Cursus miniaturen VI

Morgen gaan we ons bezig houden met de tekst
en alle zwarte lijnen.
En natuurlijk de schildering aan de linkerzijde.
Dat wordt volgens mij het meest moeilijk om daar
een goed resultaat te krijgen.
Je moet de eerste maal een keer door het hele proces.
Want los van de complexiteit van de materialen
en het vinden van de juiste gereedschappen,
is het realiseren van de miniaturen een moeilijk proces:
– het opbrengen van het ontwerp;
– het juist kleuren van de delen die goud moeten worden (tempera);
– het aanbrengen van het goud;
– de schilderingen.

Dat moet allemaal gebeuren op een klein oppervlak
en in drie lessen is er veel te weinig tijd om het goed te doen.

Maar het is erg leuk om te doen!





In de zon maar helaas bolt het papier nogal.






Recht van boven met flitslicht geeft een beter resultaat.





Cursus miniaturen V

Ook deze week heb ik huiswerk en daarom heb ik vanavond
nog een beetje geschilderd.
Het tussentijds resultaat zie je hieronder.
Zaterdag moet de tekst er aan toegevoegd worden.
Maar het schilderen aan de rand is nog niet af.










Dat heb ik weer….

Ga ik drie zaterdagen op rij (Cursus miniaturen)
met het openbaar vervoer (de bus) naar Utrecht.
Ben ik al twee zaterdagen daarvan via een andere route,
met steeds een andere duur van de rit
naar Utrecht gereden.
Gaat aanstaande zaterdag de weg dicht
en moeten we een omleiding gaan volgen.
Ik ben benieuwd!










Cursus miniaturen IV

Het maken van verf kwam maar beperkt aan de orde
in de sessie van gisteren.
Jammer.
Maar getroost, er is een goede uitleg op internet beschikbaar.
Volg een van de volgende links voor een overzicht:
Atelier Panhof
Breugel, winkel voor kunstbenodigdheden

Bij de bereiding van verf is een “loper”en een marmeren
of glazen plaat nodig.
Dat gereedschap en een flexibel verfmes is op de volgende foto te zien:





Loper op een grote tegel.




Wil je toch de verf zelf maken dan is het goed te weten
dat je twee mengels moet maken:
= de kleurpasta;
= het bindmiddel.

Een recept voor een eitempera bindmiddel is hier beschreven:

Zelf Tempera Maken:Er bestaan verschillende recepten voor het klaarmaken van het eigeel dat als bindmiddel voor de verf (temperaverf) zal dienen. Er zijn ook klaargemaakte temperaverven in de handel te koop, maar het is beter ze zelf te maken omdat de eerste bewaarmiddelen bevatten die de duurzaamheid van sommige pigmenten kunnen schaden.
1. Een eierdooier vermengd met een gelijke hoeveelheid regenwater of bier of wijn (leidingwater bevat veel kalk).
2. Eigeel + olie + water in gelijke hoeveelheid.



De tekst op de tekstpagina is in het Latijn.
Daarnaast is de tekst net met een tekstverwerker en printer gemaakt.
Lezen is dus niet eenvoudig.
Daarom dit ter ondersteuning.





Incipuit.









De Latijnse tekst.




De tekst staat er in werklijkheid als volgt
(tussen haakjes de letters die niet geschreven staan):

In rood:

Incipuit hore b(ea)te marie
virginis. Ad mantutinas

In blauw:
D (de ‘D’ is de grote kapitaal, de eerste letter van de volgende zin)

In zwart:

Omine (samen met de kapitaal staat hier dus Domine= Heer)
labia
mea
aperies.
Et os
meum
annuntiabit laudem tua(m)

Deze tekst is van Psalm 51, vers 17.
Volgens de Nieuwe Bijbelvertaling staat er:
Ontsluit mijn lippen, Heer,
en mijn mond zal uw lof verkondigen

In goud:

D (‘D’, een kleinere kapitaal, goud tegen een blauw/rode achtergrond)

In zwart:

Eus (samen met de kapitaal D staat hier dus Deus= God) in adiutoriu(m)
meum intende. Do
mine ad adiuvandum
me festina

Deze tekst is van Psalm 70, vers 2.
Volgens de Nieuwe Bijbelvertaling staat er:
God, breng mij uitkomst,

In goud, op dezelfde regel als de vorige tekst:

G (‘G’, een kleinere kapitaal, goud, versierd met rondjes)
In zwart, op dezelfde regel als de vorige tekst:

loria p(atria?)

De vertaling van deze laatste twee woorden is:

Heer, kom mij haastig te hulp.

De tekst van Psalm 51 vers 17 is ook op muziek gezet.
Het camerawerk van het volgende fimpje is een beetje rommelig
maar het geluid mag er zijn:
Domine labia mea aperies.



Intussen is vandaag het werk gevorderd.
De wijnranken zijn uitgevoerd, deels blauw, deels rood.





Ranken.




Ook de rank in de letter D is aangebracht.





.






De eerste besjes.






Nu maar eerst eens drogen.




Over de rode kleurstof is ook een interessant verhaal te vertellen.
Je kunt het vinden op Wikipedia:

Alizarine is de naam van het rode pigment.
Andere namen
1,2-dihydroxyanthraquinon
alizarine B,
lizarine lake red,
alizarine rood,

Alizarine of alizarinerood is een rood pigment dat oorspronkelijk uit de wortels van meekrap (Rubia tinctorum) gewonnen werd, maar tegenwoordig vooral synthesisch gemaakt wordt. Alizarine is bijzonder geschikt voor het verven van textiel en leer. De kleur wordt ook wel kraplak genoemd.

Meekrap
Meekrap werd als verfstof al gecultiveerd in de klassieke oudheid, met name in Azixc3xab en Egypte, waar het reeds in 1500 voor Chr. is aangetroffen. Het is een van de meest stabiele natuurlijke kleurstoffen. Met meekrapwortel gekleurde textiel is dan ook aangetroffen in bijvoorbeeld het graf van Toetanchamon, in de ruxc3xafnes van Pompeii en in het oude Corinthixc3xab. In de Middeleeuwen werd de kweek van meekrap gestimuleerd door Karel de Grote. Het groeide vooral goed in de zanderige bodem van Nederland, met name in Zeeland, en werd daar ook voor de lokale economie erg belangrijk. Ook in het aangrenzende Bergen op Zoom was een belangrijke industrie. De stad ontleent hier bijvoorbeeld haar carnevalleske naam Krabbegat aan en ook in de Blauwe Handstraat waren ateliers gevestigd.

Meekrap werd waarschijnlijk al in de 12e eeuw in Zeeland verbouwd. Het gewas werd twee of drie jaar na de aanplant geoogst. De plant heeft dikke wortelstokken en dunne bijwortels. Deze laatste bevatten de grondstof van de kleur. De wortels werden gedroogd in een droogoven en daarna verpulverd. Het poeder kon als verfstof worden gebruikt. De ovens, meestoof genoemd, waren een eerste vorm van een coxc3xb6peratie, waarvan de boeren gezamenlijk gebruik maakten. Na de ontdekking van synthetisch alizarine ging de meekrapteelt ten onder. In Zeeland herinneren straatnamen aan dit ooit voor het gebied zo belangrijke product.

