Voorproefje van de Pindakaasvloer van Wim T. Schippers: 3 maal

Op de website van het museum kunnen bezoekers,
op video, vragen stellen aan Wim T. Schippers.
Die vragen beantwoordt hij dan in een video.
Ik zag twee video’s: een van een jong meisje die vroeg
hoe hij eigenlijk op het idee gekomen was
en een andere van een jonge man
die zich afvroeg waarom pindakaas?

Leuke vragen die direct naar de kern van de vraag ‘Wat is kunst?’ gaan.

Ook de antwoorden van Wim T. Schippers zijn leuk.
Eigenlijk geeft hij helemaal geen antwoord.
Hij stelt echter wel een aantal heel belangrijke vragen aan de vraagstellers
waarmee hij zonder zelf stelling te nemen een discussie over kunst in gang zet.

Dat is volgens mij dus waar dit werk over gaat.
En, (typisch Nederlands) dat mag best wat kosten.
Morgen ga ik kijken en ruiken.

If you talk in your sleep, don't mention my name (Brown-Ayer)

Als je praat in je slaap,
noem mijn naam dan niet.

Dat is de titel van een ondeugend liedje dat je kunt beluisteren
op de web site van de Library of Congress.
Ze hebben een Jukebox gemaakt met oude plaatopnames,
78-toeren opnames.
Daar zitten dus heel oude pareltjes tussen.
Alleen de labels vind ik al de moeite waard om te bekijken.





Victor Talking Machine Company, Selections from I Pagliacci, Sousa’s Band, 3239, de opname is 100 jaar oud! 04/04/1901.









Victor Record, If you talk in your sleep don’t mention my name, Billy Murray, 24/11/1911.





Wil je zelf ook eens gaan luisteren:
Jukebox

Biodiversiteit

Zondag is het de internationale dag van de Biodiversiteit.
En zo is het iedere dag wel iets, kun je dan denken.
Van het Smithsonian Instituut zag ik een bericht
waarin ze aangaven een presentatie te tonen
met afbeeldingen van dierenrassen die ze de afgelopen
10 jaar hebben optdekt.
Daarvan 1 afbeelding.
Helaas geeft men bij de foto’s geen details,
dus weet ik niet hoe dit dier heet,
waar het gevonden is, waar het van leeft
en wie het bijvoorbeeld ontdekt heeft.
Het is er niet minder mooi door.





Foto van Smithsonian Instituut.





Cantabit vacuus coram latrone viator (Umberto Eco)

Oude talen, ik heb er niet zoveel mee.
Lastig dan ook dat Umberto Eco nogal eens met Latijn wil strooien.
Ik zoek de betekenis van een citaat in De begraafplaats van Praag:
Carmina dant panem (pagina 39)
Ik heb nog steeds niets gevonden.

Maar ik kwam wel iets leuks tegen.
Cantabit vacuus coram latrone viator
Dat betekent:

Een reiziger, die niets bij zich heeft,
zal zingen in tegenwoordigheid van een rover.

Handboekje van Latijnsche spreekwoorden en citaten. 1923 (tweede druk)
Met dank aan: Stichting Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren
(dbnl), Leiden (Kamer van Koophandel Rijnland 2808 2851)

Een groots gebaar

Eerlijk is eerlijk,
de twee schilderijen die hieronder te zien zijn
zouden normaal gesproken ‘De Argusvlinder’ niet bereikt hebben.
Voor hen geen plaatsje in een kunstvaria.
Vandaag toch omdat ze zo’n groot contrast vormen
met de schilderijen van de regenten en regentessen
van bijvoorbeeld Frans Hals.
Waren honderd jaar eerder de schilderijen donker en vooral
met veel wit en zwart,
nu op de schilderijen van Frans Decker voeren de kleuren de boventoon.
Blauw, geel, rood, bruin en groen knallen van het doek.

Geweldig toch hoe een dergelijk lokaal museum,
de meeste schilders die in de blogs van de afgelopen dagen
te zien waren zijn in Haarlem geboren of hebben er lange tijd gewoond,
zo’n belangrijk onderdeel vormt van ons erfgoed.





