Oude beroepen

Ik kreeg via, via een PowerPoint slide show met daarin
een aantal foto’s van oude beroepen.
Sommige beroepen kende ik alleen van horen zeggen.
Die laat ik niet zien.
Maar de beroepen die mij bekend voorkomen laat ik hier wel zien.
Mooie foto’s trouwens.
Ik weet niet wie de maker van de foto’s of de PowerPoint show is.


Hoorspelacteurs.

Tegenwoordig is weer meer vraag naar deze mensen.
Nu noemen we het luisterboeken of hoorcolleges.
Soms heb je dan 1 voorlezer maar onlangs heb ik nog
een soort hoorspel op CD beluisterd.
Erg leuk.
De populaire serie podcasts Bommel van de NPS is eigenlijk precies hetzelfde.
Alleen kan ik luisteren naar mijn iTunes wanneer ik wil.


Huisvrouw.


Letterzetter.


Melkboer.

De melkboer die bij ons langs kwam had geen handkar meer
maar een soort klein electrisch vrachtautootje.
Volgens mij zal dat snel weer heel modern zijn.


Karel de Stoute: portretten

Hoe zag die Karel de Stoute er eigenlijk uit.
Is er een mooi portret van?
Gelukkig wel, want het portret van Rogier van der Weyden
geeft Karel een gezicht.
Maar er zijn best heel wat portretten.
Kijk maar.

Anoniem, Een in rouw gehulde Karel de Stoute omringd door hovelingen en ridders van het gulden vlies, 1500.

Parijs, Bibliotheque Nationale de France, Ms.Fr. 2689 Fol.10.
Karel de Stoute wordt ter gelegenheid van zijn troonsbestijging in 1467
aangemaand tot matigheid en geduld.
Miniatuur in Georges Chastellain,
Advertissement au Duc Charles soubs fiction de son propre entendementparlant a luy-mesme.


Anoniem, Karel de Stoute draagt Orde van het Gulden Vlies, circa 1500.


Anoniem, Portret van Karel de Stoute, hertog van Bourgondie, Rijksmuseum SK-A-3836, 1460 – 1480.


Gerard Loyet, Reliekhouder met Karel de Stoute en St. Joris, 1467 – 1471.

Idem, detail.


Giovani Filangeieri De Candida, Portret van Karel de Stoute, 1468.


Karel de Stoute te paard.

Uit:
GESCHIEDENIS VAN BELGIEx8b DOOR Hendrik Conscience.
VERSIERD MET 200 HOUTSNEDEN GETEEKEND DOOR WAPPERS, HAMMAN, LAUTERS, JACOB-JACOBS,
LIES, HENDRICKX, CAROLUS, BAUGNIET, VAN LERIUS, DE HOY, ENZ.
in hout gesneden door
H. EN W. BROWN, VERMORCKEN, HEMELEER, PANNEMAKER, ENZ.
Antwerpen, J.-E. BUSCHMANN.
Brussel, ALEX. JAMAR.1845.

Het lijk van Karel de Stoute wordt gevonden.

Dezelfde bron als hierboven.


Miniatuur, Karel de Stoute deelt nieuwe ordinantie uit in 1473, The British Library, Add.Ms. 36619 F 5R.

Twee details van deze miniatuur wil ik er even uitlichten:

1. de wandversiering voor de kijker rechts van Karel;
2. het vloerkleed. Dat hebben we reeds eerder gezien.

Vuursteen, vuurslag en vuur.

Vloerkleed met wapens van de ‘verzamelde’ gebieden waarover werd geregeerd.


Karel de Stoute zit bijeenkomst van de ridders van het Gulden Vlies voor, in Brugge in
1468, miniatuur Fillastre’s Histoire de la Toison d’or, 1472.


Lievin van Lathem, miniatuur Karel de Stoute en St. Joris.


Rogier van der Weyden, Karel de Stoute, circa 1460.


Karel de Stoute

Het probleem met geschiedenis is altijd:
– al die namen;
– al die jaartallen;
– en al die vreemde landen en gebieden.

Die jaartallen zijn natuurlijk belangrijk om mensen en gebeurtenissen
te plaatsen ten opzichte van elkaar.
Maar jaartallen onthouden om te onthouden: een drama.

Dan al die namen en functies, al die plaatsen,graafschappen, landen en keizerrijken.
Je hele referentiekader ontbreekt terwijl
je dat wel hebt als je naar het nieuws van vandaag luistert.
Obama, Medvedev, Balkenende en Merkel.
Helder en duidelijk.
Maar Lodewijk XI, Keizer Frederik III,
Karel de Stoute, Maria van Bourgondie en Maximiliaan..??????

Het voordeel van geschiedenis is dat je door de tijd
gedwongen wordt om afstand te doen van de details.
Een heel geleerde geschiedkundige kent misschien
meer details als een leek, maar ook zij of hij kent niet al de details.
Dat ontbreken van de details maakt de grote lijnen duidelijk.
Bijgaand filmpje probeert een deel van die grote lijn
duidelijk te maken.
De geschiedenis van het graafschap Bourgondie
ligt aan de basis van een land als Nederland (en de landen om ons heen),
de taal die we spreken en onze cultuur.

Maar, waar ligt dat Bourgondie dan wel?
Dat is een van de vragen waar het volgende filmpje
antwoord op wil geven. Alleen ik ben geen geograaf.
Dus de plaatjes die ik gebruik zijn vooral bedoeld
om de grote lijn toe te lichten.
De details zullen niet altijd even sterk zijn.