In 1804 ontdekte de Engels verfmaker George Field dat de kleur van meekrap stabieler werd door een behandeling met aluin. Hierdoor werd het een vast en onoplosbaar pigment, met een meer permanente kleur. Door toevoeging van metaalzouten ontdekte men in de jaren daarna dat er diverse andere kleuren van konden worden gemaakt.

Synthetische alizarineIn 1826 ontdekte de Franse chemicus Pierre-Jean Robiquet dat meekrapwortels twee kleurstoffen bevatten, namelijk het rode alizarine en het snel verblekende purpurine. In 1868 werd alizarine de eerste synthetische gemaakte verfstof ooit, toen de Duitse chemici Karl Graebe en Karl Lieberman, in het laboratorium van BASF alizarine (1,2-dihydroxyanthrachinon) maakten uit steenkoolteer, antraceen, door een behandeling met achtereenvolgens kaliumdichromaat en geconcentreerd zwavelzuur. De wereldproductie bedroeg rond 1996 meer dan 7000 ton.



Kunstvaria





Alberto Giacometti, Disagreeable object, 1931.


‘Onaangenaam object’ is de naam van dit kunstwerk.





Attributed to Georges de La Tour and studio, St. Sebastian tended by St. Irene. 1638 – 1639.






Diego Rivera, Zapatista landscape; The guerrilla, 1915.






Fazal Sheikh, Malikh, Delhi, India, 2007.


Deze prachtige foto van een somber kijkend Indiaas meisje
is de meest commerciele foto van de serie “Ladli”
gemaakt door Fazal Sheikh.
Deze ietwat droevige foto siert de verzameling foto’s die gaat
over het Indiase probleem dat meisjes vaak ongewenst zijn als baby.
De Indiaase regering heeft daarom een programma in het leven geroepen
(Ladli schema) waarbij ouders bij de geboorte
van een meisje 10.000 roepie ontvangen (154 Euro)
en waarbij nog eens een bedrag op een rekening wordt gezet
dat vrij komt wanneer het meisje 18 wordt.
Maar niet alleen de ongewenstheid van meisjes wordt aan de kaak gesteld.
Vrouwen zitten heeft vaak in een erg moeilijke situatie
en worden soms mishandeld of erger.





Fiona Adams, Jimi Hendrix, 1967.


Dit is een van de mooiste foto’s die ik ken die de jaren ’60
mooi verbeelden.
De kleuren, de ietwat naive blik op het jonge gezicht van Jimi Hendrix,
de onscherpte van sommige delen van de foto.
De zestiger jaren in xc3xa9xc3xa9n beeld.





Fragment of a bowl depicting bearded bulls, Tepe Fullol, 2200 xe2x80x93 1900 BCE, Afghanistan.


Deel van een gouden kom met een afbeelding van bebaarde stieren.
Tepe Fullol, Afghanistan.
Was in Nederland te zien op de tentoonstelling
“Verborgen Afghanistan” in de Nieuwe Kerk in Amsterdam.





Gerard Hemsworth, Hidden agenda, 2008.


Verborgen agenda.





James Tissot, View from the cross, 1886 – 1894.


Vanaf het kruis, zeer ongewoon perspectief.





Margaret Watkins, Cabbage, 1923.


Misschien hier al eens eerder te zien.





Pablo Picasso, Nu assis et joueur de flxc3xbbte, 1967.






Wassily Kandinsky, Orientalisches, 1909.






Willem de Pannemaker, After designs of Pieter Coecke van Aelst and Jan Cornelisz Vermeyen, Review troops at Barcelona, From the series “The conquest of Tunis”, circa 1554.


Volgens de web site van het Rijksmuseum:

Willem de Pannemaker
(werkzaam 1535-1578) De tapijtwever Willem de Pannemaker was afkomstig uit een gerenommeerd weversgeslacht. Hij had een atelier in Brussel en was hofleverancier van de Habsburgse vorsten. Waarschijnlijk leverde hij al in de jaren 1540 tapijten aan keizer Karel V, die veel in Brussel verbleef bij zijn zuster, landvoogdes Maria van Hongarije. De eerste gedocumenteerde transactie van tapijten voor Karel V was in 1548, toen hij een prestigieuze opdracht kreeg om een serie van tien tapisseriexc3xabn te weven met de verovering van Tunis als onderwerp. Het ontwerp van deze tapijten was van Jan Cornelisz. Vermeyen. Ook werkte De Pannemaker voor Filips II en diens landvoogdes over Nederland, Margaretha van Parma.



Willem de Pannemaker, Review troops at Barcelona (detail).






Yayoi Kusama, Dots obsession, 2004.





Cursus miniaturen III

Vandaag het tweede deel van de driedelige cursus
‘Miniaturen’ van het Museum Catharijneconvent in Utrecht.
Eerst maar even een fotoverslag van de vorderingen.





De rode bolus wordt ingesmeerd met lijm om het bladgoud te bevestigen.






Blaadje imitatiegoud.






Even wrijven.






En klaar is de Argusvlinder.






Dan even de verf aanmaken.






Beginnen met de blauwe letter D.






En dan de rand, kleur voor kleur, ik begin met blauw.




De Vlucht

Vanochtend liep ik vanuit het centrum in Breda
door het Valkenberg naar het station.
Tegenwoordig staat het beeld “De Vlucht” in dit park.
Vroeger stond het een beetje weggedrukt op een verwaarloosde
parkeerplaats voor het politiebureau aan de Markendaalseweg.
Een mooie plaats nu, waar het normaal gesproken erg druk is.
Vanochtend was het rustig en tussen de regenbuien door
maakte ik de volgende twee foto’s.
Het beeld verwijst naar de vlucht die veel Bredanaars meemaakten
in mei 1940. Men ging op de vlucht voor de Duitse bezetter.
Het is een prachtig beeld.
Eenvoudig, goed getroffen, toont het de angst in deze verwarrende tijden.
















Cursus miniaturen II

Ik had nog huiswerk te doen voor de cursus van morgen.
Dag twee van de cursus miniaturen in Utrecht.
Maar voor ik mijn huiswerk kon gaan afmaken
kon het kunstwerk al een restauratie ondergaan.
Morgen toch eens vragen wat ik fout heb gedaan:
te veel water gebruikt ?
is de verf niet goedzacht geweest ?
is de verf er te dik op gezet ?
Ik hoor het morgen wel.





Restauratie.






Restauratie (detail).






De werkplaats.






Kopie van origineel en werkstuk.






Tussenresultaat.






De letter ‘D’.





Cursus miniaturen

De aandachtige luisteraars hadden al begrepen
dat ik een paar weken geleden naar de tentoonstelling
Beeldschone Boeken ben geweest in het Catharijneconvent in Utrecht.
Daar wordt een cursus gegeven van drie middagen
over het maken van miniaturen.
Dat past prachtig bij de tentoonstelling die werkelijk schitterend is.

Gisteren was de eerste bijeenkomst.
Ik ben met de bus naar Utrecht gereden.
In Breda vertrokken rond 10 voor 11.
Deze keer had ik een buschauffeur die de weg kende
en die er voor zorgde dat we op tijd in Utrecht waren.
Dan is het even doorlopen om voor 13:00 uur
in het Catharijneconvent te zijn.
In dit mooie complex is een kleine ruimte
waar de cursus gegeven wordt door Lukas Stofferis.

