– over een ceremonie aan de Ganges en de toeschouwers –
Indrukwekkend. Al die mensen, Hindoebedevaartgangers en westerse toeristen, verkopers van offers, gidsen, priesters, verhuurders van boten en verkopers van souvenirs. Mensen op trappen, in boten en aan de kant; in een stoel of op de stenen. Een bruidspaar. Geluid, muziek, gepraat, geroezemoes, wierook, zingen, licht. Allemaal door elkaar, maar ook allemaal geconcentreerd op het ritueel. De Ganga Aarti in Varanasi.
Er zijn veel mensen op de trappen bij de Ganges in Varanasi. Van de straat die de stad in loopt tot op het water in de boten die speciaal voor het ritueel komen aanvaren.
Vanaf deze rij met podia zal het ritueel worden aangekondigd en worden uitgevoerd.
Een groep priesters is bezig met de voorbereiding.
Bedevaartsgangers reageren enthousiast op de gebeurtenissen.
Terwijl anderen rustig afwachten op wat er allemaal nog komen gaat.
Een bruidspaar. Ze zijn geen vast onderdeel van de Aarti.
De voorganger begint met gezang.
Er is veel enthousiasme aanwezig.
Mijn indruk was dat de jonge mannen in het geel nog in opleiding waren voor het ritueel.
De jonge mannen in het geel stonden voor de podia maar wel een stukje lager zodat ze niet in beeld van de bedevaartgangers stonden.
Klanken uit een grote schelp bereiken het hele publiek.
Gerinkel van bellen.
Brede gebaren met wierook.
Even verderop een vergelijkbare ceremonie.
Terug in het smalle straatje, parallel aan de loop van de Ganges. Ik zit in een rustig restaurant en kijk naar de winkels aan de overkant van de straat die nog open zijn.
De eerste volledige dag in Varanasi. Het plan was om rond te kijken en om het museum van de universiteit van Varanasi (Banaras Hindu University) te bezoeken, het Bharat Kala Bhavan Museum. Het museum heeft sinds 1990 een Alice Boner gallery. De naam van deze Zwitserse kunstenares kwam ik ook tegen in verband met het Museum Rietberg in Zürich. In de avond kon ik dan naar de Ganga Aarti. De foto’s die ik die avond maakte neem ik op in het volgende bericht. Vandaag de foto’s die in het volle daglicht werden gemaakt.
Vanaf het dak van het guest house Marigold zag ik de Ganges al voordat mijn wandeling begon. De lucht was nog heiing. Dat zou veranderen.
Waar mensen zijn zie je ook deze apen. Hier rustig. Maar de omgang met mensen heeft ze bandieten gemaakt. De meeste guest houses hebben dan ook grote kooien op hun platte daken. Niet voor de apen maar voor de mensen. Dan zijn we beschermd.
Apenkooien krijgt in Varanasi een heel nieuwe betekenis. Niet alleen om de apen buiten te houden maar ook omdat de apen op en aan de kooien ravotten, slingeren en krijsen.
Ik neem me voor om iedere dag te beginnen met een kort bezoek aan de ghats. Het is vlakbij. even door een paar van deze straatjes. Je leert snel de weg.
In november 2001 overleed George Harrison. Daarom was er een programma in Varanasi. In de ochtend was me de poster opgevallen. Later werd het belang nog eens onderstreept en bezocht ik een avond op 27 november.
Het is altijd een drukte op de ghats.
Aan de ghats staan grote oude paleizen en tempels. Sommige staan er al honderden jaren.
Ik ben geen boeddhist, geen hindoe, geen moslim. Maar ik ben geïnteresseerd in die grote godsdiensten, hun verhaal en hun impact op de cultuurgeschiedenis. Tijdens deze reis bezoek ik verschillende centra van al deze religies. Steeds opnieuw probeer ik de dingen te zien die ik al eerder zag, probeer ik nieuwe zaken te bekijken en alles te begrijpen. Wetende dat het steeds veel is wat op me afkomt. Wie mijn blog vaker leest, zal dat herkennen.
Boven op een groot gebouw, aan de ghats in Varanasi, zag ik deze voorstelling. Heel dominant voor het gebied. Wat is de boodschap die dit beeld de bezoekers van de ghats wil meegeven?
We zien een strijdwagen.
