Een ontmoeting met een stele in de 6e eeuw

De lucht in de grot is koel en ruikt naar vochtige kalksteen
en uitgebluste lampolie.
Terwijl je naar binnen stapt, hoor je het zachte kraken van zand onder je voeten
en het gedempte druppen van water ergens verderop in de duisternis.
Het licht is zwak; alleen een paar olielampen werpen trage,
flakkerende cirkels op de wanden.
Voor je staat een Boeddha die uit de steen lijkt te treden,
— Shakyamuni, de historische Boeddha, ooit geboren als Siddhartha Gautama,
de leraar die verlichting bereikte en wiens inzicht hier in steen is vastgelegd.
Zijn lichaam vangt het schaarse licht,
terwijl de gegraveerde aureool eromheen het licht niet weerkaatst
maar lijkt te verzamelen.
De lijnen trillen zacht in de schaduw, alsof ze ademen.
Links en rechts verschijnen bodhisattva’s in fijne gravure,
nauwelijks materieel, als figuren die in het licht zelf wonen.

Een monnik schuift langs je heen, zijn sandalen schrapen over de vloer.
Hij draagt een kleine bronzen lamp en vult de oliereservoirs bij.
De geur van verse olie mengt zich met die van de grot.
Hij buigt kort naar de Boeddha en verdwijnt weer in de schemering.

Achter je klinkt het zachte gefluister van twee bezoekers
die net zijn binnengekomen.
Hun stemmen echoën tegen de wanden, worden opgenomen door de stilte
en sterven weg.
Je hoort hoe iemand een muntje neerlegt op een stenen rand
— een klein gebaar, nauwelijks hoorbaar, maar vol betekenis.

Je loopt om de stele heen, zoals iedereen hier dat doet.
Op de achterkant zie je twee rijen kleine figuren, zorgvuldig gegraveerd,
elk met een lotusknop in de handen.
De bloem komt net boven hun hoofd uit,
een belofte die nog moet opengaan.
Naast hen staan hun namen, hun herkomst, hun titels.
Je leest ze, één voor één, en je ziet de gemeenschap
die zich hier verzameld heeft: ambtenaren, families, reizigers,
mensen die hun verdiensten wilden vastleggen in steen.

De Boeddha aan de voorkant, de mensen aan de achterkant
— twee werelden die elkaar raken in dit ene object.
En terwijl je daar staat, in het zwakke licht van de grot,
met het zachte druppen van water en het fluisteren van bezoekers om je heen,
voelt het alsof de stele niet alleen een offer is,
maar een ontmoeting: tussen licht en lichaam,
tussen devotie en verschijning,
tussen de wereld van toen en het moment waarin jij nu staat.

In de 6e eeuw zou deze ervaring niet uitzonderlijk zijn geweest.
In de rotskapellen van Longmen of Yungang,
of in de houten hallen van een boeddhistische tempel.
Daar stonden steles als deze opgesteld als votiefobjecten: stenen offers.

DSC05558ZürichMuseumRietbergVotiveSteleWithBuddhaShakyamuniChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyRCH106KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydt

Zürich, Museum Rietberg, Votive stele with Buddha Shakyamuni, China, Northern Wei Dynasty, early 6th century CE. RCH 106. Kalkstein, geschenk Eduard von der Heydt.


Een Boeddha die verschijnt uit steen

Op de voorzijde van de stele staat een Boeddha
die onmiddellijk herkenbaar is als Noordelijke‑Wei:
langgerekt, met een smal, spits gezicht, amandelvormige ogen
en een lichaam dat bijna cilindrisch omhoog rijst.
Zijn gewaad is opgebouwd uit scherpe, lineaire plooien
die eerder getekend lijken dan gebeeldhouwd.

Maar het meest opvallende is niet zijn stijl, maar zijn status in de steen:
de Boeddha is het enige element dat werkelijk in reliëf is uitgevoerd.
Hij heeft massa, schaduw, aanwezigheid.
Hij treedt uit de steen naar voren.
Alles om hem heen
– aureool, mandorla, bodhisattva’s, ornamentiek –
is daarentegen gegraveerd.
De kunstenaar maakt daarmee een radicaal onderscheid
tussen lichaam en licht, tussen incarnatie en atmosfeer.

Het onderscheid: drie concentrische werkelijkheden

De voorzijde is opgebouwd uit drie lagen, elk met een eigen beeldtaal.

De Boeddha: het enige belichaamde wezen

Zijn hoofd en bovenlichaam zijn volledig in reliëf.
Hij is tastbaar, aanwezig, een lichaam in de wereld.
Dit is de enige figuur die werkelijk “bestaat” in de fysieke ruimte van de steen.

De aureool en mandorla: zones van licht

Rond het hoofd ligt een gegraveerde aureool: een strakke cirkel,
gevuld met radiale lijnen en florale motieven.
Daaromheen ligt de mandorla: groter, amandelvormig,
gevuld met ornamentiek en kleine hemelse figuren.

Beide zones zijn licht, niet lichaam.
Ze hebben geen volume, maar wel intensiteit.
Ze markeren de Boeddha als verheven, maar niet door hem groter te maken
– door hem te omringen met straling.

De kosmische achtergrond: ornament buiten de mandorla

Buiten de mandorla gaat de gravure verder:
florale patronen, cirkelbogen, ranken.
Deze zone is nog lichter, nog abstracter.
Het is de kosmos waarin de Boeddha verschijnt,
een ruimte die niet door hem wordt geraakt maar hem wel omgeeft.

