
Harry Mulisch, BN/De Stem, 01/11/2010.

Harry Mulisch, BN/De Stem, 01/11/2010.
Vrij Nederland, 6 november 2010.
Zelfs via het web ziet de Bijbel van Anjou er schitterend uit.Niet zo zeer van de bladvullende afbeeldingen,want die zijn heel beperkt in dit boek uit ongeveer 1340.Nee de schoonheid zit hem, voor wat betreft de afbeeldingen,in de grote hoofdletters, de kleinere hoofdlettersen de tekeningen in de marge.Laat ik een paar voorbeelden geven.De afbeeldingen zijn een beetje bijgewerkt.Er is niets aan de afbeeldingen zelf gedaan,niets aan de vormen, niets aan de kleuren.Tekst die soms heel dicht tegen de afbeeldingen staanheb ik weggehaald en vlekken in het papier (daar waargeen verf zit) zijn weggehaald.Vind je het niet leuk dat ik dat doe:ga naar Leuven voor 5 december en bekijk daar het origineel.
Een engel in de marge van de tekst op pagina 228 R.
De eerste letter van het evangelie van Marcus met de voor deze evangelist zo kenmerkende leeuw. 257 R.
De letter L van Lucas, evangelist. Hier met de bekende stier. 262 R.
De evangelist Johannes staat met een adelaar in de hoofdletter I. 271 R.
In sommige letters een heel schilderij. Let eens op de dode soldaten op de voorgrond. Je kunt hun wonden zien. Vooraan liggen Saul en zijn zoon. De koning op de troon is David. Acher hem een nieuwsgierige menigte. David zit voor een prachtig versierde wand. Een Amalekiet brengt de koningskroon naar David. Over dit laatse gebaar zijn vast hele theologische verhandelingen te maken. 72 R.
Harry Mulisch – toch sterfelijk, kop voorpagina De Volkskrant, 01/11/2010.
Harry Mulisch – toch sterfelijk, foto voorpagina De Volkskrant, 01/11/2010.
Gisteravond, 30/10/2010 is Harry Mulisch overleden.

Harry Mulisch.

Laatste boek van Harry Mulisch: Siegfried.
De foto van Harry Mulisch is gemaakt door Chris van Houts.

![]() |
De Bijbel van Anjou, ook wel Bible Angevine genoemd, werd rond 1340 gemaakt aan het hof van Robert van Napels (1277-1343), beter bekend als Robert I van Anjou. Betrokkenen: Kopiist: Iannutius de Matrice Miniaturist: Christophorus Orimina. Opdrachtgever: Robert I van Anjou, koning van Napels |
![]() |
Eerste eigenaars: Joanna I en haar verloofde Andreas van Hongarije. Vervolgens eigendom van: Kanselier Nicolaus de Alifio (tot 1345). In 1402 wordt het beschreven in de inventaris van Jean duc de Berry. Het is rond 1509 in bezit van de bisschop van Arras, Nicolaus de Ruistre. In de inleiding op de Leuvense vulgaatbijbel uit 1547 wordt er naar verwezen en in de Notationes in Sacra Biblia van Franciscus Lucas van Brugge ook (1580). Tussen 1808 en 1821 behoort het handschrift tot de collectie van het Grootseminarie van Mechelen. Sinds 1970 is het in depot gegeven aan de bibliotheek van de Faculteit Godgeleerdheid van de K.U.Leuven. |
Viool spelende engel in de marge van een blad, 6R.
Er werd vijf jaar aan de Bijbel gewerkt.
De kopiist werkte helemaal alleen – wat in die tijd uitzonderlijk was.
Orimina was meer een industrieel die een groot atelier
met assistenten had.
Die miniaturisten hebben zich met de bijbel duidelijk helemaal laten gaan.
Elke pagina heeft een grote initiaal waarvan de tekening rechtstreeks
in verband stond met de bijbeltekst.
Maar de randversieringen rond de tekst
mochten de miniaturisten vrij invullen.
En dat deden ze.
Hieronder een aantal afbeeldingen die het bijbelboek Genesis
illustreren en wel het verhaal van het Paradijs en de verboden vrucht.

Let wel, de volgende 5 afbeeldingen (samen met nog een zesde)
vormen in het boek 1 letter!

God schept de maan en de sterren, 6R.

God creeert Eva uit de rib van Adam, 6R.

De verboden vrucht in het paradijs, 6R.
Adam en Eva worden verbannen uit het paradijs, 6R.

