Een zelf ontworpen en zelf gedrukte kaart ontving ik eind vorig jaar
net als eerdere jaren.
Orgineel, steeds verrassend.
Summer always goes so quick.
Zoals andere kloosters is het San Marco een gebouwencomplex
met heel verschillende ruimtes.
De werken die tot nu toe te zien zijn geweest in mijn
berichten, zijn vandaag te zien in de grote kloosterruimtes
van het voormalige dominicanenklooster in Florence.
Maar er zijn ook andere ruimtes: de slaapruimtes, de binnenplaatsen,
de bibliotheek en bijvoorbeeld de kapellen.
De fresco’s van Beato Angelico, Fra Giovanni da Fiesole of Fra Angelico,
zijn te bewonderen in de overkappingen van de binnenplaats.
Deze foto geeft een beeld van de fresco’s onder de overkappingen, half tegen het plafond.
Maar het is voor de toeschouwer een complexe puzzel. De werken zijn door verschillende kunstenaars/ambachtslieden gemaakt, in verschillende tijden. Dit portret van een kardinaal is nu achter een stang te zien. Is het origineel zo aangebracht of is de stang een latere toevoeging? Maker en naam van de persoon die hier is afgebeeld, zijn bij mij niet bekend.
Dit zijn twee werken om elkaar heen. Centraal zie je een werk waarvan ik de titel op internet vond: Florence, Museo di San Marco, Christ pilgrim received by two dominicans. Fresco. Christus als pelgrim wordt ontvangen door twee dominicanen.
Opnieuw twee fresco’s. Boven een deur. Wie was er het eerst?
Dit is het fresco dat is gemaakt door Beato Angelico, Lunette with Saint Thomas Aquinas, 1442 – 1443.
Voor een ‘lunette’ vind ik in het Nederlands meerdere woorden:
Boogveld, Boogfries, Boogtrommel.
Ook in het Engels is het niet eenvoudig een eenduidige beschrijving
te vinden maar ik vermoed dat wat je hier ziet, als volgt
beschreven kan worden:
The term is also employed to describe the section of interior wall between the curves of a vault and its springing line.
Dit deel van de muur is van een veel latere tijd: Giovanbattista Vanni, Lunette with ‘The miracle of the lost key found inside the belly of the fish’, mid 17th century.
Dit is dan de sleutel in de vissenmaag.
Een altaar, een fresco, een rand van stucwerk, fresco’s er om heen: Beato Angelico, Lunette with Saint Dominic adoring the crucifix, 1442 – 1443.
Hetzelfde werk maar meer in focus.
In het museum zijn ook een aantal werken van Fra Angelico die
origineel niet voor dit klooster gemaakt zijn.
Fra Angelico maakt deze op latere leeftijd.
Beato Angelico / Fra Bartolomeo, Santa Caterina d’Alessandria, circa 1506 – 1507.
Fra Angelico, Ecce homo, circa 1503 – 1504.
Fra Angelico, San Giovanni Battista, circa 1509.
Bij dit en het volgende werk is de ondergrond anders: terracotta. Dat lijkt me gladder en dat zie je dan ook meteen. Fra Angelico, Madonna col Bambino, circa 1516 – 1517. Affresco su terracotta.
Fra Angelico, Madonna col Bambino, circa 1516 – 1517. Affresco su terracotta.
Beato Angelico / Fra Bartolomeo, Madonna col Bambino Santa Anna e i santi protettori di Firenze. Ook wel het Pala della Signoria genoemd. 1510 – 1513.
Op de website van Paul Verheijen (die ik verder niet ken)
vond ik een Nederlandse tekst over de ‘Pala della Signoria’.
Er volgt nog meer over dit fantastische museum.
Een prent gepubliceerd op X door Huis van het Boek.
‘Boekbinder’ uit het boek met ‘Emblemata’: Menschelyke Beezigheeden, Haarlem, 1695, Huis van het Boek, MMW 148 E 9.
