-– over de zoektocht naar de betekenis van een boeddhistische kleizegel –
Dit bericht gaat maar over een klein voorwerp.
Het zat opgeprikt tegen een wand.
Niet alleen. Er zaten meer kleizegels tegen het muurtje bevestigd.
Ik heb er maar één foto van gemaakt.
Zegels zijn niet de objecten waar ik naar uit kijk.
Misschien met uitzondering van de grote lakzegels onderaan een oorkonde.
Maar kleizegels?
Nee, daar zou ik normaal gesproken niet veel tijd aan besteden.
Het was hier ook niet de kleur die me zo aantrok.
Het waren die afbeeldingen van stupa’s die als een magneet werkten.
Bovendien was er maar één zo’n kleizegel.
De zaalinformatie was beperkt: Votive seal, inscribed.
Nu ik dit bericht heb geschreven, zegt het me al veel meer.
Ik heb veel geleerd.
Lees mee, en misschien wordt ook voor u
het begrip ‘kleizegel’ al snel vertrouwd.
Ik kan niet beloven dat aan het einde alle vragen opgelost zijn,
maar we hebben dan wel een beter beeld dan nu.
Het object Arch.-8025 in het Bihar Museum, de zegel op de foto,
is een klein devotioneel voorwerp
dat vermoedelijk door een pelgrim werd achtergelaten
bij een boeddhistisch heiligdom.
In zekere zin zijn dergelijke zegels te vergelijken met de votiefgaven
die bezoekers van christelijke bedevaartplaatsen achterlaten.
Net zoals pelgrims in Lourdes of elders een afbeelding,
kaars of ex-voto kunnen schenken
als uitdrukking van hun geloof of gebed,
lieten boeddhistische pelgrims bij belangrijke heiligdommen
kleizegels of plaquettes achter.
Sommige werden bewaard bij stupa’s of andere heilige monumenten,
waardoor zij een tastbaar spoor vormen van persoonlijke devotie.
De afdruk bevindt zich in een duidelijk ovaal stempelveld
dat is aangebracht op een grotere, bijna ronde klomp klei.
Dit onderscheid tussen de ovale afdruk en de omliggende klei
blijkt ook op vergelijkbare zegels uit Bodh Gaya voor te komen.
Bij verschillende exemplaren uit de collectie van het British Museum (oa 1937-0414-12)
is hetzelfde principe zichtbaar:
een zorgvuldig gegraveerde ovale voorstelling
binnen een grotere handgevormde kleimassa.
De voorstelling wordt gedomineerd
door een symmetrisch opgebouwd geheel van monumentale vormen.
Aanvankelijk leken deze op tempeltorens,
maar vergelijking met gepubliceerde zegels uit Bodh Gaya
suggereert dat zij beter kunnen worden opgevat
als gestileerde stupa’s of schrijnvormen.
Op meerdere door Alexander Cunningham gepubliceerde zegels
verschijnen vergelijkbare vormen als terugkerende elementen
binnen een vaste boeddhistische beeldtaal.
Zij komen voor rond een centrale Boeddhafiguur,
rond een hoofdstupa of als onderdeel van een bredere religieuze compositie.
Centraal bevindt zich een grotere vorm,
geflankeerd door kleinere monumenten.
Daaronder staat een inscriptie in drie regels.
De tekst is op de beschikbare foto slechts gedeeltelijk leesbaar.
Opvallend is dat de regels niet lijken door te lopen
over de volledige breedte van het stempelveld,
maar bewust gecentreerd zijn geplaatst.
Hierdoor ontstaat een compositie die zich visueel aanpast
aan de voorstelling erboven.
Boven de centrale vorm bevinden zich merkwaardige symmetrische motieven.
Aanvankelijk deden deze denken aan een drietand,
maar vergelijking met andere Bodh Gaya-zegels
maakt een andere interpretatie waarschijnlijker.
Op zegels die Cunningham afbeeldt en op vergelijkbare objecten
in het British Museum verschijnen boven en naast stupa’s
regelmatig krullende, vlamachtige of wolkvormige ornamenten.
Zij lijken niet bedoeld als zelfstandige symbolen,
maar eerder als decoratieve elementen die het heilige karakter
van de voorstelling versterken.
Ook op de foto in dit bericht zouden dergelijke motieven
aanwezig kunnen zijn.
De vergelijking met de publicaties van Cunningham
heeft vooral duidelijk gemaakt dat de voorstelling
waarschijnlijk niet moet worden gelezen als een nauwkeurige afbeelding
van één specifiek gebouw.
De zegels uit Mahabodhi combineren stupa’s, figuren, inscripties
en ornamenten op uiteenlopende manieren.
Een centrale Boeddha kan worden omringd door stupa’s,
zoals op zegel E, terwijl zegel 5 juist een grote centrale stupa toont
met kleinere stupa’s aan weerszijden.
Deze voorbeelden laten zien dat dergelijke composities
deel uitmaakten van een bredere votieve traditie in Bodh Gaya.
Een directe parallel voor Arch.-8025 is niet gevonden.
Wel sluiten de opbouw van de voorstelling, de combinatie van stupa-vormen
en inscriptie, en de vorm van het stempelveld goed aan
bij de groep boeddhistische votiefzegels
die Cunningham bij Mahabodhi beschreef.
Hoewel een exacte herkomst niet kan worden vastgesteld,
lijkt een plaats binnen de boeddhistische pelgrimscultuur van Bihar
daardoor aannemelijk.
Als je de teksten en foto’s nog eens wilt nakijken online,
dan kan dat natuurlijk.
Het boek van Alexander Cunningham
Mahâbodhi, or the great Buddhist temple under the Bodhi tree at Buddha-Gaya
Zie vooral hoofdstuk 14: ‘Seals with figures and inscriptions’.
Bijvoorbeeld ook plaat XXIV: Terra-cotta seals met de zegels E en figuur 5.