Frans Decker, Regenten van het St. Elisabeths of Groote Gasthuis, 1736 (boven) en Regentessen van het St. Elisabeths of Groote Gasthuis, 1740.





De schilderijen vermeld ik hier omdat ze onderdeel zijn
van een enorme schenking aan het Frans Hals museum.
Er wordt gesproken van een totale waarde van 100 miljoen euro
maar de waarde inschatten is eigenlijk onmogelijk en onnodig.
Een aantal van de werken zijn zo zeldzaam dat deze of soortgelijke werken
eigenlijk nooit meer op de markt komen.
Deze schilderijen hangen in musea en daar horen ze ook thuis.
De werken waren al jaren in bruikleen bij het Frans Hals museum en nu
kan er ook voor gezorgd worden dat deze werken tot in lengte van dagen
bekeken kunnen worden in de context waarin ze thuis horen.
Over dit groots gebaar is een mooi boekje verschenen.





Frans Hals Museum, Een groots gebaar – De schenking van het Elisabeth van Thuringenfonds, Alexander de Bruin.






Dit is de voorlopig laatste afbeelding van mijn bezoek aan het Frans Hals museum.





Frans Hals en anderen: Peeckelhaering

De foto’s zijn van wisselende kwaliteit.
Sommige zijn gemaakt met mijn digitale camera en sommige zijn
gemaakt met de BlackBerry.
De kwaliteit van die laatse is minder.
Maar dat mag de pret niet drukken.
Het Frans Hals museum is een geweldige verzameling
en een genot om er tijd door te brengen.
Het museum is gevestigd in een voomalig minderbroederklooster,
vandaar de bijzonder bouw.


De straat waaraan het museum ligt.


Gelijk al stuit ik op een heel bijzonder werk. Het is misschien niet het mooiste werk wat je je kunt voorstellen maar het vertelt wel een verhaal. Maarten van Heemskerck, St. Lucas schildert de Madonna met kind, 1532.

De evangelist Lucas is beschermer van de schilders omdat
verondersteld wordt dat hij Maria geschildert heeft.
Dit is dus een typisch werk over de kunst.


Het idee is dat de man achter de schilder Maarten zelf is of in ieder geval de schilder verbeeldt.


Er is dus een schilderij in het schilderij te zien. Maarten van Heemskerck, St. Lucas schildert de Madonna met kind, 1532. Het schilderij heeft nog meer aanwijzingen naar verhalen. Om te beginnen ‘hangt’ er linksonder een stuk tekst op het schilderij. Verder veel klassieke motieven met in het bijzonder de voorstelling tegen de zitplaats van de schilder. Een hele puzzel.


Schilderijen met de kleur rood in de hoofdrol trekken eigenlijk steeds mijn aandacht. Dat deed ook dit werk van Jan Cornelisz. Vermeyen, een portret van Kardinaal Erard de la Marck, prins-bisschop van Luik en kardinaal van Valence, circa 1530.


Cornelis Cornelisz. van Haarlem, De kindermoord van Betlehem, 1574 en Maarten van Heemskerck, beide deuren, 1591.


Maarten van Heemskerck, Aanbidding der wijzen, 1591.’Detail’ van de vorige afbeelding. Dit zijn enorme schilderijen. De deuren zijn vooal hoog. Het middendeel is gewoon groot: hoog en breed.


Het Frans Hals museum heeft naast de vele schilderhoogstandjes nog andere pareltjes in huis. Wat te denken van dit enorm poppenhuis.


Volgens mij was dit de dokterskamer.


Dit is de pronkkamer. Je moet het zelf eens gaan bekijken is mijn advies.


Dan volgen een hele reeks schutterstukken. De een nog mooier dan de andere. Een genre op zich. Frans Hals, Vergadering van Officieren en de Onderofficieren van de Cluveniersschutterij, 1633.


Frans Hals, Maaltijd van Officieren van de St. Jorisdoelen, 1627.


Frans Hals, Maaltijd van Officieren van de Cloveniersdoelen, 1624 – 1627.