De cursus begint met een toelichting op wat de bedoeling is
van de drie bijeenkomsten:
– het verdiepen van de kennis op het gebied van de technieken
die komen kijken bij het schilderen van miniaturen;
– speciale nadruk ligt bij de materialen, hun aard,
oorsprong en bereidingswijzen;
– het maken van een eerste miniatuur.

Dat laatste is een nogal ambitieuze doelstelling.
Als je een tekstpagina van het begin af aan wilt opzetten
terwijl je je nog geen techniek hebt kunnen eigen maken,
dat is wat veel.
Daarom snijden we wat hoeken af (figuurlijk natuurlijk).

Het onderwerp van de cursus is een miniatuur uit een
getijden- en gebedenboek dat rond 1420 in Utrecht is gemaakt.
Het boek, ABM h112, is een voorbeeld van een boek
gemaakt voor mensen aan het hof in Den Haag.
Onderwerp voor ons is folio (bladzijde) 16v (verso, keerzijde, hier links)
en 17r (recto, voorzijde, hier rechts).


Bladzijde 16 en 17.


De tekst is een latijnse tekst, het is het begin van de Mariagetijden.
Het is een Getijdenboek, Wikipedia helpt ons weer:

Een middeleeuws getijdenboek is een handschrift dat leken gebruikten voor hun privedevotie, tijdens het getijdengebed.
Kwamen middeleeuwse religieuze handschriften eeuwenlang vooral in kloosters tot stand, vanaf de 12e eeuw werden ze in toenemende mate gemaakt in professionele boekateliers door meestal een team van verschillende handwerkslieden c.q. kunstenaars met ieder hun eigen specialisatie. Afhankelijk van de smaak en rijkdom van de opdrachtgever werden ze eenvoudig of weelderig uitgevoerd, met soms vele miniaturen en rijke randdecoratie.

De kerk heeft voor de verschillende tijden van de dag gebeden vastgesteld.
Deze ‘getijden’ bidt men dus dagelijk en het getijdenboek is het boek
waarin deze gebeden staan.

Voor ons als beginnend miniatuurmaker staan vooral de initiaal
(grote letter) en de afbeelding centraal.


De hoofdletter D.


Het miniatuur.


De miniatuur betreft hier de afbeelding van het moment
kort nadat Petrus het oor heeft afgeslagen van Malchus.
Van het web, TheLife.nl:

Malchus was een dienaar van hogepriester Kajafas en maakte deel uit van de groep mannen die Jezus arresteerde in … de Hof van Getsemane. Malchus’ naam wordt alleen genoemd in het Johannesevangelie. In een impulsieve daad van verzet tegen het optreden van de soldaten, slaat Petrus met een zwaard Malchus’ rechteroor af (Johannes 18 vers 10). Jezus roept Petrus tot de orde en maant hem zijn zwaard weer op te bergen. In het evangelie van Lucas (de arts) wordt vermeld dat Jezus het oor aanzet en geneest. Malchus komt in de Bijbel verder niet voor…

Met enige humor zien we hier Malchus die van schrik zijn broek
verliest en die met een voet buiten het kader treedt.
Jezus heeft inmiddels het oor al in zijn hand en gaat dat
zodadelijk terug zetten. Maar nu bloedt het oor hevig.



De lat ligt dus hoog!

De basismaterialen.

Een middeleeuws boek was handgeschreven.
In de tijd dat het boek waaruit wij putten werd gemaakt
was er al een hele industrie:
met mensen die het perkament maakten,
mensen die de bladspiegel opzetten en de teksten kopieerden,
mensen die met inkt versieringen maakten in en rond initialen,
mensen die illustraties maakten op de tekstbladen en
mensen die illustraties maakten op losse bladen die later in
boeken werden ingebonden met teksten.
Specialisme dus.
Het materiaal waarop werd geschreven was perkament.

Wikipedia:

Perkament (ook als verfijnde vorm: velijn, vellum) is een dun papierachtig materiaal, gemaakt van huid van kalveren, koeien, geiten, schapen, konijnen of ezels. Perkament is genoemd naar de stad Pergamum in Klein-Azie. Daar is het echter niet uitgevonden, maar wel verbeterd. Perkament is met name bekend als schrijfmateriaal voor handschriften.
Het oudste perkament dateert van 2700 jaar voor Christus, en is gevonden in Egypte. Perkament bleek beter en sterker te zijn dan papyrus, maar het was ook (veel) duurder. In de Middeleeuwen werd perkament in Europa veel gebruikt om op te schrijven, omdat het gebruikelijke papyrus vochtgevoelig is en niet lang houdbaar in het natte Europa. Het minder gevoelige papier bestaat al vanaf de 14e eeuw, maar werd aanvankelijk als minderwaardig schrijfmateriaal beschouwd.
Perkament van kalfshuid had de beste kwaliteit. Vaak werd het purperrood geverfd en beschreven met zilver- of goudkleurige inkt; het was daardoor duurder dan andere perkamentsoorten. Deze soort wordt ook wel vellum (velijn) genoemd.
Perkament heeft gemiddeld een dikte van ongeveer 0,6 mm, maar er zijn varieteiten die aanmerkelijk dunner of dikker zijn, afhankelijk van de gebruikte soort huid. Het is in elk geval belangrijk dikker dan het huidige schrijfpapier (ca. 0,1 mm).

Om nu op een mooie en correcte manier de teksten op het perkament te krijgen
trok men eerst een paar lijntjes. Dat is iets wat wij in de cursus overslaan.

Wikipedia:

Vaak maakte men bij het schrijven gebruik van hulplijntjes, die gemaakt werden door aan weerszijden van elk vel met een speld een verticale rij gaatjes in het materiaal te prikken. Dan trok men met de botte kant van een mes of loodstift horizontale lijnen tussen de gaatjes en ook een paar verticale lijnen, om in kolommen te kunnen werken.

De verf waarmee de illustraties werden ingekleurd heet Tempera.

Wikipedia:

Het woord tempera komt van het Latijnse temperare dat mengen betekent. Men denkt dat tempera is uitgevonden in Egypte, tijdens de Romeinse tijd. Voor de uitvinding van olieverf werd tempera veel gebruikt voor schilderijen en het verluchtigen van manuscripten. Iconen worden traditiegetrouw nog steeds met tempera geschilderd. De meest gebruikte tempera is de eitempera.

 

Tempera wordt gemaakt door het met de hand of met een stamper in een vijzel samenwrijven van droge, poedervormige pigmenten, vermengd met eidooier en water. Dit temperarecept is rond 1390 voor het eerst opgeschreven door Cennino Cennini in zijn boek Il Libro del l’Arte. Eigeel is van zichzelf een emulsie van olieachtige stoffen en water, waarin eiwitten zijn opgelost. Als de tempera droogt, verdampt eerst het water, waarna de eiwitten denatureren en niet meer in water oplosbaar zijn. De olie schijnt chemisch niet te veranderen bij het droogproces, maar houdt de verflaag soepel. Schilderijen gemaakt met tempera hebben de eeuwen doorstaan. Een emulsie op basis van eiwit schijnt ook wel gebruikt te zijn.

Hoe gingen wij te werk.
In plaats van perkament gebruiken we een papiersoort die
een aantal eigenschappen van perkament heeft.
De naam is vegetarisch perkament.