11/02/2012:
Helaas het filmpje is er niet meer.
Weblog.nl ondersteunt geen Flash en
bij de overgang naar het nieuwe blogpatform zijn al mijn filmpjes verloren gegaan.
Ik moet nog uitzoeken of daar een oplossing voor is.

Karel de Stoute in Brugge

De dag begon mooi, gisteren,
maar in de loop van de ochtend werd het weer al snel minder.
In Brugge was het zelfd bij vlagen koud.
Regenen deed het daar ook.
Maar dat mocht de pret van de mooie tentoonstelling:
“Karel de Stoute; Pracht en praal in Bourgondie”
niet drukken.





Strak blauw en zonnig in Breda.
















De tentoonstelling krijgt in de pers lovende kritieken.
En terecht.
Toch wil ik wel een paar kanttekeningen maken.
Maar voor ik dat doe wil ik nog even
een algemene impressie geven van Brugge.
Brugge is een prachtige stad dicht aan de Vlaamse kust.
De restauraties bepalen daar het straatbeeld op een manier
die zeldzaam is in Noord-Europa.
Het was er gisteren dan ook erg druk.
Heel veel Spaanse en Italiaanse toeristen,
veel Franstalige en Engelstalige toeristen.
Veel groepen ook met vooral jongeren.












Ik heb gisteren geen audio tour genomen in het museum.
Dan val je terug op de informatie die door het museum
door middel van teksten wordt gegeven.
Eerlijk gezegd mis je dan wel heel veel.
Al zou je maar eerst eens de tekst lezen
die op de kaart staat die bij de kassa wordt uitgedeeld.
Een A tot Z van Karel de Stoute.
Die teksten zie je in deze log als een rode draad door de log lopen.
Die teksten geven al een aardig beeld van wat je te wachten staat.
Verder is het een goed idee om voor de tentoonstelling,
thuis, de speciale web site te bezoeken.
Speciale tentoonstellingswebsite Karel de Stoute
Daar vind je op de pers pagina een document (.pdf)
van 26 pagina’s. Daarvan zijn pagina 2 tot en met 11
een heel goede introductie op de tentoonstelling.












Dan de kanttekeningen:

Het is een goede zaak dat alle voorwerpen op de tentoonstelling
begeleid worden door 4 bordjes.
In het Nederlands, Engels, Frans en Duits staat aangegeven
wat de voorwerpen voorstellen.
Gezien het publiek has het best ook in 6 talen gemogen (Italiaans en Spaans).
Dit is een heel goede service maar het is dan wel heel vervelend
als de toch al beknopte toelichting regelmatig,
midden in de Nederlandse zin wordt afgekapt.
Goed dat de toelichting er ook in het Engels stond.



Misschien een beetje flauw, maar ik vond het er koud.
Je wordt ‘uitgenodigd’ tassen en jassen achter te laten in de vestiaire.
Dan is het wel handig als je niet loopt te verkleumen
in de zalen.












Vervolg kanttekeningen:

Als organisator van een tentoonstelling
moet je er voor oppassen dat je er geen dingen
bij de haren bij gaat slepen
om de tentoonstelling toch maar zoveel mogelijk te laten lijken.
Op een aantal punten vind ik de tentoonstelling balanseren
op het randje van wel wel en niet kan.
Ik geef drie voorbeelden:

Voorbeeld 1:
In de catalogus staat een voorwerp (catalogus 10, kruis van de
Orde van het Gulden Vlies) dat in werkelijkheid op de tentoonstelling
niet aanwezig is.
Het is te zien in een filmprojectie.
Als onderwerp is het gerechtvaardigd het op te nemen.
De Orde van het Gulden Vlies was een belangrijk middel
van de Bourgondische heersers om edelen aan zich te binden.
Het genoemde kruis is rond 1400 gemaakt in Parijs
en is in bezit geweest van Filips de Goede die er rond
1450 zijn wapen in liet zetten.
In 1483 wordt het voor het eerst genoemd in een inventaris van de Orde.
De kans is groot dat Karel de Stoute het kruis heeft gekend maar
daarvan vertelt de catalogus niets.












Voorbeeld 2:
De naam Rogier van der Weyden wordt vaak en prominent gebruikt.
Het gaat dan echter steeds om werken die “naar Rogier
van der Weyden” zijn gemaakt.
Dat doet niets af van hun kwaliteit, hun betekenis,
maar het gezwaai met de naam van Van der Weyden
gaat mij na een tijd tegen staan.

Voorbeeld 3:
Het prachtige schilderij van Jan van Eyck:
Madonna met kanunnik Joris van der Paele.
Dat dit schilderij zich toevallig in
het Groeningemuseum in Brugge bevindt,
is nog geen reden om het hier in de tentoonstelling op te nemen.
Jan van Eyck was de hofschilder van Filips de Goede,
de vader van Karel de Stoute.
Karel de Stoute zal de werken van Jan van Eyck zeker gekend hebben.
Het werk is in 1436 gereed gekomen.
Karel de Stoute was toen drie jaar oud.
Jan van Eyck overleed in 1441, Karel de Stoute was toen 8 jaar oud.
Zo worden er ook, prachtige, werken opgevoerd van Gerard David.
Maar die werd pas in 1484 meester in het schildersgilde van Brugge.
Zeven jaar na het overlijden van Karel de Stoute.