Men vind veel ongebonden boeken (of lees: ‘slecht gebonden’)
onwaardig om ze te onderzoeken;
maar die te binden is mijn plicht
ik sta mijzelven niet in ’t licht
Dat zou zomaar eens mijn laatste bericht voor 2023 kunnen zijn.
Ik vervolg de tentoonstelling Ode aan Antwerpen – Het geheim
van de Hollandse meesters die te zien was in Museum
Catharijne Convent in Utrecht.
Nog een werk van Joachim Beuckelaer, maar deze keer is de belangrijkste voorstelling een religieuze: Isaak zegent zoon Jacob, 1568, olieverf op paneel, Museum Catharijneconvent.
De twee scene’s in de bovenste hoeken zijn deze keer niet religieus. Dit is een keukenscene, links boven.
Een pastorale scene rechtsboven.
Een schilderij uit de omgeving van Frans Floris, Drieluik met De opwekking van Lazarus en de familie van Jacob Stockel met de heiligen Jakobus en Catharina, circa 1570, olieverf op paneel, The Phoebus Foundation.
Dit is het mannelijke deel van het gezin. De kinderen gemarkeerd met een rood kruis waren bij leven van de ouders al overleden.
Voor het vrouwelijke deel geldt hetzelfde.
Anthonie Blocklandt, De opstanding van Christus, circa 1580, olieverf op paneel, Museum Catharijneconvent.
Willem Key, Bewening van Christus, 1552, The Phoebus Foundation.
Dit is de schilder Willem Key zelf.
De opdrachtgevers, een man en vrouw, zijn ook afgebeeld. De leeftijd van de man, 47, staat op zijn kraag.
Dit is de vrouw en zij was toen 33 jaar oud.
Adriaen Thomasz Key, Steenrijk echtpaar met hun sobere naamheiligen, circa 1580, The Phoebus Foundation. Dir is de naam van het werk zoals het in de boekjes stond die je op de tentoonstelling kon gebruiken als toelichting. Maar in de catalogus heet het werk, meer correct, Zijpanelen met schenkersportretten en de heilige Clara van Assisi en de heilige Hieronymus, circa 1580, olieverf op paneel, The Phoebus Foundation.
Detailfoto’s van de vrouw en haar sierraden/accessoires.
Overigens is de nummering in de catalogus afwijkend van de
nummering van de werken op zaal (en dus van de boekjes
die te leen waren in de tentoonstelling).
Ook de namen van de werken wijken af.
Folder die uitgedeeld werd bij de voorstelling Pink Floyd Project in het Chassé Theater in Breda.
De afgelopen weken heb ik een aantal malen uitgelegd aan
bekenden wat de voorstelling is.
Is het een muziekprogramma, is het een coverband?
Men doet zijn best om geen coverband te zijn.
Op http://www.allecoverbands.nl komen ze niet voor.
De aandacht voor decors, lichteffecten en projecties
maakt het een soort van theatrale re-enactment.
Men probeert de muziek en een sfeer zo te brengen
dat die doet denken aan optredens van 50 jaar geleden.
Zelf heb ik nauwelijks herinneringen aan Pink Floyd dus
kijk en luister ik alsof ik het voor het eerst zie.
Dan komt het op me over als een bloedloze voorstelling
met veel, vooral trage muziek.
Mij boeide het niet zo maar dat was anders voor de liefhebbers
(die met hun kinderen naar het theater waren gekomen).
Sommige van de projecties waren vooral storend.
Erik Kriek, De Balling.
Een gemiste kans.
Het onderwerp is interessant voor een strip.
Maar helaas is het verhaal alles behalve vloeiend.
Het verloopt met horten en stoten waardoor wendingen
die in het verhaal zitten veel minder opvallen.
Ook de tekeningen zijn matig.
De rode droomscene’s/terugkeer in de tijd, benadrukken
nog meer het geweldadige beeld van Scandinavische volkeren.
Dat geweld was er zeker, maar niet alleen in Scandinavië.
Er was nog veel meer en dat komt nu slecht of niet in beeld.