DSC05558ZürichMuseumRietbergVotiveSteleWithBuddhaShakyamuniDetailLinksVanDeBuddha

De bodhisattva links van de Buddha.


Gegraveerde bodhisattva’s: begeleiders in licht, geen lichamen

Links en rechts van de Boeddha staan bodhisattva’s, volledig gegraveerd.
Ze dragen kronen, sieraden en sluiers,
en hun draperie is even verfijnd als die van de Boeddha
– maar zonder volume.
Ze behoren tot dezelfde sfeer als de mandorla:
aanwezig, maar niet belichaamd.

De inscriptie bij de linker figuur, 中尊菩薩像, identificeert hem
als een bodhisattva binnen een triade.
De rechter figuur vormt de tegenhanger.
Samen flankeren ze de Boeddha en markeren ze hem
als de centrale verhevene,
maar ze blijven in de zone van licht, niet in de zone van lichaam.

DSC05560ZürichMuseumRietbergVotiveSteleWithBuddhaShakyamuniChinaNorthernWeiDynastyDetailRechtsVanDeBuddha

De bodhisattva rechts van Buddha.


De functie van de gravure: licht, atmosfeer, theologie

De gravures vervullen drie functies:

  • Theologisch: ze onderscheiden de Boeddha als enige die incarneert; de rest is manifestatie.
  • Visueel: ze creëren een ritmische, grafische wereld die de Boeddha optisch naar voren duwt.
  • Symbolisch: de florale motieven echoën de lotus, het symbool van zuiverheid en spirituele groei.

De gravure is dus geen decoratie, maar een visuele theologie:
een manier om te laten zien dat de Boeddha verschijnt in een veld van licht.

Samenhang voor- en achterkant: lichaam en gemeenschap

Wanneer je de stele als geheel bekijkt, ontstaat een prachtige symmetrie
tussen de twee zijden.

Voorkant: de Boeddha verschijnt in reliëf, omringd door gegraveerde lichtwezens en kosmische ornamentiek.

Achterkant: de gemeenschap van donoren verschijnt in gestileerde figuren, elk met een lotusknop die net boven het hoofd uitkomt, en met inscripties die hun namen, functies en herkomst vastleggen.

De lotus die de donoren dragen is een echo van de florale patronen
aan de voorkant.
De gegraveerde namen van de donoren spiegelen
de gegraveerde bodhisattva’s en ornamenten rond de Boeddha.
De Boeddha is het enige lichaam in reliëf;
de donoren zijn de enige mensen met namen.

Zo wordt de stele een tweeluik:

  • Voorzijde: de Boeddha die verschijnt.
  • Achterzijde: de gemeenschap die zich tot hem wendt.

Beide zijden zijn verbonden door dezelfde beeldtaal van licht, lijn en lotus.

DSC05560ZürichMuseumRietbergVotiveSteleWithBuddhaShakyamuniChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyRCH106KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydt



Samen met Copilot heb ik een aantal van de teksten
op de achterzijde doorgenomen.
Ik kan de karakters zelf niet interpreteren dus vooraf een kleine disclaimer.

In totaal hebben we van 6 figuren, 4 van de bovenste rij en
2 uit de onderste rij bekeken.
Drie van de teksten zijn op een van de foto’s in deze blog goed te herkennen.

Tekst 1 vanaf links:

De inscriptie die je hebt geüpload bevat de woorden:
侍郎弟子翰林院
Letterlijk: “Leerling van de Assistant‑Minister, Hanlin‑Academie.”
Dat is een titel- of statusformule, geen persoonsnaam.
Zulke formules komen vaak voor op boeddhistische steles
uit de Tang‑ en Song‑periode, en ze verwijzen meestal naar:

  • 侍郎 (shilang) — een hoge ambtelijke rang, vaak vertaald als Assistant Minister of Vice Minister.
  • 弟子 (dizi) — letterlijk leerling, maar in boeddhistische context vaak toegewijde, volgeling, schenker, donateur.
  • 翰林院 (Hanlin yuan) — de prestigieuze Hanlin Academie, een elite-instituut van geleerden die dicht bij de keizerlijke hofcultuur stonden.

Samen betekent het dus iets als:
“Een toegewijde (of leerling) van een Assistant Minister, verbonden aan de Hanlin‑Academie.”

Het is dus een statusaanduiding van de schenker of opdrachtgever,
niet van de afgebeelde figuur.

Figuur in het midden:
樓 / 弟子趙發女侄

De inscriptie bestaat uit twee delen:

  • 樓 Dit is waarschijnlijk een familienaam (Lóu). Op steles wordt een familienaam vaak bovenaan geplaatst als kopje.
  • 弟子趙發女侄 Dit kun je als volgt lezen:

弟子 — “leerling / toegewijde / volgeling / schenker”

趙發 — een persoonsnaam: Zhao Fa

女侄 — letterlijk “nichtje (dochter van een broer)”

Samen betekent dit:
“De vrouwelijke nicht van de toegewijde Zhao Fa, van de familie Lou.”
Of iets vrijer:
“Lou — nicht (vrouwelijke verwant) van de toegewijde Zhao Fa.”

Meest rechtse in de serie van 3:

De inscriptie die je nu laat zien — 雷弟子 / 落峒者 —
past opnieuw precies in het patroon van donoridentificaties
op Noordelijke‑Wei‑steles.
De karakters zijn archaïsch en licht gestileerd,
maar de betekenis is goed te reconstrueren.

