Breda: de oude haven

Een tijdje terug kreeg ik een PowerPoint presentatie
met allemaal oude foto’s van de Haven in Breda.
De foto’s die ik het mooist vond kun je hieronder zien.

Voor de mensen die de geschiedenis van Breda niet (helemaal) kennen:
het water, de rivier de Aa, en de haven waren een belangrijke reden
voor het bestaan van Breda.

In de jaren ’60 van de twintigste eeuw was dat belang verdwenen.
Meegaan in de vaart der volkeren betekende parkeergarages
en verkeersaders.

Dus werd de Oude Haven gedempt en kwam er een garage,
benzinestation en weg voor in de plaats.

Stedebouwkundig sloeg het als een tang op een varken.
Er ontstond een grauwe vlakte met rijbanen dicht tegen de huizen
en daartussen geasfalteerde rijbanen waar eens het water stroomde.
Onder het asfalt was de garage.

Een paar jaar geleden is deze historische vergissing gecorrigeerd
en nu ligt er een prachtige haven en meanderend kanaal in de stad





Breda: Aankomst van Sinterklaas in 1956.


Leuke foto, maar eerlijk gezegd niet echt de haven.
Dit is de Academiesingel met rechts het boothuis van de KMA.





Breda, Barbara kathedraal (links) en haven, ongedateerd.






Breda: de firma Stoof haalt een wagen uit de haven, eind jaren ’40.






Breda: gedempte haven met autowasserette, ongedateerd.






Breda: Gedempte Haven, ingang ondergrondse parkeergarage, ongedateerd.


Het kenteken van de auto die hier de garage ingaat helpt me
om toch iets te zeggen over de datum waarop de foto is gemaakt.



De foto moet dus in 2002 of daarna gemaakt zijn.





Breda: gedempte haven, ondergrondse parkeergarage, datum onbekend.






Breda: gedempte haven in ‘volle glorie’. Reclamebord aan de lantaarnpaal ongeveer in het midden van de foto betreft reclame voor het Bredase restaurant De Sinjoor.






Breda, de haven in 1942.






Breda: de haven in de mist met sneeuw op straat, 1953.






Breda: IJspret in de haven in 1961.






Breda: panden aan de haven (aan de kant van het stadshart) met Grote Toren, datum onbekend.






Breda: rioolwerkzaamheden aan de haven (Kathedraalzijde), 1953.






Breda, schaatspret op de Haven, datum onbekend.






Breda: de sloop van de Hoge Brug gezien vanaf het Spanjaardsgat, 1964.






Breda, zicht op het voormalig postkantoor (Gebouw met torentje links, nu Luden) en de Vismarkt.


Beide gebouwen liggen aan de haven in Breda.
Ik ben wel benieuwd vanuit welk gebouw deze foto gemaakt is.




Verfmolen De Kat

In een lokale hobby winkel,
ze noemen zich zelf een kunstmaterialen winkel,
vond ik dit boekje van Verfmolen De Kat.
Ik was op zoek naar pigmenten om zelf verf te maken.
Ze hebben een groot assortiment pigmenten en
aanverwante producten zoals krijt of lijmstoffen.
Op de website van deze verfmolen
staan de recepten overigens ook
maar het boekje kost slechts 1,50 Euro.
Het boekje staat vol recepten die ik leuk vond om te lezen.
Het idee zelf zegellak te maken in de kleur die ik zelf mooi vind,
is wel erg uitdagend.





Recepten van Verfmolen De Kat.





Ei-tempera

Benodigdheden:

pigment
1 eierdooier
1 eierdopje gekookt water
4 druppels spijkolie
glasplaat 30 x 30cm
v.c.a. schoonmaakmiddel en keukenrol voor het schoonmaken
van gereedschap en penselen.
glazen verfwrijver (loper)
2 plamuurmessen
2 pipetten
garde
theezeefje
theelepel

Werkwijze:

Neem de eierdooier en meng deze met behulp van een garde met het water.
Zeef het mengsel en conserveer het met 4 druppels spijkolie. Het mengsel is nu klaar voor gebruik.
Schep een eetlepel pigment op de glasplaat en bevochtig het met water.
Meng het pigment en het water met het plamuurmes tot een dikke pasta.
Voeg met de pipet het ei/water mengsel toe aan de pigmentpasta en spatel het door elkaar met het plamuurmes.
Neem de verfwrijver en wrijf de pasta, met stevig ronddraaiende bewegingen uit over de gehele plaat.
Spatel de verf bijeen met een plamuurmes, en voeg weer wat ei/water mengsel toe. Herhaal deze handeling totdat er een smeuxc3xafge verf ontstaat.
De verf is klaar en dient direct gebruikt te worden. De verf kan eventueel worden verdund met gekookt water.

Tips en kenmerken:

Breng de schildering aan in lagen en laat deze in de zon drogen.
Als de verf direct gebruikt wordt is conserveren niet nodig.
Geconserveerde verf in een goed afgesloten pot. Bewaar deze in de koelkast.
Gebruik altijd verse eieren.



Kunst van de natuur, Ernst Haeckel

Toen ik een tijd terug op een website kwam die mij wel interessant leek
kwam ik een link tegen naar Ernst Haeckel.
Een Duitse wetenschapper die onder andere de leer van Darwin in Duitsland
bekend gemaakt heeft maar die ook zelf
veel wetenschappelijk onderzoek heeft gedaan.
Zijn opvattingen zijn niet altijd overal met open armen ontvangen
maar zijn kwaliteiten als tekenaar/illustrator
kunnen niet worden onderschat.

