Soot from the funnel II

Videokunst is een vorm die bij mij soms aanslaat
en heel vaak geen waardering kan genereren.
Op de tentoonstelling Soot from the funnel zijn er meerdere werken
gemaakt met video:

Sheena Macrae: Odyssey (2006)
Het verhaal dat bij dit werk gaat klinkt goed.
Je neemt een beroemde film, haal die in stroken uit elkaar,
meng die stroken, orden ze, verwijder overtollige,
projecteer het resultaat als een hypnotisch schilderij.
Dat kwam er niet uit. Saai, langzaam,
slaperig maar niet door hypnose.

Erwan Maheo: Entre Gibraltar et les Dardanelles (2008)
Ik zag alleen de film. Papier en foto’s heb ik niet gezien.
Ook hier is het idee goed.
Je vader vaart. Maakt van alles mee.
Geheimzinnig. Je hebt een film van het avontuur.
Je leest boeken die raakvlakken hebben met het
,vermeende, leven van je vader.
Alle ingredienten voor een droom.
Alles wat ik zag was een onduidelijke film.

Christophe Terlinden: Reve a la saauce Britannique (2008)
Hier heb ik wat foto’s van.
Daar kom ik later nog een keer op terug.
Maar erg positief was ik hier ook niet over.

Maar dan Harald Hund & Paul Horn: Dropping furniture.
Letterlijke vertaling: “meubels laten vallen”.
Op het internet zijn ze haast onvindbaar.
Wat je vind is nauwelijks relevant voor hun werk.

Maar het werk in Lokaal01 was heel bijzonder.
Een projectie in de hoek van de zaal.
Twee maal een nagenoeg dezelfde projectie van dezelfde kamer.
In deze kamer laat men met veel lawaai (letterlijk)
en vertraagd huisraad van boven naar beneden vallen.
De kamer begint leeg.
Het laatste wat er valt is een soort aquarium.





Uit de folder:

In Dropping furniture krijgen de ‘dode’vallende meubelstukken
een verhalende en levende betekenis,
versterkt door de vertraging van het beeld en het intensieve geluid.



Kunstvaria



Ansel Adams, Storm Yosemite Valley, California, 1938.






Buddha converts the snake-king Apalxc4x81la, Gandhara, Pakistan.


Gandhara is een oud koningkrijk op de grens van Pakistan en Afghanistan.
In de afbeeldingen van bijvoorbeeld Boeddha zijn Griekse toga te zien.
Het rijk van Alexander de Grote reikte helemaal tot hier.
Dat maakt een relief als dit zo bijzonder.





Donkey-Head, rhyton, red-figure terracotta, Greece, circa 475 before Christ.


Een rhyton is een drinkbeker.
Het voorwerp is hier op z’n zij afgebeeld.
Dan zie het hoofd van de ezel goed.
Maar als er een vloeistof in zou zitten zou de beker
helemaal leeg lopen.





Gebroeders Limbourg, Herman, Jean en Paul, Getijdenboek van Jean, hertog van Berry.



Een begraafplaats, zelfde makers, zelfde boek.






J. Mayer H, Danforss Universe, 2007.


Danforss Universe is een Deens wetenschapspark.





Remedios Varo, Planta insumisa, 1961.




Soot from the funnel

Gisteravond, voorafgaand aan de muziekavond in Lokaal01,
bezocht ik de tentoonstelling “Soot from the funnel”.
Vandaag een eerste korte serie foto’s en briefkaarten:
Kate MccGwire.
Haar installatie op deze tentoonstelling heel ‘Sluice’ (sluis).



Ik verzamel, voeg samen, hergebruik, leg laag op laag, pel af,
verbrand, onthul, plaats, verdubbel, bevraag, speel en maak foto’s.



Kate MccGwire, Fume, 2007.


Gat gebrand in een met de hand ingebonden boek.
De schoonheid van een slechte daad.





Kate MccGwire, Brood, 2004.






Kate MccGwire, Sluice, Lokaal01, 2008.



































Volgens de web site van Kate stelt het werk van Kate MccGwire vragen
bij de aard van schoonheid.
Ze is gexc3xafntrigeerd door de mogelijke visie dat schoonheid complexer is
dan allen maar genot schenken aan de zintuigen:
schoonheid kan betrekking hebben op een probleem,
het kan iets zijn dat je verafschuwt
of iets dat vragen stelt bij de huidige, algemeen aanvaarde stand van zaken.

Het idee dat schoonheid een cultureel fenomeen is
dat ontvankelijk is voor een discussie
door middel van een creatief proces fascineert haar.

November

Op deze laatste dag van November 2008 een Middeleeuwse verbeelding
van deze maand.
Uit het getijdenboek van Jean, Hertog van Berry (Frankrijk)
komt de volgende afbeelding.
Het getijdenboek is door drie Nederlandse broers gemaakt.
De broers Paul, Herman en Jean de Limbourg waren in dienst van de hertog.
Ze hebben van deze afbeelding alleen de dierenriem gemaakt.
De afbeelding waarop een varkenshoeder stokken en stenen
in de eikenbomen gooit om de eikels uit de bomen te krijgen
is door een ander afgemaakt: Jean Colombe.
De eikels dienden natuurlijk als voer voor de varkens.



Michelangelo

Er is niet veel werk van hem op mijn web log te zien.
Daar komt nu een verandering in.
Een mooie serie schetsen uit een tentoonstelling
die op dit moment in de Verenigde Staten wordt gehouden.

Michelangelo Buonarotti, Christ in limbo, 1530-1533.


Michelangelo Buonarotti, detail van Het Laatste Oordeel, 1541.


Michelangelo Buonarotti, Porta Pia, 1561-1565.


Michelangelo Buonarotti, Sacrifice of Isaac, 1535.

Michelangelo kiest net als Rembrandt voor het dramatische moment
waarop de engel Abraham op het laatste nippertje stopt
het offer te brengen (het doden van zijn zoon, zijn enige kind Isaak).


Michelangelo Buonarotti, Floor plan San Giovanni, 1559-1560.

Michelangelo bouwde (mee) aan vele kerken.
Onder andere deze San Giovanni dei Fiorentini.


Michelangelo Buonarotti, schetsen voor de Sixtijnse Kapel.

Michelangelo Buonarotti, schetsen voor de Sixtijnse Kapel (detail).


Michelangelo Buonarotti, studie voor 3 figuren.


Michelangelo Buonarotti, Studie voor vestingwerken.


Michelangelo Buonarotti, Studie voor hoofddeksel.


Michelangelo Buonarotti, Studie voor kolommen.

Michelangelo Buonarotti, Studie voor kolommen (detail).


Michelangelo Buonarotti, Study for head of Leda, 1529-1530.


