Constant Huijsmans: deel 3

Constant Huijsmans is de Bredase tekenleraar en kunstenaar die
een belangrijk deel van zijn carriere aan de KMA in Breda heeft gewerkt.





Afd IV, 31, blad 5 links, Bloemmotief, door mij digitaal ingekleurd.




Daarna ging hij aan de Hogere Burgerschool in Tilburg les geven.
Daar was hij voor korte tijd leraar van Vincent van Gogh.
In het stadsarchief van Breda is zijn nalatenschap.
Onderdeel daarvan zijn drie schetsboeken.
Twee daarvan zijn al aan de orde geweest op mijn weblog.
Vandaag wat meer over deel 3.
Dit boekje bevat nog het meest wat je zou kunnen noemen studies.
Ze zijn voor privegebruik gemaakt.
Er zijn maar een paar tekeningen die verder komen dan het niveau schets.
Die laat ik hier zien.





Afd IV, 31, blad 4, Schets van een man met pet.


Een wat hoekige schets van man met een pet.





Afd IV, 31, blad 6, Boerderij.


Deze schets is de schets die het meest voltooid is in het schetsboek.
De bomen zijn deels geel ingekleurd.





Afd. IV, 31, Blad 8, Koperen Ko.


Ik noem dit koperen Ko omdat dat een begrip is dat bij mij bekend is.
Of dat ook in de negentiende eeuw een bekend begrip was weet ik niet.
De schets is maar klein maar compleet en het is een onderwerp
dat ik verder nog niet bij Constant Huijsmans ben tegengekomen.

Volgens Wikipedia is het begrip Koperen Ko van later:

Koperen Ko was de bijnaam van de straatartiest Johannes Willem Leiendecker (geboren in Duitsland, 29 januari 1909 – Oosterhout, 18 april 1982).

Koperen Ko was een reizend muzikant, die op veel plaatsen optrad. Hij bespeelde tenminste drie instrumenten tegelijk: een accordeon, een trommel, en bekkens of cymbalen. Ook bewoog hij zijn punthoed met bellen.

Koperen Ko heeft 55 jaar op straat gemusiceerd, vanaf zijn 13e jaar. Na vele jaren te hebben rondgetrokken, vestigde hij zich met zijn vrouw Martha in Rotterdam. Gaandeweg ging het hem financieel steeds beter. Enkele malen trad hij op voor de televisie, en voor koningin Juliana.

Koperen Ko stond model voor de creatie Nikkelen Nelis van Wim Sonneveld. Het gelijknamige lied beviel hem helemaal niet: Ko meende dat de zin Zij kon het lonken niet laten sloeg op zijn vrouw Martha, die vanwege een oogziekte met haar ogen knipperde. Tekstschrijver Friso Wiegersma heeft dat ontkend: de tekst van het lied was al geschreven voordat Wim Sonneveld besloot zich uit te dossen als straatartiest.







Afd. IV, 31, blad 9, Een herberg.






Afd. IV, 31, blad 11, Ton, trog, tobbe, kruiwagen en paardenkar voor boerderij en hooimijt.


Helaas nog maar een heel vage schets.
Een paar van de voorwerpen zijn iets uitgewerkt.
Dat is te zien op de volgende afbeelding.





Afd. IV, 31, blad 11, Ton, trog, tobbe, kruiwagen en paardenkar, detail.


1. Trog
2. Ton
3. Tobbe
4. Kruiwagen
5. Paardenkar

Wie een betere term kent dan “paardekar” mag me dat laten weten.
Ik vind het zelf niet de juiste naam.
Maar een sjees is het niet want volgens mij is een sjees bedoeld
voor het vervoer van mensen.
Een kar voor het vervoeren van allerlei andere zaken
heeft vast een andere naam.





Afd. IV, 31, blad 13, Onleesbaar gedateerd, uitzicht op instorting en pomp met twee figuren.


Deze tekening is interessant.
Hij is gedateerd maar op de versie die het stadsarchief
op het internet heeft staan kan ik de datum niet lezen.
Ook het enkele woord van toelichting is onleesbaar.
Daarmee is wat er op de afbeelding staat een raadsel voor mij.
Aan de naam die ik aan de tekening geef moet dus niet te veel
waarde worden gehecht.
In dit schetsboek staan nog ten minste drie pagina’s
met handgeschreven tekst.
Ook die kan ik niet duiden.





Afd. IV, 31, blad 13, Uitkijkpost van stro.






Afd. IV, 31, blad 16, Ezel met tuig.


Van dat tuig is vast meer te zeggen dan ik kan.
Het lijkt me niet geschikt om de ezel te kunnen berijden.
Waar het dan wel voor dient is mij onbekend.




