerser
in een grot met water. Afkomstig uit Cancuen, Guatemala.


.Per Kirkeby, Flucht nach Agypten, 1996

Was hier al eens eerder te zien.
Fascinerende kleuren bij een bijzonder bijbelverhaal.


Pietro Annigoni, Queen Elizabeth II, 1969.

Mijn eerste idee was: wat lijkt Elizabeth veel op haar zusters.


Rudolf von Alt, View of Budapest with Chain Bridge and the Royal Palace, circa 1880, Watercolour.


Stanley William Hayter, Expansion, 1970.

Indrukwekkend wat je allemaal kunt doen met slechts 1 kleur.


Toon Oomen, Zonder titel.


Vincent van Gogh, The cottage under the trees, 1885.

De boerderij onder de bomen.Drenthe of Nuenen?


 

Wat klopt hier niet…?

Ik weet het niet maar naar mijn gevoel klopt hier iets niet.
Om te beginnen kan ik eigenlijk niets op internet vinden
over Henri Stressor, behalve berichten over dit schilderij.
Je zou denken dat als een kunstenaar dergelijke schilderijen maakt,
dat je dan eerder van hem gehoord zou hebben.
Maar goed er kan je iets ontgaan.
Maar niets op internet?

Bovendien zou ik zo geen oesters eten.





Henri Stressor, The oyster eater, 1613 – 1679.





een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt

In het voorwoord van het boek ‘Denken over kunst’
(A. A. Van den Braembussche) wordt mijn aandacht getrokken
naar het zinsdeel dat de titel is van dit logje:
‘een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt’.



De schrijver geeft in de eerste regels van het voorwoord aan
dat mensen heel gemakkelijk en snel een esthetisch oordeel vellen
over heel gewone dingen.
In de tekst noemt hij: ‘een stoel, een theeservies,een zonsondergang en
een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt’.
Aanleiding om met deze tekst eens op zoek te gaan op het internet.
Ik stuitte op een aantal heel uiteenlopende teksten
en die laat ik in een korte serie op mijn weblog passeren.



Een van de teksten die ik tegenkom is een reisverslag
van een voetreis naar Rome.
Daarin staat onder andere de volgende prachtige beschrijving:

DE WONDERLIJKE TOCHT NAAR ROME
DE VOETTOCHT VAN TERIE LEIJS IN 2004

Waar eerst uitbundige kleuren
van geel, bruin en groen feest vierden
staan nu de velden vol treurende zonnebloemen.
De uitgebloeide bloemschotels hangen voorover;
zwartgeblakerd maar volgezogen met sappige olie.
Het is een droevig tafereel,
alsof ieder al gekleed is voor de begrafenis.



Kunstvaria

Vandaag worden we door veel gezichten aangekeken
vanaf deze web log.
Soms door heel verknipte gezichten.
Geniet!





Andrea del Verrocchio, Medusa, circa 1480, terracotta.






Annie Leibovits, The Queen of England, 2007.






Diego Riviera, Two women, 1914.






Ewer (Kendi) made for the Persian (now Iran) market, Ming Dynasty, Wanli period, 1573 xe2x80x93 1619.


Een schenkkan, ook wel kendi genoemd,
gemaakt in China tijdens de Ming dynastie.
De kan is gemaakt voor de Persische markt, nu de regio van Iran.





Ferdinand Bol, Louise Marie Gonzaga de Nevers, 17th century.


Dit 17e eeuwse schildeij is gemaakt door Ferdinand Bol.
Het is het portret van de Poolse Koningin die er in slaagde
met twee Poolse koningen getrouwd te zijn.
Dit is een schilderij uit de nalatenschap van Jacques Goudstikker.





Guillermo Kuitca, Mozart – Da Ponte I, 1995.






Henri Matisse, Jazz, 1947.






Joseph Hirsch, Street scene, 1938.






Kees van Dongen, Woman on a sofa, 1950.


Kees van Dongen is populair op dit moment.
Je ziet tentoonstellingen over de hele wereld
werken van hem presenteren.





Martial Raysse, Life is so complex, 1966.






Necklace with central pendant, Tagguemout, 20th century, Draa Valley, Morocco.


Een grote kraal die in het middel van een collier wordt gedragen
en vaak geemailleerd is wordt een Tagguemout genoemd.





Otto Dix, Group portrait of Gxc3xbcnther Franke, Paul Ferdinand Schmidt and Karl Nierendorf, 1923.


Otto Dix staat garant voor bijzondere gezichten.





Otto Dix, Reclining woman on a leopard skin, 1927.


Wat een bijzondere ogen.





Pakpak Batak people, Barus District, Sumatra, Indonesia, Effigy portrait of a village priest (Mejan), 19th century or earlier.






Paul Delvaux, The dream, 1952.






Raoul Dufy, At the races, circa 1941.






Robert Gwathmey, Like son, 1948.






Roy Lichtenstein, Bedroom at Arles, 1992.


Lichtenstein vrij naar de slaapkamer van Vincent van Gogh in Arles.
Wat ik zo mooi vind is de duidelijke inspiratie aan de ene kant
en de vermodernisering aan de andere kant.
Kijk eens naar die moderne stoelen,
de hangertjes voor de kleren aan de kapstok,
het handdoekenrek, links naast de deur.
Allemaal moderne atrtributen.

Interessant is dat ik pas er op werd gewezen dat het originele schilderij
van Vincent wordt gerestaureerd en dat de voortgang via het internet
te volgen is:
Slaapkamergeheimen


De inspiratiebron: Vincent van Gogh, De slaapkamer, 1888.