Achterkant kleurcopie.


We beginnen ermee de achterkant van een kleurencopie
van de afbeelding die wij gaan maken, in te smeren met een rode pigment.


Ingesmeerde copie en het perkament.


Vervolgens gaan we de afbeelding met de goed ingesmeerde kant
vastplakken op het werkblad.


Copie op het vegatarisch perkament.


Overtrekken.


Vervolgens met een balpen het origineel overtrekken.
Op deze manier maak je geen origineel ontwerp maar
heb je wel de mogelijkheid om met relatief weinig tijd
toch tot een resultaat te komen.


Het resultaat.


De kleurencopie met de rode pigment op de achterkant
heeft gewerkt als carbonpapier.
Het resultaat mag er zijn.
Let op:
= goed drukken bij het overtrekken;
= niet te veel steunen op de kleurencopie;
= niets vergeten over te trekken.


De letter D, de initiaal of kapitaal.


De kleurenkopie: de letter D.


Het begin is gemaakt.


Als de tekening goed op het perkament staat, kan het schilderen beginnen.
Eerst de basis voor het goud.
Dat gebeurt met Armeense aarde of ‘rode bolus’.
Er wordt eerst een basis op het papier aangebracht.
Daardoor komt het goud straks hoger te liggen.
Precies zoals bij het origineel.
Er moet thuis echter nog heel wat gebeuren.
Over het goud wordt straks niet meer geschilderd.
Dus als er iets in het goud ‘ligt’, betekent dit dat het
door de schilder moet worden uitgespaard.

Kunstvaria

Deze keer een behoorlijke Nederlandse inbreng,
maar het heet niet voor niets kunstvaria.
Uit alle windstreken zijn in deze verzameling weer werken te zien.





Anton Corbijn, David Bowie, Chicago, 1980.






Cornelis Cornelisz van Haarlem, Triptiek van de kruisiging, circa 1600.






Jeannette Klute, Grape leaves.


Deze Amerikaanse fotograaf is een pionier op het gebied
van kleurenfotografie.
De foto concentreert zich hier op de druiven en het blad
terwijl de achtergrond vervaagd.
Dit is een van de kenmerken van haar werk.
Ze is geboren in 1918.





Joan Mirxc3xb3, The diamond smiles at twilight, 1947 – 1948.






Marcel aan Eeden, The Zurich trial, part 1, Witness for the prosecution, 2008 – 2009.






Margarita Cabrera, Vocho (Yellow), 2004.






Master B. F., Adoration of the Magi, Gradual in Latin, Italy, Milan, circa 1500.


Als van een miniatuur niet onomstreden vaststaat wie de maker is
wordt er een schuilnaam toegewezen.
Vaak verwijst de schuilnaam naar het belangrijkste werk
of naar een bekende collectie waar werken deel van uit maken.
In dit geval gaat het om miniaturen die wel ondertekend zijn.
De initialen B en F staan onder het werk.
Vermoed wordt (aldus aswers.com) dat het hier gaat
om de Milaneese ambachtsman Francesco Binasco.
Hij lijkt een volgeling van Leonardo da Vinci en staat bekend
als illustrator aan het hof van Francesco Maria Sforza, hertog van Milaan.
Binasco staat ook te boek als goudsmid en graveur en werkte
in 1513 in dienst van Massimiliano Sforza.





Per Kirkeby, The siege of Constantinople, 1995.






Peter Paul Rubens, Allegory of war, circa 1628.






Seated figure, Tada, late 13th-14th century CE.


Beeld uit Lagos, gemaakt met de verloren was techniek.
Ik vind de datering onwaarschijnlijk maar de datering
is van het Metropolitan Museum of Art.





Hoofd van Boeddha, Chinees, Yuan, 14e eeuw.






Yan Pei-Ming, Portrait de Giacometti, 2007.





Alan Bean, astronaut en kunstenaar

Wikipedia over Alan Bean:

Alan LaVern Bean (Wheeler (Texas), 15 maart 1932) is een voormalig Amerikaanse astronaut en de vierde man die op de maan liep.
Bean werd geboren in Wheeler in Texas en opgeleid tot luchtvaartkundige aan de Universiteit van Texas. Hij diende 4 jaar als gevechtspiloot en werd vervolgens testpiloot bij de Amerikaanse marine.
De National Aeronautics and Space Administration selecteerde hem in 1963 en verkoos hem tot piloot van de maanlander voor de reis van Apollo 12. Op 19 november 1969 landde de maanlander van de Apollo 12 op Mare Cognitum, een gebied dat eerder was bezocht door de onbemande robots Loenik 5, Ranger 7 en Surveyor 3. Een half uur na Charles Conrad betrad Bean de maan. Tijdens deze expeditie werden de resten van Surveyor 3 meegenomen om op aarde te bestuderen. Op de maan werd, behalve het eerste maanwagentje en een paar verloren filmrolletjes, ook de vlag van Beans middelbare school achtergelaten.
Na zijn maanavontuur was de belangrijkste opdracht van Bean het commando van Skylab 3 in 1973.
Na zijn pensioen in 1981 ging hij schilderen, vooral mannetjes op de maan. Bean verwerkt echt maanstof en maansteentjes in zijn oeuvre.

Wat in het verhaal van Wikipedia natuurlijk niet staat,
is dat ik hem een keer ontmoet heb.
In de software industrie is het de gewoonte, jaarlijks,
een evenement te organiseren voor het verkooponderdeel van de organisatie.
Bij Amerikaanse ondernemingen gaat dat dan gepaard
met het uitreiken van awards en het houden van pep talks.
Een van de keren dat ik hiervoor in Amerika was,
hield Alan Bean de speech die iedereen weer op het juiste pad
moest zetten voor het volgende jaar.
En wie is daartoe beter in staat als een voormalige astronaut?
Zo heb ik hem ontmoet en heb zijn handtekening gekregen.



Alan Bean, Dave Scott: hammer and feather, 1986.

Dit was een experiment om te bewijzen dat in gewichtsloosheid
alle voorwerpen met gelijke snelheid vallen:
ook een zware hamer en een lichte veer.



Alan Bean, First Men – Buzz Aldrin, 2007.

Waarschijnlijk is het voor de kleine groep mannen,
die getraind werden om de Apollo-vluchten uit te voeren,
altijd moeilijk te verwerken dat zij niet de eerste waren op de maan.
Buzz Aldrin was wel een van hen.



Alan Bean, Headed to the last parking lot, 1982.

Onderweg naar de laatste parkeerplaats


Alan Bean, Is anyone out there, 2006.



Alan Bean, Mountains on the moon, 1993.



Alan Bean, Planting our colors on Apollo 11, 2007.



Alan Bean, Storing rock samples, 1984.



Alan Bean, handtekening, detail van Planting our colors on Apollo 11.


 

Beeldschone boeken

Afgelopen zaterdag ben ik niet alleen naar de tentoonstelling over
Jan van Scorel geweest.
Ik ben in Utrecht ook geweest naar de tentoonstelling Beeldschone Boeken.
In Museum Catharijneconvent.
Dit voormalige kloostercomplex is de perfecte plaats om de pennevruchten
van de Middeleeuwse monniken te laten zien.


Toegangskaartje Catharijneconvent.


