China reisverslag / travelogue 72

Na de lunch gaat de tour verder.
Nu is er een andere tolk geregeld.
Het betreft een student of iemand die tijdens zijn studie
in het Westen is geweest.
Zijn Engels is niet heel erg goed maar ik kan me redden.
De geschiedenis van Noord China is zeer bewogen.
Ook in de afgelopen eeuw.
Het huis dat ik ga bezoeken was het huis van achtereenvolgens
Zhang Zuolin en Zhang Xueliang.
Twee warlords in de woelige eerste helft van de twintigste eeuw.

Als je er meer van wilt weten lees dan mijn serie
over Shenyang 1914 – 1934 er nog maar eens op na.


Dit deel van de middag begin met een bezoek aan dit stoere standbeeld. Gezien de jaartallen op de sokkel van het beeld gaat het hier om Zhang Xueliang (Ik controleer dit nog even met mijn Chinese collega).

Wikipedia

Zhang XueliangZhang Xueliang (Haicheng, 3 juni 1901 – Honolulu (Hawaxc3xaf), 14 oktober 2001) was een Chinees staatsman, bijgenaamd de Jonge Maarschalk. Zhang Xueliang volgde in 1928 zijn vermoorde vader, Zhang Zuolin, de Oude Maarschalk, op als krijgsheer en gouverneur van Mantsjoerije, een semi-autonome regio. Aanvankelijk was hij een tegenstander van generalissimo Chiang Kai-shek, maar later verzoende hij zich met hem.

In 1931 werd Zhang opperbevelhebber van het zgn. Anticommunistische Leger. Na gesprekken met Zhou Enlai en andere communisten raakte hij ervan overtuigd dat er een Verenigd Front moest worden gevormd tussen de nationalisten van Chiang en de communisten van Mao Zedong. Op 12 december 1936 nam Zhang Chiang Kai-shek en generaal Yang Hu-cheng gevangen in Xi’an, om hen te dwingen samen te werken met de CCP in een Verenigd Front. De gesprekken bleken vruchteloos en Zhang liet Chiang en generaal Yang enige tijd later weer vrij.

Chiang liet daarop maarschalk Zhang Xueliang arresteren en stelde hem onder huisarrest. In 1949 werd hij – nog steeds als gevangene van Chiang – naar Taiwan overgebracht. Zijn bewegingsvrijheid was zeer beperkt, maar hij kon wel restaurants, bioscopen en de kerk bezoeken. De enige persoon met wie hij in die tijd in contact stond was zijn levensgezellin, Zhao Si. Na de dood van Jiang Jingguo, de zoon van Chiang Kai-shek (het verschil in familienaam komt door de verschillende transcripties) in 1990, kwam Zhang Xueliang vrij. Hij emigreerde in de jaren negentig naar Hawai en vestigde zich te Honolulu. Hij kreeg talrijke verzoeken om China te bezoeken. Omdat Zhang vasthield aan zijn politieke neutraliteit ten opzichte van zowel de communisten als de nationalisten ging hij hier niet op in.

Zonder ooit nog een voet in China te hebben gezet overleed hij op 100-jarige leeftijd te Honolulu aan een longontsteking.

 


Profile of opening zone of Marshal Zhang’s Mansion.Marshal Zhang’s Mansion, built in 1914, covers 53,000 sq.m, is composed of such four building parts in different architectural styles as central court, eastern court, western court and outside court. Which was the official mansion and private residence of Zhang Zuolin, the last chief of Beiyang Government, and of the great patriot General Zhang Xueliang.
Marshal Zhang’s Mansion is an excellent architectural complex in modern history of China and national key cultural relic protection unit. The following parts of it has been formally opened to outside world: courtyard house, Daqing Building, Xiaoqing Building, Zhao Yidi’s Fromer Residence, and Bianye Bank (present Shenyang Financial Museum). Shenyang Financial Museum as an important integral part of Marshal Zhang’s Mansion has restored on emphasis business hall, president office, overground and underground treasury of former Bianye Bank and other places, which vividly reappears the original historic appearance of both Zhang Zuolin and Zhang Xueliang’s private bank.

Het Engels is een beetje behelpen.
Ik vermoed dat er zoiets staat als:
Overzicht van de openbare gebouwen van Maarschalk Zhangs huis.

Maarschalk Zhangs verblijfplaats, gebouwd in 1914,
is 53.000 vierkante meter groot
en bestaat uit vier, van architectuur verschillende delen
zoals de centrale hof, het oostelijke hof, het westelijke hof
en het buitenhof.
Dit was het officiele adres en de prive residentie
van Zhang Zuolin, de laatste heerser van de Beiyang regering
en van de grote patriot Generaal Zhang Xueliang.

Maarschalk Zhangs woning is een bijzonder architectonisch complex
in de moderne geschiedenis van China
en een beschermd cultureel erfgoed van nationaal belang.
Formeel zijn de volgende onderdelen open voor het publiek:
het courtyard huis, het Daqing gebouw, het Xiaoqing gebouw,
de residentie van Zhao Yidi (de vrouw van Zhang Xueliang)
en de Bianye bank (het huidige Shenyang Financieel Museum).
Het Shenyang Financieel Museum, integraal onderdeel
van Maarschalks Zhangs residentie,
is gerestaureerd met de nadruk op de zakenhal,
het kantoor van de president en de ondergrondse en bovengrondse kluis
van de voormalige bank.
Alles gericht om de sfeer weer te geven uit de tijd van de privebank
van Zhang Zuolin en Zhang Zueliang.

Die bank was van groot belang.
Als je een warlord bent, zul je middelen moeten hebben
om je leger te betalen, de indsustrie draaiende te houden enz.
Dus los van belastingen heffen zul je ook een goed
financieel beheer moeten kunnen voeren.
Een bank is dan wel zo handig.


De staat van het gebouw is uitstekend. Daar zal recent wel het een en ander aan gebeurd zijn.


Prachtige schilderingen op traditionele houtconstructies.



Ik ben gek op deuren.


En zeker als de deuren zo mooi zijn als hier.


Heel mooi zo’n achthoekige doorgang.


Reconstructie van een administratieve afdeling uit de tijd voor de electronische computers.





De Maarschalk zelf.



 

Shenyang, 1914 – 1934

Shenyang, deel VII.

Jonathan Spence
Op zoek naar het moderne China 1600 xe2x80x93 1989
xc2xa9 1990 xc2xa9 1991 voor de Nederlandse taal.

Pagina 387

Voor veel mensen zal deze artikelenreeks
niet de meest spannende zijn die je op het web kunt vinden.
Maar voor mij was het erg actueel toen ik in 2009
Shenyang bezocht en meer bijzonder het 18th September Museum.
Deze gedachtenisplaats / museum, richt zich volledig op het Mukden-incident.
Jonathan Spence beschrijft de aanloop, het incident en de gevolgen
uitgebreid in zijn boek ‘Op zoek naar het moderne China’.





Shenyang 18th September museum.





De Volkenbond reageerde weliswaar traag,
maar achtte deze ontwikkelingen toch een nader onderzoek waard.
In november 1931 kreeg een commissie onder leiding van Lord Lytton
opdracht de situatie te bestuderen.
Ofschoon de Verenigde Staten niet van zins waren
het op een gewapende interventie te laten aankomen,
deden ze een poging andere buitenlandse mogendheden
tot een ferm standpunt te bewegen.
Henry Stimson, de minister van Buitenlandse zaken
van president Herbert Hoover, liet in januari 1932 weten
dat de Amerikanen wat Manzhouguo betrof
xe2x80x98geen intentie hadden enige situatie, verdrag of overeenkomst te erkennenxe2x80x99
die strijdig was met de basisregels van vreedzaam internationaal gedrag.
De Britten wilden dit initiatief tot een xe2x80x98niet-erkenningsdoctrinexe2x80x99,
zoals men het voortaan betitelde, niet formeel onderschrijven;
hun overweging hierbij was dat door
de xe2x80x98huidige onbestendige en verwarde toestand van Chinaxe2x80x99
onmogelijk te voorzien was wat er nog stond te gebeuren.





Shenyang 18th September museum, Remembrance hall, gedachtenis ruimte.





Al was China dan xe2x80x98onbestendig en verwardxe2x80x99, het incident van Mukden
versterkte toch bij de Chinese bevolking
de gevoelens van vijandschap jegens de Japanners
en buitenlanders in het algemeen.
De boycotacties in Shanghai namen zulke ernstige vormen aan
dat op 28 januari 1932 de gemeenteraad van deze stad
de noodtoestand uitriep en troepen in stelling bracht
ter verdediging van de diverse buitenlandse concessies
die de internationale wijk vormden,
opdat deze niet zoals in april 1927
door de gebeurtenissen zouden worden overvallen.
Diezelfde dag vond xe2x80x99s avonds in de arme Chinese woonwijk Zhabei
een vuurgevecht plaats tussen Japanse mariniers,
die aan land waren gestuurd om hun grensstrook te beveiligen,
en het negentiende legerkorps van Guomindang.
De hoogste Japanse marineofficier ter plaatse noemde dit treffen
een xe2x80x98beledigingxe2x80x99 van het Japanse rijk
en liet op 29 januari Zhabei bombarderen.





Shenyang 18th September museum, Government of Mantsjoekwo, Regering van Mantsjoekwo onderleiding van Pu Yi.





Dit bombardement xe2x80x93 dat wegens het aantal onschuldige burgerslachtoffers
in de hele wereld verontwaardiging wekte xe2x80x93
werd gevolgd door een grootscheepse Japanse aanval
op de Chinezen die Shanghai verdedigden.
De Japanners wierpen drie volledige divisies in de strijd,
maar de Chinezen weerden zich opmerkelijk moedig en hardnekkig.
De dapperheid waarmee zij streden en de vastberaden wijze
waarop een ander Chinees leger in het hoge noorden Heilonhjiang verdedigde,
dwongen in het buitenland hernieuwd respect af voor Chinaxe2x80x99s krijgshaftigheid.
Daar de Japanse agressie bovendien plaatsvond
tegen een achtergrond van toenemende verwarring in het moederland
xe2x80x93 waar tijdens de verkiezingen in februari
de minister van Financixc3xabn werd doodgeschoten,
diezelfde maand in het centrum van Tokyo de topman
van het Mitsui-concern werd vermoord
en in mei opnieuw een eerste minister in zijn ambtswoning neergeschoten -,
klonk de bewering van de Japanners dat ze in de Chinese chaos
orde op zaken kwamen stellen, niet overtuigend.

Wikipedia

Over het Mitsui-concern staat op de Engelstalige Wikipedia het volgende:

Founded by Mitsui Takatoshi (1622xe2x80x931694), who was the fourth son of a shopkeeper in Matsusaka, in what is now today’s Mie prefecture. From his shop, called Echigoya, Mitsui Takatoshi’s father originally sold miso and ran a pawn shop business. Later, the family would open a second shop in Edo (now called Tokyo).

Takatoshi moved to Edo when he was 14 years old, and later his older brother joined him. Sent back to Matsutaka by his brother, Takatoshi waited for 24 years until his older brother died before he could take over the family shop, Echigoya. He opened a new branch in 1673; a large gofukuya (kimono shop) in Nihonbashi, a district in the heart of Edo. This genesis of Mitsui’s business history began in the Enpxc5x8d era, which was a nengxc5x8d meaning “Prolonged Wealth”.

In time, the gofukuya division separated from Mitsui, and is now called Mitsukoshi. Traditionally, gofukuyas provided products made to order; a visit was made to the customer’s house (typically a person of high social class or who was successful in business), an order taken, then fulfilled. The system of accountancy was called “margin transaction”. Mitsui changed this by producing products first, then selling them directly at his shop for cash. At the time, this was an unfamiliar mode of operation in Japan. Even as the shop began providing dry goods to the government of the city of Edo, cash sales were not yet a widespread business practice.

At about this time, Edo’s government had struck a business deal with Osaka. Osaka would sell crops and other material to pay its land tax. The money was then sent to Edoxe2x80x94but moving money was dangerous in middle feudal Japan. In 1683, the shogunate granted permission for money exchanges (ryxc5x8dgaeten) to be established in Edo. The Mitsui “exchange shops” facilitated transfers and mitigated that known risk.

After the Meiji Restoration, Mitsui was among the enterprises that could expand to become zaibatsu not simply because they were already big and rich at the start of modern industrial development. Firms like Mitsui and Sumitomo were led by non-family managers such as Minomura Rizaemon, who guided the business by accurately forecasting the coming political and economic situations, by acquaitance with high-ranking government officials or politicians, and bold investment.

Mitsui’s main business in the early period were drapery, finance and trade, the first two being the businesses it inherited from the Tokugawa Era. It entered into mining because it acquired a mine as collateral from the loan it had made, and partly because it could buy a mine cheaply from the government, Mitsui then diversified to become the biggest business in pre-war Japan. The diversification was made mainly into related fields to take advantage of accumulated capabilities; for instance, the trading company entered into chemicals to attain forward integration.

On July 1, 1876, Mitsui Bank, Japan’s first private bank, was founded with Takashi Masuda (1848xe2x80x931938) serving as president. Mitsui Bank, which following a merger with Taiyxc5x8d-Kobe Bank in the mid 1980s became part of Sakura Bank, survives as part of the Sumitomo Mitsui Banking Corporation). During the early 20th century, Mitsui was one of the largest zaibatsu, operating in numerous fields.

During the Second
World War, Mitsui employed American prisoners of war as slave laborers, some of whom were permanently maimed by Mitsui employees.

