Introductie op Boeddhistische beelden

– over de introductie van Osvald Sirén in ‘Chinesische Skulpturen der Sammlung Eduard von der Heydt’ –

Terwijl ik het boek bekeek in de Universiteitsbibliotheek Leiden
heb ik ook al even naar de introductie gekeken die Osvald Sirén
schreef over de beelden in de collectie van Eduard von der Heydt.
Maar pas vandaag had ik de kans het verhaal goed door te lezen
en samen te vatten.
Het resultaat lees je hieronder:

IMG_9111ChinesischeSkulpturenIntroductionToTheBuddhistSculpturesPage01

Het begin van de introductie.


1. Doel van Siréns inleiding

Sirén wil iconografische basisinformatie vooraf geven,
zodat hij in de rest van het boek niet telkens dezelfde uitleg hoeft te herhalen.
Tegelijk wil hij studenten die vooral in stijl
en artistieke ontwikkeling geïnteresseerd zijn,
helpen om niet te verdrinken in iconografische details.

Letterlijk staat in de tekst:

…, it seems appropriate to insert a few general remarks here regarding their iconographic and formal characteristics, which may save us from lengthy explanations and repetitions of details in our descriptions of the subsequent examples and make it easier for students who are more interested in art than iconography to concentrate on the artistic merits and the stylistic development of these sculptures.

Om dan te vervolgen:

Practically all their motifs, type-forms, symbols, postures and attributes are of Indian origin, but when these various elements of expression were introduced into China together with Buddhist scriptures, they became gradually modified, a process partly caused by insufficient understanding of their religious import and partly by the fact that the Chinese craftsmen and lay-monks, who are responsible for the production of most of the religious sculptures, were more inclined to transform the newly imported motifs to accord with indigenous traditions of style than to confine themselves to exact reproductions of foreign models.
These conditions have sometimes been the cause of iconographic problems which to us may seem onsoluble.

2. Indiaas oorsprongsmateriaal, Chinees transformatieproces

Vrijwel alle motieven, houdingen, attributen en symbolen
zijn van Indiase oorsprong, maar:

  • Chinese ambachtslieden en monniken begrepen niet altijd
    de religieuze betekenis volledig.
  • Ze waren meer geneigd tot stilistische aanpassing dan tot exacte reproductie.
  • Daardoor ontstonden iconografische problemen
    die voor moderne onderzoekers soms onoplosbaar lijken.

Dit is een cruciale observatie:
Sirén erkent dat iconografie in China niet simpelweg een “kopie” van India is,
maar een proces van culturele absorptie en herinterpretatie.

3. Kenmerken van Chinese boeddhistische sculptuur

Figuren

  • Meestal staand of zittend, alleen of in groepen.
  • Hoofden tonen soms subtiele individualiteit (ogen, mond).
  • Lichamen functioneren vooral als dragers van kleding en sieraden, niet als anatomisch realistische vormen.
  • De behandeling van het lichaam is symbolisch, niet naturalistisch.

Dit is Siréns klassieke formalistische blik:
het lichaam als drager van betekenis, niet als studieobject.

4. Sakyamuni (Gautama)

Houdingen en attributen

  • Zittend of staand op lotus- of leeuwentroon.
  • Uṣṇīṣa (schedeluitstulping) en vaak ūrṇā (voorhoofdsmarkering).
  • Mudrā’s:
    • Staand: abhaya (geen vrees), varada (schenking).
    • Zittend: dhyāna (meditatie), vitarka (onderwijs), dharmacakra (wiel van de leer), bhūmisparśa (aarde-aanraking).
  • Draagt zelden attributen behalve de bedelnap.

5. Andere Boeddha’s

AndereBoeddha's

6. Bodhisattva’s

Uiterlijk

  • Dhoti, soms bovenkleed
  • Sjaal
  • Rijke sieraden
  • Hoofdtooi met diadeem of kroon

Deze vorstelijke, decoratieve stijl maakte de vervrouwelijking van bodhisattva’s in China mogelijk.

Belangrijkste figuren

Avalokiteśvara

  • Emanatie van Amitābha; beschermt de mensheid.
  • Attributen: vaas, lotus, cintāmaṇi.
  • Ontwikkelt zich in China tot Guanyin, een vrouwelijke barmhartigheidsfiguur.
  • In triades: links Guanyin, rechts Mahāsthāmaprāpta (Ta-shih-chih)
    of soms Mañjuśrī (Wenshu).
  • Mañjuśrī: boek, zwaard of rijdend op een leeuw.

Vajrapāṇi

  • Mannelijke krachtfiguur, drager van de vajra (thunderbolt)
  • In China vaak als dvarapala (tempelwachter).