Adam en Eva moeten zwoegen voor hun bestaan, 6R.
Wil je van thuis uit de bijbel bekijken?
Dat kan.
Volg onderstaande link en geniet van de afbeeldingen
waar je pagina voor pagina op kunt inzoemen.
De Bijbel van Anjou
Shenyang, deel V.Jonathan SpenceOp zoek naar het moderne China 1600 xe2x80x93 1989xc2xa9 1990 xc2xa9 1991 voor de Nederlandse taal.Pagina 387Chiang Kai-Shek, die deed wat hij kon om de coalitievan zijn tegenstanders te breken, ging akkoordmet de uitbreiding van Zhangs territoriumen bevestigde diens opperbevel over het noordoostelijke grensbewakingsleger,dat inmiddels zoxe2x80x99n 400.000 man omvatte.Chiang en Zhang lieten de Japanners geen moment hun gang gaan:ze weigerden over nieuwe spoorwegcontracten te onderhandelen,deden hun best om de Japanners bestaande concessies afhandig te maken,eisten bexc3xabindiging van de exterritorialiteiten hervatten de werkzaamheden aan een nieuwe haven in zuidelijk Mantsjoerije,die de bloei van Lxc3xbcshun, dat in Japanse handen was, moest ondermijnen.Na ernstige rellen tegen Chinezen in Korea organiseerdede Guomindang bovendien een grootscheepse economische boycotvan Japanse importgoederen.In Japan zelf werden intussen de gevoelens van woede en frustratiegeleidelijk sterker, deels als gevolg van deze tegenslagenen deels wegens de verontwaardiging van leden van de strijdkrachtenover de eigen regering, die in het voorjaar van 1930op de Londense Vlootconferentie een proportioneel kleinere aanvullingvan de oorlogsschepen en onderzeexc3xabrs had aanvaard dan was verwacht.In november 1930 lost een naar men zei patriottisch ingestelde jonge Japannerop het station van Tokyo een dodelijk schot op de eerste minister van zijn land.In het besef van de economische teruggang en de toenemende gewelddadigheidtegen politici en industrixc3xablen in het binnenlandnamen leden van de Japanse ministeries van Oorlog en Buitenlandse Zakenstappen om de activiteiten van hun lege in Mantsjoerije aan banden te leggen.Begin september 1931 stuurde de Japanse regering een hoge generaalnaar Lxc3xbcshun met de instructie dat hun commandant in Mantsjoerijexe2x80x98omzichtigheid en geduldxe2x80x99 moest betrachten in de wijze waarop hijde problemen ter plaatse aanpakte.Was dit bevel eenmaal officieel uitgevaardigd,dan had het Mantsjoerijse leger onmogelijk meer vrijuit kunnen handelen.Japanse legerofficieren in Shenyang (Mukden),die door een geheim telegram van een lagere stafofficier in Tokyovan het doel van de genraal op de hoogte waren gesteld,besloten in actie te komen voor deze belemmerende orders hen bereikten.Op de avond van 18 september 1931 veroorzaakten zij een ontploffingop de spoorlijn bij Shenyang.Die plaats was gekozen omdat het spoor daar langs de grootste kazernevan Chinese troepen in de streek liep.In de herrie en verwarring kwam het tot schermutselingentussen Japanners en Chinezen.In aansluiting hierop gaf de hoogste Japanse stafofficier in de regio Shenyangbevel een massale aanval te doen op de Chinese kazerneen de ommuurde stad Shenyang in te nemen.De Japanse consul wilde nog protesteren, maar hield zijn mondtoen een van de officieren zijn sabel trok.Terwijl de meerderheid van het kabinet in Tokyo op terughoudendheid aandrongen de Chinezen en Amerikanen de Volkenbond vroegen tot een staakt-het-vurenop te roepen, stuurde de stafchef in Tokyo zijn strijdkrachtenin Mantsjoerije dubbelzinnige berichten.De Japanse bevelhebber in Korea trok op eigen gezag met zijn troepenzuidelijk Mantsjoerije binnen en het leger in Shenyang (Mukden)maakte van bestaande richtlijnen voor zelfverdedigingen de bestrijding van rovers gebruik om zijn operaties uit te breiden.Chiang Kai-shek, die het met zijn aanhangers aan de stok hadomdat hij onlangs Hu Hanmin had laten arresteren,kon zich geen tweede conflict van enige omvang permitteren.Hij beval Zhang Xueliang zijn troepen niet in geregelde veldslagen te riskeren,maar ze ten zuiden van de Chinese muur terug te trekken.Tegen de jaarwisseling hadden de Japanners heel Mantsjoerije in handen.
Kaartje uit het boek van Jonathan Spence dat illustreert hoe Japan Mantsjoerije in handen kreeg (David Lindroth is de maker van dit kaartje).
|
Hu Hanmin (born in Panyu, Guangdong, China, December 9, 1879; died in Guangdong, China, May 12, 1936) was one of the early leaders of Kuomintang (KMT), and a very important right-winger in Kuomintang. Hu was elected to be a central executive committee member in the first conference of Kuomintang in January, 1924. In September, he acted as vice generalissimo, when Sun Yat-sen left Guangzhou to Shaoguan. Sun died in Beijing in March, 1925, and Hu was one of the three most powerful figures in Kuomintang. The other two were Wang Jingwei and Liao Zhongkai. Liao was assassinated in August of the same year, and Hu was suspected and arrested. After the Ninghan split in 1927, Hu supported Chiang Kai-Shek and was head of Legislative Yuan in Nanjing.Later in February 28, 1931, he was placed under house arrest by Chiang because of disputes over the new provisional constitution. |
Een van de gebouwen in de Keizerlijke stad in Shenyang heet
het Wensu Pavilion.
The Wensu PavilionThe Wensu Pavilion, constructed from 1782 – 1783, was one of the seven pavilions where Complete Library of Four Branches of Books was kept. Wensu Pavilion was constructed in imitation of the Tianyi Pavilion in Ningbo of Zhejiang Province. The name ‘Wensu’ (comes) from a poem of the Zhou Dynasty (and) corresponds with the status of Shenyang as the ‘birthplace’ of the Qing Dynasty.
Het Wensu Paviljoen.
Dit pavilion is in 1782/1783 gebouwd en was een van de 7 plaatsen
waar de Keizerlijke familie de zogenaamde ‘Complete Library of Four Branches of Books’ bewaarden.
Het paviljoen is gebouwd als een imitatie
van het Tianyi Pavilion in Ningbo.
De naam ‘Wensu’ is afkomstig van een gedicht uit de Zhou Dynasty
en benadrukt de status van Shenyang als geboorteplaats van de Qing Dynastie.
Boeken waren kostbaar en kwetsbaar.
Kostbaar omdat ze helemaal met de hand werden gemaakt.
Kwetsbaar omdat ze niet bestand zijn tegen brand of water enz.
Daarom liet Keizer Qianlong een grote groep wetenschappers
een complete bibliotheek samenstellen
met de hoogtepunten van de Chinese cultuur:
de klassieken (klassieke Chinese teksten)
de geschiedenissen (geschiedenis en geografie)
de meesters (filosofie en wetenschap)
de verzamelingen (hoogtepunten van de Chinese literatuur)
In het Chinees heet het Siku Quanshu en de meest gebruikte
Engelse titels zijn:
Imperial Collection of Four, Emperor’s Four Treasuries, Complete Library in Four Branches of Literature,or Complete Library of the Four Treasuries.
Nadat de werken waren geselecteerd werden ze zorgvuldig gekopieerd.
Meer dan 36.000 boeken vormden de bibliotheek en er werden
vier kopieen gemaakt:
1 voor de Verboden Stad in Beijing en 1 voor Shenyang,
en nog twee voor andere steden.
In totaal ging het om 2,3 miljoen pagina’s en omgerekend
zo’n 800 miljoen Chinese karakters.
Dan moet je dus flink doorschrijven!
Voor de versie van Shenyang werd onder andere het Wensu paviljoen gebouwd.
In 1781 was dit werk (na 7 jaar) gereed.
Later zouden nog drie kopieen worden gemaakt.
In de loop van de geschiedenis zijn er versies verloren gegaan
of meegenomen naar Taiwan.
De boekenkasten in Wensu Pavilion. In Beijing, in de Verboden Stad had ik geen tijd om op zoek te gaan naar de bibliotheek. In Beijing zelf was er geen tijd om de boekcollecties te gaan bekijken. Maar hier in Shenyang heb ik dan in ieder geval een traditionele bibliotheek gezien.
Zou dat de plaats geweest zijn van de bibliothecaris? Doet mij denken aan hoe de bibliotheek vroeger in Breda functioneerde. Ik herinner me dat ik er een keer naar toe ben geweest met mijn vader. Eerst zocht je in kaartenbakken naar de titel van het boek. Op het kaartje stond ook een plaatsaanduiding. Dat gaf je dan aan de bibliothecaresse die achter een toonbank stond. Vervolgens ging zij in de vele boekenkasten het boek zoeken en als het boek gevonden was, werd het uit de kast gehaald en op de plaats van het boek werd een houten latje gezet. Dan werd het boek aan de klant overhandigd om te kijken of dit het boek was wat je zocht. Internet is tegewoordig veel sneller gelukkig.
Een kraanvogel.
China en Japan, deel IVDe Japanse legerofficieren die hadden gehooptdat de moord op Zhang Zuolin in 1928in Noord-China een oorlog op grotere schaal zou doen ontbranden,werden teleurgesteld.De regering in Tokyo stelde zich afwachtend open kondigde geen algemene mobilisatie af.In plaats daarvan volgde Zhang Xueliang,de zoon van Zhang Zuolin, zijn vader op als aanvoerder van diens troepen.Deze Zhang Xueliang, die in 1898 was geboren,had een loopbaan achter de rug als middelmatig officierin de Mantsjoerijse legers van zijn vader,opiumverslaafde en door vele vooraanstaande commandantenvan zijn vader verfoeide lastpost.Aanvankelijk zullen de Japanners deze man,die neerbuigend xe2x80x98de jonge maarschalkxe2x80x99 werd genoemd,nauwelijks als een bedreiging hebben gezien.Hij gaf echter in de zomer en herfst van 1928 blijkvan verrassende doortastendheid,toen hij de drie noordelijke provinciesdie het territorium van zijn vader hadden gevormdxe2x80x93 Heilongjiang, Jilin (Kirin) en Liaoning -,formeel bij de rest van China voegde,onder het gezag van de Guomindang en Nanjing.Als extra aansporing bood deze partij Zhang de leiding aanover een een Politieke Raad van het Noordoosten,waarin ook de provincie Rehe (Jehol) zou worden opgenomen.Ondanks waarschuwingen van Japanse zijde dat er bezwaren bestondentegen de hereniging van Mantsjoerije met de rest van China,zette Zhang door; hij betuigde in december 1928zijn trouw aan de regering in Nanjing.Vanaf dat moment gaf Zhang Xueliang blijkvan een onrustbarende eigenzinnigheid.De Japanners hadden gedacht Zhang te kunnen bexc3xafnvloedenof zelfs in toom te houden via twee mannen die in het noordoostenvooraanstaande militaire en civiele leidersen naaste vertrouwelingen van zijn vader waren geweest.Zhang die hiervan op de hoogte was, onthaalde het tweetalin januari 1929 op een diner en liet hen tijdens de maaltijd doodschieten.De moorden werden gepleegd nadat Zhang zich bij zijn gastenhad gexc3xabxcuseerd om even zijn dagelijkse morfine-injectie te gaan halen.Tegen de zomer van dat jaar deed Zhang,als een soort reprise van de overval van zijn vaderop de Sovjetambassade in Beijing in 1927,een aanval op het consulaat van de Sovjet-Unie in Harbin.Ook deed hij een poging de hele Oostchinese Spoorwegmaatschappij,die onder toezicht van de Sovjets stond,over te nemen en alle burgers van de Sovjet-Unie die er werkten,de laan uit te sturen.In dit geval deed een krachtig militair antwoord van Stalinhem op zijn schreden terugkeren, maar toen in het najaar van 1930een militair-politieke coalitie in het noordenxe2x80x93 bestaande uit het geduchte trio Feng Yuxiang, Yan Xishan en Wang Jingwei xe2x80x93probeerde Chiang Kai-shek ten val te brengen,liet Zhang Xueliang zijn eigen troepen via Shanhaiguannaar het zuiden optrekken, waar hij het noordelijke deelvan de provincie Hebei bezette.Deze zet gaf hem de macht over de daardoorheen lopende trajectenvan de spoorlijnen Beijing-Wuhan en Tianjin-Pukou,terwijl hij ook de overvloedige douane-inkomsten uit Tianjin kon opstrijken.
|
Feng Yuxiang (1882xe2x80x931948) was a warlord and leader in Republican China. He was also known as the Christian General for his zeal to convert his troops and the Betrayal General for his penchant to break with the establishment. In 1911, he was an officer in the ranks of Yuan Shikai’s Beiyang Army but joined forces with revolutionaries against the Qing Dynasty. He rose to high rank within Wu Peifu’s Zhili warlord faction but launched the Beijing coup in 1924 that knocked Zhili out of power and brought Sun Yat-sen to Beijing. He joined the Nationalist Party (KMT), supported the Northern Expedition and became blood brothers with Chiang Kai-shek, but resisted Chiang’s consolidation on power in the Central Plains War, and broke with Chiang again in resisting Japanese incursions in 1933. He spent his later years supporting the left-wing of the KMT which cooperated with the Chinese Communists.Yan Xishan, (8 October 1883 xe2x80x93 22 July 1960) was a Chinese warlord who served in the government of the Republic of China. xe2x80xa6 Although Yan was known as the “Model Governor” for his enlightened policies, he was nonetheless a military dictator. In 1926, he pledged his loyalty to Chiang Kai-shek’s new government, but in 1929 he joined Feng Yuxiang and Wang Jingwei in their attempt to overthrow the Chiang administration. During the Central Plains War, Yan joined Feng Yuxiang to fight Chiang Kai-shek, but both were defeated when Zhang Xueliang decided to join Chiang. Yan was forced to flee Shanxi to Dalian after his defeat, but after a brief retirement in the early 1930s, Yan returned to power in Shanxi and undertook social and military reforms to counteract the spread of communism in the province. xe2x80xa6 During the Second Sino-Japanese War, most regions of Shanxi were quickly overrun by the Japanese, but Yan refused to flee the province and after losing the provincial capital Taiyuan, he relocated his headquarters in the remote corner of the province, and then effectively resisted Japanese attempts to completely seize Shanxi. During the Second Sino-Japanese War, the Japanese made no less than five attempts to negotiate peace terms with Yan and hoped that Yan would become a second Wang Jingwei, but Yan refused and stayed on the Chinese side. In 1936, Yan supported Zhang Xueliang’s seizure of Chiang Kai-shek in the 1936 Xi’an Incident, in order to force a Communists-Lords of War-Republicans collaboration against Japanese.Wang Jingwei (May 4, 1883 xe2x80x93 November 10, 1944), was a Chinese politician. He was initially known as a member of the left wing of the Kuomintang (KMT), but he was staunchly anti-Communist, and his politics veered sharply to the right later in his career. A close associate of Sun Yat-sen, Wang is most noted for disagreements with Generalissimo Chiang Kai-shek and his formation of a Japanese-supported collaborationist government in Nanjing. For this role he has often been labeled as a Hanjian. His name in China is also now a term used to refer to a traitor, similar to the Americans “Benedict Arnold” or Norwegians “Quisling”. |
Jonathan SpenceOp zoek naar het moderne China 1600 xe2x80x93 1989xc2xa9 1990 xc2xa9 1991 voor de Nederlandse taal.Pagina 387
Ik ben al heel lang fan van de boeken van Robert van Gulik.
Hij was de schrijver van de detective-verhalen waarin
de Chinese Rechter Tie de hoofdrol speelt.
Dit jaar verscheen er een gedenkboek.
De Volkkrant schreef er afgelopen zaterdag over.