Wat er staat en hoe het gelezen wordt


  • Dit is vrijwel zeker een familienaam (Léi). Net als bij de eerdere inscripties staat de familienaam bovenaan, als een soort label voor de donorfiguur.
  • 弟子
    Dit betekent opnieuw “toegewijde / leerling / volgeling / schenker”. In deze context verwijst het naar de persoon die de figuur representeert.
  • 落峒者
    Dit is het meest interessante deel. De combinatie kan op twee manieren worden gelezen:

    • 落峒 kan een plaatsnaam zijn (een dorp, gehucht of regio).
    • 者 betekent “persoon / degene die…”.

Samen wordt het dan:
“Persoon afkomstig uit Luodong” of “Degene uit (de plaats) Luodong.”

Plaatsnamen met 峒 komen vaker voor in Zuid‑Chinese en grensgebieden (Hunan, Guangxi, Guizhou), maar ook in oudere teksten als aanduiding voor kleine nederzettingen of bergdorpen.

Tekst bij figuur helemaal rechts buiten de foto:

Waarschijnlijke lezing
De meest consistente interpretatie binnen de context van de stele is:
“Duan — de toegewijde He, verbonden aan de (militaire) Ma‑afdeling / Ma‑eenheid.”
Of iets vrijer:
“De donor He van de familie Duan, uit de Ma‑eenheid.”

Hoe dit past in het geheel van de stele.

De vier inscripties die je nu hebt:
侍郎弟子翰林院 — hoge ambtelijke donor
樓弟子趙發女侄 — familierelatie binnen een donorcluster
雷弟子落峒者 — donor met geografische herkomst
端弟馬校何 — donor met militaire affiliatie
…vormen samen precies het soort mini‑gemeenschap
dat je op Noordelijke‑Wei‑votiefsteles ziet:
een netwerk van verwanten, ambtenaren, militairen
en regionale volgelingen die gezamenlijk een stele laten oprichten.



DSC05561ZürichMuseumRietbergVotiveSteleWithBuddhaShakyamuniChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyRCH106KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtAchterkant

Achterkant: gemeenschap in steen, verbonden door lotus

De achterkant van de Noordelijke‑Wei‑stele in het Museum Rietberg
bestaat uit twee horizontale rijen met kleine donorfiguren.
Ze zijn niet bedoeld als portretten:
elke figuur is identiek, met dezelfde houding, dezelfde kleding
en hetzelfde attribuut.
Het onderscheid zit volledig in de korte inscripties ernaast,
waarin namen, functies, herkomstplaatsen en familiebanden worden genoemd.
Samen vormen ze een sociale dwarsdoorsnede van de gemeenschap
die deze stele heeft laten oprichten.

De lotus als bindend motief

Wat deze donorfiguren bijzonder maakt, is dat iedereen
een lotusknop in de handen draagt,
met de bloem die net boven het hoofd uitkomt.
Dat detail is niet decoratief, maar symbolisch geladen.

De lotusknop staat voor potentie en toekomstige verdienste: de bloem is nog niet geopend, net als de spirituele weg van de donor.
De positie boven het hoofd verwijst naar verheffing en bescherming: de donor staat letterlijk onder de belofte van de Dharma.
Omdat alle figuren dezelfde lotus dragen, worden ze ritueel gelijkgesteld, ongeacht hun sociale rang of achtergrond.
De lotus is daarmee het visuele bindmiddel van de hele groep:
een gedeeld gebaar van devotie dat alle individuele verschillen overstijgt.

De bovenste rij: titels, functies en herkomst

De inscripties uit de bovenste rij tonen donoren
met een duidelijke sociale status. Enkele voorbeelden:

侍郎弟子翰林院 “Toegewijde van een Assistant‑Minister, verbonden aan de Hanlin‑Academie.” Een donor uit de hoogste ambtelijke kringen.
樓 / 弟子趙發女侄 “Lou — vrouwelijke nicht van de toegewijde Zhao Fa.” Een familierelatie binnen een donorcluster.
雷弟子落峒者 “Lei — de persoon afkomstig uit Luodong.” Een donor die via zijn herkomst wordt geïdentificeerd.
端弟馬校何 “Duan — de toegewijde He, verbonden aan de Ma‑eenheid (militaire afdeling).” Een donor met een militaire achtergrond.

Deze rij vertegenwoordigt de prominente leden van de gemeenschap:
ambtenaren, militairen, mensen met een duidelijke regionale identiteit
en familieleden van hoofddonoren.
De lotus maakt hen in de afbeelding echter niet groter
of belangrijker dan de anderen:
hun gelijkwaardigheid wordt visueel benadrukt.

De tweede rij: lekenvolgelingen en regionale namen

De inscripties uit de tweede rij tonen donoren zonder hoge rang,
maar met even zorgvuldig genoteerde namen. Voorbeelden:

熊宗寧來記官 “Xiong Zongning, registrerend ambtenaar.” Een lage tot middelhoge administratieve functie.
補東子終不當 “Bu‑Dong — de toegewijde Zongbudang.” Een samengestelde familienaam en een fonetische of regionale persoonsnaam.

