Jan Gossart

Tijdens mijn zoektocht naar de kunstwerken voor de Kunstvaria
van deze week, kwam ik terrecht op de website
van het Metropolitan in New York.
Daar zijn nu drie fantastische tentoonstellingen.
Een ervan gaat over de Zuid Nederlandse schilder Jan Gossart.
Drie afbeeldingen heb ik er deze week van.
Een van die werken heeft mijn speciale aandacht getrokken
omdat de geportretteerde man waarschijnlijk
Graaf Hendrik III is, Graaf van Breda.
En dat werk staat centraal in dit log.

Er is een tweede reden waarom mijn aandacht
getrokken werd naar deze schilder.
Onlangs bezocht ik de tentoonstelling in Brussel over Lucas Cranach.
Centraal in die tentoonstelling staat hoe de renaissance
vanuit Italie zijn weg vindt naar Noord Europa.
Interessant is dat Jan Gossart in dezelfde kringen verkeerd,
dezelfde mensen kende als Lucas Cranach.
Beide schilders spelen een rol in het
uitwaaieren van de renaissance naar Noord Europa.
Albrecht Dxc3xbcrer is voor beide schilders een inspiratiebron.

De twee andere schilderwerken die ik vond op de web site van
het Metropolitan in New York hebben thema’s verwant
met de thema’s waaraan Lucas Cranach werkte.
De tekst op Wikipedia die ik hieronder aanhaal
verwijst ook duidelijk naar die thema’s.

Alles bij elkaar weer een spannende ontdekkingsreis.





Jan Gossart, Portrait of a man (Henry III, Count of Nassau-Breda?), circa 1520 – 1525, Oil on oak panel.


Portret van een man.
Waarschijnlijk Hendrik III, Graaf van Nassau-Breda.
Olieverf op een eikenhouten paneel.




Wikipedia

Jan Gossaert (Maubeuge ?, ca. 1478 – Antwerpen ?, 1 oktober 1532) was een Zuid-Nederlandse kunstschilder, prentmaker en ontwerper. Naar zijn vermoedelijke geboorteplaats Maubeuge in het graafschap Henegouwen werd hij ook vaak “Mabuse” genoemd en men treft soms ook de Latijnse vorm “Malbodius” aan.

In het eerste decennium van de 16e eeuw behoorde Gossaert tot de zogenaamde “Antwerpse manixc3xabristen”. Na zijn bezoek aan Italixc3xab (1508-1509) in het gevolg van de humanist Filips van Bourgondixc3xab, admiraal van Zeeland en later bisschop van Utrecht, speelde Gossaert een belangrijke rol in de introductie van de Italiaanse Renaissance in de Nederlanden. Gossaert zou de grondslag leggen voor de schilderkunstige stroming die later met de term “Vlaams Romanisme” zou worden aangeduid, en die een sterke invloed onderging van de kunst van de “Romeinse” hoog-renaissance, met name Rafaxc3xabl, Michelangelo en hun navolgers. Gossaert werd al kort na zijn dood beschouwd als de eerste Nederlandse kunstenaar die klassiek gexc3xafnspireerde mythologische taferelen met naakte figuren schilderde.

Afkomst, opleiding en verblijf in Antwerpen
De handtekeningen op enkele van zijn schilderijen zoals “Iennin Gossart de Mabu[s]e” en later ook “Ioannes Malbodius” geven een sterke aanwijzing dat Gossaert in of rond Maubeuge geboren werd of dat tenminste zijn ouders uit die streek afkomstig waren.

Op dat moment hoorde deze stad nog bij het Graafschap Henegouwen dat deel uitmaakte van de Habsburgse Nederlanden. Zijn geboortedatum is niet uit de archieven bekend maar is afgeleid van de inscriptie op een portret dat Gossaert in 1528 op vijftigjarige leeftijd zou hebben geschilderd. Een andere indicatie is ook de aanvaarding als ‘meester’ in het schildersgilde die meestal omstreeks de leeftijd van 25 jaar plaatsvond. Gossaerts aanvaarding als ‘meester’ staat opgetekend in de liggeren van het Antwerpse Sint-Lucasgilde in 1503.