Dan de laatste kanttekening:

De verzameling werken in Brugge is schitterend.
Zeker ook de werken op papier en perkament.
De miniaturen zijn in een aantal gevallen echter slecht te zien.
Ze staan niet in het spotlicht.
Dat kun je nog begrijpen maar dan zou het juist helpen
om middels bijvoorbeeld een loep,
de miniaturen uit te vergroten.
Wat meer toelichting bij de documenten zou ook op zijn plaats zijn.
Op de tentoonstelling is een lijst te zien met de dagelijkse kosten
van de hofhouding van Karel de Stoute.
Heel interessant maar met een beetje meer toelichting
wordt dit document voor de hedendaagse toeschouwer
veel toegankelijker.
Soms is dat op een prima manier gedaan.
De animatie die toont hoe de gebiedsuitbreiding
van de Bourggondische heersers verloopt
is een voorbeeld van hoe je de complexe ontwikkelingen in de geschiedenis
en de betekenis ervan aan een breed publiek kunt duidelijk maken.
Dat geillustreerd met een prachtig vaandel is perfect.












Een onderdeel wil ik nog even extra onder de aandacht brengen:
de tapijten.
Op de tentoonstelling is een prachtige verzameling tapijten te zien.
Prachtig van kleur, hele mooie voorstellingen, in alle soorten en maten.
Indrukwekkend.
Zo zijn er tapijten uit de zogenaamde Ceasar-serie.
Tapijten in opdracht van Karel de Stoute gemaakt waarin
een moderne Ceasar (voor die tijd dan toch)
de hoofdrol speelt terwijl de link naar Karel eenvoudig te maken is.

Ik was erg verrast door het schaakspel.
Ik had er al een afbeelding van gezien maar de grootte
van het spel en de ivoren versiering van de randen
waren mooier dan ik had verwacht.
Dit schaakspel is overigens niet van Karel de Stoute geweest
maar de tekst van de catalogus geeft aan
dat Karel de Stoute meerdere schaakspelen heeft gehad
gemaakt van hout en ivoor.












De catalogus is fantastisch.
Ik heb hem nog niet gelezen maar het is een boekwerk
dat tot in lengte van dagen plezier zal geven.
Naast de catalogus bevat het 4 studies die ieder een ander aspect
van het leven en de kunst uit de tijd van Karel de Stoute behandelen.
Daarnaast een uitgebreide introductie waarin de ‘spelers’
een gezicht krijgen en in de tijd worden geplaatst.
Ongeveer in het midden van het boek tref je een grote reeks
soms paginagrote afbeeldingen aan van voorwerpen die
een rol spelen op de tentoonstelling.
De makers kunnen er trots op zijn.












Dan volgen er nu een paar foto’s van de catalogus.
Helaas is tot 20 mei de Nederlandstalige versie uitverkocht.
Ik heb gisteren dus de Engelstalige versie gekocht.





Catalogus, omslag ligt onder het boek.






Paginagrote afbeeldingen, links een leren, rijk versierde tas.






Twee maal Maria van Bourgondie.




Het ‘A tot Z’ van Karel de Stoute heeft geen 26 letters.
Men was niet creatief genoeg om informatie te vinden voor
de letters Q, U, X en Y.















Terrecht maken de praalgraven onderdeel uit van de tentoonstelling.
In het koor van de kerk staan nog een aantal andere voorwerpen
waaronder twee bijzondere houten beelden
geleend van het Rijksmuseum in Amsterdam.


De praalgraven.




Naast al dit prachtigs was er natuurlijk ook heel veel merchandising.
Ik kocht nog twee prentbriefkaarten met hoogtepunten van de tentoonstelling.
Maar hoogtepunten zijn er zo veel dat deze kaarten
de tentoonstelling al gauw te kort doen.
Maar toch.





Hans Memling, Annunciatie, buitenluiken van de Triptiek van Jan Crabbe, 1465 – 1470.






Gerard Loyet, Reliekhouder van Karel de Stoute, 1467 – 1471.






Tasje erbij?.





Karel de Stoute

Karel de Stoute,
de meeste mensen weten wel dat zijn naam niet wil zeggen
dat hij xe2x80x98STOUTxe2x80x99 was.
Althans niet in de betekenis die wij vandaag meestal bedoelen
met stout: ondeugend.
Stout staat hier voor xe2x80x9cStoutmoedigxe2x80x9d.
Dat zie je ook aan zijn naam in de taalgebieden die aan ons grenzen:
xe2x80x98Charles the Boldxe2x80x99, in Engeland;
xe2x80x98Karl de Kxc3xbchnexe2x80x99, in Duitsland;
en xe2x80x98Charles le Txc3xa9mxc3xa9rairexe2x80x99 in Frankrijk.



Het komt er op neer dat hij nogal wat oorlogen voerde,
de een na de ander.
Hij won ook regelmatig al werd de laatste slag hem noodlottig.
De komende tijd kun je meer over Karel de Stoute lezen op
deze weblog.
De aanleiding daarvoor is een grote tentoonstelling in Brugge.
En als ik de recensies en de reclame mag geloven,
is de tentoonstelling de moeite waard.
Binnenkort hoort u er van mij over.

Nog even terug naar Karel de Stoute.
Wie was dat nu eigenlijk.

Karel de Stoute werd geboren in 1433.
Op 10 november in de nu Franse stad Dijon.
Dijon ligt in het oosten van Frankrijk,
in de buurt van de grens met Zwitserland,
een beetje ten zuiden van de grens met Duitsland.
Toen was die stad gelegen in het hart van Bourgondixc3xab.
Hij zou hertog van dat gebied worden en ook van
Brabant, Limburg en Luxemburg.
Daarnaast ook graaf van Vlaanderen, Artesixc3xab,
Henegouwen, Holland, Zeeland en Namen.
Als laatste ook nog heer van Mechelen.
Daarmee was hij de baas in een gebied dat vandaag
de Benelux is (met een stukje van Frankrijk).