Het Turfschip van Breda IV (stripverhaal)

 

De verteller 

Dit stripverhaal bestaat uit een tekst die los gebaseerd is op het verhaal geschreven door Alphonse Timmermans.

Er is een beroemd verhaal: het paard van Troje. Het vertelt hoe door een list met een hol paard, de stad Troje werd overwonnen. De vergelijking met het Turfschip van Breda ligt nogal voor de hand.

Hier pakken we het verhaal weer op van de vorige editie. En dit maal is het voor het laatste deel.






Het Turfschip lag nog buiten het Kasteel.
De Italiaanse soldaten (die in Spaanse dienst waren)
sleepten het schip het Kasteel binnen.
Eenmaal in het Kasteel begon Van Bergen het schip te lossen.
Maar wilde natuurlijk daar niet te ver mee komen.
Dan zouden immers de Nederlandse soldaten ontdekt kunnen worden.
De knecht bleef maar pompen. Dat viel wel op.







Nu was het de vooravond van carnaval.
De stemming zat er al in dus stelde Van Bergen voor
een glas te gaan drinken in de stad.
Daar hadden de soldaten wel oren naar.







Willem van Bergen verliet inmiddels de stad om Prins Maurits
te vertellen dat het plan op schema lag.
De soldaten in het ruim waren onrustig en dat hoorde een van de wachters.







En weer was het Adriaen van Bergen die de missie redde.
Maar nu werd het toch echt tijd om in actie te komen.







Er worden schoten gelost, de Heraugiere raakt gewond.
De Spanjaarden delven het onderspit en slaan uiteindelijk op de vlucht.
De soldaten die in de stad waren zijn gealarmeerd
en schieten hun collega’s te hulp.
Hohenlo en Prins Maurits naderen de stad met versterkingen.







Met beperkte middelen werd zo een belangrijke slag geslagen.
De turfschippers speelden daarin een belangrijke rol.
Vandaar het standbeeld voor Adriaen van Bergen in Breda.





Ga maar eens kijken op het Stadserf.











Het verhaal van Troje inspireerde Gerrit de Morxc3xa9e tot ten minste deze twee illustraties.










De portretmedaillons in het Kasteel van Breda

Op de website Plaatsengids.nl staat de onder andere de volgende tekst
over de binnenplaats van het Kasteel van Breda:

De verbouwingen van 1826/28 zijn uit kunsthistorisch oogpunt bezien fataal geweest, omdat het paleis hierdoor voor een groot gedeelte zijn karakter heeft verloren. xe2x80x9cOp de binnenplaats van het Kasteel zijn nog wxc3xa9l 36 terracotta portretmedaillons met portretten en profil van beroemde Griekse en Romeinse figuren uit de Oudheid bewaard gebleven. De medaillons, in de boogzwikken van de zuilengalerij in de noord-, oost- en zuidvleugel, werden vermoedelijk ontworpen door de bouwmeester van het Kasteel ten tijde van Hendrik III van Nassau, Thomas Vincidor de Bologna. Uit het dagboek der verbouwing van 1827/28 blijkt duidelijk dat het behoud van deze en verdere xe2x80x98muursieradenxe2x80x99 aan het persoonlijk ingrijpen van koning Willem I is te danken.

Onlangs was in deze weblog nog een oude foto te zien
van een van deze portretmedaillons:

Foto: G. de Hoog, Medaillon Solon van Athene, binnenplein hoofdgebouw Kasteel Breda, Rijksdienst voor de Monumentenzorg, 28/08/1906.


En omdat ik gisteren wat foto’s kon maken in het Kasteel van Breda,
zie je vandaag hier ook een aantal foto’s van de medaillons.
Maar ook andere mooie plaatjes.

Aristides, Athene.

Aristides, bijgenaamd de Rechtvaardige,
was een Atheens staatsman ten tijde van de Perzische Oorlogen.


Solon, Athene.


Bloemmotief.

In de hoeken zit aan de ene kant dit bloemmotief terwijl
in de andere hoek van de binnenplaats een dubbelportret zit:


Dubbelportret.


Constantinus.


Pater et Fi.

Dit dubbelportret kan betrekking hebben op keizer Constantijn de Grote
(Flavius Valerius Aurelius Constantinus) en zijn zoon en opvolger.
Maar er kan ook best een ander verhaal achter zitten.
Hier moet ik nog verder naar op zoek.


Julius Ceasar.

Maar ga je door onderstaande Henricus-poort (Graaf Hendrik III)
dan zie je ook nog andere mooie dingen:


Henricus-poort.


Ik heb een zwak voor deuren en poorten.


Binnenplaats met medaillons.


De poort van binnenuit.


De omgang.


Cadeau (?) onderofficieren KMA 1928.


Huldeblijk oud-cadetten, 1978.



