India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XVII

– Twee manieren om kosmische kracht te verbeelden: Shiva in de tempel en Vishnu in huis –

Vandaag merk ik hoe twee kunstwerken in het National Museum
elkaar kunnen laten oplichten.
Shiva als Chandrashekara, krachtig en tempelgebonden,
trekt mijn aandacht door zijn directe energie.
Even later dwingt een Mysore‑ivoren doosje me
tot een andere manier van kijken:
kleiner, gelaagder, narratiever.

Het ene beeld vult de ruimte,
het andere ontvouwt een universum in miniatuur.
Samen tonen ze twee manieren om kosmische kracht te verbeelden:
Shiva in de tempel en Vishnu in huis.

DSC01310IndiaNewDelhiNationalMuseumChandrashekara15th-16thCentCEKeralaBronzeAccNo47-109slash11H72cmW35cmD25-5cm

India, New Delhi, National Museum, Chandrashekara, 15th – 16th century CE, Kerala, bronze, acc.no 47.109/11. Hoogte 72 cm, breedte 35 cm en diepte 25,5 cm.


De zaaltekst zegt:

Chandrashekara stands on a lotus pedestal, which is mounted on a square base. The figure has four arms which bifurcate at the shoulders. In the upper right hand he holds a parashu (axe), in the upper left mriga (antelope). The lower right hand is in abhaya-mudra and the lower left hand is in varada-mudra. The hair is jatas (or jata-makuta) as-chakra behind the head. The figure is ornamented with a coronet featuring a crest and a fillet (karanda-mukuta) and a flower decked on either side above the ears.

In vertaling:

Chandrashekara staat op een lotuspiedestal, die is geplaatst op een vierkante basis.
De figuur heeft vier armen, die zich ter hoogte van de schouders in tweeën splitsen.
In de bovenste rechterhand houdt hij een parashu (bijl), in de bovenste linkerhand een mriga (antilope).
De onderste rechterhand is in abhaya‑mudra (het gebaar van bescherming), en de onderste linkerhand in varada‑mudra (het gebaar van schenking).
Het haar is in jatas (of jata‑makuta) opgestoken, met een chakra achter het hoofd.
De figuur is versierd met een kroon met een kam en een band (karanda‑mukuta), en aan weerszijden boven de oren is een bloem aangebracht.

De beschrijving klopt helemaal maar er zijn
een paar aspecten die ik nader wil noemen:

In de vorm van Chandrashekara verschijnt Shiva
als drager van de maansikkel,
een manifestatie die de cyclische aard
van tijd, groei en afname belichaamt.

Waar Shiva in het algemeen wordt gezien
als de bron en beheerser van energie,
legt Chandrashekara de nadruk op ritme:
de herhaling van fasen,
de beweging tussen ontstaan en verdwijnen,
en de innerlijke rust die deze kosmische cyclus draagt.

Op het eerste gezicht lijkt dit beeld uitzonderlijk rijk en
bijna boetseerachtig van karakter.
De oppervlaktes dragen nog duidelijk de sporen
van het oorspronkelijke wasmodel,
waardoor het brons een zachte, gemodelleerde tactiliteit behoudt.

In de hoge, gelaagde haarkroon herkennen we zowel
de riviergodin Ganga
als de maansikkel
— een verwijzing naar Shiva’s naam Chandrashekara,
“hij die de maan draagt”.

Aan weerszijden van het hoofd zijn bloemen aangebracht
die in hun vorm bijna op lotussen lijken,
een echo van de gestileerde lotuspiedestal waarop de god staat.

De lendendoek is opvallend lang, veel langer
dan in andere voorstellingen van Shiva die we eerder zagen.
De verschillende delen van de doek worden met linten vastgezet,
zichtbaar aan beide zijden van het lichaam.
Deze details versterken de indruk van
een beeld dat eerder is opgebouwd dan uitgehakt
— een sculptuur waarin het boetseren nog voelbaar is.

Onder de lange doek vallen de grote, massieve enkelornamenten op,
een type sieraad dat we tot nu toe niet tegenkwamen.
Ze omsluiten onderbeen en wreef als een metalen bescherming,
terwijl de tenen vrij blijven
— alsof de god op gouden of zilveren kracht staat.