En dat is de reden voor deze logjes.
In die woeste mengelmoes van stadstaten, landen,
graafschappen enz, enz, ontstaan langzamerhand
grotere samenhangende gebieden met een (1) regering.
Uit dat proces is ook Nederland ontstaan.

Thomas Ernst van Goor: Beschryving der stadt en lande van Breda

Het boek uit 1744 van Thomas Ernst van Goor:
Beschryving der stadt en lande van Breda,
is nog een ouderwetse verzameling van kennis.
Net een soort heeel oud weblog:
niet alles is per definitie waar, soms zijn de verhalen wat aangedikt,
soms is het erg actueel, het heeft bijzondere foto’s en een mooie opmaak
en je vindt iedere keer weer nieuwe grappige of interessante zaken.
Vandaag maar even wat afbeeldingen om te beginnen.

Het boek.


Het voorblad.


De prachtige platen: plattegrond van de stad in 1350, pag 48.A.


Grafmonument Engelbrecht II van Nassau.


Praalgraf Engelbrecht I van Nassau.


Breda en omstreken.


Het kasteel.


De Grote Kerk en toren.


Constant Huijsmans: deel 3

Constant Huijsmans is de Bredase tekenleraar en kunstenaar die
een belangrijk deel van zijn carriere aan de KMA in Breda heeft gewerkt.





Afd IV, 31, blad 5 links, Bloemmotief, door mij digitaal ingekleurd.




Daarna ging hij aan de Hogere Burgerschool in Tilburg les geven.
Daar was hij voor korte tijd leraar van Vincent van Gogh.
In het stadsarchief van Breda is zijn nalatenschap.
Onderdeel daarvan zijn drie schetsboeken.
Twee daarvan zijn al aan de orde geweest op mijn weblog.
Vandaag wat meer over deel 3.
Dit boekje bevat nog het meest wat je zou kunnen noemen studies.
Ze zijn voor privegebruik gemaakt.
Er zijn maar een paar tekeningen die verder komen dan het niveau schets.
Die laat ik hier zien.





Afd IV, 31, blad 4, Schets van een man met pet.


Een wat hoekige schets van man met een pet.





Afd IV, 31, blad 6, Boerderij.


Deze schets is de schets die het meest voltooid is in het schetsboek.
De bomen zijn deels geel ingekleurd.





Afd. IV, 31, Blad 8, Koperen Ko.


Ik noem dit koperen Ko omdat dat een begrip is dat bij mij bekend is.
Of dat ook in de negentiende eeuw een bekend begrip was weet ik niet.
De schets is maar klein maar compleet en het is een onderwerp
dat ik verder nog niet bij Constant Huijsmans ben tegengekomen.

Volgens Wikipedia is het begrip Koperen Ko van later:

Koperen Ko was de bijnaam van de straatartiest Johannes Willem Leiendecker (geboren in Duitsland, 29 januari 1909 – Oosterhout, 18 april 1982).

Koperen Ko was een reizend muzikant, die op veel plaatsen optrad. Hij bespeelde tenminste drie instrumenten tegelijk: een accordeon, een trommel, en bekkens of cymbalen. Ook bewoog hij zijn punthoed met bellen.

Koperen Ko heeft 55 jaar op straat gemusiceerd, vanaf zijn 13e jaar. Na vele jaren te hebben rondgetrokken, vestigde hij zich met zijn vrouw Martha in Rotterdam. Gaandeweg ging het hem financieel steeds beter. Enkele malen trad hij op voor de televisie, en voor koningin Juliana.

Koperen Ko stond model voor de creatie Nikkelen Nelis van Wim Sonneveld. Het gelijknamige lied beviel hem helemaal niet: Ko meende dat de zin Zij kon het lonken niet laten sloeg op zijn vrouw Martha, die vanwege een oogziekte met haar ogen knipperde. Tekstschrijver Friso Wiegersma heeft dat ontkend: de tekst van het lied was al geschreven voordat Wim Sonneveld besloot zich uit te dossen als straatartiest.







Afd. IV, 31, blad 9, Een herberg.






Afd. IV, 31, blad 11, Ton, trog, tobbe, kruiwagen en paardenkar voor boerderij en hooimijt.


Helaas nog maar een heel vage schets.
Een paar van de voorwerpen zijn iets uitgewerkt.
Dat is te zien op de volgende afbeelding.





Afd. IV, 31, blad 11, Ton, trog, tobbe, kruiwagen en paardenkar, detail.


1. Trog
2. Ton
3. Tobbe
4. Kruiwagen
5. Paardenkar

Wie een betere term kent dan “paardekar” mag me dat laten weten.
Ik vind het zelf niet de juiste naam.
Maar een sjees is het niet want volgens mij is een sjees bedoeld
voor het vervoer van mensen.
Een kar voor het vervoeren van allerlei andere zaken
heeft vast een andere naam.





Afd. IV, 31, blad 13, Onleesbaar gedateerd, uitzicht op instorting en pomp met twee figuren.


Deze tekening is interessant.
Hij is gedateerd maar op de versie die het stadsarchief
op het internet heeft staan kan ik de datum niet lezen.
Ook het enkele woord van toelichting is onleesbaar.
Daarmee is wat er op de afbeelding staat een raadsel voor mij.
Aan de naam die ik aan de tekening geef moet dus niet te veel
waarde worden gehecht.
In dit schetsboek staan nog ten minste drie pagina’s
met handgeschreven tekst.
Ook die kan ik niet duiden.





Afd. IV, 31, blad 13, Uitkijkpost van stro.






Afd. IV, 31, blad 16, Ezel met tuig.


Van dat tuig is vast meer te zeggen dan ik kan.
Het lijkt me niet geschikt om de ezel te kunnen berijden.
Waar het dan wel voor dient is mij onbekend.