Frans Hals, Detail van Maaltijd van Officieren van de Cloveniersdoelen.


Iets heel anders zijn de schilderijen van regenten en regentessen.
Niet zwierig en gekleurd maar statisch en donker.
Maar kijk eens naar de details.
De grote Nederlandse schilders als Rembrandt en Frans Hals zijn echt
de voorlopers van de impressionisten en expressionisten.


Jan de Bray, Regenten van het Haarlemsch Leprooshuis, 1663.


Detail van Jan de Bray.


Frans Hals, Regentessen van het Oude Mannenhuis, 1664.


Detail van Frans Hals, kijk eens naar hoe hij het strikje geschilderd heeft.


Frans Hals, Regenten van het St. Elisabeths Gasthuis, 1641.


Iets heel anders: een soort raamvertelling tegen een bijzondere achtergrond. Het verhaal van de Barmhartige Samaritaan speelt zich ergens in het bijbelse Palestina af. Maarten van Heemskerck plaatst het hier voor Rome. Je ziet meerdere ‘afleveringen’ van het verhaal op dit schilderij afgebeeld. Maarten van Heemskerck, Gezicht op Rome met de Barmhartige Samaritaan, circa 1550.


Eerste verzorging.


Het slachtoffer wordt op het paard meegenomen om verder verzorgd te kunnen worden.


Een opgraving in Rome.


De Engelenburcht (?).


De regenten of regentessekamer in het museum.


Heel erg leuk is dit schilderij met alleen maar aapjes. Aapjes die als ijdele mensen rondparaderen rond tulpen. Jan Breughel II, Allegorie op de Tulpomania, circa 1640.


Een prachtig schilderij van Judith Lester, Peeckelhaering, 1629.


De vraag bij dit vrolijke figuur is of hij eigenlijk wel zo blij is. Kijk eens door het rood dat op de wangen is aangebracht en kijk hem eens goed in de ogen.


Dan nog even de stad in, via mooie geveltjes.


Een gevelsteen van het Elisabeth Gasthuis.


Het centrum van Haarlem. Het was er vorige week zondag benauwd. Op de markt kermis maar daar was het rond 5, 6 uur in de middag niet druk.


Jan Nagel: niet de politicus maar de schilder

Jan Nagel is een schilder uit Haarlem.
Een schilder uit de 16e eeuw.
In het Frans Hals museum is nu een focustentoonstelling.
Een heel groot deel van zijn nog bekende oeuvre (zo’n 80 procent)
is daar nu te zien.
Ik ben erg aangenaam verrast dat men zoveel aandacht schenkt
aan deze schilder.
En niet alleen door de tentoonstelling maar ook door de restauratie
van ‘De Zondvloed’, het onderzoek daarbij, de film die op de tentoonstelling
te zien is en het boekje dat bij de tentoonstelling verschijnt.
Geweldig werk van Karel Schampers, Liesbeth Abraham, Hessel Miedema
en Herman van Putten.
Prachtig!

Het Parool

Drie prenten, drie tekeningen en vier schilderijen van de meesterschilder uit de zestiende eeuw zijn tot en met 17 juli te zien. Dit is de eerste keer dat zijn werken in een tentoonstelling bij elkaar worden gebracht.
Ondanks dat Nagel volgens zijn tijdgenoten snel schilderde en daardoor een hoge productie heeft gekend, is zijn oeuvre erg klein. Voor zover bekend zijn er slechts zes schilderijen, vier tekeningen en drie prenten van hem bewaard gebleven.

 


Dit is het boekje over Jan Nagel dat het Frans Hals museum uitgeeft.


Het boekje heeft twee uitklapbare pagina’s waar veel details van de restauratie te volgen zijn.


Jan Nagel, De Zondvloed, rond 1600. Dit is het schilderij dat onlangs grondig is gerestaureerd.


Jan Nagel, Maria Magdalena, 1592. Jan Nagel heeft het schilderij van zijn handtekening voorzien op een van de bladen van het boek dat Maria Magdalena hier leest.


