Toen ik er net op de fiets aankwam, had iemand de ganzen gevoerd. De jonge ganzen groeien als kool. De paden in het park zullen snel als glijbanen aanvoelen maar het ziet er vertederend uit.
Detail. Het zijn er weer heel veel.
Al negen weken werken vanuit huis.
Dan is af en toe een korte wandeling een manier
om je zinnen te verzetten.
Dus probeer ik regelmatig door het centrum van Breda
een weer andere route te lopen om weer eens andere dingen te zien
die ik al even niet meer gezien heb.
Uit 1795. Ik weet niet wat hiervan nog uit 1795 is maar Café-Biljart De Bossche Poort maakt al lange tijd deel uit van het stadsbeeld van Breda.
Gonnie’s winkeltje vind je er ongeveer tegenover.
Op de kop van de Boschstraat ligt Café Bellevue. Kijk omhoog en dan zie je dit.
Het Chasséveld met in de verte kantoren van de Gemeente Breda.
Ingeklemd tussen de Pasbaan en de Vlaszak ligt nog een parkeerterrein. Rond 08:00 uur nog leeg.
De Vlaszak als een plaatje uit de offerte van de architect.
Menashe Kadishman, Het Offer van Isaac, 1986/1989, cortenstaal.
Veemarktstraat, een gevel helemaal uit baksteen. Het jaartal op de gevel zegt 1908. Eigenlijk best mooi.
Detail.
Bijna terug bij het begin: Grote Markt, Breda. De dinsdagmarkt. De zon staat nog steeds laag.
Op vrijdag begin ik dan op de Grote Markt. Daar is dan de weekmarkt in opbouw. Kan ik nog even nadenken wat ik straks ga kopen voor het avondeten.
Deze keer loop ik over het Stadserf. Daar langs het beeldje van de Turfschipper en langs de achterzijde van het oude stadhuis.
Blijkbaar gaan de steigers rond de toren snel verdwijnen.
Leeg stadserf.
Dan terug via het Valkenberg.
Waar de muur van het Begijnhof (nu gesloten voor bezoekers) en van de pastorie te zien zijn.
De pastorie heeft een eigen tuin, afgescheiden van het Begijnhof en daar ook een eigen achteruitgang.
Zonder de evenementen krijgt het gras alle kans mooi te groeien.
Een beetje een cynisch bedoelde titel.
We proberen de leefomstandigheden tijdens de corona-crisis
een plaats te geven maar soms lukt dat niet op
een manier waarvoor je de schoonheidsprijs gaat krijgen.
De winkelstraten in het centrum van Breda zijn voorzien van deze vreemde strepen. Niet duidelijk waar die voor moeten dienen. Zal wel hogere crowd control zijn. Waarom die dan in NAC-kleuren moeten worden uitgevoerd is me helemaal onduidelijk. Dit is de Korte Brugstraat in Breda.
Over de mondkapjes in deze etalage heb ik zo mijn ideeën. Je kunt ze moeilijk elegant of mooi vinden. Je kunt ook te veel je best proberen te doen.
Al na een paar minuten wandelen in het centrum van Breda was het duidelijk: de terrassen mogen voorbij de goot (de horeca mag verder met het terras op de Markt komen, als er weer terrassen mogen zijn, dan voor corona), de horeca is wakker (overal werd druk gemeten en paste men met tafels en stoelen wat eventueel de nieuwe opstelling wordt) maar ook dat nog niet iedereen het begrijpt (discussie over de afstand tussen twee mensen aan een tafeltje die daar moeten kunnen eten).
Breda, Grote Markt.
Nee, ik had wel 5 of 6 onderwerpen waarover ik een bericht
wilde plaatsen vandaag.
Maar ik schaam me dood voor de reacties op de toespraak
van Arnon Grunberg in de Nieuwe Kerk op 4 mei.
Nederland heeft een probleem.
Het CDA en de VVD denken in Brabant een coalitie aan te gaan
met extreem rechts.
De betrokken politici kijken alleen naar hun eigen belang, dat van hun partij en
niet naar dat van Brabant, Nederland en de inwoners van Nederland.
De toespraak van Grunberg is niet beschuldigend maar legt wel uit.
Waar komt die haat vandaan (lees mee politici van Brabant!):
Zeggen het verleden nu wel te kennen is veelal een weigering om er kennis van te nemen. En wie zijn verleden niet kent, is niet zozeer gedoemd het te herhalen, als wel is hij gedoemd niet te weten wie hij is. Niets doet mensen zozeer naar een onwrikbare identiteit verlangen als het knagende vermoeden dat ze geen idee hebben wie ze zijn. En het is vaak de onwrikbare eigen identiteit, de weigering er speels mee om te gaan die ertoe leidt dat de ander als een volstrekte vreemde en een absolute vijand wordt gezien.