 

Petrus van Schendel: Moeder

Kunstbus, 27-10-2008

Vriendenvereniging verwerft xe2x80x98Moederxe2x80x99
Opnieuw een Van Schendel-aanwinst voor Bredaxe2x80x99s Museum

In 1848 portretteerde Bredaxe2x80x99s beroemdste schilder Petrus van Schendel
zijn 80-jarige moeder.
Dit schilderij werd onlangs bij het veilinghuis Sothebyxe2x80x99s in Amsterdam
ter verkoop aangeboden.
Petrus van Schedel-kenner Jan de Meere onderzocht het aangeboden schilderij
en identificeerde de geportretteerde vrouw
als de moeder van Petrus van Schendel.
Hij tipte Bredaxe2x80x99s Museum over zijn bevinding.
Het lukte de Vereniging Vrienden van Bredaxe2x80x99s Museum
dit werk net voor de openbare veiling voor xe2x82xac 10.000,- aan te kopen.
De nieuwe Van Schendel-aanwinst
werd tijdens de presentatie over de voortgang
van de publieke restauratiewerkzaamheden
aan het immense schilderij xe2x80x98De aanbidding der herdersxe2x80x99
of te wel xe2x80x98De geboorte van Christusxe2x80x99 onthuld.
Het schilderij is vanaf dinsdag 28 oktober te bezichtigen in Bredaxe2x80x99s Museum.



Geertruy van Schendel- Brocx was getrouwd met Gijsbert van Schendel,
een herenboer en graankoopman in Terheijden.
Petrus werd in 1806 geboren en was het tiende kind van in totaal elf.
Zijn vader behoorde tot de meest welgestelde boeren in het dorp
en was daar ook lid van de gemeenteraad.
Hij bezat een groot woonhuis met hof, schuur, wagenkeet en erf
aan de huidige Raadhuisstraat op een perceel van ruim een halve hectare
en buiten het dorp weilanden van bij elkaar meer dan vijf hectaren.
Het gezin had een knecht en een dienstmeid die in huis woonden.
Na 1811 ging het slecht met de activiteiten van Petrusxe2x80x99 vader.
Hij moest geld lenen met zijn onroerend goed als onderpand
en dit uiteindelijk ook verkopen.
Hij stierf toen Petrus elf jaar was.

Een echte Bredase marktvrouw
Weduwe Geertruy Brocx was na zijn dood gedwongen
zelf de kost te gaan verdienen om het grote gezin in leven te houden.
Ze deed dit als marktvrouw.
In mei 1821 verhuisde ze met haar nog thuis wonende kinderen
(waaronder Petrus) naar Breda.
In de stad kon de weduwe beter de kost verdienen als marktkraamster
en winkelierster dan in Terheijden.
In Breda was er tweemaal in de week een marktdag.
Ze gingen wonen aan de Boschstraat op huisnummer 31
tegenover de Beyerd.
Drie jaar later verhuisde het gezin naar nummer 66 in diezelfde straat.
Daar woonde een oudere broer van Petrus die er kleermaker was.

Het portret xe2x80x98Moederxe2x80x99 van Petrus van Schendel toont een echte Bredase marktvrouw
uit het midden van de negentiende eeuw.
Zij draagt een eenvoudige witte muts, twee gouden oorbellen
en een collier van bloedkoraal.
Het olieverf is heel fijn en karakteristiek geschilderd
en is een van de betere portretten van Van Schendel.
Petrus van Schendel is opgegroeid in Breda
en zijn leven lang aan de stad verbonden gebleven.
Zijn werk neemt een centrale positie in de verzameling van Bredaxe2x80x99s Museum.
De collectie telt inmiddels een respectabel aantal
van acht schilderijen en drie tekeningen.
In Nederlandse openbare collecties is het werk van Petrus van Schendel
maar spaarzaam vertegenwoordigd.
Bredaxe2x80x99s Museum profileert zich als het museum
dat het werk van Van Schendel een centrale plaats toekent
in zijn collectie beeldende kunst.
Andere musea die werk van Van Schendel bezitten zijn
het Rijksmuseum Amsterdam (een portret en een marktstuk)
en het Rotterdams Historisch Museum (twee portretten).

November

November music is een internationaal festival voor actuele muziek.
Het wordt gehouden in de binnenstad van Den Bosch.
Breda pikt vanavond een graantje mee.
In Lokaal01 is er muziek te beluisteren.
Dat ga ik maar eens doen.

Men neemt de festivalnaam wel erg letterlijk.
Een gedicht over de maand november van J. C. Bloem
en een song genaamd November van Tom Waits zijn het uitgangspunt.

NOVEMBER

Het regent en het is november:
Weer keert het najaar en belaagt
Het hart, dat droef, maar steeds gewender,
Zijn heimelijke pijnen draagt.
En in de kamer, waar gelaten
Het daaglijks leven wordt verricht,
Schijnt uit de troosteloze straten
Een ongekleurd namiddaglicht.
De jaren gaan zoals zij gingen,
Er is allengs geen onderscheid
Meer tussen dove erinneringen
En wat geleefd wordt en verbeid.
Verloren zijn de prille wegen
Om te ontkomen aan den tijd;
Altijd november, altijd regen,
altijd dit lege hart, altijd.

J.C. Bloem
uit: Media Vita, 1931

Uit dit gedicht wordt het stukje tekst gehaald dat met geluid te maken heeft:

‘dove erinneringen’.

Ik ben geen kenner van gedichten dus misschien dat Bloem
het helemaal niet had over ‘niet kunnen horen’ wanneer hij
‘dove’ schrijft.
Wellicht bedoelde hij doffe of droevige.
Een fan van deze maand is hij in ieder geval niet.

In November 2002 kiest ‘kunst van de maand’ naast dit gedicht
het schilderij ‘Rain, steam and speed’ van J.M. W. Turner
als een beeld dat de maand november het best weergeeft.
Goed gevonden.



November

No shadow no stars
no moon no cars
November
it only believes
in a pile of dead leaves
and a moon
that’s the color of bone

No prayers for November
to linger longer
stick your spoon in the wall
we’ll slaughter them all

November has tied me
to an old dead tree
get word to April
to rescue me
November’s cold chain

Made of wet boots and rain
and shiny black ravens
on chimney smoke lanes
November seems odd
you’re my firing squad
November

With my hair slicked back
with carrion shellac
with the blood from a pheasant
and the bone from a hare
tied to the branches
of a roebuck stag
left to wave in the timber
like a buck shot flag

Go away you rainsnout
go away blow your brains out
November

Tom Waits.

De tekst die er uit gelicht wordt, is:

No prayers for November to linger longer
stick your spoon in the wall, we’ll slaughter them all


Als je dit vertaalt staat er:
Laten we niet bidden om november langer te laten duren,
dood zijn, we slachten ze (alle novemberdagen?) allemaal.
‘stick your spoon in the wall’ is een Engelse uitdrukking voor ‘dood zijn’.