Roy Lichtenstein, Foot medication, 1962.





Kunst en Drugs?

“Apart from drugs,
Art is the biggest unregulated market in the world.”


Robert Hughes, The Mona Lisa curse, 2009.

Wikipedia

Robert Hughes (1938) is zonder twijfel de meest bekende, meest gelezen en meest uitgesproken kunstcriticus van onze tijd. Met zijn boeken (zeventien tot nu toe) en zijn televisieseries over moderne kunst en architectuur oogstte hij lof en vrees bij miljoenen over de hele wereld.

Hughes groeide op in Australixc3xab, waar hij zich aansloot bij een groep progressieve kunstenaars, schrijvers en intellectuelen. Hij brak zijn studie kunstgeschiedenis af om een overzichtswerk van de Australische schilderkunst te schrijven. Daarna woonde en werkte hij in Italixc3xab en Londen, alvorens zich in 1970 in de Verenigde Staten te vestigen als flamboyant kunstcriticus van Time Magazine. In 1997 wees een verkiezing onder Australixc3xabrs hem aan als een van de veertig xe2x80x98Living National Treasuresxe2x80x99. Zijn stijl van schrijven en spreken is uit duizenden te herkennen: lucide, onomwonden, altijd raak, met evenveel intelligentie als passie en van een alles verschroeiende geestigheid. Of het nu gaat om de pretenties van de moderne kunstenaar, de schoonheid van Barcelona, de verfoeilijke klaagcultuur van onze tijd, het wonderlijke leven down under of het lot van de eenzame hengelamateur, Hughes kijkt, prijst en vonnist op een manier die met recht monumentaal genoemd kan worden.

Robert Hughes is auteur van The Shock of the New (1981), The Fatal Shore (1987), Nothing If Not Critical (1990), Barcelona (1992), The Culture of Complaint (1995), American Visions (1998), A Jerk on One End: Reflections of a Mediocre Fisherman (1998), Goya (2004) en Things I Didnxe2x80x99t Know: A Memoir (2006)



Robert Hughes is een van de grote critici van de elkaar opzwepende
moderne kunstenaars (zoals Damien Hirst), veilighuizen, experts, ‘experts’,
curatoren, museumdirecteuren, kunstbezitters, enz.

Vandaar dat hij in de documentaire ‘De vloek van de Mona Lisa’ zegt
dat kunst, op de drugsmarkt na,
de grootste markt is waar geen enkele regel geldt
(en die dus volledig uit de klauwen loopt).
Overigens met zelfkritiek en humor.

Ik denk dat hij gelijk heeft.

Een van de delen van de documentaire op YouTube:


Van Trajanus tot Tajiri

Nog niet zo lang geleden was ik een paar keer in het Valkhof
in Nijmegen, het museum voor kunst en archeologie.
Ik kocht daar toen hun museumgids.
Dit boek ‘Van Trajanus tot Tajiri’ geeft een overzicht
van de collectie en is ter gelegheid van het 10-jarig bestaan
van het museum uitgebracht.


Museumgids van het Valkhof: ‘Van Trajanus tot Tajiri’.


De gids is een soort ‘the best of…’ en geeft in drie grote delen:
archeologie, oude kunst en moderne kunst,
een prachtig beeld van de collectie.


Bijzonder formaat.


De gids heeft een bijzonder formaat en uitvoering.
Geen hoogdruk glanspapier van voor tot achter,
maar speels gemaakt met een harde kaft,
dun papier in sprekend rood en wit als schutbladeren,
gladpapier voor tekst en afbeeldingen.
De kaft van het boek slaat helemaal open want de rug van de pagina’s
is apart ingebonden. Mooi gedaan.


Verrassende typografie.


Tekst in afwisselend groot en klein formaat,
een bijzondere kantlijn daar waar het kan.


Mooie foto’s: Oude kunst, Albert Hermens Gramey, zilveren doos, 1657 – 1658.


Bij ieder werk een toelichtende tekst.
Sommige werken zijn heel specifiek voor Nijmegen,
maar veel werken zijn van betekenis voor heel Nederland.
Vooral geldt dat voor de voorwerpen die behoren tot het deel
over de archeologie en de moderne kunst.


Ieder werk genummerd en voorzien van het inventarisnummer.


Voorwerp 58 is overigens het schilderij:
‘De oude haven met de bottelpoort in Nijmegen’ uit circa 1850
van Jan Weissenbruch.
Mooi verhaal bij dit werk!


Het begin van het derde deel met de moderne kunst.


Teun Hocks, Zonder titel, 2000.


Van sommige werken zijn extra grote foto’s opgenomen.
Soms zijn die foto’s gericht op een detail van het werk.


Het boek is een genot om te lezen en door te bladeren: Verzilverde gezichtshelm, tweede helft van de eerste eeuw. Deze ruiterhelm van een Romein is gevonden in de Waal bij Nijmegen.


Reden genoeg om stil te staan bij de bedenkers en makers van het boek:

Samenstelling en eindredactie:
Maryan Schrover

Redactiecommissie:
Annelies Koster, Ruud Priem, Frank van de Schoor,
Maryan Schrover, Louis Swinkels

Grafisch ontwerp:
Mariola Lopez Marixf1o (concept en art direction)
Omar Salid (vormgeving)
Studio Anthon Beeke, Amsterdam