Het Turfschip van Breda IV (stripverhaal)

 

De verteller 

Dit stripverhaal bestaat uit een tekst die los gebaseerd is op het verhaal geschreven door Alphonse Timmermans.

Er is een beroemd verhaal: het paard van Troje. Het vertelt hoe door een list met een hol paard, de stad Troje werd overwonnen. De vergelijking met het Turfschip van Breda ligt nogal voor de hand.

Hier pakken we het verhaal weer op van de vorige editie. En dit maal is het voor het laatste deel.






Het Turfschip lag nog buiten het Kasteel.
De Italiaanse soldaten (die in Spaanse dienst waren)
sleepten het schip het Kasteel binnen.
Eenmaal in het Kasteel begon Van Bergen het schip te lossen.
Maar wilde natuurlijk daar niet te ver mee komen.
Dan zouden immers de Nederlandse soldaten ontdekt kunnen worden.
De knecht bleef maar pompen. Dat viel wel op.







Nu was het de vooravond van carnaval.
De stemming zat er al in dus stelde Van Bergen voor
een glas te gaan drinken in de stad.
Daar hadden de soldaten wel oren naar.







Willem van Bergen verliet inmiddels de stad om Prins Maurits
te vertellen dat het plan op schema lag.
De soldaten in het ruim waren onrustig en dat hoorde een van de wachters.







En weer was het Adriaen van Bergen die de missie redde.
Maar nu werd het toch echt tijd om in actie te komen.







Er worden schoten gelost, de Heraugiere raakt gewond.
De Spanjaarden delven het onderspit en slaan uiteindelijk op de vlucht.
De soldaten die in de stad waren zijn gealarmeerd
en schieten hun collega’s te hulp.
Hohenlo en Prins Maurits naderen de stad met versterkingen.







Met beperkte middelen werd zo een belangrijke slag geslagen.
De turfschippers speelden daarin een belangrijke rol.
Vandaar het standbeeld voor Adriaen van Bergen in Breda.





Ga maar eens kijken op het Stadserf.











Het verhaal van Troje inspireerde Gerrit de Morxc3xa9e tot ten minste deze twee illustraties.










De portretmedaillons in het Kasteel van Breda

Op de website Plaatsengids.nl staat de onder andere de volgende tekst
over de binnenplaats van het Kasteel van Breda:

De verbouwingen van 1826/28 zijn uit kunsthistorisch oogpunt bezien fataal geweest, omdat het paleis hierdoor voor een groot gedeelte zijn karakter heeft verloren. xe2x80x9cOp de binnenplaats van het Kasteel zijn nog wxc3xa9l 36 terracotta portretmedaillons met portretten en profil van beroemde Griekse en Romeinse figuren uit de Oudheid bewaard gebleven. De medaillons, in de boogzwikken van de zuilengalerij in de noord-, oost- en zuidvleugel, werden vermoedelijk ontworpen door de bouwmeester van het Kasteel ten tijde van Hendrik III van Nassau, Thomas Vincidor de Bologna. Uit het dagboek der verbouwing van 1827/28 blijkt duidelijk dat het behoud van deze en verdere xe2x80x98muursieradenxe2x80x99 aan het persoonlijk ingrijpen van koning Willem I is te danken.

Onlangs was in deze weblog nog een oude foto te zien
van een van deze portretmedaillons:

Foto: G. de Hoog, Medaillon Solon van Athene, binnenplein hoofdgebouw Kasteel Breda, Rijksdienst voor de Monumentenzorg, 28/08/1906.


En omdat ik gisteren wat foto’s kon maken in het Kasteel van Breda,
zie je vandaag hier ook een aantal foto’s van de medaillons.
Maar ook andere mooie plaatjes.

Aristides, Athene.

Aristides, bijgenaamd de Rechtvaardige,
was een Atheens staatsman ten tijde van de Perzische Oorlogen.


Solon, Athene.


Bloemmotief.

In de hoeken zit aan de ene kant dit bloemmotief terwijl
in de andere hoek van de binnenplaats een dubbelportret zit:


Dubbelportret.


Constantinus.


Pater et Fi.

Dit dubbelportret kan betrekking hebben op keizer Constantijn de Grote
(Flavius Valerius Aurelius Constantinus) en zijn zoon en opvolger.
Maar er kan ook best een ander verhaal achter zitten.
Hier moet ik nog verder naar op zoek.


Julius Ceasar.

Maar ga je door onderstaande Henricus-poort (Graaf Hendrik III)
dan zie je ook nog andere mooie dingen:


Henricus-poort.


Ik heb een zwak voor deuren en poorten.


Binnenplaats met medaillons.


De poort van binnenuit.


De omgang.


Cadeau (?) onderofficieren KMA 1928.


Huldeblijk oud-cadetten, 1978.



Geen idee. Nu in 2021 wijst een lezer er op dat dit een afbeelding is van een dolfijn. Een vrije interpretatie.




Laatste stukje deur voor vandaag.


Het Kasteel van Breda / KMA

Tijdens de rondleiding over het KMA-terrein kon ik heel wat foto’s maken
van het Kasteel van Breda.
Op een kopergravure die afgebeeld staat in
“Beschyving der Stadt en Lande van Breda” van Thomas Ernst van Goor
uit 1744, wordt het kasteel als volgt afgebeeld:

Thomas Ernst van Goor, Beschyving der Stadt en Lande van Breda.

De titel bij de plaat is: “Het hof der Princen van Oranje te Breda”.


Zo zag het er vanochtend uit: 30/04/2009.



Het zal wel traditie zijn: namen in de poort van het kasteel.