Opmerkelijk is dat juist het gezicht minder geboetseerd oogt:
het is gladder, rustiger, bijna verstild,
als een tegenwicht voor de rijkdom van het lichaam.

DSC01311IndiaNewDelhiNationalMuseumChandrashekara15th-16thCentCEKeralaBronzeAccNo47-109slash11H72cmW35cmD25-5cm


DSC01313 01IndiaNewDelhiNationalMuseumBoxDepictingDashavatarMysoreSouthernIndiaLate18thCenturyIvoryCarvedPaintedL13-8W10-9H6AccNo63-1029

India, New Delhi, National Museum, Box depicting Dashavatar, Mysore, Southern India, late 18th century, ivory, carved and painted. Acc. No. 63.1029.


Behalve een beschrijving op de Indian Culture-website
vond ik geen uitgebreide beschrijving van deze doos.
Dus heb ik die geprobeerd te maken met Copilot.
Daarbij hielp de beschrijving op Indian Culture omdat
die de voorstelling in de deksel als ‘Seshasayi Vishnu’ beschreef.
De doos is 13,8 cm lang, 10,9 cm breed en 6 cm hoog.

We kwamen tot de volgende beschrijving van de buitenzijde:

De voorkant toont vier avatars van Vishnu, van links naar rechts
te identificeren als Varaha, Narasimha, Kurma en Matsya.
De voor de kijker rechtse zijkant bevat drie nissen;
als we aannemen dat de linker zijkant eveneens drie nissen heeft,
kunnen zo alle tien avatars van Vishnu worden weergegeven
en wordt de volledige Dashavatar‑cyclus voltooid.

DSC01313 02IndiaNewDelhiNationalMuseumBoxDepictingDashavatarMysoreSouthernIndiaLate18thCenturyIvoryCarvedPaintedL13-8W10-9H6AccNo63-1029 Detail

Helaas maakte ik maar één foto. Dit is een detail van de vorige afbeelding. Dit zouden dan Kurma en Matsya zijn.


De zes resterende avatars
— Vamana, Parashurama, Rama, Krishna, Buddha en Kalki —
zijn naar alle waarschijnlijkheid verdeeld over de twee zijkanten,
in overeenstemming met de gebruikelijke ordening
in Mysore‑ivoren uit de late 18e eeuw.
De achterzijde lijkt onversierd of decoratief,
zoals vaker voorkomt bij dergelijke doosjes.
De boven- en onderrand, evenals de zones links, rechts en
rond het slot, zijn opgevuld met florale motieven
die de afzonderlijke panelen ritmisch omlijsten en
de compositie visueel verbinden.

Als we een reconstructie zouden maken,
dan zouden de overige avatars als volgt
verdeeld kunnen zijn:

Linkerzijkant:
Vamana — kleine brahmaan met waterpot of parasol
Parashurama — met bijl
Rama — met boog

Rechterzijkant:
Krishna — fluit of Govardhana‑houding
Buddha — staand, handen in abhaya/dhyana
Kalki — paardenkop of ruiter op paard

De binnenzijde van de deksel kun je dan als volgt beschrijven:

DSC01313 03IndiaNewDelhiNationalMuseumBoxDepictingDashavatarMysoreSouthernIndiaLate18thCenturyIvoryCarvedPaintedL13-8W10-9H6AccNo63-1029 Detail

De binnenzijde van het deksel toont een voorstelling met centraal
een tempelstructuur waarin Vishnu in kosmische rust ligt,
gedragen door de veelkoppige slang Sesha (Seshasayi Vishnu).
De compositie is duidelijk gelaagd:
in de bovenste zone bevindt zich Vishnu in zijn kosmische binnenruimte;
daaronder, in een tweede register, staat een aanbidder
die in beide handen een lotus omhooghoudt,
geflankeerd door twee kleinere begeleiders;
en buiten de architecturale omlijsting
markeren twee grotere wachterfiguren
de grens van de heilige ruimte.