Een van zijn werken beschrijft de kunst van de natuur.
Door naar dit werk te kijken realiseer je meteen weer
waarom kunstenaars generaties lang gepoogd hebben de natuur
te evenaren (en gelijk ook waarom dat nauwelijks kan).
Het verklaart misschien ook wel ten dele waarom
kunstenaars zich soms afzetten tegen de natuur.
De volgende afbeeldingen van Plankton en Kolibries
laten zijn kunstenaarstalenten zien en tegelijkertijd
de onmogelijkheid de natuur te evenaren.


Ernst Haeckel, Cyrtoidea, plaat 31.

Volgens de summiere informatie op het internet die ik kan begrijpen,
gaat het hier om planktonachtige wezens uit de pre-historie.


Ernst Haeckel, Cyrtoidea, Alacorys Bismarckii, 200 x vergroot.


ErnstHaeckel, Cyrtoidea, Clathrocanium Reginae, 600 x vergroot.


Ernst Haeckel, Cyrtoidea, Dictyocodon Annasethe, 400 x vergroot.


Ernst Haeckel, Cyrtoidea, Pterocanium Trilobum, 300 x vergroot.

Ik vind ze prachtig.
Het lijken afbeeldingen die je vaak van een computerkunstenaar
ziet die Gothic-afbeeldingen maakt.


Ernst Haeckel, Afbeelding 99, Hummingbird.


Ernst Haeckel, Afbeelding 99, Steganura Underwoodi.


Ocreatus Underwoodii.

Blijkbaar veranderen de wetenschappelijke namen toch wel een beetje in de tijd.
Ik denk namelijk dat deze twee kolibries hetzelfde diersoort zijn.


 

Steeds weer verbaasd: Rent collection courtyard

In juni 1965 werd een groep van beeldhouwers
(onder leiding van beeldhouwer Ye Yushan)
door het provinciaal bestuur van Sichuan aan het werk gezet.
Ze produceerden 114 levensgrote kleifiguren
die het proces verbeelden van boeren
die hun pacht komen afdragen aan de landeigenaar.
De stroming waarbinnen deze beelden werden gemaakt
wordt socialistisch-realisme genoemd en kennen we ook van
bijvoorbeeld beelden uit de voormalige Sovjetunie.

Deze beeldengroep wordt de Rent collection courtyard genoemd.
Rent collection staat voor het inzamelen van pacht.
Courtyard is het Engelse woord voor binnenplaats of tuin.
De beelsen werden in 1965 opgesteld
op de binnenplaats van een voormalige landeigenaarswoning.

Dit propaganda werkstuk heeft de uitbuiting van de plattelandsbevolking
en de overwinning van het Volk als thema.

De beeklden zijn gegroepeerd in 6 ‘hoofdstukken’:
– de pacht brengen in de vorm van graan;
– de pacht onderzoeken op kwaliteit;
– de hoeveelheid graan vaststellen;
– het verrekenen van openstaande rekeningen;
– de betaling afdwingen;
– de opstand.

De beeldengroep was direct een succes (niet op de laatste plaats
door de ‘medewerking’ van Mao en de leiding van de communistische partij).
De propagandawaarde was enorm, zeker tijdens de ‘Culturele Revolutie’.
De Schirn Kunsthalle in Frankfurt
stelt een latere versie (1974-1978) ten toon
waarvan hieronder een paar afbeeldingen te zien zijn.

Tot mijn verbazing had ik van deze beeldengroep nog nooit gehoord.
Zo vind je iedere dag weer nieuwe zaken op het vlak van kunst
of in dit geval op het vlak van Kitch (?)


De betaling afdwingen.


De betaling afdwingen (detail).


Hoeveelheid graan vaststellen.


Deze foto werd in 1965 gebruikt als een van de voorbeelden van ‘de pacht onderzoeken op kwaliteit’.


Het verrekenen van openstaande rekeningen (detail).


Het verrekenen van openstaande rekeningen (detail).


Sculptuur van schade en schande
Beeldhouwkunst van de Chinese avant-garde in museum Beelden aan Zee
Dick van Broekhuizen

Dick van Broekhuizen is werkzaam als wetenschappelijk medewerker van het Sculptuur Instituut. Dit is een twee jaar geleden opgericht onderzoeksinstituut dat onderzoek faciliteert, verricht en entameert op het gebied van de moderne en hedendaagse, internationale beeldhouwkunst. Het Instituut is gehuisvest in museum Beelden aan Zee te Scheveningen.In museum Beelden aan Zee is van 19 juni tot en met 11 december van 2005 Xianfeng! beeldhouwkunst van de Chinese avant-garde te zien, de eerste tentoonstelling in Nederland van hedendaagse Chinese beeldhouwkunst.Met het uitroepen van de Volksrepubliek China in 1949 werd meer ruimte geschapen voor beeldhouwkunst, mits in dienst van de staat. Die beeldhouwkunst is nog steeds Frans van aard maar onderhorig aan de didactische functies van kunst zoals Mao die had vastgesteld in zijn Yanean-toespraken in 1942. Later nemen de beeldhouwers de communistische monumenten in het Europese Oostblok en in de Sovjet Unie als voorbeeld. Onder het regime van Mao wordt de beeldhouwkunst geheel bepaald door dit socialistisch-realisme. De Rent Collection Courtyard (1965) is hiervan de exponent. Achttien amateurs, geleid door de beeldhouwer Ye Yushan maakten zes beeldengroepen die de uitbuiting van de landarbeider aan de kaak moesten stellen. In het landhuis van Liu Wencai, een (volgens het regime tyrannieke) landeigenaar uit Sichuan, werden de beelden in de Rent Collection Courtyard, de binnenplaats waar de huur van het land werd gexc3xafnd, opgesteld. De onderdrukking door de feodale heer en de positie van de arme boeren wordt in deze beeldengroep zeer pathetisch uitgedrukt. Er was in de jaren zestig nauwelijks vrije beeldhouwkunst.

