Stereotypes bij Umberto Eco

In de eerste hoofdstukken van De Begraafplaats van Praag
krijg je het er als lezer flink van langs.
Italianen zijn zus, Fransen zijn zo,
om nog maar niet te zwijgen van de Duitsers.
De ene stereotype struikelt over de volgende.
De meeste zijn niet vriendelijk.



Deze afbeeldingen gaan te ver. In ‘Kuifje in Congo’ is de witte man slim en zijn de Congolezen… Dat kan dus niet.


Dit is een beetje een uitstapje (of toch niet?).
Via het boek van Will Eisner
“The plot” the secret story of The Protocols of the elders of Zion
kwam ik een ander boek van Eisner tegen: Fagin the Jew.
In het Nederlands: ‘Fagin de Jood’.
Ik heb dit boek gekocht op Amazon.com.
Eisner begint zijn introductie van het boek
met zijn eigen succesverhalen: Spirit.
Een cartoon over een superheld waar een jonge ‘African American’
een rol in speelt.
Een karikatuur van een negroide Amerikaan.
Een geaccepteerd beeld in die tijd.



Maar stripboeken hebben nu eenmaal de neiging zaken wat eenvoudig voor te stellen: Sjors en Sjimmie als journalisten.


Bovendien was dit een mooie kans voor mij om een aantal van mijn oude stripboeken te tonen waar ik heel goede herinneringen aan heb. Sjors en Sjimmie bij de baanbrekers.


Sjors en Sjimmie en de tijger.


Sjors en Sjimmie naar de Pintoplaneet. Eat your heart out Mr. George Lucas. ‘Pintoplaneet’, kom er maar eens op.


Ook nu zie je stereotypen in amusementprogramma’s enz.
Nerds zijn relatiegestoord (The big bang theory),
zusters en dokters zijn in voor sex (Grey’s Anatomy),
Mensen met hoofddoekjes zijn verdacht (PVV), enz.
Ze zijn niet waar maar je ziet/hoort ze regelmatig.



George Cruikshank, Artful Dodger introducing Oliver to Fagin (1846).


David Lean, Still, Fagin learns Oliver Twist about picking pockets. Bijna hetzelfde beeld als de tekening hierboven. Kort na de eerste onmoeting leert Fagin Oliver Twist hoe hij zakken kan rollen.


Dezelfde scene, Will Eisner, Oliver Twist meets Fagin.


Later stelde Eisner zich zelf (geholpen door anderen)
de vraag of dat nu wel juist en nodig was.
Zo kwam hij uit bij een van de bekendste karikaturen van een jood: Fagin.
Fagin speelt een belangrijke rol in het boek Oliver Twist
van Charles Dickens en werd in de eerste uitgaven
vaak aangeduid met ‘de Jood’.
Dat dit beeld van Charles Dickens, zijn tekenaar George Cruikshank
en alle volgelingen volledig onjuist is,
toont Eisner in zijn graphic novel ‘Fagin The Jew’ aan.



Dit is Ben Kingsley in de meest recente versie van Oliver (2005).


Ik ben een liefhebber van de films van David Lean
en zijn bewerking van Oliver Twist met Alec Guinness is prachtig.



David Lean, Parish work house, Parochieel werkhuis.



George Cruikshank, Fagin in the condemned cell.



Sir Alec Guinness in Oliver Twist als Fagin.



Will Eisner, Fagin the Jew.


Gifmengsters van Umberto Eco


Umberto Eco, interview in BN/De Stem, gepubliceerd op 09-04-2011, door Theo Hakkert.


Ik vind niet dat ik een masochist ben maar vind het wel leuk om het boek
van Umberto Eco als een soort van puzzel te beschouwen.
Deze keer geen puzzel waarbij je het woord moet raden.
Nee het eindresultaat, de tekst, die is er al.
Maar wat waren nu precies al de vragen die Eco al jaren hebben bezig gehouden.
Steeds weer stuit je op namen van mensen en plaatsen, van begrippen,
op omschrijvingen van gebeurtenissen die ik niet ken.
Dan wil ik daar meer van weten en ga op zoek.
Vaak vind je dan al snel een antwoord.
Achter sommige zaken blijkt dan een hele wereld te zitten.
Soms kom je er maar ten dele uit.
Dat is vandaag het geval.
Het gaat om het volgende zinsdeel:

“, die de twijfelachtige faam genoot in de achttiende eeuw het laboratorium te hebben geherbergd van drie bekende gifmengsters, die er op een dag door werden aangetroffen: gestikt in de dampen van de dodelijke stoffen die ze op hun fornuis destilleerden.”x9d

Dus er moet een plaats zijn, een straat, een huis,
in Parijs waar tussen 1700 en 1799
3 bekende gifmengsters, min of meer tegelijk zijn omgekomen.

De tekst staat op pagina 8 van De begraafplaats van Praag.

In een tijd dat men arsenicum op een dood lichaam
nog niet kon achterhalen en het verschil
tussen een gifmenger en apotheker nog heel klein was,
bestonden producten die bijvoorbeeld bekend stonden als “erfenispoeders”.
In Parijs werden vooral vrouwen beschuldigd van het vergiftigen
van mensen en van het aanverwante hekserij.
Mensen hielden zich bezig met x98Levenselixersx99
en zochten naar manieren om lood in goud te veranderen.
In dit verband vond ik de volgende informatie.


Marie Madeleine d’Aubray (beetje vreemd portret).


Marie Madeleine Marguerite d’Aubray,
Markiezin de Brinvilliers (22 juli 1630 – 17 juli 1676).
Deze markiezin was een Franse seriemoordenaar.
Ze spande samen met haar minnaar legerkapitein Godin de Sainte-Croix
om haar vader (Antonine Dreux d’Aubray) te vergiftigen in 1666
en twee van haar broers (Antoine d’Aubray en Francois d’Aubray) in 1670.
De reden was dat ze hun erfenis wilde.
Er gingen ook geruchten dat ze arme mensen vergiftigden
tijdens haar bezoek aan ziekenhuizen.
In 1675 vluchtte ze naar Luik in Belgie waar ze werd gearresteerd.
Ze werd gedwongen tot een bekentenis en ter door veroordeeld.
Op 17 juli 1676 werd ze met de waterproef gemarteld.
Daarbij werd ze gedwongen 16 pinten water te drinken.
Daarna werd ze onthoofd en haar lichaam werd verbrand op de brandstapel.



Markiezin de Brinvilliers ondergaat de waterproef.


Haar medestander Sainte-Croix was in 1672 een natuurlijke dood gestorven.
Het vermoeden bestaat dat ze het zogenaamde Tofana-gif gebruikte.
Het recept voor dit gif heeft ze gekregen van haar minnaar
Chevalier de Sainte Croix die het op zijn beurt geleerd had
van een Italiaanse gifmenger genaamd Exili.
De Sainte Croix en Exili hadden samen tijd doorgebracht in de Bastille.
De rechtszaak die tot haar veroordeling leidde
was het begin van een groot schandaal in Frankrijk
dat bekend staat als de Vergiftenaffairre (affaire de poissons)
waarbij vele Franse aristocraten werden beschuldigd van gifmenging en hekserij.
Dit schandaal speelde zich af tijdens de regeerperiode
van Lodewijk de veertiende en mensen in de directe kring
van de koning waren er bij betrokken.

Een van de beroemste gevallen is die van de vroedvrouw
Catherine Deshayes Monvoisin of La Voisin.
Ze werd in 1679 gearresteerd nadat ze was aangewezen
door een andere gifmengster.
La Voisin beschuldigde een aantal belangrijke mensen aan het hof,
waaronder de minnares van Lodewijk: Markiezin de Montespan.


Markiezin de Montespan oftewel Francois Athenais de Rochechouart de Mortemart.


La Voisin werd ter dood veroordeeld voor hekserij en vergiftiging.
Op 22 februari 1680 kwam ze op de brandstapel terecht.
Alles bij elkaar werden 34 mensen veroordeeld voor vergiftigingen of hekserij.