De achtergrond is roze geschilderd en gevuld
met kleinere figuren en ornamenten,
terwijl de hoofdfiguren in groen zijn uitgevoerd,
een kleurcontrast dat kenmerkend is voor Mysore‑ivoren
uit de late 18e eeuw.

De rijk versierde boogvormige architectuur versterkt zowel
de verticale gelaagdheid als de sacraliteit van Vishnu’s rust.


Daar zijn we dan:
twee kunstwerken die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben.

Brons:
duurzaam, kan tegen een stootje, goed voor een tempel
Ivoor:
kostbaar, verfijnd, hofkunst, miniatuurprecisie en intieme schaal.

Beide objecten verbinden de tijd,
de tijd van de eerste bronzen voorwerpen tot en met
lang in de 20ste eeuw.
Tot het verbod op nieuwe ivoren.

Ze zijn allebei te zien in het National Museum in New Delhi.

Een bronzen beeld van een manifestatie van Shiva,
groot, in een geboetseerde stijl.
Daarnaast een kleine doos met ivoren panelen,
een object voor de persoonlijke devotie voor Vishnu.

Deze voorwerpen, elk voor een eigen god,
verbeelden samen met Brahma, het hart van het Hindoeïsme.


Sanskrit – Asia and Beyond

Gisteren was het een echte museumdag voor mij.
Ik bezocht musea in Amsterdam en een tentoonstelling
in de universiteitsbibliotheek van Leiden:
Sanskrit – Asia and Beyond.
In het Nederlands: Sanskriet, in Azie en ver daar buiten.

Het is geen eenvoudige tentoonstelling voor een leek.
Maar de kans om prachtige oude manuscripten te kunnen zien,
komt niet zo vaak voor.
Er was een prachtige leporello te zien en een paar
boeken van palmbladeren.
Van die laatste ben ik nu al weer een tijd aan het proberen
te achterhalen hoe dat nu precies in elkaar zit.

Jammer dat er geen uitgave bij de tentoonstelling is.
Al was het maar een paar A4-thes met de teksten van de tentoonstelling
(misschien zelfs in het Nederlands) en een paar foto’s van de voorwerpen.

WP_20170819_15_55_58_ProSanskrit – Across Asia and Beyond


WP_20170819_15_31_53_ProManuscriptOfTheSivadharmasastraPalmLeafGranthaScriptSouthIndia1830

Het eerste voorwerp dat mijn aandacht trok was meteen een boek van palmbladen: Manuscript of the Sivadharmasastra, palm leaf, Grantha script, South India, 1830.


De tentoonstelling vertelt over verschillende adpecten van het Sanskriet.
Volgens de makers van de tentoonstelling is Sanskriet voor Azie
wat het Latijn was voor Europa: de taal van de wetenschap, religie,
machthebbers en de verhalen.
Over de boeken en andere voorwerpen is het moeilijk informatie
te vinden op het internet.
Is het ‘Sivadharmasastra’ of ‘Siva Dharmasastra’ of ‘Śivadharmaśāstra’?

Over het ‘Grantha ‘ schrift zegt Wikipedia:

The Grantha alphabet (Tamil: கிரந்த எழுத்து, translit. Kiranta eḻuttu; Malayalam: ഗ്രന്ഥലിപി; Sanskrit: ग्रन्थलिपिः, translit. grantha lipi) is an Indian script that was widely used between the sixth century and the 20th centuries by Tamil and Malayalam speakers in South India, particularly in Tamil Nadu and Kerala, to write Sanskrit and the classical language Manipravalam, and is still in restricted use in traditional Vedic schools (Sanskrit veda pāṭhaśālā). It is a Brahmic script, having evolved from the Tamil-Brahmi. The Malayalam script is a direct descendant of Grantha, as are the Tigalari and Sinhala alphabets.

Hele korte samenvatting:
Het Grantha alfabet is een Indiaas schrift dat tussen de 6de en 20ste eeuw
werd gebruikt door mensen die Tamil of Malayalam spreken in Zuid India.
Met name in Tamil Nadu en Kerala werd het gebruikt om Sanskriet en de
klassieke taal Manipravalam te schrijven.