Het artikel van Mark Leenhouts in de Volkskrant van zaterdag 24 september 2010.





Nog niet zo lang geleden was ik een paar keer in het Valkhof
in Nijmegen, het museum voor kunst en archeologie.
Ik kocht daar toen hun museumgids.
Dit boek ‘Van Trajanus tot Tajiri’ geeft een overzicht
van de collectie en is ter gelegheid van het 10-jarig bestaan
van het museum uitgebracht.

Museumgids van het Valkhof: ‘Van Trajanus tot Tajiri’.
De gids is een soort ‘the best of…’ en geeft in drie grote delen:
archeologie, oude kunst en moderne kunst,
een prachtig beeld van de collectie.

Bijzonder formaat.
De gids heeft een bijzonder formaat en uitvoering.
Geen hoogdruk glanspapier van voor tot achter,
maar speels gemaakt met een harde kaft,
dun papier in sprekend rood en wit als schutbladeren,
gladpapier voor tekst en afbeeldingen.
De kaft van het boek slaat helemaal open want de rug van de pagina’s
is apart ingebonden. Mooi gedaan.

Verrassende typografie.
Tekst in afwisselend groot en klein formaat,
een bijzondere kantlijn daar waar het kan.

Mooie foto’s: Oude kunst, Albert Hermens Gramey, zilveren doos, 1657 – 1658.
Bij ieder werk een toelichtende tekst.
Sommige werken zijn heel specifiek voor Nijmegen,
maar veel werken zijn van betekenis voor heel Nederland.
Vooral geldt dat voor de voorwerpen die behoren tot het deel
over de archeologie en de moderne kunst.

Ieder werk genummerd en voorzien van het inventarisnummer.
Voorwerp 58 is overigens het schilderij:
‘De oude haven met de bottelpoort in Nijmegen’ uit circa 1850
van Jan Weissenbruch.
Mooi verhaal bij dit werk!

Het begin van het derde deel met de moderne kunst.

Teun Hocks, Zonder titel, 2000.
Van sommige werken zijn extra grote foto’s opgenomen.
Soms zijn die foto’s gericht op een detail van het werk.

Het boek is een genot om te lezen en door te bladeren: Verzilverde gezichtshelm, tweede helft van de eerste eeuw. Deze ruiterhelm van een Romein is gevonden in de Waal bij Nijmegen.
Reden genoeg om stil te staan bij de bedenkers en makers van het boek:
Samenstelling en eindredactie:
Maryan Schrover
Redactiecommissie:
Annelies Koster, Ruud Priem, Frank van de Schoor,
Maryan Schrover, Louis Swinkels
Grafisch ontwerp:
Mariola Lopez Marixf1o (concept en art direction)
Omar Salid (vormgeving)
Studio Anthon Beeke, Amsterdam
Twee weken geleden nog eens naar de film gekeken van Fons Rademakers.En toen zag ik ineens dat er een munt uitkwam.Het is namelijk 150 jaar geleden dat de Max Havelaar verscheen.Dus heb ik me een cadeau gegeven.
Het postpakketje van De Munt.
Het Max Havelaar vijf Euro munststuk.
Het was niet te druk op het traditionele Jazz Festival in Breda.In de hele binnenstad, op straat, op podia en in allerleigelegenheden is weer vier dagen lang jazz te horen.Soms Oude Stijl Jazz, soms moderner.Vandaag was het redelijk weer.
Het podium op het ponton voor het Spanjaardsgat. Moderne jazz.
Op sommige plaatsen erg druk.
De Grote Toren met vlaggen die laten zien dat er toch wel wat wind was.
Jazz die wat meer uit het zuiden van Amerika komt. Kerkplein.
Hot Club de France, een beetje buiten het officiele programma. Veemarktstraat.
Het vervolg van de samenvatting van hoofdstuk 3.
Na Tolstoj bespreekt Sheppard twee mensen Croce en Collingwood.
Daar nemen we de draad weer mee op:
Croce en Collingwood.
Bij het lezen van dit deel was het voor mij niet altijd duidelijk
vanuit welk oogpunt het verhaal geschreven werd:
dat van de kunstenaar of van de toeschouwer.
blijkt verder op dat de theorie beide gezichtspunten
probeert te verduidelijken.
Volgens de samenvatting van Sheppard ga je door drie fases heen
bij het tot uitdrukking brengen van emotie in kunst:
1. ontvangst van de ruwe gegevens
De eerste indruk en de spontane, onbewuste reactie.
2. verbeelding / intuitie
De imaginatieve expressie kan plaatsvinden.
Ben ik in fase 1 gelukkig en fase 2 maak je een liefdesgedicht
of een schilderij.
Dit eist de actieve verbeelding van de toeschouwer.
Met die verbeelding kan de toeschouwer dan de ervaring
van de kunstenaar herscheppen.
3. mentale activiteit
Begrippen worden geformuleerd, begrijpen.
De inhoud van fase 3 wordt me in het boek van Sheppard niet duidelijk.
Ik ben dan ook op zoek gegaan naar meer (beschrijvingen van) werk
van Croce en Collingwood.
Ik heb twee artikelen gevonden en zal die in een latere blog bespreken.
Een conclusie van de theorieen van Croce en Collingwood zou kunnen zijn
dat het kunstwerk eigenlijk alleen in het hoofd van de kunstenaar bestaat.
En dat brengt Sheppard bij een aantal kritiekpunten:
= de meeste toeschouwers/toehoorders zijn niet in staat
het ‘ware kunstwerk’ in het hoofd van de kunstenaar herscheppen.
Bovendien ervaren toeschouwers zaken die de kunstenaar
en niet in gelegd heeft.
Daarnast zijn er verschillende manieren om emoties op te wekken:
snel en oppervlakkig en ingewikkeld en diepgaand (afstandelijk esthetisch).
Snel en oppervlakkig is niet waar men in de kunst naar op zoek is.
= Er zijn heel veel, zeer verschillende reacties op een en hetzelfde werk.
= Er wordt in deze theorieen geen acht geslagen op de verschillen
tussen de verschillende kunstvormen.