 

Het mooiste stilleven is in Haarlem

Vorige week zaterdag was ik in Haarlem.
Ik ben daar naar het Frans Hals museum geweest.
Wat een fantastische collectie.
Ongelofelijk!
Ik heb er genoten, en niet alleen van de unieke schuttersstukken
maar ook van wat ik een van de mooiste stillevens vind,
van alle tijden, van waar dan ook ter wereld.
Ik liep een volgende kamer binnen en daar trof ik een geweldige verzameling
aan van stillevens. Zoveel had ik er nog nooit bij elkaar gezien.
Topstuk is naar mijn smaak ongetwijfeld het schilderij
van Willem Claesz Heda.
Mijn foto’s doen geen recht aan het werk.
En dat kun je in Haarlem gaan zien.


Willem Claesz Heda, Stilleven met zilveren tazza, 1631.

Kunstbus.nl

Tazza is een oud-Italiaans woord voor drinkschaal. Tazza’s zijn schotelvormig en staan op een hoge voet. Zij zijn meestal rijkversierd. Een tazza drinkschaal kan van glas, goud of zilver zijn en heeft een wijde ondiepe kelk die op stam en voet, of rechtstreeks op de voet is gemonteerd.

 


Zie bijvoorbeeld hoe prachtig het licht hier geschilderd is.


Hier de glans en spiegeling van zilver op zilver.


Hier een uurwerk met blauw lint waar het sleuteltje aan hangt dat nodig is om het uurwerk op te draaien.


Argusvlinder: de krant

Een eigen krant
dat is de droom van iedere blogger.
Met mijn blog heb ik dat al een beetje maar het kan nog uitgebreider.
Met meerdere correspondenten.
Gebruikmakend van de twitter accounts die ik volg
maakt The Tweeted Times een krant voor mij:
De Argusvlinder tweets

Deze technologie is nog een beetje beperkt maar dit is
wel een stap vooruit op Twitter.
In de krant worden headlines van de berichten achter de links
van de Twiiter accounts die ik volg,
getoond alsof het een krant is.

Ook makkelijk voor mij zelf om een better idee te krijgen
waar de Twitterberichtjes nu eigenlijk om gaan.
Het materiaal dat je zo verzameld kan uiteindelijk weer hier
op de Argusvlinder weblog terecht komen.

Ik experimenteer nog en sluit ik me ook aan
bij de concurrent: Paper.li.
The Argusvlinder Daily

De The Argusvlinder Daily ziet er beter uit maar heeft heel veel reclame.
Update maximaal 2 keer per 24 uur (ochtend en avondeditie),
maar je kunt ook kiezen voor een weekeditie.
Heeft heel veel reclame.
Maar eens een weekje aanzien.

Kunstvaria

Eten, Foto’s en heel veel andere thema’s.
Twee maskers, geinspireerd op Afrika maar Herman Brood kijkt mee.
Veel afbeeldingen met twee figuren erop.


Antonio Berni, Manifestacion, 1934, oil on burlap.

Burlap= soort jute.


Calixte Dakpogan, La cuisine (The kitchen), 2007, iron, aluminum (forks), cotton, copper.

Mijn keuken ziet er anders uit. Maar zeker goed gezien.

Calixte Dakpogan, Papa Sodabi – The drunk, 2002, steel, metal, plastic, glass and other found materials.


Dimitri Kozyrev, Last one 8, 2010, acrylic on canvas.


Henry Moore, Two seated figures, 1941.


Illustration of the Gita Govinda, Krishna adorns his beloved Radha, India, Kangra or Guler, circa 1780.


Linda Fleming, Storm 2011, powder-coated steel.


Oskar Kokoschka, Two nudes (Lovers), 1913, oil on canvas.


Eduardo Barron, Nero and Seneca, 1904.


Frank Hulsbomer, Constructing meaning in 3 steps, 2010.


Guido Mocafico, Dendroaspis Jamesoni Jamesoni, 2003, chromogenic print.


Heinrich Kuhn, Violets, circa 1908, autochrome, Austria.