WP_20170819_15_32_03_ProManuscriptOfTheSivadharmasastraPalmLeafGranthaScriptSouthIndia1830Detail

Manuscript of the Sivadharmasastra, palm leaf, Grantha script, South India, 1830. Detail.


WP_20170819_15_32_03_ProManuscriptOfTheSivadharmasastraPalmLeafGranthaScriptSouthIndia1830

Manuscript of the Sivadharmasastra, palm leaf, Grantha script, South India, 1830. Detail.


WP_20170819_15_32_52_ProManuscriptOfTheMahabharataPaperBengaliScriptBengalC19thCentury

Manuscript of the Mahabharata, paper, Bengali script, Bengal, circa 19th century.


WP_20170819_15_33_13_ProSanskritLanguageAndScripts

Dit is een voorbeeld van hoe in de vitrines de verschillende voorwerpen worden verklaard. Hier ‘Talen en Schriftsoorten’.


WP_20170819_15_36_34_ProDeOpenDeureTotHetVerborgenHeydendomDoorDAbrahamusRogerius

De bestudering van het Sanskriet kent een wetenschappelijke traditie waarbij stil gestaan wordt. Hier zien we een versie van het boek ‘De open-deure tot het verborgen heydendom’ door D. Abrahamus Rogerius. De drukker van dit boek was Françoys Hackes of Franciscus Hackius. Drukker in Leiden van 1638-1655. Dit boek is uit 1651.


WP_20170819_15_36_34_ProDeOpenDeureTotHetVerborgenHeydendomDoorDAbrahamusRogeriusDetail

Het prachtige titelblad van ‘De open-deure tot het verborgen heydendom’ door D. Abrahamus Rogerius


Wikipedia (helaas in het Engels):

It is possible Abraham was born in Haarlem, like his brother Jacobus, also a chaplain, who went to the Indies. The Calvinist Rogerius (anglicized as Roger), studied in Leiden under Antonius Walaeus. His first trip was to Batavia (1631) and then Surat (1632). From 1633 he worked as a chaplain in Pulicat, the capital of Dutch Coromandel. He studied Hinduism in southern India and learned Portuguese. Rogerius authored Open Door to the Secrets of Heathendom, which begins with ten years of ministry among the Tamil people in the Dutch colony of Pulicat near Madras, India. His knowledge came from three Brahmins whom he met regularly. In 1642 he went back to Batavia and became the manager of an orphanage/school and promoted the use of Portuguese during church services. In 1647 he returned to the Dutch Republic.

 

“De Open-Deure tot het verborgen Heydendom ofte Waerachtigh vertoogh van het leven ende zeden, mitsgaders de Religie ende Gotsdienst der Bramines op de Cust Chormandel ende der landen daar ontrent (“The open door to the hidden paganism or truthful account of life and customs, as well as religion and worship of the Brahmins at Coromandel Coast and surrounding countries “), which was published in Leiden in 1651 and since translated into German (1663), French (1670). This book was one of the first European books describing hinduism. The book has two parts. The first deals with the Brahmins life and customs, while the other describes their faith and worship. Rogerius seems to have been the first published a translation of aphorisms in Sanskrit by Bhartṛhari, (Hundred aphorisms on the path to heaven by the heathen Bhartṛhari, famous amongst the Brahmins on the Coromandel coast) which forms the third part of the book.

Belangrijkste feiten in de tekst hierboven:
Abraham Rogerius was een Calvinistische predikant.
Ging in 1631 naar Batavia en in 1632 naar Seurat.
Van 1633 werkte hij in Pulicat.
Daar bestudeerde hij het Hindoeisme.
zijn boek ‘De Open-Deure tot het verborgen Heydendom’
was een van de eerste boeken in Europa over Hindoeisme.
Het werd in 1663 in het Duits en in 1670 in het Frans vertaald.
Het boek bestaat uit drie delen. Deel 3 bevat een vertaling
van aforismen die origineel in Sanskriet geschreven waren.

WP_20170819_15_39_03_ProIlluminatedVolumeOfWajangPunwaPlaysKandhiAnaAndMintaRagaJavaneseLanguageAndScriptJava1863

Illuminated volume of Wajang Purwa plays Kandhi Ana and Minta Raga, Javanese language and script, Java, 1863. Met die prachtige extra flap aan het boek (rechts).