Niet te verwarren met de vier Lokapāla’s, de wereldhoeders van Indiase oorsprong.

7. Overige figuren

Natuurgeesten, demonen, hermieten, monniken.

Deze vormen de randfiguren van het boeddhistische pantheon.

Een kritische noot bij Siréns methodologie

Wat in Siréns inleiding opvalt, is hoe sterk zijn vroege‑twintigste‑eeuwse
formalistische blik de interpretatie van Chinese boeddhistische sculptuur stuurt.
Hij beschouwt vorm als het primaire analytische instrument,
terwijl ritueel, devotie en lokale betekenis vrijwel buiten beeld blijven.
Daardoor verschijnen Chinese kunstenaars in zijn tekst niet
als actieve producenten van religieuze beeldcultuur,
maar als ambachtslieden die Indiase modellen “onvoldoende begrepen”
en daarom “modificeerden”.
Deze woordkeuze verraadt een impliciete hiërarchie:
India fungeert als canonieke oorsprong, China als afgeleide variatie.
Stilistische aanpassing wordt zo gelezen als verlies van betekenis
in plaats van als culturele innovatie.
Zelfs de feminisering van Avalokiteśvara tot Guanyin wordt door Sirén
gereduceerd tot een esthetische drift
— een gevolg van sieraden en kleding —
terwijl het in werkelijkheid een diepgewortelde religieuze en sociale transformatie is.
Siréns tekst blijft daardoor waardevol als inventarisatie,
maar zijn interpretatiekader onthult een eurocentrische en normatieve opvatting
van iconografie die de creatieve autonomie van Chinese makers onderschat.

Tussen Spectre en de Heilige Graal

– over hoe Osvald Sirén de von der Heydt‑collectie in nevelen hulde –

Soms lees je een kunsthistorische inleiding
en heb je het gevoel dat je per ongeluk in een andere film bent beland.
Dat overkwam me vandaag bij Osvald Siréns
Chinesische Skulpturen der Sammlung Eduard von der Heydt (1959).
Ik las delen van het het boek eerder deze week in de
Universiteitsbibliotheen in Leiden.

IMG_9085ChinesischeSkulpturenBoekband

Boekband van Osvald Sirén, Chinesische Skulpturen der Sammlung Eduard von der Heydt (1959). Leiden: NB1042 .Z84 1959.


Wat begint als een keurige inleiding op een catalogustekst,
schuift langzaam op naar een sfeer die ergens zweeft
tussen Spectre uit Never Say Never Again
en de half‑mystieke avonturen van Indiana Jones.

Sirén schrijft over beelden die “zelden in scherp licht” mochten worden gezien,
objecten die “door natuur en mens samen” zouden zijn voortgebracht,
en een “gloed van spirituele inspiratie”
die alleen de ingewijde zou kunnen waarnemen.
Het is taal die tegelijk verheft en verhult
— alsof de collectie niet zozeer bestond uit sculpturen,
maar uit relieken die je alleen in schemerlicht mag benaderen.
En precies in dat halfduister wordt iets zichtbaar:
de collectie van Eduard von der Heydt blijkt geen stabiel geheel,
maar een diaspora van objecten die tijdens en na de oorlog
verspreid raakten over New York, Buffalo, Amsterdam en Berlijn.
Sirén benoemt dat zonder oordeel, maar de toon is die van iemand
die een verhaal probeert te ordenen dat eigenlijk uit losse draden bestaat.
Een verhaal waarin spiritualiteit, esthetiek en geopolitiek elkaar kruisen
— en waarin de verzamelaar zelf soms meer weg heeft
van een filmfiguur dan van een bankier.

De inleiding had ik afgelopen week gefotografeerd, 6 pagina’s.
Hieronder deel ik met je de fragmenten die mij het meest opvielen.

IMG_9104ChinesischeSkulpturenPrefacePage2 01

Fragment van pagina 2 van Preface / Inleiding.


De volgende citaten vielen me op:

…acquired during the war in New York and deposited at the time in the Buffalo Museum of Science, and the small Bodhisattva statuette from Lung-mên, which is still on loan in the museum of Asiatic Art in Amsterdam.

Twee zaken vallen op:

  1. Von der Heydt ging tijdens de Tweede Wereldoorlog door met kopen van Aziatische kunst.
    Blijkbaar vanuit New York.
  2. Er was in Amsterdam een ‘museum of Asiatic Art’.
    Blijkbaar doelt men hier op de verzameling van de
    Koninklijke Vereniging van Vrienden der Aziatische Kunst.