Maar dat kun je ook heel letterlijk nemen,
je kunt proberen een lepel in de muur te steken.
Dan is het volgende het resultaat:





Ook van Tom Waits lijkt november niet de favoriete maand te zijn.
Als je die mening deelt, dan is het goed om op de bijna laatste dag
van november een feestje te bouwen.
Dat belooft heel wat te worden vanavond.

Rhodos-stad: deel 3

Die ene dag in Rhodos was er een met erg veel indrukken.
Het is een stad zoals je niet eerder gezien hebt.
Met alle uitwassen van hedendaags massatoerisme,
maar ook met prachtige archeologische vondsten.
Fors gerestaureerd maar het geeft wel een beeld
van hoe een Middeleeuwse stad er uit heeft gezien
rond de Middelandse zee.
De stad werd behoorlijk op poten gezet door de
Johannieter-orde.
De ridders van Rhodos en later van Malta.
Rhodos en Malta werden ‘in gebruik genomen’ door deze ridders
terwijl ze op terugtocht waren van de Kruistochten.
Maar zover ben ik nog niet in mijn verhaal.
Even terug naar het begin.



Dit waren de zogenaamde hospitaalridders.
De officiele naam is
“Souvereine Militaire Hospitaal Orde van Sint Jan van Jeruzalem, van Rhodos en van Malta”.

In de vroege Middeleeuwen ware de “heilige plaatsen”
onder bestuur van de Arabieren.
De bewoners waren de Palestijnen, immers het land heette Palestina.
Het geloof dat er werd beleden was overwegend
dat van de Islam.
De profeet Mohammed leefde van Mekka, 569/570/571 – Medina, 8 juni 632.
En al tijdens zijn leven begon de verspreiding van de Islam.
Palestina met Jeruzalem werd in 634 onderdeel van het
Arabisch-Islamitisch rijk.
Dit had maar beperkt effect op de toegankelijkheid van die “Heilige plaatsen”
voor Westerse Christenen.
Jeruzalem en de andere plaatsen waren meestal vrij toegankelijk.
De Johannieterorde ontstond in Jeruzalem ergens rond 1150.
Het was en is een ridderorde die zich toelegde op de bescherming
en verpleging van bedevaartsgangers.
Ze hadden ‘ziekenhuizen’ langs de bedevaartsroutes.
Ze waren niet bang om te vechten maar dat was niet hun eerste doel.

Als het succes van de kruistochten afloopt, trekken deze ridders
zich ook terug, eerst op Rhodos en later op Malta.
Aan het hoofd staat de grootmeester.
Daaronder organiseerden ze zich onder andere naar land van herkomst.
Die hadden in Rhodos zo allemaal hun eigen “clubhuis”.
Deze zijn terug te vinden in De straat van de Ridders.
In deze straat bevinden zich de herbergen van bijvoorbeeld
Auvergne, Engeland, Italie, Frankrijk en Spanje.
Aan het eind van de straat (gezien vanaf het paleis van de Grootmeester)
ligt het Eerste ziekenhuis van de Ridders.
Dit is nu het Archeologische Museum en het onderwerp van de volgende log.
Laten we eerst even door de Straat van de Ridders lopen.


Straat van de Ridders.






De Herberg van Frankrijk.






Museumplein.




Martin Parr: Luxery

De fotograaf Martin Parr heeft een kleinere tentoonstelling
in het Breda’sa Museum. De tentoonstelling heet ‘Luxery’ (luxe).
De tentoonstelling is onderdeel van Breda Photo 2008.
Ik heb zelf niets tegen luxe maar soms gaat het wel erg ver.
Dit is niet meer het hebben van luxe omdat je daar plezier
van hebt, omdat het je leven aangenamer maakt.
Dit is puur om de ‘heb’.
Maar wat een geweldige foto’s.
Je gelooft je ogen niet.


Dubai Art Fair.







Voor de mensen die hun ogen niet van de mevrouw kunnen afhouden
en omdat mjin foto door de belichting minder duidelijk is dan het origineel.
Hieronder een detail van de foto
dat een prachtig commentaar op diezelfde foto vormt.
Voor de duidelijkheid heb ik de diamantjes (of waren het glazen kraaltjes)
maar even zwart gekleurd.
Meesterlijke foto’s.














Mxc3xbcnchner bierfeste.





Rembrandt in California

Ik kwam een web site tegen die alle werken (lees schilderijen) toont
die van de schilder Rembrandt van Rijn in Californië te zien zijn
in openbare collecties.
En dat zijn er heel wat.
14 om precies te zijn.
Dat is een mooie gelegenheid om die 14 eens op een rijtje te zetten.
Zijn ze allemaal van Rembrandt?
Dat weet ik niet, de laatste jaren is daar nogal wat over te doen geweest.
In het algemeen, niet specifiek over deze 14.
Er is een web site die van deze onenigheid
een heel goed beeld geeft:
Rembrandt site van de Universiteit van Amsterdam
Maar laat maar eens weten welke je niet van Rembrandt vindt
en waarom dan wel niet.


1630: Rembrandt, The raising of Lazarus.

Jezus wekt Lazarus op uit de doden.



1630-1631: Rembrandt, An old man in military costume.

Een oude man in militair uniform.



1632: Rembrandt, Portrait af a girl wearing a gold-trimmed cloak.

Portret van een vrouw in een met goud afgezette mantel.



1632: Rembrandt, Portrait of Marten Looten.

Portret van Marten Looten.
Wie is dat eigenlijk?
Hij moet wel belangrijk zijn geweest.
Vondel schreef een gedicht voor zijn huwelijk:


Hij schijnt een rijke koopman te zijn geweest die aan de Keizersgracht zijn huis had.
Hoe kom je er nou achter dat dit Marten Looten is?
Goed kijken naar de details van dit portret:
want wat staat er op de brief?



1632: Rembrandt, The abduction of Europe.

De ontvoering van Europa.



1633: Rembrandt, Daniel and Cyrus before the idol Bel.

Daniel en Cyrus voor het afgodsbeeld Baal.



1633: Rembrandt, Portrait of a bearded man in a wide-brimmed hat, possibly Pieter Sijen.

Portret van een man met baard en een hoed met brede rand,
misschien Pieter Sijen.
En wie is dat dan wel, zou je haast denken.
Er is een web site: kroniek van het Rembrandthuis waaronder andere het volgende stukje in voor komt:

In 1703 stelde de lakenkoopman en ondernemer Pieter Sijen te Gouda een inventaris op van de goederen die hij op dat moment bezat. De rijke boedel bevatte ongeveer 25 schilderijen waaronder worden genoemd ‘twee portretten van voorouders van Sijen geschilderd door Rembrandt’.