Utrecht was in de Middeleeuwen een tijdlang erg belangrijk.
De Utrechtse bisschop was meer een krijgsheer dan een heilige dienaar van de kerk.
Kerken en kloosters werden er gebouwd in het centrum van de stad.
Vanuit de lucht lijkt het alsof de gebouwen in een kruisvorm zijn aangelegd.
In die kloosters werkten monniken als in een industrieel proces aan boeken.
Handgeschreven en handgetekende en handgeschilderde boeken.
Het logo van deze kunstenaars/ambachtslieden was het ‘Utrechtse draakje’.


Utrechtse draakje.


Na de productie van het perkament (geit- of lammervel)
werden de lijnen getrokken die dienden als leidraad voor de schrijvers.
Die schreven in hun mooiste handschrift teksten over.
Ze lieten ruimte over voor de beginletters en alle woorden of letters
die door een andere kleur inkt accenten geven in de tekst.
De grote letters waarmee teksten beginnen dienden vervolgens versierd te worden.
De versiering liep door tot ver in de kantlijn.


Rozettenmeester, Detail.


Vervolgens worden er niet alleen versieringen maar hele schilderijen
in de letter of als illustratie in het boek opgenomen.
De schilderingen werden voorzien van goudverf en allerlei
andere dure verfsoorten.
Soms werden de boeken alleen uitgevoerd met inkt.
Dat lag een beetje aan het gebruik dat men met het boek op het oog had:
was het een gebedenboek voor een rijk man of
een psalmtekst voor de monnikken zelf.


De Rozettenmeester, de letter ‘D’.


Speciale Utrechtse hoekafwerking.


Tekstboekje.


ik weet niet of het een nieuwe rage is in museumland
maar ook in het Catharijneconvent werden tekstboekjes uitgedeeld.
Leuke handzame boekjes maar als naslagwerk niet zo bruikbaar.
Er staan namelijk geen afbeeldingen in.
Voor het hele verhaal en de afbeeldingen moet je toch
in de catalogus zijn.
En die is deze keer erg mooi.


Catalogus in zon en schaduw.


Beeldschone boeken. De Middeleeuwen in goud en inkt.


Met prachtige afbeeldingen.


Met prachtige afbeeldingen.


Toegangsprijs.


Het museum is prachtig maar eerlijk gezegd ook erg duur.
Meer dan 10 Euro entree, dat kom je niet vaak tegen.




Binnenkort volgt er nog meer.

Kunstvaria

Een heel mooie serie kunst en cultuur.
Met in de hoofdrol, onder andere, een reeks afbeeldingen
uit manuscripten.





Ansel Adams, Merced River, Cliffs of cathedral rocks, autumn, 1939.


Portfolio III, Yosemite Valley.
Leuk dat op de dag van de Nationale feestdag van de Verenigde Staten
een Amerikaan het spits mag afbijten.





Ernie en Bert, 2007.


Okay, geen kunst, maar wel cultuur.
En leuk!





Claude Monet, Route de Giverny en hiver, 1885.






Cy Twombly, By the Ionian Sea, Naples, 1988.






Danny Rolph, Gladstone, 2009.


Deze afbeelding heb ik opgenomen in deze serie omdat je
deze vorm van kunst: grote beschilderde muren, steeds vaker ziet.





Edward Hopper, Rooms by the sea, 1951.


Een van de mooiste werken die ik in lange tijd heb gezien.
Het is geen abstract werk maar als je ogen een beetje sluit
en je kijkt door je oogharen dan lijkt het wel een abstract schilderij.





Francisco de Zurbarxc3xa1n, Virgin of the misericordia, 1634.






Francisco Josxc3xa9 de Goya y Lucientes, An equestrian portrait of Manuel Godoy, duque de La Alcudia, 1794.






Franco dei Russi, initial: E, David lifting up his soul to God, Italy, Ferrara, 1455 – 1463.


In de hoofdletter E is Koning David te zien die zijn
ziel verheft naar God. Italiaans.


Master of the Dresden prayer book, David and Goliath, Bruges, 1480 – 1485.


De maker is onbekend van deze schildering.
Daarom worden werken van deze maker aangeduid
met ‘Meester van het gebedenboek van Dresden’,
het bekendste werk van deze Middeleeuwse kunstenaar.
De voorstelling geeft de kleine David en enorm sterke Goliath weer.
Het boek is waarschijnlijk in Brugge in Belgie gemaakt.


Master of the Ingeborg psalter, Initial: D, David pointing to his mouth, French, 1205.


De meester van het psalmenboek van Ingeborg.
In de hoofdletter D is koning David te zien die naar zijn mond wijst.
Koning David werd in de Middeleeuwen gezien als de schrijver
van de Bijbelse psalmen.
Hier wordt hij in verband gebracht met de tekst:
Psalm 38: ‘Ik had mij voorgehouden:
Ik moet mij beheersen en mijn tong voor zonde behoeden.’


Unknown, David bringing the Ark of the covenant to Jerusalem, 15th Century.


Onbekende maker,
De afbeelding toont Koning David die de Ark van het verbond
naar Jeruzalem brengt, 15e eeuw.


Unknown, Initial: D, A monk with his finger to his lips, Italian, 1420.


Onbekende, Italiaanse maker.
In de hoofdletter D is een monnik te zien die zijn vinger
naar zijn mond brengt. In overpeinzing.


Detail met draak in de letter D.



Detail met een haas bij het bos..






Frank Buchser, Kleines Mxc3xa4dchen vor einer steintreppe in Segni, 1874.






Henri Matisse, Odalisque with a Turkish chair, 1927 – 1928.






Joaquxc3xadn Sorolla, Nixc3xb1a entrando en el baxc3xb1o.


Nog maar kort geleden voor het eerst te zien
in de kunstvaria.





Larry Rivers, Dutch Masters I, 1963.






Lucio Fontana, Concetto spaziale, natura, 1959 – 1960.


Ik heb heel wat werken van Fontana gezien.
Heel vaak zijn het witte doeken.
Dit prachtige rood geeft een schitterend effect.





Lxc3xa1szlxc3xb3 Moholy-Nagy, Composition A19, 1927.






Martin Schongauer, Saint Anthony tormented by demons, circa 1470 – 1475.


De heilige Antonius wordt gekweld door duivels.
Dit werk diende als inspiratie en voorbeeld
voor de 12/13 jarige Michelangelo om het volgende schilderij te maken.


Michelangelo, The torment of Saint Anthony, circa 1487 – 1488.



Michelangelo, detail.






Oscar Kokoschka, London, Chelsea reach, 1957.


A view from Lindsay House looking towards Battersea.





Robert Sperry, Shell, 1974.


Makers van aardewerk zien we niet vaak bij Kunstvaria.





Whistler, Weary, 1863.


Weary = vermoeid.




Jan van Scorel: gemiste kans

Afgelopen week was er weer een uitslag van een onderzoek
met betrekking tot het openbaar vervoer te horen:
de reizigers zijn steeds meer tevreden.
Toch gaan de mensen niet uit de auto.
Ik ben afgelopen zaterdag naar Utrecht geweest.
Niet met de auto maar met het openbaar vervoer: de bus.
Van Breda kun je naar Utrecht in ruim 1 uur.
Van station naar station met de Brabantliner.


Twee dagkaarten ?


