Paul Klee meets Pablo Ruiz Picasso

De tentoonstelling in Zentrum Paul Klee, in Bern,
heb ik helaas (nog) niet gezien.
Maar de afbeeldingen die ik er van zag zijn zeer veel belovend.
In tegenstelling tot vele musea heeft dit kunstcentrum
een groot aantal afbeeldingen en foto’s naar aanleiding
van deze tentoonstelling ter beschikking gesteld
aan de bezoekers van haar web site.
Afbeeldingen van een erg hoge kwaliteit.
Daar kun je wat mee.
De werken zullen in het echt vast nog mooier zijn
maar deze beelden zijn geweldig.

Het thema is vrouwen.





De poster van de tentoonstelling.






Niet alle werken hebben betrekking op vrouwen. Het merendeel wel. Pablo Ruiz Picasso, Arlequin assis sur fond rouge, 1905.



Pablo Ruiz Picasso, Arlequin assis sur fond rouge, 1905, detail. Om te laten zien wat de kwaliteit van de afbeeldingen is.






Paul Klee, Schauspieler, 1923.






Pablo Ruiz Picasso, La Buveuse assoupie, 1902.






Paul Klee, Verfluchende frau, 1939.






Pablo Ruiz Picasso, Femme assise, 1909..






Paul Klee, Ein weib fxc3xbcr Gxc3xb6tter, 1938.






Pablo Ruiz Picasso, Femme au chapeau bleu, 1938.



Pablo Ruiz Picasso, Femme au chapeau bleu, 1938, detail. De prachtige kleuren en de toets van de kwast






Paul Klee, Angstausbruch III, 1939.






Pablo Ruiz Picasso, La femme qui pleure, 1937.






Pablo Ruiz Picasso, Txc3xaate de femme (Marie-Thxc3xa9rxc3xa8se) en face et en profil, 1926.



Pablo Ruiz Picasso, Txc3xaate de femme (Marie-Thxc3xa9rxc3xa8se) en face et en profil, 1926, detail.






Paul Klee, Hommage xc3xa0 Picasso, 1914.



Paul Klee, Hommage xc3xa0 Picasso, 1914, detail.






Nog een derde kunstenaar: Alexej von Jawlensky, Kopf, 1917.






Pablo Ruiz Picasso, Femme dans un fauteuil, 1927.


Gewelding om al die verschillende stijlen te zien bij Picasso.




China reisverslag / travelogue 42

Er zijn veel dingen waar westerlingen aan moeten wennen in China.
Een van die dingen zijn de Chinese namen
en hun bloemrijke vertalingen.
In deze log gaat het onder andere over de Hal van de Keizerlijke Vrede.
En wat te denken van
De School voor het onderzoek van de cultivering van de natuur.
Hier kreeg The Last Emperor, Pu Yi, les van Sir Reginald Johnston.







Yang Xing Zhai
Study of the cultivation of nature

Built in the Ming Dynasty Yang Xing Zhai, a two-storied building in the form of a character, echoes with Jiang Xue Xuan (pavilion of crimson and white) in the form of another character.
This study has a secluded and beautiful surroundings, emperors Jiaqing and Daoguang of the Qing Dynasty came here vey often to have a rest or a read. It was also here that Sir Reginald Johnston, an English man, gave English lessons to the abdicated Emperor Pu Yi.


Yang Xing Zhai
Onderzoeksruimte voor de ontwikkeling van de natuur.

Dit gebouw met twee verdiepingen is gebouwd tijdens de Ming dynastie.
De vorm van het gebouw sluit perfect aan met dat van
Jiang Xue Xuan (Paviljoen van karmozijnrood en wit).
De plattegrond van beide gebouwen zijn in de vorm van een Chinees karakter.
Deze twee karakters passen precies in elkaar.
Deze school is in een prachtige omgeving gelegen
en keizers als Jiaqing en Daoguang van de Qing Dynastie
verbleven er graag om uit te rusten of te studeren.
Het was ook hier dat Sir Reginald Johnston les gaf
aan de laatste, inmiddels afgezette Keizer van China, Pu Yi.

De karakters waar het over gaat zijn de volgende:

Het karakter dat als plattegrond diende voor Yang Xing Zhai
staat voor het begrip hol of concaaf:


Het karakter van Jiang Xue Xuan staat voor convex, bol:


Nu maar eens het gebouw laten zien.





Een mooi gebouw, een beetje westers van ontwerp. Niet toegankelijk voor het publiek. Het ligt een beetje verhoogd dus binnenkijken was er ook niet bij.






Een beetje teruglopend in de tuin: Qian Qui Ting.






De top van Qian Qui Ting.





De Verboden Stad: 04/10/2009
Yang Xing Zhai/Qin An Dian.








Qin An Dian
Hall of Imperial Peace

Located on the central axis of the Forbidden City, this hall is a major building in the imperial garden. It was first constructed in 1535 during the Ming Dynasty and is encirceled by a wall. This hall is five bays wide and three bays deep. Itxe2x80x99s roof is covered with yellow glazed tiles and is decorated with carved overhanging eaves and a gold-plated knob in the middle. In the center of the courtyard wall there is a gate named Tian Yi Men (One Heavenly Gate). Inside the gate is a cypress with entwined branches. The glazed pavilion in the east of the courtyard was where silk was burnt during sacrificial rites.
In the Ming and Qing Dynasties, the hall enshrined the statue of Water God Zhenwu, one of the Taoist deities. During the Qing Dynasty, every New Year an altar would be set up within Tian Yi Men (One Heavenly Gate) for the emperor to burn incense and pay homage to the gods. During festivals, Taoist rituals were performed in this hall.



Qin An Dian
Hal van de Keizerlijke Vrede

Dit is een belangrijk gebouw in de keizerlijke tuin
en is daarom gelegen op de centrale as van de Verboden Stad.
De oudste versie dateert uit 1535 en is omgeven door een muur.
Het dak ik bedekt met gele, geglazuurde dakpannen en
heeft een vergulde knop in het midden.
In het midden van de muur rond het hofje dat bij het gebouw hoort
is een poort: Tian Yi Men (Eerste hemelpoort).
Achter de poort is een cipres met takken die zich
met elkaar vergroeid hebben.
Tijdens de Ming en Qing dynastiexc3xabn was de hal het huis van een beeld
van de watergod Zhenwu, een van de Taoxc3xafstische goden.
Gedurende de Qing dynastie werd ieder Nieuwjaar een altaar opgericht
in de poort zodat de keizer er wierrook kon branden
en er de goden kon aanbidden.
Ook tijdens festivals werden hier Taoxc3xafstische rituelen uitgevoerd.





Wierrookbrander.






Qin An Dian, was op deze dag niet toegankelijk voor publiek.






De prachtige dakversiering.





China reisverslag / travelogue 41

De Verboden Stad: 04/10/2009
Qian Qiu Ting (Thousand year pavilion).


De dag in de Verboden Stad in Beijing was erg intensief.
Ik heb er al heel wat maanden plezier van.
Iedere keer als ik werk aan een log over weer een stukje
van de Forbidden City, geniet ik weer.
Het was er prachtig, mooi weer en er was zoveel te zien.
Veel te veel om allemaal in 1 dag te zien.
Dit is de 41ste log.
In het begin heb ik er ook een aantal geschreven over de Chinese Muur,
de Minggraven en Tiananmen Square.
Maar het zijn er al heel wat die over de Verboden Stad gaan.
En na de volgende log bereik ik de achterzijde van de Verboden Stad.
Dan ben ik van Tiananmen naar de achterzijde gelopen
en heb daarvan hier verslag gedaan.
Ik beloof je dat de weg terug sneller zal gaan.

Ik ben in de Keizerlijke tuin aangekomen.
Daar gaat dit log over.





Qian Qui Ting.






Detail van het dak met kunstig houtsnijwerk op het einde van de grote balken, een wolkenbeschildering op de balken zelf, ‘ogen’ aan het eind van de kleine ronde balken en versierde uiteinden van de dakpannen.








Qian Qui Ting
Thousand year pavilion

Constructed in the Ming Dynasty, this pavilion has a round upper part and a square lower part with verandas on all four sides. In the shape of a cross, the pavilion has carved overhanging eaves and multiple angles with the same shape and structure as Wang Chun Ting (Pavilion of Ten Thousand Spring Seasons) in the Imperial Garden.
During the Ming and Qing Dynasties, Buddhist statues were enshrined in the pavilion, as well as the spirit tablet of Emperor Tongzhi. This pavilion is located in the west, which according to Chinese tradition symbolizes autumn.

Wikipedia:
A spirit tablet, spirit seat or ancestor post is a placard used to designate the seat of a deity or past ancestor as well as to enclose it. With origins in traditional Chinese culture, the spirit tablet is a common sight in many East Asian countries where any form of ancestor veneration is practiced.


Qian Qui Ting
Thousand year pavilion

Gebouwd in de Ming dynastie.
Het paviljoen heeft een ronde bovenhelft
terwijl de onderste helft vierkant is.
Aan alle vier de zijdes zijn verandaxe2x80x99s aangebracht.
In de vorm van een kruis heeft het overhangende daken
met meerdere hoeken.
Het gebouw heeft dezelfde vorm en structuur
als Wang Chun Ting (Pavilion of Ten Thousand Spring Seasons,
Paviljoen van tienduizend lentes).
Tijdens de Ming en Qing dynastiexc3xabn stonden er
boeddhistische beelden en voorouderplaquettes
zoals die van Keizer Tongzhi.
Het paviljoen ligt in het westen, in de Chinese traditie
het symbool voor de herfst.





Plafond van het paviljoen. Helaas is de foto bewogen maar het geeft toch wel een beetje een beeld van het interieur.






Detail van de zonwering in het paviljoen.






Nog een prachtig gebouw in de tuin.






Al die kleuren en verschillende materialen. Te veel om in een keer naar te kijken






Gebouw weerspiegelt in een vijver met goudvissen.






Detail.






De tuin is best groot maar niet heel ruim van opzet. Hij was vast ook niet bedoeld om heel veel mensen te ontvangen. Op 4 oktober 2009 was het er echter erg druk.






Qian Qui Ting.






Het bijzondere dak.





China reisverslag/travelogue 40



De Verboden Stad: 04/10/2009
Hall of State Unity (Ti Yuan Dian).