Wat Grunberg hier zegt is niet gericht tegen één groep.
Dit is waar voor iedereen.
Het probleem met Nederland is dat er te veel mensen zijn die ‘de ander
als een volstrekte vreemde en een absolute vijand’ zien.
Breda, Valkenberg, 5 mei 2020. Nu nog in vrijheid.
Ook in de landelijke politiek hebben we te maken met politici die
hun verantwoordelijkheid niet nemen maar
het vijandsbeeld alleen maar opstoken.
Die verantwoordelijkheid kwam duidelijk aan de orde:
En het is ook logisch dat als er gesproken wordt over bepaalde bevolkingsgroepen op een manier die doet denken aan de meest duistere tijd uit de twintigste eeuw, als dat gewoon is geworden, er vroeg of laat op die manier ook weer over Joden gesproken kan worden.
Voor mij was het van begin af aan duidelijk: als ze het over Marokkanen hebben, dan hebben ze het over mij.
‘Ik kan niet begrijpen, niet verdragen dat men een mens beoordeelt niet naar wat hij is, maar naar de groep waar hij toevallig toe behoort’, schreef Primo Levi in de jaren zestig aan zijn Duitse vertaler.
Woorden die wij wekelijks, misschien wel dagelijks zouden moeten herhalen, al was het maar om ons eraan te herinneren hoe giftig woorden kunnen zijn.
Dat een Nederlander in Auschwitz kerosine over levende vrouwen en kinderen moest uitgieten begon met woorden, met toespraken van politici.
Juist in deze geseculariseerde tijden rust, meen ik, een speciale verantwoordelijkheid op Kamerleden, op ministers om het goede voorbeeld te geven, om het woord géén gif te laten zijn, om altijd voor ogen te houden dat de staat noodzakelijk is maar tevens een potentieel kwaad dat met achteloze vanzelfsprekendheid mensen, bevolkingsgroepen kan vermorzelen.
Een punt van hoop, gisteren, was wat vervolgens de koning zei:
Oorlog werkt generaties lang door. Nu, 75 jaar na onze bevrijding, zit de oorlog nog steeds in ons.
Het minste wat we kunnen doen is: niet wegkijken. Niet goedpraten. Niet uitwissen. Niet apart zetten. Niet ‘normaal’ maken wat niet normaal is.
En: onze vrije, democratische rechtsstaat koesteren en verdedigen. Want alleen die biedt bescherming tegen willekeur en waanzin.
Dus CDA en VVD in Brabant (en Nederland),
laten we niet ‘normaal’ maken wat niet normaal is.
De nieuwswaarde van de foto’s in dit bericht is niet hoog,
maar het was mijn ochtendwandeling.
Tegen de muur op de hoek van het Kasteelplein zag ik deze handafdruk.
Natuurlijk waren de winkelstraten leeg. Logisch gezien het tijdstip: maandagochtend 08:00 uur. Het had net geregend wat bijdraagt aan de sombere sfeer op de foto’s. Torenstraat.
Breda, Kerkplein.
Karrestraat.
Breda, Korte Brugstraat.
Er is een paar weken geleden een onderzoek gestart naar de mogelijke vergroening van de kademuren. Daarom zie je bij de Markendaalseweg in het water deze bouwwerkjes.
Met publieksinformatie en veel Engelse woorden. Anders is het niet goed, he?
Markendaalseweg.
De poort in de Nieuwstraat staat meestal open. Vandaag was hij dicht. Kans gegrepen voor deze foto.
Vanmiddag liep ik langs de Nieuwe Prinsenkade.
Daar was iemand zijn hobby aan het uitoefenen.
Hoe de hobby heet weet ik niet maar je ziet mensen met een lang touw
en een haak (?) van de kant af dreggen in rustig stromend water.
De vondsten zag ik aan de kant staan.
In deze tijd van corona ga je dan geen praatje maken om uit te vinden
waar die prachtige ketting vandaan zou komen en of hij al die
kleren vanmiddag gevonden had.
Dus ik vul hier maar het een en ander in.
Die ketting vond ik fascinerend en later op de middag lag die er nog steeds. De fiets stond er ook nog.
Je kunt best blij zijn dat je de foto niet kunt ruiken. Het lijkt er op dat deze kleren al even in het water van de Singels gelegen hebben.
Voor het eerst sinds een aantal weken mochten de non-food
kramen weer opgesteld worden op de Grote Markt in Breda.
De foto’s zijn van rond 08:00 uur vanmorgen.
