een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt

In het voorwoord van het boek ‘Denken over kunst’
(A. A. Van den Braembussche) wordt mijn aandacht getrokken
naar het zinsdeel dat de titel is van dit logje:
‘een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt’.



De schrijver geeft in de eerste regels van het voorwoord aan
dat mensen heel gemakkelijk en snel een esthetisch oordeel vellen
over heel gewone dingen.
In de tekst noemt hij: ‘een stoel, een theeservies,een zonsondergang en
een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt’.

Aanleiding om met deze tekst eens op zoek te gaan op het internet.
Ik stuitte op een aantal heel uiteenlopende teksten
en die laat ik in een korte serie op mijn weblog passeren.
Vandaag het laatste deel.
Hier vallen alle stukjes op zijn plaats.
Ik kwam een verhaal tegen over St. Franciscus dat ik niet eerder gehoord of gelezen had: De maan in het water.

De maan in het water.
Franciscus was met een broeder onderweg naar een kluizenarij.
Hij was niet vrolijk en sjokte maar wat voort.
Hij had zorgen om zijn broederschap, maar ook om zijn eigen leven.
Volgde hij de weg van zijn Heer?
Het begon donker te worden, maar de kluizenarij was nog ver.
Gelukkig was het volle maan en konden zij verder gaan.
Ze komen langs een put.
Franciscus blijft staan, buigt zich voorover en kijkt in het stille water.
Hij wordt stil.
De maan weerspiegelt zich in het donkere water.
Hij klaart op, ze vervolgen hun weg; dan begint hij te zingen.
Hij jubelt het uit.
De broeder vraagt waarom hij plotseling zo vrolijk is.
Franciscus zegt: “Zag je dan niet wat ik zag in de diepe put?”
“Ik vermoed dat u de maan zag”, antwoordde de broeder.
“Ik zag in het licht van de maan het gezicht van onze zuster Clara.
“Clara, de lichtende, herinnert hem aan de bron van het levende water.
En Franciscus bruist weer van levenslust.

Herkomst onbekend

Ik vond dit verhaal op de volgende sites:Hans Sevenhoven, Duiven, Nederland
en hier Hans Sevenhoven, Franciscusverhalen
Ik denk niet dat iedereen gelijk zal warmlopen van de redenering:
“Ik zag in het licht van de maan het gezicht van onze zuster Clara.”
Daarvoor moet je wat meer van St. Franciscus en zijn geschiedenis weten.
Nu wil het toeval dat ik in 2007 in Milaan was (daarom
zijn alle foto’s in deze serie foto’s uit Milaan)
waar we een wandeling maakten.
Daar zagen we een fontein die ik pas nu echt kan plaatsen
nadat ik bovenstaand verhaal las.


Hier zie je Franciscus die zich tussen en over de bloemen heen naar de fontein buigt.


De maan heb ik in de fontein niet gezien maar wellicht moet ik deze plaats nog eens op een avond bezoeken. Wel zijn er nog een aantal duiven van de partij


Dit verhaal is de laatste van een korte serie onder de titel:
een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt
De vorige delen zijn hier te vinden:
Deel 1: 6 september 2010
Deel 2: 22 september 2010
Deel 3: 3 oktober 2010
Deel 4: 30 oktober 2010

Een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt

In het voorwoord van het boek ‘Denken over kunst’
(A. A. Van den Braembussche) wordt mijn aandacht getrokken
naar het zinsdeel dat de titel is van dit logje:
‘een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt’.



De schrijver geeft in de eerste regels van het voorwoord aan
dat mensen heel gemakkelijk en snel een esthetisch oordeel vellen
over heel gewone dingen.
In de tekst noemt hij: ‘een stoel, een theeservies,een zonsondergang en
een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt’.
Aanleiding om met deze tekst eens op zoek te gaan op het internet.
Ik stuitte op een aantal heel uiteenlopende teksten
en die laat ik in een korte serie op mijn weblog passeren.



Een van de teksten die ik vind is een gedicht van Federico Garcia Lorca.
Deze Spaanse dichter schreef het volgende gedicht over zijn geboortestreek:

Federico Garcia Lorca (5 juni 1898 – 19 augustus 1936)
SINT MICHIEL (Granada)
Voor Diego Buigas de Dalmau

Men ziet vanaf de balustrades
in de bergen, bergen, bergen,
muilezels en muilezelschaduwen
beladen met zonnebloemen.