Ti Yuan Dian
(Hall of State Unity)

This hall was built on the site of the old rear hall of Tai Ji Dian (Hall of Great Supremacy) and Chang Chun Men (Gate of Eternal Spring) in 1859. To the North of this hall is the opera stage of Chang Chun Gong (Hall of Eternal Spring).
During the Qing Dynasty, it was the residence for Imperial Concubines. Empress Dowager Ci Xi once lived here.
In 1884 Ci Xi and the imperial concubines watched operas here for 15 days in celebration of het 50th birthday. xe2x80x9cTi Yuanxe2x80x9d means xe2x80x9cmanifesting the morals of heaven and earth.xe2x80x9d


Ti Yuan Dian
(Hal van de eenheid van de staat)

Deze hal is in 1859 gebouwd na de renovatie van Tai Ji Dian
(zie vorige blog in deze reeks).
Ten noorden van deze hal is het operagebouw.
Tijdens de Qing dynastie leefden hier de keizerlijke concubines.
Keizerin Ci Xi heeft hier gewoond.
In 1884 heeft Ci Xi, samen met de keizerlijke concubines,
gedurende 15 dagen operaxe2x80x99s bekeken.
Allemaal ter gelegenheid van haar vijftigste verjaardag.





Detail van een kamerscherm in Ti Yuan Dian. Links onder zijn twee paarden te zien.






De zon stond hoog die dag in oktober, het was een stralende dag. Een foto zonder bezoekers was dan ook niet eenvoudig te maken maar in dit kleine straatje lukte dat.






Interieur van het paleis van onder andere Ci Xi. Rechts het zwarte, houten kamerscherm waar ik al eerder een detail van toonde. Dit voormalige privepaleis is voor bezoekers alleen te zien door de ramen. Begrijpelijkerwijs zijn die vuil en de zon schittert er in. Wat je precies ziet was zo niet te achterhalen.






Vooruitblik op de gebouwen in de Keizerlijke tuin die zich ook binnen de muren van de Verboden Stad bevindt.






Blauwe dakpannen voor de verandering.






Schilderingen op de balken van het plafond/dak. Met een geometrisch perspectief.






Vogel in een versierd kader.






Detail van de vogel van de vorige foto.






Binnenplaats met de vele bezoekers.






Rijk versierde poort.






Detail van de poort, onder: geel en groene tegels, in het midden in de schaduw de houten sierconstructie, boven de versierde dakpannen.






Keramische poortversiering.






Dit soort tegeltableau’s vind ik prachtig. Hier met een draak.






Detail van voorgaande foto.






Tegeltableau met een vijver of sloot.






Zie eens hoe mooi de zwaantjes zijn die in de vijver zwemmen.





China reisverslag / travelogue 39




De Verboden Stad: 04/10/2009
Hall of Great Supremacy (Tai Ji Dian).








Tai Ji Dian
(Hall of Great Supremacy)

This building was first constructed in 1420
during the Ming Dynasty.
After renovation in 1859, it was linked with Chang Chun Gong
(Palace of Eternal Spring) and four courtyards were added.
Originally it was named Wei Yang Gong (endless Palace).
It was renamed Qi Xiang Gong (palace of the Auspicious Sign)
by Emperor Jiajing of the Ming Dynasty and his father
Prince Xian was born here.
It was named Tai Ji Dian in the late Qing Dynasty.
In 1596 during the Ming Dynasty, Qian Qing Gong
(Palace of Heavenly Purity)
and Kun Ning Gong (Hall of Earthly Tranquility)
were destroyed by fire.
Thereafter, Emperor Shenzong (Zhu Yijun) of the Ming Dynasty
lived in Tai Ji Dian for more than 10 years.
He was the only emperor of either Ming or Qing Dynasty
who lived and handled state affairs in this hall.
In the Qing Dynasty it was the residence for imperial concubines.
Before Emperor Pu Yi, the last emperor of the Qing Dynasty,
left the Imperial Palace,
Emperor Tongzhixe2x80x99s Concubine Yu lived here.
The words xe2x80x9cTai Jixe2x80x9d come from the Book of Changes
and mean universe.

Tai Ji Dian
(Hall of Great Supremacy)

Het gebouw is geconstrueerd in 1420.
In 1859 is het bij een renovatie verbonden met een ander paleis
en uitgebreid met vier hofjes.
In 1596 werden twee paleizen verwoest door brand en
als gevolg daarvan heeft Keizer Shenzong
hier meer dan 10 jaar gewoond.
Hij is de enige keizer die hier woonde
en de staatszaken vanuit hier afhandelden.
In the Qing dynastie woonden hier de keizerlijke concubines.
De woorden xe2x80x9cTai Jixe2x80x9d komen uit het Book of Changes
en betekenen xe2x80x9cUniversumxe2x80x9d.
Het Book of Changesxe2x80x9d is een klassiek Chinese tekst met orakel- en filosofische aspecten.
Oudste versies van deze tekst dateren uit 300 xe2x80x93 400 jaar voor Christus.

 





Houtsnede met vleermuis.






Vleermuis.






Vleermuizen tegen het plafond met het Fu-symbool.





China reisverslag / travelogue 38

Eenvoudiger wordt het niet.
De dag dat ik de Verboden Stad in Beijing bezocht is alweer
acht maanden geleden.
Tijdens de dag werd ik langzaam moe.
Er was zoveel te zien en ik had maar een dag.
Het weer was stralend en het was er erg druk vanwege de feestdagen.
Ik heb er enorm genoten, hopelijk laten de foto’s dat zien,
maar het was erg moeilijk me te blijven orienteren en concentreren.
Sommige van de foto’s die nu volgen vertonen dan ook wat minder
samenhang dan tot nog toe.

De volgende foto’s horen misschien niet allemaal bij elkaar.
Het begint met een van de hoofdstraten van de Forbidden City
gevolgd door onder andere wat foto’s van een groot tegeltableau.
Die tableau’s hangen meestal tegen de buitenmuren
van een hof waar een aantal paleizen en zalen bij elkaar uitkomen.
Misschien zijn deze foto’s dan ook niet van zomaar een straat
maar is het tegeltableau bij het paleis dat
Tai Ji Dian (Hall of Great Supremacy) heet.
Daarover een beetje meer in mijn volgende log over de Verboden Stad.





Zomaar een straat in de Verboden Stad.




De toegang naar een hof in de Verboden Stad is altijd via een poort.
Symmetry is erg belangrijk in de Chinese levensovertuiging.
Heel vaak staat een hal of paleis op een van de denkbeeldige assen
die door het complex lopen.
De toegang, de poort is daarmee in lijn gebracht.
Vaak is de toegangspoort recht tegenover de ingang van het
belangrijkste gebouw in het hofje.
Maar om zich te beschermen tegen kwade geesten, on hun geen vrije
toegang te verlenen, staat er achter de paart gelijk een soort
veiligheidsmuur.


Schematische weergave van zo’n hofje. De toegang tot het hof is aan de onderkant van het plaatje. Direct na de ingang staat een muur, een scherm. Pas daarachter komen de werkelijke gbouwen.

Die muur wordt vaak gebruikt om prachtig te versieren.
De volgende foto’s tonen een versiering van een buitenwand van een paleis.


Schildering (in restauratie ?).






Met veel voorkomende motieven: vleermuizen en wolken. Er staan ten minste 5 complete vleermuizen op deze foto.


De vijf vleermuizen zijn het symbool van de vijf aardse gelukzaligheden:
een lang leven;
rijkdom;
gezondheid;
deugdzaamheid en….
een natuurlijke dood.





In de hoeken een heel ander insekt.






Tegeltableau. Draken in de wolken, Dragon in the clouds.






Tegeltableau centraal op de muur met prachtige afwerking in de hoeken en een mooie dakpartij.






Drakenkop (detail van het tegeltableau).




Kijken zonder kaders

Dat is de intrigerende titel van de bijeenkomst
van afgelopen zondag in het Valkhof in Nijmegen.
De bijeenkomst werd gehouden in een samenwerkingsverband
van het Soeterbeeck programma en het museum Valkhof.

Over het Soeterbeeck Programma

Is er verschil tussen mens en dier? Waarin onderscheiden populisten zich van traditionele politici? Kunnen het jodendom, het christendom en de islam vreedzaam naast elkaar bestaan? Zijn hoge en lage cultuur met elkaar te verbinden?Filosofische, politieke en levensbeschouwelijke vragen als deze komen aan bod tijdens de lezingen, debatten en symposia van het Soeterbeeck Programma van de Radboud Universiteit Nijmegen: een toegankelijk programma op academisch niveau.

Het programma was als volgt:
1. bezoek de tentoonstelling The Valkhof Experience;
2. een inleiding op het concept achter de tentoonstelling

door Frank van de Schoor;

3. lezing over de rol van nieuwe media in de tentoonstellingspraktijk

door Dr. Martijn Stevens;

4. lezing ‘Loenzen in het Valkhof’, de filosofie van het kijken

door Dr. Gert-Jan van der Heijden;

5. lezing over de hedendaagse kunstwereld

door Frank van de Schoor.

De twee lezingen door de universitaire docenten waren goed voorbereid.
Leuk en aangenaamd te volgen. Geen droge stof.
Maar zeker niet oppervlakkig.
De inleiding en lezing van de hoofd collecties en conservator
moderne kunst van het museum het Valkhof was zeer geinformeerd
en gepassioneerd.
Ik kom zeker nog eens inhoudelijk terug op de lezing van
Gert-Jan van der Heijden, maar nu wil ik nog even stilstaan
bij een prachtig werk dat zo mooi aansluit bij het thema:
Kijken zonder kaders


Teun Hocks, Zonder titel, 2000.


Dit werk van Teun Hocks hing samen met een video tegen een grote muur.
De video toont ‘Het mannetje’ die in een soort van museum loopt
langs een rij schilderijen.
Een van de schilderijen, zo te zien een landschap,
trekt zijn aandacht nog meer dan de andere werken.
Hij loopt nog eens terug en plots krijgt hij een inval.
Hij loopt (uit het beeld) weg en komt terug met een mooie,
klassieke stoel.
Die plaatst hij voor het schilderij en gaat er zelf op staan.
Vervolgens bekijkt hij het schilderij van dichtbij en
gaat zelfs met zijn hoofd het schilderij in.
Hij kijkt niet met kaders, hij doorbreekt het kader.
Leuk in dit verband is de titel.
Vaak geeft een titel een extra kader aan een werk
in de zin dat het een richting geeft waar je
het achterliggend idee van het werk moet zeken.
‘Zonder titel’ is dus een soort ‘zonder kader’.

The Valkhof Experience


Afgelopen zondag heb ik The Valkhof Experience bezocht.
Een tentoonstelling in Museum het Valkhof in Nijmegen.
Centraal in de tentoonstelling staat de collectie.
Dergelijke collectietentoonstellingen willen nog wel eens
als een stiefkindje behandeld worden.
Niet in Nijmegen.