Eerlijk is eerlijk, het is niet duur. 6 Euro.
Daar kun je niet voor parkeren met je auto in Utrecht.
Alleen dat ik twee (?) dagkaarten moet kopen
om naar Utrecht en daarna weer naar Breda te gaan,
de logica ontgaat me.


Plaats voor je benen.


Nog al zo’n bevinding van het onderzoek:
je hebt zoveel ruimte voor je benen.
Ik ben gemiddeld van lengte dus daar kan het niet aan liggen
maar veel beenruimte heb ik niet gezien.
Die onderzoeken worden waarschijnlijk gehouden onder mensen
die alleen maar met de trein of bus reizen
en die nooit, maar dan ook nooit in een auto zitten.
Begrijp me niet verkeerd, ik ben voor meer gebruik
van het openbaar vervoer.
Maar dan moet het wel beter zijn dan nu.
Interview de volgende keer eens automobilisten
die je gevraagd hebt met de trein of bus te reizen.
Kijk dan eens naar de uitslag.
Kun je misschien ook uitleggen waarom de bus 20 minuten te laat
in Utrecht aankwam. Op een zaterdag!
En ik had sterk de indruk dat het nog veel langer had geduurd als
de reizigers de chauffeur niet de weg hadden gewezen.


De Dom in Utrecht.


Gracht in Utrecht.


Admiraal Willem Joseph van Gendt.

Wikipedia:
Willem Joseph baron van Ghent tot Drakenburgh (Slot Gendt, 16 mei 1626 – Slag bij Solebay, 7 juni 1672) was een Nederlands admiraal uit de 17e eeuw. Zijn achternaam wordt ook gegeven als Gendt of Gent.

 




Kruisgang Domkerk.


Helaas is er van de tentoonstelling Scorels Roem geen catalogus.
Alleen een klein boekje met de teksten die je normaal tegen de muur
zou verwachten. Geen afbeeldingen.
Heel jammer.

Scorel’s Roem, geen catalogus.


Jan van Scorel, Portret van Agatha van Schoonhoven, 1529.

Meer plaatjes dan je op het internet al kunt vinden
kan ik dus helaas niet bieden.

Tentoonstellingsboekje bij:
Scorels Roem.
Hoe een Utrechtse schilder de Renaissance naar het Noorden bracht.

Scorel werd in 1528 benoemd tot kanunnik van het kapittel van Sint Marie. Hoewel het hem als geestelijke verboden was te trouwen, leefde hij samen met een vrouw. Zijn geliefde was Agatha van Schoonhoven. Zij woonden samen in een apart huis binnen het immuniteitsgebied van de kerk en kregen zes kinderen. Scorel portretteerde haar in 1529, toen hij zelf 34 was. Van Agatha zijn geen geboorte- en sterfdata bekend.

 


12 leden van het Jeruzalemsgenootschap, rond 1528.


Detail, zelfportret van Van Scorel.


Jan van Scorel, De doop van Christus in de Jordaan, circa 1530.


Jan van Scorel, Drieluik: Vinding van het Ware Kruis, 1542.

Dit schilderij hangt normaal gesproken in de Grote of
Onze Lieve Vrouwe Kerk in Breda. In de Prinsenkapel.


Jan van Scorel, Maria Magdalena, 1530.


Jan van Scorel, Portret van een man, 1529.

Het verhaal bij dit schildeij is dat de man erg serious naar de toeschouwer kijkt.
De ondertekening geeft aan dat hij in dat stadium nog lachtte.
Waarschijnlijk is dat ‘gecorrigeerd’ door de onbekende opdrachtgever zelf.


Toegangskaart Centraal Museum.


 

Petrus van Schendel

Inmiddels is er een schilderij gevonden
dat in Amsterdam bij Christie’s is geveild in 1989.
Dat schilderij vertoont gelijkenissen met het schilderij
waarover ik eerder een bericht schreef.
Ik heb er ook een afbeelding van alleen is die zwart/wit.





Petrus van Schendel, Slapend dienstmeisje.



Zoals te zien gaat het hier ook om een dienstmeisje dat in slaap is gevallen.
De houding is bijna hetzelfde.
Haar hoofd rust op haar linkerhand die op zijn beurt
ligt op haar rechterarm.
Haar rechterarm steunt op een opgevouwen kussen.
Ze draagt een hoofddoek die ze ook om haar hals heeft geslagen.
Ze ligt naast een opengeslagen boek.
De kaars staat voor haar zodat het licht vrij kan schijnen op het boek.
Rechts is het einde van het tafelblad zichtbaar.
De tafel is wel anders. Hier lopen de naden
tussen de planken die het tafelblad vormen,
naar de toeschouwer toe.
Dat is op het eerdere schilderij niet het geval.

De omgeving is anders:
geen dood gevogelte maar een kom op de voorgrond.
Verder is een kan en wat groente te zien (links).
Zeker voor een vegetarische opdrachtgeven ?

Dit paneel is 30,5 x 36,5 cm.
Dit schilderij is geveild op 31 oktober 1989 en is gekocht
voor 26.000 gulden (lot 319).
Verder is dit paneel gesigneerd.





Misschien ook van Petrus van Schendel.




Kunstvaria

Ik begin stiekum weer achter te lopen met de Kunstvaria.
Drukke tijden zullen we maar zeggen.
Bewogen tijden mag je ook zeggen.

Deze reeks berichten maak ik vooral om kunstwerken te tonen.
Onlangs vond ik de volgende tekst en die is erg van toepassing.
Het is een soort motto voor de Kunstvaria reeks:

Throughout his career, Balthus rejected the usual conventions of the art world. He insisted that his paintings should be seen and not read about, and he resisted any attempts made to build a biographical profile. A telegram send to the Tate Gallery as it prepared for its 1968 retrospective of his works read:
“NO BIOGRAPHICAL DETAILS.
BEGIN: BALTHUS IS A PAINTER OF WHOM NOTHING IS KNOWN.
NOW LET US LOOK AT THE PICTURES. REGARDS. B.”



De bron van het citaat is mij niet helemaal duidelijk, vertaald:

Gedurende zijn cariierre wees Balthus de conventies van de kunstwereld af.
Hij stond erop dat zijn schilderijen zouden worden bekeken
en niet dat er over gelezen zou worden.
Hij was er dan ook op tegen dat er een biografisch profiel van hem werd gemaakt.
Toen de Tate Gallery zich aan het voorbereiden was voor de retrospective
van zijn werk in 1968 en hem om bibliografische gegevens vroeg,
stuurde hij een telegram met de volgende tekst:

GEEN BIBLIOGRAFISCHE GEGEVENS.
BALTHUS IS EEN SCHILDER VAN WIE NIETS BEKEND IS
DUS LATEN WE NAAR DE SCHILDERIJEN KIJKEN


Met vriendelijke groeten, B.





A battle scene, book of the Maccabees, Universiteitsbibliotheek Leiden, Codex Perizoni, circa 850 – 925.


Een scene van een veldslag.
Uit het bijbelboek de Maccabeexc3xabn.





Alex Janvier, Young leafs, 2008.


Dit waterverfschilderij zou goed kunnen aansluiten
bij de middeleeuwse boekillustraties en miniaturen.
Ware het niet dat de maker een Amerikaan is van Indiaanse afkomst.
Deze ‘Jonge bladeren’ staan dus in een heel andere traditie.