Hun ogen in de schaduwplekken
worden dof van mateloze nacht.
In de krommingen van de wind
ritselt de brakke dageraad.

Een hemel van witte muilezels
sluit zijn kwikzilveren ogen
en geeft aan de kalme schemering
een finale van harten.
En het water wordt koud
opdat niemand het beroert.
Wild en open naakt water
in de bergen, bergen, bergen.

In de nis van zijn toren
toont Sint Michiel met kanten
getooid zijn mooie dijen
tussen lantarens geprangd.
De in het middaggebaar
getemde Aartsengel
veinst een zoete woede
van veren en nachtegalen.
Sint Michiel zingt in de ruiten;
Efebe van drieduizend nachten
geurend naar eau de cologne
staat hij ver van de bloemen.
De zee danst aan het strand,
een gedicht van balkons.
De oevers van de maan
verliezen biezen, krijgen stemmen.
Er komen volksmeiden
die zonnebloempitten eten,
hun konten groot en occult
als planeten van koper.
Er komen hoge heren te paard
en dames met triestig uiterlijk,
hun huid is donker van heimwee
naar een gisteren van nachtegalen.
En de bisschop van Manila
saffraanblind en arm,
leest de mis voor twee rijen,
voor vrouwen en voor mannen.

Sint Michiel houdt zich rustig
in de nis van zijn toren,
zijn rokken overladen
met spiegeltjes en sierraden.
Sint Michiel, koning van de glazen bollen
en van de oneven getallen,
in de Berberpracht
van kreten en uitkijktorens.



InfoNu.nl

Federico Garcxc3xada Lorca,
de dichter die verdween in de oorlog

De Spaanse dichter Federico Garcia Lorca (1898-1936) werd aan het begin van de Spaanse burgeroorlog gefusilleerd door de Nationalen, tegenstanders van de Spaanse republiek. Daarmee kwam vroegtijdig een einde aan het leven van een van de grootste dichters, die Spanje ooit gekend heeft. Pas in 1975, na de dood van Franco, werd zijn persoon en zijn poezie weer in ere hersteld.

Federico Garcixada Lorca was zoon van een boer en een onderwijzeres. Hij groeide op in Fuente Vaqueros, een dorp in de provincie Granada (Andalucia). Het was zijn moeder, die al jong belangstelling wekte in de volksverhalen en -liedjes, die later in zijn gedichten zouden terugkomen.

Voorkeur voor de literatuur

De Spaanse dichter Federico Garcia Lorca (1898-1936) werd aan het begin van de Spaanse burgeroorlog gefusilleerd door de Nationalen, tegenstanders van de Spaanse republiek. Daarmee kwam vroegtijdig een einde aan het leven van een van de grootste dichters, die Spanje ooit gekend heeft. Pas in 1975, na de dood van Franco, werd zijn persoon en zijn poezie weer in ere hersteld.

Madrid

In 1919 verhuisde Lorca naar de Spaanse hoofdstad, waar hij in contact kwam met kunstenaars als Luis Bunuel (1900-1983), Salvador Dali (1904-1989) en Manuel de Falla (1876-1946). Hij werd daardoor geinspireerd om ook een stap te zetten in de beeldende kunsten. In 1927 werd het resultaat geexposeerd in Barcelona. In dat jaar deed Lorca ook een tweede poging in het theater met Mariana Pineda. Salvador Dalixad maakte de decors voor de premiere. De recensies waren nu lovend en ook het publiek kon het waarderen.

Generacion del 27

Lorca had in Madrid ook de dichters Rafael Alberti (1902-1999), Damaso Alonso (1898-1990) en Pedro Salinas (1891-1951) kennen. Daarmee wisselde hij inspiratie uit. In 1927 kwam ook de zg. Generacion del 27 (Generatie van ’27) van de grond, een zeer ruim opgezette groep van met elkaar bevriende kunstenaars, die dan ook alle kunsten behelsde, maar vooral bekend is geworden vanwege het gehalte van zijn dichters: Rafael Alberti, latere nobelprijswinnaar Vicente Aleixandre (1898-1984), Damaso Alonso, Jorge Guillen (1893-1984)… Het zwaartepunt lag in Madrid, maar er waren ook enkele oplevingen in andere Spaanse steden, als Sevilla, Malaga en Barcelona.