Deze informatie is interessant maar het speelt zich allemaal af
in de 17e eeuw.
Umberto Eco noemt duidelijk de 18e eeuw en het feit dat drie mensen,
min of meer tegelijk, omkomen bij de bereiding van de vergiften.
En daar kan ik niets over vinden. Wie helpt mij?


Waterproef.


 

Cul-de-sac d'Amboise & Tapis-franc

De Cul-de-sac d’Amboise was een oude straat in Parijs.
Het is een van de straten die genoemd wordt
in De begraafplaats van Praag van Umberto Eco (pagina 8).
Al zoekende kwam ik een oude foto van deze straat tegen.
Het geeft een goed beeld van de tijd en plaats
waar het begin van dit boek zich afspeelt.





Charles Marville, Cul-de-sac d’Amboise, 1865 – 1869, albumen print.





De fotograaf was een medewerker van Baron Haussmann die
een aantal van de grote boulevards en parken liet aanleggen in Parijs
die de stad nu zo kenmerken, maar die kleine straten zoals
op de foto hierboven, lieten verdwijnen.

In de straat bevindt zich een “Tapis-franc”.
Geen idee wat dat is. Dus even opgezocht:
xe2x80x9cplaatst waar de bandieten bijeenkomenxe2x80x9d

Baron Haussmann

Wij kennen Parijs van de brede boulevards en de grote parken.
Die zijn aangelegd onder aanvoering van Napoleon III en Baron Haussmann.
In zijn tijd, en ook daarna, roepen hun acties veel
bewondering maar ook veel kritiek op.

Even kort iets over Napoleon III:

Wikipedia

Karel Lodewijk Napoleon Bonaparte (Parijs, 20 april 1808 – Chislehurst bij Londen, 9 januari 1873) was van 1848 tot 1852 president en daarna tot 1870 als Napoleon III keizer van Frankrijk.



Op pagina 7 van ‘De begraafplaats van Praag’ van Umberto Eco
wordt de stedenontwikkelaar Haussmann genoemd.

In ‘het team’ van Haussmann zat ook een fotograaf: Charles Marville
Hij documenteerde het oude en nieuwe Parijs.
Van hem hier drie foto’s bij een kort verhaal over Baron Haussmann.





Charles Marville, Rue de la Bucherie (Bxc3xbbcherie), 1860s.




Wikipedia

Tijdens de heerschappij van Napoleon III werd Parijs grondig verbouwd door Georges-Eugxc3xa8ne Haussmann. Parijs was voordien een stad van smalle straatjes geweest, met slechts enkele brede “boulevards” (woord afgeleid van het Nederlandse “bolwerk”) op de plaats van de gesloopte 14e-eeuwse muren en grachten. Nu werden er ook andere straten tot “boulevard” verbreed, waarbij ook bochten werden afgesneden en vele duizenden huizen werden gesloopt. Het huidige stadsbeeld van de Parijse binnenstad dateert grotendeels uit deze periode.







Charles Marville, Impasse des Bourdonnais, 1858 – 1878.






Charles Marville, Impasse Briard, 1858.





…teneinde zich koortsig, reutelend en stinkend…

Oud Parijs: La Bièvre.


…een wirwar van smerige steegjes, doorsneden door de Bièvre, die zich in die buurt ontworstelde aan de ingewanden van de metropool waar zij allengs door was beknot, teneinde zich koortsig, reutelend en stinkend in de nabijgelegen Seine te storten.

Umberto Eco, De begraafplaats van Praag.


Charles Marville, de leerlooiers aan de Bièvre.


Bièvre (Wikipedia), pagina 7

Wikipedia

De Bièvre is een Frans riviertje. Het ontspringt in Guyancourt (Yvelines) en mondt in het centrum van Parijs in de Seine uit, ter hoogte van het Gare d’Austerlitz. Sinds 1912 is de rivier in het 5e en 13e arrondissement van Parijs helemaal overdekt en maakt hij deel uit van het riolennet.
In de 18de eeuw werd in de winter het ijs van de poelen en vijvers langs de oevers van de Bièvre systematisch weggehaald en opgeslagen in ondergrondse bunkers om te bewaren voor de zomer. Dit feit gaf in 1860 zijn naam aan de Rue de la Glacière, die op zijn beurt zorgde voor de naam van het nabijgelegen metrostation Glacière.


Hubert Robert, La Bièvre, 1768.


De Bièvre vandaag in het centrum van Parijs: onder de grond, een rioolbuis.


Etienne Dolet: apostel van de vrije gedachte

We staan nog maar aan het begin van ‘De begraafplaats van Praag’
maar er vallen al hele grote woorden.
Ik heb het web afgezocht om de achtergronden beter te begrijpen
van Etienne Dolet.

Etienne Dolet,
pagina 7.
Al op de eerste pagina tekst is het raak.
Je valt midden in het verhaal.
Schijnbaar achteloos wordt op regel acht een naam genoemd.
Maar je weet dat Eco nooit zomaar iets noemt.
Daar moet iets achter zitten.
In de eerste regels tot aan regel acht gaat het al over
de onderwereld, de universitaire wereld
en gaat het over het executeren van verdedigers van de vrijheid.
Het gaat ergens over!


Portret van Etienne Dolet, gevonden via Europeana.


En dan valt de naam Etienne Dolet.
Voor mij een volstrekt onbekende figuur.
Reden om eens uit te zoeken waarom die naam nu juist,
hier door Eco genoemd wordt.
Dolet is een drukker en schrijver
aan het eind van de Middeleeuwen in Frankrijk.
In de Middeleeuwen was er een (1) Waarheid: de Bijbel.
Toegang tot die bijbel was niet eenvoudig.
Immers deze tekst is origineel geschreven in het Hebreeuws en Aramees.
Tot dan toe werd in de kerk gebruik gemaakt van de Vulgaat.
Een vertaling in het Latijn door Hieronymus tussen 309 en 405 na Christus.
Goedgekeurd door Rome.
Alleen mensen die gestudeerd hadden beheersten
het lezen en schrijven van Latijn.
Dus de groep mensen die toegang had tot de Waarheid,
die in staat was de Waarheid uit te leggen of voor eigen gebruik
in te zetten was klein: de kerk, de adel, de wetenschap in opkomst.


Rue Etienne Dolet, daar ligt dit bovengrondse, Parijse metrostation genaamd Malakoff. Mooie foto, waarschijnlijk wel een beetje digitaal bijgekleurd.


In iedere samenleving met een (1) Waarheid gaat dat vroeger of later fout.
Of dat in het Libie van Moammar al-Qadhafi (Kadhafi) is,
in het Roemenie van Ceausescu of in de middeleeuws Christelijke wereld.
De machthebbers maken misbruik van hun positie
en verdedigen zich met de ene Waarheid
waarop zij het monopolie hebben.
Iemand die daar iets aan probeert te doen loopt gevaar.


Op 22 mei 1892 verscheen er in een artikel in de Nieuwe Amsterdamsche Courant over het buitenland een stukje over de onthulling van een monument voor Etienne Dolet.


Een schrijver en drukker wil teksten maken en gelezen worden.
Het liefst door zoveel mogelijk mensen.
Als die schrijver zich dan niet wil binden aan de ene Waarheid maar
echte waarheidsvinding wil doen, dan loopt hij gevaar.



Ironisch is natuurlijk dat Etienne Dolet het tegenovergestelde is
van de man die op de achterflap van het boekgenoemd wordt: Simone Simonini.
Simonini vervalst geschriften om de loop van de geschiedenis
te beinvloeden.
Dolet probeert juist geschriften te openen voor een groter publiek
om de geschiedenis te beinvloeden.
Umberto Eco noemt Etienne Dolet een apostel van de vrije gedachte,
je hoeft je dus niet af te vragen wie zijn voorkeur heeft.