Als het verhaal en de tekeningen wel kloppen dan hebben
een verklarende woordenlijst en een literatuurlijst
wel zin. Dan kan een dergelijk boek naar meer smaken.
Nu niet. Nu is het pedant.
Met moeite een 5 1/2.
Vanochtend las ik twee boeken, beide uitgegeven door kleine
uitgevers, beide, toevallig met een paars(achtige) band en
beide gaan over het einde van boeken.
Van Antiquariaat Hinderickx & Winderickx zou je alleen al
iets kopen vanwege hun briefhoofd.
Twee grappige figuurtjes die met elkaars hoeden bezig zijn.
Het boekje dat ik er kocht is van Peter Buwalda. Het is uit deze tekst dat de titel van mijn bericht komt: “die ze op zeker moment tegen een klant hoorde zeggen: ‘Couperus…, Couperus…, hmmmmmmm…, klinkt niet als literatuur…, loopt u maar even mee.’ Waarna die gozer zich op zijn hakken omdraaide en op de kookboeken en atlassen afliep.” Een citaat uit Peter Buwalda, Stilistiek en lakmuilen, 2023.
De tekst bestaat uit twee columns, een over de leesclub en
Marcellus Emants en een over dezelfde lezers maar dan van
Louis Couperus. De lakmuilen komen uit het laatste deel
waarin de taal van Couperus op de hak van de lakmuil wordt genomen.
Tegelijk gaat de tekst, zie citaat, over het verlies van
ons taalbewustzijn.
Dat staat ook centraal in een vertaling van Martin Huisenboom
van een geillustreerde tekst van Octave Uzanne en Albert Robida.
‘Het einde van het boek’, een uitgave van Stichting Desiderata.
Het boek kwam met een Nieuwjaarskaart en een ansichtkaart met de afbeelding die ook op de band van het boekje staat.
De vertaling bevat dezelfde illustraties als het
originele Franse verhaal. Grappig zoals volgend voorbeeld.
Een alpinist met iets van een iPod (al weer verouderd, we gebruiken intussen hiervoor de telefoon en Apple Music of Spotify.
De tekst is oorspronkelijk uit 1895 maar verrassend vooruitziend.
Gelukkig maken we nog steeds boeken en boeken zoals deze twee
zullen nog heel lang in de toekomst gemaakt blijven worden.
Alles bij elkaar was het weer genieten.
Een eerder aangelegd kanaaltje door de stad gaat men blijkbaar op een doorvaarbare diepte brengen maar daarvoor heeft men eerst de boel opgevuld om later weer uit te diepen?
De railing moest waarschijnlijk voor 1 januari 2024 opgeleverd worden.
Voormalig PTT-gebouw in winterse (?) kleur.
Vandaag begon de legale verkoop van vuurwerk. Niet iedereen was zich gisteravond bewust dat het stadscentrum een vuurwerkvrije zone is.
Dit museum heb ik als overrompelend ervaren.
Het maakte zoveel indruk.
De prachtige kleuren van de werken, de verhalen, vaak complex.
Heel erg indrukwekkend.
Dit bericht gaat over 1 werk:
Beato Angelico (Fra Angelico), The Last Judgement.
Het laatste oordeel.
In het midden zie je Christus als rechter, omringd
door engelen met Maria (links voor de kijker) en
Johannes de Doper (rechts. Mijn interpretatie).
Wat lager zitten zowel links als rechts apostelen en heiligen
als getuigen van het oordeel.
Je kunt Petrus en bijvoorbeeld Franciscus herkennen.
Weer wat lager, links, zie je de hemel.
Rechts, een voorgeborchte waar mensen worden opgejaagd
door duivels en helemaal echts de hel. Met allerlei straffen
en een alles verslindend monster.
Dat zie je allemaal (en misschien nog meer) in één
werk dat de achterkant is geweest van een sedilia,
een in veel gevallen stenen zetel voor de priester
in de muur van bijvoorbeeld het hoofdaltaar van een kerk.
Helaas werkte het licht onvoldoende mee. Florence, Museo di San Marco, Beato Angelico, The Last Judgement, circa 1420 – 1430, tempera on wood.