Byron Kim, Synecdoche, 1991.






Claude Monet, The Seine at Lavacourt, 1880.






Dorothea Lange, Thirteen million unemployed fill the cities in the early thirties, 1934.






Emmanouil Bitsakis, Singing and playing music, Uigur, 2008.


Schets van zingende en muziek makende Oeigoeren,
een minderheid in China.





Gerhard Richter, Overpainted, 2008.



Gerhard Richter, Schatten 6, 1968.


Vooral het tweede werk is een voorbeeld
van waarom ik Gerhard Richter zo interessant vind.





Glenn Murcutt.


De architect Glenn Murcutt schijnt in Australie al verantwoordelijk te zijn
voor 500 gebouwen.
Ik weet niet welk gebouw hier op de foto staat of wie de foto gemaakt heeft,
maar de foto is schitterend.





Jackson Pollock, Ocean greyness, 1953.

Bij het overlijden van Michael Jackson, eerder deze week,
zag ik weer heel wat van zijn muziek voorbij komen.
Een van de video’s die ik zag, is die hij samen gemaakt heeft met Janet Jackson.
De video speelt zich af in een ruimteschip.
Michael en Janet zijn een soort ruimtewezens, aliens.
Maar ze bekijken ook kunst in de video.
Kijk maar eens bij de volgende clip.
Ergens rond 1 minuut 50 en de 2 minuten komen Rene Magritte,
Andy Warhol en Jackson Pollock voorbij.
Althans zo heb ik de beelden geinterpreteerd.
Als je nog meer werken herkent of als ik het verkeerd gezien heb
hoor ik dat graag.

De Pollock kan ik niet herkennen maar zijn voornaam is natuurlijk hetzelfde
als de achternaam van Michael.
Warhol heeft een schilderij gemaakt van Michael Jackson dus misschien
is dit een soort wederdienst.
De Magritte is ‘De grote oorlog’ (1964) misschien wel zijn bekendste werk.






James Abbott McNeill Whistler, Symphony in grey and green: the ocean, 1866.


Symfonie in grijs en groen: de oceaan.
De titel voor een abstract schilderij,
maar het is helemaal niet abstract.





Jan van Goyen, An estuary with row and sail boats, laat 1640-er jaren.


Wat een lucht!





Jennifer Presant, Sunburst, 2009.


Hier gaat meer over volgen.





Katharina Fritsch, St. Katharina, 2007.



Katharina Fritsch, The cook, 2008.


Om er voor te waken niet te veel logs te moeten maken
deze keer dan toch maar meer dan 1 werk van een kunstenaar.
De kok vind ik humor.





Pieter Brueghel the younger, The preaching of Saint John the Baptist in the wilderness.


Van dit schilderij schijnen 13 uitvoeringen te bestaan.
Deze is gemaakt door Pieter Breughel de jongere,
gebaseerd op een werk van zijn vader, Pier Breughel de oudere.
Datering niet bekend.
Deze versie schijnt een topuitvoering te zijn.
Niet alle versies zijn van Pieter Breughel, een aantal komen
uit zijn omgeving of zijn van leerlingen van zijn school.
De prediking van Johannes de Doper in de wildernis (woestijn?).





Richard Misrach, Desert fire # 1, 1983.






Robert Alexander Darrah Miller, Rooftops New Hope, circa 1931.






Robe
rt Clark Indiana, Art, 1972 – 2001.







Wim Delvoye, Torre, 2009.


Alweer een Belgische kunstenaar.





Womanxe2x80x99s formal long-sleeved kimono (uchikake), early Showa period, 1930’s.


Formele kimono voor vrouwen, met lange mouwen.




Petrus van Schendel ?

Naar aanleiding van mijn berichten over Petrus van Schendel,
ontving ik een e-mail met daarbij een afbeelding van een schilderij.
De afzender geeft aan dat het om een Van Schendel gaat.
Hieronder is het werk te zien.
De voorstelling sluit zeker aan bij het werk van Van Schendel.
Zijn specialiteit was immers het schilderen van voorstellingen
met een lichtbron zoals een kaars of de maan.

Hier zie je een slapende vrouw bij kaarslicht.
Ze is waarschijnlijk in slaap gevallen tijdens het lezen.
Op de tafel ligt naast haar boek een dode vogel.

Een Fazant?
Heeft ze een bril in haar hand?
Rust haar hoofd op een kussen of is het een opgevouwen deken of doek?

Nog heel wat vragen dus.
Als u een antwoord heeft hoor ik dat graag.










Karel de Stoute, Pracht en Praal in Bourgondie

Ik heb de vier inleidende studies gelezen van de catalogus
behorende bij de tentoonstelling
Karel de Stoute, Pracht en Praal in Bourgondië.
Ik wil in deze log even stil staan bij die vier studies en mijn reactie
op die stukken geven.
Natuurlijk heb ik geprobeerd mijn reactie te voorzien
van een paar mooie afbeeldingen.



Catalogus: Karel de Stoute, Pracht en Praal in Bourgondië.


De namen van de studies staan in het Engels omdat
ik de Nederlandse titels niet ken.
De Nederlandse catalogi waren uitverkocht toen ik
in Brugge was.

Reasonable foly: Charles the Bold,
Duke of Burgundy (1433 – 1477)

Werner Paravicini.

  Volgens deze introductie/samenvatting van de tentoonstelling was Karel de Stoute een…just, hardworking, bureaucratic, absolute, rigorous, moral, thrifty, ostentatious, ceremonious, ambitious, proud, impatient, cruel and feared ruler.In het Nederlands een rechtvaardige, hardwerkende, bureaucratische, absolute, rigoreuze, moreel, gedreven, opzichtige, ceremoniële, trotse, ongeduldige, wrede en gevreesde heerser.
De schrijver probeert te bewijzen dat Karel de Stoute een van de eerste, moderne, politiek bewuste leiders in Europa was.
Een claim die niet helemaal stand houdt door het onnodig wreed en uiteindelijk niet succesvol optreden.
Daardoor vraag je je af of zijn tegenstanders dan wel zo ouderwets waren.

Rogier van der Weyden, Chroniques de Hainaut, Opdrachtpagina, 1448.Philips de Goede staat hier afgebeeld met de jonge Karel de Stoute.Koninklijke Bibliotheek van België, MS. 9242 f.1r.


Rogier van der Weyden, Chroniques de Hainaut, Opdrachtpagina, 1448 (detail).


Rogier van der Weyden, Chroniques de Hainaut, Opdrachtpagina, 1448 (detail).Philips de Goede met Karel de Stoute.Leuke schoenen!


Palaces and tent filled with art:
the court culture of Charles the Bold.

Birgit Franke en Barbara Welzel.
Op overtuigende wijze beargumenteren de schrijfsters
dat de luxe waarmee de Bourgondische vorsten zich omringden,
meer functies had dan een platte pronkzucht alleen.
De hofcultuur was een van de vele middelen die ingezet werden
in de strijd en consolidatie van de macht.


 photo PeterPaulRubensKarelDeStouteC1618GG.jpg

Peter Paul Rubens, Karel de Stoute, omstreeks 1618.



The vestments of the Order of the Golden Fleese.
A major work of Burgundian court art.

