Gezien: Behind the candelabra

 photo DSC_1122FilmPosterBehindTheCandalabraTooMuchOfAGoodThingIsWonderfull.jpg

Liberace: Too much of a good thing is Wonderfull.

 photo DSC_1122FilmPosterBehindTheCandalabra.jpg

Twee (eigenlijk 3) topacteurs, vooral bekend vanwege
hun macho, hetero, filmrollen spelen de hoofdrollen
in de film over Liberace.
Een eigenlijk zielig verhaal over een eenzame figuur
die uiterlijke schijn gebruikt om jong te blijven.
Een homo-relatie in een tijd waarin dat helemaal niet
geaccepteerd werd en verborgen gehouden werd.
Liberace, een soort Freddie Mercury van zijn tijd.
Michael Douglas, Matt Damon en Rob Lowe zijn overtuigend
als Liberace, zijn partner en een society, plastisch chirurg.

Michael Douglas is overtuigens en hoogtepunten zijn vooral
de scene in de badkamer waar hij voor het eerst te zien is
zonder die eeuwig gefohnde kuif: hij is kaal.
Daarnaast de theatrale show, gemixed tussen de opnames
van zijn begrafenis.

Matt Damon is super naief, zorgzaam en lief.
Ook hij moet onder het mes en dat levert afschikwekkende beelden op.

Vooral Rob Lowe’s uiterlijk en optreden vond ik erg goed.
Komisch en tragisch tegelijk.

Een chirurg die te veel van zijn eigen product snoept,
zijn oogleden niet meer kan sluiten vanwege de botox,
en die continue drinkt en slikt.
Altijd in een roes.

 photo DSC_1123PlaatsbewijsBehindTheCandalabra.jpg

Zo leven blijkbaar de Elvissen, de Michael Jacksons,
omringd door louche managers met alleen oog voor de bakrekening,
met ‘doktoren’ met dezelfde focus,
met ‘medicijnen’ en behandelingen die gericht zijn
op de beurs van de arts.
Maar ook de beroemdheid zelf komt er bekaaid af.
Ook die jaagt schimmen na ten koste van anderen.
Kortom een waar drama.
Prima werk Soderbergh.

Een verloren wereld / The lost world (deel 3)

William Dalrymple
The Guardian, Saturday 8 December 2007

Uiteindelijk in 1973 verhuisde Jah
naar een schapenboerderij in Perth, Australië.
Verbitterd door de aanklachten en familievetes.
Daar droeg hij blauwe overalls en bracht zijn dagen door
met het repareren van auto’s of bulldozers.
John Zubrzycki (zijn biograaf) schreef in het boek
The Last Nizam:
“Zijn grootvader schreef coupletten in het Perzisch
over onbeantwoorde liefde.
Maar bij Jah klonk het gedreun van een dieselmotor
als poëzie in zijn oren.”

Jah ontsloeg de meeste van de 14000 stafleden in India
en scheidde van zijn eerste vrouw (de Turkse prinses Esra
die geen reden zag om te verhuizen naar een Australische schaapsboerderij).
De twee decennia daarna trouwde hij nog eens vier keer.
Een van die vrouwen, Helen Simmons, een secretaresse,
overleed aan een AIDS-gerelateerde ziekte in 1989.
Wat er natuurlijk toe leidde dat de Australische tabloids
vol stonden met intieme details over dat huwelijk.
De vijf huwelijken voegde alleen maar meer rechtszaken toe
aan de al grote stapel en iedereen eiste enorme bedragen aan alimentatie.

De eigendommen van de familie, werden in afwezigheid van Jah,
geplunderd en raakten versplinterd door een reeks
van incompetente, oneerlijke en verdachte adviseurs.