Geen idee. Nu in 2021 wijst een lezer er op dat dit een afbeelding is van een dolfijn. Een vrije interpretatie.




Laatste stukje deur voor vandaag.


Het Kasteel van Breda / KMA

Tijdens de rondleiding over het KMA-terrein kon ik heel wat foto’s maken
van het Kasteel van Breda.
Op een kopergravure die afgebeeld staat in
“Beschyving der Stadt en Lande van Breda” van Thomas Ernst van Goor
uit 1744, wordt het kasteel als volgt afgebeeld:

Thomas Ernst van Goor, Beschyving der Stadt en Lande van Breda.

De titel bij de plaat is: “Het hof der Princen van Oranje te Breda”.


Zo zag het er vanochtend uit: 30/04/2009.



Het zal wel traditie zijn: namen in de poort van het kasteel.


Op de medaillons kom ik later nog terug.


Borstbeeld van Eisenhouwer.


Links.


Toren rechts.


Drie torens op rij.


Dit is de plaats waarvan de archeologen vermoeden dat het de plaats is waar het turfschip in 1590 het kasteel binnenkwam.

De vos bovenop het monument vertegenwoordigt de sluwheid.


Door Bergen’s loozen zin, en Heraugiere’s beleid, werd deze Nassau-veste, van het Spanse juk bevrijd.


Terug naar het renaissancepaleis van Mencia de Mendoza en Graaf Hendrik III.



Sporen van het renaissancepaleis in de muren.


Naast een kasteel ook groen en water en muren met torens.


Het Spanjaardsgat: de granaattoren.


De Nieuwe haven vanaf het Spanjaardsgat.


De Duiventoren en de Onze Lieve Vrouwe Kerk.


Een deel van het water op het KMA-terrein.


De Nieuwe haven .


De Hoge Brug.



Granaattoren.



Jeroen Henneman, Koning Willem I.


Nog meer paleis / kasteel.


De toegangspoort tot het kasteel.


De Stadhouderspoort met toegang tot het Kasteelplein.




 

Het Turfschip van Breda III (stripverhaal)

 

De verteller 

Dit stripverhaal bestaat uit een tekst die los gebaseerd is op het verhaal geschreven door Alphonse Timmermans.

Het boekje met deze tekst: “Turfschip van Breda” is onderdeel van een geschiedkundige reeks genaamd ‘Ons volk in leven en streven’. Het deeltje in mijn bezit is gepubliceerd in 1951 De illustraties die ik hier gebruik zijn uit dit boekje en zijn gemaakt door de Bredase kunstenaar/illustrator Gerrit de Morxc3xa9e.

Hier pakken we het verhaal weer op van de vorige editie.

Exc3xa9n dag nog.
De soldaten wordt door Prins Maurits gevraagd het nog xc3xa9xc3xa9n dag vol te houden.









De wind draait uiteindelijk.
Het was nog onvoldoende om het schip
met al de soldaten te laten vertrekken.
Daarom gingen de soldaten te voet verder.
Het lichtere schip kon dan vertrekken en hen verderop,
voorbij het speelhuys weer laten instappen.
Natuurlijk was dat niet zonder risico.
De wapenuitrusting van zeventig mannen maakt een hoop lawaai.
Er was dus een rexc3xable kans dat ze zouden worden ontdekt.









Op inmiddels zaterdag, kwam het schip aan bij het Reigersbos.
Daar was een soort grenspost.
De rivier was afgesloten met een slagboom.
De Spaanse bezetters lieten alleen schepen door die toestemming hadden.
Een Spaanse korporaal kwam aan boord voor controle.









Niemand hoestte, niemand kuchte.
De Spaanse inspectie werd veilig doorstaan.









Bij de sluis van het kasteel aangekomen,
was het weer wachten.
Nu op de vloed. Dan kon men via de sluis het kasteel binnen.
Helaas liep toen het schip op een zandbank en begon het water te maken.
De soldaten stonden al snel met hun voeten in het ijskoude water.









De Italiaanse soldaten in Spaanse dienst hadden het koud
en kwamen het schip op de oever tegemoet.
Men wilde turf hebben om zich te warmen.
Ze hadden geen boodschap aan het wachten op de vloed.
De schippers gooiden daarom een deel van het turf
dat op het dek lag op de oever.









Inmiddels stond het water al aan de kuiten van de soldaten in het ruim.
Matthijs Helt, een van die soldaten, was ziek.
Zijn hoesten werd een groot probleem.
Maar de schippers kwamen op het idee om het water uit het schip te pompen.
De pompgeluiden overstemden de geluiden uit de romp van het schip.





Deze illustraties zijn gemaakt door de Bredase kunstenaar/illustrator Gerrit de Morxc3xa9e.