Met prachtige belichting en een hele mooie opstelling zijn ruim 80 voorwerpen te ervaren.






Voor iedereen lag een exemplaar van de tentoonstellingskrant gereed om mee te nemen.





Helaas heb ik vandaag niet meer tijd maar de komende dagen
zult u meer informatie en indrukken meekrijgen
van deze mooie tentoonstelling en het Soeterbeeck lezingenprogramma
dat gisteren werd gehouden.

Max Havelaar

Twee weken geleden nog eens naar de film gekeken van Fons Rademakers.
En toen zag ik ineens dat er een munt uitkwam.
Het is namelijk 150 jaar geleden dat de Max Havelaar verscheen.
Dus heb ik me een cadeau gegeven.





Het postpakketje van De Munt.






Het Max Havelaar vijf Euro munststuk.





China reisverslag / travelogue 37

De volgende hal of woning die ik in de Verboden Stad
bezocht was Yong Shou Gong,
In het Engels is dat het Palace of the Immortals.
Paleis van de onsterfelijken.
Wel een geschikte plaats om een hele serie
prachtige kunstwerken te bewaren
waarvan er enkele hieronder te zien zijn.





Versiering van een muur.






Het inmiddels bekende informatiebord.


Yong Shou Gong
(Hall of immortality)
Constructed in 1420 during the Ming Dynasty, the hall was originally named Chang Le Gong (palace of Eternal Happiness). The name was later changed to Yu De Gong (Palace of Moral Cultivation) and it was renamed Yong Shou Gong in 1616 during the Ming Dynasty.
In the Ming Dynasty, it was the residence of the empress. Emperor Chongzhen once moved here to fast as a penance to Heaven because of frequent natural disasters. In the Qing Dynasty, it was a residence for some important imperial concubines. Concubine Dongxe2x80x99e and Concubine Ke of Emperor Shunzi, the empress of Emperor Yongzheng and Concubine Ru of Emperor Jiaqing all lived here at some time during the Qing Dynasty. The mother of Emperor Xiaozong of the Ming Dynasty, the only emperor of the Ming and Qing Dynasties to be born in the palace, lived here for a short time. The words xe2x80x9cYong Shouxe2x80x9dcome from The Analects of Confucius, meaning, xe2x80x9cpray for benevolence and longevity.xe2x80x9d



Nederlandse samenvatting.
Yong Shou Gong.

Dit paleis of hal werd gebouwd in 1420 gedurende de Ming Dynastie.
De uiteindelijke naam kreeg dit gebouw in 1616.
Er leefden verschillende concubines,
er hebben een keizerin en een keizer gewoond
voor korte of langere tijd.
Een keizer werd in het gebouw geboren.
De woorden xe2x80x9cYong Shouxe2x80x9d zijn afgeleid van het boek De Analecten.

De analecten (of: gesprekken) van Confucius (Lunyu) is de naam van een verzameling van 499 uitspraken van Confucius. Behalve uitspraken bevat het werk ook anecdotes over Confucius en dialogen die hij met zijn leerlingen zou hebben gevoerd. De tekst wordt sinds de Han-dynastie tot de Confucianistische Klassieken gerekend en sinds 1190 tot de Vier Boeken. Vanaf dat moment werd het boek xc3xa9xc3xa9n van de meest bestudeerde, meest becommentarieerde en daarmee ook xc3xa9xc3xa9n van de meest invloedrijke werken uit de Chinese geschiedenis.



De woorden betekenen: bid voor xe2x80x9cwelwillendheidxe2x80x9d en xe2x80x9ceen lang levenxe2x80x9d





Plate with yellow cloud-and-dragon design over a blue ground. Tongzhi period 1862 – 1874.


Schaal met het bekende Draak in de wolken-ontwerp.





Satijnen tasje.






Detail van het tasje: gekleurde bloemen en een insekt.









Plafond.






Detail van het plafond.







De Verboden Stad: 04/10/2009
Hall of Immortals (Yong Shou Gong).






Naamplaatjes. Als meisjes gekozen werden om aan het hof te gaan werken kregen ze afhankelijk van hun status daarvoor een soort toegangspasje.









Verguld album voor Li Fei. Deze vrouw werd in 1855 gepromoveerd van de zesde naar de vierde rang van Concubines. Zij kreeg daarbij dit ereteken.









Verguld zegel van een concubine Xun uit 1894.









De binnenplaats met een waterput.






Een van de meest interessante voorwerpen was deze draagstoel. Een enorm gevaarte maar prachtig versierd.






Nogmaals.






Court robe (reproduction).


Replica van een kleed dat men aan het hof droeg.





Juwelendoosje.









Headdress with flowers, een haarspeld met bloemen.



Detail.






Lower table used as a kang. Volgens de hofregels werd de tafel met gouden hoeken gebruikt door de keizerin-weduwe en keizerin. De tafel met zilveren hoeken was voor de concubines.


Het begrip Kang zullen we later nog zien op foto’s in hun originele vorm.
Eetkamerstoelen en tafels zoals wij die nu in het westen kennen
waren er in traditioneel China niet.
Men kende er houten verhogen, vaste banken,
die tegen de muur waren aangebracht
en waardoor indien nodig warme lucht kon worden gevoerd.
In koude tijden dus een soort bank met centrale verwarming.
Als vervanging van een dergelijke vaste, houten opstelling
die toch ietwat lomp was, kunnen deze sierlijke tafeltjes gebruikt worden.





Female court hat.


Hoed voor aan het hof, voor een vrouw.





Headdress.


Nog een hoofddeksel.





Nog even terug langs de draagstoel gelopen. Versiering van de stoel.





Filosofie van de kunst, Anne Sheppard

Het vervolg van de samenvatting van hoofdstuk 3.
Na Tolstoj bespreekt Sheppard twee mensen Croce en Collingwood.
Daar nemen we de draad weer mee op:

Croce en Collingwood.

Bij het lezen van dit deel was het voor mij niet altijd duidelijk
vanuit welk oogpunt het verhaal geschreven werd:
dat van de kunstenaar of van de toeschouwer.
blijkt verder op dat de theorie beide gezichtspunten
probeert te verduidelijken.

Volgens de samenvatting van Sheppard ga je door drie fases heen
bij het tot uitdrukking brengen van emotie in kunst:

1. ontvangst van de ruwe gegevens

De eerste indruk en de spontane, onbewuste reactie.

2. verbeelding / intuitie

De imaginatieve expressie kan plaatsvinden.
Ben ik in fase 1 gelukkig en fase 2 maak je een liefdesgedicht
of een schilderij.
Dit eist de actieve verbeelding van de toeschouwer.
Met die verbeelding kan de toeschouwer dan de ervaring
van de kunstenaar herscheppen.

3. mentale activiteit

Begrippen worden geformuleerd, begrijpen.

De inhoud van fase 3 wordt me in het boek van Sheppard niet duidelijk.
Ik ben dan ook op zoek gegaan naar meer (beschrijvingen van) werk
van Croce en Collingwood.
Ik heb twee artikelen gevonden en zal die in een latere blog bespreken.

Een conclusie van de theorieen van Croce en Collingwood zou kunnen zijn
dat het kunstwerk eigenlijk alleen in het hoofd van de kunstenaar bestaat.

En dat brengt Sheppard bij een aantal kritiekpunten:

= de meeste toeschouwers/toehoorders zijn niet in staat
het ‘ware kunstwerk’ in het hoofd van de kunstenaar herscheppen.
Bovendien ervaren toeschouwers zaken die de kunstenaar
en niet in gelegd heeft.
Daarnast zijn er verschillende manieren om emoties op te wekken:
snel en oppervlakkig en ingewikkeld en diepgaand (afstandelijk esthetisch).
Snel en oppervlakkig is niet waar men in de kunst naar op zoek is.

= Er zijn heel veel, zeer verschillende reacties op een en hetzelfde werk.

= Er wordt in deze theorieen geen acht geslagen op de verschillen
tussen de verschillende kunstvormen.


Giovanni Bragolin, Huilend jongetje: snel en oppervlakkig?.

Wikipedia:

Bruno Amadio (1911-1981), popularly known as Bragolin, and also known as Franchot Seville, Giovanni Bragolin, and J. Bragolin, was the creator of the group of paintings known as Crying Boys. The paintings feature a variety of tearful children looking morosely straight ahead. They are sometimes called “Gypsy boys” although there is nothing specifically linking them to the Romani people.He was an academically trained painter, working in post-war Venice, producing the Crying Boy pictures for tourists. 27 such paintings were made under the name Bragolin, reproductions of which were sold worldwide. In the 1970s he was found to be alive and well-to-do and still painting in Padua.

 


Positieve kanttekeningen zijn:

= Er wordt een verschil gemaakt tussen kunst en de conceptuele gedachte.

= Het maken van een kunstwerk is niet perse een intelectuele
activiteit.

= esthetische waardering is ongelijk aan verstandelijk begrijpen
(maar hoeft dat niet te zijn).

Door deze theorieen doemen er twee vragen op:
1. Zijn er hoedanigheden die objectief te beschrijven zijn
in termen van emotie om alle kunst te beschrijven?
2. Wat bedoelen we als we zeggen dat we ons voorstellen
hoe het is om bijvoorbeeld verdrietig te zijn
op een speciale, afstandelijke esthetische manier?

Interessant is dat duidelijk wordt dat er zich hier taalkundige
problemen voordoen.
Voor emotie kunnen we eigenlijk geen sluitende definitie geven
die door alle culturen onderschreven kan worden.

Wat we wel kunnen is:

1. objecten van emotie vaststellen.

Op wie of wat is de emotie van toepassing.

2. formuleren van conventies.

Droevige mensen bewegen langzaam en spreken zacht.
Dat is een soort spelregel die we kunnen afspreken
onafhankelijk van de vraag of dit in de werkelijkheid
ook echt zo is.

3. onze eigen gevoelens proberen te beschrijven.


Rogier van der Weyden, De Kruisafneming, Tranen (detail).


“Expressie = emotie in vorm”
staat in potlood onder de titel van hoofdstuk 3 geschreven.
Emotie is naast verstand een drijvende kracht
achter het creatieve proces en speelt een belangrijke rol
in de communicatie tussen het de toeschouwer.
Emotie appeleert.
Soms is emotie zelfs het doel van de communicatie.
Ja, “Expressie = emotie in vorm”.

Maar wat is emotie en hoe vindt de vertaalslag van de emotie
van de kunstenaar naar het werk en vervolgens naar de toeschouwer plaats?
Wat is nog mis in het model van gezichtspunten zoals dat hier eerder
getoond is, zijn invloeden zoals het oeuvre van een kunstenaar,
de school, de leermeester, de stroming en de tijd waarin
die verschillende actoren zich bevinden.