Consequently its general aspect and importance became somewhat different from what they were in the days before the war, when the collection was first made known through two splendidly illustrated catalogues, viz. Karl With, Bilderwerke Ost- und Südasiens aus der sammlung Yi Yuan (Basel 1924), and William Cohn, Asiatische Plastik, Sammlung Baron Eduard van der Heydt (Berlin 1932). Both of these well-known publications contain interesting records about the gradual formation of the collection of Chinese sculptures, but their contents are limited to about half the number of the sculptures which now form the collection, and the tekst is devoted to aestetic rather than to historical conciderations.

Er zijn een tweetal boeken die interessant kunnen zijn:
Karl With met een boek met de intrigerende titel met daarin ‘Yi Yuan’.
Ook William Cohn schreef een boek (dat ik tot nu toe online
vooral vind als een artikel).

More specific data for the historical classification of several important pieces are to be found in Stefan Balazs’ article in Ostasiatische Zeitschrift, 1934, entiteled “Die Inschriften der Sammlung Baron von der Heydt”. A learned sinologue, he here offers complete translations of all the inscriptions on monuments which existed at the time (1934) in the von der Heydt collection.

Er is nog een derde publicatie die interessant kan zijn:
de vertalingen van de Chinese inscripties op de steles door Stefan Balazs.

IMG_9108ChinesischeSkulpturenPrefacePage6

Pagina 6, de afsluiting. Dat Sirén en Von der Heydt vergelijkbare wereldbeelden aanhingen makt deze tekst duidelijk.


They were seldom seen in sharp light or at close range, but more or less as creations produced by nature and man in conjunction. It need hardly be pointed out that sculptures of this kind were rarely executed with the same degree of technical refinement as we are accustomed to look for in the classical sculptures in Europe. Their appeal is not pre-eminently dependent on formal beauty or technical refinement, but rather on something more functional and more difficult to interpret by formal analysis, i.e. a quality of style which may escape the casual observer but which, when at best, tranmits a glow of spiritual inspiration.

Samenvatting van wat ik vandaag ontdekte

De Yi Yuan‑fase van de collectie

De vroege collectie van von der Heydt werd in Amsterdam gepresenteerd
onder de naam Yi Yuan (zoiets als “Tuin van Vreugde / Tuin van Harmonie”).

De naam Yi Yuan was geen spirituele openbaring,
maar een zorgvuldig gekozen Chinees label
waarmee von der Heydt zijn collectie een aura
van verfijning en oosterse authenticiteit gaf.
Het was een vorm van culturele zelfstyling die paste bij de smaak
en de mode van de jaren 1920,
en die later door Sirén werd versterkt met een spiritueel geladen taalgebruik.

Het was geen museum in moderne zin,
maar een reeks zorgvuldig geënsceneerde ruimtes aan de Herengracht,
waar beelden in zacht licht en op afstand werden getoond.
Kunst als innerlijke tempel.

Sirén’s inleiding als spirituele rookmachine

De citaten die ik las zijn veelzeggend.
Sirén verschuift de aandacht van techniek en herkomst
naar “innerlijke kracht” en “spirituele inspiratie”.
Dat is niet alleen een esthetische keuze, maar ook een manier
om de rommelige geschiedenis van de collectie
— oorlogsjaren, verplaatsingen, onduidelijke herkomsten —
te omhullen met een aura van verhevenheid.

De collectie als diaspora

Wat Sirén terloops beschrijft, is eigenlijk een complexe verspreiding
van objecten over meerdere continenten.
Stukken die tijdens de oorlog in New York werden gekocht.
Objecten die in Buffalo lagen.
Een Bodhisattva
(Bodhisattva Maitreya uit de Longmen-grotten, inventarisnummer RCH 166)
die nog steeds in Amsterdam stond volgens Sirén.
En een verzamelaar die na de oorlog alles “weer bij elkaar moest brengen”.

Het is een verhaal dat vraagt om reconstructie — en om kritische vragen.

Nieuwe Amsterdamse lijnen

Vandaag ontdekte ik ook dat:

  • de Asiatic Society in Amsterdam nog steeds bestaat en eigenaar is
    van bijna 2000 objecten waarvan een selectie in het Rijksmuseum
    worden getoond;
  • het Wereldmuseum Amsterdam in mei een tentoonstelling opent over restitutie;
  • er op dit moment een tentoonstelling loopt in het Wereldmuseum Amsterdam, over makerschap en China, die ik binnenkort ga bezoeken.

Het voelt alsof de stad zelf ineens meedoet in het verhaal.

Afsluiting

Wat begon met een paar zinnen van Sirén,
is vandaag uitgegroeid tot een netwerk van lijnen:
Amsterdam, Zürich, New York, Buffalo, de Herengracht, de Asiatic Society,
en de museale discussies van nu.
Het voelt alsof de collectie van von der Heydt niet alleen een historisch object is,
maar een levende vraag:
hoe kijken we, wat zien we, en wat blijft er verborgen in het halfduister?