Gelezen: Rampjaar 1672

De afgelopen weken heb ik het boek ‘Rampjaar 1672’ gelezen.
Het is geschreven door Luc Panhuysen.
Het is een heel mooi boek.
Het beschrijft een complexe situatie in de Nederlandse,
of beter gezegd, West-Europese geschiedenis.

Frankrijk (Lodewijk XIV) doet een poging de Republiek
(zeg maar de voorloper van Nederland) te bezetten.
Slaagt daar grotendeels in: Maastricht wordt bezet,
maar ook bijvoorbeeld Utrecht.
De republiek kan zich alleen maar staande houden
door een groot deel van het land onder water te zetten.
Van Naarden, langs Woerden tot aan ten zuiden van Gorinchem.
Onze legeraanvoerder was Willem III.
Lodewijk ging dwars door de Spaanse Nederlanden
(zeg maar Belgie en Luxemburg) en viel ook Duitse
graafschappen, bisdommen enz aan.
Engeland rook zijn kans en probeerde Zeeland, Zuid en Noord Holland
te bedreigen door de Nederlandse vloot aan te vallen.
Zweden deed mee, Spanje en ook Oostenrijk.

Toen ik op school geschiedenis kreeg
heb ik er nooit iets van begrepen.
Het verhaal is ook niet eenvoudig maar wel heel leerzaam om te lezen.
Het vertelt veel over ons verleden en net zoveel over
de onbegrijpelijke conflicten waar religie zo’n belangrijke rol speelt.
Conflicten waar je iedere dag over hoort op radio en tv.

Waarom vond ik het nou zo’n goed boek?
Luc Panhuysen is een goed verteller.
Hij kiest een perspectief op het conflict dat er voor zorgt
dat je het verhaal wordt ingezogen.
Terwijl ik er over dacht moest ik gelijk denken
aan de boeken van Barbara Tuchman.
Ook zij koos altijd heel zorgvuldig het perspectief, de hoofdperoon
van haar verhalen.

In het geval van het ‘Rampjaar 1672’ werkt dat als volgt.
Het boek heeft de brieven tussen drie leden van een gezin als uitgangspunt.
Vader (van Reede) is een invloedrijke regent in de provincie Utrecht
en de ambassadeur die een verdrag aangaat met een Duitse vorst.
Hij verblijft dus tijdens de oorlog in Duitsland.
Die vorst begint een aanval op Franktijk die in werkelijkheid niet meer
dan een afleidingsmanoeuvre is.

De moeder is de kasteelvrouwe in Utrecht die op de vlucht moet
met personeel en huisraad voor het oorlogsgeweld.
Ze woont in Amsterdam en Den Haag en heeft goede connecties
dicht bij en zelfs met Willem III.
Ze vertegenwoordigt het volk in de bezette Republiek.

De zoon is een militair die deelneemt aan een aantal veldtochten
en de verdediging van de waterlinie.

Alle drie hebben hun eigen activiteiten die veel met de oorlog van doen hebben
en waarover ze in hun brieven aan elkaar schrijven.
Daardoor ontstaat een spannend verhaal en inzicht in de
politieke, economische, maatschappelijke en oorlogsrealiteit.
Dat alles zonder dat het moeilijk of droog wordt.
Integendeel het is spannend en interessant.
Zoals een goed geschiedenisboek moet zijn.





Luc Panhuysen, Rampjaar 1672.






Barbara Tuchman, De mars der dwaasheid.


The march of folly.



Dit boek van Tuchman heeft een heel andere indeling.
Het vertelt verhalen van Troje tot aan Vietnam
en toont aan dat mensen toch steeds weer foute beslissingen nemen
met verschrikkelijke gevolgen.
Maar haar insteek in al haar boeken is steeds dat het boek
niet alleen de juiste historische gegevens moet bevatten
maar dat het verhaal ook goed verteld moet worden.

Geklaard eiwit

Gistermiddag ben ik nog naar de supermarkt op het station geweest.
Ik had eieren nodig of beter gezegd 1 ei.
Ik wil namelijk het medium maken voor temperaverf.
Verf bestaat uit twee delen: de pigment of kleurstof en het bindmiddel.
Dat bindmiddel (medium) bestaat uit een paar componenten.
Voor temperaverf is dat bijvoorbeeld het eiwit van een ei
gemeng met water en een beetje azijn,
dat je vervolgens goed door elkaar mengt (geklaard eiwit).
Er zijn overigens nog andere combinaties.
Een boek over het schilderen van iconen geeft het volgende ‘recept’.
(Merk op dat men hier juist het eigeel gebruikt)





Het recept.






De benodigdheden, nog zonder water en azijn.






Ei voorzichtig openen.






Het eiwit laten weglopen.






Eigeel van dop naar dop gieten terwijl het eiwit kan ontsnappen.






Daarna water en azijn toevoegen.






Roeren.






En dat moet het dan zijn.




Het mengsel laten rusten zodat het schuim weer vloeibaar wordt.
En het bindmiddel is gereed.
Hier valt dus nog heel wat uit te proberen.
Wat als je eigeel gebruikt?
Kun je eigeel en eiwit door elkaar gebruiken.
Wiite wijn, bier.
Verhoudingen.

Cursus miniaturen X

Vandaag nog wat meer gesleuteld aan mijn miniatuur.
Het moet een keer afgerond worden.
Vandaag letterlijk de laatste puntjes op de i gezet.





De tekst afgeschreven.