Tot zover even de samenvatting van hoofdstuk 3.

Filosofie van de kunst, Anne Sheppard

Hoofdstuk 3: Expressie.

Met potlood is er in het boek als een soort ondertitel
geschreven: “Emotie in vorm”.
Ik ben benieuwd.


Edvard Much, The screem, 1910.


Terug naar de tweede filosofische stroming volgens Sheppard: Expressie.

In dit hoofdstuk zal Sheppard aantonen dat de kunstenaar emotie uitdrukt
in en via een kunstwerk en dat de expressie een van de stuwende krachten is
om te komen tot kunst en de waardering voor kunst.

Als iemand aan een kunstwerk bezig is gebeurt er iets tussen
de kunstenaar en het kunstwerk (namelijk een overdracht van emoties)
maar ook later tussen het kunstwerk en het publiek (namelijk
het opwekken van emotie).
De stroming die er van uitgaat dat kunst een expressie van emotie is,
bestaat al vanaf de klassieke oudheid mar komt tot volle bloei
door de 18e en 19e eeuwse romantici.

Sheppard behandelt een paar mensen die in de ontwikkeling
van deze stroming een rol spelen:

Tolstoj.

Wikipedia:

Lev (Leo) Nikolajevitsj Tolstoj (landgoed Jasnaja Poljana, 9 september 1828 xe2x80x93 Astapowo, 20 november 1910) was een Russisch schrijver die veel invloed heeft gehad op de Russische literatuur en politiek. Hij maakte als graaf deel uit van de Russische adel.

In 1897 schrijft hij een werk met de titel ‘Wat is kunst?’.
Sheppard noemt Tolstoj en het werk ‘Wat is kunst?’
in hoofdstuk negen van haar boek.
Terug naar Sheppard:
In het kort verwoord Sheppard de visie van Tolstoj als volgt:
1. Kunst is het besmetten van het gevoel.
2. Kunst is een communicatiemiddel
3. In de waardering van kunst staan kennis en intelect niet voorop.
Tolstoj koppelt echter aan bepaalde emoties een negatief waardeoordeel
waardoor werken die deze emoties in zich hebben volgens Tolstoj
geen kunst zijn.


Dit is de foto gemaakt door Sergej Prokudin-Gorskij, een pionier van de kleurenfotografie (trichromatische fotografie) van Leo Tolstoj in mei 1908.


 

“Art is a human activity consisting in this, that one man consciously by means of external signs, hands on to others feelings he has lived through, and that others are infected by these feelings and also experience them.”x9d (Leo Tolstoi, What is Art?)

Tijdens onze eerste reis door Rusland in 1992
hebben we het landgoed Jasnaja Poljana bezocht.
De geboorteplaats, ouderlijk huis, familielandgoed
en begraafplaats van Leo Tolstoj.
In 1992 maakte ik nog dia’s.
Ik heb een paar dia’s en 1 foto gemaakt door L.
teruggevonden en gedigitaliseerd.
We hebben dat jaar, toen de Sovjetunie nog bestond,
een reis gemaakt van Leningrad (St. Petersburg) via onder andere
Moskou, Tver, Jasnaja Poljana en Kiev naar Jalta.
Het was onze eerste vakantie buiten het vrije westen
en gingen dat jaar dan ook met een groepsreis.


Dit is de foto die L. maakte. Wat altijd is bijgebleven is dat je in Rusland in paleizen en musea gevraagd werd je schoenen te verwisselen voor sloffen. Dit om de vloeren te beschermen en vuil buiten te houden.


Dit is de eerste dia, Over de kwaliteit ben ik niet zo tevreden. Het is met mijn scanner nog niet zo eenvoudig om dia’s in te scannen. Jammer genoeg zijn de digitale copieen niet zo scherp en helder als de originelen. Jammer want als je ze projecteert zijn ze prachtig.


De groep bij het landgoed.


Het landgoed Jasnaja Poljana. Iedereen maakt geloof ik van ongeveer dezelfde plaat deze foto. ik zal op het web, op Wikipedia een foto van nagenoeg dezelfde positie.


De groep aan het eind van het bezoek aan het landgoed dat is ingericht als museum.


Het graf van Tolstoj.


Zomaar een Russisch huis.


Ik laat via de vertaling naar het Engels door Alymer Maude uit 1899
Leo Tolstoj nog even aan het woord over kunst:

Art begins when one person, with the object of joining another or others to himself in one and the same feeling, expresses that feeling by certain external indications. To take the simplest example: a boy, having experienced, let us say, fear on encountering a wolf, relates that encounter; and, in order to evoke in others the feeling he has experienced, describes himself, his condition before the encounter, the surroundings, the woods, his own lightheartedness, and then the wolf’s appearance, its movements, the distance between himself and the wolf, etc. All this, if only the boy, when telling the story, again experiences the feelings he had lived through and infects the hearers and compels them to feel what the narrator had experienced is art. If even the boy had not seen a wolf but had frequently been afraid of one, and if, wishing to evoke in others the fear he had felt, he invented an encounter with a wolf and recounted it so as to make his hearers share the feelings he experienced when he feared the world, that also would be art. And just in the same way it is art if a man, having experienced either the fear of suffering or the attraction of enjoyment (whether in reality or in imagination) expresses these feelings on canvas or in marble so that others are infected by them. And it is also art if a man feels or imagines to himself feelings of delight, gladness, sorrow, despair, courage, or despondency and the transition from one to another of these feelings, and expresses these feelings by sounds so that the hearers are infected by them and experience them as they were experienced by the composer.

De volgende personen die Sheppard behandelt zijn Croce
en Collingwood. Maar dat bewaar ik voor een volgende log.

Beelden in Breda: Speelhuislaan

Zondag zag ik dit beeld in de Speelhuislaan in Breda.
Er staat geen bordje bij met de naam van dit sculptuur
of de naam van de maker.
Op het internet vind ik een berichtje dat het zou gaan
om een sculptuur genaamd de ‘speelhuisvrouw’ van Sylvia Thijssen.
Het zou op zaterdag 29 januari om 15.00 uur onthuld zijn.





De Speelhuisvrouw op de rug gezien. Speelhuislaan, Breda.





Volgens het persbericht van de gemeente:

Symbool voor gemoedelijkheid

Zij schenkt het kunstwerk aan de buurt en wil met de Speelhuisvrouw een steentje bijdragen aan de opwaardering van de Speelhuislaan: “De Speelhuislaan is een prachtige laan met bomen en een grasveldje ertussen waardoor een spoorlijntje loopt dat industrieel erfgoed is. Aan weerskanten staan woningen, waaronder mooie authentieke panden. Veel bewoners zijn actief betrokken bij hun laan. De Speelhuisvrouw kan een symbool worden voor de gemoedelijkheid en het fijne wonen in deze buurt. De zittende Speelhuisvrouw vouwt haar handen ineen boven haar hoofd. Met dit gebaar geeft ze aan dat vanaf hier de Speelhuislaan een woongebied in mensenmaat is. In tegenstelling tot het nieuwe, zakelijk en grootsteedse uitstraling van de toekomstige Spoorzone. De sculptuur vormt hiermee een soort overgang tussen de grootsteedse toekomst en het oudere woongedeelte”



Graphic Design Festival Breda

Net als in andere steden in Nederland zie je veel grote posters in de stad.
Die tref je overal aan, maar heel vaak op electriciteitshuisjes.
Deze nutsvoorzieningen worden legaal en illegaal beplakt met posters.
Deze keer, in het kader van het Graphic Design Festival Breda, legaal.
Gisteren ben ik de route langsgegaan en heb een serie foto’s
gemaakt van deelnemende en spontane posters
en andere uitingen van grafisch ontwerpers.





Elsstraat, electriciteitshuisje.


Hier begon mijn tocht. Al is dit niet het enige electriciteitshuisje
in Breda dat reclame maakt voor ‘Decoding’,
het thema van de poster tentoonstelling.





De tentoonstellingsposter. Overigens niet een van de sterkste posters als je het mij vraagt.






Het electriciteitshuisje op de hoek van de Speelhuislaan – Minister Kanstraat.






Een van de posters heeft een voorpagina van de Donald Duck gedecodeerd.












De superheld Robin (van Batman en Robin) gedecodeerd.






Officiele en spontane posters op een oud en recent electriciteitshuisje.






Dit vond ik gewoon een mooie foto.






Inmiddels verderop in de Speelhuislaan, achter het station aangekomen, een vorm van spontaan grafisch ontwerp.






Een gedicht met een erg moderne strekking op een reflecterende, spiegelende achtergrond, Ingmar Heytze & Autobahn.


Gevaarlijk gedicht

Dit is een link gedicht. Het grijnst je toe
Met valse zwarte letters. Op de stoep
maakt het zich breed als je er langs wilt

Dit gedicht staat met een kleine scherpe
schroevendraaier naast je auto. Aait de lak
en fluit een toonloos liedje. Dit gedicht.

Wrijft zich naar binnen als een krijtwit
nabeeld op je netvlies. Het mompelt dingen
achterin je hoofd: mooie hersenspinsels

Het zou jammer zijn als daar iets mee
gebeurde. Het heeft nagetrokken wie je
kent en bent: je surfgedrag, je downloaden

De geheimen op je harde schijf. Dit gedicht
weet waar je zusje woont en waar haar
foto’s staan. Het wil maar xc3xa9xc3xa9n ding

Leer nu van buiten. Blijf voor altijd bij me.


Ik heb de interpunctie niet helemaal precies overgenomen.
Het origineel staat helemaal in hoofdletters.





Speelhuislaan, achter het station.






Formeel en informeel grafische ontwerpen.






Een wat ouder grafisch ontwerp: De Faam, voormalige naam van een snoepfabriek in Breda.






Een grafisch ontwerp zonder merknaam.






Een grafisch ontwerp zonder merknaam: waarschijnlijk niet van een heel duur reclamebureau.






Een heel formeel ontwerp want van de gemeente. Ik snap het begrip maar vind het geen sterke poster.






Voor dit electriciteitshuisje moet je wat meer zoeken. Het staat midden op de parkeerplaats van een supermarkt langs de Belcrumweg.






Ongeschikt. Lijkt iets te veel op een reclame van de Koninklijke Landmacht. Dat is jammer want hij is wel leuk.






Een decodering van de openbare ruimte. Leuk bedacht en uitgevoerd.






Op de parkeerplaats vormt het electriciteitshuisjes met de glasbakken een hele verzameling grafisch ontwerp in de openbare ruimte.