Het Turfschip van Breda II (stripverhaal)

 

De verteller 

Het wachten was dus op een signaal vanuit het Kasteel van Breda dat men weer turf nodig had.

Toen dat signaal er was werd een boodschapper snel naar Den Haag gestuurd.

Hier pakken we het verhaal weer op van de vorige editie.

Maurits wilde dicht in de buurt van Breda komen.
Want een aantal soldaten in het Kasteel van Breda
is nog niet genoeg om de stad in te nemen en te verdedigen
tegen versterkingen die de Spanjaarden er vast gelijk naar toe zouden sturen
zo gauw ze door kregen dat er iets loos was in Breda.
Maurits liet het gerucht verspreiden dat hij naar Gorkum zou gaan.
Lanciavecchia, de Italiaan in Spaanse dienst
en bevelhebber van Breda vertrouwt het niet.
Hij verdenkt Maurits er van een aanval op Geertruidenberg te plannen
en stuurt daar zijn troepen naar toe.









De soldaten onder leiding van Heraugixc3xa8re gingen in het donker,
met slecht weer, op pad naar het turfschip.
Soms kwamen ze op die zondagavond een dronken boer tegen
maar niemand kreeg hen in de gaten.









Aangekomen op de plaats van inscheping bleek na lang wachten
dat de schipper zich verslapen had.
Er werd afgesproken de volgende avond in te schepen.









Op de maandagavond ging iedereen voorzichtig aan boord.
Geluid maken zou de aandacht trekken.
Dat zou levensgevaarlijk geweest zijn.









De wateren in deze streek stonden toen nog
onder invloed van eb en vloed.
Dat in combinatie met het weer,
zorgde ervoor dat het schip vastlag in de modder en er bleef liggen.
Drie dagen moesten de soldaten wachten tot het schip kon vertrekken.
Al die tijd opeengepakt in het ruim van het schip
dat gemaakt was om turf te vervoeren en geen mensen.
Intussen vroor het en was er slechts eten voor 1 dag.
De mannen werden ontevreden en Maurits werd geraadpleegd.
Die verzocht de mannen nog 1 dag vol te houden.









Het Turfschip van Breda (achtergrond info)

Als je dan gaat zoeken kom je de mooiste dingen tegen op het Internet.
Wat te denken van deze prachtige plaat
over het Turfschip van Breda.


Bartholomeus Willemsz Dolendo, De inname van Breda, 1600 – 1601.


De plaat bestaat uit vier delen die ieder een deel van het verhaal vertellen.
Let wel, van enige propaganda is hier natuurlijk wel sprake.
Deze afbeelding is afkomstig van het Rijksmuseum.

De inname van Breda door het Staatse leger onder Maurits,
4 maart 1590.
Vier aparte opeenvolgende scxc3xa8nes.
Linksboven: de inscheping in het turfschip;
rechtsboven: het turfschip wordt de burcht ingetrokken;
linksonder: de troepen komen tevoorschijn en raken slaags met de bezetters;
rechtsonder: aankomst van de troepen van Maurits
en het vluchten van de bezetters.
Apart onder de voorstelling gedrukt de legenda 1-9 in het Nederlands.

Kunstenaar
toegeschreven aan Dolendo, Bartholomeus Willemsz.,
Vervaardigingsplaats
Noordelijke Nederlanden
Datering
1600 tot 1601





De inscheping in het turfschip.






Het turfschip wordt de burcht ingetrokken.






De troepen komen tevoorschijn en raken slaags met de bezetters.






Aankomst van de troepen van Maurits en het vluchten van de bezetters.




Het turfschip van Breda

Als verteller van dit verhaal nodig ik de figuur uit die het verhaal
van Alphonse Timmermans en Gerrit de Morxc3xa9e over het Turfschip van Breda
begint. Laat hem het verhaal maar vertellen.

De verteller Om de gebeurtenissen rond
Het Turfschip van Breda
een beetje te kunnen plaatsen
heb ik de volgende tijdslijn opgezet:

Laten we eerst
een forse stap
terug zetten

 


Karel V, geboren in Gent (1500), stamt uit het huis van Habsburg.
Als landsheer van de Nederlanden, koning van Spanje
en keizer van het Heilige Roomse Rijk, is hij de baas
in het grootste deel van wat we vandaag Europa noemen
(met uitzondering van Portugal, het Verenigd Koninkrijk,
delen van Italixc3xab en delen van Oost Europa).
Deze roomse machthebber kreeg steeds meer tegenstand
uit protestante hoek. Zo ook in de Nederlanden.
En dat is ook zo’n beetje het thema van de jaren die gaan volgen
hoewel de economische zelfstandigheid van de Noordelijke Nederlanden
en de ambities van mensen als Willem van Oranje
ook een grote rol speelden.
In 1555 doet Karel V troonsafstand
en in 1556 komen de Nederlanden onder Filips II van Spanje.