Het probleem hiermee was dat ik eerder een verfvlek
heb weggekrast met een mes.
Dit vegeratisch perkament laat dat wel toe maar
schrijf je er met inkt overheen,
dan vloeit de inkt gelijk uit in alle groefjes.
Dus nu moet ik een aantal inktvlekken verbloemen.





Vlekken.






Verfpotjes leeggespoeld en schoongemaakt.


Met rood heb ik de eerste regel en alle initialen in de tekst
die niet met goud zijn uitgevoerd, aangezet.
Ik moest hierbij erg letten dat de inkt niet gaat uitlopen.

Daarnaast heb ik de inkt weggekrast.
En over die plek eerst wit geschilderd met daarop een fantasiebloem.





Kleurkopie van het origineel en mijn resultaat.






Het resultaat.






De verfpotjes staan te drogen.




De oplettende lezer zal zien dat er 1 spelfout in zit.
Dat is met Latijn natuurlijk altijd een mogelijkheid.
Op mijn resultaat heb ik dat inmiddels,
op mijn manier, gecorrigeerd.

Cursus miniaturen IX

De cursus is afgelopen maar mijn miniatuur is nog niet af.
Vandaag is er nog heel wat aan geknutseld.
Eerst heb ik deze week een kalligrafeerset gekocht.
De ganzeveer was me vorige week niet zo goed bevallen.
Bovendien is kalligrafie voor een linkshandige niet evident.
Je moet je hand zo vreemd houden dat dit zonder pijn
haast onmogelijk is.
Waarschijnlijk moet je ook eerst veel, heel veel oefenen.
Kalligrafie draait namelijk om gelijkvormigheid:
alle letters dienen van het zelfde formaat te zijn,
alle letters moeten met dezelfde hoek (schuinte) geschreven worden.
Allemaal niet eenvoudig als je dat voor de eerste keer gaat doen.
Bovendien is mijn ondergrond zo gebobbeld als een kiezelstrand.
Ik heb besloten dan ook geen Gotische Textura te gaan schrijven
(dat is het lettertype dat waarschijnlijk op het origineel wordt gebruikt).
Ik gebruik het lettertype ‘Argusvlinder’.





Kalligrafeerset gekocht.






Lijntjes trekken.






Even oefenen.






Zo de eerste regel staat er op. Beter leesbaar dan het origineel trouwens.






Het penwerk op de bladspiegel op beide pagina’s afgemaakt.






De eerste strofe.






Kris en krasschrift. Let op de bijzondere A (tweede regel). Morgen de potloodlijntjes uitgummen.





De Drie Hoefijzers en Smits van Waesberghe

Van de Website Bogers Bier:

Hendric van den Corput liet in 1538 in de Bredase Boschstraat een brouwerij bouwen, genaamd Den Boom. De naam Drij Hoefijssers werd in 1628 geintroduceerd door de toenmalige eigenaar Jan Dielisz van den Kieboom. De brouwerij werd vernoemd naar de tegenover gelegen smidse. In de loop der jaren wisselde de brouwerij nog vele malen van eigenaar. Johannes Smits kocht in 1807 de brouwerij, zijn kleinzoon nam het enkele jaren later over. Hij trouwde met een Van Waesberghe en vanuit daar ontstond in 1862 de bekende firmanaam Smits van Waesberghe.

Aan de Ceresstraat werd in 1887 een nieuwe brouwerij gebouwd. Deze brouwerij groeide uit tot xc3xa9xc3xa9n van de grootste brouwerijen van Nederland. Een groot deel van de omzet werd via export gerealiseerd. Door deze sterke exportpositie wist men in de cirisjaren er voor te zorgen dat het bedrijf niet failliet ging. De familie Smits van Waesberghe heeft in 1968 De Drie Hoefijzers verkocht aan het Britse concern Allied Breweries.


Na de Drie Hoefijzers en het samengaan met Oranjeboom
werd het Skol, en weer later InterBrew.
Een van de oude gebouwen van de brouwerij staat er nog
en die zijn onderwerp van de volgende serie.





De ingang.






De afbeelding op de gevel.






Het hele gebouw met een verlaten indruk.






Die prachtige lampen.






De ‘eerste’ steen.






Welke is de mooiste?.






Als gigantische ruimtehelmen.




H. G. Seelig

Nadat ik had gelezen dat er niet alleen voor Delprat een medaillon
gemaakt en opgehangen was in Breda, wilde ik ook daarvan een foto.
Gisteren eerst even gezocht en de Beeldbank van het Gemeente Archief
zette me al snel op het spoor van waar ik het kan vinden.
Op de hoek van de Mauritsstraat en Seeligsingel in Breda.
De eerlijkheid gebied te zeggen dat het medallion
in de Mauritsstraat hangt.
Om de hoek van de Seeligsingel.





Medaillon van H.G. Seelig in de Mauritsstraat.






Heel gebouw.






De tekst onder het medallion luidt:

H. G. Seelig
huldeblyk
van
vereerders en
oud-leerlingen

Cursus miniaturen VIII

De bedoeling van de laatste cursus was om
1. verf te maken;
2. de afbeelding op de linkerpagina te schilderen;
3. het goud te omlijnen en de bloemen op de bladspiegel
te voorzien van stelen en te omlijnen;
4. de tekst te schrijven in twee kleuren met een ganzeveer.

Daar was veel en veel te weinig tijd voor.
Bovendien waren het te veel nieuwe technieken
om in drie uur onder de knie te krijgen.