Beetje onduidelijk…..tot je de kleine letters raadpleegt.






Een soort inlogscherm van een website.






Een groter electriciteitshuisje aan de Tramsingel.






Aan twee kanten hangt het vol posters.






Decoding.


Een soort ontrafeling van het proces van het maken van een poster.
Bij de dunne sierlijke lijnen buiten de tekst DECODING
staan cijfers die de volgorde aangeven en een korte beschrijving geven
van de 8 stappen in het ontwerpproces:

D Design brief; zeg maar opdrachtomschrijving
E Evolve the brief; uitwerken van de omschrijving
C Concept; ontwikkelen van het concept
O Organizing the conditions; implicaties overzien
D final Design; finaal ontwerp
I Insecurity; de onzekerheid slaat toe, zal het werken?
N point of No return; er is geen weg meer terug
G Graphic output; het grafische resultaat.





Gewoon mooi.


Maar ook leuk. De titel is wallpaper, behang in het Nederlands.
In het Engels bestaat dit begrip uit twee woorden:
wall (muur) en paper (papier).
Onderaan eindigt de afbeelding met stene
n die een muur (wall) vormen.
De poster is natuurlijk om op te plakken als behang.
Daar zou dit ontwerp ook goed voor kunnen dienen.
Begint de afbeelding bovenaan nu met vogels of met bladen papier?





Deze vind ik erg bij deze tijd passen. De kleuren, de afbeeldingen, de tekst. Sterk.Rogerio Lira.


Het maakt onderdeel uit van een project dat de informatie overload
van onze tijd probeert te onderzoeken.











Het laatste huisje dat ik bezocht is aan de Nieuwe Prinsenkade.






Gewoon mooi. Helder, sterk.






Deze is grappig. Met vreemde materialen staat hier het woord PRETTY tegen een witgekalkte stenen muur. Het woord ‘pretty’ betekent ‘knap’. En dat is niet je eerste associatie als je naar de materialen op de poster kijkt.






Heel sterk. Mag van mij de festival poster zijn.






Grafisch ontwerp van de echte wereld.






En dat is ook het geval met deze borden.






Don’t know how to say I love ( )you.






Ook hier werd je gevraagd de nummers te volgen alleen werd de hoofdletter A mij niet helemaal duidelijk.






Rond het huisje is een ‘steiger’ aangelegd zodat het huisje van de waterkant ook te bezoeken is.











Kunstfilosofie

Ja, kunst is niet alleen maar plaatjes kijken.
Ik heb de laatste tijd wat minder blogs.
Dat is onder andere omdat ik een aantal boeken en artikelen
aan het lezen ben over kunstfilosofie.
Ik heb even de boeken ingescand en een van de artikelen.


Anne Sheppard, Van den Braembussche, Machiel Keestra.


Dat is overigens geen eenvoudige stof.
De boeken die ik probeer te lezen zijn:

Filosofie van de kunst, Anne Sheppard
Oorspronkelijke titel: Aesthetics, an introduction to the philosophy of art
1987

Denken over kunst, A.A. Van den Braembussche
Een inleiding in de kunstfilosofie.
Vierde druk, 2007

Tien westerse filosofen, redactie Machiel Keestra.
Publicatie van de Universiteit van Amsterdam.
2000

Een van de artikelen is:van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan.
Reflecties op schilderkunst

China reisverslag / travelogue 34

Toen ik in de Verboden Stad was kwam ik ook langs souvernierwinkels.
Daar zag ik een mooi boek liggen.
Het is niet echt een catalogus, dat kan bijna niet.
Er zijn zoveel kunstvoorwerpen in de Forbidden City,
Dat past allemaal niet in een boek.


The Palace Museum.


Het boek dat ik zag is uit twee delen opgebouwd.
Deel 1 leidt je door de Verboden stad met heel veel foto’s.
Een aantal van die foto’s waren al eerder op mijn web log te zien.
De zonovergoten Verboden Stad, De Verboden Stad in de sneeuw enz.

Deel 2 leidt je door de enorme hoeveelheid voorwerpen die in de Stad
bewaard worden en te zien zijn.
De organisatie van het Paleis Museum (Palace Museum)
is opgezet aan de hand van de type voorwerp.
Zo zijn er mensen die zich bezig houden met de handschriften en boeken.
Andere met jade, bamboe en houtsnijwerk.
Ik zag dat er per afdeling boeken zijn die meer op een catalogus lijken
maar deze uitgaven zijn te groot in aantal en duur.


Boek over het Paleismuseum, Beijing, Verboden Stad.


Ik heb geprobeerd om van al die afdelingen tenminste 1 hoogtepunt
in deze log op te nemen.
Ik heb heel veel gezien die dag in de Verboden Stad
maar ik weet niet meer of ik alle voorwerpen in het boek
ook daadwerkelijk gezien heb.
Maar dat doet voor de kijker niets af van de schoonheid, de verfijning,
de cultuur of het vakmanschap dat van de voorwerpen afstraalt.


Ivory carving of the pleasures of court ladies in twelve months, Qianlong period of the Qing dynasty, 1736 – 1795.

Dit is een deel van twaalf uit ivoor gesneden voorstellingen.
Onderwerp is het leven van de hofdames.
Er is door meerdere kunstenaars aan gewerkt.
Van de medewerkers worden er vijf met naam genoemd:
Chen Zuzhang, Gu Pengnian, Chang Cun, Xiao Hanzhen en Chen Guanquan.
Een zeer kunstig werk. Let eens op de visjes in het water
of de kleding van de dames op het volgende detail.

Carving of the pleasures of court ladies (detail), Qianlong period of the Qing dynasty, 1736 – 1795.


Dai Jin, Travelers through mountain passes, Ming dynasty, 1389 – 1462.

Wikipedia:

Dai Jin (1388 – 1462) is noted as the founder of the Zhe School of Ming dynasty painting. He began his life in Hangzhou. Although he studied painting as a boy his initial occupation was carpentry.

Nederlandse vertaling/samenvatting:
Dai Jin wordt gezien als de grondlegger van de Zhe school van de Mingdynastie.
Hij is geboren in Hangzhou en ondanks dat hij werd opgeleid als schilder
In zijn jeugd, was aanvankelijk timmerman zijn beroep.

Dit schilderij is een rol die bedoeld is om opgehangen te worden.
Fascinerend vind ik de gewoonte om op het schilderij stempels
aan te brengen.
Ook komt het voor dat een voorstelling gecombineerd wordt met een tekst.

Dai Jin, Travelers through mountain passes (detail).


Daya Zhai, Draft of flower pot with design of wintersweet and Camellia, Guangxu period of the Qing dynasty, 1875 – 1908.

Weer een tekening, maar dit keer betreft het een schets
voor een afbeelding op een bloempot.

“Wintersweet” op Neerlandstuin.nl:

Chimonanthus is een van de vroege voorjaarsbloeiers. De bleekgele bloemen verspreiden een plezierige geur. De Engelsen voerden de struik in 1766 in uit China. De struik verwierf daar al snel de bijnaam ‘winter sweet’.
De wasachtige bloemen hangen de hele winter aan kale takken.
Chimonanthus praecox is inheems in China. Hij groeit in het gebergte van Sichuan en Hubei tot op een hoogte van 3.000 meter.

“Camelia” op Neerlandstuin.nl:

Camellia, roos uit het verre oosten.
Camellia staat al heel lang in de belangstelling. In China, waar de meeste soorten van nature groeien, worden nog steeds soorten van het geslacht ontdekt. Bloemkleur: rood.

Daya Zhai, Draft of flower pot (detail).

Maar wat voor vogel is dat nu?

Daya Zhai porselein werd gemaakt voor het dagelijks gebruik
door de Keizer.
Bij iedere schets staat vermeld op wat voor voorwerp de afbeelding
is aangebracht, de vorm van het voorwerp, kleur
en het aantal dat er uiteindelijk van gemaakt werd.


Unknown, Blue and white covered porcelain jar with red engraving, Yuan dynasty, 1271 – 1368.

Ik ga kriskras door het boek.
Niet gehinderd door stijl, tijd, paginanummer of wat dan ook.
Deze pot vond ik zo mooi omdat de centrale afbeelding,
qua kader en invulling, ook vaak te zien is als wandversiering
in bijvoorbeeld de Verboden Stad.


Champleve, enamel ox shaped zun (wine vessel), Qianlong period of the Qing dynasty, 1736 – 1795.

Encyclo.nl:

Champleve
bijzondere emailtechniek, waarbij het email in uitgespaarde holten wordt gegoten.

Een ‘zun’ is een wijnvat.
Je ziet hier een veel voorkomende versiering op Chinese voorwerpen:
wolken. Wolken omringen vaak ook de Draak of de Phoenix.
Op het voorwerp op de rug van de os staat:
“de stijl van de oudheid in de Qianlong regeerperiode”.


Unknown, Gilt silver covered Kapala bowl, Qing dynasty.

Dit is een heel bijzonder voorwerp.
Ik had nog nooit van een “Kapala bowl” gehoord.

Wikipedia:

A kapala (Sanskrit for “skull”) or skullcup is a cup made from a human skull used as a ritual implement (bowl) in both Hindu Tantra and Buddhist Tantra (Vajrayana). Especially in Tibet, they were often carved or elaborately mounted with precious metals and jewels.

Het woord Kapala kom van het woord in Sanskriet voor schedel.
Een Kapala bowl is een “schedelkom”. Vooral de Tibetaanse uitvoeringen
waren rijk uitgesneden, op een voetstuk geplaatst
en versierd met dure metalen en juwelen.

Het is een ritueel voorwerp dat vooral in het Tibetaans Boeddhisme
gebruikt werd/wordt(?). Verguld zilver.
Na de begrafenis van een persoon kon zijn schedel gebruikt worden
om tot een dergelijke kom te worden bewerkt.
Daar ging een selectieproces en een aantal rituelen aan vooraf.


Unknown, Gui (food container) to worship ancestors, Middle period of the Western Zhou dynasty.

De enige betekenis die ik lang geleden al kende van het woord GUI
was Graphical User Interface (ik werk in de automatisering).
Maar in de Chinese wereld van de bronzen staat een Gui voor
een pan of ketel om eten in te bewaren.

Gui, “twisted dragon design”.

De afbeelding op de voet wordt het “twisted dragon design” genoemd.
Zeg maar de gedraaide draak.

Gui, handvat.


Unknown, Mink winter crown, Qing Dynasty.

Winterkroon gemaakt met minkbont.


Unknown, Openwork polychrome porcelain vase with design of Phoenix among clouds, Wanli period of the Ming dynasty, 1573 – 1620.