 

Etienne Dolet werd op 3 augustus 1509 in Orleans geboren. Hij is een drukker, schrijver, dichter en humanist. Etienne Dolet zou een onecht kind van Francois I zijn. Helemaal bewezen is dit niet, maar hij komt zeker uit de hogere kringen. Hij studeert rechten in Parijs, in Italie en in Toulouse. In 1526 gaat hij naar Padua. De dood van zijn meester en vriend Simon van Villanova (ik kan niets over deze persoon vinden op het internet) zet hem er toe aan om in 1530 de post van secretaris van Jean van Langeac, bisschop van Limoges en ambassadeur van Frankrijk in Venetie te aanvaarden. Na zijn terugkeer in Frankrijk pakt hij zijn studie rechten weer op. Door zijn onstuimig humeur raakt hij tijdens zijn leven meerdere keren verstrikt in conflicten over het protestantisme en het rationalisme, wordt regelmatig gevangen gezet en komt weer vrij. Een aantal artikelen maken ook melding van een moord begaan door Dolet. Op 3 augustus 1546 wordt hij gefolterd, gewurgd en met zijn boeken op de Place Maubert in Parijs verbrand. De aanklachten waren godslastering en het in bezit hebben van verboden boeken. In 1889 is voor Etienne Dolet in Parijs een standbeeld opgericht.

 



De parallel van de boekverbranding van Dolet en de boekverbrandingen
van de Nazis is duidelijk.
Om de breedte van de belangstelling van Dolet aan te geven
volgt hier een kort stuk uit een scriptie.

Dhr. Pim Walenkamp schrijft het volgende over Dolet in zijn scriptie voor de Universiteit Utrecht over een onderzoek naar metafoortheorieen en vertaalproblemen van de Bijbelse metafoor de Goede Herder (de scriptie is gedateerd 31 augustus 2007).Etienne Dolet was een van de eerste die een serieuze vertaaltheorie formuleerde. Hij leefde van 1509 tot 1546 en verbleef zijn gehele (?) leven in Frankrijk. De meeste vertalers benadrukken het behoud van de betekenis van het origineel; de vorm en de doeltaal zijn hieraan ondergeschikt. Wat stijl van de vertaling betreft lopen de meningen van de verschillende geleerden echter behoorlijk uiteen. Hierin laat men zich soms leiden door het beoogde lezerspubliek, terwijl sommigen ook de eigen smaak behoorlijk laten meespreken. Voor Luther was van belang, dat iedereen de Bijbel zou kunnen lezen in begrijpelijke taal. Dus bedient hij zich in zijn vertaling van een begrijpelijk soort omgangstaal. Ook de zestiende-eeuwse geleerde Etienne Dolet legt de nadruk op normaal, dagelijks taalgebruik; daarnaast stelt hij echter dat een vertaling een elegante stijl dient te hebben, een stijl die in de hele tekst gelijk moet zijn. In de laatste eis klinkt duidelijk Dolets eigen literaire smaak door. Kortom,1. Gebruik in je doeltaal normaal en dagelijks taalgebruik dat de gewone lezer begrijpt.2. Hanteer een elegante stijl, die wel in de gehele vertaling synchroon dient te zijn. Waar Dolet het figuurlijke en de stijl van de vertaling voorop stelt, stelden de meeste vertalers in de zeventiende en achttiende eeuw de letterlijke vertaling voorop. Voorbeelden hiervan zijn Pope en Dryden, twee bekende Engelse dichters uit de achttiende eeuw. In 1789 schreef George Campbell een bekend werk over Bijbelvertaling. Hij hanteert drie uitgangspunten voor vertalen: 1. Geef een correcte weergave van datgene dat het origineel bedoelt. 2. Zorg ervoor dat je in de vertaling de geest en de stijl van de auteur recht doet. 3. De vertaling moet de kwaliteit van het origineel evenaren.

 


Standbeeld in Parijs van Etienne Dolet in 1906.


Vervolgens trof ik een studie aan
op een website over ‘verboden boeken’.
De studie wordt in verband gebracht met Spinoza.
Waarom geeft de website niet aan maar ik zou me er
het volgende bij kunnen voorstellen.
Spinoza schrijft bijvoorbeeld een analyse van de bijbel
waarbij het probleem van vertalen een grote rol speelt
en is daarnaast een filosoof die zich bezig houdt
met godsdienstvrijheid en tolerantie.
De auteur van de studie of de eigenaar van de web site
kan ik niet achterhalen.
De studie gaat over een boek met als Nederlandse titel: Vertoog over de drie bedriegers, uit 1777 (Traite des trois imposteurs).
Met de drie bedriegers worden Mozes, Jezus en Mohammed bedoeld.


Graftombe van Jean de Langeac of Jean van Langeac, bisschop van Limoges. Deze voorstelling op zijn graf behandelt onder andere de ‘Vier ruiters van de Apocalyps’.


De vertaler schrijft:

In het begin van de 18e eeuw ontstond een geheel nieuw genre van clandestiene boeken en manuscripten. Vooral Frankrijk en Nederland leverden daar een groot aandeel aan. Er was een schaduwwereld van verborgen drukpersen en in het geniep rolden daar grote aantallen opstandige en rebelse geschriften vanaf, met fictieve schrijvers en fictieve uitgeverijen op het titelblad.

Grappig is dat er een hele reeks mensen zijn van wie vermoed wordt
dat zij de schrijver zijn van dit werk.
De lijst omvat onder andere: Macchiavelli, Rabelais, Erasmus,
John Milton, een Mohammedaan Merula genaamd, Dolet en Giordano Bruno.
Dus Dolet wordt genoemd als vermoedelijk schrijver van een geheim geschrift.
Leuke parallel met De begraafplaats van Praag.


Graftombe van Jean de Langeac, bisschop van Limoges. De ‘Vier ruiters van de Apocalyps’.


Will Eisner



Will Eisner zelfportret met handtekening en nummer in mijn copie van de Nederlandse uitgave van ‘Een contract met God’.





Will Eisner is een Amerikaanse striptekenaar die in Europa
bij het grote publiek niet zo bekend is.
De strip die hem bekend maakte heette “Spirit”.
De laatste jaren is hij in europa vooral bekend geworden
door zijn “graphic novels”.
Dit zijn boeken die het midden houden tussen romans
en stripverhalen en vaak een heel serieus thema aansnijden.
Zo schreef hij ‘Een contract met God’ over het leven in de Bronx
in New York en “The Plot – the secret story of the protocols
of the Elders of Zion” over de vervalsing die een eigen leven ging leiden
en die vandaag nog steeds door mensen wordt aangehaald als
rechtvaardiging voor hun antisemitisme.





Will Eisner, schets van ‘Spirit’.





Wikipedia

William Erwin Eisner (Brooklyn, 6 maart 1917 xe2x80x93 Fort Lauderdale, 3 januari 2005) was een Amerikaanse comicsschrijver. Hij was de zoon van Joodse immigranten.

Will Eisner was een van de pioniers van de Amerikaanse comicsscene. Zijn werk omvat onder andere de serie The Spirit, het boek A Contract with God en meer recent het boek Fagin de Jood.

In de jaren vijftig kreeg hij bekendheid als tekenaar van de serie The Spirit, een wekelijkse acht pagina’s grote krantenbijlage handelend over een superheld zonder speciale supergaven.

Gexc3xafnspireerd door het werk van Robert Crumb, begon Eisner in de jaren 1970 te werken aan het boek A Contract with God (“Een contract met God”), waarin het alledaagse leven in de Bronx wordt beschreven. De sobere zwart-wit illustraties beschrijven thema’s als de dood, verdriet, geloof en seksuele gevoelens. Vaak speelde dit zich af tegen een Joodse achtergrond.

“Ik beschrijf het menselijk bedrijf, en het leven” vertelde hij in een interview. “Voor mij is het leven de vijand, en het gevecht van mensen om dat te overwinnen is in feite het centrale thema dat je in heel mijn werk terugvindt.”







Will Eisner “Spirit”.





xe2x80x98Brood en spelenxe2x80x99-technieken

Laat ik beginnen met vast te stellen dat mij al na 5 paginaxe2x80x99s
van xe2x80x98De Begraafplaats van Praagxe2x80x99 duidelijk is geworden
waarom Umberto Eco het Internet een gevaarlijke plaats vindt
voor de xe2x80x98armen van geestxe2x80x99.
In het interview in de rubriek xe2x80x98Boekenxe2x80x99 gaf hij aan
dat veel informatie op het internet onbetrouwbaar is.
Hij controleert ieder gegeven op ten minste drie plaatsen.
Het klopt dat veel informatie onbetrouwbaar is,
of gewoonweg gekopieerd is zonder dat er iets aan wordt toegevoegd.
Maar er komt nog een facet bij:
de informatie waarover Eco beschikt als hij zijn romans componeert
is soms helemaal niet of slechts zeer summier beschikbaar op internet.
Ga maar eens zoeken naar informatie over Carlo Tenca, Place Maubert, enz.
Je moet ver zoeken, als je al iets vindt.