Otto Muehl, Untitled, 1961, wood, material, paint, cord on cardboard.


Shi Lu, Girl by a clear stream, hanging scroll, ink and color on paper, Collection Robert Ellsworth.


Tsongkhapa as itinerant teacher, temple restorer, Tibet, 18th -19th century, colors on cloth, silk, wood, metal.


Wayne Thiebaud, Four cupcakes, 1971, oil on canvas.


Wim T. Schippers, Peanut-butter platform, 1962, installation 2011, Museum Boijmans Van Beuningen.

Heerlijk, PINDAKAAS!


Wolfgang Ellenrieder, Feuer Reifen, 2008.


Wordle: Obama en bin Laden





Wordle van de toespraak van President Obama van 1 mei 2011.






Je neemt de originele tekst van de speech van Obama over de dood van bin Laden, biedt die aan op de web site Wordle en deze woordwolken ontstaan op basis van hoe vaak woorden voorkomen in de tekst. Misschien zegt het iets over waar de speech werkelijk over gaat.






Afhankelijk van de tijdszone waar je bent was deze speech vroeg in de ochtend op 2 mei (Europa, 04:35 GMT) of laat op de avond 1 mei (Amerika, 23:35 EDT).





Schrijvers van beelden

Op dit moment lees ik het boek Ongekende Schoonheid
Ikonen uit Macedonie.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik weinig tijd heb om te lezen
en dat ik het altijd jammer vind dat een goed boek uit is.
Het kan me dan ook vaak niet lang genoeg duren.

In verband daarmee liep ik pas tegen het begrip ‘Readers block’ aan.
Readers block is dan een begrip als Writers block.
Een schrijver die niet kan schrijven heeft last van een Writers block.
Een lezer die niet kan (door)lezen heeft ‘last’ van Readers block.
De geest van Cruyff dwaalt weer om ons heen.

In verband hiermee las ik ook: ‘Unputdownable’ (niet-neerlegbaar).
Een boek dat je niet neer kunt leggen,
waarin je maar door wilt blijven lezen.

Ik heb ook een soort Readers Block, niet omdat ik niet kan lezen,
maar omdat ik niet wil lezen. Lees je veel dan is immers je boek snel uit.

In het boek staat prima uitgelegd waarom ikonen gemaakt worden
met afbeeldingen in het platte vlak terwijl de techniek al
bestond om driedimensionaal te tekenen en schilderen.
Ik vond het de moeite waard om te lezen.


Aartsengel Michael, Verderdiger van het Geloof, Nikolaaskerk, Struga, midden 16e eeuw.


Ongekende Schoonheid
Ikonen uit Macedonie

Desiree M.D, Krikhaar
Uitgeverij Waanders / Museum Catharijneconvent

Pagina 30

De vroegchristelijke schilderingen tonen aan dat het beeldprogramma van de christenen afstand neemt van de klassieke kunst, die illusionistisch en realistisch is. Realisme is voor de vroege christelijke kerk uit den boze, omdat de band met de heidense traditie doorgesneden moet worden. De angst voor het terugvallen in idolatrie of afgodsverering is diep geworteld. Stel dat de christenen beelden zouden maken van Christus of van heiligen en die net als de klassieke godenbeelden zouden wassen en met geurwaters zouden besprenkelen of met bloemen zouden bekransen. En dat zij daar ook nog eens omheen zouden gaan dansen, zoals de Israelieten dat deden rond het Gouden Kalf (Exodus 32). Dan zou de stap terug naar de polytheistische godenwereld wel heel gemakkelijk gezet kunnen worden. Mede daarom is de vroegchristelijke beeldtraditie vooral in het oosten gebonden aan het tweedimensionale platte vlak.

De eerste muurschilderingen van de heiligen in Macedonie zijn gestileerd, bijna statisch geschilderd. Maar de gezichten, met name de ogen, zijn indringend. De ogen zijn de spiegel van de ziel, zij schouwen naar het goddelijke. De achtergrond in de schilderijen is meestal onuitgewerkt. Alle aandacht gaat dan uit naar het beeld en zo wint de voorstelling aan uitdrukkingskracht.
Het gebruikte kleurgamma is beperkt. Er worden natuurlijke pigmenten door de eitempera gemend, afkomstig van lokaal levende planten en dieren (bijvoorbeeld schilden van kevers) en mineralen uit de omgeving. Roden, okers, groenen en blauwen zijn de meest voorkomende kleuren.