Opengewerkt, meerkleurig porseleinen vaas met als afbeelding
de feniks omringd door wolken.
Mocht je nu denken waar zit die Phoenix of Feniks.
Op de volgende afbeelding heb ik het symbool voor de keizerin,
de feniks, proberen te isoleren.

Openwork polychrome porcelain vase with design of Phoenix among clouds (detail).

Los van de afbeelding en het feit dat de vaas opengewerkt is
is dit stuk bijzonder omdat dit niet in een keer gemaakt is
maar uit verschillende stukken bestaat,
die in het productieproces uiteindelijk zijn samengevoegd.
De kleuren bevatten email dat bovenop het glazuur is aangebracht en
andere die juist onder het glazuur zijn aangebracht.


Unknown, Painted enamel bowl with design of bird playing in peony flowers, Yongzheng period of the Qing dynasty, 1723 – 1735.

Naast de afbeelding van een fazant (denk ik) tussen pioenrozen
staat er ook een gedicht op deze kom.
Een paar regels van het gedicht van Han Zong’s gedicht
Ode aan de pioenrozen.
Het gedicht dateert uit de Tang dynasty.

Neerlandstuin.nl:

Pioen is een plant voor de eeuwigheid Er zijn tientallen soorten van het geslacht Paeonia bekend, vandaar dat aan een indeling ervan niet valt te ontkomen. Zo zijn er enkel- en gevuldbloemige soorten, struikpioenen en kruidachtige pioenen. Paeonia lactiflora hybr. ‘Edulis Superba’ is een gevuldbloemige soort Nieuwe cultuurvarieteiten van de pioen zijn ontstaan door hybridisatie (kruising van soorten). De pioen is al lang in cultuur, ook voor de tuin. Het is nog steeds een belangrijke snijbloem. Van oorsprong komt de plant uit China en Japan.

Het emaille werd vanuit het Westen ingevoerd rond 1728.
Al snel waren de Chinese vakmensen meesters in deze techniek.


Unknown, Sandelwood imperial seal, Qing dynasty, By Quinlong mentioned as one of the 25 treasures, 1644 – 1746.

Dit voorbeeld van de grote Chinese zegels
hebben een grote aantrekkingskracht op mij.
In 1746 kiest Qianlong 25 zegels uit de voorafgaande dynastieen
en betitelde die als de 25 schatten.
Ze symboliseren de keizerlijke macht.

Afdruk van de zegel.

Dit is de afdruk die gemaakt kon worden met bovengenoemd zegel.
Er zijn Chinese en Manchurische karakters te zien.


Unknown, Twelve node Cong with magic figures and incantations, New stone age, Liangzhu culture, 3400 – 2250 BCE.

Ik zag een dergelijk voorwerp onlangs nog in Brussel
op de tentoonstelling “Zoon van de Hemel”.
De buitenkant is vierkant terwijl de binnenkant
circelvormig is uitgehakt/geboord.
Het voorwerp is vier tot vijf duizend jaar oud en is gemaakt van jade.


Wu Zhifan, Boxwood brush holder carved with design of reporting a victory, Beginning period of the Qing dynasty, 1662 – 1722.

Een houder voor kwasten gemaakt uit Buxus-hout
en rozenhout voor de voet en mond.
De afbeeldingen zijn gesneden uit bamboe.
De afbeelding toont drie mannen die zitten te schaken
terwijl op een andere afbeelding twee mannen te paard
het bericht van een overwinning komen brengen.

Wu Zhifan, Brush holder (detail).


Zhang Cheng, Carved red lacquer plate with design of gardenia flowers, Yuan dynasty, 1271 – 1368.

Deze lacquertechniek mag niet ontbreken in dit overzicht.
een ‘gardenia’ of jasmijnbloem.


Editor: Wang Renxu; Copiist: Wu Cailuan, Kan Miu Bu Que Qie Yun.

Kan Miu Bu Que Qie Yun=
Fouten herstellen, het ontbrekende aanvullen
en het ritme maken.
Het werk gaat over de Chinese taal, fonologie.

De afbeelding is het kleinst en dat komt
omdat hij over twee pagina’s in het boek staat afgebeeld.
De afbeelding toont een heel bijzonder boek.
Het is de ‘missing link’ tussen de Chinese boeken die werden opgerold
en de ingebonden boeken.
De tekst is nog op een rol maar er zijn al meerdere lagen.
De eerste pagina zit aan beide kanten aan een rol vast.
de drieentwintig volgende bladen zitten alleen rechts vast.
Om de twee pagina’s worden de bladen steeds een centimeter korter.

Zelfde boek maar dan verticaal.


Het boek heb ik uiteindelijk niet in de Verboden Stad gekocht.
Ik vond het te zwaar een hele dag mee te dragen en besloot dus
om bij het verlaten van de stad het boek te kopen.
Alleen toen ik de Verboden Stad uit moest (sluitingstijd)
waren de winkels al dicht.
In een Engelstalige boekwinkel in het centrum van Beijing
heb ik later het boek alsnog kunnen kopen.

Schwarzbier

Onlangs nog werd Cafe de Beyerd voor de tweede maal
gekozen als Beste cafe van Nederland.
Dit uitstekende cafe heeft ook een Restaurant en een Brouwerij.
De brouwerij lanceerde op de ‘aandeelhoudersvergadering’ van maart
het nieuwste bier: Schwarzbier.





Dit is een foto van het ‘Dividend’ gemaakt door het cafe zelf in aanloop naar de aandeelhoudersvergadering.






Het artikel op de website van BN/De Stem.






Ons eigen dividend.






In de rij met Drie Hoefijzers Klassiek en Dirk.





Kunstvaria

Twee maal twee werken van een kunstenaar.
Dat komt niet vaak voor.

Wat vind je van het volgende idee dat ik las
in het essay “van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan”,
met als ondertitel: “reflecties op schilderkunst”.
Overigens vermoed ik dat de schrijver van het essay
Henk v. d. Heuvel is.
Ik weet het niet zeker maar hij presenteert zich
op zijn web site “Woest en vredig” als de auteur/eigenaar van de logs.

Er is een groot verschil tussen klassieke en moderne kunst. Klassieke kunst is een reflectie op de natuur terwijl moderne kunst een reflectie op de reflectie is. De klassieke kunst zoekt naar eenvoud en enkelvoudigheid. De moderne kunst vindt complexiteit en meervoudigheid.






Adriaen van de Venne, Allegory of poverty, 1630s.


Voor een Oude Meester is dit een behoorlijk complex werk.
Deze allegorie (verbeelding van een abstract begrip) toont een man
die twee andere figuren op zijn rug draagt.
Op de tekstbalk bij zijn benen staat:
xe2x80x99t Sijn ellendige beenen die Armoe moeten draegen.
We zien hier een blinde man die een hond bij zich heeft.
Op zijn rug draagt hij een oude vrouw met in haar hand
een melaatse klepper en een bak voor de aalmoezen.
Op haar beurt draagt ze een kind op haar rug.
De kleding van de figuren zijn meer vodden dan iets anders.
De stro in de klompen is ook niet van de luxe.
Bij die klompen liggen een soort handvatten die invaliden
gebruikten om zich voort te bewegen.
Kommer en de kwel alom.
Er is een schilderij dat samen met dit werk een eenheid vormt.
De allegorie op welvaart.
Je kunt je wel indenken wat dat zoal laat zien.





Anni Albers, Second movement I, 1978.






Bada Shanren, Two mynas on a rock, 1692.


De Myna is een vogel die in Azie voorkomt.
Het is een zangvogel uit de famillie der spreeuwachtigen.
Ze blijven een leven lang bij dezelfde partner,
bouwen hun nest in een hol in bomen of muren.
De nesten worden van allerlei materialen gemaakt zoals bladeren,
gras, veren en allerlei afvalmateriaal.
Normaal gesproken worden dan zo’n vier tot zes eieren gelegd.





Een tentoonstelling met Polaroids trok mijn aandacht. Twee voorbeelden komen in deze kunstvaria voor. Deze eerste is van Edward Mitchell, 1983.






Emil Nolde, Nature morte aux danseuses, 1914.






Gerhard Mantz, Allgemeine xc3x9cbereinstimmung, 2009.


Tekenen op linnen.





Gerhard Mantz, Bemerkenswerter Zusammenhang, 2009.






Guercino (Giovanni Francesco Barbieri), David mit dem kopf Goliaths, 1617.






Gold Kesi, One hunderd birds jacket, 19th century.


Kesi is een weeftechniek ontwikkeld in Azie.
Of er werkelijk honderd vogels op staan weet ik niet.
‘Honderd’ kan ook staan voor ‘veel’.





Ilse Bing, The elevated and me, 1936.






Jean-Francois Rauzier, Evolution.


Ik vind de titel heel grappig. Hoezo evolutie en ontwikkeling?





Kristen Kobke, View of Osterbro from Dosseringen, 1838.


Meerdere schrijfwijzes kom ik tegen op het web: Christen Kxc3xb8bke
is een schilder uit Denemarken.





Marc Chagall, Le bouquet de Paris, 1982.






Tweede poleroid: Monica Nestler, 1980.






Pablo Picasso, Le couple, 23 oktober 1969.






Paul Klee, Portrait in the garden, 1930.






Philip de Lxc3xa1szlxc3xb3, Queen Elizabeth (Queen mother), 1925.


Familiekiekje uit de collectie van het Britse koninklijk huis.
Koningin Elizabeth, de koninginmoeder.





Rare Eskimo polychrome wood mask, Yupxe2x80x99ik or Anvik.


Yupxe2x80x99ik en Anvik zijn twee namen voor Eskimogroepen.





Rene Magritte, Golconda, 1953.






The Cauchon hours, Middle of the 15th century, owned by a noble couple from Rheims.


Het Cauchon getijdeboek.
Midden 15e eeuw,
eigendom van een adelijk echtpaar uit Rheims.





Tomas Saraceno, Untitled.


Als je dan spreekt van ‘complexiteit en meervoudigheid’ dan geldt dat zeker
voor dit werk dat ook nog eens geen titel heeft dat je in een richting
kan duwen om de betekenis of bedoeling te achterhalen.
Mooi vind ik het wel.





Zhao Bo, Rainbow City, 2009.


Jammer dat dit werk zo breed is. Gezien de beperkte ruimte op mijn log
blijft er dan niet veel van over.





Zhao Bo, Sweet Embrace, 2008.


Ik ben er nog
niet van overtuigd dat we dit
over 10 jaar nog wel zo bijzonder vinden.




Kunstvaria

Foto’s van bekende mensen, ik heb er een haat/liefde verhouding mee.
Vaak zijn de foto’s niet bijzonder.
Ze vallen alleen maar op door de persoon op de foto.
Soms zijn ze wel apart.