De web site kan men hier vinden: Kroniek van het Rembrandthuis



1634: Rembrandt, Portrait of Dirck Jansz. Presser.

Dirck Jansz. Presser schijnt de zoon te zijn geweest van een Rotterdamse brouwer.
Die brouwer heette Jan Dammaszn. Pesser
(informatie van The National Gallery, London)
Zijn vrouw en zijn moeder zijn ook door Rembrandt geschilderd.



1638-1639: Rembrandt, Self portrait.



1639: Rembrandt, Portait of a man holding a black hat.

xa0Portret van een man die een zwarte hoed vast houdt.



1645-1650: Rembrandt, Portrait of a boy.

xa0Portret van een jongen.



1657: Rembrandt, Saint Bartholomew.



1661: Rembrandt, Saint Bartholomew.



1662-1665: Rembrandt, Juno.


Breda's Museum

En als je denkt dat het tijd wordt voor een nieuw behangetje,
dan moet je toch het volgende eens bekijken.
Misschien is het een alternatief voor het recht toe recht aan behang
van Gamma, Praxis enz.

Als mijn geheugen me niet in de steek gelaten heeft
kwam het eerste voorbeeld uit de Catharinastraat 18 in Breda.





Breda's Museum

Er was nog meer moois te zien in het Breda’s Museum.
Het was gisterochtend erg rustig en hadden alle tijd
om naar de volgende reeks schilderijen te kijken.
Ze waren bedoeld voor het plezier en vermaak van de eigenaars.
Ze zijn prachtig natuurgetrouw geschilderd.
Een lust voor het oog en dat was nou net de bedoeling.


Jan Hendrik Frederiks, 1799.









Ik was meteen helemaal weg van de vissekom.
Alleen de goudvissen zaten niet helemaal stil en daarom is de foto bewogen.



Petrus van Schendel


Petrus van Schendel, Jaarmarkt op de Grote Markt te Breda (detail).

Een kleine toevoeging bij uw kanttekening ten aanzien
van het schilderij uit 1863, met de jaarmarkt van Breda als onderwerp.
Het type muts dat de vrouw draagt is kenmerkend
voor de klederdracht die destijd in de Baronie van Breda gedragen werd
en de Tiroler klederdracht is niet iets
dat door een inwoner van Breda is aangetrokken ter opluistering van de jaarmarkt
of gewoon door de kunstenaar verzonnen is,
maar daadwerkelijk een Zuid-Tiroler of Italiaan,
die destijds deel uitmaakte van vele jaarmarkten
en kermissen en daar met fluitmuziek een boterham trachte te verdienen.
Deze ‘pfifferari’ – van oorsprong herders – zoals ze genoemd werden,
werden door veel kunstenaars uit die tijd uitgekozen
door hun opvallende en kleurrijke klederdracht.
Van Schendel maakte van een dergelijke Pfifferaro nog apart een schilderij,
dat nog niet zo lang geleden bij Christie’s in Amsterdam
(veiling 26-10-2004, lot 167) onder de hamer kwam.
Van Schendel beschouwde zich bovenal als een kunstenaar
die de werkelijkheid natuurgetrouw diende af te beelden
en met zijn jaarmarkt deed hij dat ook.

Voor de mensen die zich afvragen waar deze wijsheid vandaan komt.
Vorige week reageerde Dhr. J. De Meere op mijn web log.
Hij is een expert op het gebied van Petrus van Schendel.
Zijn naam kom ik bijvoorbeeld ook tegen op de web site van veilinghuis Christie’s
in Amsterdam als ik op zoek ga naar het schilderij dat genoemd wordt.


Petrus van Schendel, The young flageolet player.

Lot Notes
In Rome young flageolet players, called Pifferari, used to come to town from the Campagna Romana in the month of December to play Christmas tunes in order to earn some money. To visitors from the Northern countries it was a delightful and unusal sight (see: M. Roding et al., De blijvende verlokking, Kunstenaars uit de Lage Landen in Italxc3xafe, 1806-1940, Rotterdam 2003, p. 95). Although it is not known if Van Schendel actually visited Rome, the young shepherds inspired him to at least two paintings, of which the present lot is a fine example.

We wish to thank Jan de Meere for his kind assistance in cataloguing this lot.




In het Nederlands staat hier:
In Rome kwamen jonge flageolet spelers,
die ook wel Pifferari werden genoemd,
in december naar de stad om met het spelen
van kerstliedjes geld te verdienen.
Normaal leefden ze op de Campagna Romana,
het laagland gebied in de buurt van Rome.
Voor bezoekers uit Noord Europa was het een prachtig
en ongewoon gezicht.
Het is niet bekend of Van Schendel zelf Rome bezocht,
maar de jonge herders (want dat was hun reguliere beroep)
inspireerde hem ten minste tot twee schilderijen,
waarvan het huidige lot een mooi voorbeeld is.

Dhr. Jan de Meere wordt bedankt voor zijn hulp
bij het catalogiseren van het werk.


Petrus van Schendel, The young flageolet player.

Petrus van Schendel





Vanochtend ben ik gaan kijken naar Restauratie op zaal.
Een aanwinst van formaat van Petrus van Schendel.

In het Breda’s Museum is te zien hoe een groot werk van de Brabantse schilder
Petrus van Schendel, wordt gerestaureerd.
Lange tijd was er een kleiner schilderij bekend
dat bijna hetzelfde thema heeft:
De aanbidding der Herders.
Door dit schilderij wist men dat er een nog veel groter werkstuk
moest zijn dat ook een ‘Kersttafereel’ voorstelde.
Enige tijd geleden werd dit herontdekt in een kerk in Elsene (Brussl).
Het schilderij stond daar in een doopkapel.
Het schilderij was niet voor de ruimte gemaakt
maar kon er met moeite staan.
Het is namelijk 4,38 meter hoog en 3,3 meter breed.
Het werk heet “De geboorte van Christus”.
De foto’s van vanochtend, van de restauratie en de andere Van Schendels
die dit museum heeft vindt u hier.
Als tekst treft u een soort toespraak aan van naar ik aanneem de restaurateur.
De tekst was er te lezen en ik neem die hier over.
De foto’s zijn niet zo mooi als ik gehoopt had.
Er was veel kunstlicht waar ik geen invloed op had.
Maar het geeft toch wel een beeld.





Petrus van Schendel, De aanbidding der herders.


Soort zusje van het grote schilderij.
Overgenomen van een kaart.





Petrus van Schendel, De geboorte van Christus.














Dit kleinere deel van het schilderij is een stilleven op zich.
Brood en wild in een maand. Als cadeau?





Petrus van Schendel, De geboorte van Christus, detail..














Hier op dit deel van het schilderij zat een van de grotere beschadigingen.
Op de poster van de tentoonstelling is het gat te zien.