Het rijk van Karel V tegen het eind van zijn regeerperiode.





1556 

De Spaanse Nederlanden ontstaan.

Dit is de geschiedkundige naam voor de Habsburgse Nederlanden van 1556 tot de feitelijke scheiding van Noord en Zuid in 1585.

 1566

De beeldenstorm (10 augustus – oktober 1566)

De verzamelnaam voor een serie vernielingen van rooms-katholieke heiligdommen in de Spaanse Nederlanden

 1567 Alva komt met troepen naar de Nederlanden als strafexpeditie ten gevolge van de beeldenstorm.
1569  Alva voert de Tiende Penning in (belastingmaatregel).
 1570 Derde Allerheiligenvloed.
 1574 Het Leidens ontzet.
 1576

De Spaanse furie of zoals in Spanje genoemd: de plundering van Antwerpen.

Dit is het plunderen en in brand steken  van de stad Antwerpen door Spaanse en Waalse troepen op 4 november 1576.

 1579 De Unie van Utrecht is een op 23 januari 1579 getekende overeenkomst tussen een aantal Nederlandse gewesten, waarin werd overeengekomen dat men zich gezamenlijk zou inzetten om de Spanjaarden het land uit te jagen.
 1581

Plakkaat van Verlatinghe.

De officiële verklaring van een aantal Nederlanden, waarin Filips II van Spanje werd afgezet als heerser. Het kan dus worden gezien als de Nederlandse onafhankelijkheidsverklaring

 1581

Eerste beleg van Breda.

Het Eerste beleg van Breda, ook bekend als de Furie van Houtepen of Haultepenne, vond plaats op 26 en 27 juli 1581, gedurende Parma's Negen Jaren. Feitelijk was het geen Beleg maar een gevecht in de stad. Het gevecht werd gewonnen door de Spaanse generaal Claudius van Berlaymont, de Heer van Haultepenne.

 1584 Willem van Oranje vermoord, Johan van Oldenbarnevelt en later Prins Maurits volgen hem op.
 1585  De val van Antwerpen door de hertog van Parma.
 1587 Stichting Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
 1590 Turfschip van Breda, 4 maart.
 1609 Begin Twaalfjarig bestand.

 

Zonder Wikipedia zou het niet zo snel mogelijk geweest zijn
bovenstaand overzicht te maken.

Als je dit rijtje met datums bekijkt, zie je als rode draad
dat de Noordelijke Nederlanden (gebieden als Holland, Utrecht ed
is samenwerking met steden als Haarlem, Leidens enz),
zich langzaam vrijmaken van Spanje.
Godsdienst speelt daarbij een grote rol maar tergelijkertijd
zie je de opkomst van bijvoorbeeld het VOC en deze
opkomende economische bloei leidt uiteindelijk tot het Twaalfjarig bestand.

De verteller

In deze hele geschiedenis

is het Turfschip van Breda

maar een kleine voetnoot.

Maar zeker een

met een behoorlijke

propagandistische waarde.

Het boekje van

Alphons Timmermans en

Gerrit de Morée uit 1951

getuigt daar

zo'n 350 jaar later

nog steeds van.

 

Breda, het turfschip, het vervolgverhaal

Waar het van komt weet ik niet.
Misschien is het wel de tijd van het jaar.
Ik heb nogal wat over Breda de laatste tijd.
En vandaag dan de aankondiging dat dat ook nog wel even doorgaat.


Alphons Timmermans, Het turfschip van Breda, Uitgeverij “Helmond”, 1951.


Afgelopen zaterdag kocht ik een paar boeken over Breda
en aanverwante onderwerpen.
Een van die boekjes zie je hierboven:
Alphons Timmermans.
Hij schreef een serie boekjes over de Vaderlandse Geschiedenis.
“Ons volk in leven en streven”.
Deel 13 gaat over het turfschip van Breda.
De tekeningen zijn van Gerrit De Morxc3xa9e.

Gerrit de Morxc3xa9e is een Bredasche kunstenaar, illustrator.
Hij heeft vaker samengewerkt met Alphons Timmermans.
Alphons Timmermans houdt in de inleiding op dit boek
een vurig pleidooi voor het vertellen
van spannende geschiedenisverhalen aan de jeugd.
Dxc3xa9 manier volgens hem om hun aandacht te trekken en vasthouden.
Daarom kondig ik hier vast aan dat vanaf vandaag
een serie over het Turfschip te zien zal zijn
op deze weblog.
Of alles geschiedkundig correct is kan ik niet garanderen.
Iedereen weet inmiddels toch al wel dat bij het “Spanjaardsgat” in Breda
nooit het Turfschip heeft gevaren.
Deze toerens zijn pas later gebouwd.
Maar de illustratie blijft mooi.