Carlo Tenca.





Carlo Tenca, pagina 5

Italiaans schrijver en journalist (19 oktober 1816, Milaan –
4 september 1883, Milaan).
Hij ondersteunde de politieke beweging met de naam xe2x80x9cRisorgimentoxe2x80x9d.
Deze beweging streefde er naar (en slaagde erin)
de eenwording van wat we nu Italixc3xab noemen te realiseren.
Als ik de recensies goed begrepen heb zal deze beweging
uitgebreid in beeld komen in De begraafplaats van Praag van Eco.

Het citaat van Carlo Tenca waarmee Eco het boek begint
(uit: Het huis van de honden / La Ca’ dei cani)
haalt een aantal voorbeelden aan van technieken
waarvan machthebbers en politici gebruik maken
om de algemene stemming in een land af te leiden
van de werkelijk belangrijke onderwerpen.
xe2x80x98Brood en spelenxe2x80x99-technieken.
En dat is precies waar de hoofdpersoon zich mee bezig houdt.






Over Carlo Tenca is nauwelijks iets te vinden op het internet wat niet in het Italiaans is geschreven.





The logic of forgery / de logica van vervalsingen

Onlangs was Umberto Eco te zien op de Nederlandse televisie.
De betreffende aflevering van ‘Boeken’ is hier te zien.

Get Microsoft Silverlight
Of bekijk de flash versie.

Een van de problemen die Eco uit de doeken doet
is de manier waarop in de 19e eeuw
door mensen vervalsingen maakte van documenten
om politieke en juridische geschillen aan te kaarten en
in hun voordeel te beslechten.
De hoofdpersoon van De begraafplaats van Praag
is zo’n vervalser. Hij maakt in opdracht van wie dan ook
(de Russische geheime dienst bijvoorbeeld) documenten
om bijvoorbeeld het Joodse volk in diskrediet te brengen.
Algemeen wordt aangenomen dat The protocols of the elders of Zion
een vervalsing is gebaseerd op een werk van de Franse schrijver Maurice Joly.
Hij schreef in 1864 een boek waarin hij indirect de toenmalige keizer
van Frankrijk, Napoleon III, van allerlei kwade zaken beschuldigd.
De vorm die hij daarvoor koos was een dialoog tussen aan de ene kant
Machiavelli (de Italiaanse schrijver die de technieken van sluwe politici
beschreef) en aan de andere kant Montesquieu (de Franse filosoof).
Eco vermoedt zelfs nog oudere bronnen ontdekt te hebben.
In dit interview bespreekt hij de aanpak van dergelijke vervalsers.
Will Eisner tekent dit als volgt:





Will Eisner: The plot – The secret story of the protocals of the Elder of Zion, page 13.




Will Eisner: Vrij vertaald.





Forests have been chopped down to print it

De schrijver Anthony Burgess schreef al over “Foucault’s Pendulum”,
of ‘de slinger van Foucault’ (Umberto Eco, 1988):
xe2x80x9cForests have been chopped down to print itxe2x80x9d

“Bossen zijn al omgekapt om het te drukken”,
dus ga het LEZEN!

Anthony Burgess is een Britse schrijver
van onder andere A Clockwork Orange


Ik heb vanmiddag ‘De begraafplaats van Praag’ gekocht.
Via Google kwam ik uit op een boek dat ik al had:
Will Eisner (de Amerikaanse tekenaar) schreef en tekende in 2005
het boek The Plot, The secret story of The Protocols
of the Elders of Zion.
Een graphic novel over een van de grootste fraudes
in onze recente geschiedenis,
Over een totaal verzonnen geschrift dat de onderbouwing
vormt van anti-semitisme, in het verleden,
in de tweede wereldoorlog en in het heden.





Will Eisner: The Plot, The secret story of The Protocols of the Elders of Zion.





In deze materie is het heel gevaarlijk teksten uit hun verband te halen,
omdat zonder de context woorden snel voor verschillende
interpretaties in aanmerking komen.
Maar ik doe het toch omdat voor mij vast staat dat De Protocollen bedrog zijn.

Interessant is dat in de inleiding die Umberto Eco schrijft
op het boek van Will Eisner, hij de volgende zin gebruikt:
“…, narrates how representatives of the twelve tribes of Israel
gathered in the cemetery of Prague to plot the conquest of the world.”

In Nederlands:
“…., vertelt hoe vertegenwoordigers van de twaalf stammen van Israel
(lees van het Joodse volk) zich verzamelden op de begraafplaats van Praag
om complotten te smeden om de wereld te veroveren.”

Daarmee is in dit eerste artikel al gelijk (een deel van)
de titel van het nieuwe boek van Eco verklaard.





Italiaanse kaft van De begraafplaats van Praag.





Twitteren over Umberto Eco

Aanstaande zaterdag ga ik het boek
De Begraafplaats van Praag kopen.
Dit boek van Umberto Eco lijkt me een goed boek.
De recenties waren veelbelovend.
Al eerder was er iets over te lezen op deze blog.
Nu heb ik ook een Twitter account gemaakt
speciaal rond dit boek:
@EcoDiaries










The Most Mysterious Manuscript in the World / Het meest mysterieuze manuscript ter wereld

Het Voynich manuscript wordt het ‘meest mysterieuze manuscript
ter wereld’ genoemd.
De schrijver is onzeker, de datering ook.
Het is een boek geschreven op perkament en bestaat uit 20 delen.

De delen worden quire genoemd.
In de tijd dat men boeken van perkament maakten was men voor de afmeting
en de opbouw van het boek helemaal afhankelijk van de fysieke mogelijkheden
van het basismateriaal: kalfshuid.
Een boek werd gemaakt door een beperkt aantal
bewerkte huiden in elkaar te schuiven.
Zo’n set heet een quire.
Een boek werd vervolgens uit verschillende ‘sets’ samengesteld,
die op elkaar werden ‘gestapeld’ en aan elkaar genaaid en ingebonden.

Mij trekt minder de vraag wie het geschreven heeft, wat er in staat
en waarom het zolang duurt voordat we het kunnen lezen.
Interessant, zeker.
Maar in de tussentijd is het ook een mooi boek.

Het mooie is dat je er naar kunt kijken
zoals je naar abstracte schilderijen kijkt.
Niets (of weinig) geeft aanleiding tot herkenning.
Al helemaal niet tot begrip.
Een prachtig en zeer zorgvuldig uitgevoerd abstract werk!





Pagina 46 v (verso= linkerpagina of de achterkant van een blad): eagle.






Het centrum van pagina 67 r (recto= rechterpagina of de voorkant).






Pagina 63 v.






Castle rose / Kasteelrozet.






Deel 10, pagina 70.






Deel 10, pagina 70.






Deel 10, pagina 70. Deze pagina is een uitklapbaar vel.






Deel 14, pagina 85.






Deel 14, pagina 85.






Deel 19, pagina 99.






Zelfde pagina. Op het web zijn uitstekende foto’s te vinden waar je helemaal tot op het materiaal kunt inzoemen.






Deel 6, pagina 42 r.






Deel 9, pagina 67 r.





Hier kun je het manuscript tot in alle details zien:
Voynich manuscript





Als voorbeeld voor de mogelijke detailering op het internet zie je hier een hele pagina, pagina 2 r.






Dit is van dezelfde pagina, de meest rechtse bloem.




een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt

In het voorwoord van het boek ‘Denken over kunst’
(A. A. Van den Braembussche) wordt mijn aandacht getrokken
naar het zinsdeel dat de titel is van dit logje:
‘een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt’.