After the end of the war and the dissolution of the zaibatsu, Mitsui lagged somewhat behind its rival Mitsubishi Group and Sumitomo Group in reorganization. Mitsui Bank, which should have been the mainstay and principal capital provider of the group, declined in size due to the collapse of the Imperial Bank of Japan, which resulted in reduced cohesion of the conglomerate. Many companies that were once part of the Mitsui Group have become independent or tied to other conglomerates. Specifically, Toshiba, Toyota Motors, and Suntory, once part of the Mitsui Group, became independent, with the Toyota Group becoming a conglomerate in its own right. Ishikawajima-Harima Heavy Industries is now considered to be part of the Mizuho Group, and many companies in the Mitsui-Sumitomo Financial Group are now more closely tied to the Sumitomo Group than the Mitsui Group. Recently there have been signs that Mitsubishi UFJ Financial Group and the Mitsubishi Group could be taking over other parts of the Mitsui-Sumitomo Financial Group. Mitsukoshi merged into Isetan, a major department store with a close tie to the Bank of Tokyo-Mitsubishi UFJ, to form Isetan Mitsukoshi Holdings in April 2008.







Zo werd er op 8 januari 1922 naar Mitsui gekeken door een verslaggever van de New York Times. Het volledige artikel kun je op de web site van de New York Times vinden.




Alexander de Grote


Een bezoek aan deze tentoonstelling was een van de doelen
van ons bezoek aan Amsterdam.
Het mooie van de Hermitage, los van het gebouw,
is de fantastische collectie waar men uit kan putten.
Het is erg knap een tentoonstelling te maken
terwijl er bijna geen voorwerpen of kunstwerken zijn
die uit de tijd van Alexander dateren en direct
in relatie te brengen zijn met zijn persoon.
Daar staat tegenover een rijke verzameling
voorwerpen afkomstig van Europa tot en met Azie
en Noord Afrika.


De folder.


Het toegangskaartje.



Voor deze tentoonstelling heeft Erwin Olaf foto’s gemaakt. Daarbij maakt hij een synthese van voorwerpen zoals die op de tentoonstelling aanwezig zijn en de modellen die hij fotografeert.


Boekenlegger: Kop van een man, Campanie of Midden Italie, derde eeuw voor Christus, aardewerk, fotografie en beeldbewerking Erwin Olaf.


De catalogus ziet er goed uit. Ik heb al het een en ander gelezen en het zit degelijk in elkaar.


Een letterlijk en figuurlijk in het oog springend voorwerp van de tentoonstelling. Deze camee is bijna 16 centimeter hoog. Een prachtig werkstuk. Camee, Portret van Ptolemalos II Filadelfos en Arsinoe II, de zogenaamde Gonzaga Camee, 3e eeuw voor Christus, drielagig sardonyx.

In het Engels Ptolemy II Philadelphus,koning van Egypte.
Hij maakte zijn zuster mederegent.
Zijn zuster is Arsinoe II (316 – 270 BCE).


Zoals meestal bij het Hermitage, kost het aandachtig volgen
van de tentoonstelling en de boodschappen van de makers,
je niet de hele dag.
In een kort tijdsbestek komt de hele wereld van de vierde eeuw
voor Christus aan je voorbij.
De beeldvorming die later ontwikkeld wordt
over Alexander wordt prachtig weergegeven door een zestal houten reliefs
van de hand van Antoine Marie Melotte.
Deze meubelmaker uit Luik heeft de 6 reliefs waarschijnlijk
gemaakt in opdracht van Catharina de Grote.
Ze zijn gemaakt naar een ontwerp van Charles Le Brun.
De werken zijn fantastisch.


Antoine Marie Melotte, De grootmoedigheid van Alexander de Grote, 1777 – 1780, buxushout, Waarschijnlijk in opdracht van Catharina de Grote gemaakt naar de schilderijen van Charles Le Brun.


Antoine Marie Melotte, De grootmoedigheid van Alexander de Grote, 1777 – 1780, buxushout, detail.


Nog een laatste fantastisch voorwerp, en op de tentoonstelling
zijn er nog veel, veel meer te zien,
is dit beeld van Cleopatra VII.


Hermitage Amsterdam, Alexander de Grote, Beeld van Cleopatra VII, 51 – 30 voor Christus.


Shenyang, 1914 – 1934

Shenyang, deel VI.

Jonathan Spence
Op zoek naar het moderne China 1600 xe2x80x93 1989
xc2xa9 1990 xc2xa9 1991 voor de Nederlandse taal.

Pagina 387

De kwestie wie het staatshoofd zou kunnen worden
van dit potentieel xe2x80x98nieuwexe2x80x99 land, was spoedig geregeld.
De voormalige keizer Puyi had sedert 1925
in de Japanse concessie in Tianjin gewoond.
In juli 1931 bracht zijn broer een bezoek aan Japan,
waar hij dverse politici sprak.
Reeds twaalf dagen na het xe2x80x98incident bij Mukdenxe2x80x99 (Shenyang)
kwamen afgevaardigden van de generale staf
van het Mantsjoerijse leger naar Tianjin voor overleg met Puyi.
In oktober werden de besprekingen over de toekomst van Mantsjoerije voortgezet,
waarbij de Japanners de vijfentwintigjarige ex-keizer verzekereden
dat zij uitsluitend tegen Zhang Xueliang en zijn troepen waren opgetreden
en dat ze de bevolking van Mantsjoerije wilden helpen
een onafhankelijke staat te vormen.
Wel hielden de Japanners het in het vage of dit een monarchie
of een republiek zou worden.
In november vertrok Puyi, die zich hierdoor kennelijk had laten overtuigen
en wellicht ook droomde van het herstel
van het Mantsjoerijse erfgoed van zijn geslacht,
heimelijk per Japanse motorsloep uit Tianjin.
Bij Tanggu stapte hij over op een Japans vrachtschip,
dat hem naar Lxc3xbcshun bracht.
Nadat vertegenwoordigers van het Japanse leger
in langdurige onderhandelingen hadden geweigerd hem te erkennen
als xe2x80x98keizerxe2x80x99 van een tot nieuw leven gewekte xe2x80x98Grote Qing-staatxe2x80x99,
aanvaardde Puyi in maart 1932
de titel van xe2x80x98staatshoofdxe2x80x99 van Manzhougou (Manchukuo, Mantsjoekwo)
xe2x80x93 xe2x80x98land van de Manzuxe2x80x99.
Een aantal voormalige rijksgenoten en conservatieve Chinese ambtenaren
van het Qing-hof voegde zich bij hem toen hij zijn nieuwe regime installeerde.

Wikipedia

Manze of Mantsjoes
De Mantsjoes zijn een Toengoezisch volk die haar oorsprong had in Noordoost-Azixc3xab, in een gebied dat bekend is geworden als Mantsjoerije. De voorouders van hen stichtte de Jin-dynastie (1115-1234). Tijdens de verovering door de Mantsjoes in de 17e eeuw, veroverden zij China dat toen onder het bestuur stond van de Ming-dynastie en stichtten daar het Qing-rijk, dat China bestuurde tot 1912, toen de Chinese Revolutie hen van de troon stootte. Vanaf de Qing-dynastie begon de sinificatie. Ze begonnen met het veranderen van hun achternamen in een Chinese achternaam. na de val ervan begon de versnelling.
Tegenwoordig zijn ze de op twee na grootste groep in de groep van Chinese minderheden. De Mantsjoes wonen vooral in de Chinese provincie Liaoning. Andere gebieden zijn Hebei, Peking, Jilin, Heilongjiang, Binnen-Mongolixc3xab, Xinjiang, Gansu, Shandong, Tianjin, Chengdu, Xi’an, Yinchuan en Guangzhou. Ze spreken meestal een Han-Chinese taal en nauwelijks nog het Mantsjoe (taal). In 2000 telde Volksrepubliek China 10,68 miljoen Mantsjoes.



Shenyang, 1914 – 1934

Shenyang, deel V.

Jonathan Spence
Op zoek naar het moderne China 1600 xe2x80x93 1989
xc2xa9 1990 xc2xa9 1991 voor de Nederlandse taal.

Pagina 387

Chiang Kai-Shek, die deed wat hij kon om de coalitie
van zijn tegenstanders te breken, ging akkoord
met de uitbreiding van Zhangs territorium
en bevestigde diens opperbevel over het noordoostelijke grensbewakingsleger,
dat inmiddels zoxe2x80x99n 400.000 man omvatte.
Chiang en Zhang lieten de Japanners geen moment hun gang gaan:
ze weigerden over nieuwe spoorwegcontracten te onderhandelen,
deden hun best om de Japanners bestaande concessies afhandig te maken,
eisten bexc3xabindiging van de exterritorialiteit
en hervatten de werkzaamheden aan een nieuwe haven in zuidelijk Mantsjoerije,
die de bloei van Lxc3xbcshun, dat in Japanse handen was, moest ondermijnen.
Na ernstige rellen tegen Chinezen in Korea organiseerde
de Guomindang bovendien een grootscheepse economische boycot
van Japanse importgoederen.
In Japan zelf werden intussen de gevoelens van woede en frustratie
geleidelijk sterker, deels als gevolg van deze tegenslagen
en deels wegens de verontwaardiging van leden van de strijdkrachten
over de eigen regering, die in het voorjaar van 1930
op de Londense Vlootconferentie een proportioneel kleinere aanvulling
van de oorlogsschepen en onderzeexc3xabrs had aanvaard dan was verwacht.
In november 1930 lost een naar men zei patriottisch ingestelde jonge Japanner
op het station van Tokyo een dodelijk schot op de eerste minister van zijn land.
In het besef van de economische teruggang en de toenemende gewelddadigheid
tegen politici en industrixc3xablen in het binnenland
namen leden van de Japanse ministeries van Oorlog en Buitenlandse Zaken
stappen om de activiteiten van hun lege in Mantsjoerije aan banden te leggen.
Begin september 1931 stuurde de Japanse regering een hoge generaal
naar Lxc3xbcshun met de instructie dat hun commandant in Mantsjoerije
xe2x80x98omzichtigheid en geduldxe2x80x99 moest betrachten in de wijze waarop hij
de problemen ter plaatse aanpakte.
Was dit bevel eenmaal officieel uitgevaardigd,
dan had het Mantsjoerijse leger onmogelijk meer vrijuit kunnen handelen.
Japanse legerofficieren in Shenyang (Mukden),
die door een geheim telegram van een lagere stafofficier in Tokyo
van het doel van de genraal op de hoogte waren gesteld,
besloten in actie te komen voor deze belemmerende orders hen bereikten.
Op de avond van 18 september 1931 veroorzaakten zij een ontploffing
op de spoorlijn bij Shenyang.
Die plaats was gekozen omdat het spoor daar langs de grootste kazerne
van Chinese troepen in de streek liep.
In de herrie en verwarring kwam het tot schermutselingen
tussen Japanners en Chinezen.
In aansluiting hierop gaf de hoogste Japanse stafofficier in de regio Shenyang
bevel een massale aanval te doen op de Chinese kazerne
en de ommuurde stad Shenyang in te nemen.
De Japanse consul wilde nog protesteren, maar hield zijn mond
toen een van de officieren zijn sabel trok.
Terwijl de meerderheid van het kabinet in Tokyo op terughoudendheid aandrong
en de Chinezen en Amerikanen de Volkenbond vroegen tot een staakt-het-vuren
op te roepen, stuurde de stafchef in Tokyo zijn strijdkrachten
in Mantsjoerije dubbelzinnige berichten.
De Japanse bevelhebber in Korea trok op eigen gezag met zijn troepen
zuidelijk Mantsjoerije binnen en het leger in Shenyang (Mukden)
maakte van bestaande richtlijnen voor zelfverdediging
en de bestrijding van rovers gebruik om zijn operaties uit te breiden.
Chiang Kai-shek, die het met zijn aanhangers aan de stok had
omdat hij onlangs Hu Hanmin had laten arresteren,
kon zich geen tweede conflict van enige omvang permitteren.
Hij beval Zhang Xueliang zijn troepen niet in geregelde veldslagen te riskeren,
maar ze ten zuiden van de Chinese muur terug te trekken.
Tegen de jaarwisseling hadden de Japanners heel Mantsjoerije in handen.





Kaartje uit het boek van Jonathan Spence dat illustreert hoe Japan Mantsjoerije in handen kreeg (David Lindroth is de maker van dit kaartje).





Wikipedia

Hu Hanmin (born in Panyu, Guangdong, China, December 9, 1879; died in Guangdong, China, May 12, 1936) was one of the early leaders of Kuomintang (KMT), and a very important right-winger in Kuomintang.
Hu was elected to be a central executive committee member in the first conference of Kuomintang in January, 1924. In September, he acted as vice generalissimo, when Sun Yat-sen left Guangzhou to Shaoguan. Sun died in Beijing in March, 1925, and Hu was one of the three most powerful figures in Kuomintang. The other two were Wang Jingwei and Liao Zhongkai. Liao was assassinated in August of the same year, and Hu was suspected and arrested. After the Ninghan split in 1927, Hu supported Chiang Kai-Shek and was head of Legislative Yuan in Nanjing.
Later in February 28, 1931, he was placed under house arrest by Chiang because of disputes over the new provisional constitution.