Kennis achter poortjes

– over een bezoek aan de Universiteitsbibliotheek Leiden –

Het was alweer een tijdje geleden dat ik in Leiden was geweest.
Ik ga er graag naartoe:
RMO, Japanmuseum Sieboldhuis, Hortus Botanicus,
Wereldmuseum Leiden, Museum de Lakenhal— noem maar op.

Maar deze keer voelde het extra spannend:
Ik wilde in de Universiteitsbibliotheek een boek gaan inzien.
Universiteit Leiden is een bastion van kennis:
er is heel veel kennis en die wordt streng bewaakt.

Zodra je het gebouw binnenloopt, word je meteen gestopt door een rij poortjes:
geen account is geen pasje; geen pasje is geen toegang.

Online gaat overigens nauwelijks beter:
Voor elke vorm van boekinformatie heb je een account nodig.
En dat account kun je alleen in Leiden zelf laten aanmaken.
Heb je eenmaal een account, dan betekent ‘online’ iets anders
dan je zou denken.
Je mag materiaal alleen inzien via een computerscherm
binnen het Leidse netwerk.
Niet vanuit huis.

Overigens schijnt deze werkwijze normaal te zijn in de universitaire wereld
— vooral bedoeld om grote uitgeverijen te beschermen

Ik meldde me bij de balie.
Het boek was aanwezig, niet in depot, maar op zaal.
Het boek: Osvald Sirén, Chinesische Skulpturen
der Sammlung Eduard von der Heydt (1959)
In Leiden bekend onder de code NB1042 .Z84 1959.
Als ik een weekpas liet maken (12,50 euro), konden ze me binnenlaten
en kon ik het boek inzien.
Dus liet ik die weekpas maken.

Eerst door de poortjes.
De baliemedewerker wees me de weg naar een zaal
met bibliotheekmedewerkers achter een balie.
Daar legde ik uit wat ik zocht.
Een van de medewerkers ging met me mee naar een zaal
op de verdieping lager.
Een grote ruimte gevuld met kasten, kasten en kasten.
Vol met boeken — eindeloos veel boeken.
Na een korte wandeling — het kan er een doolhof lijken —
werd het boek gevonden.

Ik had een groot, dik, bruin boek verwacht, met vergeelde pagina’s.
Maar het bleek een niet al te dik boek, handzaam van formaat.
Met tekst en zwart-witfoto’s op hoogglans papier.

IMG_9085ChinesischeSkulpturenBoekband

Osvald Sirén, Chinesische Skulpturen der Sammlung Eduard von der Heydt (1959).


Met de telefoon in de aanslag voor eventuele foto’s,
schoof ik aan een lage tafel ergens midden tussen al die boekenkasten.
Daar zaten een klein tiental studenten:
scherm voor zich, boek(en) erbij, koptelefoon op.

IMG_9086ChinesischeSkulpturenSchutblad

Het schutblad.


Ik zat dicht bij kunstboeken over— en soms uit — India.
Dus eigenlijk een heel verkeerde plaats.
Mijn blik ging steeds naar die kasten en de titels van de boeken:
Kunst uit Mysore (in drie delen), Gazetteer of the Bombay Presidency,…

IMG_9087ChinesischeSkulpturenTitelpagina

Titelpagina.


Even verderop stonden alleen maar Chinese boeken
— waarover, geen idee, ik lees geen Chinees.
En trouwens: in de Universiteitsbibliotheek Leiden kunnen het net zo goed
Japanse boeken zijn.

Eerst heb ik het boek rustig verkend:
= het is tweetalig, Duits en Engels;
= het is een uitgave van het Museum Rietberg;
= het is een eerste deel in een geplande serie.
Of die serie ooit volledig verschenen is, weet ik niet.
Het doel: de belangrijkste deelverzamelingen van Eduard von der Heydt
— die consequent ‘baron’ wordt genoemd —
in beeld te brengen.

IMG_9088ChinesischeSkulpturenColofon

Het colofon.


Ik heb me geconcentreerd op het volgende:

– de algemene inleiding (introduction to the Buddhist sculptures)

Ik heb er al snel een deel van gelezen.
De ‘gemeenschappelijke’ kenmerken van groepen voorwerpen
worden hier besproken, zodat die later
— bij de bespreking van elk individueel object
— niet steeds hoeven te worden herhaald.
Een begrijpelijke werkwijze, maar wel een die gemakkelijk tot tunnelvisie leidt.
Het nodigt uit tot snelle aannames op basis van algemene kennis,
waardoor de individuele kenmerken van een object
gemakkelijk worden genegeerd
Dat merk ik ook in mijn vraag-en-antwoordspel met Copilot.
Die vervalt gemakkelijk in algemene kenmerken
— ‘donors zijn typisch mannen, vrouwen en soms zelfs kinderen’ —
terwijl een individueel object vaak een heel ander beeld geeft.
Daar moet ik dan op corrigeren.