Omtrent zijn opleiding en zijn vroegste werken is echter niets met zekerheid bekend. Op basis van bepaalde stilistische kenmerken in Gossaerts vroege werken hebben auteurs zoals Weisz (1912) en Winkler (1921) gesuggereerd dat Gossaert in Brugge in de omgeving van Gerard David een opleiding zou hebben genoten. Vandaag wordt echter aangenomen dat Gossaert in Antwerpen zijn opleiding ontving waaruit ook zijn aanvaarding als ‘meester’ in 1503 logisch volgt. Antwerpen was op dat moment de meest bloeiende handelsstad van Noord-Europa en de daar gevestigde schilders waren uit alle windstreken toegestroomd. De vermeende Brugse invloeden in het werk van Gossaert zijn zo ook makkelijk te verklaren. Na zijn aanvaarding als meester stichtte Gossaert in Antwerpen een atelier. In 1505 nam hij een zekere ‘Hennen Mertens’ als leerling aan. In 1507 werd ook een zekere ‘Machiel in’t Swaenken’ in zijn atelier opgenomen. Gossaert bleef zeker tot 1507 in Antwerpen werkzaam.

Geen enkel vandaag bekend werk kan met zekerheid in de periode 1503-1507 worden gesitueerd. Slechts twee gesigneerde pentekeningen worden doorgaans als werken uit deze periode beschouwd. Dit zijn het Mystieke huwelijk van Sint-Katharina (Statens Museum for Kunst, Kopenhagen) en het Visioen van Keizer Augustus (Berlijn, Kupferstichkabinett). Afhankelijk van de door verschillende auteurs voorgestelde datering van deze stilistisch duidelijk te onderscheiden werkjes wordt Gossaert ofwel gezien als een centrale figuur binnen het Antwerps manixc3xabrisme, ofwel als een late epigoon van deze stroming beschouwd. De kleine Triptiek met de H. Familie, Sint-Katharina en Sint-Barbara (Lissabon, Museu Nacional de Arte Antiga) wordt niet algemeen als een eigenhandig werk van Gossaert geaccepteerd. Het weerspiegelt echter wel de vroege stijl van Gossaert die aanleunt bij het Antwerps manixc3xabrisme en ook de invloed van Gerard David vertoont.

Verblijf in Italixc3xab
Na 1507 verdwijnt Gossaerts naam uit de Antwerpse archieven. Men neemt aan dat hij toen werd gexc3xabngageerd door Filips van Bourgondixc3xab om deel uit te maken van zijn gevolg tijdens zijn zending naar het hof van Paus Julius II in Rome. Filips ondernam deze diplomatiek missie in opdracht van de landvoogdes Margaretha van Oostenrijk. Gossaert vertrok met de Admiraal en zijn gevolg in Mechelen op 26 oktober 1508 en op 14 januari 1509 kwam men in Rome aan.

Uit het verslag van Geldenhauer uit 1529 is ook bekend dat Filips, die erg gexc3xafnteresseerd was in de overblijfselen uit de Klassieke Oudheid, Gossaert speciaal had aangezocht hem te vergezellen met het doel tekeningen te maken van de oudheden om als herinnering en documentatie terug mee naar huis te nemen. Gossaert maakte in Rome ongetwijfeld een groot aantal tekeningen naar de ontelbare antieke ruxc3xafnes en sculpturen die de stad rijk was. Vandaag zijn slechts vier overgebleven bladen bekend; een blad met de ruxc3xafne van het Colosseum (Berlijn, Kupferstichkabinett), een studie naar de zogenaamde Apollo Kitharoedos (Venetixc3xab, Accademia), een studie naar de zogenaamde Capitoleinse Hercules (Privxc3xa9collectie, Londen), en een blad met studies naar onder meer de beroemde Spinario of xe2x80x9cdorenuittrekkerxe2x80x9d (Leiden, Prentenkabinet).