Shenyang, 1914 – 1934

China en Japan, deel IV

De Japanse legerofficieren die hadden gehoopt
dat de moord op Zhang Zuolin in 1928
in Noord-China een oorlog op grotere schaal zou doen ontbranden,
werden teleurgesteld.
De regering in Tokyo stelde zich afwachtend op
en kondigde geen algemene mobilisatie af.
In plaats daarvan volgde Zhang Xueliang,
de zoon van Zhang Zuolin, zijn vader op als aanvoerder van diens troepen.
Deze Zhang Xueliang, die in 1898 was geboren,
had een loopbaan achter de rug als middelmatig officier
in de Mantsjoerijse legers van zijn vader,
opiumverslaafde en door vele vooraanstaande commandanten
van zijn vader verfoeide lastpost.
Aanvankelijk zullen de Japanners deze man,
die neerbuigend xe2x80x98de jonge maarschalkxe2x80x99 werd genoemd,
nauwelijks als een bedreiging hebben gezien.
Hij gaf echter in de zomer en herfst van 1928 blijk
van verrassende doortastendheid,
toen hij de drie noordelijke provincies
die het territorium van zijn vader hadden gevormd
xe2x80x93 Heilongjiang, Jilin (Kirin) en Liaoning -,
formeel bij de rest van China voegde,
onder het gezag van de Guomindang en Nanjing.
Als extra aansporing bood deze partij Zhang de leiding aan
over een een Politieke Raad van het Noordoosten,
waarin ook de provincie Rehe (Jehol) zou worden opgenomen.
Ondanks waarschuwingen van Japanse zijde dat er bezwaren bestonden
tegen de hereniging van Mantsjoerije met de rest van China,
zette Zhang door; hij betuigde in december 1928
zijn trouw aan de regering in Nanjing.

Vanaf dat moment gaf Zhang Xueliang blijk
van een onrustbarende eigenzinnigheid.
De Japanners hadden gedacht Zhang te kunnen bexc3xafnvloeden
of zelfs in toom te houden via twee mannen die in het noordoosten
vooraanstaande militaire en civiele leiders
en naaste vertrouwelingen van zijn vader waren geweest.
Zhang die hiervan op de hoogte was, onthaalde het tweetal
in januari 1929 op een diner en liet hen tijdens de maaltijd doodschieten.
De moorden werden gepleegd nadat Zhang zich bij zijn gasten
had gexc3xabxcuseerd om even zijn dagelijkse morfine-injectie te gaan halen.
Tegen de zomer van dat jaar deed Zhang,
als een soort reprise van de overval van zijn vader
op de Sovjetambassade in Beijing in 1927,
een aanval op het consulaat van de Sovjet-Unie in Harbin.
Ook deed hij een poging de hele Oostchinese Spoorwegmaatschappij,
die onder toezicht van de Sovjets stond,
over te nemen en alle burgers van de Sovjet-Unie die er werkten,
de laan uit te sturen.
In dit geval deed een krachtig militair antwoord van Stalin
hem op zijn schreden terugkeren, maar toen in het najaar van 1930
een militair-politieke coalitie in het noorden
xe2x80x93 bestaande uit het geduchte trio Feng Yuxiang, Yan Xishan en Wang Jingwei xe2x80x93
probeerde Chiang Kai-shek ten val te brengen,
liet Zhang Xueliang zijn eigen troepen via Shanhaiguan
naar het zuiden optrekken, waar hij het noordelijke deel
van de provincie Hebei bezette.
Deze zet gaf hem de macht over de daardoorheen lopende trajecten
van de spoorlijnen Beijing-Wuhan en Tianjin-Pukou,
terwijl hij ook de overvloedige douane-inkomsten uit Tianjin kon opstrijken.

Wikipedia

Feng Yuxiang (1882xe2x80x931948) was a warlord and leader in Republican China. He was also known as the Christian General for his zeal to convert his troops and the Betrayal General for his penchant to break with the establishment. In 1911, he was an officer in the ranks of Yuan Shikai’s Beiyang Army but joined forces with revolutionaries against the Qing Dynasty. He rose to high rank within Wu Peifu’s Zhili warlord faction but launched the Beijing coup in 1924 that knocked Zhili out of power and brought Sun Yat-sen to Beijing. He joined the Nationalist Party (KMT), supported the Northern Expedition and became blood brothers with Chiang Kai-shek, but resisted Chiang’s consolidation on power in the Central Plains War, and broke with Chiang again in resisting Japanese incursions in 1933. He spent his later years supporting the left-wing of the KMT which cooperated with the Chinese Communists.

Yan Xishan, (8 October 1883 xe2x80x93 22 July 1960) was a Chinese warlord who served in the government of the Republic of China. xe2x80xa6 Although Yan was known as the “Model Governor” for his enlightened policies, he was nonetheless a military dictator. In 1926, he pledged his loyalty to Chiang Kai-shek’s new government, but in 1929 he joined Feng Yuxiang and Wang Jingwei in their attempt to overthrow the Chiang administration. During the Central Plains War, Yan joined Feng Yuxiang to fight Chiang Kai-shek, but both were defeated when Zhang Xueliang decided to join Chiang. Yan was forced to flee Shanxi to Dalian after his defeat, but after a brief retirement in the early 1930s, Yan returned to power in Shanxi and undertook social and military reforms to counteract the spread of communism in the province. xe2x80xa6 During the Second Sino-Japanese War, most regions of Shanxi were quickly overrun by the Japanese, but Yan refused to flee the province and after losing the provincial capital Taiyuan, he relocated his headquarters in the remote corner of the province, and then effectively resisted Japanese attempts to completely seize Shanxi. During the Second Sino-Japanese War, the Japanese made no less than five attempts to negotiate peace terms with Yan and hoped that Yan would become a second Wang Jingwei, but Yan refused and stayed on the Chinese side. In 1936, Yan supported Zhang Xueliang’s seizure of Chiang Kai-shek in the 1936 Xi’an Incident, in order to force a Communists-Lords of War-Republicans collaboration against Japanese.

Wang Jingwei (May 4, 1883 xe2x80x93 November 10, 1944), was a Chinese politician. He was initially known as a member of the left wing of the Kuomintang (KMT), but he was staunchly anti-Communist, and his politics veered sharply to the right later in his career. A close associate of Sun Yat-sen, Wang is most noted for disagreements with Generalissimo Chiang Kai-shek and his formation of a Japanese-supported collaborationist government in Nanjing. For this role he has often been labeled as a Hanjian. His name in China is also now a term used to refer to a traitor, similar to the Americans “Benedict Arnold” or Norwegians “Quisling”.



Jonathan Spence
Op zoek naar het moderne China 1600 xe2x80x93 1989
xc2xa9 1990 xc2xa9 1991 voor de Nederlandse taal.

Pagina 387

Hoorn

Na eerst de Koepelkerk in Hoorn bezocht te hebben loop ik
ook nog even de VOC – Stadswandeling.
Hoorn was een van de thuishavens van de Verenigde Oost-Indische
Compagnie. De sporen zijn daar nog van terug te vinden.
Dit verslagje van de wandeling wordt vooral een overzicht
met gevelstenen.
Deze gedenkstenen wijzen terug naar West-Friesland en de VOC.





De wandeling begint bij het VVV. Zeg maar bij het verlaten van het treinstation. Maar we waren al meer dan een dag in Hoorn dus mijn wandeling begon letterlijk op dit punt: de Rode Steen. De voormalige kassmarkt in Hoorn was vroeger de plaats waar terechtstellingen (executies) werden uitgevoerd. Deze steen markeert die executieplaats en ligt aan de voet van het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen.






Dat standbeeld is overigens gegoten door een ijzergieterij uit Breda: de Firma J. C. Marijnen. Ik woonde vroeger vlak achter een andere ijzergieterij. Op het web vond ik de volgende namen: C. Klep de Bruyn; C.G. Cosijn (daar woonden we vlak achter, het gebouw bestaat nog steeds op de hoek van de Tramsingel en Lunetstraat); De Bruyn Kops, Mansbach en Cie=> De Bruyn Kops en Cie=> De Bruyn Kops en Bakker=> Bakker en Rueb=> Machinefabriek Breda; Marijnen’s IJzer en metaalgieterij N.V., N.V. De Etna (daarlangs liep ik altijd naar de lagere school)






Coen met op de achtergrond het Westfries museum.






In de Frahchtwage, kruising Wijdesteeg en het West, nummer 50. Een gebouw uit 1612, een voormalige overslagplaats.






Veermanskade nummer 6: het wapen van Jenuwe (Genua). Een koopmanshuis van een handelaar die zaken deed met het Middellandse Zee gebied.






Volgens overlevering het geboortehuis van schipper Willem Ijsbrandszoon Bontekoe.






Hoorn.






Gevelsteen van De Dageraad. Een kaaspakhuis uit 1591.






Op de bierkade werkten de bierdragers.









In de stad zijn verschillende grote huizen te vinden van diverse bevelvoerders van de VOC. Die huizen zijn uitgebreid versierd.






Het Oude Vrouwenhuis.






Gravenstraat/Munsstraat, hoekhuis met gevelsteen met een scheepje.






Pakhuizen van de VOC uit 1606.



17e eeuwse driemaster.






Protestantsch Weeshuis.






In dit witte pand is een cultureel centrum en bioscoop.



Een moderne variant van een gevelsteen?






Raam in een raam van de Westfriese Munt.






Het Statenlogement uit 1613: logeergebouw voor het College van Gecommiteerde Raden van West-Friesland en het Hollands Noorderkwartier.






Een beeld van Prins Maurits op beide trapgevels.






Wapens van de zeven steden prijken op de gevel. Dit is het wapen van Edam.






Alkmaar.


















Enkhuizen.






Monnickendam.


De wapens van Purmerend, Medemblik en Hoorn ontbreken in deze serie.




Een prachtige wandeling die ik iedereen kan aanraden.
De folder met de beschrijving is te koop bij de VVV: 2 euro.

China reisverslag / travelogue 55

Het is bijna een jaar geleden dat ik in Shenyang was.
Op 5 oktober 2009 arriveerde ik met de trein vanuit Beijing.
En na een kennismaking met de moeder van mijn collega
gingen mijn collega en ik naar Beiling Park.
Beiling Park is een groot park in Shenyang
en was vroeger een keizerlijke begraafplaats.
Het graf van Keizer Tai Zong (Huangtaiji) en zijn vrouw
Xiaoduanwen, Borjite is er nog steeds.
Dat graf heet ook wel de Zhao Ling tomb.
Daar gingen we naar toe.
Maar laten we eerst het park eens binnenlopen.





Het was kort na 1 oktober en de viering van zestig jaar Volksrepubliek China. Overal bij parken en op grote pleinen zag je de grote rode cijfers 60 omringd door bloemen. Voor de bloemen de Chinezen die deze dagen vrij waren en net als ik als een toerist Beiling Park bezoeken. Zij willen maar wat graag op de foto.






De zuid-ingang van het park.








Beiling Park

Beiling Park covers an area of 3.300.000 m2. It was originally an imperial cemetery and became a park in 1927. The world famous Zhao Ling tomb of the Qing Dynasty is just in the park. The golden tiles and red walls present the magnificence and splendour of the imperial cemetery. Outside the cemetery are towering old pines, green and Luxuriant grass and trees, and rippling lake. It is an ideal scenic spot for the perfect combination of the imperial architectures of the Qing dynasty and the modern gathering landscape.
The Zhao Ling Tomb is the tomb of Tai Zong (Huangtaiji) who is the second emperor of the Qing Dynasty and Empress Xiaoduanwen, Borjite. It was initially constructed in the eight year of the reign of Emperor Chongde of the Qing Dynasty (in 1643) and is the largest, most magnificent and most representative Imperial tomb among the three tombs north of the Shanhaiguan Pass at the beginning of the Qing Dynasty, as well as one of the most well-preserved ancient imperial tombs architectural complex in China. In 2004 it was listed in the name list of the World Culture Inheritances.
The natural scene within the park is colourful and wonderful and in myriad forms. The old pines of over 300 years are called xe2x80x98life relicxe2x80x99. What are unique and distinctive are xe2x80x98Holy Treexe2x80x99 and xe2x80x98Phoenix Treexe2x80x99 which show the harmony of body and spirit.
The Scenery Garden is the first-grade gardening work. Chinese traditional gardening and architectural arts are applied in the garden to perfectly combine the natural scene with artificial scene. Here you will acclaim the smart combination of architectures and landscape. The surface of the 300.000m2 artificial lake in the park ripples. The 100-meter long banks run through from east to west and are shielded by the green and luxuriant willow trees planted on the banks. It is available and agreeable to take pedal boat and speed boat on the lake while enjoying the scenery of the park.
The long history, solemn imperial tombs and diversified natural scenes refresh, gladden and attract the domestic and foreign visitorsxe2x80x99 hearts. We warmly welcome you to visit the park to learn more about Chinese history, Shenyang and the culture of the Qing Dynasty.

Korte vertaling/samenvatting:
Oorspronkelijk was Beiling Park een Keizerlijke begraafplaats
en het werd in 1927 een park.
Het wereldberoemde Zhao Ling graf van de Qing Dynastie
ligt in het park.
De gouden dakpannen en rode muren presenteren de verhevenheid
en pracht van een keizerlijke begraafplaats.
Buiten de begraafplaats staan eeuwenoude pijnbomen,
gevarieerd groen en bomen en ligt er een golvend meer in het park.
Het park is de ideale combinatie van keizerlijke architectuur
van de Qing Dynastie en een modern landschap voor ontspanning.

Het Zhao Ling graf is het graf van Tai Zong (Huangtaiji),
de tweede keizer van de Qing Dynastie en Keizerin Xiaoduanwen,
Borjite (Borjite is de aanduiding van de clan of het Mongoolse ras
waar de keizerin van afstamde).
Het graf is gebouwd in het achtste regeringsjaar
van Keizer Chongde van de Qing Dynastie (in 1643).
Het is het grootste, meest indrukwekkende
en meest representatieve keizerlijke graf
van de drie graven ten noorden van de Shanhaiguan Pass
uit het begin van de Qing Dynastie.
In 2004 is deze plaats opgenomen op de World Heritage lijst van Unesco.