Alphons Timmermans, Het turfschip van Breda, Uitgeverij “Helmond”, 1951 (detail).





Constant Huijsmans' laatste reis

Gisteren gekocht.

Leuk boekje over een soort afscheidstoernee.
Constant Huijsmans, geboren in Breda, heeft gestudeerd
in Antwerpen en Parijs, heeft gewerkt in Breda en Tilburg,
was korte tijd leraar van Vincent van Gogh en was ontwikkelaar van
twee onderwijsmethodes voor het tekenonderwijs.
Woont in 1883 inmiddels in Den Haag.
Op 73-jarige leeftijd besluit hij zijn familie, vrienden
en bekenden te gaan bezoeken in Brabant.


Afd IV-23, Blad04 Twee mannen met hoed.

Van deze tiendaagse reis (zondag 17 juni 1883 – 26 juni 1883)
houdt hij dagboekaantekeningen bij.
Die staan in dit boekje centraal en geprobeerd wordt
om alle personen die in de aantekeningen voorkomen,
te identificieren en hen een gezicht te geven.
En dat is erg goed geslaagd.

Grappig is te lezen hoe klein Breda in die tijd eigenlijk was
en misschien vandaag de dag nog wel is.
De familie en bekenden wonen deels in wat we nu
de oude binnenstad van Breda noemen.
De mensen wonen soms naast elkaar:
`…eenige deuren naast Kerst woond zijn broer Eduard….`

Het is nog een wereld met dienstmeiden en knechten en
zomaar bij iemand binnenvallen was er niet bij:
`…Eene nette meid opende de deur, en ik gaf mijn kaartje
om te vragen of er belet was. …`

En net als in iedere familie zijn er zo wat eigenaardige relaties,
ruzies, oneigenlijkheden en huwelijken om kinderen
te wettigen kort voor het overlijden van de ouders.
Net een normale familie dus.

 

Afd IV-23, Blad18 Portret van een nors kijkende man.

Hieronder zie je het daadwerkelijke handschrift van de dagboekaantekeningen.

En dit handschrift is omgezet in de volgende tekst met het notenapparaat.

Het boekje bevat ook het portret van Constant Huijsmans.
Het is een afbeelding, een vroege foto denk ik,
die afkomstig is van het KMA in Breda.

Leuk is nog te vermelden dat het boekje verschenen is in 1989
in een oploage van 700 exemplaren.
Het is een heel mooi verzorgd boekje.
Dan is de uitgever Dhr. Thomas Leeuwenberg.
Dat is dezelfde Thomas Leeuwenberg waarvan ik gisteren
dit boekje gekocht heb in antiquariaat De Rijzende Zon in Tilburg.

Aug. Melai

Naar aanleiding van een log met een aantal foto’s over Breda
kreeg ik vandaag een heel vriendelijke e-mail,
met een toelichting op mijn foto’s.
De log kan men hier vinden: Breda in foto’s

Twee foto’s hadden als vermelding dat ze gemaakt waren
door Aug. Melai, Firma A. aan Erp.
Ik kon op het web echter niets terugvinden over de fotograaf of het bedrijf.
Dat is met onderstaande informatie die in vandaag ontving veranderd.
Hartelijk bedankt!




Firma A. van Erp was een fotograaf in Ginneken.
De firma gaf tevens ansichtkaarten uit in eigen beheer.
De heer van Erp had een fotozaak en atelier op de Ginnekenmarkt 8.
De fotograaf Augustinus Melai nam de zaak en ’t fotoatelier over
en zette die voort vanaf 1911.
Tot eind jaren ’70 ongeveer heeft Aug. Melai daar zijn zaak gehad.




Hieronder herhaal ik de ansichtkaarten nogmaals.



Aug. Melai, Firma A. aan Erp, Breda, Chassxc3xa9 kazerne, ansichtkaart, Legermuseum.






Aug. Melai, Firma A. van Erp, Kloosterkazerne, Breda, ansichtkaart, Legermuseum.

Op vakantie in Bavel

In het boek: Breda, stad van borderlords en baronnen
van Leo Nierse, las ik een verhaal over het Begijnhof in Breda.
Het verhaal heet “Het eerste Begijnhof” en uit directe kring
kan ik een korte aanvulling op het verhaal geven.

