Verffabriek Teolin in Breda

Al een tijdje liggen er een paar fotoboeken en enveloppen
met oude foto’s bij mij thuis.
Het zijn foto’s uit de familie, gemaakt door familieleden.
De foto’s zijn grofweg uit de jaren 60 en 70 (sommige zijn
misschien ouder).

Er zit ook een soort briefkaart tussen.
Een foto van de Bredase fotograaf Anton Henning.
De persoon op de foto is Menno Ufkes, beter gezegd,
van een plaquette met de afbeelding van Menno Ufkes.

DSC_2855MennoUfkesDirecteurTeolinBredaFotograafAntonHenning

Plaquette van Menno Ufkes op een foto van Anton Henning. Mooi gekarteld randje aan de foto.


De Pont

De Pont is een prachtig museum van Moderne kunst in Tilburg.
Ik kom van Breda en dus is alles uit Tilburg slecht.
Maar voor wat betreft De Pont is dat zeker niet het geval.
Deze voormalige wolspinnerij is een geweldig museum voor moderne kunst
met een prachtige collectie.
Ik ging er gisteren naar toe voor een tentoonstelling maar
vandaag sta ik eerst eens stil bij een eerste serie foto’s
over de vaste collectie van het museum.


De aankondiging van De Pont. Het museum heeft een mooie parkeerplaats voor de deur.


Het museum.


Naast kleinere ruimtes beschikt het museum ook over een hele grote ruimte die prachtig wordt ingedeeld in kleinere zalen. Het dak is deels van glas en er komt dus veel natuurlijk licht naar binnen.


Marien Schouten, De Groene Kamer/Slang, 2000 – 2002, Marien Schouten, Beeld met stammen, 2003.

In een mooie ruimte met groene tegels staat
een bijzonder keramisch beeld.

Marien Schouten, De Groene Kamer/Slang, 2000 – 2002
Marien Schouten, Beeld met stammen, 2003

De wanden van Marien Schouten’s monumentale Groene Kamer zijn bekleed met groen geglazuurde tegels die de kunstenaar tijdens een werkperiode bij het Europees Keramisch Werkcentrum in ’s Hertogenbosch maakte. In deze tijd ontstond ook een reeks keramische beelden: grote amorfe koppen, die in ruwe vormen zijn gemodelleerd. Schouders, hals en hoofd tekenen zich af in een bonkige anatomie. De groene glazuurlaag versterkt de indruk van een organische groeivorm die de beelden gestalte geeft. Rudi Fuchs schreef ooit over de ‘schilderkunstige ruimte’ in het werk van Schouten, die wordt gekenmerkt door ‘een labiel evenwicht tussen orde en de overwoekering daarvan, door gewicht van kleur en vorm, tussen regelmatig ritme en ornament, beheersing en verstoring’.


Angela Bulloch, Lanzarote, 2006.

Angela Bulloch, Lanzarote, 2006

Het werk van Angela Bulloch is complex en veelzijdig: licht- en geluidswerken, tekenmachines, interactieve installaties, fotoseries, videoprogramma’s en tekstwerken. Maar achter de diversiteit van vorm, techniek en presentatie zit altijd een gerichte belangstelling voor maatschappelijke en sociale structuren en systemen. Net zomin als deze processen en gedragingen een statisch karakter hebben, heeft haar werk geen vast vorm of volgorde. Het meest bekend zijn haar Pixel Boxes: houten of aluminium kubussen in verschillende maten, waarvan een zijkant uit een beeldscherm bestaat. De schermen lichten bij afwisseling op met een monochroom kleurvlak. De kleurbeelden die zo ontstaan zijn feitelijk de kleinste digitale beeldeenheden (pixels) afkomstig uit bestaand film- en videomateriaal. De pixelpatronen liggen ook ten grondslag aan grote wandschilderingen van regelmatig geordende kleurvlakken, zoals op deze muur in De Pont.

 


Gerhard Richter, Abstraktes Bild (784/1-120), 1992.