Bhagavad Gita
De Bhagavad Gita (“Het Lied van de Heer”) is een filosofische dialoog van 700 verzen binnen het grote Indiase epos Mahābhārata. Het is geen losstaand boek, maar een scène midden in het verhaal, precies op het moment dat de grote oorlog tussen twee familietakken — de Pandava’s en de Kaurava’s — gaat beginnen. De plaats van handeling: de veldslag van Kurukshetra. Die plaats bestaat vandaag de dag nog steeds als bedevaartsplaats, maar door de Bhagavad Gita is het belangrijker geworden dan je op grond van de plek zelf zou verwachten.
Een strijd die niet te ontwijken is
Arjuna, een van de vijf Pandava‑broers, staat klaar om te strijden. Maar wanneer hij ziet wie er tegenover hem staan — familieleden, leraren, vrienden — raakt hij in een diepe morele crisis. Hij legt zijn boog neer en zegt dat hij niet kan vechten. Krishna, die zijn wagen bestuurt, grijpt dat moment aan om hem te onderrichten. Dat is het moment dat we zien in de strijdwagen: Arjuna zit achter Krishna Krishna is de blauwe wagenmenner De kleine figuur bovenop is Hanuman. Hij beschermt en geeft kracht.
De Gita is dus geen verhaal, maar een gesprek: een mens die twijfelt, en een god die uitlegt hoe te handelen zonder innerlijke verwarring.
Een stil beeld van een innerlijke dialoog over plicht, twijfel en inzicht. In Varanasi, waar de Ganges zelf als symbool van zuivering stroomt, krijgt dit tafereel een extra laag: het herinnert eraan dat ware strijd niet buiten, maar in het bewustzijn wordt uitgevochten. Een aanmoediging voor de bedevaartgangers.
Wat is de kern van de leer die Krishna bespreekt?
Krishna’s onderricht gaat over drie grote thema’s:
De aard van de ziel (ātman) De ziel sterft niet; alleen het lichaam verandert. Daarom is Arjuna’s angst voor de dood van zijn verwanten niet het hele verhaal.
Handelen zonder gehechtheid Je moet handelen volgens je plicht, maar zonder jezelf te verliezen in de uitkomst. Het is de intentie die zuiver moet zijn, niet het resultaat.
De vele wegen naar inzicht Krishna bespreekt een breed scala aan zaken waardoor de Gita een soort samenvatting is van de Indiase spirituele traditie.
Zoals Arjuna zegt in de Bhagavad Gita:
“Mijn lichaam beeft, mijn mond is droog. Mijn boog glijdt uit mijn hand.”
Bron: Nitya, hoofdstuk 1, verzen 28–30.
Het is precies dat moment van twijfel dat hier boven de ghats is uitgebeeld.
Voor iedere bedevaartganger, zijn er offers of souvenirs te koop.
Er zijn voldoende priesters om iedereen te helpen.
Dan wandel ik opnieuw de grote toegangsstraat in.
Onder de blik van Ganesha
Boven de deur danst voorspoed. De olifantsgod, met zijn zachte glimlach, houdt de chaos buiten — zelfs de draden lijken zich te buigen voor zijn zegen. Twee dienaressen wuiven hem toe, terwijl naast hen twee vissen glanzen, als waterwezens die geluk bewaken. En onderaan, haast onopvallend, zit zijn muis — klein, oplettend, trouw — alsof ook nieuwsgierigheid hier een plaats van vrede heeft gevonden.
Onder Shiva
Onder de blik van Shiva lijkt de muur zelf te ademen. Op een gouden schaal danst hij het ritme van de wereld bijeen, een beweging die tegelijk schept en oplost. Achter hem ontvouwen zich andere verhalen: de stille meditatie van de asceten, de zachte aanwezigheid van Rama en Sita, kleurvlakken die als echo’s van devotie tegen de wand liggen. Alles beweegt hier — zelfs wat geschilderd is — alsof de tempelwand een eigen adem heeft, een plek waar dans en stilte elkaar moeiteloos vinden.
Zoals vaak in India overal tempels en tempeltjes.
Terug naar de Ganges om over de ghats naar het Bharat Kala Bhavan Museum te gaan.
Hier het Jain‑monument voor de 23e Tīrthankara, Bhagwan Pārśvanāth, met bovenaan zijn beeld in meditatie en onderaan het reliëf van koe en leeuw die samen drinken: een beeld van volmaakte vrede tussen wezens die normaal elkaars tegenpolen zijn.
Jain ghat.
Moderne street art.