De schrijver geeft in de eerste regels van het voorwoord aan
dat mensen heel gemakkelijk en snel een esthetisch oordeel vellen
over heel gewone dingen.
In de tekst noemt hij: ‘een stoel, een theeservies,een zonsondergang en
een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt’.

Aanleiding om met deze tekst eens op zoek te gaan op het internet.
Ik stuitte op een aantal heel uiteenlopende teksten
en die laat ik in een korte serie op mijn weblog passeren.
Vandaag het laatste deel.
Hier vallen alle stukjes op zijn plaats.
Ik kwam een verhaal tegen over St. Franciscus dat ik niet eerder gehoord of gelezen had: De maan in het water.

De maan in het water.
Franciscus was met een broeder onderweg naar een kluizenarij.
Hij was niet vrolijk en sjokte maar wat voort.
Hij had zorgen om zijn broederschap, maar ook om zijn eigen leven.
Volgde hij de weg van zijn Heer?
Het begon donker te worden, maar de kluizenarij was nog ver.
Gelukkig was het volle maan en konden zij verder gaan.
Ze komen langs een put.
Franciscus blijft staan, buigt zich voorover en kijkt in het stille water.
Hij wordt stil.
De maan weerspiegelt zich in het donkere water.
Hij klaart op, ze vervolgen hun weg; dan begint hij te zingen.
Hij jubelt het uit.
De broeder vraagt waarom hij plotseling zo vrolijk is.
Franciscus zegt: “Zag je dan niet wat ik zag in de diepe put?”
“Ik vermoed dat u de maan zag”, antwoordde de broeder.
“Ik zag in het licht van de maan het gezicht van onze zuster Clara.
“Clara, de lichtende, herinnert hem aan de bron van het levende water.
En Franciscus bruist weer van levenslust.

Herkomst onbekend

Ik vond dit verhaal op de volgende sites:Hans Sevenhoven, Duiven, Nederland
en hier Hans Sevenhoven, Franciscusverhalen
Ik denk niet dat iedereen gelijk zal warmlopen van de redenering:
“Ik zag in het licht van de maan het gezicht van onze zuster Clara.”
Daarvoor moet je wat meer van St. Franciscus en zijn geschiedenis weten.
Nu wil het toeval dat ik in 2007 in Milaan was (daarom
zijn alle foto’s in deze serie foto’s uit Milaan)
waar we een wandeling maakten.
Daar zagen we een fontein die ik pas nu echt kan plaatsen
nadat ik bovenstaand verhaal las.


Hier zie je Franciscus die zich tussen en over de bloemen heen naar de fontein buigt.


De maan heb ik in de fontein niet gezien maar wellicht moet ik deze plaats nog eens op een avond bezoeken. Wel zijn er nog een aantal duiven van de partij


Dit verhaal is de laatste van een korte serie onder de titel:
een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt
De vorige delen zijn hier te vinden:
Deel 1: 6 september 2010
Deel 2: 22 september 2010
Deel 3: 3 oktober 2010
Deel 4: 30 oktober 2010

Umberto Eco: De begraafplaats van Praag

Er is een nieuw boek uit van Umberto Eco:
de begraafplaats van Praag.
De meest succesvolle geschiedenisschrijvers weten veel van de geschiedenis
maar zijn ook goede schrijvers.
Umberto Eco is zo’n geweldige schrijver die veel van de geschiedenis weet.

Het boek heb ik nog niet gelezen maar al wel verschillende mooie recensies.
Recensies die je het gevoel geven: dat moet ik lezen.
Eco kan als geen ander een spannend boek schrijven dat lekker leest
maar dat je ook kunt lezen met Google of een encyclopedie naast je.
Er zit zoveel informatie in de tekst, ongelofelijk.
Wil je dat begrijpen (en waarom niet?) dan is het lezen ervan
een enorm avontuur.
En dit keer stelt het een aantal vragen aan de orde
die we allemaal moeten proberen te beantwoorden.
De vraag, waar het racisme vandaan kwam dat de eerste helft
van de twintigste eeuw de wereld overheerste,
is er een die we ons allemaal moeten stellen.
Maar het stelt ook vragen rond hedendaagse bedenkers van
bijzondere theorieen om ons voor een karretje te spannen.

Eco heeft een aantal antwoorden en nieuwe vragen verpakt
in dit nieuwe boek.

Op de website van Athenaeum Boekhandel is een voorpublicatie te lezen.
En de recensie is ook prachtig.

Op Cobra.be is een prachtige bespreking te beluisteren van bijna 9 minuten.

In Vrij Nederland stond de volgende recensie geschreven door Tim de Gier.

Umberto Eco schreef een meesterlijke roman over de rol van beroepsintriganten in de opkomst van het antisemitisme.
Het is altijd leuk om in het hoofd te kruipen van een slecht mens, en Simonini, de hoofdpersoon in Umberto Ecoxe2x80x99s nieuwe roman De begraafplaats van Praag is slecht. Heel slecht. Hij is een sjacheraar, een onderkruiper, een leugenaar maar bovenal: een vervalser. Uit oude boeken scheurt hij de onbedrukte paginaxe2x80x99s en gebruikt die om xe2x80x93 voor wie er maar voor betaalt xe2x80x93 documenten op te stellen die oud en dus authentiek lijken. Hij begint daarmee rond 1850, als jongeman in de leer bij een notaris. Dan gaat het alleen nog maar om testamenten, maar gaandeweg krijgen zijn vervalsingen een meer politiek karakter.
Umberto Eco heeft zijn roman opgezet volgens de beste negentiende-eeuwse tradities. Er is sprake van een alwetende verteller, die ons het levensverhaal van Simonini inloodst. Eco heeft zich, overigens net als zijn hoofdpersoon, laten inspireren door de negentiende-eeuwse feuilletonisten die romans schreven in afleveringen. De lezer abonneerde zich op een verhaal waarvan wekelijks een nieuwe aflevering uitkwam. Dat eindigde vaak met een cliffhanger, zodat de lezer reikhalzend uitkeek naar het vervolg. Schrijvers kregen betaald per aflevering, zodat ze er belang bij hadden het verhaal breed op te zetten, met steeds nieuwe verhaallijnen en personages. Zij schreven niet om de kunst maar om den brode, net als Simonini. Het ging om xe2x80x98ijselijkexe2x80x99 geschiedenissen, waarin complotten, duistere machten, wulpse vrouwen en dieven in donkere steegjes de lezers in vervoering brachten. Vaak met verwijzingen naar werkelijke gebeurtenissen en bestaande personen, waardoor de lezers extra geboeid raakten. De negentiende-eeuwse lezers waren gemakkelijk te bexc3xafnvloeden, want wie wist wat waarheid was? Ook in Ecoxe2x80x99s roman zijn er voortdurend verwijzingen naar negentiende-eeuwse actualiteit, vaak geniaal vervlochten in de verzinsels van zijn hoofdpersoon. Het is fascinerende lectuur, zeker, maar de vraag wat waar is en wat niet, houdt je bij de les.