Vervolgens gaat de schrijfster pagina’s verderop nog even in op het feit
dat gelovigen de ikoon anders benaderen dan een portretfoto.

Pagina 50

Het woord ikoon is Grieks en betekent beeld. In de orthodoxe context is het beeld beperkt tot het platte vlak. Ikonen zijn in de overtuiging van de orthodox-gelovige niet slechts beelden van Christus, de Moeder Gods, heiligen en feesten. Zij stellen de heiligen aanwezig.

De schrijfstijl is niet erg vlot maar het boek is heel leerzaam.
Mooi geillustreerd en een goede aanvulling op de tentoonstelling.

Hoofddoekjes

Dat het hele debat over hoofddoekjes
niets met discriminatie te maken heeft,
gaat er bij mij niet in.





Dit is een normaal straatbeeld van de jaren ’60.






Het zit diep in onze cultuur, nu, recent,….






Het zit diep in onze cultuur, in alle geledingen. De majoor draagt hier natuurlijk ook een hoedje, en oh, ze heeft een mandje in haar hand….


Deze unieke opname van de Nederlandse kroonprinses incognito werd gemaakt door Peter Zonneveld, fotograaf van de Telegraaf. Prinses Beatrix, wier belangstelling naar sociale aangelegenheden bekend is, vergezelde majoor Bosshardt van het Leger des Heils op een avondlijke tocht door het centrum van Amsterdam. (uit:xe2x80x99Het aanzien van 1965xe2x80xb2)






En als ik zeg ‘onze cultuur’ dan bedoel ik Nederland maar eigenlijk ook de hele Westerse cultuur. Audrey Hepburn, een in Belgixc3xab geboren, Nederlands-Britse actrice, ging op kostschool in Nederland en Engeland, woonde tijdens de Tweede Wereldoorlog in Arnhem, verhuisde in 1948 naar Engeland, werd in 1951 actrice in Amerika en jaren na haar grote filmsuccessen (met een Oscar, Bafta, Golden Globe, Tony, Presidential Medal of Freedom Award) overleed ze in Zwitserland. Hier met modieuze hoofddoekjes.






En al in ons ver verleden: Johannes Vermeer, Het meisje met de parel en het hoofddoekje, 1665-1667. ‘Het melkmeisje’ draagt overigens een kapje en dat is ook zo bij bijvoorbeeld de ‘Koppelaarster’ en bij (beide dames op) de ‘Liefdesbrief’ om enkele andere werken van Vermeer te noemen.






En afgelopen vrijdag is daar nog een Engels voorbeeld bijgekomen.





Tegen hoofddoekjes zijn is dus eigenlijk tegen de westerse cultuur zijn.

De begraafplaats van Praag: als de achterkant van een borduurwerk

Vandaag vond ik nog een artikel van Theo Hakkert
over De begraafplaats van Praag:
Achterkant van een rabiaat borduurwerk
Voor het artikel: Achterkant van een rabiaat borduurwerk.
Prachtige titel en in het artikel is onder meer
het volgende te lezen:

De begraafplaats van Praag leest als de achterkant van een borduurwerk. Je ziet draden en lijnen die dwars door elkaar lopen en waar geen patroon in te ontdekken valt, terwijl je weet dat ze allemaal hun functie hebben voor de afgeronde afbeelding aan de voorkant, die we niet te zien krijgen. We kunnen ons daar hooguit een beeld van vormen.

 


Achterkant van een rabiaat borduurwerk.


Vandaag ontrafel ik weer een paar eindjes.
Misschien is ontrafelen iets te veel gezegd.
Ik ben op een paar opmerkelijke draadjes gestuit.