Toen Jackie Kennedy een aantal jaren later op privé bezoek kwam
in Hyderabad, legde ze haar impressies van de ineenzakking
en het stuurloze overblijfsel van de erfenis,
vast in een brief aan een vriend:
“We hadden een avond met de oude hofadel…” zo schrijft ze.
“In het maanlicht speelde drie klassieke muzikanten
die de eeuwenoude Indiase muziek speelden.
De edelen spraken over hoe hun wereld verdween,
hoe de jongeren geen waardering meer hadden voor de gebruiken
van hun oude cultuur en hoe hun chefkoks verdwenen naar de Emiraten….
Het was een dieptrieste avond.
Mijn zoon John, vertelde me de volgende dag
dat de zonen van het huis hem meegenomen hadden
naar hun kamers omdat ze de klassieke muziek niet konden aanhoren
– ze boden hem grote glazen gevuld met whiskey aan
en zette een pornovideo aan terwijl de Rolling Stones speelde
op het cassettedeck.
Ze droegen kleding van Italiaanse makelij en hun hemden wijd open…

“Toen ik (William Dalrymple) in 1997 voor het eerst Hyderabad bezocht,
was de plundering van de bezittingen van de Nizam zo wat compleet.
Het gonsde in de stad nog van de verhalen over de onbetaalbare juwelen,
het Lodewijk XIV-meubilair en de kroonluchters van de Nizam-paleizen
die op de markt te koop werden aangeboden.
De paleizen zelf waren in verval – sommige waren verzegeld door de rechtbank,
andere waren verkocht en weer andere overwoekerd.

Tussen 1967 en 2001 kromp het Chowmahalla van 54 tot 12 hectare
omdat binnenplaats voor binnenplaats, danszalen en stallencomplexen
– zelfs de beroemde “mijl-lange” banketzaal –
werden aangekocht door projectontwikkelaars,
die de 18e eeuwse gebouwen sloopten en er betonnen appartementen
voor in de plaats zetten.
Ik bezocht het enorme Victoriaanse Falaknuma Paleis,
ten zuiden van de stad (het complex is nu een hotel.
Falak-numa betekent in Urdu “Zoals het hemelgewelf”
of “spiegel van de hemel”).
Het complex torent boven de stad uit op zijn eigen acropolis.
Het verviel tot een ruïne waarvan ieder raam en deur
verzegeld was met rode zegellak.
Als je de ramen schoonveegde zag je binnen de spinnewebben,
zo groot als beddelakens, in de hoeken van de kamers hangen.
De overblijfselen van Victoriaanse sofas en leunstoelen
lagen verspreid over de parketvloeren,
hun stoffering weggevreten door witte mieren.
De tuinen waren overwoekerd en de fonteinen stonden zonder water
terwijl de verf overal afbladderde.
Het was een melancholisch aangezicht,
een vervallen Ruritanië (fictief Centraal-Europees land
in de boeken van Anthony Hope
zoals bijvoorbeeld ‘The Prisoner of Zenda’. Zeg maar:
een paradijs in verval).

In 2001, tijdens een andere onderzoeksreis in Hyderabad,
werd ik gebeld door een vriend.
De eerste vrouw van de toenmalige Nizam, Prinses Esra
was onverwacht in de stad aangekomen
na dertig jaar afwezigheid.
Met haar kwam ook de gevierde Indiase advocaat Vijay Shankardass.
Prinses Esra had recent haar man gesproken op het huwelijk
van hun zoon Azmet in London.
Ze was geschokt door de stand van Jah’s zaken.
Hij was inmiddels gedwongen zijn schaapsboerderij te verkopen
en was op de vlucht van zijn schuldeisers.
Een gedeeltelijke hereniging was het gevolg
en Esra kreeg de bevoegdheid om zoveel mogelijk
van de erfenis te redden voor hun kinderen
voordat de laatste restanten in Hyderabad ook zouden zijn verdwenen.
Ze wilde de vele lopende rechtzaken afhandelen,
de paleizen openen en het Falaknuma verhuren aan een hotelketen.
Het Chowmahalla moest een museum worden.

Vijay Shankardass is een gevierd Indiase advocaat
die klanten had zoals de Nizam van Hyderabad,
schrijver Salman Rushdie, acteur Michael Douglas,
Amnesty International, Taj Hotels Resorts and Palaces,
Penguin Books en Virgin Group.
Hij was getrouwd met Rani Dhavan Shankardass.
Kleinkind van Shanti Swaroop Dhavan,
gouverneur van West Bengalen en ambassadeur
voor het Verenigd Koninkrijk.
Ze was achterkleinkind van Rai Bahadur (Prins)
Bali Ram Dhavan van de voormalige Indiase
North West Frontier Province (nu onderdeel van Pakistan).