Breda, Bredaxe2x80x99s Museum, 26 oktober 2008.

De restauratie van een schilderij met het formaat van
De geboorte van Christus van Petrus van Schendel,
zoxe2x80x99n 4 x 3 meter vergt een speciale aanpak,
ik zal proberen in het kort iets te vertellen over de werkwijze
die we hier gevolgd hebben.
Bij de eerste inspectie van het schilderij in Brussel Elsene
werd vastgesteld dat de schade en vervuiling van het schilderij
omvangrijk waren;
scheuren, gaten en deformaties in het schilderslinnen.
Toch ondanks deze kwetsuren maakte het grote doek
geen volledig verzwakte indruk,
de schilder had indertijd voor topkwaliteit linnen gekozen.





De restaurateur John Post aan het werk.






De constructie die gebruikt is voor het vervoer van Brussel naar Breda.








Na het overwinnen van de transportproblemen met het schilderij:
de ingewikkelde methode om in de Heilige Kruiskerk te Elsene
het schilderij van de muur neer te laten,
de demontage van de vergulde lijst, het losmaken
van het beschilderde linnen van het spieraam
en de eerste schoonmaak van met name de achterzijde van het schilderij
waar zich uiteraard veel stof en gruis had verzameld konden we;
d.w.z. een team van transporteur Hiskia van Kralingen en ikzelf
het doek op een enorme houten rol draaien en meenemen naar Breda.
In de grote zaal boven, waar de restauratie plaatsvindt
kunt u dat hele proces bekijken op een doorlopende fotoprojectie.

Intussen was een speciale werkvloer gemaakt in de grote zaal
van het Bredaxe2x80x99s Museum waarover een verrijdbaar plateau
mij de gelegenheid moest bieden het schilderij te behandelen.
Hoewel dat geen gemakkelijke werkhouding oplevert,
was dat de enige mogelijkheid om beschadigingen
zoals scheuren in het midden van het 3 meter brede doek
te kunnen herstellen;
daarvoor is namelijk een gladde harde ondergrond nodig
en beschadigingen zouden niet bereikbaar zijn
als we een enorme tafel met een blad van 3 x 4 meter
op de normale werkhoogte hadden gemaakt.













De restauratie kom op 29 september worden aangevangen
nadat het doek was uitgerold op de werkvloer.
Even terug nu naar het losmaken van het schilderdoek
van het oude spieraam in Brussel Elsene;
daar was direct zichtbaar, dat het schilderij in haar lange bestaan
al meerdere malen was opgespannen en losgemaakt voor een transport.
De verzwakte en ingescheurde opspanranden
waren ter versterking beplakt met stroken linnen,
de lijm die gebruikt was bleek roggemeellijm,
een veelzijdig product, je kon het namelijk ook opeten;
dan heette het roggemeelpap,
misschien heeft iemand hier in de zaal het nog wel eens gegeten?
Deze stroken met de lijm lieten zich makkelijk volledig verwijderen
en boden mij de mogelijkheid om deze procedure
met moderne, verwijderbare ofwel reversibele middelen uit te voeren;
we noemen het aanbrengen van een randversterking nu striplining.

Er is gekozen voor een terughoudende wijze van restaureren,
tegenwoordig algemeen aanvaard;
zoxe2x80x99n 30 jaar geleden zou een dergelijk schilderij bedoekt zijn
met een bijenwas/hars preparaat dat als een hete vloeibare massa
werd uitgesmeerd op de achterzijde van het doek
en daarna met warme strijkijzers opnieuw verhit
en vloeibaar gemaakt om het bedoekingslinnen
aan het oude doek te sealen.
Deze werkwijze wordt nu niet meer gevolgd.
Het betekent een enorme operatie bij een dergelijk formaat schilderij
en er kleven een aantal belangrijke nadelen aan:
de zuren in de was kunnen kleurveranderingen veroorzaken
en de was is nooit meer uit het oude linnen te verwijderen.
Ook wordt het schilderij daardoor 3x zwaarder.













Het aanbrengen van een bedoeking,
ook met moderne reversibele materialen is de uiterste stap
die je als restaurateur doet;
dus alleen als het niet anders meer kan.

Bij deze restauratie is gekozen voor een aanpak
die het minst zou ingrijpen in de oorspronkelijke situatie;
een striplining voor de opspanranden
en het hechten van de scheuren in het linnen
met een speciaal daarvoor ontwikkeld smeltpoeder.
Als scheuren in schilderslinnen zo hersteld worden
is de kans op vervormingen later het kleinst.
Een groot gat in het doek, ongeveer 10 x 10 cm.
moest worden opgevuld met nieuw linnen,
dat op gelijkaardige wijze, namelijk met smeltpeder
gehecht werd aan de randen van het oude linnen.
Al deze handelingen:
het grondig schoonmaken van de achterzijde van het doek,
het voorbereiden en aanbrengen van de striplining,
het hechten van de scheuren
en het monteren van nieuw linnen in het gat werden uitgevoerd
terwijl het schilderij met de beeldzijde op de werkvloer lag.

Het moment van omdraaien van het schilderij was bijna aangebroken
en daarmee de vraag hoe je zoxe2x80x99n formaat doek
eigenlijk op de veiligste manier omdraait.
Gekozen werd voor het opspannen van het schilderij
op een tijdelijk spanraam en het omkeren in xc3xa9xc3xa9n,
zo mogelijk vloeiende beweging met een aantal mensen uit te voeren.
Op 13 oktober 2008 was het grote moment daar.
Alles verliep probleemloos en na het losmaken van het spanraam
kon ik eindelijk de grote schoonmaak beginnen,
een schoonmaak waar ik nog altijd mee bezig ben.
Dat schoonmaken begint met een aantal proefstukjes
om de aard van de vervuiling vast te stellen
en de juiste schoonmaakmiddelen uit te testen.
U moet hierbij denken aan zachte loogvrije zeep,
terpentijn, alcohol en aceton.





Petrus van Schendel, Portret van Geertruy van Schendel-Brocx.






Petrus van Schendel, De aanbidding der herders.






Petrus van Schendel, Jaarmarkt op de Grote Markt te Breda, 1863..






Petrus van Schendel, Jaarmarkt op de Grote Markt te Breda (detail).


Ik begrijp dat de muts van de vrouw en de Tiroler outfit van de man
typisch waren voor die tijd.





Petrus van Schendel, Schipbreuk op de rotsen, circa 1835.


Op het begeleidend schrijven viel te lezen:
Deze romantische voorstelling van een schipbreuk
is een vroeg werk van Van Schendel.
Hij schilderde de zee in volle heftigheid.
Exc3xa9n opvarende zoekt redding door zich vast te klampen
aan de afgebroken mast, een ander bidt om redding.