Gossaert tekende deze klassieke modellen als een noordelijk kunstenaar die duidelijk niet vertrouwd was met het klassieke stijlidioom. De vormen zijn ietwat uitgelengd en de musculatuur van de figuren is zo gedetailleerd weergegeven dat het resultaat een heel ornamenteel karakter heeft dat het monumentale heroxc3xafsche karakter van de modellen niet optimaal tot zijn recht laat komen. Gossaerts interpretatie van het klassiek drapxc3xa9 is nog bexc3xafnvloed door de de vrij hoekige behandeling waarmee plooien en stoffen in de noordelijke traditie werden weergegeven. Alles wijst er dus op dat Gossaert vrij plotseling met het klassieke idioom werd geconfronteerd en niet echt de gelegenheid had de geest van deze modellen voldoende te assimileren. Nochtans zal de aanblik van de volplastische klassieke sculpturen op Gossaerts stijl een definitieve indru
k achterlaten die zich vooral manifesteert in de toegenomen volumewerking van zijn figuren.

Voor hij in Rome arriveerde is Gossaert tijdens zijn doorreis langs steden als Trente, Verona, Mantua en Florence ongetwijfeld in contact gekomen met de 15e en vroeg 16e-eeuwse Italiaanse schilderkunst die daar ten overvloede aanwezig was. In de Eeuwige Stad zelf waren op dat moment Michelangelo en Rafael aan het werk, de eerste aan het plafond van de Sixtijnse Kapel de laatste aan de befaamde xe2x80x9cStanzexe2x80x9d. Het is waarschijnlijk dat Gossaert als lid van het gevolg van een belangrijk gezant toegang heeft gehad tot deze plaatsen, of tenminste tekeningen en voorontwerpen heeft gezien van de werken die toen werden uitgevoerd. Het gezantschap keerde terug in juni 1509. Gossaert bleef echter nog wat langer in Rome, wat blijkt uit het feit dat hij er nog in juli van dat jaar actief was.

Middelburg, 1509-1517
Na zijn terugkeer uit Italixc3xab vestigde Gossaert zich vermoedelijk onmiddellijk in Zeeland. Eind 1509 werd een zekere xe2x80x98Janin de Waelexe2x80x99 geregistreerd als lid van de broederschap van Onze-Lieve-Vrouw in Middelburg. Deze xe2x80x9cJanxe2x80x9d van Waalse afkomst is vrijwel zeker dezelfde als Jan Gossaert. Het is echter niet zeker of hij daar zijn vaste verblijfplaats had aangezien hij een heel aantal opdrachten uit zeer verspreide streken ontving. Volgens de getuigenis van Gerard Geldenauer uit 1529 trad Gossaert pas eind 1515 in vast dienstverband bij Filips van Bourgondixc3xab. Dit wijst er vermoedelijk op dat Gossaert er als vrijmeester was gevestigd en dus van overal opdrachtgevers aantrok. De opdrachten die Gossaert kreeg waren dan ook meer van religieuze dan van seculiere aard. Samen met de meer traditionele smaak van zijn opdrachtgevers belette dit hem wellicht om de in Italixc3xab opgedane indrukken te verwerken in zijn werk. Classicerende composities werden buiten de omgeving van het hof door opdrachtgevers nog maar weinig gesmaakt in de Nederlanden. Hoewel Gossaert werd beperkt door het conventionele karakter van de onderwerpen die hij diende uit te beelden kenmerkt deze periode zich door verdere rijping en experiment.

Kasteel “Suytburg” en het klassieke naakt
Eind 1515 gaf admiraal Filips van Bourgondixc3xab-Blaton aan Jan Gossaert en Jacopo dexe2x80x99 Barbari de opdracht om zijn kasteel xe2x80x9cSuytburgxe2x80x9d (vandaag, West-Souburg op Walcheren) te decoreren. Het was de bedoeling van deze geleerde humanistische admiraal om van zijn residentie een centrum van Renaissancecultuur in het noorden te maken. Daar Filips onder andere de geschriften van Vitruvius goed moet hebben gekend is wel eens gesuggereerd dat hij ook een persoonlijke invloed had op het decoratieve en architecturale programma. Gossaerts bijdrage aan deze onderneming maakte van hem een waar renaissanceschilder.