Katia Schnitz-von Ledebur
Korte maar grondige inleiding op de visuele aspecten
van de religieuze gewaden die deel uitmaakten
van de inventaris van de Orde van het Gulden Vlies.
De analyse toont aan hoe doordacht deze geborduurde
kunstwerken zijn ontwikkeld.


Kazuifel, Transfiguratie van Christus, Bourgondische religieuze gewaden, 1425 – 1440.

Op de inventaris van de Orde van het Gulden Vlies
komen een aantal liturgische gewaden en voorwerpen voor.
Onderdeel van die voorwerpen zijn een aantal kazuifels en koorkappen.
Deze zijn bijzonder mooi geborduurd.
Hier ziet u een afbeelding van God de Vader.


Kazuifel, Transfiguratie van Christus, 1425 – 1440.

De afbeelding van God de Vader bevindt zich op het kasuifel
in het midden aan de top.
De transfiguratie van Christus wordt weergegeven in het midden
van de kazuifel. Daar is in een kruisvorm afgebeeld hoe Christus
ten hemel vaart. Beneden Petrus, de plaatsvervanger van Christus (de Paus)
Boven God de Vader.
Dit is de achterzijde van het kazuifel.
Dit is de kant die de mensen zagen tijdens de eucharistieviering.
Links en rechts van het kruis zijn heiligen te zien.
Links de vrouwen, rechts de mannen.


Transfiguratie van Christus, 1425 – 1440.

Dit is de voorzijde van hetzelfde kazuifel als hierboven getoond.
In het midden is onderaan de doop van Christus te zien.
Daarboven de duif als symbool voor De Heilige Geest
en God de Vader bovenaan.


Het lezen van dit stuk of aanverwante stukken is misschien voor sommige
moeilijk zonder toelichting op de gebruikte begrippen.
Daarom hier een woordenlijst.

Albe   Veelal wit onderkleed te dragen onder een kazuifel
Amict Rechthoekige doek met twee linten die onder religieuze gewaden wordt gedragen ter bescherming van die gewaden.
Antipendium   Afneembare versiering/front van de altaartafel.
Bursa  Opbergplaats/houder van de corporale
Cingel   Koord dat gebruikt wordt om de albe op maat te maken en de stola vast te houden
Ciborie Kelk in de katholieke kerk waarin geconsacreerde hosties worden bewaard.
Corporale   Wit linnen doek, vierkant. Wordt op het altaar gelegd waarna de kelk en dergelijke er op worden geplaatst.
Dalmatiek  Gewaad voor de diaken.
Kazuifel Liturgisch gewaad dat een priester draagt tijdens de eucharistie. Uitgevoerd in de liturgische kleuren en op verschillende manieren versierd.
Kelkdoekje Doekje dat gebruikt wordt om de kelk schoon te maken na gebruik.
Koorkap  Liturgische mantel gebruikt in processies en andere gelegenheden. Niet tijdens de dienst.
Manipel   Op de linker onderarm gedragen smalle doek. Verbeeld de zweetdoek van Christus.
Monstrans  Hostiehouder die gebruikt wordt om de hostie te tonen. Gebruikt in processies.
Palla   Met witte stof overtrokken karton dat gebruikt wordt om tijdens de dienst de kelk af te dekken.
Paramenten   Verzamelnaam voor de textiele voorwerpen die in Christelijke diensten worden gebruikt.
Pateen Plat schaaltje van edelmetaal dat gebruikt wordt  om tijdens de eucharistie de hostie op te leggen.
Superplie Een wijd, wit linnen hemd, dat reikt tot aan de knieën en gedragen wordt over een toog.
Toog Lang en wijd gewaad voor bijvoorbeeld misdienaars.
Velum Doek die gebruikt wordt om bijvoorbeeld een monstrans of ciborie te dragen zonder die voorwerpen met blote hand aan te raken.

The image of Charles the Bold.
Till-Holger Borchert.
Interessant stuk over de afbeeldingen van Karel de Stoute.
Ook over hoe speculatief “wetenschap” soms is.
Van alle portretten waarvan we zeggen dat Karel de Stoute
er op staat afgebeeld, is er maar 1 die waarschijnlijk
van de levende Karel is gemaakt:
het portret gemaakt (?) door Rogier van der Weyden
rond 1460 van de dan nog jonge erfgenaam.
Alle andere portretten zijn geschilderd naar andere,
inmiddels verloren gegane werken.
Het onthoudt ons er echter niet van om op schilderijen
van Van der Weyden en Memling,
Karel te herkennen in een van de Wijzen bij de Kerststal
en in een apostel bij het Laatste Oordeel!


Rogier van der Weyden, Karel de Stoute, circa 1460.


Petrus van Schendel: Belg?

Deze week kocht mijn vader een catalogus van een veiling
bij een tweede hands boekenkraam op de markt in Breda.
Het betrof de catalogus van een veiling 19e eeuwse Europese schilderijen.
Het veilinghuis was Sotheby’s
en de veiling werd 24 maart 2007 in Amsterdam gehouden.





Omslag van de catalogus.




Vanmiddag liet hij me de catalogus zien.
Het eerste wat ik wilde doen was in de inhoudsopgave
zoeken naar Petrus van Schendel.
Sinds de aandacht voor deze schilder door het Breda’s Museum
houd ik dat een beetje (mee) in de gaten.
Maar een inhoudsopgave per werk stond er niet in.
Tot nog toe heb ik de catalogus dus alleen nog maar doorgebladerd.
Ik vond er twee werken van Van Schendel.
Een ervan kende ik nog niet.
Als extra verrassing stond er een toelichting bij door Dr. J. M.M. de Meere.
Petrus van Schendel-kenner.
Ik moet de catalogus nog eens rustig doornemen
maar de volgende twee werken wilde ik
de bezoekers van mijn weblog niet onthouden.





Petrus van Schendel, Een dienstmeid bij kaarslicht, 1863.






Petrus van Schendel, De vismarkt op de Groenmarkt, Den Haag.





Korte introductie op Petrus van Schendel (Breda’s Museum):

Petrus van Schendel (1806-1870)
Petrus van Schendel is in 1806 geboren in Terheijden. Hij groeide op in Breda. In 1822 ging hij naar de academie in Antwerpen waar hij les kreeg van de historieschilder Matthijs van Bree. Daarna keerde hij terug naar Breda en woonde afwisselend hier en in Amsterdam. Na 1830 werkte hij in Rotterdam en Den Haag. Hij vestigde zich in 1845 voorgoed in Brussel. Van Schendel overleed in 1870. Hij verwierf grote faam als schilder van markt- en kaarslichttaferelen. Dit genre was in zijn tijd heel populair. Zijn werk verkocht goed, ook op de internationale markt.



Voor degene die zich afvragen of dit een goede veiling was voor Sotheby.
Ik denk het wel. Zeker voor wat deze twee schilderijen betreft:





Veilingresultaat ‘Een dienstmeid bij kaarslicht, 1863’.






Veilingresultaat ‘De vismarkt op de Groenmarkt, Den Haag’.




De catalogus geeft aan dat Van Schendel een Belg is.
Nu is hij wel in Brussel overleden maar hij is geboren in Terheijden.
Sinds 1830 ligt Brussel in Belgie dus zeker de eerste 24 jaar
woonde hij in Nederland en was hij Nederlander.
Flauw, inderdaad een beetje flauw van mij.