Laten we eerst maar eens verf maken.
Voor de hele groep moesten we de volgende 10 kleuren maken:

Ultramarijn
Zeg maar blauw, het is een alternatief voor Lapis Lazuli
dat in het voorbeeld miniatuur gebruikt wordt.
De mantel van Petrus is in deze blauwe kleur uitgevoerd.
Al in de oudheid kende men deze halfedelsteen die in gemalen vorm
een pigment vormt.
Ultramarijn is ook beschikbaar in paarse en roze varianten.





Voorbeeldminiatuur met kleurinstructies.




Alizerine rood
Wit
Titaan, loodwit dat waarschijnlijk
in het origineel werd gebruikt, is erg giftig.
Komt niet puur voor op de afbeelding.
Wordt gebruikt om de kleuren te mengen.

Gele oker
Dit is een zogenaamd aardepigment, het is kleisoort.
Lampenzwart
Werd gemaakt van het roet van olielampen.
Een alternatief is wijnstokzwart. Een kleurstof die gemaakt wordt
van verbrande wijnstokken.

Vermiljoen
Vroeger gebruikte men daarvoor Cinnaber.
Nu zijn er vervangende rode kleurstoffen voorhanden.
In ons miniatuur is de overjas van Christus in
vermiljoen uitgevoerd.





Voorbeeldminiatuur met kleurinstructies.




Violet
Dat is de kleur waar ik de verf voor gemaakt heb.
Je ziet die hieronder op de foto’s.

Omber
Ook weer een aardepigment.
In zijn rauwe versie is het een groenachtig, bruine kleur.
De gebrande versie is roder van kleur.
Heeft het meest weg van chocoladebruin.

Groene aarde
Natuurlijk ook een aardepigment.
Een kleur die erg populair was in de 18e eeuw.

Kalkgeel
Niet gemaakt van kalk maar kleurecht ook bij gebruik op kalk (fresco’s).
Orpiment.


Die kleuren zien er in een potje, recht uit de koelkast (koud, geen licht)
als volgt uit:





allerlei kleuren temperaverf.




Eerst de verf maar eens maken.
Temperaverf bestaat uit een pigment(pasta) en een bindmiddel (geklaard eiwit).





Pigment: violet.






Mengen met geklaard eiwit.






Dat gaat niet bij alle pigmenten even eenvoudig.






Verf met loper.




Vervolgens kan het schilderen beginnen.
Daarbij neem je het best de volgende regels in acht:

Werkvolgorde:
1. de onderkleur
zet de kleur recht toe recht aan op de afbeelding.
Vlakjes vullen zoals op de kleuterschool geleerd.

2. de donkere schaduwpartijen
Neem dezelfde kleur als de onderkleur en meng die
zodat je een donkere variant krijgt.
Gebruik die om de donkere partijen, bijvoorbeeld de plooien
in de kleding te schilderen.





De schaduw en oplichtende delen van de kleding.


En de soms wat bizarre anatomie die de Middeleeuwer
schildert in de miniaturen. Draai je hoofd maar eens
zoals Malchus hier doet of de duim van Petrus.



3. de oplichtende delen (naast de schaduwen)
Neem de onderkleur opnieuw en meng die
zodat een lichtere variant ontstaat.

4. verf de gezichten als laatste.





Het gras en de bloemen.




Speciale aandacht gaat uit naar het gras.
Ga als volgt te werk:
1. gebruik een mengsel van omber en groene aarde als onderkleur.
2. gebruik voor de lichtere delen groen aarde
3. de sprieten worden gemaakt door een mengsel te maken
van groene aarde, wit en gele oker.
4. breng de bloempjes aan (zie ‘kaasprikkers’ op de afbeelding).





Ik kreeg de onderkleur niet eens af.




Dan de inkt.Behalve het handvat van de lamp wordt er in de schildering geen inkt gebruikt.
De inkt wordt gebruikt voor de afkadering van het goud,
de stelen van de bloemen en de bloemen zelf in de bladspiegel.
En natuurlijk voor de tekst.





De inkt met een veer aanbrengen.




Er worden twee kleuren inkt gebruikt.
De rode inkt heet minium, met woord miniatuur is hiervan afgeleid.





De tekst in twee kleuren.




En dat alles leidde tot het volgende eindresultaat.
Ik moet op zoek naar iemand die een kalligrafeerpen heeft.
De tekst wil ik nog proberen af te maken.





Het voolopige eindresultaat na drie lessen.




Cursus miniaturen VII

01/08/2009

Derde en laatste cursusdag.
Ben mijn mobiele telefoon vergeten.
iPod: Cracked Actor van David Bowie van het album David Live.
Zit op een bank bij het busstation in Breda.
Vandaag is de A27 afgesloten.
Ik ben benieuwd hoe dat zal gaan.









Volgens de e-mail die ik ontving van Veolia zelfde vertrektijd en reistijd.
Ik ben benieuwd!



De website http://www.oudeschildertechnieken.nl
bevat een paar artikelen van mijn docent.
Ik lees die in de bus en als het interessant genoeg is
vind je hier een korte samenvatting.

Eitempera: Rechtdoen aan karakteristieken
Artikel van Lukas M. Stofferis.

– verwijzing naar Cennini (Il libro dell’ arte),
zijn definitie van tempera:
een emulsieverf waarvan het bindmiddel op zijn minst
de dooier van een kippenei bevat.

– recept (heel algemeen):een eidooier ontdaan van elk spoor van eiwit,
met een gelijke hoeveelheid water gemengd,
en een paar druppeltjes azijn.

– schilderen met tempera komt er,
ondanks alle ingredixc3xabnten en de geheimzinnigheid er om heen,
op het zorgvuldig opbouwen van een gelaagdheid aan,
waarvan de toeschouwer eigenlijk
alleen maar de laatste laag van te zien krijgt.