Nep-fabrieksmeisjes
Simonini heeft een gespleten persoonlijkheid, gevolg van de slechte daden die hij niet onder ogen durft te zien. Zijn familie komt uit Piemonte, Italixc3xab, en zijn grootvader bracht hem al jong een rabiate vorm van antisemitisme bij. De logica van opa was onverbiddelijk: Joden die geen traditionele kleding dragen en ogenschijnlijk geassimileerd zijn, zijn juist gevaarlijk, want ze zijn xe2x80x98vermomdxe2x80x99. Simonini draagt dit antisemitisme xe2x80x93 ook al heeft hij nog nooit met een Jood kennisgemaakt xe2x80x93 zijn leven lang bij zich, en als het maar even kan, geeft hij er uiting aan in zijn vervalsingen. Zijn vaste opdrachtgever wordt gaandeweg de overheid xe2x80x93 de Italiaanse, aanvankelijk. Hij moet documenten fabriceren die nu eens de jezuxc3xafeten, dan weer de vrijmetselaars belasteren. Zij eigen preoccupaties brengen hem op het idee om de Joodse begraafplaats in Praag xe2x80x93 die hij slechts kent van horen zeggen xe2x80x93 erin te betrekken. Die begraafplaats blijkt later nog meermalen in zijn verzinsels dienst te kunnen doen als decor voor sinistere bijeenkomsten, bijvoorbeeld een samenkomst van Joodse leiders die de wereldmacht willen overnemen. De Joden, zo redeneert hij, gebruiken de christenen als een vruchtbare akker, ze laten hen eerst goed geld verdienen om, als de tijd daar is, te oogsten en dat geld in te pikken.
Als Simonini gevraagd wordt om naar Sicilixc3xab te gaan om het gezag te ondermijnen van Garibaldi, de Italiaanse voorman en nationalist, worden zijn belevenissen complexer en gaat hij zich extremer gedragen. Hier zakt de roman een beetje weg in een moeras van verwikkelingen, die in elk geval leiden tot moord en doodslag. Er gaat steeds meer bloed kleven aan de handen van de verder zo flegmatieke Simonini. Het enige waar hij zich aan te buiten gaat, zijn copieuze maaltijden die door Eco met opvallend veel genoegen tot in de kleinste details beschreven worden: xe2x80x98zalm met bieslook en artisjokken met Javaanse peper, rumsorbet en kruidenkoekjes, natuurlijk met twee flessen oude bourgognexe2x80x99.Simonini neemt de wijk naar Parijs xe2x80x93 waar nog veel meer heerlijke gerechten op hem liggen te wachten. Hij is nu fulltime xe2x80x98indicateurxe2x80x99 en verdient goed geld. Eco laat hem met veel fraaie details het negentiende-eeuwse Parijs verkennen, zoals de brasserie femmes, een soort hoerenkasten, en de vele passages met elk hun eigen sfeer. De Passage Jouffroy bijvoorbeeld, waar heren op leeftijd, de zogeheten suiveurs, naartoe gaan om de fabrieksmeisjes die daar flaneren te bespioneren. Alleen, het zijn geen fabrieksmeisjes: ze doen alsof, om de perverse genoegens van de bemiddelde heren te bevredigen, en sommige meisjes kunnen daar zelfs van leven als de heren hun wat geld toestoppen. Simonini volgt die heren soms, en noteert alvast hun adres zodat hij ze in geval van nood nog eens kan chanteren, xe2x80x98je weet maar nooitxe2x80x99. Uit nieuwsgierigheid gaat hij naar de Porte de Clignancourt waar de lompenhandelaren eten in een nattevoetenrestaurant, zo genoemd omdat de clientxc3xa8le buiten staat te wachten. Wie aan de beurt is, mag voor een stuiver een vork in een pan soep steken om er iets eetbaars uit te vissen. Hij komt in de Chateau Rouge, waar handelaren in foetussen de bij ziekenhuizen opgehaalde lichaampjes verkopen aan medische studenten en andere gexc3xafnteresseerden.
Het antisemitisme van Simonini wordt steeds sterker en houdt Ecoxe2x80x99s roman tot de laatste bladzijde in zijn greep. De Dreyfus-affaire komt voorbij, en ronduit spannend wordt het als Simonini met Leo Taxil een vervolgverhaal schrijft over duivels en satanisten, waarbij zij handig gebruikmaken van de hersenspinsels van de geesteszieke zieneres Diana. Simonini doodt haar in een woede-uitbarsting en legt haar lichaam naast de overige slachtoffers die hij in de afgelopen jaren heeft gemaakt, in het riool dat een van de nieuwigheden is waar Parijs in die jaren prat op gaat. Een andere nieuwigheid, het ondergrondse gangenstelsel dat de metro moest gaan worden, wordt door Simonini handig ingepast in een van zijn gruwelverhalen over de Joden: die zouden de ondergrondse aanleggen alleen maar om zo de stad te kunnen opblazen.





Umberto Eco: de begraafplaats van Praag.





Morbide fanta
sie

In Simoninixe2x80x99s verzinsels over de Joden herkennen we de Protocollen van de Wijzen van Zion, het geschrift dat op dezelfde leugenachtige wijze in elkaar is gezet. Dat document heeft de nationaal-socialisten in de kaart gespeeld, en er zijn nog altijd mensen die het voor waar houden, zoals je op internet kunt zien. In werkelijkheid was het eind negentiende eeuw in elkaar geflanst door de Russische geheime dienst, die het gebruikte om een zondebok aan te wijzen voor de grote ellende waar het land in terechtgekomen was. Eco heeft aan het ontstaan van die Protocollen een voorgeschiedenis toegevoegd, al is het een fictieve, want van alle personages in dit boek is uitgerekend Simonini verzonnen. Toch maakt Eco aannemelijk, door het combineren van bestaande feuilletonisten en intriges, dat het zo is gegaan. Dat het antisemitisme ontstaan is door beroepsintriganten, die met hun morbide fantasie xe2x80x93 omgevormd tot sappig proza xe2x80x93 het publiek in de ban hielden en langzaamaan vergiftigden met Jodenhaat.
Met De begraafplaats van Praag heeft Umberto Eco een bij vlagen geniale roman afgeleverd, beter dan zijn boeken Baudolino en De slinger van Foucault. De roman is geestig en vernuftig, prachtig van stijl, erudiet zoals we van hem gewend zijn, maar dit keer zit er ook iets verontrustends in, iets wat raakt aan actuele maatschappelijke kwesties. Het antisemitisme is terug, zeker, maar de verontrusting zit dieper. Wat Eco laat zien, is hoe gemakkelijk je waanideexc3xabn kunt verspreiden, en hoezeer we daarom onze eigen geschiedschrijving, onze cultuur, zouden moeten wantrouwen. Hebben er niet altijd en overal Simoninixe2x80x99s bestaan die ons zand in de ogen strooiden? Of overheden die Simoninixe2x80x99s inhuurden en betaalden?
De roman is in het najaar in Italixc3xab verschenen en heeft daar al veel losgemaakt. Begrijpelijk, omdat de historische setting door Italiaanse lezers gemakkelijk herkend zal worden. In de gauwigheid toegepast op Nederland, zou je kunnen denken aan een roman waarin wordt aangetoond dat het hele koningshuis in de oorlog fout was, of dat Multatuli nooit bestaan heeft. Toch valt men in Italixc3xab vooral over de unverfroren antisemitische complottheoriexc3xabn: brengt het de mensen niet op wilde ideexc3xabn van xe2x80x98waar rook isxe2x80xa6xe2x80x99? Die angst is wel te begrijpen, maar brengt je bij de vraag of dan soms alle romans waarin nare dingen staan geweerd moeten worden. Nee natuurlijk. Ook kun je je afvragen of Eco zich niet te gemakkelijk afmaakt van de vraag wie moreel verantwoordelijk is voor het ontstaan van antisemitisme. Hij legt de oorsprong ervan bij een paar slechteriken en de rest van de wereld kan gerust ademhalen. Ook daar past een weerwoord op, want als hij de oorsprong niet bij die paar individuen zou leggen maar bij de goegemeente, dan zou hij suggereren dat er misschien txc3xb3ch een algemene geldigheid schuilt in Jodenhaat.De begraafplaats van Praag is niet een roman waar neonazixe2x80x99s xe2x80x93 zappend door het boek xe2x80x93 hun voordeel mee zullen doen. Je kunt er niet zo gemakkelijk wat losse flarden uit lezen. En na lezing van het hele boek kun je niet anders concluderen dan dat Eco met deze grootse roman heeft laten zien dat vooroordelen uit eigenbelang worden verzonnen, en dat je de agitators en hitsers met hun pamfletten, praatjes, hun televisiespotjes en films ten diepste moet wantrouwen.

Eugxc3xa8ne Sue
Een beroemde feuilletonschrijver in de negentiende eeuw was Eugxc3xa8ne Sue (1804-1857). Hij schreef over Parijs, over armoede en sociale ellende en was ook in Nederland mateloos populair, onder meer met het feuilleton De wandelende Jood, dat niet tegen Joden is gericht, maar tegen de Jezuxc3xafeten. Ook zijn bekende boek Les Mystxc3xa8res du peuple was niet antisemitisch maar tegen de kerk en de regering gericht en werd daarom in 1856 verboden. Dit boek inspireerde Maurice Joly, die ook voorkomt in Ecoxe2x80x99s roman, bij zijn Dialogue aux enfers, dat op zijn beurt weer de feuilletonist Goedsche tot het schrijven van zijn antisemitische Biarritz bracht.