Deze rij toont de brede basis van de gemeenschap:
gewone lekenvolgelingen die net zo goed deel uitmaken van de dedicatie.
Ook zij dragen dezelfde lotusknop, waardoor hun bijdrage ritueel
even zwaar telt als die van de hooggeplaatste sponsors.

DSC05562ZürichMuseumRietbergVotiveSteleWithBuddhaShakyamuniChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyRCH106KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtAchterzijde

Een collectieve daad van verdienste

De achterkant van de stele is daarmee geen decoratie,
maar een zorgvuldig geordend register van mensen, relaties en functies.
De inscripties individualiseren; de lotus uniformiseert.
Samen vormen ze een gemeenschap die in steen is vastgelegd,
ieder met zijn of haar eigen naam,
maar verbonden door hetzelfde gebaar van devotie.

Afsluiting

De stele zelf heeft een bladachtige vorm die naar boven toe taps toeloopt,
en juist in dat spits eindigende deel helt het oppervlak een fractie naar voren.
Niet het lichaam van de Boeddha, maar de zone bóven zijn hoofd
beweegt licht naar de kijker toe.
Die subtiele kromming maakt de fijn gegraveerde ornamentiek
in de bovenste kosmische zone beter zichtbaar
en geeft de stele een zachte, opwaartse dynamiek.
Omdat ook de achterkant volledig is uitgewerkt met twee rijen donoren
en inscripties, moet de stele vrij in de ruimte hebben gestaan,
zodat bezoekers eromheen konden lopen en beide werelden konden ervaren:
de Boeddha die verschijnt, en de gemeenschap die hem draagt.


Boekbespreking van een graphic novel

DossierRestitutieDocumenterend

Een graphic novel over een schilderij dat getuige wordt

Inleiding

Ik koos Twee Naakte Meisjes niet omdat ik de geschiedenis kende.
Integendeel: ik wist niets van de Littmann‑collectie,
niets van de herkomst van het schilderij,
niets van de rol die Otto Mueller of Museum Ludwig in dit verhaal speelden.
Ik kocht het boek zoals ik wel vaker stripverhalen koop:
eens in de zoveel tijd, meestal rond een langer weekend,
loop ik een vaste winkel binnen, kijk waar de nieuwe titels liggen
en kies op basis van een paar vluchtige indrukken vijf of zes boeken uit.
Deze keer was dat tijdens carnaval.
Twee naakte meisjes zat ertussen.
De tekenstijl viel op, maar was niet doorslaggevend.
De tekenaar kende ik niet.
Wat me trok was iets anders: een verhaal over kunst en nazi’s
— een combinatie die altijd beladen is, maar waarvan je nooit weet
welke kant het opgaat.
Pas tijdens het lezen, via de getuigenis van het schilderij zelf,
begon de geschiedenis zich te ontvouwen.
Luz zorgde ervoor dat ik het verhaal niet koos,
maar dat het verhaal míj koos.

IMG_9052Luz(RénaldLuzier)DeuxFillesNuesTweeNaakteMeisjes

Luz (Rénald Luzier), Deux Filles Nues / Twee Naakte Meisjes.


Een graphic novel over een schilderij dat getuige wordt

Wat Luz doet in Twee Naakte Meisjes is opmerkelijk:
hij laat een schilderij spreken.
Niet als trucje, maar als een manier om een eeuw geschiedenis te tonen
door de ogen van een object dat nooit heeft kunnen wegkijken.
Dat perspectief krijgt extra gewicht wanneer je weet wie Luz is.
Als overlevende van de aanslag op Charlie Hebdo
tekent hij sindsdien met een scherp bewustzijn
van geweld, vernedering en de kwetsbaarheid van beelden.
In dit boek voel je die onderstroom voortdurend:
het schilderij is geen personage, maar een getuige — net als Luz zelf.

Een werk dat ruimte laat voor verrassing en verbeelding

Opvallend is dat Luz niet kiest voor een beroemd werk
van Kirchner, Beckmann of Kandinsky
— kunstenaars die veel bekender zijn en die ook prominent aanwezig waren
in de tentoonstelling Entartete Kunst.
Hij kiest voor Twee naakte meisjes (1919) van Otto Mueller,
een schilderij dat buiten kunsthistorische kringen nauwelijks bekend is.
Dat is geen toeval.
Een iconisch werk draagt een hele geschiedenis van interpretaties met zich mee;
het is al “bezet” door kunsthistorische stemmen.
Maar er speelt nog iets anders: het verrassingseffect.

IMG_9053Luz(RénaldLuzier)DeuxFillesNuesTweeNaakteMeisjesSchilderijZietSchilder

Het schilderij ziet de schilder aan het werk.


Luz laat het schilderij namelijk ontstaan in de eerste pagina’s.
Je ziet de wereld door de contouren van wat, stukje bij beetje,
Twee naakte meisjes gaat worden.
Het schilderij wordt opgebouwd terwijl jij kijkt.
En in de rest van het boek zie je het schilderij nooit:
je kijkt steeds door het schilderij naar de wereld.
Pas helemaal aan het eind, als een soort bijlage,
tekent Luz het schilderij na.
Dat werkt alleen als het werk niet al vanaf bladzijde één in je geheugen zit.
Bij een beroemd schilderij zou dat effect volledig verdwijnen
— je zou het beeld al kennen, en de onthulling zou geen onthulling meer zijn.
Een minder bekend werk laat dus niet alleen ruimte voor verbeelding,
maar maakt Luz’ vertelstrategie überhaupt mogelijk.