De afsluiting van de tekst is zo mooi. Daarom vertaal ik die helemaal:

De lange historie, het plechtige keizerlijke graf
en het gevarieerde natuurlijke landschap,
hebben een verfrissende en opwekkende aantrekkingskracht
op de harten van Chinese en buitenlandse bezoekers.
We heten u van harte welkom om in dit park meer te leren
over de geschiedenis van China, de stad Shenyang
en de cultuur van de Qing dynastie.





De plattegrond van het park.






Het standbeeld van Keizer Tai Zong.






Het standbeeld van Keizer Tai Zong.






Zomaar in een prieeltje in het park stond een groep mensen te zingen en muziek te maken. Voor een Westerse toerist is dat even wennen. Ik had het in Beijing gezien maar daar bezocht ik vooral topattracties. Ik dacht dat er daarom zoveel groepen waren. Maar ik kwam er al gauw achter dat mensen in China parken intensief gebruiken om muziek te maken, gymnastiek te beoefenen en om er spelletjes te spelen.






De muziekinstrumenten zien er zo fantastisch uit.





Binnenkort het vervolg van de wandeling in dit park.

Wim Pijbes: pistool Volkert van der G.

Inmiddels is er al een kleine rel over ontstaan
maar tegen iedereen die het maar wilde horen
heeft Wim Pijbes, directeur van het Rijksmuseum,
gezegd dat hij het pistool van Volkert van der G. wil tentoonstellen.





Als voorbeeld het artikel van de Volkskant web site.





Als je wat meer wil begrijpen van de achtergrond van dit verhaal
is het misschien goed het interview van Harm Botje en Sander Pleij
in Vrij Nederland van 15 mei 2010 nog eens na te lezen.
Helaas staat de tekst nog maar gedeeltelijk op de web site
van VN en juist het interssante deel is er niet meer te lezen:

Bent u nog geinteresseerd in het Nationaal Historisch Museum?
‘Toen ik net directeur van het Rijksmuseum was,
heb ik Ronald Plasterk gebeld en gezegd:
“Ik wil graag solliciteren op de functie van
directeur Nationaal Historisch Museum.
Ik doe het er wel bij.
Mijn bestuur vindt dat prima.”
“Daar komt niks van in,” zei Plasterk.
“Laat het me uitleggen,” riep ik,
“het scheelt je een salaris, maar vooral:
het Rijksmuseum heeft de expertise, de spullen, de contacten,
de collectie, we gaan in 2013 open.
En bovendien staat in onze statuten dat we het museum
voor kunst en geschiedenis zijn.
En het Rijksmuseum heeft een collectie en een geschiedenisafdeling.
Een Nationaal Historisch Museum bestaat al!
Het staat hier, in Amsterdam.’

En even verderop in het artikel zegt hij
over het Nationaal Historisch Museum:
..mooi initiatief, twee goede directeuren, maar ze hebben
geen collectie, geen gebouw, geen duidelijk concept
en het zit in Arnhem.

Shenyang, 1914 – 1934

Jonathan Spence
Op zoek naar het moderne China 1600 xe2x80x93 1989
xc2xa9 1990 xc2xa9 1991 voor de Nederlandse taal.

Pagina 387
China en Japan, deel III

De houding van vele Japanse intellectuelen en politici tegenover China
was een complexe mengeling van bewondering
voor de vroegere culturele prestaties van dat land
en geringschatting wegens de moeilijkheden waarin het thans verkeerde.
Bij Naito Konan, een van Japans beroemdste kenners van
en schrijvers over China, kwamen deze ambivalente gevoelens
duidelijk tot uiting.
Op de eerste dag van de Chinees-Japanse oorlog in 1894
had Naito, toen een jongeman van negenentwintig jaar,
geschreven dat Japan nu de xe2x80x98taak [had] de Japanse beschaving
en gebruiken tot in alle hoeken van de wereld uit te dragenxe2x80x99.
Aangezien China de grootste van alle Aziatische naties was,
sprak het vanzelf dat dit land xe2x80x98het voornaamste doelwit
van de Japanse missie moest wordenxe2x80x99.
Dit was in de ogen van Naito een heel speciale taak,
omdat Japan, in een onstuitbaar proces van overdracht en verandering,
de culturele rijpheid die eens het domein van China was geweest,
in bezit had gekregen en verder ontwikkeld.

De overheersende positie van Jiangsu en Zhejiang in de Chinese cultuur
tegen het einde van de Ming en in de beginjaren van de Qing
had plaatsgemaakt voor een bloeiperiode van Guangdong,
waarin in de jaren twintig van deze eeuw
xe2x80x98het hart van de oosterse cultuur [was] verschoven naar Japanxe2x80x99,
aldus Naito, die erop wees dat de oorspronkelijke bewoners
van de drie genoemde Chinese provincies
allen niet-Chinese barbaren waren geweest.
Soms liet Naito onverholen minachtig blijken.
xe2x80x98Wij behoeven niet meer te vragen
wanneer de ineenstorting van China zal komen,xe2x80x99
schreef hij ten tijde van de 4-meibeweging in 1919.
xe2x80x98Het is al dood, maar het lijk kronkelt nog.xe2x80x99
Vaker trachtte hij de grootste plannen die Japan met China had,
duidelijk te maken aan de hand van wijdlopige metaforen
van vernieuwing en vooruitgang:

Stel dat u, om een reusachtig rijstveld in cultuur te brengen,
begint irrigatiekanalen te graven.
Ten slotte stuit u op een grote kei, die met een moker
of misschien zelfs dynamiet moet worden vergruizeld.
Wat zou u er van zeggen als iemand,
voorbijgaand aan uw uiteindelijke doel,
u zou verwijten dat u het landschap vernielt?


Op basis van Wikipedia

Jiangsu is een Chinese provincie, gelegen langs de oostkust van het land. De naam komt van jiang, een verkorte vorm voor de naam van de stad Jiangning (nu Nanking), en su, voor de stad Suzhou.
Zhejiang is xc3xa9xc3xa9n van de 26 provincies van China en grenst aan Jiangsu.
Guangdong is een provincie van de Volksrepubliek China. Zowel de hoofdstad Kanton als de snel groeiende stad Shenzhen behoren vandaag de dag tot de grootste steden van China. Deze provincie ligt veel zuidelijker in China dan Jiangsu en Zhejiang.



Een en ander had economische implicaties voor China
die prachtig aansloten bij de plannen
die de Zuidmantsjoerijse Spoorwegmaatschappij,
andere Japanse industrixc3xablen en het Japanse leger koesterden,
of zelfs al in praktijk brachten:
xe2x80x98China moet om te beginnen zo worden gereorganiseerd
dat het land de grondstoffen kan leveren die nodig zijn voor de nijverheidxe2x80x99.
Uit het samengaan van zulke gezichtspunten ontstond het idee
van een Groot Oostaziatisch Gebied van Gemeenschappelijke Voorspoed,
waarin China en Japan, onder de krachtige en krijgshaftige leiding van de laatste,
de hun toekomende plaats in de wereld zouden opeisen
xe2x80x93 zelfs al zou er een oorlog nodig zijn om China van de juistheid
van deze koers te overtuigen.






Jonathan Spence, Op zoek naar het moderne China 1600 xe2x80x93 1989.





Shenyang, 1914 – 1934






Jonathan Spence, Op zoek naar het moderne China 1600 xe2x80x93 1989.





Jonathan Spence
Op zoek naar het moderne China 1600 xe2x80x93 1989
xc2xa9 1990 xc2xa9 1991 voor de Nederlandse taal.

Pagina 387
China en Japan, deel II

De spanning tussen het Japanse leger en de diverse Chinese regeringen
was een afspiegeling van de toenemende problemen in Japan zelf.
Het veelbelovende vooruitzicht van een snelle economische groei,
dat sedert het einde van de negentiende eeuw een aantal jaren had aangehouden,
werd geleidelijk minder.
Ofschoon de toekenning van volledig kiesrecht aan alle Japanse mannen
in 1925 en de troonsbestijging van de jonge,
erudiete keizer Hirohito in 1926 waarborgen leken voor een blijvende vitaliteit,
ging het in feite bergafwaarts met het keizerlijk-constitutionele bewind.
In veler ogen waren de reusachtige, door de overheid geprotegeerde bedrijven
al te machtig en corrupt geworden en hadden ze ook de integriteit
van de gekozen politici en het ambachtelijk apparaat aangetast.
Zowel de landmacht als de marine xe2x80x93 beide goed toegerust en getraind xe2x80x93
ergerde zich aan de internationale verdragen en aan het buitenlandse beleid
dat hun een zinvol functioneren leek te ontzeggen.

De hele natie was doortrokken van vrees voor ondermijnende activiteiten
in het land zelf,
en hoewel de Japanse communistische partij nooit een vuist had kunnen maken,
werd tegen het einde van de jaren twintig een aantal strenge
nieuwe xe2x80x98wetten tot behoud van de vredexe2x80x99 aangenomen,
die de politie bij de jacht op binnenlandse onruststokers
speciale bevoegdheden gaven.
De bevolking, die sedert de Meiji-hervormingen in omvang was verdubbeld
en in 1928 de 65 miljoen zielen bereikte,
werd geconfronteerd met werkloosheid in de steden
en een agrarische depressie.
Beide werden ernstiger toen de beurscrisis in de Verenigde Staten aankondigde
dat de zeer omvangrijke markt voor Japanse zijde in dat land op instorten stond,
waarmee duizenden arbeiders in Japan hun baan,
en boeren hun voornaamste bron van neveninkomsten zouden kwijtraken.
Van 1929 op 1930 zakte de prijs van zijde tot een kwart van het oude niveau,
terwijl de Japanse export naar de Verenigde Staten met veetig procent daalde.
De Japanse uitvoer van parels, voedsel in blik en porselein
naar de Verenigde Staten had te lijden van de Tariefwet Smoot-Hawley uit 1930,
die de invoerrechten met gemiddeld 23 procent verhoogde.
In diezelfde jaren daalde de export van Japan naar China met vijftig procent.

Wikipedia

De Meijiperiode is een periode in de Japanse geschiedenis, die begon bij de restauratie van de Meijikeizer, naar het centrum van de macht in 1868, en duurde tot de dood van deze keizer in 1912. Voorafgaand aan de Meijiperiode was de Edoperiode, die bestuurd werd door een aristocratisch-bureaucratisch systeem, de bakufu. Aan dat systeem was een traditie van afzondering verbonden, dat onhoudbaar werd door de dreiging van bezetting door het Westen. Door de spanning die daaruit ontstond, kwam er een revolutie van de lagere “adel”, gesteund door het keizerlijk huis tot stand die het Tokugawa-shogunaat omver wierp.

Hervormingen
De Meijiperiode werd getekend door de snelle verandering naar een modern land dat kon concurreren met het westen. Hiertoe werden op zeer veel fronten in de maatschappij veranderingen doorgevoerd (o.a. in de wetenschap, technologie, gezinsinrichting, handel, scholing en medische zorg).

Economische verandering
Er werden in hoog tempo staatsbedrijven gecrexc3xaberd, die dan (met uitzondering van de militaire industrie) wanneer ze economisch rendabel waren, geprivatiseerd werden. Ook werd de infrastructuur uitgebouwd, er werden nationale post- en telegraafsystemen ingevoerd, en buitenlandse technologie werd gexc3xafmporteerd.

Ondanks de sterk groeiende economie en het optimisme van de Japanse bevolking, was Japan toch nog een vrij arm land ten tijde van de Meijiperiode. Het is dan ook omtrent deze tijd dat Japan zijn eerste economische emigranten kreeg. Deze gingen vooral naar Latijns-Amerika, waar nog altijd afstammelingen van hen wonen.

Nationalisme
Ook was een item van de Meijiregering om van Japan xc3xa9xc3xa9n coherent land te scheppen, hiertoe werden de Europese nationalistische ideexc3xabn overgenomen, en ook de tot dan toe typisch Europese rassentheorie werd gebruik om het idee van een sterk historisch logische Japanse eenheid te scheppen. Het is waarschijnlijk het overnemen van deze ideexc3xabn geweest die de wortels zijn geworden van de Japanse rol in de Tweede Wereldoorlog. Desalniettemin slaagde de strategie van de Japanse regering erin om een sterk land met een moderne economie en defensiemacht te maken, dat buiten het gevaar van kolonisatie door westerse landen kwam te staan.

Enkele hervormingen op een rijtje
Afschaffing van de Samuraiklasse
Afschaffing van het lijfeigenschap van boeren.
In 1893 ging Japan over op de Gregoriaanse kalender.



Shenyang, 1914 – 1934

Mensen die mijn weblog het afgelopen jaar meerdere malen bezocht hebben
weten dat ik vorig jaar oktober 2009 in China ben geweest.
Ik heb er drie steden bezocht: Beijing, Shenyang en Baotou.
De reden van mijn bezoek was de bruiloft van mijn Chinese collega.

Toen we spraken over zijn geboortestreek, stad,
en ik eens ging kijken op het internet,
werd me langzaam duidelijk dat de provincie waarin Shenyang ligt,
een van de drie provincies is die we in het westen
kennen onder de oude naam Mantsjoerije.
Mij was altijd bijgebleven dat de Tweede Wereldoorlog in Azie
begonnen is in 1931 met het Incident van Mukden (of het Mantsjoerije-incident).
Mukden is de naam van Shenyang in het Mantsjoerisch.