Petrus van Schendel, Schipbreuk op de rotsen (detail).






Petrus van Schendel, Zelfportret..






Petrus van Schendel, Zelfportret, 1869.


Op het begeleidend schrijven viel te lezen:
Een jaar voor zijn dood schilderde Van Schendel
dit statige zelfportret.
Zijn linkerarm ligt opvallend naast een stapeltje boeken.
Hij portretteert zich hier als schrijver en wetenschapper.





Petrus van Schendel, De vloek van Cain.









Petrus van Schendel, De aanbidding der herders (detail).





Kunstvaria

Alfred Sisley, Bridge at Hampton Court, 1874.


Alfred Sisley, Under the bridge at Hampton Court, 1874.

Dezelfde brug, een keer van opzij en een keer van onder.


Arnaldo Roche, I found him first (I’m a ghost in the theater of the subconscious), 2002.

Ik vond hem eerst (Ik ben de geest in het theater van het onderbewustzijn).
Moeilijke titel.
Maar wat vond hij dan?
Hij vond Vincent van Gogh.
Kijk maar eens goed, links op het schilderij.
Ik heb het hoofd er een beetje uitgelicht en een slag gedraaid.
Dan krijg je het volgende resultaat.

Vergelijk dat nu eens met bijvoorbeeld het volgende zelfportret
van Vincent van Gogh dat is gemaakt in 1887.


Carol Beckwith / Angela Fisher, Maasai bride, Kenya, 1995.


Claude Monet, Seine at Giverny (L’Ile aux Orties), 1897.


Eva Hild, Billow 2, 2007.


Francisco de Zurbaran, Agnus Dei, 1636 – 1640.

We gaan langzamerhand naar de Kerstdagen toe.
Dus zie je steeds meer religieuze afbeeldingen.
Al hoort dit Lam Gods meer bij Pasen.


Frank Stella, Uzlany II, 1973.

Een belangrijk werk in het oeuvre van Stella.
Hij gaat van twee naar driementionaal.
De titel verwijst naar een synagoge die door de Duitsers is verwoest in Polen.


Kees van Dongen, The wrestlers or Tabarin wrestlers, 1907 – 1908.


Miquel Barcelo, Ceiling human rights room, Geneva, 2008.

Dit is een zaal in Geneve, de zogenaamde Mensenrechten-zaal.
Het plafond is gemaakt door Miquel Barcelo.
De volgende foto toont het productieproces in actie. Spectaculair.


Morigami Jin, Reclining II, 2004.

Oude techniek, oud materiaal, moderne kunst.
Mandenvlechten met bamboe.


Mush-hushshu Dragon from Ishtar Gate, Babylon, 6th century BC.

Ik heb deze werken een keer in het echt gezien in Berlijn.
Heel indrukwekkend.
Ze komen uit het oude Babylon, het huidige Irak.
Zesde eeuw voor Christus, de Ishtar Poort.

Processional way, Striding lion, Babylon, 6th century BC.

Wandelende leeuw.


Olafur Eliasson.

Helaas alleen de naam van de kunstenaar.
Geen naam van het werk of jaartal.


Pieter Jansz. Saenredam, View of the choir of the Sint-Mariakerk in Utrecht, 1662.

Bij Saenredam weten we haast altijd en heel precies wat de afbeelding voorstelt:
Gezicht op het koor van de Sint Mariakerk in Utrecht.


Roy Lichtenstein, Interior with red wall..


Salomone de’ Grassi, The Trinity.

De drie-eenheid, eerste helft van de 15e eeuw.
Mooie engeltjes.


Seated musician, Qin dynasty, 221-206 BC, terracotta.

Zittende muzikant, terracota uit China.


Sebastiao Salgado, Workers emerging from a coal mine, Dhanbad, Bihar, India, 1989.

Arbeiders komen tevoorschijn uit een kolenmijn in de staat Bihar in India.


Stephen Dupont, Searching for weapons (in Afghanistan), 2005.

De titel van deze foto is: zoeken naar wapens.
Dat overleg in Uruzgan met de Amerikanen kan moeilijk worden.


Susan Hiller, The J-Street Project, 2002-2005.

In het kader van dit project heeft de fotograaf geprobeerd
alle straten in Duitsland waar het woord ‘Juden’ (Joden) in voorkomt
te fotograferen. Hier gaat het om een straat in Coburg: Judenberg.


William Holman Hunt, The triumph of the innocents, 1883 – 1884.

De overwinning van de onschuldigen.
Bijzondere titel want je ziet hier de vlucht naar Egypte, Maria, Jozef en Christus
en een groot aantal kinderen die kort erna vermoord worden.


William Wendt, The silent summer sea, 1915.


Yoko Ono, Sky ladder, 2008.


 

Petrus van Schendel

Gisteravond kreeg ik nog een aanvulling op de informatie
en foto van “De geboorte van Christus” van Petrus van Schendel.
Voor alle duidelijkheid plaats ik hier de foto nogmaals:


Petrus van Schendel: De geboorte van Christus, 1858. PS. Voor de volledigheid: op de foto ziet u restaurator John Post op de ladder en de directeur van het Breda’s Museum, Jeroen Grosfeld, die de centimeter aan de onderzijde vasthoudt.


Hartelijk dank aan de maker van deze foto die ook de aanvullende toelichting gaf.
Ik ga morgen met veel plezier kijken in het Breda’s museum
en hoop naar aanleiding van dat bezoek hier nog meer foto’s
te kunnen laten zien van het schilderij en de restauratie.

Petrus van Schendel

Terrecht werd ik er vandaag op gewezen
dat ik een verkeerd schilderij heb opgenomen
in mijn verhaal van 17 november jl.
Ik heb het inmiddels verbeterd en laat hier de e-mail zien
die ik vandaag ontving.

Ik wil de afzender hartelijk bedanken!

L.S.,

in uw bericht van 17 november plaatste u helaas de verkeerde foto bij het bericht over de restauratie van ‘De geboorte van Christus’, van Petrus van Schendel (1806-1870), het schilderij dat thans gerestaureerd wordt in het Breda’s Museum. Uw foto stelt de ‘Aanbidding van de herders’ voor, een schilderij dat Petrus van Schendel ca. 1849 schilderde en deel uitmaakt van de collectie van het Breda’s Museum. ‘De geboorte van Christus’ is een groot schilderij (ca. 4 x 3 meter), zoals u op de foto kunt zien, en dateert van 1858. De foto is genomen in de voormalige doopkapel van de Heilige Kruiskerk te Elsene (Brussel), kort voor het moment dat het in langdurige bruikleen naar het Breda’s museum vertrok om daar een dringende restauratie te ondergaan. De gaten zijn inmiddels gerestaureerd en het schoonmaak- en retoucheerproces is bijna voltooid. Tot 12 december kan het publiek in het museum nog de laatste restauratieactiviteiten, verricht door John Post, volgen. Van harte aanbevolen.Met vriendelijke groeten,



De schilderij dat ik per ongeluk verkeerd gebruikte
is inmiddels toegevoegd aan het bericht van 18 november.
Het zou jammer zijn als dat nu niet te zien was.