 

 

 

 

 

 

 

 

“Dus dat is mijn beroep? Het is mooi werk om vanuit het niets een notariele akte op te stellen, een brief te vervalsen zodat die net echt lijkt, een compromitterende bekentenis te fabriceren, een document te maken dat iemand in het verderf zal storten. De kracht van het vakmanschap…”

Dit is een klein stukje uit het dagboek van Simone Simonini.
De hoofdpersoon in De begraafplaats van Praag, pagina 24.
Hij geeft in een paar zinnen een beschrijving van zijn beroep,
zijn moraal en zijn cynisme.

 

“Bovenstaande aantekeningen overlezen. Als het geschrevene opgeschreven is, dan is het me echt overkomen. Geloof hechten aan geschreven documenten.”

Deze regels staan even verder op, pagina 32.
Simonini probeet een paar dagen in zijn hoofd te reconstrueren en
hij gebruikt daarbij een door hem zelf geschreven briefje.
Cruffiaans zegt hij dan “Als het geschrevene opgeschreven is”
om vervolgens volledig te vertrouwen
op iets dat hij, de vervalser, geschreven heeft.

Geillustreerde intertextualiteit op de tentoonstelling Ongekende Schoonheid

Kort geleden was ik op de tentoonstelling “Ongekende schoonheid”.
Een beetje weggedrukt op een ongelukkige plaats was
een vitrine met terracotta voorwerpen.
Ze zijn niet zo sensationeel als de (soms heel grote) ikonen en zeker niet
zo sensationeel als bijvoorbeeld het gouden masker.
Maar ze trokken wel mijn aandacht.
Gisteren las ik in het boek bij de tentoonstelling
de beschrijving van de tegels.

De beschrijving probeert ook een verklaring te geven voor deze tegels
die in Vinica in Macedonie gevonden zijn.
En dat valt niet mee.

Tegels met Latijnse teksten, die gevonden zijn op plaatsen waar je
Byzantijnse (lees Griekse) teksten zou verwachten.
De functie is onbekend. De afbeeldingen overduidelijk vroeg-Christelijk.
De tegels zijn uniek in hun soort en tot nog toe zijn er slechts
50 complete tegels gevonden.
Vreemd is ook dat op een aantal van hen de tekst in spiegelschrift staat.
Dat kan wel verklaard worden door de manier van produceren
maar dat kan bijna niet de bedoeling geweest zijn.
Dus nog heel veel vragen rondom deze bijzondere tegels.
Op dit moment zijn ze te zien in het Museum Catharijneconvent in Utrecht.


Jozua en Kaleb, de verspieders van Kanaan. Vinica, 5e -6e eeuw, terracotta, Nationaal Museum van Macedonie, Skopje, inventarisnummer 337-VI.


Uit het boek “Ongekende Schoonheid – Ikonen uit Macedonie” door Desiree M.D. Krikhaar, Pagina 36.

Jozua en Kaleb zijn de twee soldaten met prachtig gedetailleerde harnassen, wapenrokken, helmen en lansen, die ter weerszijden van een schild zijn afgebeeld. Zelfs de plooival in hun mantels is tot in de kleinste draperieen uitgewerkt. Zij zijn de vertrouwelingen van Mozes, die als verspieders naar Kanaan zijn gestuurd om het land te verkennen.

(Stuur er een aantal mannen op uit om Kanaan, het land dat ik de Israelieten geven zal, te verkennen, Numeri 13:1).

Door God is hen toegezegd dat zij het beloofde land eens zullen bewonen. Bij de strijd van de Israelieten tegen de Amorieten bij Gibeon laat de onverschrokken Jozua met hulp van Jahwe de zon en de maan stilstaan om de vijand af te straffen.

(Zon, sta stil boven Gibeon, maan, blijf staan boven de vlakte van Ajjalon. En de zon stond stil en de maan bleef staan, tot Israel zijn vijanden had afgestraft, Jozua 10:12-13).