Het werk van Lorca

In het werk van Federico Garcia Lorca is zijn Andalusische afkomst steeds weer terug te zien. De volksverhalen en muziek uit die streek en ook de zigeunercultuur, die vooral in het zuiden van Spanje erg dominant was, is voor hem aldoor een bron van inspiratie geweest. Zijn poezie is dan ook een afspiegeling van die oude tradities, die in een moderne jas zijn gestoken, gebruik makend van de nieuwe stijlen van de periode, waarin hij leefde. Ook de poezie van de zg. Generacion del 98, ook wel de Edad de Plata (Zilveren tijd) genoemd, was daarin een wegbereider. Daarmee was Lorca opgegroeid.

‘Romancero gitano’

Het beroemste werk van Garcixada Lorca is Romancero gitano (1928). Het werd geschreven rond het thema van de ‘gitanos’, zoals de Spaanse zigeuners genoemd worden, en schept een mythisch beeld van het Andalucia van die periode. Tevens betreurt de tekst dat een oude cultuur als die van de zigeuners steeds meer opgenomen wordt door de sociale burgerlijkheid. De invloed van de componist Manuel de Falla, die zelf in zijn composities teruggreep naar typisch Spaanse elementen in de muziek, speelt er een belangrijke rol in. Deze bundel kent nog altijd een grote internationale weerklank.

De vriendschap met Salvador Dalixad

De surrealistische schilder Salvador Dali zou een van de beste vrienden van Lorca worden. Lorca schreef voor hem Oda a Salvador Dalixad en werd verliefd op hem. Dalixad, waarvan zijn geaardheid in die tijd niet duidelijk was, is nooit op zijn avances in gegaan. In 1929, nadat Dali met Bunuel de film Un chien andalou had gemaakt, brak Lorca met hem, omdat hij de film beschouwde als een aanval op zijn persoon.

New York en de Tweede Republiek

In 1929 reisde Lorca naar New York, dat een grote indruk op hem maakte. Naar aanleiding daarvan schreef hij dan ook zijn Poeta en Nueva York (Dichter in New York). Na New York kwam Lorca in 1930 nog in La Havana (Cuba). Toen hij vervolgens thuiskwam zou de Spaanse republiek een feit zijn en werd Lorca door het Ministerie van Cultuur benoemd tot directeur van het staatstheater La barraca. Daar kreeg hij alle kans om zijn visie op het theater verder te ontwikkelen. In die periode schreef hij ook o.a. zijn bekende toneelstuk x91Bodas de sangresx92 (Bloedbruiloften).

De Spaanse burgeroorlog

De nieuwe republiek had veel Spanjaarden hoop gegeven op een rechtvaardigere toekomst. En Lorca was een van de velen, die het nu in woord en daad opnam voor de sociaal zwakke klassen in Spanje. Maar het land was verdeeld; nog altijd waren er conservatieve elementen, die wachtten op een kans om alles terug te draaien en wraak te nemen op degenen, die binnen de republiek hun kop uitstaken. Zulke mensen was het ook een doorn in het oog dat iemand als Lorca te koop kon lopen met zijn homosexualiteit. Vanwege zijn openbare functie liep de dichter eigenlijk dubbel gevaar. Maar zelf voelde Lorca dat niet zo. Hij zag zichzelf als een representant van alle Spanjaarden, niemand uitgezonderd. Hij had niet alleen vrienden onder degenen, die de republiek steunden, maar was ook bevriend met iemand als Primo de Rivera, de oprichter en leider van de Spaanse Falange, die tijdens de burgeroorlog Franco zou steunen. Toen dus de Spaanse burgeroorlog uitbrak genoot Lorca rustig in zijn eigen Granada van een welverdiende vakantie. Op 16 augustus 1936 werd hij daar opgepakt door de Nationalisten. Drie dagen later zou hij tussen Viznar en Alfacar, vlakbij Granada, gefusilleerd worden. Alle bewijsmateriaal werd vernietigd, maar naar het schijnt heeft dat de gouverneur van Granada, Valdes Guzman, daar de opdracht toe heeft gegeven. Pas in 2009 werd het massagraf, waarin hij begraven moet liggen, geopend.