Giovanni Bragolin, Huilend jongetje: snel en oppervlakkig?.
Wikipedia:
Bruno Amadio (1911-1981), popularly known as Bragolin, and also known as Franchot Seville, Giovanni Bragolin, and J. Bragolin, was the creator of the group of paintings known as Crying Boys. The paintings feature a variety of tearful children looking morosely straight ahead. They are sometimes called “Gypsy boys” although there is nothing specifically linking them to the Romani people.He was an academically trained painter, working in post-war Venice, producing the Crying Boy pictures for tourists. 27 such paintings were made under the name Bragolin, reproductions of which were sold worldwide. In the 1970s he was found to be alive and well-to-do and still painting in Padua.
Positieve kanttekeningen zijn:
= Er wordt een verschil gemaakt tussen kunst en de conceptuele gedachte.
= Het maken van een kunstwerk is niet perse een intelectuele
activiteit.
= esthetische waardering is ongelijk aan verstandelijk begrijpen
(maar hoeft dat niet te zijn).
Door deze theorieen doemen er twee vragen op:
1. Zijn er hoedanigheden die objectief te beschrijven zijn
in termen van emotie om alle kunst te beschrijven?
2. Wat bedoelen we als we zeggen dat we ons voorstellen
hoe het is om bijvoorbeeld verdrietig te zijn
op een speciale, afstandelijke esthetische manier?
Interessant is dat duidelijk wordt dat er zich hier taalkundige
problemen voordoen.
Voor emotie kunnen we eigenlijk geen sluitende definitie geven
die door alle culturen onderschreven kan worden.
Wat we wel kunnen is:
1. objecten van emotie vaststellen.
Op wie of wat is de emotie van toepassing.
2. formuleren van conventies.
Droevige mensen bewegen langzaam en spreken zacht.
Dat is een soort spelregel die we kunnen afspreken
onafhankelijk van de vraag of dit in de werkelijkheid
ook echt zo is.
3. onze eigen gevoelens proberen te beschrijven.

Rogier van der Weyden, De Kruisafneming, Tranen (detail).
“Expressie = emotie in vorm”
staat in potlood onder de titel van hoofdstuk 3 geschreven.
Emotie is naast verstand een drijvende kracht
achter het creatieve proces en speelt een belangrijke rol
in de communicatie tussen het de toeschouwer.
Emotie appeleert.
Soms is emotie zelfs het doel van de communicatie.
Ja, “Expressie = emotie in vorm”.
Maar wat is emotie en hoe vindt de vertaalslag van de emotie
van de kunstenaar naar het werk en vervolgens naar de toeschouwer plaats?
Wat is nog mis in het model van gezichtspunten zoals dat hier eerder
getoond is, zijn invloeden zoals het oeuvre van een kunstenaar,
de school, de leermeester, de stroming en de tijd waarin
die verschillende actoren zich bevinden.
Tot zover even de samenvatting van hoofdstuk 3.
We leven in een tijd waar het steeds meer draait om informatie.Of het nu over het web gaat of over onze economische of andere activiteiten:het draait allemaal om informatie.In de middeleeuwen werkten een schrijver, copiist, een illustrator en een boekbinder samen om 1 boek te maken dat vervolgens door 1 of een handvol mensen werd gelezen.Tegenwoordig hebben we meer boeken, tijdschriften en webpagina’s om ons heendan we in een mensenleven tot ons kunnen nemen.Informatie gaat ook veel sneller.Schreef je vroeger elkaar brieven, vandaag is het een tweet of e-mail.Seconden na een gebeurtenis is je hele kennissenkring geinformeerd.
Maar bij de Bredasche
bibliotheek gaat dat anders.Via het web hadden we gezien dat de film/DVD Valkyrie gereserveerd was.Op 11 mei zou die uiterlijk terugkomen.Op maandag 10 mei bleek via het web dat de film was ingeleverd.Toen ik die avond de film wilde gaan halen overlegden we nog.Moet ik geen e-mail kunnen overleggen of zo?Ik naar de bibliotheek en daar kreeg ik met veel pijn en moeitede DVD mee. Ik had immers geen briefje.En dat moet toch echt.De rest is geschiedenis.Ik heb de film gisteren al terug gebracht en vanochtend op mijn weblog besproken.Nu kwam vandaag met de post het volgende briefje.Je raadt het al…..
Reserveringsbericht Valkyrie.
Ja, kunst is niet alleen maar plaatjes kijken.
Ik heb de laatste tijd wat minder blogs.
Dat is onder andere omdat ik een aantal boeken en artikelen
aan het lezen ben over kunstfilosofie.
Ik heb even de boeken ingescand en een van de artikelen.

Anne Sheppard, Van den Braembussche, Machiel Keestra.
Dat is overigens geen eenvoudige stof.
De boeken die ik probeer te lezen zijn:
Filosofie van de kunst, Anne Sheppard
Oorspronkelijke titel: Aesthetics, an introduction to the philosophy of art
1987
Denken over kunst, A.A. Van den Braembussche
Een inleiding in de kunstfilosofie.
Vierde druk, 2007
Tien westerse filosofen, redactie Machiel Keestra.
Publicatie van de Universiteit van Amsterdam.
2000
Een van de artikelen is:van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan.
Reflecties op schilderkunst
Tijdens je vakantie op Kreta of Rhodos realiseer jeniet altijd wat een enorme geschiedenisdeze eilanden achter zich hebben.Ik werd daar nog eens op gewezen toen ik gisteravondeen passage las uit de Ilias van Homerus.Ik ben niet dat hele boek aan het lezen maar ik lees hetmeest recente boek van Umberto Ecoen daarin wordt dit werk geciteerd.In de Ilias wordt een enorme opsomming (lijst) opgenomenmet legeraanvoerders, het aantal schepen,de afkomst van de bemanning enz.
Umberto Eco, De Betovering van lijsten, Vertigine della lista.
Ik lees dit prachtige boek in het Nederlands en over de Griekse eilanden staat er dan:Roemrijke speerheld Idomeneus leidde het volk der Kretenzerszij die het stevig ommuurde Gortyna en Knossos bewoonden,Lyktos, Miletos en schitterend krijtwit liggend Lykastos,Faistos en Rhytion, prachtig gelegen, welvarende stedenen de bevolking der honderd andere steden van Kreta.…Herakles’ grote en dappere zoon Tiepolemos leidde eennegental schepen uit Rhodos, bemand met dappere strijders,zij die verspreid over Rhodos een drietal steden bewoonden:Lindos en Lalysos en ’t schitterend krijtwit Kameiros.Homerus, Ilias, boek 2, versen 455 – 760.Boek 2 is de opsomming van de krijgsmachten in de Trojaanse oorlog,een heel oud vpprbeeld van een lijst.
Woordenlijstje (niet compleet)
|
Bale-Bale |
Indonesische ligbank. |
|
Brandal |
Ondeugende jongen, oproerling, Indische muiter. |
|
Dessawoningen |
Woningen van lokale bevolking. Typisch klein en zonder veel voorzieningen. |
|
Djongos |
Inlandse huisbediende. |
|
Doekoen |
Traditionele medicijnman, -vrouw, die een groot aanzien geniet binnen de dorpsgemeenschap. Middels natuurgeneeskunde, met kruiden en massage, soms ook hypnose en geestenbezwering wordt de patient behandeld. Ook wordt de doekoen geraadpleegd bij alle belangrijke gebeurtenissen |
|
Kainstof |
Een kain is een ,,gebatikte of geweven doek,die om het onderlijf gewikkeld en met behulp van een ceintuur of band vastgezet wordt dan wel een algemene term voor geweven (gebatikte) doek of kledingstofxe2x80x9d. (bron Ewoud Sanders, NRC) |
|
Karbouw |
Waterbuffel |
|
Katjang |
Algemene naam voor peulvruchten. |
|
Oeroeg |
De letterlijke betekenis van de naam xe2x80x9cOeroegxe2x80x9d is xe2x80x9caltijd een vreemdexe2x80x9d. Bron: Truijens (2004). Hella S. Haasse, p. 19 |
|
Pantjoran |
Kunstmatige waterval bij een dessa (vertaling komt uit een tekst van Hella S. Haasse, ik kan het woord verder niet vinden op internet) |
|
Pikolans |
Draagstok |
|
Rijk van Mataram |
Twee maal bestond er op Java een rijk van Mataram. De laatste maal legde Jan Pieterszoon Coen de heerser zijn wil op en zouden opeenvolgende heersers tegen elkaar worden uitgespeeld door de Hollanders zodat hun macht verdween. |
|
Sawa |
Rijstveld |
|
Slendangs |
1. Traditioneel kledingstuk voor mannen en vrouwen. Het is een, meestal gebatikte, doek die om de heupen wordt geslagen |
|
2. Draagdoek (voor klein kind). |
|
|
Topi |
Mohammadaans hoofddeksel. |
|
Warong |
Indonesische open winkel. |
Niet te vinden op het internet:
Neneh Kombel (alleen in teksten die direct verband houden met Oeroeg),
tambleang struik, Abdullah Harudin (alleen in recenties van Oeroeg),
Pasar Baroe (alleen als een specifieke winkelstraat niet als een algemeen begrip),
Harsono Koesoema Soedjana.
De meeste recenties over Oeroeg vertellen je het hele verhaal
in de vorm van een samenvatting.
Ik laat in deze log de tekst zelf spreken en geef soms
een toelichting waarom ik de tekst hier heb opgenomen.
Soms ook niet.
Ik heb het boek gelezen en gelijkertijd aantekeningen in het boek gemaakt.
Die heb ik de afgelopen dagen uitgetikt.
Het resultaat zie je hier.
Geen wetenschappelijke analyse, gewoon een lezer en wat hem opvalt.
Het verhaal speelt zich gedeeltelijk af in Sukabumi.
Dat is een plaatsnaam die ik ook vond in Wikipedia:
Sukabumi
Sukabumi is een stad in de provincie West-Java, Indonesie met 243.068 inwoners (2000) en een oppervlakte van 48 kmxb2. Letterlijk betekent dit ‘houden van het land’. Sukabumi (in de spelling tot 1972 Soekaboemi) is de hoofdstad van het regentschap (kabupaten). Sukabumi en is gelegen op ongeveer 150 kilometer ten zuiden van de hoofdstad Jakarta en op ongeveer 70 kilometer ten westen van Bandung.