Ook tussen de traptreden ingeklemd.
Trappen
Op de trappen van de ghats bereiden priesters hun rituelen voor. In witte dhoti’s, met strepen heilige as op borst en schouders, mengen ze offers en gebeden terwijl het ochtendlicht over de stenen glijdt. Ze doen dat niet alleen voor zichzelf, maar vooral voor de pelgrims die hen betalen om namens hen te bidden. Plastic zakken en bronzen kommen liggen naast elkaar — een vanzelfsprekende mengeling van oud en nieuw, van heilig en alledaags.
Moderne street art
Langs de ghats verschijnen soms beelden die niet uit steen of ritueel zijn, maar uit verf en licht. Deze drie muurschilderingen — Shiva, een sadhu en Kali — lijken uit de muur zelf te ademen. De kunstenaar heeft hun gezichten niet verheerlijkt, maar tot stilte gebracht: Shiva met gesloten ogen, haar als stromend water, de sadhu in rood en as, en dwingende blik, Kali met vurige drievoudige blik, haar tong rood en scherp. Samen vormen ze een hedendaagse echo van de stad — Varanasi als levend altaar, waar goden en mensen elkaar in verf ontmoeten.
Dit is het Bharat Kala Bhavan Museum. Het museum verbood het maken van foto’s. Men vond het erg spannend om een westerse toerist een kaartje te verkopen en binnen te laten. Ik moest een locker gebruiken voor mijn rugzak, camera en telefoon. Bij de toegangscontrole zaten drie medewerkers. Ieder met zijn of haar eigen functie en bij alle drie ging ik langs.
Alice Boner
Het museum heeft sinds 1990 een Alice Boner‑galerij, genoemd naar de Zwitserse kunstenares die jarenlang in Varanasi woonde en er haar onderzoek naar Indiase miniaturen ontwikkelde. Haar naam kende ik al van het Museum Rietberg in Zürich, waar delen van haar nalatenschap worden bewaard, maar toen had ik nog niet deze context helder. Pas hier in Varanasi viel alles op zijn plaats: de stad waar ze werkte, schreef en verzamelde, en waar haar aanwezigheid nog steeds voelbaar is.
De collectie is de moeite waard maar ik kan er hier niets van laten zien. U zult naar Varanasi moeten gaan. Iets dat ik zo-wie-zo kan aanraden.
Via de ghats ga ik weer terug naar mijn guest house.
In het stof
In India duiken overal kleine beelden op, vaak op plekken waar je ze niet direct verwacht. Ze lijken achteloos neergezet, maar zijn sporen van rituelen die nog maar net zijn afgerond. Na een feest of huiselijke verering worden zulke figuren niet weggegooid, maar eerbiedig achtergelaten — tussen aarde, potten en verdorde bloemen. Zelfs in het stof blijft iets van devotie hangen: een stille echo van het gebed dat hier klonk.
– over wat je ziet wanneer je vóór het ritueel even de tijd neemt om rond te kijken –
In de nachttrein kreeg alle passagiers een fles water met als etiket reclame om een maaltijd te bestellen. Compleet met QR-code voor je mobiele telefoon.
De nachttrein had me naar Varanasi gebracht. En mooi op tijd. Het station ligt een eind van de ghats af, maar mijn hotel was daar juist dichtbij. Op het station waren voldoende mogelijkheden om verder te reizen. Ik koos een rickshaw. Zelfs een rickshaw kan niet tot heel dicht bij de ghats komen. Vanaf een kruispunt, een paar honderd meter van de rivier af, mogen ze passagiers meenemen of afzetten. Op die plaats is het een pandemonium van mensen, voertuigen en koeien. Het is een fantastisch kleurrijk gezicht met veel kruidige geuren. Al die verschillende sari’s, al die verschillende mensen, al die verschillende activiteiten op dat ene kruispunt. Met een man van de militaire politie die dat allemaal regelt. In de vijf dagen dat ik er was heb ik dat niet anders meegemaakt. Hooguit iets minder druk en met maanlicht in plaats van zon.
Iedere keer als ik India bezoek overvalt me de diversiteit van het land. De kleuren, de mensen, hun gewoontes. Niet dat ik het niet eerder al eens gezien heb. Maar iedere keer valt het weer op. Ook hoe praktisch en vindingrijk de mensen zijn.