Epiloog

In 1975, na de dood van Franco, werd de persoon van Lorca in ere hersteld. Nu wordt hij beschouwd als een van de belangrijkste dichters van de 20ste eeuw, zowel in Spanje als internationaal. Ook in Nederland is veel van zijn werk vertaald.Lorcaxb4s geboortehuis in Fuente Vaqueros is heden ten dage een museum. Daar kan veel over zijn werk en leven terug gevonden worden. Op de plaats waar hij werd geexecuteerd ligt nu een park, Parque Garcia Lorca, met een monument, die de grote dichter herdenkt.



 

een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt

In het voorwoord van het boek ‘Denken over kunst’
(A. A. Van den Braembussche) wordt mijn aandacht getrokken
naar het zinsdeel dat de titel is van dit logje:
‘een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt’.



De schrijver geeft in de eerste regels van het voorwoord aan
dat mensen heel gemakkelijk en snel een esthetisch oordeel vellen
over heel gewone dingen.
In de tekst noemt hij: ‘een stoel, een theeservies,een zonsondergang en
een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt’.
Aanleiding om met deze tekst eens op zoek te gaan op het internet.
Ik stuitte op een aantal heel uiteenlopende teksten
en die laat ik in een korte serie op mijn weblog passeren.



Een van de teksten die ik tegenkom is een reisverslag
van een voetreis naar Rome.
Daarin staat onder andere de volgende prachtige beschrijving:

DE WONDERLIJKE TOCHT NAAR ROME
DE VOETTOCHT VAN TERIE LEIJS IN 2004

Waar eerst uitbundige kleuren
van geel, bruin en groen feest vierden
staan nu de velden vol treurende zonnebloemen.
De uitgebloeide bloemschotels hangen voorover;
zwartgeblakerd maar volgezogen met sappige olie.
Het is een droevig tafereel,
alsof ieder al gekleed is voor de begrafenis.



een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt

Ik heb het boek ‘Denken over kunst’ gekocht.
Het boek is geschreven door A. A. Van den Braembussche.
De ondertitel van het boek is: ‘Een inleiding in de kunstfilosofie’.
Ik heb hier al eerder een log over geschreven.
Toen ik het boek geleend had van de bbliotheek heb ik de eerste
honderd pagina’s al eens gelezen.
Maar je kunt dit boek makkelijk meerdere keren lezen.

Nu ik het voorwoord weer eens las werd mijn aandacht getrokken
naar het zinsdeel dat de titel is van dit logje:
‘een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt’.
De schrijver geeft in de eerste regels van het voorwoord aan
dat mensen heel gemakkelijk en snel een esthetisch oordeel vellen
over heel gewone dingen.
In de tekst noemt hij: ‘een stoel, een theeservies,een zonsondergang en
een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt’.


A. A. Van den Braembussche, Denken over kunst.


Het eerste idee wat bij me opkwam was: dit zal wel een citaat zijn.
Ik ben vervolgens op zoek gegaan op het internet.
Ik vond daar de volgende zaken:
= een kort verhaal met als titel: Het begrijpen van kunstwerken.
Geschreven door Marco Kunst (!?)
= een verslag van een voettocht naar Rome.
Geschreven door Terie Leijs.
= een gedicht van de Spaanse schrijver Federico Garcia Lorca over Granada.
= een verhaal ‘De maan in het water’.
Beschreven op de web site van Hans Sevenhoven.

Stof genoeg dus voor nog een paar logjes.



 

Kunstfilosofie

Ja, kunst is niet alleen maar plaatjes kijken.
Ik heb de laatste tijd wat minder blogs.
Dat is onder andere omdat ik een aantal boeken en artikelen
aan het lezen ben over kunstfilosofie.
Ik heb even de boeken ingescand en een van de artikelen.


Anne Sheppard, Van den Braembussche, Machiel Keestra.


Dat is overigens geen eenvoudige stof.
De boeken die ik probeer te lezen zijn:

Filosofie van de kunst, Anne Sheppard
Oorspronkelijke titel: Aesthetics, an introduction to the philosophy of art
1987

Denken over kunst, A.A. Van den Braembussche
Een inleiding in de kunstfilosofie.
Vierde druk, 2007

Tien westerse filosofen, redactie Machiel Keestra.
Publicatie van de Universiteit van Amsterdam.
2000

Een van de artikelen is:van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan.
Reflecties op schilderkunst