Sukabumi sawa’s.
Oeroeg was mijn vriend (pag. 5)
Misschien prikkelt mij zijn onherroepelijk, onbegrijpelijk anderszijn, dat geheim van geest en bloed, dat voor kind en knaap nog geen problemen opwierp, maar dan nu des te kwellender schijnt. (pag. 6)
Een van de centrale thema’s van het boek gaat over de cultuurverschillen
tussen de Indonesische bevolking die in de Preanger bestond
uit Javanen, Sundanezen, en de koloniale Hollanders.
Hella S. Haasse beschrijft dat mooi vanuit het perspectief van iemand
die dat aan den lijve heeft meegemaakt
en tegelijk wijst ze op de kinderlijke, naieve beleving
van de ik-figuur van dit verschijnsel.
Zij zagen de dingen op verschillende manier en spraken elkanders taal slechts haperend, maar onder het peignoir en sarong zwol in beider schoot hetzelfde wonder. (pag. 6)
Vaak kom je passages tegen die mooi de situatie beschrijven
maar met een taal die mensen van vandaag niet meer gebruiken.

Rondom waren lichte, helkleurige vlekken, rood, geel en oranje, die in de wind heen en weer bewogen; in later jaren wist ik dat dit de canna’s waren, dicht opeengepakt op het achtererf. Oeroeg en ik zochten tussen het grind naar de enigszins doorschijnende steentjes, die inlanders wel polijsten tot ze op halfedelstenen lijken. De lucht was vol van het gezoem van insecten, woudduiven roekoeden in hun aan bamboestaken opgehesen kooien achter de bediendenkamers. Een hond blafte, kippen stoven kakelend weg over het erf, en bij de put klonk het plassen van water. De wind die van de bergen kwam was koel, en voegde een vage rooklucht mee van de verderop gelegen dessa’s. Mijn moeder schonk ons vanillestroop in kleurige glazen rood voor mij, groen voor Oeroeg. Het ijs tinkelde tegen de rand. Nooit kan ik de geur van vanille opsnuiven zonder dat dit beeld in mijn bewustzijn terugkomt Oeroeg en ik, aandachtig drinkend, op de met steentjes bezaaide stoep het wuiven van varens en bloemen in de wind, en alle ochtendgeluiden op het zonnige erf. (pag. 7)

Bijna in alle recensies die ik zag komt het terug:de beschrijvende kwaliteiten van de schrijfstijl van Hella Haasse.
Als je Oeroeg leest kun je er niet omheen.
Veel mensen reageren er op met mooi maar wel vaak en langdradig.
Toch hoort het in het boek.
Een thema dat bijna de gehele Nederlands-schrijfcultuur-over-Indie beheerst is heimwee.
Heimwee naar de natuur, de ongecompliceerde levensstijl
met exotisch eten en bedienden, de mystiek,
de kleuren en geuren, het landschap.
Dat speelt bij de koloniale Hollanders een grote rol.
Dus ook in Oeroeg.

Wij waren toen allebei omstreeks zes jaar oud. Ik was langer, maar Oeroeg scheen volwassener, met zijn gespierd mager lichaam. De lijn die van zijn schouderbladen neerliep tot naar zijn smalle, opzij wat afgeplatte heupen, had al dezelfde nonchalante soepelheid die waar te nemen viel bij de opgeschoten knapen en jonge mannen, werkend op fabrieksterrein en sawa’s. Met zijn lenige tenen kromgetrokken, balanceerde hij ineengedoken op stenen en boomtakken, zekerder van zijn houding dan ik, en sneller reagerend bij verlies van evenwicht. Toen ging ik nog zo op in onze spelen dat ik me deze dingen maar vaag bewust was. (pag. 8)
Oeroegs gezicht was plat en breed als dat van zijn moeder Sidris, maar zonder de trek van zachte vrolijkheid, die het hare zo aantrekkelijk maakte. (pag. 9)
Gewoonlijk amuseerde hij zich om andere dingen dan ik. (pag. 9)
De maanden verstreken en er werden toebereidselen gemaakt voor het schoolgaan. (pag. 17)
Dat zeg je niet meer!

Als ik nu terugkijk op onze lagereschooltijd, schijnen de dagen van al die jaren samen te vloeien tot een beeld, waarschijnlijk omdat dezelfde indrukken elkaar onveranderlijk, regelmatig opvolgden. Steeds, in de vroege ochtend, de autorit naar het stationnetje, dat een halfuur gaans van de onderneming lag. Gras en loof glinsterden van zware dauw, de zon was nauwelijks op, over alles hing nog een blauwe morgennevel. Inlanders droegen fruit en andere waren voor tijdige verzending naar het station; gebogen onder de last van hun pikolans bewogen zij zich in ritmische sukkeldraf over de weg. Een landbouwer dreef karbouwen naar de sawa, geholpen door kleine jongens, die onder het uitstoren van schelle kreten de dieren op de grasberm hielden. Oeroeg kende sommige van hen en schreeuwde, hangend uit de auto, een groet. Van tegengestelde richting kwamen theepluksters en werkvolk voor de onderneming, bij groepen tegelijk. De vrouwen keken naar ons om, lachend vanonder de plooien van hun slendangs, die zij om het hoofd gewonden droegen. Kleine kinderen, honden en kippen liepen toe vanuit dessawoningen, verscholen in de schaduw onder hoog geboomte. Altijd heerste op het station dezelfde drukte. Er stonden manden opgestapeld, het was er vol mensen die op de eerste trein wachtten, een warong bood gelegenheid tot het nuttigen van een vroege maaltijd. Vaak bezweken Oeroeg en ik voor de verleiding van een portie roedjak, onrijp fruit met een scherpe saus, de we haastig opslurpten uit een gevouwen blad. Dan kwam de trein binnen: de kleine berglocomotief met zijn sleep van wagons zonder ramen. In de wagons waren houten banken en de lengte geplaatst. Hoewel Oeroeg en ik tweede klas mochten reizen, verkozen wij de drukke wagons, waar wij vaak een vrucht of een handvol katjang kregen en waar steeds iets te horen of te zien viel. Van dat traject door het bergland van de Preanger ken ik iedere steen, iedere telegraafpaal, iedere brug. Met gesloten ogen zou ik het landschap aan weerskanten wan de ramen kunnen tekenen: de afdalende terrassen van de rijstvelden, de dichtbegroeide, kegelvormige heuvels, die verderop overgingen in blauwe bergkammen, de oogsthuisjes op het veld, de dessawoningen tussen bamboebosjes, van tijd tot tijd een witgepleisterd stationsgebouwtje, waar groepen marktgangers met hun waar stonden te wachten. (pag. 29-30)

Karbouw in Indonesie.

Slendang.