Het laatste gedeelte moet je dus te voet afleggen. Google Maps was voorlopig voldoende om me op koers te houden. Er loopt een brede weg direct naar de ghat, de trappen naar beneden richting het Gangeswater. Maar eerst moet je zover zien te komen. De brede weg is een soort levende markt, weinig echte kraampjes maar vooral mensen die op de grond zijn gaan zitten om er groente, fruit en kruiden te verkopen, winkels die tegen de pui en aan de rand van de weg nog wat extra koopwaar hebben staan. Daartussen allerlei groepen mensen, bedevaartgangers. De groepen kunnen groot zijn maar het kunnen ook gezinnen zijn. Of een eenling zoals ik. De meeste mensen komen natuurlijk uit India. Sommige westerlingen waren gisteren nog in de flower power sixties. Overal mannen die je koffer willen dragen, voortduwen, vasthouden. Het vergt wat doorzettingsvermogen om ze van me af te houden.
Het voetgangersdomein.
Even een filmpje maken voor op instagram?
De Ganga Aarti verbeeld op de plaquette. De boot is in een interessant perspectief.
Bij de ghat aangekomen volgt het moeilijkste deel van mijn voettocht. Dichter bij het hotel wordt Google Maps moeilijker te volgen. Uiteindelijk moest ik de weg vragen en gelukkig waren er bordjes met de naam van het hotel. Ik liep een tijd door een smal straatje dat ‘parallel’ aan de Ganges loopt. Winkels aan beide kanten, vooral veel stoffen in alle kleuren en souvenirs. En natuurlijk restaurants en backpackerhotels en hostels. Het wegdek is ongelijk met hier en daar een plas water moet je opletten voor bijvoorbeeld de motoren die gebruik maken van dezelfde straat. Zoals bijna overal in India zijn er overal mensen om je heen. De meeste zijn kleiner dan ik ben, wat prettig is voor het overzicht. Het duurt niet lang voor je gewend bent aan wat op het eerste gezicht een chaos lijkt maar wat een zichzelf sturende drukte zal blijken te zijn waar iedereen zijn weg vindt. Het hotel was nog een paar trappen omhoog. Het was er rustig. Heel vriendelijke mensen.
Een restaurant in de buurt van het hotel.
Deze gast wordt toch verzocht ergens anders te gaan eten.
Zo begon mijn derde bezoek aan Varanasi. De eerste keer was in 1995, de tweede keer in 2016. Maar niet eerder zo lang of alleen.
Als ik later op de dag over de ghat loop zie ik dat de voorbereidingen voor de Ganga Aarti in volle gang zijn.
Wie even de tijd neemt om rond te kijken bij de Dashashwamedh Ghat, zelfs al is het alleen tijdens de voorbereiding van de Aarti, ontdekt beelden die meer vertellen dan hun eenvoud doet vermoeden.
De godin en haar waterwezens
Bij de Dashashwamedh Ghat, waar iedere avond de Ganga Aarti plaatsvindt, staat een beeld dat misschien niet uitblinkt door verfijning, maar zeker door haar directe kracht.
Ganga Devi zit centraal in de afbeelding. De golvende achtergrond verbeeldt het Gangeswater, de rivier zelf — waardoor Ganga Devi verschijnt als levende stroom.
In haar rechterhand houdt ze de kamandalu, de waterkruik die verwijst naar reiniging en spirituele zuiverheid; in haar andere hand de trishul, de drietand die haar band met Shiva markeert.
Onder haar verschijnt waarschijnlijk een gestileerde makara, het mythische waterdier dat in volkskunst vaak tot een visachtige vorm is vereenvoudigd. Hier niet zo eenvoudig te herkennen door de verse bloemguirlandes,
Boven haar flankeren twee olifantenkoppen het geheel: geen verwijzing naar Ganesh, maar symbolen van waterkracht en overvloed.
Zo vormt dit beeld een compacte samenvatting van de rivier als godin — niet als verheven kunstwerk, maar als visuele bron van devotie, gemaakt om de massa te raken en het ritueel te dragen. Zo’n beeld laat zien hoe volksdevotie haar eigen beeldtaal vormt, direct, herkenbaar en volledig ingebed in het ritueel van de rivier.
India, Varanasi, Dashashwamed Ghat, de voorbereiding voor de Ganga Aarti is in volle gang.
Op deze eerste avond in Varanasi van deze reis laat ik het feitelijk ritueel aan me voorbij gaan. In het volgende bericht over Varanasi ga ik het wel bijwonen.