LuzRénaldLuzierJeSuisCharlie

Rénald Luzier met de door hem getekende Je suis Charlie-voorpagina.


Een visuele dialoog tussen twee kunstenaars

Die stilistische resonantie is een van de sterkste elementen van het boek.
Mueller omtrekt zijn figuren vaak met een donkere, zachte contourlijn
— een kenmerk dat past bij zijn expressionistische stijl,
waarin vorm en emotie elkaar versterken.
In Twee naakte meisjes is die zwarte lijn heel duidelijk aanwezig:
ze houdt de lichamen bijeen, geeft ze gewicht,
en scheidt ze subtiel van de matte achtergrond.

Luz neemt precies dat element over.
Zijn figuren
— zowel in deze graphic novel als in zijn beroemde Je suis Charlie-voorpagina —
worden eveneens door een zwarte lijn gedragen.
Bij Luz is die lijn soms nerveus, soms stevig, soms trillend van energie.
Bij Mueller is hij rustiger, maar even onmisbaar.
Door die lijn over te nemen, ontstaat een visuele echo:
het is alsof Luz het schilderij niet alleen vertelt,
maar ook in zijn eigen handschrift binnenlaat.
Het is geen imitatie, maar een vorm van empathisch tekenen
— een manier om het schilderij als personage serieus te nemen.

De paginering‑paradox

De Nederlandse editie heeft een merkwaardige, bijna ironische eigenschap:
het boek heeft geen paginanummers, maar wél een index
van kunstenaars en kunstwerken mét paginanummers.
Dat voelt niet als een fout, maar als een vormkeuze die spanning oproept.
De index suggereert een overzichtelijke, navolgbare structuur
— precies wat je van een boek over kunstgeschiedenis zou verwachten.
Maar zodra je gaat lezen, merk je dat die orde ontbreekt:
je kunt niets terugvinden, je kunt niet verwijzen,
je kunt niet “terugbladeren naar pagina 42”.

Die spanning past opvallend goed bij de manier waarop Luz het verhaal vertelt.
Het schilderij ontstaat stukje bij beetje,
de geschiedenis ontvouwt zich in fragmenten,
en de lezer wordt voortdurend gedwongen om zich te oriënteren
zonder vaste ankerpunten.
De afwezigheid van paginanummers versterkt dat gevoel.
Het boek weigert de illusie van overzichtelijkheid
— precies zoals restitutiegeschiedenis dat ook doet.

Maar het kan natuurlijk ook gewoon een fout van de drukker zijn.

Kleine verschillen die veel zeggen

Wie het boek nauwkeurig leest, merkt dat sommige feiten schuiven.
Een ruil wordt op de ene pagina beschreven als 22 werken, elders als 25.
De aankoop van het schilderij door Museum Ludwig
wordt in het ene hoofdstuk voorafgegaan door een bod op 6 december 1999,
terwijl de museumgids in het verhaal 2000 als aankoopjaar noemt.
Dat zijn geen fouten, maar het gevolg van hoe kunsttransacties verlopen:
onderhandelingen beginnen vaak met een groter aantal werken
of andere voorwaarden, en pas later wordt een definitieve overeenkomst bereikt.
Zonder context voelt dat verwarrend,
maar het is precies hoe herkomstgeschiedenis eruitziet:
fragmentarisch, bureaucratisch, soms inconsistent.

IMG_9054Luz(RénaldLuzier)DeuxFillesNuesTweeNaakteMeisjesEntarteteKunst

Het schilderij ziet de tentoonstelling Entartete kunst (ontaarde kunst) in München en de andere steden.


De gids, de chronologie en de historische werkelijkheid

In het boek zien we een museumgids die het schilderij uitlegt aan bezoekers. Haar verhaal is helder, afgerond, institutioneel.
De chronologie die Luz tekent is rommeliger, subjectiever, voller gaten.
En de historische werkelijkheid zit daar weer tussenin.
Zo schrijft de directeur van Museum Ludwig in het nawoord dat het werk
in 1937 onderdeel was van de tentoonstelling Entartete Kunst in München.
Dat is goed mogelijk
— vier Mueller‑werken uit de Littmann‑collectie hingen daar zeker —
maar de archieven van die tentoonstelling zijn onvolledig.
Voor Twee naakte meisjes is geen sluitend bewijs bewaard.
Luz kiest er toch voor om het schilderij die ervaring te geven.
Niet als verzinsel, maar als een plausibele en moreel waarachtige reconstructie
van wat het werk heeft kunnen meemaken.

De kracht van het boek ligt precies in die spanning

Twee naakte meisjes beweegt tussen drie waarheden:

  • de historische waarheid, die fragmentarisch is
  • de museale waarheid, die afgerond wordt gepresenteerd
  • de artistieke waarheid, die lacunes opvult waar archieven zwijgen

Voor een lezer die gevoelig is voor nuance kan dat schuiven verwarrend zijn.
Maar juist die spanning maakt het boek waardevol
binnen een restitutiekader.
Het laat zien hoe een kunstwerk niet alleen een object is
dat verdween en terugkeerde, maar een getuige van vernietiging,
bureaucratie, ideologie en overleving.
En het laat zien hoe kunstenaars, musea en historici
elk op hun eigen manier proberen die geschiedenis te vertellen
— nooit volledig, maar altijd met overtuiging.