Paleis van de grootmeester

Het bezoek aan het “Paleis van de Grootmeester” in Rhodos-stad
was een heel spectaculaire opening
voor een mooie, warme en vermoeiende dag.
een beetje veel foto’s, maar ja je kent me.
Het paleis is eigenlijk het hoofdkwarties van de ridderorde van Rhodos.
De Johannieter-orde.
Een groep kruisridders die ook wel hospitaalridders werden genoemd.
Hun verblijf op Rhodos begon omdat ze uit Palestina werden verdreven.
Ze werden in 1522 uit Rhodos verdreven
en bleven daarna nog lang actief op Malta.
In de hooftij dagen van de orde waren ze een staat in een staat.
Ze bezaten land en heerste daar.

Het gebouw is pas in 1940 voltooid door de Italianen.
Ze hadden toen Rhodos bezet.
Het gebouw is imposant en van binnen prachtig.
Veel van de kamers en zalen hebben mozaieken op de vloer.
Vaak afkomstig uit Kos.
Opgegraven en gerestaureerd door de Italianen.
Kijk en geniet mee.

Toegangskaartje.


Binnenplaats.


Wapen van de orde (?).


De trap zet de toon.




















Kopie van de Laocoon-groep.

Wikipedia:
De Laocoongroep, ook wel Laocoon en zijn zoons genoemd,
is een monumentaal beeldhouwwerk,
waarschijnlijk tussen 40 v.Chr. en 20 v.Chr. gemaakt op het eiland Rodos.
Volgens de Romeinse schrijver Plinius is het gebeeldhouwd
door Agesandros en zijn zoons Athenedoros en Polydoros.

De Laocoongroep staat in de Vaticaanse musea in Vaticaanstad in Rome.

De Laocoongroep is een van de beroemdste beeldengroepen
uit de Oud-Griekse beeldhouwkunst.
Het beeld stelt de Trojaanse priester en ziener Laocoon met zijn twee zoons,
Thymbraeus en Antiphantes, voor.
Het beeld is geplaatst op een binnenplaats
in de Vaticaanse musea in Rome.
Let vooral op de details (Hellenistisch):
de gezichtsuitdrukkingen zijn goed nagebootst.

Het verhaal achter deze afbeelding is dat de Trojaanse priester Laocoon
de Trojanen wilde waarschuwen om het paard van Troje niet binnen te halen.
Volgens de overlevering werden de priester en zijn zoons
vervolgens gewurgd door slangen van Poseidon.
Uitgebeeld wordt het moment waarop de Laocoon en zijn zoons gewurgd worden
door twee slangen die gestuurd zijn door Poseidon (of Pallas Athena).


Nog meer slangen, nu uit het hoofd van Medusa.

Mozaiek met afbeelding van het hoofd van Medusa.
Uit Romeins gebouw op Kos.
Linkerzijde is nieuw.



Vroeg Byzantijns.
Afkomstig uit de Basiliek van Johannes op Kos.
Tweede helft van de vijfde eeuw na Christus.


Mozaiek uit twee delen.
De rand is afkomstig van Rhodos.
Het thema in het midden is uit Kos, derde eeuw na Christus.

De rand.

Het hele mozaiek.


Mozaiek met een nimf die op een zeepaard rijdt.






In de verte de moskee.



De 9 muzen.







 

Petrus van Schendel

Schendel, Petrus van (1806-1870)

Schilder van kaars, lamp en lichten.

Auteur: W.M.J.I. van Giersbergen
Op 21 april 1806 werd Petrus van Schendel geboren in Terheijden
als zoon van Gijsbertus van Schendel en Geertruida Brox.
Na de dood van zijn vader verhuisde het gezin naar Breda.
In 1830 trouwde Petrus met de Amsterdamse Elizabeth Grasveld.
Uit dit huwelijk werden dertien kinderen geboren.
Elizabeth stierf in 1850 in Brussel.

Petrus hertrouwde in 1851
met de vijftien jaar jongere Amsterdamse Johanna Eyrond.
Uit dit huwelijk werden nog twee kinderen geboren.
Johanna overleed al op 32-jarige leeftijd, twee jaar na haar huwelijk.
Daarop trouwde Van Schendel in 1854
met de Brusselse weduwe Isabelle van Wilder.
Petrus van Schendel stierf op 28 december 1870 in Brussel.

Petrus van Schendel, An evening delight, 1847.

Al vroeg werd Petrus’ tekentalent ontdekt door een gepensioneerd officier
die hem adviseerde een kunstopleiding te volgen.
Vertrouwend op het advies van de officier stuurde de familie
Petrus naar Antwerpen.

Daar genoot hij van 1822 tot 1828 onderwijs
aan de Academie voor Schone Kunsten,
die geleid werd door de historieschilder Matthijs van Bree.
Wilde men als Brabander in het begin van de vorige eeuw
gedegen kunstonderwijs volgen
dan was men genoodzaakt om dit buiten de eigen regio te zoeken.
Gelet op de mentaliteit en de geografische ligging
lag het voor de hand dat Petrus naar Antwerpen vertrok.
Bovendien was het onderwijs er gratis en kon men er
met zowel de Nederlandse als de Franse taal terecht,
dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Brussel of Luik.
Ook Van Schendels stadgenoten, de schilders Willem Reinhardt Kleyn,
Jacobus Huysmans en zijn zoon Constantinus Huysmans
bezochten de Antwerpse academie.

Petrus keerde in 1828 terug en verbleef afwisselend in Breda,
waar hij introk bij zijn broer Antonius, en in Amsterdam.
Rond 1829 was hij druk bezig een carriere op te bouwen
waarvoor hij contact aanknoopte
met de Haagse kunsthandelaar Johannes Immerzeel.
Het blijkt dat hij toen al heel martktgericht was en zijn werk,
hoe dan ook, van de hand wilde doen.
Wegens voortdurend geldgebrek was hij echter gedwongen
zijn schilderijen ver onder de vraagprijs aan de kunsthandelaar te verkopen.
Maar hij accepteerde niet alles,
want toen Immerzeel opmerkingen maakte over fouten in het perspectief
wees Van Schendel hem terecht met de opmerking
dat hij in 1828 op de academie een gouden medaille
voor doorzichtkunde (perspectief) had ontvangen.
Ondanks de vele compromissen die hij sloot,
bleef hij overtuigd van zijn kwaliteit en voorspelde hij Immerzeel
dat zijn werk in de toekomst veel geld zou opleveren.