De bovenste afbeelding, Christus als rechter in alle glorie. Met links waarschijnlijk Maria en rechts Johannes de Doper.
De apostelen en heiligen. Rechts, op de eerste rij, met sleutel, Petrus.
Nog een groep heiligen met waarschijnlijk Franciscus op de eerste rij, helemaal rechts.
De hemel.
Deze mensen zijn veroordeeld en worden door duivels naar de hel gedreven.
De hel in verschillende verdiepingen met steeds ergere straffen.
Tot en met een allesverslindend monster.
Vandaag een reeks met wel heel bijzondere dieren.
Pieter Coecke van Aelst, Drieluik met kruisiging van Christus, circa 1530, Museum Catharijneconvent. Hier nog niets met dieren maar wel een bijzondere boodschp: de dood, het offer, van Christus als verlossing van de erfzonde.
Een van de zijluiken van een drieluik. Pieter Aertsen, Koning Balthasar, circa 1560, Rijksmuseum. Een eerste afbeelding met opmerkelijke dieren:
Nog een fragment. Kun je nagaan hoe groot de totale voorstelling moet zijn geweest. Pieter Aertsen, Aanbidding van de herders (Fragment), 1554, Amsterdam Museum.
De os, de planken die het paneel vormen lijken wel los te zitten.
Pieter Pietersz., De kruisiging, circa 1590 – 1600, olieverf op paneel, The Phoebus Foundation. Op dit schilderij zijn zelfs de paarden bedroefd. Vooral het rechterpaard.
Pieter Pietersz., Boetvaardige Maria Magdalena, laatste kwart van de 16e eeeuw, olieverf op paneel, Museum Catharijneconvent. Let op de originele lijst met een stichtelijke spreuk.
Een feest…of toch niet? Joachim Beuckelaer, Keukenscene met Jezus en de Emmaüsgangers, circa 1560 – 1565, Den Haag, Mauritshuis. Je moet goed zoeken om de Emmaüsgangers te zien. In al die overvloed is het brood ook heel onopvallend weggestopt. Het breken van het brood zal bij de Emmaüsgangers leiden tot de herkenning van Christus. Veel vogels op dit werk.
De Emmaüsgangers rechts bovenin het schilderij.
Huybrecht Beuckeleer, De Heilige Familie met de Heilige Anna, 1563, olieverf op paneel, The Phoebus Foundation. Op de achtergrond, rechtsboven een kleine figuur op een trap.
In zijn rubriek ‘M/V van de week’ in de NRC, tekent Siegfried Woldhek op 9 december 2023 Pieter Omtzigt en Dilan Yesilgöz terecht als twee onervaren groentjes met de grijze wolf ‘Mildere’ Wilders op de achtergrond. Beide nieuwelingen hebben hun grootste blunder al begaan. Ze zijn in gesprek met een racistische dictator die zich omringd met criminelen. Hun openingszet had moeten zijn: als je met ons wilt spreken, schrijf je eerst een programma dat acceptabel is voor democraten en dat door je partij geaccepteerd is. Nu zijn ze al in een positie gemanoeuvreerd waarin zij aan de kiezer moeten uitleggen waarom ze niet in een kabinet willen met met hem, in plaats dat hij moet uitleggen waarom ze met hem zouden moeten willen, ten overstaan van iedereen. Transparant, in plaats van het nu gevolgde traject van achterkamertjespolitiek onder leiding van de ijdele Ronald Plasterk.
De kalender van het kerkelijk jaar ga ik met dit bericht
geweld aan doen. Veel van de werken horen meer in
de Paastijd dan in de Kersttijd thuis.
Maar toeval wil dat ik op dit punt van mijn vakantie
in Florence aangekomen ben.
Florence, Museo di San Marco, Beato Angelico of Fra Angelico, The lamentation over the dead Christ, circa 1440, tempera on wood. Gevolgd door twee foto’s van details van dit werk:
Dit kleine schilderij maakte ooit deel uit van een predella. Beato Angelico, The naming of St John the Baptist, before 1435, tempera on wood. In het museum hing informatie over een reconstructie van de hele predella. Let op in de tekst staat tweemaal het nummer 3, de tweede keer wordt waarschijnlijk een ‘4’ bedoeld.