IMG_9089ChinesischeSkulpturenTableOfContent

De inhoudsopgave.


– 14. Votive stele (RCh 109). Beginning of the sixth century. Probably from Honan. Height 80.70 in.

Deze stele kwam eerder aan de orde op mijn blog.
Ik omschreef hem toen als:
‘Stele depicting Buddha and two bodhisattvas, China, Northern Wei Dynasty,
early 6th century CE, kalkstein. Geschenk Eduard von der Heydt. RCH 109.’.

Opmerkelijk zijn de beschadigingen die op de oude foto’s duidelijk zichtbaar zijn,
maar die ik live — en ook op mijn eigen foto’s — niet heb gezien.
Daarnaast blijkt — in tegenstelling tot wat ik eerder meldde —
de tweede hand van de Boeddha wél zichtbaar.

IMG_9116ChinesischeSkulpturenOsvaldSirénChinesischeSkulpturenDerSammlungEduardVonDerHeydt1959Achterkant

Op tafel in de bibliotheek. De achterkant van het boek.


– 22. Votive stele (RCh 111). Dated March 1st, 536. From Honan. Height 40.55 in.
Deze stele kwam eerder aan de orde op mijn blog.
Ik omschreef hem toen als:
‘Votive stele depicting Buddha Shakyamuni, China, Henan province,
Eastern Wei Dynasty. Dated 536 CE. RCH 111.
Geschenk Eduard von der Heydt.’

Opmerkelijk is de restauratie aan het hoofd van de Boeddha.
Sirén noemt bovendien de figuren op het gordijn dat de aanzet vormt tot de nis.
Daarnaast bespreekt hij ook de achterkant en de zijkanten van de stele
— en hij heeft daar zelfs foto’s van.

Afsluiting

Dit bezoek aan de Universiteitsbibliotheek leverde meer op dan ik had verwacht.
Niet alleen het boek zelf, maar ook de manier waarop Sirén beschrijft,
ordent en soms weglaat, opent nieuwe vragen.
In drie volgende berichten ga ik dieper in op de inleiding van het boek
en op de twee steles die ik eerder op mijn blog besprak.
Dit was pas het begin.

IMG_9117ChinesischeSkulpturenOsvaldSirénChinesischeSkulpturenDerSammlungEduardVonDerHeydt1959

De voorkant van Chinesische Skulpturen der Sammlung Eduard von der Heydt (1959).


Elke stele opent anders

– over een derde ontmoeting met de Noordelijke Wei‑stijl in het Rietberg Museum –

Inleiding — verwondering als kompas

Dit is de derde Noordelijke Wei‑stele die ik in het Rietberg Museum tegenkom,
en toch voelt elke ontmoeting nieuw.
De stijl is vertrouwd, maar de details openen zich telkens anders
— alsof elke stele een eigen ritme heeft, een eigen adem.
Wat volgt is geen herhaling, maar een verdere verdieping
in een beeldtaal die me blijft verrassen.

DSC05566 01 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein

Zürich, Museum Rietberg, Stele depicting Buddha and two bodhisattvas, China, Northern Wei Dynasty, early 6th century CE, kalkstein, geschenk Eduard von der Heydt, RCH 109.


Wie voor deze stele staat, voelt hoe hij zich van onder naar boven opent:
van de menselijke wereld aan de voet,
via de Boeddha en zijn begeleiders,
naar de hemelse energie die zich boven hen verzamelt.
In dit bericht volg ik die opwaartse lijn
en geef ik elk element afzonderlijk aandacht.

Daarbij begin ik bij de begeleiders van de Boeddha
en bij de dorpel waarop deze hele steen rust.

Bodhisattva (links)

DSC05566 03 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein BodhisattvaLinks

De linker bodhisattva staat in een rustige, ingetogen houding.
De handen zijn voor de borst gebracht, zonder attribuut,
in een gebaar dat tussen devotie en contemplatie in ligt.
De vingers zijn licht gebogen, alsof de figuur een onzichtbare ruimte bewaakt
— een innerlijke aanwezigheid eerder dan een fysiek object.

Opvallend zijn de kleine ‘vleugeltjes’ van stof
die bij de schouders naar buiten waaieren.
Het zijn uitwaaierende plooien van het bovenkleed,
een typisch Noordelijke Wei‑motief dat beweging en lichtheid suggereert.
Ze geven de figuur een bijna speelse elegantie,
alsof er een zachte bries langs het lichaam strijkt.