Op de medaillons kom ik later nog terug.


Borstbeeld van Eisenhouwer.


Links.


Toren rechts.


Drie torens op rij.


Dit is de plaats waarvan de archeologen vermoeden dat het de plaats is waar het turfschip in 1590 het kasteel binnenkwam.

De vos bovenop het monument vertegenwoordigt de sluwheid.


Door Bergen’s loozen zin, en Heraugiere’s beleid, werd deze Nassau-veste, van het Spanse juk bevrijd.


Terug naar het renaissancepaleis van Mencia de Mendoza en Graaf Hendrik III.



Sporen van het renaissancepaleis in de muren.


Naast een kasteel ook groen en water en muren met torens.


Het Spanjaardsgat: de granaattoren.


De Nieuwe haven vanaf het Spanjaardsgat.


De Duiventoren en de Onze Lieve Vrouwe Kerk.


Een deel van het water op het KMA-terrein.


De Nieuwe haven .


De Hoge Brug.



Granaattoren.



Jeroen Henneman, Koning Willem I.


Nog meer paleis / kasteel.


De toegangspoort tot het kasteel.


De Stadhouderspoort met toegang tot het Kasteelplein.




 

Het Turfschip van Breda III (stripverhaal)

 

De verteller 

Dit stripverhaal bestaat uit een tekst die los gebaseerd is op het verhaal geschreven door Alphonse Timmermans.

Het boekje met deze tekst: “Turfschip van Breda” is onderdeel van een geschiedkundige reeks genaamd ‘Ons volk in leven en streven’. Het deeltje in mijn bezit is gepubliceerd in 1951 De illustraties die ik hier gebruik zijn uit dit boekje en zijn gemaakt door de Bredase kunstenaar/illustrator Gerrit de Morxc3xa9e.

Hier pakken we het verhaal weer op van de vorige editie.

Exc3xa9n dag nog.
De soldaten wordt door Prins Maurits gevraagd het nog xc3xa9xc3xa9n dag vol te houden.









De wind draait uiteindelijk.
Het was nog onvoldoende om het schip
met al de soldaten te laten vertrekken.
Daarom gingen de soldaten te voet verder.
Het lichtere schip kon dan vertrekken en hen verderop,
voorbij het speelhuys weer laten instappen.
Natuurlijk was dat niet zonder risico.
De wapenuitrusting van zeventig mannen maakt een hoop lawaai.
Er was dus een rexc3xable kans dat ze zouden worden ontdekt.









Op inmiddels zaterdag, kwam het schip aan bij het Reigersbos.
Daar was een soort grenspost.
De rivier was afgesloten met een slagboom.
De Spaanse bezetters lieten alleen schepen door die toestemming hadden.
Een Spaanse korporaal kwam aan boord voor controle.









Niemand hoestte, niemand kuchte.
De Spaanse inspectie werd veilig doorstaan.









Bij de sluis van het kasteel aangekomen,
was het weer wachten.
Nu op de vloed. Dan kon men via de sluis het kasteel binnen.
Helaas liep toen het schip op een zandbank en begon het water te maken.
De soldaten stonden al snel met hun voeten in het ijskoude water.









De Italiaanse soldaten in Spaanse dienst hadden het koud
en kwamen het schip op de oever tegemoet.
Men wilde turf hebben om zich te warmen.
Ze hadden geen boodschap aan het wachten op de vloed.
De schippers gooiden daarom een deel van het turf
dat op het dek lag op de oever.









Inmiddels stond het water al aan de kuiten van de soldaten in het ruim.
Matthijs Helt, een van die soldaten, was ziek.
Zijn hoesten werd een groot probleem.
Maar de schippers kwamen op het idee om het water uit het schip te pompen.
De pompgeluiden overstemden de geluiden uit de romp van het schip.





Deze illustraties zijn gemaakt door de Bredase kunstenaar/illustrator Gerrit de Morxc3xa9e.




Het Turfschip van Breda II (stripverhaal)

 

De verteller 

Het wachten was dus op een signaal vanuit het Kasteel van Breda dat men weer turf nodig had.

Toen dat signaal er was werd een boodschapper snel naar Den Haag gestuurd.

Hier pakken we het verhaal weer op van de vorige editie.

Maurits wilde dicht in de buurt van Breda komen.
Want een aantal soldaten in het Kasteel van Breda
is nog niet genoeg om de stad in te nemen en te verdedigen
tegen versterkingen die de Spanjaarden er vast gelijk naar toe zouden sturen
zo gauw ze door kregen dat er iets loos was in Breda.
Maurits liet het gerucht verspreiden dat hij naar Gorkum zou gaan.
Lanciavecchia, de Italiaan in Spaanse dienst
en bevelhebber van Breda vertrouwt het niet.
Hij verdenkt Maurits er van een aanval op Geertruidenberg te plannen
en stuurt daar zijn troepen naar toe.









De soldaten onder leiding van Heraugixc3xa8re gingen in het donker,
met slecht weer, op pad naar het turfschip.
Soms kwamen ze op die zondagavond een dronken boer tegen
maar niemand kreeg hen in de gaten.









Aangekomen op de plaats van inscheping bleek na lang wachten
dat de schipper zich verslapen had.
Er werd afgesproken de volgende avond in te schepen.









Op de maandagavond ging iedereen voorzichtig aan boord.
Geluid maken zou de aandacht trekken.
Dat zou levensgevaarlijk geweest zijn.