WP_20170819_15_39_03_ProIlluminatedVolumeOfWajangPunwaPlaysKandhiAnaAndMintaRagaJavaneseLanguageAndScriptJava1863Detail

De linkerpagina van het boek op de vorige foto: Wajang Purwa plays.


WP_20170819_15_40_49_ProIlluminatedManuscriptOfTheDevimahatmyaPaperOnRollInWoodenBoxNorth-WestIndia19thCentury

Een wel heel bijzondere uitvoering van een boek: op rollen in een houten kist. Illuminated manuscript of the Devimahatmya, paper on roll in wooden box, North-West India, 19th century.


Wikipedia:

Devi Mahatmya (Sanskriet, IAST: devī māhātmyam, letterlijk: “glorie van de godin”), Durga Saptashati (Sanskriet: durgā saptashatī, “700 verzen voor Durga”) of Chandipatha (Sanskriet: caṇḍī pāṭha) is een hindoegeschrift uit de 5e of 6e eeuw. Het is de oudst bekende hindoeïstische tekst waarin waarin god aanbeden wordt als vrouw. In oudere hindoeïstische teksten komen wel vrouwelijke goden (godinnen) voor, maar deze hadden een ondergeschikte rol. De Devi Mahatmya is onderdeel van de Markandeya Purana, een van de zogenaamde Purana’s, en is opgesteld in het Sanskriet.

WP_20170819_15_41_22_ProIlluminatedManuscriptOfTheDevimahatmyaPaperOnRollInWoodenBoxNorth-WestIndia19thCentury

Het viel niet mee mooie foto’s te maken door de vitrines. Maar dit is een heel bijzonder boek. Een prachtige uitvoering. Illuminated manuscript of the Devimahatmya.


WP_20170819_15_42_33_ProIlluminatedVolumeOfTheBhagavadgitaPaperDevanagariScriptNorthIndiaC19thCentury

Illuminated volume of the Bhagavadgita, paper, Devanagari script, North India, circa 19th century.


WP_20170819_15_43_01_ProIlluminatedVolumeOfTheBhagavadgitaPaperDevanagariScriptNorthIndiaC19thCentury

Detail met de illustratie van de vorige foto. Illuminated volume of the Bhagavadgita in Devanagari script.


WP_20170819_15_43_32_ProLeafFromAnilluminatedBhagavatapuranaManuscriptUrduInArabicScriptNorthIndiaC19thCentury

Leaf from an illuminated Bhagavatapurana manuscript, Urdu in Arabic script, North India, circa 19th century.


WP_20170819_15_43_32_ProLeafFromAnilluminatedBhagavatapuranaManuscriptUrduInArabicScriptNorthIndiaC19thCenturyDetail01

Detail van de vorige foto. Een soort ‘hij heeft het gedaan’.


WP_20170819_15_43_32_ProLeafFromAnilluminatedBhagavatapuranaManuscriptUrduInArabicScriptNorthIndiaC19thCenturyDetail02LetOpDeHoek

De afbeelding paste niet helemaal in het kader. Dan pas je natuurlijk gewoon het kader aan.


WP_20170819_15_44_48_ProManuscriptOfTheRamayanaLontar(=PalmLeafManuscript)JavaneseLanguageInBalineseScriptBali1807

Ik had het vermoeden dat boeken van palmbladen altijd klein en handzaam zijn. Niet dus. Manuscript of the Ramayana, lontar (lontar is een Indonesische term voor palm leaf manuscript), Javanese language in Balinese script, Bali, 1807.


WP_20170819_15_44_59_ProLeatherBoundVolumeOfTheAdiDarmaSastraAndAdidumastraJavaneseLanguageAndScriptJava1900

Leather bound volume of the Adi Darma Sastra and Adidumastra, Javanese language and script, Java, 1900.


WP_20170819_15_44_59_ProLeatherBoundVolumeOfTheAdiDarmaSastraAndAdidumastraJavaneseLanguageAndScriptJava1900Detail

Met links een blad met prachtige vissen.