Op de borst komen de linten van het gewaad samen in een ronde schijf,
een sierlijk borstsieraad dat alleen bodhisattva’s dragen.
Het is een typisch Noordelijke Wei‑motief:
een juweelplaat die als knooppunt fungeert,
waar de lijnen even samenkomen voordat ze zich
in lange, vloeiende bewegingen naar beneden ontvouwen.
Het ornament markeert de bodhisattva
als een vorstelijke, wereldse begeleider,
in contrast met de monastieke eenvoud van de Boeddha.
Tegelijk vormt de schijf een visueel knooppunt in het lijnenspel
van de draperie
— een plek waar de beweging even samenkomt en zich daarna weer ontvouwt.

Onder de voeten rust een gestileerd mythisch dier,
verwant aan de leeuw.
Het fungeert als drager en beschermer, een krachtig wezen
dat de bodhisattva optilt uit de aardse wereld
en hem verankert in de spirituele ruimte van de stele.
De combinatie van de slanke figuur en het compacte, gespierde dier
creëert een subtiel spanningsveld tussen lichtheid en kracht.

Achter de bodhisattva ontvouwt zich een eigen ovale mandorla,
fijn gegraveerd met florale motieven die naar boven groeien.
De lijnen zijn vloeiend en ritmisch, bijna dansend,
en geven de indruk dat de figuur wordt omhuld
door een levende, ademende vorm.
Aan de top komen deze motieven samen in een bijzondere ovale vorm,
een detail dat je vaker in Noordelijke Wei‑steles ziet
en dat de mandorla als een natuurlijke bekroning afsluit.

De elegantie van deze lijnen roept onvermijdelijk associaties op
met Art Nouveau en Jugendstil:
dezelfde liefde voor organische krullen, dezelfde opwaartse beweging,
dezelfde gevoeligheid voor ritme.

Het gelaat is sereen, met de langgerekte elegantie die zo kenmerkend is
voor de Noordelijke Wei‑stijl.
De hoge kroon en sieraden markeren de bodhisattva
als een verlichte begeleider, maar de houding blijft bescheiden.
Samen met de rechter bodhisattva vormt deze figuur een harmonisch paar
rond de centrale Boeddha
— een balans tussen rust en actie, tussen innerlijke stilte en uiterlijke devotie.

Chinese inscriptie

DSC05566 04 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Inscriptie

Tussen de bodhisattva en de Boeddha staat een verticale inscriptie gegraveerd,
een devotionele tekst zoals je die vaak ziet op Noordelijke Wei‑steles.
De karakters zijn smal en hoekig, met een strak schriftbeeld
dat typisch is voor de vroege 6e eeuw.
Het is waarschijnlijk een dedicatie van een gelovige
— een naam, een wens, misschien zelfs een datum —
een kleine menselijke stem die zich tussen de goddelijke figuren nestelt.
Het maakt de stele niet alleen een kunstwerk,
maar ook een gebaar van persoonlijke devotie.

De dorpel — de menselijke wereld onder de goddelijke

Onderaan de stele strekt zich een brede dedicatiezone uit,
een horizontale strook waarin de menselijke wereld zich verzamelt.
Hier staan de donateurs: kleine, ingetogen figuren
die tussen verticale tekstkolommen zijn geplaatst.
Ze zijn niet zomaar decoratie, maar de gemeenschap
die deze stele ooit heeft laten maken
— geen portretten, maar wel afzonderlijke figuren,
elk verbonden met een naam en een wens die in de inscriptie besloten liggen,
ook al blijven ze voor ons voorlopig onleesbaar.
De figuren zijn licht gedraaid, met hun lichaam en gezicht
naar het centrum van de stele gericht,
alsof ze zich in een stille beweging naar de Boeddha boven hen toe wenden.
Sommige dragen een hoofddeksel, andere niet.
Dat verschil is geen toeval:
het weerspiegelt de sociale realiteit van de Noordelijke Wei‑tijd.
De variatie in houding en kleding is klein, maar betekenisvol:
dit is een familie, een groep verwanten,
een kleine gemeenschap die zich gezamenlijk
onder de bescherming van de Boeddha stelt.

DSC05566 05 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Dorpel

De complete dorpel.

Tussen de figuren staan smalle tekstkolommen gegraveerd,
elk gekoppeld aan een persoon.
De karakters zijn hoekig en verticaal gespannen.
Hoewel de tekst door slijtage niet volledig leesbaar is,
verraadt de structuur dat het gaat om dedicaties:
namen, verwantschappen, misschien een datum,
misschien een korte wens voor zegen of bescherming.
Het is de menselijke stem van de stele — klein, maar onmisbaar.