Jaren geleden had ik eens een boek over China gelezen.
Dat boek heb ik weer eens tevoorschijn gehaald
en genoemd incident staat daarin beschreven.
Overigens kun je beredeneren dat de Tweede Wereldoorlog in Azie
eigenlijk eerder of later begonnen is.
Er hebben zich een hele reeks moordaanslagen, incidenten,
bezettingen, belegeringen, veroveringen en oorlogsmisdaden voorgedaan.





Jonathan Spence, Op zoek naar het moderne China 1600 xe2x80x93 1989.





Ik ga een deel van dit dikke boek opnemen op mijn weblog
als een soort inleiding op mijn verhaal en foto’s die ik gemaakt heb
in het 18 september museum in Shenyang.
Hierbij het eerste deel.

Jonathan Spence
Op zoek naar het moderne China 1600 xe2x80x93 1989
xc2xa9 1990 xc2xa9 1991 voor de Nederlandse taal.

Pagina 387
China en Japan

Het Japanse beleid ten aanzien van China had sedert het begin
van de Eerste Wereldoorlog verscheidene koerswijzigingen doorgemaakt.
Nadat Japan zich in 1914 en 1915 met zijn greep
naar de Duitse concessies in Shandong
en het dictaat van de Eenentwintig Eisen
van zijn onverbiddelijkste kant had laten zien,
stelde het zich ten tijde van de Conferentie van Washington
(1921 xe2x80x93 1922) veel inschikkelijker op:
het trok de meest vergaande eisen in
en gaf de voormalige Duitse bezittingen en spoorwegen aan China terug.
In de jaren 1927- 1928 kreeg de harde lijn weer de overhand,
ten dele op grond van de overtuiging dat de alliantie
van de Guomindang met de communisten
een nieuwe periode van vijandschap jegens het buitenland zou inluiden,
die de bevoorrechte handelspositie van Japan in Midden-China
en zijn nadrukkelijke militaire aanwezigheid
in Zuidelijk Mantsjoerije zou kunnen schaden.
Het bloedige treffen met het Nationale Revolutionaire Leger bij Jinan
in mei 1928 en de moord op maarschalk Zhang Zuolin in juni van dat jaar
getuigden volop van deze nieuwe houding.

Wikipedia

De Kwomintang (KMT) of Guomindang (GMD) is een Chinese politieke partij. De volledige naam van de partij luidt Chinese Nationale Volkspartij. De partij werd in 1911 opgericht en kwam voort uit de Revolutionaire Liga van dr. Sun Yat-sen. De KMT is gebaseerd op de door hem geformuleerde Drie principes van het volk, namelijk democratie, volkswelvaart en nationalisme.

Sun Zhongshan of Sun Yixian/Sun Yat-sen (Cuiheng, 12 november 1866 xe2x80x93 Peking, 22 februari 1925) was de grondlegger van het republikeinse China en initiator van de eraan voorafgaande Xinhai-revolutie. De oude Nederlandse naam is Soen Jat-sen. Sun Zhongshan wordt in China als standaardnaam gezien.

Zhang Zuolin (ook wel Chang Tso Lin) (1873-1928) was een van de krijgsheren die China aan het begin van de twintigste eeuw onder zich hadden verdeeld.

De moord op Zhang Zuolin
De basis van de China politiek van Japan was het contact met de Mantsjoe krijgsheer Zhang Zuolin. Deze werd op 4 juni 1928 vermoord (zijn trein werd opgeblazen) door Japanse militairen van het Kanto legeronderdeel onder leiding van kolonel Komoto Daisaku.
Hirohito was razend omdat de moord zonder zijn toestemming was uitgevoerd. Hij eiste van minister-president Tanaka van de Seiyukai partij dat hij de schuldigen zou straffen. Tanaka vertelde Saionji en de keizer in december 1928,dat hij de daders had gevonden en streng zou straffen maar hij werd onder druk gezet door legerminister Shirakawa Yoshinori en Spoorwegminister Ogawa. Volgens hun zou het straffen van de militairen de relatie met China verslechteren. Uiteindelijk bereikte Tanaka een compromis. Generaal Muraoka Chotaro van het Kanto-leger werd met pensioen gestuurd en Komoto werd geschorst. Ondertussen had Makino al contact gezocht met legerminister Shirakawa Yoshinori. Hirohito en Makino gingen akkoord met het idee van Shirakawa Yoshinori dat het straffen van de militairen de Japans reputatie zou schaden, daarom zou het publiek een gecensureerde versie van het incident krijgen en zouden de schuldigen discreet gestraft worden. Toen Tanaka Hirohito inlichtte over zijn compromis stelde Hirohito dat Tanaka laf optrad tegen de militairen en dat het misschien beter voor hem was om ontslag te nemen. Tanaka nam daarop ook ontslag. Tanakaxe2x80x99s opvolger Osachi Hamaguchi hield de keizer over elke handeling van het kabinet op de hoogte, exact zoals Hirohito dat wilde







Shenyang, de karakteristieke gevel in de vorm van een soort boek van het 18 september museum.





China reisverslag / travelogue 48

De Verboden Stad is werkelijk een van de juweeltjes
op het gebied van geschiedenis, kunst, pracht en praal.
En zoals we allemaal weten bestaan er prachtige juwelen
maar er zijn ook bloeddiamanten.
Ook in China heeft de geschiedenis vele gezichten.
Dit is een van de laatste blogs over deze Forbidden City
van keizers, eunuchen, politiek, strijd, oorlog, geweld,
totalitarisme, communisme, belangrijke filosofie,
godsdienst, muziek, culinaire hoogtepunten,
koloniale politiek, generaals en prinsen.
Op 4 oktober 2009 had ik de kans daar een dag rond te lopen
en te genieten van al het moois dat er te zien is.
In deze blog een selectie.



Een van de zogenaamde topstukken van het Palace Museum. Met plastic draadjes wordt deze schitterende gouden schenkkan veilig getoond.


Gold ewer, embossed with designs of clouds and dragons, Qianlong period, Qing dynasty, 1736 – 1795. Dit is een van de vele foto’s uit het boek The Palace Museum dat ik in Beijing kocht.

Embos slaat op een techniek waarbij een ontwerp in bijvoorbeeld
metaal wordt aangebracht door heel specifiek druk
op het metaal uit te oefenen.
Het ontwerp dat hier gebruikt is zien we vaak in China:
wolken en draken.



Stone drums, Stenen trommels. Een wel heel bijzondere afdeling in het museum is een verzameling stenen trommels. Van dit soort voorwerpen had ik niet eerder gehoord. Maar het zijn geen stenen muziekinstrumenten maar de oudste stenen met inscripties van het klassiek Chinese schrift. Er bestaan oudere teksten op bijvoorbeeld bronzen voorwerpen, aardewerk potten of orakelbeenderen. Foto’s maken was zeer zeer moeilijk omdat het schrift maar moeilijk te herkennen was op deze grote stenen.

Foreword.

Stone drums refer to a group of inscribed granite and are named for their drum-like shapes. Stone drums are the earliest stone inscriptions found so far in China and date back to the 11th year of Xiangong’s reign in the state Qin (374 B.C.).
Stone drum inscriptions recorded the hunting activities of the Qin-ruler in the form of four-character poems so as to eulogize Xiangong Qin and leave him a good name for ever in history.
Stone drum inscriptions stand a unique and important place in Chinese history as well as in the history of literature, philology and calligraphy.

Inleiding.

De term ‘Stenen trommels’ verwijst naar een groep granieten voorwerpen
met inscripties, die hun naam danken aan hun trommelvorm.
Het zijn de oudst bekende inscripties in steen in China
en stammen uit 374 voor Christus
(het elfde jaar van de regeerperiode van Xiangong).
De inscripties leggen de jachtactiviteiten van de Qin-heerser vast
in de vorm van gedichten van steeds vier karakters.
De gedichten herdenken Xiangong en laten een goede indruk
van hem achter in de geschiedenis.
De stenen trommels nemen een unieke en belangrijke plaats in,
in de Chinese geschiedenis, de geschiedenis van de literatuur,
de de bestudering van oude talen en in de kalligrafie.



Ning Shou Gong, Palace of peace and longevity.



Nog een draak.



In deze museumstad zijn niet alleen de voorwerpen die er uitgestald staan de moeite van het bekijken waard maar de gebouwen zelf vragen ook veel aandacht. Ook hier zou de schoonmaker en een likje verf wonderen doen. Maar de Verboden Stad is zo enorm groot. Men zal daar continue mee bezig zijn.



Nog een grote bewaker.



Een voorbeeld van de vele schilderingen op de balken van al deze paleizen, hallen, poorten, huizen enzovoort.



Music Maestro!



Details.



Dat is weer eens wat heel anders dan een plafond witten.



Keizerlijk zegel van sandelhout met het Huang Di Zhi Bao kenmerk (the treasure of the emperor-kenmerk).



En dat is een plafond aan de binnenkant.



Met boven de deur een fantastische versiering.



Een grote vleermuis.



In detail.



Dit meest afgezonderde deel van de Verboden Stad had een eigen operapodium. Voor het vermaak van de keizerlijke familie.



Helaas van achter glas.



Kom er maar eens om bij Ikea.



Kijk nog eens naar de details. Het kamerscherm met de bloemen en vogels, de kleuren van het scherm en de bank, de olifant die de standaard op zijn rug draagt. Haast te veel om te zien en op te noemen.



Onderdelen van de operakostuums.



Uit ongewoonlijk grote stukken bijzondere steen (zoals bijvoorbeeld jade) werden voorwerpen gemaakt als waarvan dit een heel klein detail is. Soms beelden ze een berg uit.



En soms zijn er ook dingen verboden in de Verboden Stad.


 

Zigeunermonument

Vandaag ontving ik een e-mail met onder andere de volgende tekst:





Deze email gaat over het monument gemaakt door Heleen Levano.





Ik heb daar meteen op gereageerd door mijn twee foto’s te plaatsen.





Dit is een klein formaat van foto 1.






En dit is de tweede foto.




Noorwegen 09: Vikingschepen

Toen ik wist dat ik een weekend in Oslo kon blijven,
heb ik opgezocht wat daar zoals te zien is.
Ik heb toen besloten in ieder geval de twee dingen te bezoeken
die uniek zijn: de vikingschepen en het Munch museum.


Kaft van het boekje ‘The Viking ships in Oslo’ van Thorleif Sjovold.


Jarenlang was de kennis over vikingschepen bepaald door
afbeeldingen zoals op het tapijt van Bayeux,
afbeeldingen op grafstenen enz.
In 1867 werd in een grafheuvel een vikingschip gevonden: het Tuneschip.
In 1880 werd het Gokstadschip gevonden en in 1904 het Osebergschip.
Lange tijd zijn dit de enige drie Vikingschepen geweest waarvan we
tastbare vondsten hadden waaruit de bouw en de grootte
van de schepen feitelijk konden worden bepaald.
In Oslo is hier een apart museum voor gebouwd: het Vikingskipshuset.
Meer recent (1962) zijn vijf vikingschepen gevonden
in de buurt van Roskilde in Denemarken.
Ze zijn in het verleden gebruikt om een blockade op te werpen
tegen andere schepen.In 1970 werd in Tjolling een deel van een Vikingschip gevonden.


De locatie van de vindplaatsten met bovenaan Oslo: Oseberg, Gokstad en Tune.


Kaartje voor het Vikingskipshuset.


De rekening voor het boekje (8 Euro en negen cent).


Het beeld als je het museum inkomt is overweldigend: het Osebergschip.

Deze foto toont links ook een van de de speciale balkons
die in het museum zijn gerealiseerd om mensen ook
een beeld te geven van de binnenkant van de schepen.


Houtsnijwerk aan de boeg van het schip. De boeg zoals afgebeeld op het boekje is een reconstructie. Dat is ook op te maken van de originele foto van de opgravingen die zodadelijk te zien is.


Opbergplaats voor de roeispanen. Ook de gaten voor de roeispanen zijn hier te zien


The Oseberg ship

The Oseberg ship was found in a large burial mound on the Oseberg farm in Vestfold and excavated in 1904. The ship was built sometime between 815xa0- 820 AD but was later used as a grave ship for a woman of high rank who died in 834 AD. The woman had been placed in a wooden burial chamber on the aft deck of the ship.The burial mound was constructed of layers of turf which preserved both the ship, and its rich contents of wooden objects, leather and textiles. The burial mound was plundered by grave robbers in ancient times; probably the reason why no jewellery or gold or silver objects were found in the grave. The finds from the Oseberg ship burial can be seen in the Finds Wing.
The 22 meter long ship was built of oak. The number of oar holes indicate that the ship was rowed by a crew of 30 men. The ship had no seats, and the oarsmen probably sat on their own wooden ships chests. The oars could be drawn in when the square sail was raised. The steering rudder was placed on the right aft side (aft= in het Nederlands achtersteven of spiegel) of the ship – the starboard side. The Oseberg ship is less solidly constructed than the Gokstad ship – only the upper two rows of side planking extend above the water line. It was probably a royal pleasure craft used for short journeys in calm waters.