WP_20170819_15_45_15_ProLeatherBoundVolumeOfTheAdiDarmaSastraAndAdidumastraJavaneseLanguageAndScriptJava1900

En rechts grapjes die we ook kennen uit Westerse middeleeuwse geschriften.


WP_20170819_15_46_12_ProIlluminatedManuscriptOfTheVisnusahasranamaPaperDevanagariScriptNorthIndia19thCentury

De afbeelding uit dit geillustreerde handschrift dient een beetje als het logo voor de tentoonstelling. Illuminated manuscript of the Visnusahasranama, paper, Devanagari script, North India, 19th century.


WP_20170819_15_46_12_ProIlluminatedManuscriptOfTheVisnusahasranamaPaperDevanagariScriptNorthIndia19thCenturyDetail

Ergens op internet (of misschien was het op de tentoonstelling) las ik wat deze afbeelding betekent. Maar helaas kan ik het niet meer vinden. Illuminated manuscript of the Visnusahasranama.


Wikipedia:

De Vishnu sahasranama is een hymne waarin de 1008 namen bezongen worden van Vishnoe, een van de belangrijkste vormen van God in het hindoeïsme en voor volgelingen van Vishnoe ook de verpersoonlijking van de Allerhoogste. De letterlijke betekenis is de 1000 namen van Vishnoe.

WP_20170819_15_49_06_ProManuscriptOfTheAstasahasrikaPrajnaparamitaPalmLeafNepalC12thCentury

Manuscript of the Astasahasrika Prajnaparamita, palm leaf, Nepal, circa 12th century.


WP_20170819_15_49_19_ProManuscriptOfTheAtthakathaOfBuddhaghosaPalmLeafPaliInCambodianScript19thCenturyGiftOfPrinceDarmrongOfSiam

Manuscript of the Atthakatha of Buddhaghosa, palm leaf, Pali in Cambodian script, 19th century, gift of Prince Damrong of Siam.


WP_20170819_15_51_38_ProLeporelloManuscriptOfABuddhistWorkOnTantricRitualWith284IllustrationsOfMudraHand-GesturesNepal19thCentury

De eerder genoemde leporello. Leporello manuscript of a Buddhist work on tantric ritual with 284 illustrations of Mudra (Hand-Gestures), Nepal, 19th century.


WP_20170819_15_51_57_ProLeporelloManuscriptOfABuddhistWorkOnTantricRitualWith284IllustrationsOfMudraHand-GesturesNepal19thCentury

Hetzelfde document maar dan frontaal.


WP_20170819_15_51_57_ProLeporelloManuscriptOfABuddhistWorkOnTantricRitualWith284IllustrationsOfMudraHand-GesturesNepal19thCenturyDetail

Het document gaat over de betekenis van de houdigen die je met je handen kunt aannemen en die zo typisch zijn voor beelden in het Boeddhisme.


WP_20170819_15_52_13_ProLeporelloManuscriptOfABuddhistWorkOnTantricRitualWith284IllustrationsOfMudraHand-GesturesNepal19thCentury


WP_20170819_15_52_55_ProEtchingDeviByJyotiBhattIndia20thCenturyReferredToAsSpeudoTantricArt

Dit lichamelijke aspect van Sanskriet komt ook terug in dit moderne werk: Etching ‘Devi’ by Jyoti Bhatt, India, 20th century. Referred to as pseudo tantric art.


Wikipedia:

Jyotindra Manshankar Bhatt (12 March 1934) Better Known as Jyoti Bhatt’, is an Indian artist best known for his modernist work in painting and printmaking and also his photographic documentation of rural Indian culture. He studied painting under N. S. Bendre and K.G. Subramanyan at the Faculty of Fine Arts, Maharaja Sayajirao University (M.S.U.), Baroda. Later he studied fresco and mural painting at Banasthali Vidyapith in Rajasthan, and in the early 1960s went on to study at the Academia di Belle Arti in Naples, Italy, as well the Pratt Institute in New York

WP_20170819_15_55_58_ProSanskrit – Across Asia and Beyond


Prachtige tentoonstelling. Ga eens kijken zou ik zeggen.