Een overzicht van de geschiedenis waarvan Twee Naakte Meisjes
getuige was:
1919
Otto Mueller schildert het schilderij.
1923
Hyperinflatie in Duitsland.
1925
Twee naakte meisjes wordt aangekocht door de joodse advocaat Ismar Littman.
1929
Beurskrach New York.
1930
Otto Mueller overlijdt.
1933
Ismar Littman wordt uit de advocatuur geschrapt.
1934
Ismar Littman overlijdt als gevolg van een zelfmoordpoging.
Zijn vrouw Käthe besluit de collectie kunst te verkopen
om schulden af te lossen en de vlucht uit Duitsland te kunnen bekostigen.
1935
2 dagen voor een veiling van het werk van Mueller
worden 64 werken in beslag genomen door de Gestapo.
Uiteindelijk worden 11 werken gekozen voor de verkoop, de rest vernietigd.
1937
Twee naakte meisjes wordt opgenomen in de nazi propaganda-tentoonstelling
Entartete kunst in München,
samen met 730 andere werken van diverse kunstenaars.
De tentoonstelling gaat dan ook op tournee:
Berlijn, Leipzig, Düsseldorf, Salzburg enz
1939
Twee naakte meisjes wordt geselecteerd voor een internationale veiling in Luzern
(Zwitserland). 4000 werken worden niet geselecteerd en vernietigd.
1941
Hildebrand Gurlitt (kunsthistoricus en kunsthandelaar)
ruilt een werk uit zijn collectie voor 22 eigentijdse werken waaronder
Twee naakte meisjes van Otto Mueller.
1942
Twee naakte meisjes wordt aangekocht door advocaat Josef Haubrich.
1944
Alica Haubrich (vrouw van) pleegt zelfmoord na oproep van de Gestapo
1946
Haubrich krijgt collectie terug uit opslag en schenkt de collectie
aan de stad Keulen die het onderbrengt
bij wat in 1976 Museum Ludwig zal gaan heten
Voor 1999
Een van de kinderen van de familie Littman, mevr Ruth Haller,
begin de restitutiezaak
1999
Het werk wordt teruggegeven aan de familie Littman.
Eind 1999
Het werk wordt van de familie Littman gekocht
door Museum Ludwig.
2001
Het werk krijgt een vaste plaats in de collectie van het museum.

* Niet alle informatie in bovenstaand overzicht kon ik valideren.

IMG_9055Luz(RénaldLuzier)DeuxFillesNuesTweeNaakteMeisjesSchilderijBekijktLothar

Het schilderij ziet een hedendaakse toeschouwer in Museum Ludwig, indirect staat die toeschouwer voor ons allemaal.


Het leed achter het schilderij

Door mijn focus op het boek, de tekenstijl, de vertelkeuzes
en de historische details dreigt iets anders uit beeld te verdwijnen:
het menselijke leed dat aan dit verhaal voorafgaat.
Twee naakte meisjes is een schilderij dat door de geschiedenis is gesleept,
maar het werk zelf heeft niets geleden.
De mensen wel.
De Littmann‑familie verloor niet alleen kunst, maar ook waardigheid,
veiligheid, toekomst.
De betrokken handelaren, musea en functionarissen bewogen zich
in een grijs gebied van opportunisme, wegkijken en soms actieve medewerking.
Restitutie gaat — zeker in situaties rond de Tweede Wereldoorlog —
in eerste instantie niet over objecten, maar over erkenning.
Over het benoemen van onrecht, het erkennen van schuld,
het herstellen van waardigheid waar dat nog kan,
en het kijken naar de toekomst met de vraag:
hoe voorkomen we dat dit opnieuw gebeurt?
In die zin is Luz’ keuze om het schilderij te laten spreken
niet alleen een artistieke vondst, maar ook een morele uitnodiging.
Het werk kijkt terug op een eeuw geschiedenis,
maar wij moeten verder kijken dan het werk.
Het gaat uiteindelijk niet om het schilderij dat terugkeerde,
maar om de mensen die nooit meer terugkwamen.


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXXIII

– over een rijke en volledig bewaarde Dunhuang Avalokiteśvara‑rol op zijde –

Na de eerdere fragmenten en deels verbleekte zijden schilderingen
in deze reeks,
staat vandaag in het National Museum in Delhi ineens
een Avalokiteśvara voor me die voor mij bijna onwaarschijnlijk compleet is.
Niet alleen de figuur zelf, maar ook alles wat hem omringt
— de veelkleurige lotus, het baldakijn,
de sieraden, de geometrische onderrand —
is intact en helder zichtbaar.
Het is een Dunhuang‑rol op zijde waarin de verfijning van de late Tang
en vroege Song nog volledig aanwezig is:
de aristocratische gelaatstrekken,
het subtiele snorretje,
de zachte schaduwen rond de ogen,
de rijke patronen in het gewaad.
Zelfs het hoofddeksel, zonder Amitābha
maar met florale en abstracte vormen,
past precies in de vrijere iconografie van de draagbare devotierollen.
Het is een zeldzaam moment waarop de Dunhuang‑traditie
niet alleen zichtbaar wordt, maar bijna tastbaar.

DSC01361 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilkAccNoCh-xvii-001 88-5x38CM

India, New Delhi, National Museum, Avalokiteshvara, Dunhuang, 8th – 10th century CE, painting on silk, 88,5 x 38 cm. Acc.No. Ch.xvii.001.