Vandaag naast de foto’s portretten op schalen, op steles,
geschildert, in een collage, houtsnede en gebeiteld.

Verhoudingsgewijs veel Zuid Afrika.





Attic red-figure, stemless kylix by Douris, circa 480 BC.


Draped youth standing in an Athenian wine-shop
amongst large amphorae

Gekleede jongeling in een Atheense wijwinkel omringd
door wijnvazen.

De kwaliteit van de foto is niet zo hoog.
Het voorwerp zelf ziet er heel bijzonder uit.
Een Kylix, een Griekse drinkschaal.
De maker is Douris. Wikipedia vertelt ons daar het volgende over:

Douris was een Atheense vazenschilder en pottenbakker uit het eerste kwart van de 5e eeuw v.Chr.

Van hem zijn meer dan dertig gesigneerde (roodfigurige) vazen bewaard, waaruit de schoonheid en de sierlijkheid van zijn stijl blijken. Hij behandelt de meest uiteenlopende onderwerpen op even voortreffelijke wijze: mythische of epische thema’s, taferelen uit het dagelijks leven (worstelende efeben, feestmalen, …). Zijn langgerekte, onberispelijk getekende figuren kondigen reeds het begin van de klassieke periode aan.







Cecil Skotnes, Stations of the cross, 1980.


Cecil Skotnes is een Zuidafrikaanse kunstenaar.
Hier een statie uit de kruisweg.
Namelijk statie 5: Simon van Cyrene helpt Jezus het kruis te dragen





Dumile Feni-Mhlaba, One of mine or a song for You, 1942 – 1991.


Nog een werk uit Zuid Afrika.





George Hurrel, Jean Harlow, 1934.


George Hurrel is de fotograaf en Jean Harlow de sexbom uit de jaren dertig.
Prachtige kitch foto.





Golden wreath, Greece, Fine gold oak leaves with acorns.


Gouden lauwerkrans, eikenbladeren en eikels.





Govaert Flinck, Landscape with an obelisk, 1638.






Hendrik ter Brugghen, Saint Sebastian tended by Irene, 1625.






Jean-Baptiste-Camille Corot, Jeune femme xc3xa0 la fontaine, 1860 – 1870.






Jewelry elements for a broad collar, Egypt, Amarna period, 18th dynasty, circa 1353 -1323 BC.


Losse elementen die samen een halssierraad vormen.
Gemaakt in de Amarnaperiode.
Tijd kort voor Toetanchamon.





Joaquin Sorolla, Idilio en el mar, 1908.






MF Husain, Untitled.


Moderne kunst uit India.





Marlene Dumas, Figure in a landscape, 2010.


Dumas is geboren in Zuid Afrika en ze werkt vanuit Amsterdam.





Mughal Quran, India, 1682 AD.


Indiaase Koran onderdeel van de tentoonstelling:
Treasures of the Aga Kahn Museum.





Otto Dix, Portrait of the laryngologist Dr. Mayer-Hermann, 1926.


Een ‘Laryngologist’ is een gespecialiseerde KNO-arts
die zich met de stem bezig houdt.





Otto Dix, The salon I, 1921.






Paul Hodgson, Untitled (Green and Blue), 2009.


Eerste indruk is dat het lijkt op het schilderwerk van Giacometti.
Maar het proces schijn complex te zijn.
Er worden eerst foto’s gemaakt van een model.
Dan schildert Paul Hodgson een aantal studies en een groot schilderij.
Daar worden weer foto’s van gemaakt die dan in stukken,
al dan niet weer bewerkt, terug geplaatst worden op het grote schilderij
dat in het begin is gemaakt.





Piero di Cosimo, Francesco Giamberti da Sangallo, circa 1485.


Een werk bestaande uit twee portretten.
Rijksmuseum Amsterdam.





Prehispanic mural paintings at Tetitla Palace, in Teotihuacan: Las Aguilas, 600 – 700 na Christus.


Een groot aantal van de muurschilderingen
zijn het afgelopen twee jaar gerestaureerd.





Stele with Akhenaton, his wife Nefertiti and their children, 1350 – 1333 BC.


Het Metropolitan Museum of Art heeft een grote tentoonstelling
met voorwerpen die te maken hebben met de begrafenisrite
van Toetanchamon.
Dit is er een onderdeel van.

Farao Akhenaton aanbidt samen met zijn vrouw Nefertiti
en hun kinderen de god Aten (de zon).
Akhenaton voerde als eerste een monotheistische godsdienst in.
In de kunst ontstonden voor het eerst min of meer
realistische afbeeldingen van mensen.
Daarvoor moesten afbeeldingen van farao’s voldoen
aan de dan geldende afspraken.
Deze veranderingen duren maar kort want de macht van de priesters
die meerdere goden aanhingen werd hersteld
met het aantreden van Toetanchamon.





Stela of Userhat and his wife Nefertari, he is a mortuary priest of Tutankhamun, Thebes Late 18th dynasty, circa 1327 – 1295 BC.






Yousuf Karsh, Pablo Picasso, 1954.





China reisverslag / travelogue 29

Vandaag een heuse museale verzameling uit de Forbidden City in Beijing.
Op mijn tocht was ik inmiddels bij de verzameling
muziekinstrumenten geweest.

Daarna stuitte ik op een hal met een groot aantal
prachtige voorwerpen waarvan je hier een kleine
selectie kunt zien.














Grey pottery dancing man, Xijing Dynasty, 265 – 317.






Een korte blik naar buiten.






Seated figure of Amitayus, Kangxi reign, 1662 – 1722.





Net als in veel andere culturen tref je bij veel voorwerpen
invloeden van andere culturen aan.
Jier is sprake van beinvloeding door Mongoolse beelden.
Het gaat om een bodhisattva (een verschijningsvorm van Buddha)
waarbij de nadruk ligt op het element vuur.
Typisch is verder de lotusbloem. Hier ook duidelijk te herkennen
in het plateau, de basis van het beeld.






De Verboden Stad: 04/10/2009





Seated statue of Vajradhara, Yongle reign, 1403 – 1424.









Stationeries used in the first writing ceremony, Qing Dynasty, 1644 – 1911.


Schrijfgerei: je ziet hier een kwast, een kom (een reproductie),
een inktsteen, penseellegger en inktpallet.
Te gebruiken door de keizer in ceremoniele schrijfsessies.
Op het penseel staat “Wan nian Qing” wat Evergreen of Altijd groen betekent.
De kom is van het type “Jin-ou Yonggu”.
Hij staat wel vermeld op het kaartje bij deze voorwerpen maar
volgens mij is hij op de foto niet te zien.
De Jin-ou Yonggu kom/mok is in een gouden uitvoering
een van de topstukken van het Paleis Museum.
Letterlijk betekent het ‘Gold-Made Ware Cup of Eternal Stability’,
Gouden kom van de eeuwige stabiliteit.
Het gaat dan om een gouden kom in de vorm van oud brons vaatwerk.
Staat op pootjes en is rijkelijk versierd.
Het betreffende exemplaar was van de keizer Qianlong.

Persoonlijk vind ik het zogenaamde “Brush rack”,
ik heb dat hierboven als penseellegger vertaald,
heel eg mooi.
Een kleine bergrug (Jade?) op een stukje hout.





Penseellegger.






Een topstuk naar mijn gevoel.



Yellow glaze zun, 1644 – 1911.


Een zun is een bronzen wijnvat.
De vormen van de bronzen Chinese voorwerpen zie je later terug
in het aardenwerk.
De techniek om aardewerk te vervaardigen bereikt in China een hoogtepunt.
Dit is slechts een van de vele voorbeelden van die kunst.





Muurvaas.



Detail.



Muurvaas, 1644 – 1911.


Typisch is dat veel van de voorwerpen een wel erg ruime datering hebben.
1644 – 1911 zijn de jaartallen van de Qing dynastie die ook wel Mantsjoe
dynastie wordt genoemd en die in totaal 12 keizers kende.





Kunstmatig landschap.






Ruyi-scepters.


De tekst op het kaartje helpt niet echt om deze
voor mij geheimzinnige voorwerpen
te verklaren:

Being there lucky meaning, Ruyi scepters were important adornements in the court.


Ik kan de tekst eigenlijk niet vertalen.
Grammaticaal klopt het niet.
Deze scepters waren belangrijke statussymbolen.

De volgende tekst komt van een web site van het Palace Museum.
Maar buiten deze tekst kan ik niets achterhalen over de auteur.
Daarmee blijft het allemaal een beetje vaag.

Evolution of the Ruyi Scepter

Some experts speculate that the ruyi scepter came to China along with the Buddhism from ancient India in the Eastern Han period (25-220 CE). Called Anuruddha, the ruyi scepter originally was a monk’s tool for scratching. In Buddhist classics, it is one item in a monk’s paraphernalia. The other three things are an ear pick, a tongue-scraping tool, and a walking staff with rings.

However, some materials suggest that the ruyi scepter is not a foreign import since a scratching tool existed before the Han dynasty. Recent archaeological finds provide several objects including two of the Eastern Zhou (eleventh century BCE -770 BCE) unearthed from ancient cities of the Lu Kingdom in Shandong province. One end of these objects likes palms, the fingers of which are curling. With column handles, they are thought to have been scratching tools and the earliest examples of the ruyi scepter’s traditional form. The Unauthorized Biography of Hu Zong (Hu Zong biezhuan) of the Three Kingdoms period (220-280) recorded that the ruler of the Wu kingdom Sun Quan found a white jade ruyi scepter. But no one knew its history. So the ruler asked Hu Zong who was a knowledgeable person. Hu Zong said that the ruyi scepter was embedded by the first emperor of the Qin dynasty (r. 221 BCE -210 BCE) when he was the crown prince and hoped it could bring him good fortune. Although the origin of this piece may be not accurate, this is the earliest story on the ruyi scepter, displaying that people at that time thought ruyi scepter an important thing.

The word “ruyi” was from common people. The Han dynasty emperor Gaozu (r. 206 BCE -195 BCE) named the Qi concubine’s son “As you wish” (ruyi) because he loved him, showing that at least in the Han dynasty and perhaps even earlier this was an auspicious term. In early translations of Buddhist sutras from Sanskrit, ruyi was used to represent monks’ objects. We can speculate that an object called ruyi (which existed prior to Indian monks coming to China) had the same function as the Indian scratching tool, and furth
er that Buddhism contributed to the development of the ruyi scepter because it highly influenced Chinese traditional life, culture, and ideology.
Since “ruyi” is a good word and has close relationship with Buddhism, the ruyi scepter gradually changes from a tool to a precious object, becoming the gift with best wishes between nobles.