De protocollen
De Protocollen van de wijzen van Zion zouden in 1897 zijn opgesteld in Basel door de Russische geheime dienst. De tekst was gebaseerd op Biarritz, een feuilleton van de Duitse schrijver Hermann Goedsche, die publiceerde onder het pseudoniem Sir John Retcliffe. Hij was in dienst van de Pruisische geheime dienst en speelt onder zijn eigen naam een belangrijke rol in Ecoxe2x80x99s boek. Zijn Biarritz was in feite plagiaat van een boek dat in Frankrijk uit de handel genomen was, namelijk de politiek getinte satire Dialogue aux enfers entre Machiavel et Montesquieu ou La politique au XIXe sixc3xa8cle van Maurice Joly uit 1864. Jolyxe2x80x99s boek was niet gericht tegen de Joden, maar tegen Napoleon III. Goedsche gebruikte de intrige, maar voegde er zelf een abject antisemitisch hoofdstuk aan toe, dat handelde over een Joodse samenzwering op het Joodse kerkhof te Praag.

Vrijmetselaars
In de negentiende eeuw lagen de vrijmetselaars onder vuur. Regeringen en de katholieke kerk moesten niets hebben van dit geheime, in de achttiende eeuw ontstane broederschap, dat de kerkelijke dogmaxe2x80x99s ter discussie stelde. Vanwege het geheime karakter was de vrijmetselarij een geliefd onderwerp voor samenzweringstheoriexc3xabn, zoals die van de schrijver Leo Taxil. Volgens sommigen waren de vrijmetselaars en de Joden er gezamenlijk op uit om de wereldmacht te veroveren. Ook in de De protocollen van de wijzen van Zion worden de vrijmetselaars als handlangers van de Joden geschetst. Er is zelfs een woord voor: het judeo-maxc3xa7onniek complot.

Jezuxc3xafeten
De Jezuxc3xafeten zijn leden van een katholieke religieuze orde, opgericht in de zestiende eeuw. De leefregel is onder meer absolute trouw aan de Paus. Het is geen kloosterorde, en opvallend is ook dat Jezuxc3xafeten niet afgezonderd in kloosters leven maar xe2x80x98gewonexe2x80x99 beroepen vervullen, zoals leraar of advocaat. De Jezuxc3xafeten zijn in de geschiedenis meermalen beticht van samenzweringen. Zelf hadden ze het op hun beurt gemunt op de vrijmetselaars, onder meer in het veelgelezen geschrift Mxc3xa9moires xc3xa0 servir pour lxe2x80x99histoire du jacobinisme van de Jezuxc3xafet Augustin Barruel (1797-1799). In Ecoxe2x80x99s roman is Simonini grootgebracht met de denkbeelden van Barruel.

Garibaldi
Al vroeg in de negentiende eeuw ontstond in Italixc3xab de wens om meer eenheid te smeden in het door ministaatjes gekenmerkte gebied. Het geheime genootschap van de carbonari, gexc3xafnspireerd op de vrijmetselaars, slaagde daar niet in, maar de Pixc3xabmontees Giuseppe Garibaldi (1807-1882) wel, zij het niet zonder moeite. Hij deserteerde om de nationalisten te kunnen steunen en moest daarna in ballingschap. Frankrijk en Oostenrijk, en ook de Paus streden tegen de Italiaanse nationalisten. Toen Garibaldi in 1860 terugkeerde, lukte het hem met zijn leger van vrijwilligers, bijgenaamd xe2x80x98roodhemdenxe2x80x99, de diverse staatjes te verenigen onder het bewind van Victor Emanuel, de eerste koning van Italixc3xab. Het koninkrijk Italixc3xab was daarmee in 1861 een feit.


Shenyang, 1914 – 1934

Shenyang, deel VIII.

Jonathan Spence
Op zoek naar het moderne China 1600 xe2x80x93 1989
xc2xa9 1990 xc2xa9 1991 voor de Nederlandse taal.

Pagina 387

In mei 1932 sloten de Japanners een wapenstilstand in Shanghai,
waarbij ze de Chinezen dwongen een neutrale zone
rond de stad te aanvaarden.
Chiang Kai-shek verplaatste het negentiende legerkorps,
dat dapper had gestreden, uit Shanghai naar Fujian in het zuiden,
omdat hij twijfelde aan de loyaliteit van de commandant van deze eenheid.
Later dat jaar stelden de Japanners zich nogmaals agressief op:
in augustus liet de Japanse regering weten
dat ze het Manzhouguo van Puyi xe2x80x98erkendexe2x80x99 en sprak ze de xe2x80x98vurige hoop [uit]
dat de dag niet ver is waarop Japan, Manzhouguo en China,
als drie onafhankelijke,
door een band van culturele en raciale affiniteit
nauw met elkaar verbonden mogendheden,
hand in hand zullen opkomen voor de handhaving
en bevordering van vrede en voorspoed in het Verre Oostenxe2x80x99.
In januari 1933, nadat Japan had vernomen
dat het rapport van de commissie-Lytton weliswaar verzoenend van toon zou zijn,
maar zich toch niet zou neerleggen bij het verlies
van de Chinese soevereiniteit in Mantsjoerije,
kregen Japanse troepen bevel op te rukken naar Rehe (Jehol),
onder het voorwendsel dat xe2x80x98de zaken van de provincie Rehe
zonder enige twijfel een binnenlands probleem van Manzhouguo vormenxe2x80x99.
In april hadden de Japanners in feite de hele provincie al veroverd.
Ze consolideerden hun positie met de bezetting
van de strategische pas van Shanhaiguan,
op het punt waar de Chinese Muur de zee bereikt.
In februari 1933, terwijl de strijd in Rehe in volle gang was,
hield de Volkenbond eindelijk zijn plenaire debat over het Lytton-rapport.
De leider van de Japanse delegatie wees er met nadruk op
dat de Volkenbond begrip moest hebben voor de xe2x80x98wensxe2x80x99 van de Japanners
xe2x80x98China zoveel mogelijk te helpen.
Dat is de plicht die wij op ons moeten nemen.xe2x80x99
Hij voegde er waarschuwend aan toe dat onbegrip voor de logica
van de Japanse positie zou kunnen leiden
tot een noodlottige alliantie van een xe2x80x98rood Chinaxe2x80x99 met de Sovjetunie.
Het maakte geen indruk op de landen van de Volkenbond,
die op een na xe2x80x93 Siam onthield zich xe2x80x93 het Lutton-rapport goedkeurden
en daarmee het denkbeeld van Manzhouguo als onafhankelijke staat verwierpen.
Toen de uitslag van de stemming werd bekendgemaakt,
verlieten de Japanners het gebouw van de Volkenbond,
waar ze nimmer zouden terugkeren.

A Christmas Carol

Vanochtend gekeken naar ‘A Christmas Carol’.
Een verfilming van het kerstverhaal van Charles Dickens.
In de hoofdrol Anton Lesser.
Deze verfilming speelt zich af 22 jaar nadat het verhaal is geschreven.
In die tijd zonder televisie, bioscoop of internet
waren mensen voor de verhalen afhankelijk van de wekelijkse krant.
Maar Charles Dickens reisde ook door het land om lezingen te geven.
Hij vertelde zijn eigen verhalen zo voor een groot publiek.
Die praktijk wordt in deze film toegepast.
We zien Dickens het verhaal vertellen aan een groep
familieleden en vrienden.
Hij draagt voor/acteert het verhaal.
Heel mooi gemaakt door de BBC natuurlijk.





John Leech, Marley’s Ghost.