Staande bodhisattva

De staande bodhisattva‑figuur uit Dunhuang,
nu bewaard in het National Museum in New Delhi,
behoort tot de traditie van de beschilderde zijden schilderingen
die in de 8e–10e eeuw naast de muurschilderingen
in de Mogao‑grotten werden vervaardigd.
Deze zijden rollen waren bedoeld voor persoonlijke devotie
of als votiefgeschenk en onderscheiden zich
door hun verfijnde detaillering, rijke kleuren
en zorgvuldig uitgewerkte gezichten.

DSC01362 01 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilkAccNoCh-xvii-001 88-5x38CM

De schildering toont een bodhisattva die in een lichte,
elegante contrapposto staat,
gekleed in een veelkleurig ondergewaad
en een bovenkleed dat beide schouders bedekt.
De sieraden, de kroon, de amandelvormige ogen,
het subtiele snorretje en de fijn aangezette rode ūrṇā
weerspiegelen de aristocratische stijl van de late Tang en vroege Song.
Het baldakijn boven het hoofd, de veelkleurige lotus
en de geometrische onderrand onderaan de compositie
zijn typische elementen van deze draagbare zijden schilderingen.

DSC01361 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilkAccNoCh-xvii-001 88-5x38CM Baldakijn

Maar welke bodhisattva?

Binnen deze rijke vormtaal is de vraag
welke bodhisattva precies wordt afgebeeld.
De sieraden en wereldlijke kleding sluiten een Boeddha‑figuur uit,
maar binnen het bodhisattva‑pantheon zijn er meerdere kandidaten.
Juist hier wordt het ontbreken van attributen doorslaggevend.
In de iconografie van Dunhuang zijn de belangrijkste bodhisattva’s
herkenbaar aan zeer specifieke voorwerpen of dieren:
Manjuśrī draagt een zwaard of een boek
en wordt vaak met een leeuw geassocieerd;
Samantabhadra verschijnt vrijwel altijd met een olifant;
Vajrapāṇi houdt een vajra (diamant‑ of bliksemscepter) vast
en heeft een krachtiger, beschermend voorkomen;
Kṣitigarbha is herkenbaar aan zijn monnikskleed en staf;
Maitreya draagt een waterfles of een stupa in de kroon.

DSC01361 04 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilkAccNoCh-xvii-001 88-5x38CM LotusOnderrand

Wanneer deze attributen ontbreken, vallen deze figuren automatisch af.
Wat overblijft is Avalokiteśvara, de meest afgebeelde bodhisattva
in Dunhuang, die in de beschilderde zijden rollen
juist vaak zonder specifieke attributen wordt weergegeven.
In plaats daarvan wordt hij gekenmerkt door
een serene, toegankelijke houding,
zoals de gevouwen handen in añjali‑mudrā die we hier zien.
De combinatie van een rijk gedrapeerd bovenkleed, een sierlijke kroon,
een zacht en bijna portretachtig gezicht, een veelkleurige lotus
en een ceremoniële setting met baldakijn
sluit nauw aan bij bekende Avalokiteśvara‑rollen
uit de late Tang en vroege Song.
De geometrische onderrand, die minder vaak in muurschilderingen voorkomt
maar wel in zijden rollen, versterkt deze datering en context.

DSC01362 02 IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilkAccNoCh-xvii-001 88-5x38CM

Zo ontstaat een helder beeld: het is niet één enkel kenmerk
dat de identificatie bepaalt, maar juist
de afwezigheid van attributen die andere bodhisattva’s definiëren,
gecombineerd met de positieve overeenkomsten met de iconografie
van Avalokiteśvara in de beschilderde zijden schilderingen van Dunhuang.
Daardoor wordt de toeschrijving overtuigend
en sluit de schildering naadloos aan bij de devotionele traditie
waarin Avalokiteśvara
als compassievolle, toegankelijke aanwezigheid centraal staat.

DSC01363IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilkAccNoCh-xvii-001 88-5x38CM Txt

The bodhisattva standing at ease wears a striking coloured under-robe and an upper garment covering both his shoulders. His fine facial features, thin moustache and red urna (auspicious mark between the eyebrows) are delicately painted.


In het spoor van licht en schaduw

lopend door het park
naast de deur
de zon nog laag
met een fletsgele kleur

IMG_9044IMG_9045

lichtbundels kruipen langs de natgroene schors
schaduwen sluipen over de gladde bast

IMG_9046IMG_9047

als vingerafdrukken,
zonnevlekken

soms zacht, soms scherp
soms recht, soms rond

IMG_9048IMG_9049

is het voorjaar?
het lijkt zo
maar het is pas 2 maart

IMG_9050IMG_9051


Een tijger als scharnierpunt

Tussen de grote sculpturen, steles en monumentale objecten
in het Museum Rietberg lag iets kleins dat mijn aandacht onmiddellijk vasthield:
een bronzen buis van nauwelijks twintig centimeter lang,
ingelegd met zilver en goud, en bekroond met een liggende tijger.
Een miniatuur, bijna te bescheiden om op te vallen
tussen de omringende reuzen,
maar juist daardoor een perfecte overgang in mijn reeks museumvondsten.
Een rustpunt, een detail dat zich pas laat zien wanneer je vertraagt.