De wateren in deze streek stonden toen nog
onder invloed van eb en vloed.
Dat in combinatie met het weer,
zorgde ervoor dat het schip vastlag in de modder en er bleef liggen.
Drie dagen moesten de soldaten wachten tot het schip kon vertrekken.
Al die tijd opeengepakt in het ruim van het schip
dat gemaakt was om turf te vervoeren en geen mensen.
Intussen vroor het en was er slechts eten voor 1 dag.
De mannen werden ontevreden en Maurits werd geraadpleegd.
Die verzocht de mannen nog 1 dag vol te houden.









Het Turfschip van Breda (achtergrond info)

Als je dan gaat zoeken kom je de mooiste dingen tegen op het Internet.
Wat te denken van deze prachtige plaat
over het Turfschip van Breda.


Bartholomeus Willemsz Dolendo, De inname van Breda, 1600 – 1601.


De plaat bestaat uit vier delen die ieder een deel van het verhaal vertellen.
Let wel, van enige propaganda is hier natuurlijk wel sprake.
Deze afbeelding is afkomstig van het Rijksmuseum.

De inname van Breda door het Staatse leger onder Maurits,
4 maart 1590.
Vier aparte opeenvolgende scxc3xa8nes.
Linksboven: de inscheping in het turfschip;
rechtsboven: het turfschip wordt de burcht ingetrokken;
linksonder: de troepen komen tevoorschijn en raken slaags met de bezetters;
rechtsonder: aankomst van de troepen van Maurits
en het vluchten van de bezetters.
Apart onder de voorstelling gedrukt de legenda 1-9 in het Nederlands.

Kunstenaar
toegeschreven aan Dolendo, Bartholomeus Willemsz.,
Vervaardigingsplaats
Noordelijke Nederlanden
Datering
1600 tot 1601





De inscheping in het turfschip.






Het turfschip wordt de burcht ingetrokken.






De troepen komen tevoorschijn en raken slaags met de bezetters.






Aankomst van de troepen van Maurits en het vluchten van de bezetters.




Het Turfschip van Breda I (stripverhaal)

Zoals eerder aangegeven zijn de tekeningen van Gerrit de Morxc3xa9e.
Het verhaal is los gebaseerd op dat van Alphonse Timmermans.

 

De verteller 

Het volgende verhaal is het verhaal van Het Turfschip van Breda.

Op een listige manier slaagde de troepen van de jonge Nederlandse republiek, het Kasteel van Breda te ontfutselen van de Spaanse bezettingsmacht.

Een leger in de tijd van Willem van Oranje (zeg maar de 16e eeuw), was een ongeregeld zooitje.





Thomas Ernst van Goor: Beschryving der Stadt en Lande van Breda, hoofdstuk 9, bladzide 153.


Het verhaal komt al voor in het boek uit 1744
van Thomas Ernst van Goor: Beschryving der Stadt en Lande van Breda.





Detail over Adriaen van Bergen, de turfschipper uit Leur.






De tekeningen in deze log zijn van Gerrit de Morxc3xa9e.


Een leger in de tijd van Willem van Oranje was een ongeregeld zooitje.
Maurits veranderde dat en zorgde ervoor
dat zijn leger strak georganiseerd was.
De tijd was roerig.
Het protestantisme was in opkomst.
Zo ook de nationale bewustwording.
Delen van de Nederlanden (het gebied dat we vandaag de dag
globaal Nederland, Belgixc3xab en Luxumburg noemen)
verwisselde nogal eens van eigenaar.
Niet in zijn totaliteit maar in stukken.
Dan was Antwerpen weer eens bezet door de Spanjaarden,
dan weer door de xe2x80x9cNederlandersxe2x80x9d.
Dan was Leiden weer eens bezet door de Spanjaarden,
dan weer door de xe2x80x9cNederlandersxe2x80x9d.
Dat gold ook voor Breda.







Het verhaal gaat dat op een dag Willem en Adriaen van Bergen
aankloppen bij Maurits.







Willem en Adriaen van Bergen waren turfschippers uit Leur
die regelmatig met hun schip turf afleverden bij het Kasteel van Breda.
Turf was in die tijd een belangrijke brandstof.







Ze hadden een plan om het Kasteel van Breda
te veroveren op de Spanjaarden.
Na overleg tussen Maurits en Johan van Oldenbarnevelt
werd Charles de Heraugixc3xa8re aangewezen
als de aanvoerder van de soldaten die in het ruim van het turfschip
het Kasteel van Breda zouden worden binnengesmokkeld.

Johan van Oldenbarnevelt (Amersfoort, 14 september 1547 xe2x80x93
Den Haag, 13 mei 1619) was als directe opvolger van Willem de Zwijger
(bijnaam van Willem van Oranje)
een belangrijk Nederlands staatsman tijdens de Tachtigjarige Oorlog;
hij werkte lange tijd samen met Willems zoon Maurits,
maar hij werd het slachtoffer
van een door Maurits beheerst politiek proces
en daaropvolgende executie.

Philips van Hohenlo werd de aanvoerder van de troepen
die de stad Breda zelf zouden binnenvallen.







Het wachten was op een signaal vanuit het Kasteel
dat men nieuwe turf nodig had.
Dat signaal kwam op 21 februari 1590.
Een bode vertrok naar Den Haag
met de mededeling dat het spel kon beginnen.




Het turfschip van Breda

Als verteller van dit verhaal nodig ik de figuur uit die het verhaal
van Alphonse Timmermans en Gerrit de Morxc3xa9e over het Turfschip van Breda
begint. Laat hem het verhaal maar vertellen.