DSC05566 06 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein DorpelLinks

De menselijke figuren vanaf links tot en met de bol-vorm in het midden.

In het midden van de dorpel rijst een florale vorm op:
een bolvormige knop die van onderaf lijkt te ontstaan,
met een sierlijke strikvormige krul net onder de ronde contour.
Dit is een gestileerde lotusknop,
het symbool van zuiverheid en spirituele potentie.
De knop vormt een visuele en symbolische schakel
tussen de menselijke wereld onderaan en de goddelijke figuren erboven.

DSC05566 07 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein DorpelRechts

De menselijke figuren rechts.

Links en rechts wordt de hele zone begrensd door een verticale rand,
waardoor de dedicatiezone als een architectonische basis
onder de stele ligt.
Zo vormt de dorpel een fundament — letterlijk en figuurlijk.
Het is de laag waarin de menselijke wereld zichtbaar wordt,
waarin namen en gezichten zich hechten aan de steen.
Boven hen ontvouwt zich de kosmische scène van Boeddha en bodhisattva’s;
onder hen staat de wereld van de mensen,
die deze stele ooit met devotie hebben laten maken.
De dorpel is daarmee het stille hart van het object:
de plek waar geschiedenis, geloof en gemeenschap samenkomen

Bodhisattva (rechts)

DSC05566 10 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein BodhisattvaRechts

De rechter bodhisattva vormt een duidelijke tegenhanger
van de contemplatieve figuur links.
Waar de linker bodhisattva lege handen heeft en zich naar binnen keert,
draagt de rechter een attribuut: een ovale, gesloten lotusknop.
De vorm is glad en afgerond, met aan de voorzijde een subtiele markering
die de kern suggereert.
Het is een symbool van potentie
— de belofte van verlichting die nog moet openen.

De houding van de bodhisattva is licht naar voren gericht,
alsof de figuur het attribuut aanbiedt of bewaakt.
De armen vormen een zachte boog rond de knop,
wat de actieve rol van deze bodhisattva benadrukt:
een begeleider die het pad opent, die iets draagt en doorgeeft.

Het gelaat is sereen, maar minder ingetogen dan dat van de linker figuur;
er zit een zachte alertheid in, een gerichtheid op de wereld buiten zichzelf.
De mandorla achter de bodhisattva volgt dezelfde vloeiende ornamentiek
als elders op de stele en sluit visueel aan bij de vorm van het attribuut,
waardoor figuur en achtergrond één geheel vormen.
Zo ontstaat een mooi spanningsveld tussen beide bodhisattva’s:
links de stilte en ontvankelijkheid, rechts de handeling en potentie.
Samen flankeren ze de Boeddha
als twee complementaire aspecten van hetzelfde pad.

Vanaf hier verschuift de aandacht naar de Boeddha zelf
en naar wat zich rondom hem ontvouwt.

Het lijnenspel van de kleding

DSC05566 08 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Jugendstil

Het lijnenspel van de gewaden is adembenemend.
De plooien vallen in lange, vloeiende bogen
die het lichaam niet zozeer bedekken als wel omlijnen,
alsof de figuur wordt omhuld door een ritme van beweging.
Zonder de voeten zou het bijna abstract worden:
een compositie van krullende lijnen, licht en schaduw, een dans in steen.
Het is een van de meest verfijnde trekken van de Noordelijke Wei‑stijl
— een vergeestelijkte anatomie waarin het lichaam verandert
in een patroon van ademende contouren.

De hand

DSC05566 09 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Hand

De Boeddha toont slechts één hand, opgeheven met de palm naar voren.
Het is een klein, helder gebaar — de abhaya‑mudrā,
het teken van geruststelling en bescherming.
De eenvoud ervan versterkt de kracht:
tussen de vloeiende, bijna abstracte lijnen van de gewaden
vormt de hand een stil rustpunt, een open uitnodiging.
Het is alsof de Boeddha niet alleen wordt afgebeeld,
maar zich tot de kijker wendt met een gebaar
dat al vijftien eeuwen onveranderd spreekt.

De mandorla van de Boeddha

DSC05567 01 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein

Achter het hoofd van de Boeddha ontvouwt zich een cirkel van bloembladen,
fijn gegraveerd en ritmisch gerangschikt.
Het is alsof de Boeddha zelf het hart van een bloem vormt:
een centrum waaruit licht, inzicht en compassie stralen.
Dit motief — de Boeddha als bloemkern —
is typisch voor de Noordelijke Wei‑periode,
waarin de mandorla niet alleen een stralenaura is,
maar een organische, levende vorm.
De bloembladen zijn niet naturalistisch, maar gestileerd:
langgerekte, puntige vormen die in een regelmatige kring om het hoofd liggen.
Ze suggereren zowel een lotus als een stralencirkel,
een hybride vorm die de Boeddha tegelijk aardt (lotus) en verheft (licht).