Zo wilde de traditie.
Diezelfde traditie stond de begijnen toe te leven
zonder strenge kloosterregels;
ze vormden immers een vrij orde.
Eventuele bezittingen hoefden ze niet af te staan
ze bleven financieel onafhankelijk.
En ze mochten zich vrijelijk buiten hun hoven begeven,
zelfs voor langere tijd.
Een gelofte van zuiverheid (kuisheid) en gehoorzaamheid
aan hun meesteres (dus niet: “overste”) volstond.
Met eenvoudige textielarbeid voorzagen de niet-belastingplichtige zusters
in hun eigen onderhoud.
Ze verzorgden zieken, waakten bij de doden,
baden en zongen bij de altaren in de Grote- of Onze-Lieve-Vrouwekerk.
Kortom, ze verrichtten “goede werken”.

Op Goede Vrijdag 13 mei 1990 overleed Cornelia Frijters,
de laatste Begijn van het Bredase begijnhof.
Vrijwel zeker bestond er in Breda al een begijnengemeenschap
toen Breda in 1252 zijn stadsrechten kreeg.

Uit eigen informatie kan ik over de werkzaamheden
van de begijnen, het volgende toevoegen.

Mijn moeder vertelde me onlangs het volgende verhaal.
Toen ze nog een klein kind was (11 of 12 jaar)
mocht ze eens op vakantie bij een tante in Bavel.
Mijn oma kwam uit Bavel.
Haar zussen en broer woonden daar en hadden boerderijen.
Mijn oma woonden met haar gezin aan de rand van Breda
op de Blauwe Kei. Aan de Poolseweg.
Het zal dus in 1944 of 1945 geweest zijn.
De tante waar ze op bezoek ging had zelf geen kinderen
en mijn moeder speelde in Bavel dan ook met haar nichtjes
die vlakbij woonden.
De tante en oom waren wel in goeden doen.
Ze konden zich veroorloven om een maal in de veertien dagen
een begijntje te laten langskomen voor verstelwerk.
Er was altijd wel wat te doen aan de kleding
of het andere textiel dat in huis was.
Zo ook die vrijdag.
Het begijntje was ook die vrijdag bij tante aan de slag geweest
en zou aan het eind van de werkdag naar huis gaan.
Te voet.
Mijn moeder greep die kans met beide handen aan
want ze vond dat ze al te lang bij tante op visite was.
Samen met het begijntje liep ze die avond terug naar Breda.

Koning Willem III



De Nassau’s hebben het een en ander met Breda en omgekeerd.
Zo staat er op het Kasteelplein een beeld van Koning Willem III.
Een ruiterstandbeeld op een hoge voet.
Rechts zie je op de foto de cadettenflat.
Op de achtergrond, links van het beeld de ingang van de KMA.

De lente knalt!

Vanmiddag maakte ik onderstaande foto’s op de Galderse Hei bij Breda.
Meer bewijs dat de lente is begonnen lijkt me overbodig.






































Fotomontage.


Dit is een fotomontage van twee foto’s gemaakt in hetzelfde stuk bos.
Rechts is twee weken geleden gemaakt, vochtig,
geen zon, weinig kleur, somber.
Links was vandaag, groen, zon, kleur.
Allebei berk.





De hei wil nog niet.











Grote Kerk Breda

Vanmiddag had ik natuurlijk ook
de gelegenheid weer wat foto’s te maken in de Grote Kerk.
Je kunt hier meegenieten (of niet).



Epitaaf Dirk van Assdelft en Adriana van Nassau.






Grafmomument Jan I van Polanen en zijn vrouwen Oda van Hoorne en Machteld van Rotselaar.






Pasfoto’s.






Grafmomument Jan II van Polanen .
















Albert Servaes in Breda: weg van passie

In de Goede Week of Passieweek
hoort de kruisweg.
In de Grote Kerk te Breda is een bijzondere uitvoering
van de kruisweg te zien.
De versie van Albert Servaes.
Ik heb vanmiddag geprobeert wat foto’s te maken.
Alle afbeeldingen zitten achter een glazen plaat.
Dat levert steeds schittering op.
En dat is erg lastig bij zwart/wit afbeeldingen.


Albert Servaes: Jezus ter dood veroordeeld, 1919.






Albert Servaes: Jezus neemt het kruis op, 1919.






Albert Servaes: Jezus valt eene eerste maal, 1919.






Albert Servaes: Jezus ontmoet zijne moeder, 1919.






Albert Servaes: Jezus geholpen door Simon, 1919.






Albert Servaes: Jezus bijgestaan door Veronica, 1919.






Albert Servaes: Jezus de wenende vrouwen, detail, 1919.


Helaas bewogen foto.





Albert Servaes: Jezus de wenende vrouwen, 1919.






Albert Servaes: Jezus valt eene derde maal, 1919.


Jammer dat ook deze foto bewogen is.
De ontreddering is op dit werk totaal.
Jezus ligt op zijn rug, volledig uitgeteld.
Het kruis ligt boven op hem.
Hulpeloosheid. Radeloos.