Man met een pikolan op zijn schouder.
Ondanks dat hierboven staat: ‘Met gesloten ogen
zou ik het landschap aan weerskanten wan de ramen kunnen tekenen’,
zal aan het eind van het boek de ik-figuur
zijn ouderlijk huis voorbij rijden en de route niet meer herkennen.
en voor ons, voorbij de kale, steenachtige helling van het bergzadel, over de boomtoppen van het daar beneden gelegen oerwoud heen zichtbaar, het afdalende bergland, in alle schakeringen van blauw, grijs en groen, met scherp getekende schaduwplekken in de kloven en ravijnen, en nog dieper omlaag rondom, naar de horizon toe verdwijnend in nevels van hitte, de vlakte, waarover de voortdrijvende wolken grote schaduwen wierpen. (pag. 42)
Lange zinnen, veel leestekens, maar wat een landschappen!
Mooi woord: bergzadel, maar wat is het?
Hij hurkte wat dichter bij het vuur en trok de gestreepte deken om zijn schouders. Zijn gebaren bij dit alles waren zo plechtig, als gold het een ceremonie. Hij sprak zacht en zonder de nuances in stemvolume en intonatie, die je in het algemeen onafscheidelijk verbonden acht aan het begrip goed vertellen. Maar nooit heb ik een manier van verhalen doen zo boeiend gevonden las die van Ali. Zijn stem had dezelfde kwaliteit als de nachtstilte rondom, de toon van de watervallen in het bos, van de wind in de boomtoppen. Zonder de minste inspanning van onze kant konden wij ons wanen in die schemerige wereld van dierenfabels en mythen van halfgoden en wonderwezens. (pag. 43)
Oeroeg verstond Hollands en kon het lezen, maar werd door een soort schaamte weerhouden om zich in die taal uit te drukken. (pag. 45)
Tijdens deze gezamenlijke spelletjes werd ik me voor het eerst in mijn leven ten volle bewust van het feit dat Oeroeg in de ogen van anderen een ‘inlander’ was en niet een inlander zoals Harsono Koesoema Soedjana, die bij ons in de klas zat en wiens vader regent was, maar een dessajongen, de zoon van een ondergeschikte van de onderneming. Het verschil was er, in e lichte commandotoon die mijn gasten tegen Oeroeg bezigden, in het gebiedend ‘Ajo!’ waarmee zij hem in het spel tot opschieten aanmaanden. Maar wat mij een kleur van ergernis deed krijgen, scheen Oeroeg nauwelijks te raken. Slechts eenmaal zag ik zijn zijdelingse, als het ware naar binnen gekeerde blik, en een haast onmerkbaar verstrakken van zijn gezicht en houding, toen een van mijn klasgenoten zich, waarschijnlijk meer uit baldadigheid dan met boosaardige bedoeling, een lelijk Soendanees scheldwoord aan Oeroegs adres liet ontvallen.Na dit incident trok Oeroeg zich geleidelijk terug; gedurende de rest van de middag vergenoegde hij zich ermee zittend op de balustrade van de achtergalerij naar ons te kijken. Toen ik xe2x80x99s avonds, na het wegbrengen van mijn gasten terugkwam, vond ik hem nergens. Het was de eerste maal dat ik niet wist waar hij was, of wat hij deed. (pag.50-51)
Cruciale tekst in Oeroeg.
De ik-figuur ontdekt de ongelijkheid in de Indonesische maatschappij
en zijn eigen plaats daarin.
Hier ligt een heel diep probleem.
Hollanders blijven maar napraten over hoe mooi het er allemaal was
maar zijn gelijktijdig actief betrokken bij het organiseren
en in stand houden van de ongelijkheid.
De ik-figuur blijft hier een toeschouwer
en je kunt de vraag stellen wat voor een vriend hij eigenlijk was.
Ik struikelde over mijn woorden. Ik vrees dat mijn verhaal verward was, maar hoe kon ik in weinig woorden uitleggen wie en wat Oeroeg was? Oeroeg was mijn vriend, vrijwel sinds mijn geboorte het enige levende wezen in mijn omgeving met wie ik iedere fase in mijn bestaan, iedere gedachte, iedere gewaarwording gedeeld had. En dat niet alleen. Oeroeg was meer. Oeroeg betekende- hoewel ik dat toen niet onder woorden kon brengen- het leven op en om Kebon Djati, de bergtochten, het spelen in de tuinen en op de stenen in de rivier, het reizen met de trein, het schoolgaan- het abc van mijn kinderleven. (pag. 54)
Lida was een vrouw die geen omwegen kende. Zij had wat Oeroeg en ik later jaren de groene-zeepmentaliteit plachten te noemen- geen fantasie, geen begrip voor of zelfs maar geloof in het bestaan van dingen die zij zich niet kon voorstellen, een onuitroeibare argeloosheid, die haar telkens weer opnieuw de dupe deed zijn. Zij was burgerlijk zonder bekrompenheid, streefde naar goedzijn in christelijke zin zonder bigotterie. Zij mat iedereen en alles met de maatstaven van haar eigen brandheldere, volstrekt on-imaginatieve, praktische geest. Al deze eigenschappen kregen iets aantrekkelijks door het feit dat zij geen vooroordelen kende en uiterst eerlijk was. Het spreekt vanzelf dat zij in de omgang met inheemsen. vooral bedienden en leveranciers, weinig geluk had. Haar zin voor loyaliteit, haar neiging om door middel van logisch en geduldig betoog tot oplossing van conflicten en misverstanden te komen, wekten bevreemding en wantrouwen. Machtsvertoon om prestige te handhaven was haar ten enenmale vreemd. Zij werd, zelfs door goedwillend personeel, bestolen en bedrogen, louter en alleen ten gevolge van het ontbreken van wederzijds begrip. De steeds wisselende reeks bedienden was zich dit wel bewust, maar Lida niet. (pag. 57)
Oeroegs fijne bouw, zijn grote ogen, waarvan de pupillen als inktspiegels dreven op het blauwige oogwit, en die scherp omlijnd waren als de ogen van een wajangpop, zijn brede, maar goedgevormde monden zijn hele houding, een mengeling van ironische terughoudendheid en verlegenheid, bekoorden Lida. (pag. 58)

Wajangpoppen.

Grote schuimige wolken, aan de onderkant afgeplat, als dreven zij op glas, trokken voorbij in de helle middaghemel. Het groen op de berghellingen tintelde van het licht. Rondom heerste de loom makende stilte, die gedurende de warmste uren het land als uitgestorven doet zijn. Alleen het ver verwijderde blaffen van een hond en het eentonige geluid van de karbouwenklokjes kwam tot ons van over de velden. Er was geen mens op de weg of op de sawa’s, en ook tussen de theestruiken in de tuinen hoger op de berg zagen wij nergens de gekleurde hoofddoeken van de pluksters tussen het groen. Aan de struiken langs de berm schitterden honderden schermvormige tambleangbloempjes, in alle schakeringen van roze, rood en donkeroranje, onder een zweem van vlinders. (pag. 64)
Prachtige beeldspraak: pupillen als inktspiegels,
wolken als drijven ze op glas.
Wij gooiden onze kleren op een hoop tussen het groen, en daalden af in het frisse, glasheldere water. Werkelijk zwemmen was niet mogelijk in de komvormige poelen tussen de stenen. Wij gooiden ons telkens languit in het water, of leunden ruggelings tegen de schuimende watervalletjes, die van de trapsgewijs samengeworpen rotsblokken omlaag stortten. Honderden malen hadden wij ons zo verfrist, gedurende de jaren die wij op Kebon Djati doorbrachten. Deze onvoorwaardelijke overgave aan het bruisende, klaterende water, het opspringen en neerplonzen tussen de stenen, de talloze aan het baden verbonden spelletjes hadden steeds tot de meest intens doorleefde dingen van onze kindertijd behoord. Met iets als teleurgestelde verbazing merkte Oeroeg en ik echter bij deze gelegenheid dat wij van het baden in de rivier niet meer onverdeeld genoten. Misschien is dat te sterks uitgedrukt. Beter zou ik het zo kunnen zeggen: het baden was op dat moment- en zou in de toekomst blijven- niet meer dan een verfrissende onderdompeling, een handeling, voortvloeiende uit de allesoverheersende behoefte aan afkoeling- zodra dit verlangen bevredigd was, bestond er voor ons beiden feitelijk geen reden meer om in het water te blijven. Hoewel wij ons hiervan wel bewust waren, spetterden wij, uit gewoonte, en waarschijnlijk ook uit een soort schaamte ten opzichte van elkaar, nog een tijdlang rond, maar zonder iets dat op onze vroegere spontane watervreugde leek. Het verschil was dat wij het zwemmen, de rivier, het flonkeren van de stroom, met andere ogen zagen, met ogen die niet meer in staat bleken de rexc3xable wereld als een wereld van wonderen te zien. Verdwenen waren het toverrijk waarin wij helden en ontdekkingsreizigers waren gewest. De schemerige grotten bleken niets naders te zijn dan schaduwplekken onder het laag neerhangende loof aan de oever, het jachtgebied van rotsplateaus en onoverbrugbare stroomversnellingen alleen een smalle bergrivier, kabbelend door haar bedding van grind en grotere rotsblokken. Krabben en waterjuffers schoten in onveranderlijk lokkende kleurschakeringen weg en boven de oppervlakte, maar prikkelden onze fantasie niet meer als vroeger, hoewel we er, uit een soort sportiviteit, jacht op maakten. Terwijl wij languit op een platte steen lagen te drogen, flitste de werkelijke betekenis van deze veranderingen door mij heen. Ik keek naar Oeroeg en zag in zijn blik dezelfde ontdekking. Er was iets voorbij. Wij waren geen kinderen meer. (pag. 65 en 66)
Hele uitgebreide mooie beschrijvingen.In moderne literatuur zou dat niet meer zo gaan.
Maar daar moet je een boek niet op beoordelen,
dat is de crooner Sinatra vergelijken met rapper 2PAC.
Zijn topi droeg hij niet meer. Toen ik er naar vroeg, maakte hij een ongeduldig gebaar, en klakte met de tong. ‘Ik ben geen mohammedaan,’zei hij later verklarend. (pag. 70)