Nederlandse vertaling (met hier en daar een aanvulling)

Het Osebergschip.
Het Osebergschip is gevonden in een grote grafheuvelop de Oseberg
boerderij in Vestfold
(een provincie niet ver van de hoofdstad Oslo) en opgegraven in 1904.
Dit was voor mij de grootste verrassing.
Ik had niet stilgestaan bij waar de schepen
eigenlijk gevonden zijn.
Maar ze zijn gevonden in grafheuvels.
Bij het overlijden van belangrijke vikingen werd
het lichaam begraven in een grafkamer.
Die grafkamer bestond uit een houten gebouwtje in de vorm van een tent.
Dit gebouwtje werd geplaatst op de achtersteven van een schip.
Het schip, de grafkamer en het lichaam
werden vervolgens met grafgiften ondergebracht in een grafheuvel.
Het schip zelf is gebouwd tussen 815 en 820 na Christus
en werd later gebruikt als begrafenisschip
voor een belangrijke dame die in 834 na Christus stierf.
Het lichaam van de vrouw was geplaatst in een houten grafkamer
op het achterdek van het schip.
De grafheuvel was gemaakt met lagen turf die het schip
en de rijke vondsten van hout, leer en textiel bewaard hebben.
De grafheuvel is eeuwen geleden geplunderd
en daarom zijn er geen juwelen, gouden of zilveren voorwerpen gevonden.
De vondsten van dit schip kunnen bekeken worden in de Afdeling vondsten.
Het museum heeft het ontwerp als dat van een kruiskerk:
vier stenen vleugels.
In drie vleugels staat steeds een van de drie schepen opgesteld.
In de vierde vleugel worden de grafvondsten getoond.
Onderdeel van de grafvondsten zijn drie sleden en een wagen.
Die worden niet genoemd in de tekst van dit bord.
Waarom niet is mij achteraf niet duidelijk.
Leuk om te weten is dat het hele gebouw van steen is.
De architect heeft dit bewust gedaan om het gevaar
van brand zoveel mogelijk te beperken.
Alleen op dak (aan de buitenkant) is hout gebruikt.
De stenen constructie heeft zijn dienst reeds bewezen
want in juni 1975 raakte het dak boven het Gokstadship in brand.
Uiteindelijk heeft dit geen gevolgen gehad voor de schepen.
De bouw van het museum heeft heel wat jaren geduurd.
Het ontwerp was gereed in 1913.
De eerste stenen vleugel (voor het Osebergschip) was gereed in 1926.
De volgende twee vleugels waren gereed in 1932.
Het laatste deel werd in 1957 geopend.
Het 22 meter lange schip is gebouwd met eikenhout.
Het aantal gaten voor de roeispanen geeft aan
dat het een schip was voor zo’n dertig bemanningsleden.
Het schip had geen zitplaatsen voor de roeiers.
De oeiers zaten waarschijnlijk op hun eigen houten scheepskist.
De roespanen konden worden ingenomen als men ging zeilen,
gebruik makend van een vierkant zeil.
Het roer is rechtsachter geplaatst, aan stuurboord.
Het Osebergschip is niet zo stevig van bouw als het Gokstadschip.
Slechts twee planken van de wand steken boven de waterlijn uit.
Waarschijnlijk was het een koninklijk pleziervaartuig
dat werd gebruikt voor korte afstanden op rustig water.


Foto gemaakt vanaf de speciale balkons die in het museum zijn aangebracht. Op deze manier kunnen de mensen ook de binnenkant van de schepen zien.


Wat een prachtig ranke vorm.


Deze foto (Photo Vaering) geeft een beeld van hoe dit schip werd gevonden en in 1904 en wat een enorm werk de opgraving, de conservering en de reconstructie is geweest.


Het roer.


De wanden. Iedere hogere plank begint aan de buitenkant van de plank eronder. Zo wordt het schip steeds breder.


Schip nummer twee: het Gokstadschip.


The Gokstad ship

The Gokstad ship was found in a large burial mound on the Gokstad farm in Vestfold and excavated in 1880. It was built around 890 AD and later used as a grave ship for a Viking chieftain. The body lay in a grave chamber built of horizontal timber logs (displayed in the Tune Wing).The Gokstad ship burial was plundered by grave robbers in ancient times who probably removed all objects of gold or silver. Some of the remaining Gokstad finds are on display in the Finds Wing.The Gokstad ship is 24 meters long with room for 32 oarsmen. It is the largest of the Viking ships on display and also the most robust. Compared with the Oseberg ship, we can see that the keel and the keelson are larger and more solidly constructed, the side planking higher, and that, when sailing, the oar holes could be closed and sealed using wooden flaps.During excavation the archaeologists found the remains of 64 shields which had been attached to the outside railings.While the Oseberg ship was a luxury, pleasure craft, the Gokstad ship was a sturdy and practical vessel, capable of sailing the high seas.

Nederlandse vertaling.
Het Gokstadschip

Het Gokstadschip is gevonden in een grote grafheuvel
op de Gokstadboerderij in Vestfold en is opgegraven in 1880.
Het schip is rond 890 na Christus gebouwd
en later gebruikt als grafschip voor een Vikinghoofdman.
Zijn lichaam lag in een grafkamer gebouwd met
horizontale houten balken (de grafkamer is te zien in de Tune Vleugel).
Het Gokstadschip is geplunderd door grafschenners
die waarschijnlijk alle voorwerpen van goud en zilver hebben verwijderd.
Dit is eeuwen geleden gebeurd.
De vondsten van het Gokstadschip zijn te zien in de Afdeling vondsten.
Het Gokstadschip is 24 meter lang met ruimte voor 32 roeiers.
Het is het grootste en meest robuuste schip dat hier te zien is.
Vergeleken met het Osebergschip, kun je zien dat de kiel
en de mastvoet groter en steviger zijn geconstrueerd.
(ik heb een hele tijd gezocht naar de vertaling van ‘keelson’.
In de Engelse toelichting op de term wordt er gesproken
van een versteviging op de kiel in de lengte van het schip.
Op de foto’s is op de kiel, in de lengte van het schip,
een groot stuk hout te zien dat als voet voor de mast dient.
Toen ik zocht op de term mastvoet leek me dat dit een ‘keelson’ is.)
De zijplanken, als verlengde van de scheepswand zijn hoger,
en de gaten van de roeispanen konden worden afgesloten
tijdens het zeilen.
Tijdens de opgraving werden resten gevonden
van 64 schilden die aan de buitenkant van reling
(de leuning aan de bovenkant van de verschansing op een schip)
konden worden bevestigd.
Terwijl het Osebergschip duidelijk een luxueus, pleziervaartuig was,
is het Gokstadschip een stevig en praktisch schip
dat op de open zee kon varen.


Fotograferen in het geheel witte gebouw is niet eenvoudig. Vooral omdat de schepen pikzwart zijn.


De mastvoet (keelson) en restant van de mast. Ook de hogere opstaande rand met de roeispaangaten (en hun afsluiting) zijn goed te zien


Balkon. De balkons zijn aangebracht waar de vier vleugels van het museum bij elkaar komen.


Vanaf het balkon en door het ‘trappenhuis’.


Schip nummer drie: het Tuneschip.


The Tune Ship.

The Tune ship was found in a large burial mound on the Haugen farm in Ostfold, and excavated in 1867. The Tune ship dates from about the same time as the Gokstad ship (ca 900 AD), and also contains the remains of a man of high rank. This chieftain had been placed in a wooden burial chamber built on board the ship, but his grave gifts have not survived due to poor preservation conditions. The ship itself is severely damaged, but the illustration shows how it may have looked.

Nederlandse vertaling:
Het Tuneschip.
Het Tuneschip is gevonden in een grote grafheuvel
op de Haugenboerderij in Ostfold en opgegraven in 1867.
Het schip dateert ongeveer uit dezelfde tijd
als het Gokstadschip: 900 na Christus.
Het bevatte het lichaam van een hoog geplaatst persoon.
Het lichaam van deze hoofdman was geplaatst in een grafkamer
die op het schip gebouwd was.
De grafgiften hebben het niet overleefd
door de slechte conserveringsomstandigheden.
Het schip was zwaar beschadigd maar hier wordt getoond
hoe het er uit gezien kan hebben.


Door de slechte staat is het wel mogelijk de constructie beter te bekijken.


Tentvormige begrafeniskamer van het Gokstadschip.

The Gokstad burial chamber and tent.

Each of the three Viking ships had a wooden burial chamber that had been raised on deck behind the mast. They were all tent-like structures, probably designed to resemble the tents used on land. Real tents were also found aboard the ships. A pair of tent poles may be seen here on the wall, another pair is displayed in the Finds Wing.

De grafkamer van het Gokstadschip en de tent.
Elk van de drie Vikingschepen had een houten grafkamer
die op het dek, achter de mast was geplaatst.
Het waren constructies die doen denken aan een tent.
Waarschijnlijk ontworpen als nabootsing van de tenten
zoals die aan land werden gebruikt.
Op de schepen zijn ook echte tenten gevonden.
Een paar tentstokken zijn hier aan de muur bevestigd,
een ander paar kan men zien in de Afdeling vondsten.
De volgende twee voorwerpen zijn niet op mijn foto’s te zien.

The Gokstad small boats.

The three small boats found in the Gokstad ship were all broken to pieces, probably in connection with the burial ceremony. It was possible to reassemble two of the boats which were constructed in the same manner as the large ships. They closely resemble boats still used in western and northern Norway, and bear witness to Norways long boat building traditions.

De Gokstadboten.
Drie kleine boten zijn gevonden aan boord van het Gokstadschip.
Ze waren alle drie in stukken gebroken.
Waarschijnlijk is dit gebeurd als onderdeel van de begrafenisceremonie.
Twee van de boten konden worden gereconstrueerd.
Ze zijn gemaakt op dezelfde manier als de grote schepen.
Ze lijken sterk op de boten die ook vandaag nog
in het westen en noorden van Noorwegen worden gebruikt
en tonen de lange traditie van de Noorse scheepsbouw aan.

The Oseberg wooden container.

The large wooden container, one of several from the Oseberg ship burial, may have been used to preserve food or for brewing beer.

De Oseberg houten container.
De grote houten container, een van vele van het Osebergschip,
werd waarschijnlijk gebruikt om etenswaar te bewaren of bier te brouwen.


De constructie wordt zichtbaar in het Tuneschip. Op de muur achter, een paar tentstokken.


Ook hier is de mastvoet of keelson goed te zien.


 

The cart of the Oseberg find is the only one of its kind from the Norwegian Viking Age. Finds of carts are rare, however bodies of carts are found in other burials in Scandinavia. It is therefore possible that both carts and roads were common in towns. Images on the textiles from the Oseberg find indicate that carts were also used in processions in religious contexts.The body of the car is made of oak, the boards joined as in a boat. The cart has two shafts of ash (Es) with a short iron chain joining them at the end. The cart was likely drawn by two horses, one on each side of the shafts (dissel).The cart has intricate carvings. On one of the sides, as scene depicts a horseman, a dog, a man and a woman. At the cart bodyxe2x80x99s front end a man lies on his back, attacked by serpents. The supports cradling the body of the cart terminate in carved images of menxe2x80x99s heads.

Nederlandse vertaling:
De kar uit de Osebergvondst is enig in zijn soort
uit het Noorweegse Vikingtijdperk.
Vondsten van karren zijn zeldzaam maar bovenstellen van karren
zijn gevonden in andere graven in Scandinavie.
Het is daarom mogelijk dat karren en wegen
een normaal onderdeel waren van een stad.
Afbeeldingen op het textiel van de Osebergvondst
zijn een indicatie dat karren ook gebruikt werden
in religieuze processies.
Het bovenstel van de kar is gemaakt van eikenhout,
de opstaande planken zijn op dezelfde manier bevestigd
als op de schepen.
De kar heeft twee trekbomen (disselbomen, lamoen)
gemaakt van essenhout met een korte ijzeren ketting
die de uiteinden bij elkaar houdt.
De kar werd waarschijnlijk getrokken door twee paarden,
een aan elke kant van de dissel.
De kar is rijk versierd met houtsnijwerk.
Aan een kant wordt een scene getoond van een ruiter,
een hond, een man en een vrouw.
Aan de voorkant van het bovenstel ligt een man op zijn rug
terwijl hij wordt aangevallen door slangen.
Het onderstel eindigt in uitgesneden voorstellingen van mannenhoofden.


Houtsnijwerk.


De achterzijde van de kar.


Beeld van de hele kar.


Tweede poging.


Detail van het houtsnijwerk.


Het wiel.



Dierenkop van een van de slee-dissels.


Een van de sleeen gevonden op het Osebergschip.


Menselijke koppen, houtsnijwerk aan het uiteinde van het onderstel van een van de sleeen.

After some years as a sea-going vessel the Oseberg ship was finally laid to rest as a grave ship for a wealthy woman of high ranking. This woman received grave gifts for her journey in the realm of the dead, which included three highly decorated sleds and one sled of simpler design (not displayed).

The three highly decorated sleds were constructed in the same way: a separate upper frame was originally tied to the chassis with rope. The corner posts, shaped as animal heads, bind the sides of the frame. A detachable pole allowed the sled to be drawn by two horses. The sleds represent the work of several woodcarvers. Carved animal forms are combined with geometric patterns. The design is further emphasized with paint, tinned iron nails, and nails of silver and brass. On two of the sleds sacrificial runners protected the finely carved set, showing that the sleds were in regular use.This sled was found mid-ship in front of the grave chamber. The design on the runners was painted in dark colours in contrast with the lighter shade of natural wood. The frame is older than the chassis. The sacrificial runners are made of oak.