– eigenschappen tempera:
= extreme kleurintensiteit
= minder kleurverzadiging dan bij olieverf
= bijzonder korte droogtijd
= gelaagd te verwerken
= aanbrengen van details relatief eenvoudiger dan grote vlakken

Van de website: http://www.kunstbus.nl

Kleur
Eigenschap van een visuele waarneming, ontstaan door de spectrale samenstelling van stralen afkomstig van een lichtbron. De drie primaire kleuren zijn: geel, blauw en rood.
Vervolgens ontstaan:
Oranje uit menging van rood en geel,
Groen uit menging van geel en blauw,
Violet uit menging van blauw en rood.

Tint, helderheid en verzadiging – de drie eigenschappen van kleur – kunnen worden gezien als een eenheid. Kleur wordt door deze drie termen plus de term contrast beschreven.

Tint
Tint is de eigenschap die geassocieerd wordt met de elementaire kleurnamen. Aan de hand van de kleurtint kunnen bonte kleuren worden onderscheiden van niet-bonte kleuren. Bonte kleuren zijn bijv. geel, rood, blauw en groen; niet-bonte kleuren zijn wit, grijs en zwart. Andere bonte kleuren werden genoemd naar bekende materialen zoals turkoois (zoals de edelsteen) of oranje (zoals de sinaasappel).
De tint kan het best beschreven worden als de voornaamste primaire kleur die in een mengkleur aanwezig is. De tint van vleeskleur is bijvoorbeeld rood, de tint van de lucht is blauw. Maar de tint van roze, paars of bruin is ook rood. Natuurkundig uitgedrukt is de tint de overheersende golflengte van een van de drie primaire kleuren die in de mengkleur aanwezig is.

Kleurverzadiging (puurheid ten opzicht van grijsheid)
Kleurverzadiging is bepalend voor de hevigheid van een kleurtint, de mate waarin de tint puur is. Wanneer er minder verzadiging is, is de kleur gemengd met wit. Verzadiging is de mate van kleur intensiteit in samenhang met het perceptuele verschil tussen die kleur en een wit, zwart of grijs van gelijke helderheid. Een bepaalde kleurtint kan sprankelend en levendig zijn, maar ook onopvallend grijzig. Het zal duidelijk zijn dat de verzadiging heel veel met de helderheid te maken heeft. Natuurkundig gesproken bevat een verzadigde kleur heel veel straling van een van de drie primaire kleuren en heel weinig straling van de twee overige primaire kleuren.

Kleurintensiteit (helderheid, hoeveelheid opvallend licht)
Helderheid (licht-donker) komt overeen met de hoeveelheid licht die lijkt te worden gereflecteerd van een oppervlak in relatie tot de reflectie van de ernaast liggende oppervlakken. Helderheid is net als tint een waarnemingseigenschap die niet slechts fysiek kan worden gemeten. Het is het belangrijkste attribuut in het effectief maken van contrast. De helderheid kan het best omschreven worden als de donkerte van een bepaalde kleur. Licht groen heeft een grotere helderheid dan donker groen, hoewel in beide gevallen de primaire kleur groen overheersend is. Natuurkundig bekeken kan helderheid worden uitgedrukt als de intensiteit van de overheersende golflengte in de mengkleur.

Contrast
Contrast is een mate van verandering van de helderheid van een plaatje. Hoog contrast geeft bijv aan dat zowel donkere partijen als witte partijen voorkomen. Het sterkste contrast ontstaat wanneer een kleur tegen zijn complementaire kleur wordt aangeboden. Twee kleuren zijn complementair wanneer ze gemengd de kleur grijs opleveren.



Weer terug naar het artikel:

– Optische werking van de kleurlagen:
= tempera is erg transparant
= door meerdere kleurlagen aan te brengen ontstaan
(semi) opake kleureffecten (bijvoorbeeld het doorschijnen van onderkleuren)
= het vermogen op te lichten (opalescentie)

– schilderen (volgorde)
=zeer dun om te beginnen
= liefst zonder wit in het begin
= werk in het begin van licht naar donker
= gebruik steeds dikkere verf
= heb je meer ervaring: probeer nat op nat
= let op onderkleuren, bijvoorbeeld gebrande omber bij rood en blauw.



Terug in de bus
De reistijd zou ongewijzigd zijn.
Het is nu 11:14 uur en we zijn in Den Bosch (?!)
en doen een poging om op de A2 te komen.
11:44 uur afslag Utrecht (op de A2)
12:01 uur Jaarbeurs, 50 minuten te laat !









Foto's over Breda

Vanochtend liep ik vanaf de binnenstad van Breda naar het station.
Via het Valkenberg kwam ik langs het gebouw
van de NV Algemene Bouwonderneming.
Een stukje industrieel erfgoed bekend ook onder de naam Albouw.
Ik zag dat aan de gevel van dit gebouw (waar nu een rechtwinkel
gevestigd is) een medaillon hangt.
Dat moest natuurlijk op de foto.
Maar eerst nog een opname uit het Valkenberg.
Vanuit een andere hoek dan vorige week.





De Vlucht.






Isaac Paul Delprat.