Beato Angelico, Annalena Altarpiece, circa 1435, tempera and gold on panel. Hieronder volgen twee van de schilderijen die met nog een aantal de predella vormen van dit altaarstuk. De keuze voor juist deze twee onderdelen van de predella is volledig willekeurig.
De derde afbeelding vanaf rechts.
De eerste afbeelding vanaf rechts.
Als je een tentoonstelling bezoekt met als ondertitel
“Het geheim van de Hollandse meesters”, dan weet je dat
het hele kerkelijke jaar voorbij komt als het om
de onderwerpen van de schilderijen gaat.
Vandaag een reeks schilderijen waarbij ik gestopt ben
toen er een onderwerp voorbij kwam dat gerelateerd is
aan de kerstperiode: Aanbidding van de Koningen.
Meester van 1518, Laatste Avondmaal, circa 1515 – 1525, Museum Catharijneconvent, Utrecht.
Pieter Coecke van Aelst, Sint Maarten deelt zijn mantel, circa 1530, The Phoebus Foundation.
Pieter Coecke van Aelst, Jozef vlucht voor de vrouw van Pontifar, circa 1540, Museum Catharijneconvent.
Een soort van duet.
Een echtpaar kocht een schilderij van Pieter Coecke van Aelst in Antwerpen en liet zich zelf er bij schilderen door Dirck Jacobsz in Amsterdam. Pieter Coecke van Aelst (Midden) en Dirck Jacobsz (Zijpanelen), Echtpaar met Rust op de vlucht naar Egypte, circa 1535, Museum Catharijneconvent.
Detail van het voor de kijker rechterpaneel.
Pieter Coecke van Aelst en atelier, Aanbidding van de Koningen, circa 1530, The Phoebus Foundation.
Detail van de ‘exotische’ koning.
Detail van de knielende koning.
Geheel onverwacht ontving ik vandaag een wenskaart van
iemand die ik niet persoonlijk ken.
Eerder dit jaar kocht ik een boek van deze kunstenares:
Katarina Rudebeck.
Het is een zelf gedrukte kaart. De kaart klap je open
door twee flappen te openen die de afbeelding en tekst binnenin verbergen.
Op de achterkant staat een Engelstalig gedicht van
Wallace Stevens uit 1950.
De kaart, dichtgeslagen.
De kaart, geopend.
Katarina Rudebeck, Wallace Stevens, The Bouquet, 1950. Ik voel me vereerd.
Volgens Copilot:
“The Bouquet of Wallace Stevens” is een gedicht van Wallace Stevens, een Amerikaanse modernistische dichter. Het gedicht is een meditatie over de aard van perceptie en de relatie tussen de zintuigen en de verbeelding. Het gedicht beschrijft een boeket rozen in zonlicht en onderzoekt de manier waarop onze zintuigen van dingen veranderen en evolueren in de tijd. Stevens betoogt dat onze zintuigen alle metaforen overstijgen en dat het is als een stroom van betekenissen zonder spraak en van evenveel betekenissen als van mensen. Het gedicht wordt gekenmerkt door Stevens’ gebruik van blank vers en zijn karakteristieke filosofische en intellectuele stijl
Vanmiddag ging ik boodschsppen doen en liep toen een aantal
hooligans tegen het lijf. Zogenaamde fans van NAC.
Er was en werd enorm veel gedronken. Dat was ondermeer
te zien aan de vele blikjes op straat.
Welkom op de Haagdijk.
Dit is ruim een uur later. De tocht van de Kopse Kant naar het stadion is begonnen.
De Schorsmolenstraat.
Het centrum lijkt rustiger maar schijn bedriegt. Ook in het uitgaanscentrum in het centrum waren hooligans. Tegen de tijd van deze foto waren ze al onderweg naar het stadion.