Albert Servaes: Jezus ten grave gedragen, 1919.




Industrieel erfgoed Breda

Tijdens de fotorapportage rond de Suikerfabriek,
kwamen nog een paar andere plaatsen die aan het
industrieel verleden (en heden) van Breda herinneren.



Voormalig Dagblad De Stem..


In dit gebouw heb ik zelf nog gewerkt.
Zo’n 25 jaar geleden.
Het gebouw oogt heel recent.
Dat klopt ook in die zin dat het recent nog een een nieuwe
glazen voorkant gekregen heeft (links op de foto is daar een deel van te zien).
Spinveld.





Breda, De Belcrum.






De foto van de Belcrum is genomen vanaf de Stulemeijerbrug.


De brug is deel van de Backer en Rueb weg.
Op dit kaartje is het gemarkeerd met een rood bolletje.
De plaats van de silo’s van de Suikerfabriek staat aangegeven
met een zwarte pijl (onderaan).
Op de foto zijn ze ook te zien, klein aan de einder (zie hieronder).





Silo’s van de CSM.






Charles Stulemeijer.


Carel Lambertus Stulemeijer werd op 20 september 1880
in Rotterdam geboren als zoon
van Adrianus Hendricus Stulemeijer (1842-1890),
schoenmaker en timmerman/aannemer,
en Catharina Agatha van Heck (1836-1905).
Charles Stulemeijer overleed op 24 januari 1968 te Breda.

Charles Stulemeijer bezocht in zijn jonge jaren
het pensionaat St.-Louis in Oudenbosch en het college St.-Rombout te Mechelen.
Hij keerde met zijn moeder en andere familieleden
in 1898 terug naar Breda,
waar de Van Hecks al minstens sinds het begin van de achttiende eeuw
tot 1861 gewoond en gewerkt hadden.
De drie broers Stulemeijer, Jacques Marie, Frans en Charles,
begonnen in 1898 een handel in bouwmateriaxc2xadlen,
die in korte tijd uitgroeide tot een bouwbedrijf,
gespeciaxc2xadliseerd in het gebruik van gewapend beton.
De firma F.J. Stulemeijer (1898) ontwikxc2xadkelde zich zo
tot de N.V. Internaxc2xadtionale Gewaxc2xadpend-beton Bouw (IGB) in 1918.

Medegexc2xadfinancierd door de IGB stichtte hij in 1919 in Breda
de N.V. Hollandsche Kunstzijde Industrie (HKI),
waarop hij zijn werkxc2xadkracht enige tijd concentreerde.
Terwijl hij van na de Eerste tot aan de Tweede Wereldxc2xadoorlog
gedelegeerd commissaris van de IGB was,
nam hij in 1933 de dagelijkse leiding van de HKI op zich
en behield die tot 1952 (hij was toen 72!).
Nog was zijn bemoeienis met dit bedrijf niet afgelopen,
want van 1952 tot 1964 bleef hij werkzaam
als gedelegeerd lid van de raad van bestuur.

Al vrij kort na de oprichting ontstond samenwerking
met de N.V. Nederlandse Kunstzijdefaxc2xadbriek (Enka),
in 1929 met de Duitse Vereinigte Glanzstoff Fabriken gefuseerd
tot de Algemeene Kunstzijde Unie (AKU).
Stulemeijer loodste de HKI door de malaise- en oorlogsjaren
en legde daarbij de basis voor een spectaculaire naoorlogse groei.

In de vooroorlogse jaren had hij via eigen beleggingen
en via deelnemingen van HKI en AKU
in de Machinefabriek Breda de basis gelegd
voor een stevige belangengemeenschap.

Nauw verbonden met zijn ondernemerschap
was voor Stulemeijer zijn deelnemen aan de werkzaamheden
van de katholieke werkgexc2xadversverenigingen.
Zijn grote energie bleek ook hieruit dat hij de stoot gaf
tot de oprichting van de R.-K. Openbare Leeszaal en Biblioxc2xadtheek
en tot de stichting van het Onze Lieve Vrouwe Lyceum, beide te Breda,
en dat hij ook bij de vorming van de R.-K. Handelsxc2xadhoogxc2xadeschool
te Tilburg, thans KUB, was betrokken.
Het is duidelijk dat Stulemeijer in en rond Breda
boven allen uittorende.

Auteur: J.P.A. van den Dam (Thuis in Brabant)





Charles Stulemeijer.


Hij staat er niet op als een zonnetje.
De brug (of liever de omgeving ervan) raakt wat in verval.
Een mooier plaatsje verdient hij eigenlijk wel.





Voormalige Machinefabriek Breda, Backer en Rueb. Nu Van Puijfelik, papierverwerkers.