DSC05554ZürichMuseumRietbergChariotFittingWithALyingTigerChinaEasternZhouDynastyLateWarringStatesLateZhanguoPeriodPeriod3rdCBCBronseWithGoldAndSilverInlaysRCH41

Zürich, Museum Rietberg, Chariot fitting with a lying tiger (kupplungsteil), China, Eastern Zhou Dynasty, Late Warring States / Late Zhanguo period, 3rd century BC, bronse with gold and silver inlays. RCH 41. Afmetingen: 6,5 × 20 × 5,5 cm.


Ik maakte twee foto’s.
Pas later, terug in Breda, begon ik me af te vragen wat dit eigenlijk was.
De museumbeschrijving noemde het een chariot fitting,
een koppelingselement van een wagen uit de late Warring States‑periode.
Maar hoe langer ik naar mijn foto’s keek, hoe minder dat klopte.
De buis is volledig hol, rondom gedecoreerd, zonder enige voorziening
om in hout te worden verankerd.
Geen lippen, geen gaten, geen ribbels.
En de tijger zit precies op een overgangszone,
alsof hij een knooppunt markeert.

Dat bracht me terug naar iets heel anders:
de metalen hulzen aan de uiteindes van de individuele stokken
van mijn oude bamboe vishengel.
De uiteindes omklemmen het bamboe en worden gebruikt
om de verschillende stokken in elkaar te schuiven.
Ze geven stevigheid aan de verbinding.

DSC05553ZürichMuseumRietbergChariotFittingWithALyingTigerChinaEasternZhouDynastyLateWarringStatesLateZhanguoPeriodPeriod3rdCBCBronseWithGoldAndSilverInlaysRCH41

Hier, in Zürich, zag ik ineens hetzelfde principe terug:
een holle bus waarin een houten pen schuift.
Een verbinding die stevigheid geeft én demonteerbaarheid mogelijk maakt.
Ineens zag ik het: dit is geen koppeling tussen horizontale wagenonderdelen,
maar een pen‑en‑busverbinding (socket‑and‑spigot)
tussen twee verticale segmenten.
Een onderdeel van een meerdelige stang.

Maar welke stang?
Het antwoord kwam uit onverwachte hoek.
Ik stuitte op een foto van een paar monumentale bronzen buizen,
45 centimeter hoog, rijk ingelegd en afkomstig
uit de Warring States tot Western Han‑periode.
Ze werden geveild als chariot pole fittings
— onderdelen van de stang die een parasol of baldakijn
op een ceremoniële wagen droeg.
De beschrijving was helder:
deze hulzen verbonden de houten segmenten van een canopy pole.
De vorm, de decoratie, de holle kern, de symmetrie: alles was herkenbaar.
Alleen de schaal verschilde.
Waar het veilingpaar monumentaal is, is het Rietberg‑object intiem en verfijnd. Maar het functionele principe is identiek.
En dan valt alles op zijn plaats.
In de late Warring States‑periode verloor de strijdwagen zijn militaire functie
en werd hij steeds meer een ritueel object.
Parasolstangen, standaarden, vlaggenstokken
— ze werden demonteerbaar gemaakt en verbonden met bronzen hulzen
die niet alleen functioneel waren, maar ook zichtbaar moesten zijn.
De tijger op het object in Museum Rietberg is geen toevallig ornament,
maar een markeringspunt:
een symbool van macht en bescherming
precies op de plek waar twee delen samenkomen.

ARarePairOfVeryLarge45CmSilverInlaidBronzeChariotPoleFittingsWarringStatesToWesternHanDynasty

Foto van veiligsite Zacke. De voorwerpen worden als volgt beschreven: A RARE PAIR OF VERY LARGE (45 CM) SILVER-INLAID BRONZE CHARIOT POLE FITTINGS, WARRING STATES TO WESTERN HAN DYNASTY. De bron van de foto en informatie is hun website.


Wat mij raakt, is hoe zo’n klein object een hele wereld opent.
Je ziet het liggen als een miniatuur,
maar het hoort thuis in een constructie die boven de wagen uitstak,
zichtbaar in processies, rituelen en grafcontexten.
Een detail dat de status van de eigenaar onderstreepte,
maar ook de technische verfijning van de werkplaats die het maakte.

En zo wordt dit kleine tijger‑element een scharnierpunt
— niet alleen in de constructie waarvoor het ooit bedoeld was,
maar ook in mijn eigen museumdag.
Een moment van vertraging,
van kijken naar iets dat bijna over het hoofd gezien wordt,
en dat juist daardoor een onverwachte diepte onthult.


De Warring States‑periode

De term Warring States verwijst naar de laatste fase
van de Oostelijke Zhou‑dynastie, grofweg van de 5e tot de 3e eeuw v.Chr.
Het is een naam die pas veel later is ontstaan,
ontleend aan het historische werk Zhanguo Ce (“Strijdende Staten‑strategieën”),
een verzameling diplomatieke anekdotes en politieke manoeuvres uit die tijd.
China was toen geen eenheid, maar een lappendeken van machtige staten
— Qin, Chu, Zhao, Wei, Han, Yan en Qi —
die elkaar voortdurend bestreden en tegelijk
een ongekende culturele en technologische bloei doormaakten.
Het is de periode waarin bronskunst zijn hoogste verfijning bereikte,
ijzer zijn intrede deed, en ceremoniële objecten
zoals parasolstangen, wagenbeslag en ingelegde bronzen hulzen
een uitgesproken statussymbool werden.
Het Rietberg‑object hoort precies in die wereld thuis:
een tijd van oorlog, maar ook van verfijning,
experiment en symbolische overdaad.