Nederlandse vertaling:
Na jaren als zeewaardig schip te hebben gediend
werd het Osebergschip te rusten gelegd als een grafschip
voor een hoog geplaatste, rijke vrouw.
De vrouw kreeg grafgiften mee voor haar reis naar het dodenrijk.
Daaronder waren drie rijkversierde sleeenen een eenvoudige slee (hier niet getoond).
De drie rijk versierde sleeen zijn elk op dezelfde manier gemaakt:
een los bovendeel dat vastgebonden werd op het onderstel met touw.
De hoekpalen, versierd met dierenkoppen, houden het bovenstel bij elkaar.
Een afneembare dissel maakte het mogelijk
om de slee te trekken met twee paarden.
De sleeen zijn gemaakt door verschillende houtsnijders.
Dierlijke en geometrische motieven zijn gecombineerd.
Het ontwerp werd vervolmaakt met verf, vertinde nagels,
zilveren en bronzen nagels.
Op twee van de sleeen is het houtwerk beschermd door sierlopers
wat aangeeft dat de sleeen werkelijk zijn gebruikt.
De slee die hier wordt getoond is mid-schip gevonden,
voor de grafkamer.
De lopers zijn donker geverfd in contrast met de lichte,
natuurlijke kleur van het hout.
Het bovenstel is ouder dan het onderstel met de lopers.
De sierlopers zijn gemaakt van eikenhout.


Hier is te zien hoe een slee gevonden werd op het Osebergschip.

En zo ziet diezelfde slee eruit na reconstructie.


Versiering aan de sleedissel.


In the Oseberg ship three sled poles were recovered. These were, however, not found together with the sleds and likely do not belong to any of the sleds on display. The sled poles were originally a little over 2 meters long and were carved from a single piece of wood.The sled poles possess some of the finest carvings found in the Oseberg grave. Silver nails are used to accentuate the design.

Nederlandse vertaling:
In het Osebergschip zijn drie slee-dissels gevonden.
Ze zijn echter niet bij de sleeen gevonden
en behoren waarschijnlijk ook niet bij deze sleeen.
De dissels waren origineel langer dan 2 meter
en waren uit een (1) stuk hout gemaakt.
Ze bevatten het mooiste houtsnijwerk in de Osebergvondst.
Zilveren nagels zijn gebruikt om het ontwerp te accentueren.




Nog een laatste blik op het Osebergschip.


Filosofie van de kunst, Anne Sheppard

Het vervolg van de samenvatting van hoofdstuk 3.
Na Tolstoj bespreekt Sheppard twee mensen Croce en Collingwood.
Daar nemen we de draad weer mee op:

Croce en Collingwood.

Bij het lezen van dit deel was het voor mij niet altijd duidelijk
vanuit welk oogpunt het verhaal geschreven werd:
dat van de kunstenaar of van de toeschouwer.
blijkt verder op dat de theorie beide gezichtspunten
probeert te verduidelijken.

Volgens de samenvatting van Sheppard ga je door drie fases heen
bij het tot uitdrukking brengen van emotie in kunst:

1. ontvangst van de ruwe gegevens

De eerste indruk en de spontane, onbewuste reactie.

2. verbeelding / intuitie

De imaginatieve expressie kan plaatsvinden.
Ben ik in fase 1 gelukkig en fase 2 maak je een liefdesgedicht
of een schilderij.
Dit eist de actieve verbeelding van de toeschouwer.
Met die verbeelding kan de toeschouwer dan de ervaring
van de kunstenaar herscheppen.

3. mentale activiteit

Begrippen worden geformuleerd, begrijpen.

De inhoud van fase 3 wordt me in het boek van Sheppard niet duidelijk.
Ik ben dan ook op zoek gegaan naar meer (beschrijvingen van) werk
van Croce en Collingwood.
Ik heb twee artikelen gevonden en zal die in een latere blog bespreken.

Een conclusie van de theorieen van Croce en Collingwood zou kunnen zijn
dat het kunstwerk eigenlijk alleen in het hoofd van de kunstenaar bestaat.

En dat brengt Sheppard bij een aantal kritiekpunten:

= de meeste toeschouwers/toehoorders zijn niet in staat
het ‘ware kunstwerk’ in het hoofd van de kunstenaar herscheppen.
Bovendien ervaren toeschouwers zaken die de kunstenaar
en niet in gelegd heeft.
Daarnast zijn er verschillende manieren om emoties op te wekken:
snel en oppervlakkig en ingewikkeld en diepgaand (afstandelijk esthetisch).
Snel en oppervlakkig is niet waar men in de kunst naar op zoek is.

= Er zijn heel veel, zeer verschillende reacties op een en hetzelfde werk.

= Er wordt in deze theorieen geen acht geslagen op de verschillen
tussen de verschillende kunstvormen.


Giovanni Bragolin, Huilend jongetje: snel en oppervlakkig?.

Wikipedia:

Bruno Amadio (1911-1981), popularly known as Bragolin, and also known as Franchot Seville, Giovanni Bragolin, and J. Bragolin, was the creator of the group of paintings known as Crying Boys. The paintings feature a variety of tearful children looking morosely straight ahead. They are sometimes called “Gypsy boys” although there is nothing specifically linking them to the Romani people.He was an academically trained painter, working in post-war Venice, producing the Crying Boy pictures for tourists. 27 such paintings were made under the name Bragolin, reproductions of which were sold worldwide. In the 1970s he was found to be alive and well-to-do and still painting in Padua.

 


Positieve kanttekeningen zijn:

= Er wordt een verschil gemaakt tussen kunst en de conceptuele gedachte.

= Het maken van een kunstwerk is niet perse een intelectuele
activiteit.

= esthetische waardering is ongelijk aan verstandelijk begrijpen
(maar hoeft dat niet te zijn).

Door deze theorieen doemen er twee vragen op:
1. Zijn er hoedanigheden die objectief te beschrijven zijn
in termen van emotie om alle kunst te beschrijven?
2. Wat bedoelen we als we zeggen dat we ons voorstellen
hoe het is om bijvoorbeeld verdrietig te zijn
op een speciale, afstandelijke esthetische manier?

Interessant is dat duidelijk wordt dat er zich hier taalkundige
problemen voordoen.
Voor emotie kunnen we eigenlijk geen sluitende definitie geven
die door alle culturen onderschreven kan worden.

Wat we wel kunnen is:

1. objecten van emotie vaststellen.

Op wie of wat is de emotie van toepassing.

2. formuleren van conventies.

Droevige mensen bewegen langzaam en spreken zacht.
Dat is een soort spelregel die we kunnen afspreken
onafhankelijk van de vraag of dit in de werkelijkheid
ook echt zo is.

3. onze eigen gevoelens proberen te beschrijven.


Rogier van der Weyden, De Kruisafneming, Tranen (detail).


“Expressie = emotie in vorm”
staat in potlood onder de titel van hoofdstuk 3 geschreven.
Emotie is naast verstand een drijvende kracht
achter het creatieve proces en speelt een belangrijke rol
in de communicatie tussen het de toeschouwer.
Emotie appeleert.
Soms is emotie zelfs het doel van de communicatie.
Ja, “Expressie = emotie in vorm”.

Maar wat is emotie en hoe vindt de vertaalslag van de emotie
van de kunstenaar naar het werk en vervolgens naar de toeschouwer plaats?
Wat is nog mis in het model van gezichtspunten zoals dat hier eerder
getoond is, zijn invloeden zoals het oeuvre van een kunstenaar,
de school, de leermeester, de stroming en de tijd waarin
die verschillende actoren zich bevinden.

Tot zover even de samenvatting van hoofdstuk 3.

De Faam: industrieel erfgoed

Jaren geleden heb ik er zelf nog gewerkt.
Een vakantie baantje.
Eerst in het magazijn aan de Emerput en later in de fabriek.
Winegums werden er toen veel gemaakt.
En Engelse drop en pepermunt.

De Faam.

Nog steeds een snoepfabriek.


De Faam, rechts het kantoordeel en links de fabriekshallen.


Prominent is de naam aanwezig op de muur. En voor wie het niet mocht weten: Fabriek van Suikerwerken. Natuurlijk ook de overheersende fabrieksschoorsteen.


En ook op de schoorsteen staat de naam ‘De Faam’.


 

Gisteren gezien



Het is de tijd van het jaar
dat er meer dan normaal naar oorlogsfilms wordt gekeken.
Ook op de tv is er meer aandacht
voor de Tweede Wereldoorlog dan normaal.
Ik heb de film Valkyrie gezien.





Valkyrie.




Het is een redelijke film. Geen topfilm.
Natuurlijk is het goed dat het verhaal van Claus von Stauffenberg wordt verteld.
Het verhaal heeft een snel verloop.
Is goed en duidelijk verteld.
Om het verhaal goed te begrijpen moet je waarschijnlijk
meer weten van de Duitse militaire cultuur
en de rol van het leger in Duitsland.
Dat wordt in de film bijvoorbeeld wel geprobeerd
door de eed van trouw aan het begin van de film
te tonen maar voor een goed begrip is er meer nodig.
Dan kan natuurlijk wat moeilijk in een verder goede actiefilm.

Wikipedia:
Claus Philipp Maria Schenk Graaf von Stauffenberg, kortweg Claus von Stauffenberg, (Jettingen (Beieren), 15 november 1907 xe2x80x93 Berlijn, 21 juli 1944) was een Duits edelman uit het geslacht (Schenk von) Stauffenberg. Tijdens het naziregime was hij kolonel en (controversieel) verzetsstrijder, die een mislukte aanslag pleegde op het leven van de Duitse dictator Adolf Hitler.



Naar mijn gevoel hoort de toevoeging ‘(controversieel)’ niet
in bovenstaande tekst.
Zijn politieke ideeen waren misschien niet zo verlicht als wij in het westen
graag zouden willen zien maar hij was in ieder geval duidelijk tegen genocide.
Dat er lang weinig of geen waardering was voor de aanslag is waar.
Medestrijders waren onder andere Henning von Tresckow,
Friedrich Olbricht en Fritz-Dietlof Graaf von der Schulenburg.

Filosofie van de kunst, Anne Sheppard

Hoofdstuk 3: Expressie.

Met potlood is er in het boek als een soort ondertitel
geschreven: “Emotie in vorm”.
Ik ben benieuwd.


Edvard Much, The screem, 1910.


Terug naar de tweede filosofische stroming volgens Sheppard: Expressie.

In dit hoofdstuk zal Sheppard aantonen dat de kunstenaar emotie uitdrukt
in en via een kunstwerk en dat de expressie een van de stuwende krachten is
om te komen tot kunst en de waardering voor kunst.

Als iemand aan een kunstwerk bezig is gebeurt er iets tussen
de kunstenaar en het kunstwerk (namelijk een overdracht van emoties)
maar ook later tussen het kunstwerk en het publiek (namelijk
het opwekken van emotie).
De stroming die er van uitgaat dat kunst een expressie van emotie is,
bestaat al vanaf de klassieke oudheid mar komt tot volle bloei
door de 18e en 19e eeuwse romantici.

Sheppard behandelt een paar mensen die in de ontwikkeling
van deze stroming een rol spelen:

Tolstoj.

Wikipedia:

Lev (Leo) Nikolajevitsj Tolstoj (landgoed Jasnaja Poljana, 9 september 1828 xe2x80x93 Astapowo, 20 november 1910) was een Russisch schrijver die veel invloed heeft gehad op de Russische literatuur en politiek. Hij maakte als graaf deel uit van de Russische adel.

In 1897 schrijft hij een werk met de titel ‘Wat is kunst?’.
Sheppard noemt Tolstoj en het werk ‘Wat is kunst?’
in hoofdstuk negen van haar boek.
Terug naar Sheppard:
In het kort verwoord Sheppard de visie van Tolstoj als volgt:
1. Kunst is het besmetten van het gevoel.
2. Kunst is een communicatiemiddel
3. In de waardering van kunst staan kennis en intelect niet voorop.
Tolstoj koppelt echter aan bepaalde emoties een negatief waardeoordeel
waardoor werken die deze emoties in zich hebben volgens Tolstoj
geen kunst zijn.


Dit is de foto gemaakt door Sergej Prokudin-Gorskij, een pionier van de kleurenfotografie (trichromatische fotografie) van Leo Tolstoj in mei 1908.


 

“Art is a human activity consisting in this, that one man consciously by means of external signs, hands on to others feelings he has lived through, and that others are infected by these feelings and also experience them.”x9d (Leo Tolstoi, What is Art?)

Tijdens onze eerste reis door Rusland in 1992
hebben we het landgoed Jasnaja Poljana bezocht.
De geboorteplaats, ouderlijk huis, familielandgoed
en begraafplaats van Leo Tolstoj.
In 1992 maakte ik nog dia’s.
Ik heb een paar dia’s en 1 foto gemaakt door L.
teruggevonden en gedigitaliseerd.
We hebben dat jaar, toen de Sovjetunie nog bestond,
een reis gemaakt van Leningrad (St. Petersburg) via onder andere
Moskou, Tver, Jasnaja Poljana en Kiev naar Jalta.
Het was onze eerste vakantie buiten het vrije westen
en gingen dat jaar dan ook met een groepsreis.


Dit is de foto die L. maakte. Wat altijd is bijgebleven is dat je in Rusland in paleizen en musea gevraagd werd je schoenen te verwisselen voor sloffen. Dit om de vloeren te beschermen en vuil buiten te houden.


Dit is de eerste dia, Over de kwaliteit ben ik niet zo tevreden. Het is met mijn scanner nog niet zo eenvoudig om dia’s in te scannen. Jammer genoeg zijn de digitale copieen niet zo scherp en helder als de originelen. Jammer want als je ze projecteert zijn ze prachtig.


De groep bij het landgoed.


Het landgoed Jasnaja Poljana. Iedereen maakt geloof ik van ongeveer dezelfde plaat deze foto. ik zal op het web, op Wikipedia een foto van nagenoeg dezelfde positie.


De groep aan het eind van het bezoek aan het landgoed dat is ingericht als museum.


Het graf van Tolstoj.


Zomaar een Russisch huis.