Gerhard Richter, Abstraktes Bild (784/1-120), 1992

Gerhard Richter is bekend als een schilder die op veel verschillende manieren werkt. Abstraktes Bild laat hiervan een aantal aspecten zien. Opvallend is de strakke vlakverdeling die zowel wordt bepaald door het raster van de kleurbanen op de 120 schilderijtjes als door het rechte patroon van de tussenruimte. De kleurbanen zijn ontstaan doordat Richter de opgebrachte verf weer gedeeltelijk heeft afgeschraapt. De regelmaat van de handeling is zichtbaar in de verfsporen. Toch gaat het Richter niet om de expressie van een persoonlijk handschrift. Hij onderzoekt de vele mogelijkheden die de schilderkunst nog altijd te bieden heeft. Hij maakt ook veel figuratieve schilderijen waarop foto’s het uitgangspunt vormen. Maar door de foto’s onscherp na te schilderen maakt hij van een realistisch beeld een schilderij waarin de grens tussen abstract en figuratief letterlijk is vervaagd.

Gerhard Richter, Abstraktes Bild (784/1-120), 1992 (detail).


Luc Tuymans, Bathroom, 1996.jp.


Marlene Dumas, The First People (I-IV), 1991.

Marlene Dumas, The First People (I-IV), 1991

Het werk van Dumas gaat vaak over de spanning tussen kijken en bekeken worden en over het problem van interpretatie. Ze werkt naar bestaande afbeeldingen die ze verzamelt in een persoonlijk beeldarchief. Het beeldmateriaal weerspiegelt maatschappelijke codes die onze manier van kijken bepalen. Bijvoorbeeld in The First People uit 1990, dat uit vier manshoge babyportretten bestaat. In de commentaren op het werk overheerst de mening dat de kinderen onwaarschijnlijk lelijk zijn. De sterk vergrote weergave van hun lichamen wordt door velen als schokkend ervaren. De reacties lijken onbewust beinvloed door het clichebeeld van de blije ‘reclamebaby’. Deze schilderijen van Dumas zijn eigenlijk juist behoorlijk realistisch door enkele imaginaire ingrepen, zoals de toegepaste schaalvergroting en de techniek waarmee zij met details omgaat. ‘Het moederschap is een schok’, zegt Dumas, ‘omdat je je niet hebt gerealiseerd hoe baby’s er in werkelijkheid uitzien’. Haar ‘eerste mensen’ drukken wellicht iets van die confrontatie uit.

 


Marc Mulders, Roosvensters I. II, III, 1999.

Marc Mulders, Roosvensters I. II, III, 1999

Het oeuvre van Marc Mulders wordt bepaald door wat misschien wel het grote thema in de kunstgeschiedenis is: de eeuwige cyclus van leven en dood. De uitdrukking van leven en sterven, dood en herrijzenis, heeft in de westerse schilderkunst lange tijd centraal gestaan en Mulders plaatst zichzelf bewust in die traditie. In reeksen schilderijen werkt hij deze htematiek uit en verkent hij de picturale mogelijkheden ervan. Daarbij is zijn werkwijze geenszins objectief of puur observerend, maar uiterst betrokken en geladen met betekenissen.Schilderen betekent voor Mulders inleving, en zijn expressieve, pasteuze schilderijen zijn de weerslag van zijn worsteling met zowel de onderwerpen als met de materie waarin hij deze transformeert. Want uiteindelijk gaat het hem erom dat de cyclus van leven en dood zich ook in het schilderij voortzet, dat de verf van dode materie tot levend beeld wordt.

Marc Mulders, Roosvensters I. II, III, 1999 (Detail).


Anton Henning, Blumenstilleben No 388, 2008.

Anton Henning, Interieur/Interior No. 15, 1998

Het werk van Henning kenmerkt zich door een eclectisch gebruik van allerlei voorstellingen, motieven en citaten. Abstractie en figuratie wisselen elkaar af en lopen soms letterlijk in elkaar over. Bloemstillevens worden zwierige arabesken, interieurs zijn geschilderd in uitbundige kleurvlakken, landschappen en naakten zijn ouderwets realistisch en hebben tegelijk Hennings onmiskenbare handschrift en kleurrijke patronen. Dikwijls schildert hij meerdere versies van een voorstelling of laat hij bepaalde voorstellingen terugkomen als een schilderij-in-een-schilderij. Het is duidelijk dat het hem vooral om het plezier van het schilderen gaat. Met name in abstracte schilderijen (interieurs) bereikt Henning fascinerende resultaten met zijn composities van kronkelende kleurbanen en wervelende patronen, die ‘trompe-l’oeil’ geschilderd lijken. Met hun draaikolkpatronen roepen de schilderijen psychedelische ‘jaren-zeventig’-interieurs in herinnering en vormen ze een geheel eigen ruimte vol kleur en beweging.

Anton Henning, Interieur/Interior No. 15, 1998.