De mythologische taferelen die zijn opdrachtgever wenste als decoratie van zijn kasteel gaven aan Gossaert de gelegenheid om te experimenteren met de uitbeelding van het klassieke naakt. Hierbij baseerde hij zich niet zozeer op de studies die hij in Rome had gemaakt, maar op de prenten van tijdgenoten zoals Albrecht Dxc3xbcrer en Marcantonio Raimondi. Deze laatste had naast enkele prenten naar klassieke sculpturen vooral gravures naar xe2x80x9cinventiesxe2x80x9d van Rafaxc3xabl op de markt gebracht. Gossaert baseerde zich ook op de kleinsculpturen van Conrat Meit, een kunstenaar van Duitse afkomst die aan het hof van Margaretha van Oostenrijk in Mechelen werkzaam was geweest maar die ook xe2x80x9cSuytburgxe2x80x9d had bezocht. Natuurlijk had ook zijn Italiaanse collega Jacopo de Barbari een belangrijke stem. Met name zijn theoriexc3xabn over de menselijke proporties hebben op Gossaert een duidelijke invloed uitgeoefend.

Het enige element dat van de decoratie van xe2x80x9cSuytburgxe2x80x9d bewaard is gebleven is het paneel met Neptunus en Amphitrite (Berlijn, Gemxc3xa4ldegalerie). Deze twee levensgrote klassieke naakten waren geheel nieuw voor de kunst van de Nederlanden. Toch hebben ze – wellicht doordat ze nooit voor een ruimer publiek zichtbaar zijn geweest xe2x80x93 nauwelijks directe navolging gehad. Opvallend is ook de volledig Latijnse handtekening die op humanistische wijze geheel in Romeinse kapitalen is gesteld: IOANNES+MALBODIVS+PINGEBAT+1516. Het werk draagt ook de naam en het devies van zijn opdrachtgever Filips van Bourgondixc3xab die duidelijk trots moet zijn geweest op dit manifest van de nieuwe stijl in het noorden.

Tijdens deze periode was het Gossaert klaarblijkelijk toegestaan ook andere opdrachten aan te nemen. Deze kwamen voornamelijk van de Habsburgse verwanten van Filips van Bourgondixc3xab, en van vertrouwelingen van het Habsburgse hof. Het zijn voornamelijk portretten of diptieken waarin een bidportret is verwerkt. Voor Keizer Karel V schilderde hij het portret van diens zuster Eleonora van Oostenrijk. Een absoluut meesterwerk van de portretschilderkunst is het portret van Jean Carondelet dat samen met een Madonna met kind een diptiek vormt (Parijs, Musxc3xa9e du Louvre). Het werkt wordt gekenmerkt door een zorgvuldig geobserveerde en zeer verfijnde weergave van de gelaatstrekken die eigen is aan de Nederlandse traditie. Door het schitterende modelxc3xa9 dat scherp afsteekt tegen de donkere achtergrond en door de schaduweffecten op het gezicht verkrijgt Gossaert een uitgesproken ruimtewerking die typisch is voor de renaissance en die in dit opzicht een grote vernieuwing betekent.

Utrecht, 1517-?
Toen zijn beschermheer in 1517 bisschop van Utrecht werd, volgde Gossaert hem naar diens residentie, het kasteel van Wijk bij Duurstede. Mogelijk was in deze periode Jan van Scorel korte tijd bij hem in de leer. In 1525 keerde Gossaert terug naar Middelburg, mogelijk om daar in dienst van Adolf van Bourgondixc3xab te treden. Ondertussen voerde hij ook opdrachten uit voor keizer Karel V, Margaretha van Oostenrijk en Christiaan II van Denemarken.



Zo valt er het volgende te lezen op de Wikipagina over Graaf Hendrik III:

Zo liet hij zich op ca. 33-jarige leeftijd als vliesridder afbeelden door Jan Gossaert. Ook bestelde hij bij Gossaert een Hercules en Deianeira. Een vergelijkbaar schilderij bevindt zich tegenwoordig in het Barber Institute of Fine Arts in Birmingham. Volgens Karel van Mander werkten Jan van Scorel en Bernard van Orley voor zijn residentie in Breda. Ook bezat hij werk van Lucas Cranach. Zo stuurde de keurvorst van Saksen hem een Lucretia van Cranach en vermeldt Antonio de Beatis in 1517 een Oordeel van Paris met de drie godinnen, dat een bekend onderwerp is in Cranachs oeuvre.






Dat de afgebeelde man een vliesridder is kun je opmaken uit dit detail van het schilderij. Duidelijk hangt het symbool van de Orde van het Gulden Vlies om zijn hals. Jan Gossart, Portrait of a man (detail).