Man met topi op zijn hoofd.
Het vervulde mij met diepe verbazing te merken dat Oeroeg zijn best deed voor een halfbloed door te gaan. Ik wist dat hij voor deze bevolkingsgroep altijd een aan afkeer grenzende geringschatting had gevoeld. Maar zijn verlangen om zich met de Europese wereld te assimileren was zo groot dat hij zelfs deze concessie scheen te kunnen doen. De overgang van de ene levenssfeer in de andere werd hem vergemakkelijkt door het wonen bij Lida en door het bijna onafgebroken contact met zijn schoolkameraden, die voor zeker vijfenzeventig procent van gemend bloed waren en behoorden tot een groep die al even hardnekkig naar westerse allure streefde. (pag. 73-74)
Oeroeg stond mij op te wachten aan de uitgang van het station, evenals ik gekleed in een lange witte broek. Zijn gezicht was smaller dan ik het me herinnerde, en vaster van contouren. Ik zag bijna dadelijk dat hij zijn topi weer droeg. Hij stond, wat doorzakkend in een heup, met de handen in de zijden, onbeweeglijk te staren naar de doorgang bij de controle. Toen hij mij zag, kwam hij langzaam en nonchalant naar mij toe om mij te begroeten. Het scheen me een ogenblik dat ik hem niet kende. De beweeglijke jongen met zijn Amerikaanse linnen schoenen en wat opzichtige poloshirt, met zijn braniemanieren en zijn snelle, zijdelingse blikken, waarin zowel verlegenheid als heimelijke spot kom schuilen, had plaats gemaakt voor deze ernstige jonge inlander, volwassener dan ik het was, en vervuld van een nieuw en ditmaal volkomen harmonisch zelfbewustzijn. Ik wist niet dadelijk een houding ten opzichte van hem te vinden. (pag. 91)
Ik had plotseling het gevoel als was dit een moment waarop zij lang gewacht hadden. Zij wilden de kaarten openleggen voor een tegenstander. Ik was voor hen op dat ogenblik het symbool, de personificatie van iets waartegen zij zich met inzet van hun hele persoonlijkheid gekeerd hadden. Ik dwong mezelf om het besef van de werkelijkheid, dat me in deze stille achtergalerij dreigde te ontglippen, vast te houden. ‘Wat bedoel je?’ vroeg ik aan Oeroeg. ‘Dat ik mijn hand niet wil ophouden bij het Nederlandse gouvernement,’ antwoordde hij effen. ‘Ik heb jullie hulp niet nodig.’ ‘Jullie?’ zei ik, terwijl het bloed me naar het hoofd steeg, want nu drong de betekenis van zijn woorden tot mij door. ‘Je houdt wel je hand op bij Lida.’ ‘Lida denkt zoals wij,’ zei Oeroeg trots. Van het een kwam het ander, en er ontspon zich een debat, waarin ik me tot een verdedigende houding moest bepalen, omdat de materie me vreemd was. Ik wist weinig of niets van de nationalistische stromingen, van de wilde scholen, van het gistingsproces dat zich in bepaalde lagen van de inlandse maatschappij voltrok. Ik luisterde zwijgend naar een stortvloed van beschuldigingen en verwijten, die Oeroeg en Abdullah, nu pas werkelijk in vuur en vlam, richtten tegen het gouvernement, tegen de Nederlanders, tegen de blanken in het algemeen. Ik geloofde dat veel van hun beweringen slecht gefundeerd of onrechtvaardig waren, maar ik beschikte niet over de argumenten om ze te weerleggen. Mijn verbazing steeg met de minuut, want Oeroeg bleek in het nieuwe milieu van progressieve studenten en jonge agitatoren tot een redenaar uitgegroeid te zijn. ‘De dessaman, het gewone volk, is met opzet stom gehouden,’ zei hij fel, terwijl hij mij, over de tafel leunend, strak aankeek. ‘Jullie hadden er belang bij om de mensen te beletten zich te ontwikkelen. Maar dat is nu voorbij. Daar zullen wij voor zorgen. Ze hebben geen wajangpoppen nodig en geen gamelan en geen bijgeloof en geen doekoens’ we leven niet meer in het Rijk van Mataram, en Java hoeft niet te lijken op een prentje van een ansichtkaart voor toeristen. Wat moeten we met al die ballast. De Boroboedoer is ook maar een hoop oude stenen. Laten ze ons fabrieken geven, en oorlogsschepen en moderne klinieken en scholen, en zeggenschap over onze eigen zaken. Terwijl Oeroeg zo zat te betogen en met bewegingen van zijn gebalde linkervuist zijn woorden nog beklemtoonde, zag ik rondom mij de starende gezichten van de anderen, als in een droom. (pag 94, 96, 96)

Boroboedoer, Borobudur.

Gamelan.
De scheiding tussen hun wereld en de mijne was volkomen. (pag. 97)
Als het waar is dat er voor ieder mens een landschap van de ziel bestaat, een bepaalde sfeer, een omgeving, die responsieve trillingen oproept in de verste schuilhoeken van zijn wezen, dan was, en is, mijn landschap het beeld van berghellingen in de Preanger: de bittere geur van de theestruiken, het klateren van heldere stroompjes over steenblokken, de blauwe wolkenschaduwen over het laagland. (pag 98)
Toen ik mij ervan bewust werd dat ik vergeten had naar het huis te kijken, wist ik tegelijkertijd dat het er niet meer stond. (pag. 100)
Er viel een schaduw naast mij op de grond. Ik draaide mij om en zag een inlander staan, in vuile kaki.shorts, met een hoofddoek van kainstof slordig geknoopt om zijn verwarde haar. Hij keek mij aan, met een felle, en toch blinde blik, en beduidde mij dat ik mijn handen moest heffen voor de dreiging van zijn revolver. ‘Oeroeg,’zie ik, halfluid. De woudduif vloog klapwiekend op uit de bomen. (pag. 102)
Het is overbodig toe te geven dat ik hem niet begreep. Ik kende hem, zoals ik Telaga Hideung kende, een spiegelende oppervlakte. De diepte peilde ik nooit. Is het te laat? Ben ik voorgoed een vreemde in het land van mijn geboorte, op de grond waarvan ik niet verplant wil zijn? De tijd zal het leren. (pag. 105)
Het aantal komma’s in dit boek is enorm.
Dat tonen bovenstaande stukjes tekst zeker aan.
Het is een goed boek, niet fantastisch.
Goed om voor een tweede keer te lezen.
De eerste keer dat ik het las, las ik het op de middelbare school.
Het stond op de lijst.
Toen had ik een hekel aan het boek.
Ik weet niet waarom maar het was zo.
Nu heb ik met veel plezier dit cadeautje van de openbare bibliotheek gelezen.
Veel plezier!