Mijn bron voor de volgende tekst is: Blogspot website over de Delpratsingel

Titel: Straatnamen: Delpratsingel.
In: BN/De Stem.
Jaargang: 142.
Volume: 23 april 2002.
– Isaac Paul Delprat was bevriend met Hendrik Gerard Seelig, naar wie ook een singel is vernoemd.
– Delprat was een van Nederlands eerste ingenieurs. Hij publiceerde enkele belangrijke studies. Hij was hoogleraar wis- en natuurkunde.
– Delprat had op de KMA de bijnaam Job en was een allesweter.
– 25 november 1773: I.P. Delprat wordt geboren.
– 1810: Delprat gaat als Cadet naar de KMA.
– 1832: Delprat en Seelig vechten in de Belgische opstand mee met generaal Chassxc3xa9. Seelig was artilleriecommandant.
– 1836/1852: De generaals zijn tegelijk en even lang verbonden aan de KMA.
– 1868: Voor het 40-jarig bestaan van de KMA maakt Frans Strackxc3xa9 plaquetten met daarop de beeltenis van Seelig en Delprat.
– Delprat ging bij de KMA weg als generaal-majoor en stierf in 1880.
– 1881: Dit jaar is het jaar waarin de twee generaals voor het eerst met een straat vereerd werden.
– 1892: De Seeligstraat en de Delpratstraat verdwenen weer uit de namenlijst van Breda.
– 1895: Het stadsbestuur van Breda herdoopt een deel van de Noord-Buitensingel.
– 1899: Plaatsing van de plaquetten als gevelornamenten.


De tekst onder het medallion luidt:

J. P. Delprat
huldeblyk
van
vereerders en
oud-leerlingen





Albouw, hoek Delpratsingel.





Cursus miniaturen VI

Morgen gaan we ons bezig houden met de tekst
en alle zwarte lijnen.
En natuurlijk de schildering aan de linkerzijde.
Dat wordt volgens mij het meest moeilijk om daar
een goed resultaat te krijgen.
Je moet de eerste maal een keer door het hele proces.
Want los van de complexiteit van de materialen
en het vinden van de juiste gereedschappen,
is het realiseren van de miniaturen een moeilijk proces:
– het opbrengen van het ontwerp;
– het juist kleuren van de delen die goud moeten worden (tempera);
– het aanbrengen van het goud;
– de schilderingen.

Dat moet allemaal gebeuren op een klein oppervlak
en in drie lessen is er veel te weinig tijd om het goed te doen.

Maar het is erg leuk om te doen!





In de zon maar helaas bolt het papier nogal.






Recht van boven met flitslicht geeft een beter resultaat.





Cursus miniaturen V

Ook deze week heb ik huiswerk en daarom heb ik vanavond
nog een beetje geschilderd.
Het tussentijds resultaat zie je hieronder.
Zaterdag moet de tekst er aan toegevoegd worden.
Maar het schilderen aan de rand is nog niet af.










Dat heb ik weer….

Ga ik drie zaterdagen op rij (Cursus miniaturen)
met het openbaar vervoer (de bus) naar Utrecht.
Ben ik al twee zaterdagen daarvan via een andere route,
met steeds een andere duur van de rit
naar Utrecht gereden.
Gaat aanstaande zaterdag de weg dicht
en moeten we een omleiding gaan volgen.
Ik ben benieuwd!










Cursus miniaturen IV

Het maken van verf kwam maar beperkt aan de orde
in de sessie van gisteren.
Jammer.
Maar getroost, er is een goede uitleg op internet beschikbaar.
Volg een van de volgende links voor een overzicht:
Atelier Panhof
Breugel, winkel voor kunstbenodigdheden

Bij de bereiding van verf is een “loper”en een marmeren
of glazen plaat nodig.
Dat gereedschap en een flexibel verfmes is op de volgende foto te zien:





Loper op een grote tegel.




Wil je toch de verf zelf maken dan is het goed te weten
dat je twee mengels moet maken:
= de kleurpasta;
= het bindmiddel.

Een recept voor een eitempera bindmiddel is hier beschreven:

Zelf Tempera Maken:Er bestaan verschillende recepten voor het klaarmaken van het eigeel dat als bindmiddel voor de verf (temperaverf) zal dienen. Er zijn ook klaargemaakte temperaverven in de handel te koop, maar het is beter ze zelf te maken omdat de eerste bewaarmiddelen bevatten die de duurzaamheid van sommige pigmenten kunnen schaden.
1. Een eierdooier vermengd met een gelijke hoeveelheid regenwater of bier of wijn (leidingwater bevat veel kalk).
2. Eigeel + olie + water in gelijke hoeveelheid.



De tekst op de tekstpagina is in het Latijn.
Daarnaast is de tekst net met een tekstverwerker en printer gemaakt.
Lezen is dus niet eenvoudig.
Daarom dit ter ondersteuning.





Incipuit.









De Latijnse tekst.




De tekst staat er in werklijkheid als volgt
(tussen haakjes de letters die niet geschreven staan):

In rood:

Incipuit hore b(ea)te marie
virginis. Ad mantutinas

In blauw:
D (de ‘D’ is de grote kapitaal, de eerste letter van de volgende zin)

In zwart:

Omine (samen met de kapitaal staat hier dus Domine= Heer)
labia
mea
aperies.
Et os
meum
annuntiabit laudem tua(m)

Deze tekst is van Psalm 51, vers 17.
Volgens de Nieuwe Bijbelvertaling staat er:
Ontsluit mijn lippen, Heer,
en mijn mond zal uw lof verkondigen

In goud:

D (‘D’, een kleinere kapitaal, goud tegen een blauw/rode achtergrond)

In zwart:

Eus (samen met de kapitaal D staat hier dus Deus= God) in adiutoriu(m)
meum intende. Do
mine ad adiuvandum
me festina

Deze tekst is van Psalm 70, vers 2.
Volgens de Nieuwe Bijbelvertaling staat er:
God, breng mij uitkomst,

In goud, op dezelfde regel als de vorige tekst:

G (‘G’, een kleinere kapitaal, goud, versierd met rondjes)
In zwart, op dezelfde regel als de vorige tekst:

loria p(atria?)

De vertaling van deze laatste twee woorden is:

Heer, kom mij haastig te hulp.