Jozua, die links op de tegels is afgebeeld wijst met zijn hand op de stralende zon tussen de strijders in. Naast het hoofd van Kaleb is de maan voorgesteld. Naast de speer links is een ster weergegeven om de duisternis te symboliseren. Deze episode uit het Oude Testament wordt door de kerkvaders uitgelegd als een voorafbeelding van het Laatste Oordeel, dat door Christus uitgesproken zal worden om de mensheid te redden.

De afbeelding is die van een Oud-Testamentisch verhaal.
Een verhaal uit het Nieuwe Testament verwijst naar deze oude tekst.
In het geval van de bijbel kun je niet echt spreken van een (1) boek.
De bijbel is een bibliotheek van oude boeken waar heel veel
onderlinge verwijzingen in staan.
Intertextualiteit is de term die daarbij hoort.
Het gaat hier om een verwijzing naar de inhoud.

Deze kwam ik toevallig tegen bij het lezen van het boek
over de tentoonstelling.
En toevallig waren de tegels me opgevallen bij het zien ervan in Utrecht.
Maar je weet: toeval bestaat niet!


In verband met een recente log over de Grote Kerk in Breda en de Heilige Christoffel is er nog een bijzondere tegel te zien. Deze tegel toont de Heilige Christophorus (Christoffel, links) en soldaatheilige Joris (rechts), Vinica, 5e – 6e eeuw, terracotta, Nationaal Museum van Macedonie in Skopje, inventarisnummer 353-VI.


 

Yo-Yo Ma en Lil Buck

Yo-Yo Ma is de beroemde cellist die met veel gevoel voor mensen
en de muziek, graag optreedt met diverse andere muzikanten of kunstenaars.
Hier is hij te zien met een danser: Lil Buck.
Nooit van gehoord maar hij is van elastiek!



Ik toon niet graag filmpjes van Youtube.
De vervelende reclame kun je niet omzeilen
en je bent er nooit zeker van wanneer het filmpje zal verdwijnen.
Maar deze keer had ik geen keus.

Intertextuality, Intertextualiteit

Terwijl ik de afgelopen weken op zoek was naar informatie
over Umberto Eco, stuitte ik op de website www.umbertoeco.com
Op deze site stonden een aantal verwijzingen naar een universitaire site
in de Verenigde Staten.
Daar zou informatie staan afkomstig van of behorende bij
een serie Engelse lessen.
De sites zijn er niet meer maar de maker ervan is bezig een boek
te schrijven waarin een aantal hoofdstukken voorkomen
die te maken hebben met Umberto Eco en ‘De naam van de roos’
Het boek gaat over “Postmodern Medievalism” en Earl R. Anderson,
Professor Emeritus of English, heeft een draft versie daarvan gereed.
De hoofdstukken die betrekking hebben op Eco heten:
Semiotics,
Intertextuality, en
Apocalypse

Volkomen willekeurig ben ik begonnen aan het hoofdstuk over Intertextualiteit.
Erg insteressant.

Ook ben ik op zoek gegaan naar mijn kopie van ‘De naam van de roos’
en vond toen ook ‘De slinger van Foucault’ nog.
Dat laatse boek heb ik zeker niet helemaal gelezen.
Er is dus nog veel te doen.










Syllabus literaire begrippen door Jan de Jong, 2006

Intertextualiteit
het verschijnsel dat teksten op elkaar reageren, hetzij door (inhoudelijke) verwijzingen, hetzij door sterke vormovereenkomsten. Het verschijnsel is van alle tijden. De middeleeuwse Reinaert, bijvoorbeeld, reageert naar vorm sterk op Karel ende Elegast, en naar inhoud op de hoofse Arturromans. De twintigste-eeuwse roman Wapenbroeders (L.P. Boon) verwijst weer sterk naar de Middelnederlandse Reinaert xc3xa9n naar de Oudfranse Roman de Renart.



Paardebloem en Liesbos

Het weer is al dagen, weken, prachtig.
Gisteren (Tweede Paasdag) tijdens een korte wandeling
in het buitengebied van Breda
een paar foto’s gemaakt.





De Paardebloemen (Taraxacum officinale) staan in bloei. De pluizen, nog aan de steel, leveren prachtige plaatjes op


















Het Liesbos in Breda.