Bale-Bale.
Op een eerdere log stelde ik al terloops de vraaghoe Indonesiers van vandaag de dag het boek Oeroeg zullen ervaren.Op het internet bij De Groene Amsterdammer vond ik in een artikelover Oeroeg en Hella S. Haasse een stukje over een reis,eerder dit jaar gemaakt door de verslaggeefster eneen aantal andere mensen waaronder Hella S. Haasse naar Indonesie.Tijdens dit bezoek aan Indonesia werden zes studenten in Jakartagevraagd hun mening te geven over het boek.Interessant om te lezen en daarom herhaal ik het hier:
Wat vinden de Indonesische lezers van Oeroeg?Het is een spannende bijeenkomst in het Komunitas Salihara, een open en modern cultureel instituut in Jakarta. Spannend vooral omdat de zes uitgenodigde studenten, allen studerend aan de University of Indonesia xe2x80x93 filosofie, geschiedenis, politicologie xe2x80x93 zich liever in het Indonesisch uitdrukken dan in het Engels. Een van de jongens, breed goeiig gezicht, steekt van wal, met een heuse Powerpoint-presentatie in de rug. xe2x80x98Oeroeg en het beeld van de native in koloniale tijdenxe2x80x99 heet zijn betoog. Daarna zal een tolk het werk moeten doen. De jongen vertelt dat hij Oeroeg net heeft gelezen, de avond ervoor. Vervolgens bouwt hij de spanning op door het boek tamelijk vlekkeloos, en in ieder geval neutraal, samen te vatten. Wij Nederlanders op de eerste rij zouden het wel uit zijn mond willen trxc3xa9kken: maar wat vind je er zelf van?Willem Nijholt, de officixc3xable lofredenaar van Oeroeg, en reeds op Java wegens filmwerkzaamheden, had het gisteren al gezegd, naar aanleiding van de vragenstellers in het publiek in het Erasmushuis: de Indonesixc3xabr is beleefd, en komt dus langzaam to the point.
Komunitas Salihara.
Het toenemend hartstochtelijke betoog van de student raakt inmiddels doorspekt met immer herkenbare termen als xe2x80x98kapitalistischxe2x80x99 en xe2x80x98revolutionairxe2x80x99. Even pauze, opdat de tolk ons kan inlichten.Droogjes spreekt hij in de microfoon: xe2x80x98Itxe2x80x99s a very interesting book.xe2x80x99 Het kapitalisme en de revolutie zijn lost in translation.
Compilatiefoto van het Erasmushuis in Jakarta met tulpen in een rijstveldenuitzicht.
Het is oneindig jammer dat het zo doorgaat met de leeservaringen van de andere studenten. Zo strijdvaardig als ze klinken, en zo giechelig en subversief als ze onderling zijn, de tolk strijkt alles glad. Exc3xa9n term komt echter herhaaldelijk bovendrijven: de xe2x80x98mooi-Indixc3xabxe2x80x99-attitude. Het wordt een beetje duidelijk: Oeroeg beschouwen zij als een exponent van die mooi-Indixc3xab-attitude. Waarmee ze doelen op de neiging het mooie te laten zien, van de bergen, van de natuur. Ondertussen wordt niet getoond wat er xe2x80x98echtxe2x80x99 gebeurde met de mensen. Tegelijkertijd verdient Haasse in hun ogen alle respect. Want, zoals de ideoloog van het gezelschap xe2x80x93 smal gezicht, brilletje xe2x80x93 het verwoordt: zij wil dat de menselijkheid overwint. Zij wil niet dat culturele verschillen conflicten tot gevolg hebben. Wat niet wegneemt dat ze het niet over Indonesixc3xab heeft, maar over Nederlands-Indixc3xab. En dat is voor hen definitief verleden tijd, zoveel wordt duidelijk.xe2x80x98De schrijfster heeft een heel simpele manier om te zeggen hoe de ideale maatschappij eruitzietxe2x80x99, zegt een van de jongens, dikke paardenstaart in de nek. xe2x80x98Er zijn nu eenmaal verschillen tussen mensen, die moet je niet verdoezelen.xe2x80x99De ideoloog: xe2x80x98In plaats van dat ze beschrijft hoe het echt zit, neemt de schrijfster haar toevlucht tot heavy exotism.xe2x80x99xe2x80x98Oeroeg was mijn vriendxe2x80x99, citeert een Frans studerende jongen xe2x80x93 La peste van Camus is zijn lievelingsroman xe2x80x93 de openingszin. Om er wijsneuzig aan toe te voegen: xe2x80x98Maar in hoeverre is dat vriendschapsgevoel wederzijds? Oeroeg zelf zegt amper wat in dat boek.Marja Pruis / De Groene Amsterdammer
Hieronder volgt een beknopt overzicht
van een aantal belangrijke momenten
uit de geschiedenis van Nederlands-Indixc3xab.
Deze tekst is afkomstig van de Bibliotheek Lek & Ijssel en Bibliotheek Nieuwegein
Periode 1595 – 1800
|
1595 |
In navolging van de Portugezen varen de eerste Nederlanders naar Indonesixc3xab om handel te drijven |
|
1602 |
De Verenigde Oost-Indische Compagnie wordt opgericht. De VOC krijgt het monopolie op de handel naar het Verre Oosten |
|
1617 |
Jan Pietersz. Coen benoemt tot gouverneur-generaal van de VOC |
|
1619 |
Jan Pietersz. Coen verwoest Jacatra en sticht Batavia (hoofdstad Eilandenrijk) |
|
1795 |
Frankrijk bezet Nederland |
|
1799 |
VOC failliet |
Periode 1800 – 1900
|
eind 18e / begin 19e eeuw |
Frankrijk neemt bezittingen van Nederland in het buitenland over |
|
1811 |
Engeland (in oorlog met Frankrijk) verovert Java en grote delen van de rest van Indonesixc3xab |
|
1815 |
Slag bij Waterloo: einde van de oorlogen tussen het Frankrijk van Napoleon en de rest van Europa. Engeland geeft de Nederlandse bezittingen in Indonesixc3xab weer terug. Indonesixc3xab wordt voortaan Nederlands-Indixc3xab genoemd |
|
1831 |
Het Cultuurstelstel wordt ingevoerd. De bevolking moet op een deel van de grond speciale gewassen verbouwen t.b.v. de Nederlandse staat (koffie,suiker,indigo) |
|
1870 |
Afschaffing van het Cultuurstelsel |
Periode 1900 xe2x80x93 1963
|
Rond 1900 |
Veel opstanden van de lokale bevolking tegen de Nederlanders |
|
1908 |
Laatste Bali-oorlog. Nederlands-Indixc3xab voor het eerst xc3xa9xc3xa9n geheel |
|
Begin 20e eeuw |
Oprichting van verenigingen en later politieke partijen die streven naar onafhankelijkheid en vrijheid |
|
1927 |
Oprichting van de PNI ( Partai Nasional Indonesia), de partij van Soekarno |
|
1930 |
Soekarno wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar |
|
Jaren ’30 |
Economische crisis. Veel ondernemingen in Nederlands-Indixc3xab moeten inkrimpen en ontslaan werknemers. Lonen van de ambtenaren achteruit. Hongersnoden onder de inlandse bevolking |
|
1940 |
Stopzetting van de export uit Nederlands-Indixc3xab (o.a. rubber en olie) naar Japan (toen Japan bondgenoot werd van Duitsland in de Tweede Wereldoorlog) |
|
1941 (dec.) |
Japan valt de Amerikaanse vlootbasis Pearl Harbour in Hawaxc3xaf aan. Amerika verklaart Japan de oorlog. Nederland verklaart Japan kort daarna de oorlog |
|
1942 (jan.) |
Japanse inval in Indonesixc3xab |
|
1942 (feb.) |
Slag in de Javazee. Nederlandse, Engelse, Australische en Amerikaanse schepen worden verslagen door de Japanners |
|
1942 (mrt.) |
De Nederlands-Indische regering geeft zich over. 91.000 militairen worden krijgsgevangenen. Nederlandse mannen moeten als dwangarbeider werken aan de Birmaspoorweg |
|
1945 (aug.) |
De Amerikanen gooien atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. Japan geeft zich over |
|
1945 (aug.) |
Soekarno en Hatta roepen eenzijdig de onafhankelijkheid uit van Indonesixc3xab |
|
1946 |
Linggadjati-akkoord (genoemd naar het bergdorpje op Java waar vertegenwoordigers van beide regeringen bij elkaar komen): Nederland erkent de macht van de Republiek op Java en Sumatra. Naast de Republiek Indonesixc3xab blijven de deelstaten Borneo en Oost-Indixc3xab bestaan, en allemaal samen vormen zij met Nederland de “Nederlands- Indonesische Unie” |
|
1947-1948 |
Politionele acties. Velen (binnen de Nederlandse regering en de Indonesische regering) zijn het niet eens met het Linggadjati-akkoord. Nederland voelt zich in het nauw gedrongen en gaat over tot de eerste politionele actie: Nederlandse militairen bezetten een groot deel van Java en Sumatra. De Verenigde Naties roept op tot een ‘staakt-het-vuren’. Eind 1948 volgt de tweede politionele actie: het Nederlandse leger bezet heel Java en het grootste deel van Sumatra. De regering van de Republiek wordt gevangen genomen. De internationale druk op Nederland wordt opgevoerd |
|
1949 |
Nederland draagt de soevereiniteit over aan de Republiek Indonesixc3xab. Westelijk Nieuw-Guinea blijft Nederlands. Start van de repatrixc3xabring: 300.000 Nederlanders en Indo-europeanen verlaten Indonesixc3xab |
|
1950 |
Staatsgreep op Ambon. De Republiek Zuid-Molukken, RMS (Republik Maluku Selatan), wordt uitgeroepen. Indonesixc3xab stuurt het leger naar de Molukken, de RMS-regering moet vluchten. De RMS blijft bestaan en gaat later in Nederland in ballingschap. |
|
1963 |
Indonesixc3xab neemt het bestuur over in Nieuw-Guinea |