Het ging nog een beetje onwennig en de marktkooplui
hadden elkaar veel te vertellen over corona en de
ervaringen met de anderhalve meter-economie.
Dit is het beeld vanuit de Reigerstraat. De koopman van de eerste kram links kwam wat later. De volgende kraam links verkoopt textiel.
Rechts een nog lege marktkraam voor de stoffenhandelaar.
Vanuit Grote Markt Zuid naar het noorden kijkend. Veel auto’s kwamen net aanrijden om hun handel te gaan uitstallen.
De wandeling was gisteren al. Ik was er nog niet
aan toe gekomen om er wat foto’s van te delen.
Gisteren zag ik volgens mij voor het eerst dit jaar weer jonge ganzen.
Nu nog een beperkt aantal en lief, klein, kwetsbaar.
Het regende voor het eerst sinds een paar weken. Daardoor rook het zo lekker. De grote kastanjebomen in het Valkenberg staan in bloei en zo nat zien die bladeren er nog interessanter uit.
De vorige foto had drie bomen opvallend in beeld. Op deze foto drie bruggen: de loopbrug op de voorgrond. Dan de Willemsbrug. De toegang vanuit de Willemstraat naar het Valkenberg. De derde brug zie je maar net. Het verbindt de Meerten Verhoffstraat met de JF Kennedylaan. Hoe de brug heet moet ik nog eens nazoeken.
Rond het theehuis in het park is veel te doen. Al geruime tijd hebben verhuurder en uitbater(ster) ruzie met elkaar over het onderhoud. Het laatste nieuws is dat de uitbater(ster) er volledig mee gaat stoppen. Tijd voor een foto van dit toch wat vreemde gebouw dat misschien op de tekentafel wel leuk leek maar niet past in de sfeer en stijl van het park.
Toen kwam ik deze jonge ganzen tegen. Bewaakt door een koppel oudere dieren.
In de zandbak.
Tijd om weer aan het werk te gaan.
In drie woorden de oorsprong van de naam van mijn blog.
De Argusvlinder is een vlinder maar ook een straatnaam
in Breda. Daar komt de naam vandaan.
Van die straat in het Westerpark in Breda.
Ergens tussen 2000 – 2005, schatten wij, kocht ik deze foto
bij BN/De Stem. In die tijd is deze foto ook gemaakt.
Maar precies kan ik dat aan de hand van deze foto of de envelop
waarin de foto kwam, niet meer bepalen.
De Argusvlinder, een van de vele straten in Westerpark in Breda met een vlindernaam.
Breda, Eindstraat. De winkels in de grote winkelstraten vernieuwen vaak hun gevels. Maar dat doen ze typisch alleen op ooghoogte. Daarboven zie je vaak nog de oorspronkelijke gevel en een aantal ervan zijn echt mooi. Kijk hier maar eens naar de nok.
Detail van de nok van een gevel in de Eindstraat in Breda.
Net om de hoek bij die vorige gevel kijk je zo mooi de Nieuwstraat in.
Deze gevel is een uitzondering op de eerdere beschrijving in die zin dat de gevel hier één geheel vormt. Hij ligt prachtig naast de Grote Kerk en deels in de schaduw van een grote boom. Torenstraat, Breda.
Het goede weer houdt al een tijdje aan,
dus dan ga je vanzelf tijdens je ochtendwandeling
steeds een beetje verder, steeds op zoek naar nieuwe dingen in
de vertrouwde omgeving.
Zo ook vandaag.
Breda, Doelsteeg.
Stallingstraat. De meeste straten en straatjes rond de Ginnekenstraat zijn de afgelopen jaren vernieuwd. Soms alleen nieuwe verf op de muur, soms met nieuwe gebouwen. Relatief veel leegstand, al voor de bankencrisis, voor de coronacrisis en mijn inschatting is dat dsie leegstand na de coronacrisis door zal zetten of vervangen gaat worden door andere functies. We nemen langzaam maar definitief afscheid van veel van de ‘praktische’ winkels (de V&D en Hema’s). Ook de kleintjes. We ruilen ze in voor internet.
Van Coothplein.
Bocht Keizerstraat en Vierwindenstraat.
Hoek Lange Brugstraat – Torenstraat.
Voor veel horeca-ondernemers is dat natuurlijk een grote vraag.
Zeker als je kroeg een smalle, diepe pijp is of gewoon gezellig klein.
Dan is het niet eens zo belangrijk of je binnen wel
gasten kunt ontvangen.
Dat gaat voorlopig nog niet lukken.
Dan kun je maar beter naar buiten kijken en zien hoe je straks
je terras kunt gaan uitzetten.
Daar werd in Breda, in de Veemarktstraat vandaag al hard over nagedacht. Ze waren er nog niet uit.