Ik laat via de vertaling naar het Engels door Alymer Maude uit 1899
Leo Tolstoj nog even aan het woord over kunst:

Art begins when one person, with the object of joining another or others to himself in one and the same feeling, expresses that feeling by certain external indications. To take the simplest example: a boy, having experienced, let us say, fear on encountering a wolf, relates that encounter; and, in order to evoke in others the feeling he has experienced, describes himself, his condition before the encounter, the surroundings, the woods, his own lightheartedness, and then the wolf’s appearance, its movements, the distance between himself and the wolf, etc. All this, if only the boy, when telling the story, again experiences the feelings he had lived through and infects the hearers and compels them to feel what the narrator had experienced is art. If even the boy had not seen a wolf but had frequently been afraid of one, and if, wishing to evoke in others the fear he had felt, he invented an encounter with a wolf and recounted it so as to make his hearers share the feelings he experienced when he feared the world, that also would be art. And just in the same way it is art if a man, having experienced either the fear of suffering or the attraction of enjoyment (whether in reality or in imagination) expresses these feelings on canvas or in marble so that others are infected by them. And it is also art if a man feels or imagines to himself feelings of delight, gladness, sorrow, despair, courage, or despondency and the transition from one to another of these feelings, and expresses these feelings by sounds so that the hearers are infected by them and experience them as they were experienced by the composer.

De volgende personen die Sheppard behandelt zijn Croce
en Collingwood. Maar dat bewaar ik voor een volgende log.

China reisverslag / travelogue 34

Toen ik in de Verboden Stad was kwam ik ook langs souvernierwinkels.
Daar zag ik een mooi boek liggen.
Het is niet echt een catalogus, dat kan bijna niet.
Er zijn zoveel kunstvoorwerpen in de Forbidden City,
Dat past allemaal niet in een boek.


The Palace Museum.


Het boek dat ik zag is uit twee delen opgebouwd.
Deel 1 leidt je door de Verboden stad met heel veel foto’s.
Een aantal van die foto’s waren al eerder op mijn web log te zien.
De zonovergoten Verboden Stad, De Verboden Stad in de sneeuw enz.

Deel 2 leidt je door de enorme hoeveelheid voorwerpen die in de Stad
bewaard worden en te zien zijn.
De organisatie van het Paleis Museum (Palace Museum)
is opgezet aan de hand van de type voorwerp.
Zo zijn er mensen die zich bezig houden met de handschriften en boeken.
Andere met jade, bamboe en houtsnijwerk.
Ik zag dat er per afdeling boeken zijn die meer op een catalogus lijken
maar deze uitgaven zijn te groot in aantal en duur.


Boek over het Paleismuseum, Beijing, Verboden Stad.


Ik heb geprobeerd om van al die afdelingen tenminste 1 hoogtepunt
in deze log op te nemen.
Ik heb heel veel gezien die dag in de Verboden Stad
maar ik weet niet meer of ik alle voorwerpen in het boek
ook daadwerkelijk gezien heb.
Maar dat doet voor de kijker niets af van de schoonheid, de verfijning,
de cultuur of het vakmanschap dat van de voorwerpen afstraalt.


Ivory carving of the pleasures of court ladies in twelve months, Qianlong period of the Qing dynasty, 1736 – 1795.

Dit is een deel van twaalf uit ivoor gesneden voorstellingen.
Onderwerp is het leven van de hofdames.
Er is door meerdere kunstenaars aan gewerkt.
Van de medewerkers worden er vijf met naam genoemd:
Chen Zuzhang, Gu Pengnian, Chang Cun, Xiao Hanzhen en Chen Guanquan.
Een zeer kunstig werk. Let eens op de visjes in het water
of de kleding van de dames op het volgende detail.

Carving of the pleasures of court ladies (detail), Qianlong period of the Qing dynasty, 1736 – 1795.


Dai Jin, Travelers through mountain passes, Ming dynasty, 1389 – 1462.

Wikipedia:

Dai Jin (1388 – 1462) is noted as the founder of the Zhe School of Ming dynasty painting. He began his life in Hangzhou. Although he studied painting as a boy his initial occupation was carpentry.

Nederlandse vertaling/samenvatting:
Dai Jin wordt gezien als de grondlegger van de Zhe school van de Mingdynastie.
Hij is geboren in Hangzhou en ondanks dat hij werd opgeleid als schilder
In zijn jeugd, was aanvankelijk timmerman zijn beroep.

Dit schilderij is een rol die bedoeld is om opgehangen te worden.
Fascinerend vind ik de gewoonte om op het schilderij stempels
aan te brengen.
Ook komt het voor dat een voorstelling gecombineerd wordt met een tekst.

Dai Jin, Travelers through mountain passes (detail).


Daya Zhai, Draft of flower pot with design of wintersweet and Camellia, Guangxu period of the Qing dynasty, 1875 – 1908.

Weer een tekening, maar dit keer betreft het een schets
voor een afbeelding op een bloempot.

“Wintersweet” op Neerlandstuin.nl:

Chimonanthus is een van de vroege voorjaarsbloeiers. De bleekgele bloemen verspreiden een plezierige geur. De Engelsen voerden de struik in 1766 in uit China. De struik verwierf daar al snel de bijnaam ‘winter sweet’.
De wasachtige bloemen hangen de hele winter aan kale takken.
Chimonanthus praecox is inheems in China. Hij groeit in het gebergte van Sichuan en Hubei tot op een hoogte van 3.000 meter.

“Camelia” op Neerlandstuin.nl:

Camellia, roos uit het verre oosten.
Camellia staat al heel lang in de belangstelling. In China, waar de meeste soorten van nature groeien, worden nog steeds soorten van het geslacht ontdekt. Bloemkleur: rood.

Daya Zhai, Draft of flower pot (detail).

Maar wat voor vogel is dat nu?

Daya Zhai porselein werd gemaakt voor het dagelijks gebruik
door de Keizer.
Bij iedere schets staat vermeld op wat voor voorwerp de afbeelding
is aangebracht, de vorm van het voorwerp, kleur
en het aantal dat er uiteindelijk van gemaakt werd.


Unknown, Blue and white covered porcelain jar with red engraving, Yuan dynasty, 1271 – 1368.

Ik ga kriskras door het boek.
Niet gehinderd door stijl, tijd, paginanummer of wat dan ook.
Deze pot vond ik zo mooi omdat de centrale afbeelding,
qua kader en invulling, ook vaak te zien is als wandversiering
in bijvoorbeeld de Verboden Stad.


Champleve, enamel ox shaped zun (wine vessel), Qianlong period of the Qing dynasty, 1736 – 1795.

Encyclo.nl:

Champleve
bijzondere emailtechniek, waarbij het email in uitgespaarde holten wordt gegoten.

Een ‘zun’ is een wijnvat.
Je ziet hier een veel voorkomende versiering op Chinese voorwerpen:
wolken. Wolken omringen vaak ook de Draak of de Phoenix.
Op het voorwerp op de rug van de os staat:
“de stijl van de oudheid in de Qianlong regeerperiode”.


Unknown, Gilt silver covered Kapala bowl, Qing dynasty.

Dit is een heel bijzonder voorwerp.
Ik had nog nooit van een “Kapala bowl” gehoord.

Wikipedia:

A kapala (Sanskrit for “skull”) or skullcup is a cup made from a human skull used as a ritual implement (bowl) in both Hindu Tantra and Buddhist Tantra (Vajrayana). Especially in Tibet, they were often carved or elaborately mounted with precious metals and jewels.

Het woord Kapala kom van het woord in Sanskriet voor schedel.
Een Kapala bowl is een “schedelkom”. Vooral de Tibetaanse uitvoeringen
waren rijk uitgesneden, op een voetstuk geplaatst
en versierd met dure metalen en juwelen.

Het is een ritueel voorwerp dat vooral in het Tibetaans Boeddhisme
gebruikt werd/wordt(?). Verguld zilver.
Na de begrafenis van een persoon kon zijn schedel gebruikt worden
om tot een dergelijke kom te worden bewerkt.
Daar ging een selectieproces en een aantal rituelen aan vooraf.


Unknown, Gui (food container) to worship ancestors, Middle period of the Western Zhou dynasty.

De enige betekenis die ik lang geleden al kende van het woord GUI
was Graphical User Interface (ik werk in de automatisering).
Maar in de Chinese wereld van de bronzen staat een Gui voor
een pan of ketel om eten in te bewaren.

Gui, “twisted dragon design”.

De afbeelding op de voet wordt het “twisted dragon design” genoemd.
Zeg maar de gedraaide draak.

Gui, handvat.


Unknown, Mink winter crown, Qing Dynasty.

Winterkroon gemaakt met minkbont.


Unknown, Openwork polychrome porcelain vase with design of Phoenix among clouds, Wanli period of the Ming dynasty, 1573 – 1620.

Opengewerkt, meerkleurig porseleinen vaas met als afbeelding
de feniks omringd door wolken.
Mocht je nu denken waar zit die Phoenix of Feniks.
Op de volgende afbeelding heb ik het symbool voor de keizerin,
de feniks, proberen te isoleren.

Openwork polychrome porcelain vase with design of Phoenix among clouds (detail).

Los van de afbeelding en het feit dat de vaas opengewerkt is
is dit stuk bijzonder omdat dit niet in een keer gemaakt is
maar uit verschillende stukken bestaat,
die in het productieproces uiteindelijk zijn samengevoegd.
De kleuren bevatten email dat bovenop het glazuur is aangebracht en
andere die juist onder het glazuur zijn aangebracht.


Unknown, Painted enamel bowl with design of bird playing in peony flowers, Yongzheng period of the Qing dynasty, 1723 – 1735.

Naast de afbeelding van een fazant (denk ik) tussen pioenrozen
staat er ook een gedicht op deze kom.
Een paar regels van het gedicht van Han Zong’s gedicht
Ode aan de pioenrozen.
Het gedicht dateert uit de Tang dynasty.

Neerlandstuin.nl:

Pioen is een plant voor de eeuwigheid Er zijn tientallen soorten van het geslacht Paeonia bekend, vandaar dat aan een indeling ervan niet valt te ontkomen. Zo zijn er enkel- en gevuldbloemige soorten, struikpioenen en kruidachtige pioenen. Paeonia lactiflora hybr. ‘Edulis Superba’ is een gevuldbloemige soort Nieuwe cultuurvarieteiten van de pioen zijn ontstaan door hybridisatie (kruising van soorten). De pioen is al lang in cultuur, ook voor de tuin. Het is nog steeds een belangrijke snijbloem. Van oorsprong komt de plant uit China en Japan.

Het emaille werd vanuit het Westen ingevoerd rond 1728.
Al snel waren de Chinese vakmensen meesters in deze techniek.


Unknown, Sandelwood imperial seal, Qing dynasty, By Quinlong mentioned as one of the 25 treasures, 1644 – 1746.

Dit voorbeeld van de grote Chinese zegels
hebben een grote aantrekkingskracht op mij.
In 1746 kiest Qianlong 25 zegels uit de voorafgaande dynastieen
en betitelde die als de 25 schatten.
Ze symboliseren de keizerlijke macht.

Afdruk van de zegel.

Dit is de afdruk die gemaakt kon worden met bovengenoemd zegel.
Er zijn Chinese en Manchurische karakters te zien.


Unknown, Twelve node Cong with magic figures and incantations, New stone age, Liangzhu culture, 3400 – 2250 BCE.

Ik zag een dergelijk voorwerp onlangs nog in Brussel
op de tentoonstelling “Zoon van de Hemel”.
De buitenkant is vierkant terwijl de binnenkant
circelvormig is uitgehakt/geboord.
Het voorwerp is vier tot vijf duizend jaar oud en is gemaakt van jade.


Wu Zhifan, Boxwood brush holder carved with design of reporting a victory, Beginning period of the Qing dynasty, 1662 – 1722.

Een houder voor kwasten gemaakt uit Buxus-hout
en rozenhout voor de voet en mond.
De afbeeldingen zijn gesneden uit bamboe.
De afbeelding toont drie mannen die zitten te schaken
terwijl op een andere afbeelding twee mannen te paard
het bericht van een overwinning komen brengen.

Wu Zhifan, Brush holder (detail).


Zhang Cheng, Carved red lacquer plate with design of gardenia flowers, Yuan dynasty, 1271 – 1368.

Deze lacquertechniek mag niet ontbreken in dit overzicht.
een ‘gardenia’ of jasmijnbloem.


Editor: Wang Renxu; Copiist: Wu Cailuan, Kan Miu Bu Que Qie Yun.

Kan Miu Bu Que Qie Yun=
Fouten herstellen, het ontbrekende aanvullen
en het ritme maken.
Het werk gaat over de Chinese taal, fonologie.

De afbeelding is het kleinst en dat komt
omdat hij over twee pagina’s in het boek staat afgebeeld.
De afbeelding toont een heel bijzonder boek.
Het is de ‘missing link’ tussen de Chinese boeken die werden opgerold
en de ingebonden boeken.
De tekst is nog op een rol maar er zijn al meerdere lagen.
De eerste pagina zit aan beide kanten aan een rol vast.
de drieentwintig volgende bladen zitten alleen rechts vast.
Om de twee pagina’s worden de bladen steeds een centimeter korter.

Zelfde boek maar dan verticaal.


Het boek heb ik uiteindelijk niet in de Verboden Stad gekocht.
Ik vond het te zwaar een hele dag mee te dragen en besloot dus
om bij het verlaten van de stad het boek te kopen.
Alleen toen ik de Verboden Stad uit moest (sluitingstijd)
waren de winkels al dicht.
In een Engelstalige boekwinkel in het centrum van Beijing
heb ik later het boek alsnog kunnen kopen.