De tekst van Psalm 51 vers 17 is ook op muziek gezet.
Het camerawerk van het volgende fimpje is een beetje rommelig
maar het geluid mag er zijn:
Domine labia mea aperies.



Intussen is vandaag het werk gevorderd.
De wijnranken zijn uitgevoerd, deels blauw, deels rood.





Ranken.




Ook de rank in de letter D is aangebracht.





.






De eerste besjes.






Nu maar eerst eens drogen.




Over de rode kleurstof is ook een interessant verhaal te vertellen.
Je kunt het vinden op Wikipedia:

Alizarine is de naam van het rode pigment.
Andere namen
1,2-dihydroxyanthraquinon
alizarine B,
lizarine lake red,
alizarine rood,

Alizarine of alizarinerood is een rood pigment dat oorspronkelijk uit de wortels van meekrap (Rubia tinctorum) gewonnen werd, maar tegenwoordig vooral synthesisch gemaakt wordt. Alizarine is bijzonder geschikt voor het verven van textiel en leer. De kleur wordt ook wel kraplak genoemd.

Meekrap
Meekrap werd als verfstof al gecultiveerd in de klassieke oudheid, met name in Azixc3xab en Egypte, waar het reeds in 1500 voor Chr. is aangetroffen. Het is een van de meest stabiele natuurlijke kleurstoffen. Met meekrapwortel gekleurde textiel is dan ook aangetroffen in bijvoorbeeld het graf van Toetanchamon, in de ruxc3xafnes van Pompeii en in het oude Corinthixc3xab. In de Middeleeuwen werd de kweek van meekrap gestimuleerd door Karel de Grote. Het groeide vooral goed in de zanderige bodem van Nederland, met name in Zeeland, en werd daar ook voor de lokale economie erg belangrijk. Ook in het aangrenzende Bergen op Zoom was een belangrijke industrie. De stad ontleent hier bijvoorbeeld haar carnevalleske naam Krabbegat aan en ook in de Blauwe Handstraat waren ateliers gevestigd.

Meekrap werd waarschijnlijk al in de 12e eeuw in Zeeland verbouwd. Het gewas werd twee of drie jaar na de aanplant geoogst. De plant heeft dikke wortelstokken en dunne bijwortels. Deze laatste bevatten de grondstof van de kleur. De wortels werden gedroogd in een droogoven en daarna verpulverd. Het poeder kon als verfstof worden gebruikt. De ovens, meestoof genoemd, waren een eerste vorm van een coxc3xb6peratie, waarvan de boeren gezamenlijk gebruik maakten. Na de ontdekking van synthetisch alizarine ging de meekrapteelt ten onder. In Zeeland herinneren straatnamen aan dit ooit voor het gebied zo belangrijke product.

In 1804 ontdekte de Engels verfmaker George Field dat de kleur van meekrap stabieler werd door een behandeling met aluin. Hierdoor werd het een vast en onoplosbaar pigment, met een meer permanente kleur. Door toevoeging van metaalzouten ontdekte men in de jaren daarna dat er diverse andere kleuren van konden worden gemaakt.

Synthetische alizarineIn 1826 ontdekte de Franse chemicus Pierre-Jean Robiquet dat meekrapwortels twee kleurstoffen bevatten, namelijk het rode alizarine en het snel verblekende purpurine. In 1868 werd alizarine de eerste synthetische gemaakte verfstof ooit, toen de Duitse chemici Karl Graebe en Karl Lieberman, in het laboratorium van BASF alizarine (1,2-dihydroxyanthrachinon) maakten uit steenkoolteer, antraceen, door een behandeling met achtereenvolgens kaliumdichromaat en geconcentreerd zwavelzuur. De wereldproductie bedroeg rond 1996 meer dan 7000 ton.



Cursus miniaturen III

Vandaag het tweede deel van de driedelige cursus
‘Miniaturen’ van het Museum Catharijneconvent in Utrecht.
Eerst maar even een fotoverslag van de vorderingen.





De rode bolus wordt ingesmeerd met lijm om het bladgoud te bevestigen.






Blaadje imitatiegoud.






Even wrijven.






En klaar is de Argusvlinder.






Dan even de verf aanmaken.






Beginnen met de blauwe letter D.






En dan de rand, kleur voor kleur, ik begin met blauw.




De Vlucht

Vanochtend liep ik vanuit het centrum in Breda
door het Valkenberg naar het station.
Tegenwoordig staat het beeld “De Vlucht” in dit park.
Vroeger stond het een beetje weggedrukt op een verwaarloosde
parkeerplaats voor het politiebureau aan de Markendaalseweg.
Een mooie plaats nu, waar het normaal gesproken erg druk is.
Vanochtend was het rustig en tussen de regenbuien door
maakte ik de volgende twee foto’s.
Het beeld verwijst naar de vlucht die veel Bredanaars meemaakten
in mei 1940. Men ging op de vlucht voor de Duitse bezetter.
Het is een prachtig beeld.
Eenvoudig, goed getroffen, toont het de angst in deze verwarrende tijden.
















Cursus miniaturen II

Ik had nog huiswerk te doen voor de cursus van morgen.
Dag twee van de cursus miniaturen in Utrecht.
Maar voor ik mijn huiswerk kon gaan afmaken
kon het kunstwerk al een restauratie ondergaan.
Morgen toch eens vragen wat ik fout heb gedaan:
te veel water gebruikt ?
is de verf niet goedzacht geweest ?
is de verf er te dik op gezet ?
Ik hoor het morgen wel.





Restauratie.






Restauratie (detail).






De werkplaats.






Kopie van origineel en werkstuk.






Tussenresultaat.






De letter ‘D’.