De verteller Om de gebeurtenissen rond
Het Turfschip van Breda
een beetje te kunnen plaatsen
heb ik de volgende tijdslijn opgezet:

Laten we eerst
een forse stap
terug zetten

 


Karel V, geboren in Gent (1500), stamt uit het huis van Habsburg.
Als landsheer van de Nederlanden, koning van Spanje
en keizer van het Heilige Roomse Rijk, is hij de baas
in het grootste deel van wat we vandaag Europa noemen
(met uitzondering van Portugal, het Verenigd Koninkrijk,
delen van Italixc3xab en delen van Oost Europa).
Deze roomse machthebber kreeg steeds meer tegenstand
uit protestante hoek. Zo ook in de Nederlanden.
En dat is ook zo’n beetje het thema van de jaren die gaan volgen
hoewel de economische zelfstandigheid van de Noordelijke Nederlanden
en de ambities van mensen als Willem van Oranje
ook een grote rol speelden.
In 1555 doet Karel V troonsafstand
en in 1556 komen de Nederlanden onder Filips II van Spanje.





Het rijk van Karel V tegen het eind van zijn regeerperiode.





1556 

De Spaanse Nederlanden ontstaan.

Dit is de geschiedkundige naam voor de Habsburgse Nederlanden van 1556 tot de feitelijke scheiding van Noord en Zuid in 1585.

 1566

De beeldenstorm (10 augustus – oktober 1566)

De verzamelnaam voor een serie vernielingen van rooms-katholieke heiligdommen in de Spaanse Nederlanden

 1567 Alva komt met troepen naar de Nederlanden als strafexpeditie ten gevolge van de beeldenstorm.
1569  Alva voert de Tiende Penning in (belastingmaatregel).
 1570 Derde Allerheiligenvloed.
 1574 Het Leidens ontzet.
 1576

De Spaanse furie of zoals in Spanje genoemd: de plundering van Antwerpen.

Dit is het plunderen en in brand steken  van de stad Antwerpen door Spaanse en Waalse troepen op 4 november 1576.

 1579 De Unie van Utrecht is een op 23 januari 1579 getekende overeenkomst tussen een aantal Nederlandse gewesten, waarin werd overeengekomen dat men zich gezamenlijk zou inzetten om de Spanjaarden het land uit te jagen.
 1581

Plakkaat van Verlatinghe.

De officiële verklaring van een aantal Nederlanden, waarin Filips II van Spanje werd afgezet als heerser. Het kan dus worden gezien als de Nederlandse onafhankelijkheidsverklaring

 1581

Eerste beleg van Breda.

Het Eerste beleg van Breda, ook bekend als de Furie van Houtepen of Haultepenne, vond plaats op 26 en 27 juli 1581, gedurende Parma's Negen Jaren. Feitelijk was het geen Beleg maar een gevecht in de stad. Het gevecht werd gewonnen door de Spaanse generaal Claudius van Berlaymont, de Heer van Haultepenne.

 1584 Willem van Oranje vermoord, Johan van Oldenbarnevelt en later Prins Maurits volgen hem op.
 1585  De val van Antwerpen door de hertog van Parma.
 1587 Stichting Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
 1590 Turfschip van Breda, 4 maart.
 1609 Begin Twaalfjarig bestand.

 

Zonder Wikipedia zou het niet zo snel mogelijk geweest zijn
bovenstaand overzicht te maken.

Als je dit rijtje met datums bekijkt, zie je als rode draad
dat de Noordelijke Nederlanden (gebieden als Holland, Utrecht ed
is samenwerking met steden als Haarlem, Leidens enz),
zich langzaam vrijmaken van Spanje.
Godsdienst speelt daarbij een grote rol maar tergelijkertijd
zie je de opkomst van bijvoorbeeld het VOC en deze
opkomende economische bloei leidt uiteindelijk tot het Twaalfjarig bestand.

De verteller

In deze hele geschiedenis

is het Turfschip van Breda

maar een kleine voetnoot.

Maar zeker een

met een behoorlijke

propagandistische waarde.

Het boekje van

Alphons Timmermans en

Gerrit de Morée uit 1951

getuigt daar

zo'n 350 jaar later

nog steeds van.

 

Breda, het turfschip, het vervolgverhaal

Waar het van komt weet ik niet.
Misschien is het wel de tijd van het jaar.
Ik heb nogal wat over Breda de laatste tijd.
En vandaag dan de aankondiging dat dat ook nog wel even doorgaat.


Alphons Timmermans, Het turfschip van Breda, Uitgeverij “Helmond”, 1951.


Afgelopen zaterdag kocht ik een paar boeken over Breda
en aanverwante onderwerpen.
Een van die boekjes zie je hierboven:
Alphons Timmermans.
Hij schreef een serie boekjes over de Vaderlandse Geschiedenis.
“Ons volk in leven en streven”.
Deel 13 gaat over het turfschip van Breda.
De tekeningen zijn van Gerrit De Morxc3xa9e.

Gerrit de Morxc3xa9e is een Bredasche kunstenaar, illustrator.
Hij heeft vaker samengewerkt met Alphons Timmermans.
Alphons Timmermans houdt in de inleiding op dit boek
een vurig pleidooi voor het vertellen
van spannende geschiedenisverhalen aan de jeugd.
Dxc3xa9 manier volgens hem om hun aandacht te trekken en vasthouden.
Daarom kondig ik hier vast aan dat vanaf vandaag
een serie over het Turfschip te zien zal zijn
op deze weblog.
Of alles geschiedkundig correct is kan ik niet garanderen.
Iedereen weet inmiddels toch al wel dat bij het “Spanjaardsgat” in Breda
nooit het Turfschip heeft gevaren.
Deze toerens zijn pas later gebouwd.
Maar de illustratie blijft mooi.





Alphons Timmermans, Het turfschip van Breda, Uitgeverij “Helmond”, 1951 (detail).