Meaning and Function of the Ruyi Scepter

The ruyi scepter has different functions to various people. Most ones considered a piece the symbol of power or at least the authority to speak. The following examples illustrate the meaning and functions of the ruyi scepter in different periods.

In the first half of the first century, covering the Eastern Jin period to Southern era, well educated people loved to discuss philosophic issues. They usually held horsetail whisks or ruyi scepters during talking.
Meanwhile, the ruyi scepter was no longer a monk’s daily tool, but a Buddhist ritual object. An eminent monk could deliver a sermon if he holds a ruyi scepter which represents his power and high status. Because of the fashion, some Bodhisattva statues made later even held ruyi scepters in hands. Therefore, the ruyi scepter started to contain auspicious and intellectual meaning.

Once an eminent Indian monk used a ruyi scepter to wake up a sleeping tiger which was not listening to his sermon. A monk at the Yuquan Monastery held a ruyi scepter in his dying minutes. In the Northern Zhou period (557-581), the Wu Emperor conducted a public debate about abolishing Buddhism. Monks gave a ruyi scepter to Zhi Xuan who was selected as a delegate. Holding it, he gently sat down and began his statement, displaying his noble character. At such serious moment, monks still focused on the ruyi scepter. This story illustrates the meaning of “authority to speak” and reveals that it was significant for the Buddhist ritual events.

The use of ruyi in religion further raised its importance as a symbol of power. In the fifth century, ruyi scepters were held by literati and aristocrats to show their special social status. In the collection of the Nanjing Museum, a set of molded-bricks from a tomb of the Eastern Jin (317-420) portray the “Seven Worthies of Bamboo Grove” who were outstanding literati enjoying leisure life. One named Wang Rong is holding a ruyi scepter. He was not the only one who had this auspicious object because it was very popular among aristocrats.

The Tang dynasty emperor Taizong (r. 627-649) once gave a rhinoceros horn ruyi scepter to Li Xun who helped to wipe out evil eunuchs and some military commissioners (fanzhen). The emperor called that ruyi scepter “authority to speak” (tan bing) which actually was a symbol of power, and hoped that his right-hand official would enjoy good fortune.

On occasion, the ruyi scepter was a commander’s baton for controlling troops. Commander Wei Mu of the Liang kingdom (502-557) could not ride a horse on the battlefield due to physical weakness. Sitting in a wood sedan chair, he commanded the army by waving a ruyi scepter and defeated the enemy. The enemy called his troops the “Wei Tigers”.

Although the ruyi scepter had many functions, it still retained its original form of a back scratcher with its beautiful “as-you-wish” name. Following the Tang dynasty, that is from the tenth century, the ruyi scepter and the back-scratching staff gradually diverged. The back scratcher was a tool made of simple materials and kept its original form. The ruyi scepter became an artifact without practical function, made of precious materials, with beautiful designs and auspicious meaning of ten-thousand things as you wish.

Ruyi scepters were made of various materials including jade, gold, iron, silver, ox horn, and crystal. Craftsmen also used other things such as jade crystal, amber, bamboo, bamboo root, and rhinoceros horn to carve.

Formats of Ruyi Scepters

Ruyi scepters made after the second half of the first century were in the same forms with those of the Eastern Zhou era (770 BCE -221 BCE) which had palm-shaped heads. This type could be found in the traditional records and paintings. An exceptional one exists in Longmen Grottoes. In a painting, a lady holds a large ruyi scepter that is more than one meter long. The piece in this size is speculated a ritual object. The traditional images with ruyi scepters display their holding methods. People could hold a piece in one hand vertically, horizontally or sidelong. Some ruyi scepters are held in two hands or in arms. The direction of the head is not fixed, yet the fingers of the arm-shaped head primarily face the ground or opposite to the holder’s body.

The Eclipse of Ruyi Scepters after the Tang dynasty

In the late Tang dynasty, the scholar-official society went to the end. The ruyi scepter which used to be a representative of their social statue became declined. After the reorganization of the dynastic society, the production of ruyi scepter nearly stopped during about five hundred years. Meanwhile, only a few records included ruyi scepters. Although the ruyi scepter was not very popular, it still had slightly changes. Its head was designed as the top of a longevity fungus. The handle becomes more gentle and elegant, having patterns and pearl inlays.

Up to the Ming dynasty, the literati recalled the tradition and re-favored the ruyi scepter as a plaything. People loved things with good meanings and hoped everything goes well. Thus a ruyi scepter was considered an auspicious object due to its good name.

In the collection of the Palace Museum, the existent ruyi scepters of the late Ming dynasty are made of various materials. Those made of bamboo and wood recall the traditional style. Since they were praised for noble characters, the upper class loved to store them.

Ruyi Scepters in the Palaces

In the Qing dynasty, especially from the Qianlong reign to the Empress Dowager Cixi period, the ruyi scepter reached its height. The imperial family ordered the imperial studio many scepters with various materials and forms. They display the highest levels in these fields at that time. Moreover, the ruyi scepter with some auspicious patterns was no longer a tool, but just a symbol of good luck that was used in all imperial ceremonies.

Officials presented ruyi scepters in honor of the New Year’s Day and the imperial families’ birthdays. From the middle period of the Qianlong reign (1736-1795), ruyi scepters, which usually had nine pieces in one set, were on the top of the officials’ contributing lists. The emperors gave some to his officials and ambassadors as the most precious gifts. In the late Qing dynasty, ruyi scepters were used in the emperor’s wedding. Some court painting of that time also displayed ruyi scepters.

The ruyi scepter of the late Qing dynasty became a kind of jewelry as well as a symbol of wealth and power. For instance, the officials found 120 jade ruyi scepter and other 1601 pieces with jade inlays during taking He Sheen’s stock, which were far more then 242 pieces in the imperial store.

Author:Liu Yue



Vertaling/samenvatting

Ontwikkeling van de Ruyi sceptre
Volgens sommige experts komt de ruyi sceptre van het Boedisme uit India
in de Oostelijke Han periode naar China (25 xe2x80x93 220 na Christus).
Origineel was het een stokje dat monniken gebruikten om te krabben.
Ze gebruikten het ook om hun oor schoon te maken,
hun tong te schrapen of als wandelstok.
(Lijkt me onzinnig, een wandelstok om in je oor te stoppen?)
Andere experts nemen aan dat het voorwerp uit China zelf afkomstig is
en al ouder is.
Ruyi betekent xe2x80x98As you wishxe2x80x99 of xe2x80x98Zoals u wenstxe2x80x99.

Betekenis en functie van de Ruyi rcepter
Voor verschillende mensen in verschillende tijden had de Ruyi scepter
andere betekenissen.
Soms is het een symbool van macht
, het gaf voor andere
het gezag om te mogen spreken.
Af en toe werd het gebruikt als een batton voor een generaal in het leger.

De Ruyi scepters in het Paleis Museum
In de Qing dynastie, special van de Qianlong regeerperiode tot en met
de regering van Keizerin Cixi,
bereikte de ruyi scepter zijn populariteitshoogtepunt.
De keizerlijke familie kocht scepters in verschillende formaten
en van verschillend materiaal.
Men gaf elkaar aan het hof scepters met Nieuwjaar
en bij verjaardagen van de keizerlijke familie.
Sommige functionarissen en ambassadeurs ontvingen ruyi scepters
van de Keizer als kostbaar geschenk.
Nog later werd het een sierrraad en een symbool van rijkdom en macht.








Pot om krekels in te bewaren.


Het houden van krekels is een veelvoorkomende gewoonte in China.
Dit is een pot om krekels in te houden.
De bovenkant vanc de pot, zeg maar de bel-vorm,
iverbeeld bloemenranken. Deze ranken laten veel ruimte open,
te klein om de krekels er door te laten maar groot genoeg
om hen te zien en lucht door te laten.








Deksel van een doos gemaakt van de bamboepalm.



.



De doos is gemaakt om een vijf jade voorwerpen te bewaren. Die kunnen in de doos liggen op de daarvoor uitgespaarde ruimtes.


De doos is in 1778 door Chen Huizu, een minister verantwoordelijk
voor de weefindustrie in Suzhou, aan de keizer.
De doos bevatte 5 vissen, uit jade gesneden en afkomstig
uit de Han dynastie.
De Qianlong keizer waardeerde dit cadeau erg.





Carved Red-lacquer dinner box with a design of flying dragons, 1735 – 1796.


Dir is een voorbeeld van de roodlaktechniek (red-lacquer).
Een beschrijving van deze techniek met achtergond informatie trof ik aan
op de volgende web site:

De volgende ctekst is afkomstig van http://ribonet.ontwerperswinkel.nl.

Het woord lak komt van het woord “Laksha” uit het Sanskriet. Dit betekent xe2x80x98honderdduizendenxe2x80x99 en slaat op de aantallen schildluizen die in India een rood getinte lak produceren. In de loop der tijd is het woord lak synoniem geworden voor de meeste harsachtige producten die in xc3xa9xc3xa9n of andere vorm op hout wordt toegepast.
Meer dan 4000 jaar geleden werd al in China het sap van de xe2x80x98Rhus verniciferaxe2x80x99(let op de gelijkenis met het woord xe2x80x98vernisxe2x80x99) gebruikt als beschermende laag op diverse gebruiksvoorwerpen.
In de 7e eeuw voegde men er letterlijk een extra dimensie aan toe. Toen werd de techniek van roodlaksnijwerk ontwikkeld. De lak werd met vermiljoen vermengd en in vele laagjes opgebracht. Na droging van elke laag werd er de gewenste voorstelling terug gesneden en met puimsteen teruggeslepen, zodat er een driedimensionaal relixc3xabf ontstond. Als je bedenkt dat elke laag diverse dagen moest drogen en dat er op het hoogtepunt wel relixc3xabfs werden gemaakt met meer dan tweehonderd lagen geeft dat en hele nieuwe dimensie aan het begrip monnikenwerk.




Vliegende draak.






Blue and white brush holder (1723 – 1735.


From the imperial factory of Jingdezhen under
the supervision of Tang Ying.
Peenehouder, porselein gemaakt in Jingdezhen,
de beroemde keizerlijke fabriek voor aardewerk.
In deze periode stond de fabriek onder leiding
van Tang Ying.





Een kijkje naar buiten. Hall of Central Harmony.






Verboden Stad. Dit is een deel van de muur die om het binnenhof staat. Links voor de muur zie je het begin van de Office of Grand Counsil of State (Junjichu). Zeg maar de Chinese variant van het Torentje op het Haagse binnenhof.