Charles Dickens, A Christmas Carol in Prose, Being a Ghost Story of Christmas, gepubliceerd op 19 december 1843

xe2x80x9cThere are many things from which I might have derived good, by which I have not profited, I dare say,xe2x80x9d returned the nephew. xe2x80x9cChristmas among the rest. But I am sure I have always thought of Christmas time, when it has come roundxe2x80x94apart from the veneration due to its sacred name and origin, if anything belonging to it can be apart from thatxe2x80x94as a good time; a kind, forgiving, charitable, pleasant time; the only time I know of, in the long calendar of the year, when men and women seem by one consent to open their shut-up hearts freely, and to think of people below them as if they really were fellow-passengers to the grave, and not another race of creatures bound on other journeys. And therefore, uncle, though it has never put a scrap of gold or silver in my pocket, I believe that it has done me good, and will do me good; and I say, God bless it!xe2x80x9d



Bijbelquiz

Gisteravond meegedaan aan de bijbelquiz in Breda.
Ik moet bekennen dat mijn score niet hoog was.
Een beetje in de middenmoot.
Onze groep had twee fouten minder dan ik.
Maar bij een vraag werd ik nog geholpen
door een afbeelding die ik gisteren voorbereid had
en die vanochtend vroeg op mijn log verscheen:





Lucas Cranach de oudere, Herodes’ feest,1533.


Het schilderij toont een feesttafel met gasten en
Salome die er het onthoofde hoofd van Johannes de Doper toont.
Een van de vragen was hoe de naam van de dochter van Herodes was.
Door dit schilderij wist ik dat eenvoudig.





Mijn score. Gelukkig waren er nog heel wat mensen met minder punten maar eerlijk is eerlijk, dit was niet best. De twee muzikale rondes, een met klassieke muziek en een met popmuziek gingen beter.






U2 40. In de popronde ging het onder andere over het nummer 40 van U2. Dit nummer is gebaseerd op Psalm 40. Dat wist ik niet. Nu roepen psalmen bij mij altijd een nogal stoffige indruk op. Het taalgebruik is meestal vreselijk maar psalm 40 is een soort van liedtekst.


Hier volgen een aantal vertalingen van Psalm 40:

Willibrordvertaling:

Psalm40: Hij trok mij omhoog uit het slijk

Voor de leider van de muzikanten, op naam van David.
Een zangstuk.

Vurig zag ik uit naar de heer;
Hij boog zich en hoorde mijn roepen.

Hij trok mij omhoog uit het rampzalige graf,
omhoog uit slijk en moeras;
Hij liet mij weer op rotsvaste grond staan,
gaf mijn stappen weer stevigheid.

Een nieuw lied gaf Hij mij in de mond,
een lofzang voor onze God.

Nieuwe Bijbelvertaling:

Voor de koorleider. Van David, een psalm.

Vol verlangen heb ik op de heer gewacht
en hij boog zich naar mij toe,
hij heeft mijn roep om hulp gehoord.

Hij trok mij uit de kuil van het graf,
uit de modder, uit het slijk.
Hij zette mij neer op een rots,
een vaste grond voor mijn voeten.

Hij gaf mij een nieuw lied in de mond,
een lofzang voor onze God.

New International Version:

Psalm 40

For the director of music. Of David. A psalm.

I waited patiently for the lord;
he turned to me and heard my cry.

He lifted me out of the slimy pit,
out of the mud and mire;
he set my feet on a rock
and gave me a firm place to stand.

He put a new song in my mouth,
a hymn of praise to our God.

Maar tegen het langdurige conflict in Noord Ierland
en uit de mond van Bono, klinkt het helemaal niet stoffig.



Het is niet de mooiste uitvoering,
maar die ik net van iTunes heb gedownload
is in een formaat dat ik niet op het web krijg.
Dit is een gratis MP3 van iemand die met een recorder
in een zaal stond zo lijkt het.
Maar het gaat om het idee.

Bijbel van Anjou / Leuven

Afgelopen donderdag ben ik gaan kijken naar De Bijbel van Anjou
een koninklijk handschrift ontsluierd.
Delen van het middeleeuwse boek zijn op dit moment te zien in Leuven.
Het is een prachtig handschrift maar bij de tentoonstelling
heb ik toch wel een paar kanttekeningen.
Dat het een prachtig boek is, staat buiten kijf.
Het boek is in een redelijke staat.
Is voorzien van heel veel illustraties in de marges van de tekst.
Verder zijn de initialen van de verschillende bijbelboeken
prachtig geillustreerd.
Het goud straalt je tegemoet van de bladzijdes.
Dus daar zit hem het probleem niet.
Het probleem zit hem in de manier van tentoon stellen.
In Leuven is men gegaan voor de eenvoudige weg:
we tonen wat pagina’s en that’s it.
Helaas is er nauwelijks aandacht voor het brede scala
van facetten van een dergelijk boek:
– het handschrift;
de tekst is door 1 kopiist geschreven. Dat is bijzonder.
Wat is er van dit schrift te vertellen?
Hoe verhoudt dit zich tot andere middeleeuwse bijbels?
– de tekeningen in de marges;
De tekeningen zijn erg uitgebreid.
Wat is hun betekenis. Slechts af en toe wordt er
een afbeelding geduid. Moet ik daar soms die Engelstalige,
erg dure, catalogus voor kopen?
– het meesterwerk;
de tentoonstelling stopt maar niet om te beweren
dat het hier om een meesterwerk gaat.
Dat kan best zijn maar hoe heeft men dit vastgesteld.
Hoe verhoudt dit manuscript zich ten opzichte van andere
manuscripten uit die tijd?
– de tekst zelf;
– het kleurgebruik;
enz, enz.


Niet alles in Leuven is prachtig. Het regende niet meer toen ik in Leuven aankwam. Soms scheen nog even de zon.


Maar ook lelijke dingen doen het soms goed op een foto.



Inde dry coppen.


Anno 1931.



Het klein begijnhof van Leuven. Is geen hofje meer. Het is nog maar een straatje.


In het centrum is men bij de gelegenheid van werkzaamheden nog een aantal oude gebouwen aan het opgraven en onderzoeken.





Maar ik ging natuurlijk voor De Bijbel van Anjou. Ik zag op een aantal pagina’s een soort ‘versiering’ tussen de tekstregels zoals op dit voorbeeld hierboven. Misschien heeft het iets met de versnummering van de bijbel te maken. Geeft het misschien een einde van een hoofdstuk aan?


Op een van de paginagrote afbeeldingen staan 8 deugden die ondeugden vertrappen. Dit is de deugd van moed of kracht (Fortitudo).


Hier een voorbeeld van een rijk versierde initiaal. Dit is de letter V (van de latijnse tekst Visio Ysaiei Filii Amos). Uit het boek Jessaia, blad 174v.


Dit is een versierde letter die bij veel mensen tot de verbeelding zal spreken: Jona wordt door de walvis uitgespuugd op de kant. Dit is de letter E (van de latijnse tekst Et factum erst verbum Domini). Uit het boek Jonas, blad 227v.


Dezelfde afbeelding maar nu zonder de versiering buiten het kader van de letter. Maar wat doet die man op het paard bij deze letter. Is de engel aan de bovenkant van deze letter toeval of heeft dat een speciale betekenis?


De Letter N (van de latijnse tekst Nemo cum prophetas). Van het boek Jessaia, blad 174v. Wat ik hier grappig vind is de opgeheven vinger. Die zie je in deze bijbel op heel veel plaatsen. Toch is dit een middeleeuws, katholieke bijbel gemaakt door een Italiaanse schilder en geen Noord Europese Calvinistische versie.


Het evangelie van Matteus. Dat begint met de letter M. In deze letter is een engel afgebeeld, symbool van deze evangelist. Blad 248v.


Een ondeugende afbeelding, op de linkerhoek van een bovenmarge. Blad 232r.


Een toernooiridder, in galop. Middenafbeelding van de ondermarge van blad 292v. De wapenschilden aan het paard zijn vast voorbeeld van het nijverig toeeigenen van deze bijbel door Niccolo d’Alife. Want dit is zijn wapen en niet dat van Andreas van Hongarije voor wie de bijbel oorspronkelijk bedoeld was.


Er is dus veel te zien in Leuven.
De tentoonstelling loopt nog tot Sinterklaas.
Grijp deze kans aan.