En hij kreeg gelijk.
Tussen 1858 en 1872 zou Van Schendel,
samen met onder andere Jozef Israels, Diederik Jamin en Philip Sadxe9e,
tot de best betaalde schilders van Nederland behoren.
Maar Van Schendel verwierf in de vorige eeuw
dan ook nationale en internationale roem als fijnschilder
van kaars- en lamplichttaferelen.
Dit in zijn tijd zeer gewaardeerd genre beoefende hij zijn hele leven.
Ook Johannes Rosierse en Petrus Kiers,
de Bredanaars Wilhelmus Kerremans en Andreas Vermeulen
alsmede de Bosschenaren Jan Hendrik Grootvelt
en Thomas van Leent waren belangrijke vertegenwoordigers
van deze stroming.

Petrus van Schendel, Markt in de avond, Den Haag.

Nocturnes of schilderijen met maan- en kaarslicht
waren een zeventiende-eeuws genre dat in de vorige eeuw
opnieuw tot grote bloei kwam.
In de nocturnes dienden de maan en de sterren als natuurlijke lichtbron.
Een kaars, toorts of olielampje fungeerde als kunstmatige lichtbron.
Van Schendel schilderde ontelbare markt- en straattaferelen bij avond
en zijn productiviteit schijnt ongelooflijk te zijn geweest.
Daarnaast vervaardigde hij ook landschappen, zeegezichten,
binnenhuizen, portretten en ‘gewijde geschiedenis’,
dat wil zeggen religieuze historiestukken,
bijna allemaal met lichteffecten.
Voor hem was het een ‘specialite de la maison’
en in Belgie en Frankrijk werd hij dan ook ‘Monsieur Chandelle’ gexadnoemd.

Ook noviteiten op het gebied van kunstlicht,

zoals de uitvinding van het elektrisch licht,
nam hij in zijn werk op.
Zo exposeerde hij in 1869 zijn ‘Winters feest in de tuin
van de Zoo te Brussel met Bengaals vuur en elektrisch licht’.

Petrus van Schendel, Marktplein bij avond, Rotterdam, 1853.

Om door te dringen tot het kunstcircuit zag Van Schendel
zich genoodzaakt de provincie te verlaten.
Wel onderhield hij contact met Terheijden en met Breda,
de stad waar hij zijn jeugd doorbracht.
Zo exposeerde hij in 1845 en 1863 in Breda.
En aan de parochiekerk van Terheijden schonk hij
het ‘Nachtbezoek van de H. Paulus aan de H. Antonius’.
In 1830 was Petrus definitief uit Brabant vertrokken
en had hij zich in de hoofdstad gevestigd.
Dit verblijf was echter van korte duur want twee jaar later
verhuisde hij naar Rotterdam.
Vanwege de slechte lucht vertrok hij in 1838 naar Den Haag.
Intussen waren uit zijn huwelijk met Elisabeth Grasveld
dertien kindexc2xadren geboren.
En omdat Brussel kennelijk over betere opvoedingsmogelijkheden
beschikte dan Nederland,
vertrok Petrus in 1845 met zijn gezin definitief
naar de Belgische hoofdstad.

Petrus van Schendel, Vismarkt op de Groenmarkt te Den Haag.

Hij had geen betere keus kunnen maken.
Op dat moment had Brussel een internationale uitstraling
en fungeerde de stad als tussenstation voor de Franse kunst naar Nederland.
Van Schendel was commercieel een zeer succesvol artiest
en wist zijn werk zeer goed te verkopen.
Hij nam deel aan vele tentoonstellingen in Nederland,
maar ook in Antwerpen, Brussel, Gent, Parijs en Londen.
Hij ontving daarbij zilveren medailles in Den Haag (1839)
en Brussel (1842) en gouden medailles in Brussel (1845),
Parijs (1844 en 1847) en Manchester (1849).
Zijn schilderijen werden in belangrijke Europese collecties opgenomen
zoals in die van koning Willem II en koning Leopold I van Belgie.

In het begin van zijn loopbaan was de kunstkritiek vol lof
over de lichtweergave en de zorgvuldige, nauwkeurige behandeling.
Maar naarmate zijn kaarslichtwerken veelvuldig
op exposities verschenen en vaker op een maniertje gingen lijken,
waren er ook andere geluiden te horen.
Men bracht veel waardering op voor de kwaliteit van zijn werk,
maar men wilde wel graag enige vernieuwing en inspiratie zien.
De waardering voor Van Schendel bleef,
maar het kaars- en lamplichtgenre raakte
aan het eind van de vorige eeuw uit de mode.
En al op het eind van zijn leven werd Van Schendel
met name door vooruitstrevende critici
als ouderwets beschouwd.
Hij werd immers als een navolger gezien en niet als vernieuwer.
Dergelijke kritiek had echter nauwelijks invloed
op het grote publiek en nog lang na zijn dood
werd zijn werk goed verkocht

Petrus van Schendel, Aanbidding van de herders, circa 1849.

Behalve een gevierd schilder was Van Schendel
ook een bekwaam werktuigkundige en uitvinder.
In 1841 werd hem een koninklijk octrooi verleend
voor zijn uitvinding tot verbetering van de schoepen
bij stoomvaartuigen.
Zijn vinding voorkwam verspilling van energie
en ging het schokken van de vaartuigen tegen
zodat het reizen aangenamer werd.
Al lange tijd lang hadden ingenieurs zich
met dit probleem beziggehouden,
maar Van Schendel was erin geslaagd
een constructie te ontwikkelen die door haar eenvoud
geschikt was om uitgevoerd te worden.
Ook deed hij enkele uitvindingen ten behoeve
van de droogmaking van het Haarlemmermeer.
Daarnaast schreef hij in 1848 een werk
over het ontginnen van heidevelden in de Kempen
onder vermelding dat hij de uitvinder was
van de ‘l’Hxe9lice hydraulique pour irrigation’
en in 1853 over het zijdelings schudden van spoorrijtuigen.

Petrus van Schendel, Zomeravond bij lamp en maanlicht.

Op het gebied van de tekenkunst stelde hij een werk samen
over gelaatsuitdrukkingen waarvoor hij enkele koppen etste.
Bovendien ontwikkelde hij de methode
Nieuwe leerwijze van Doorzichtkunde die hij in 1861
bij J. Hermans in Breda liet uitgeven.
Deze methode was bedoeld voor kunstenaars die zich
in het perspectief wilden bekwamen,
een specialiteit waarin Van Schendel zelf zeer bedreven was.
Petrus van Schendel stierf op 28 december 1870 in Brussel.
In 1881 kwam zijn nalatenschap, waaronder tekeningen,
aquarellen en ruim honderd schilderijen, in Brussel onder de hamer.