DSC05567 02 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Bodhisattvas

Direct buiten deze bloemcirkel volgt een tweede ring,
gevuld met kleine, zittende figuren
— waarschijnlijk bodhisattva’s of hemelse wezens.
Ze zijn miniatuur, maar zorgvuldig gegraveerd:
elk met een eigen halo, een eigen houding, een eigen aanwezigheid.
Deze ring vormt een soort hemelse gemeenschap rond de Boeddha,
een kosmische kring van begeleiders en getuigen.

Het effect is verbluffend:

  • het centrum: de Boeddha als bloemhart
  • de eerste ring: bloembladen, als een levende aura
  • de tweede ring: hemelse figuren, als een spirituele kring

Daarmee wordt de Boeddha niet alleen centraal geplaatst,
maar verankerd in een kosmische orde.
Hij is het middelpunt van een universum dat in concentrische cirkels
om hem heen is opgebouwd.

De apsara‑ring — dansende hemelwezens rond de Boeddha

DSC05567 03 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Apsaras

Buiten de cirkel van bloembladen ontvouwt zich nog een tweede ring,
gevuld met apsara’s
— hemelse dansers die in sierlijke beweging om de Boeddha cirkelen.
Hun lichamen zijn licht gedraaid, de linten van hun kleding waaieren uit
in elegante krullen, en de vleugelachtige ornamenten geven hen
een gewichtloze aanwezigheid.
Deze ring vormt een hemelse hofhouding rond de Boeddha:
een kring van lichtheid, muziek en devotie.
Waar de bloembladen de Boeddha als het hart van een kosmische lotus markeren,
brengen de apsara’s beweging en ritme in de mandorla,
alsof de aura zelf tot leven komt.

De apsara’s die de ring sluiten

DSC05567 04 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein ApsarasBovenBuddha

In de apsara‑ring gebeurt boven het hoofd van de Boeddha iets opvallends.
De hemelse dansers bewegen vanuit beide zijden naar elkaar toe,
hun lichamen licht naar binnen gedraaid,
de linten van hun kleding in sierlijke bogen achter hen aan.
Het is alsof ze in een zachte, ritmische beweging om de Boeddha cirkelen
en precies op het hoogste punt van de mandorla samenkomen.
Daar sluiten ze de ring
— een moment van perfecte symmetrie,
alsof de aura van de Boeddha daar even tot leven komt.

Op datzelfde punt verschijnt een compacte bol‑vorm,
een kleine maar betekenisvolle sluitsteen
die de beweging van de apsara’s verankert.
Waar de bol in de dedicatie‑zone een rituele, menselijke functie hebben,
is deze bol kosmisch van aard:
een knooppunt in de mandorla, een rustpunt tussen twee spiegelende figuren.
De vorm markeert het absolute midden van de bovenste zone
en geeft de apsara‑ring een helder architectonisch anker.
Het is alsof de energie van de dansers hier samenkomt
voordat de mandorla zich verder opent naar de buitenste vlammenring.

De vuurkrans — pulserende vlammen tot sluiting

DSC05567 05 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Vlammen

De buitenste ring van de mandorla bestaat uit een vuurkrans:
een ritmische reeks druppelvormige vlammen die in lange verticale lijnen
langs de Boeddha omhoog bewegen.
In tegenstelling tot de strak gedefinieerde vlammen met dubbele contouren
die je op veel Noordelijke Wei‑steles ziet,
zijn de vlammen hier veel vrijer en geabstraheerder:
meerdere lijnen die elkaar volgen, zonder duidelijke hiërarchie,
meer patroon dan vlam.
Het geheel ademt een gestileerde energie:
geen naturalistisch vuur, maar een abstracte visualisatie van verlichting,
kracht en kosmische uitstraling.
In het middengebied van de mandorla volgen de vlammen elkaar
in een bijna ademend ritme op.
De druppelvormen zijn langgerekt en elegant.
Dit is de zone waar de mandorla zich opent naar buiten:
na de bloembladen en apsara’s wordt de ornamentiek abstracter,
strenger, meer gericht op pure energie.
Naarmate de vuurkrans hoger klimt, worden de vlammen iets compacter
en schuiven ze dichter naar elkaar toe.
De beweging van de lijnen wordt strakker, alsof de energie zich concentreert.
Helemaal bovenaan, in de top van de stele, komen de vlammen samen
in een puntvormige afsluiting.
Daar sluit de vuurkrans zich
— niet abrupt, maar als een natuurlijke culminatie van de opwaartse beweging.
De top fungeert als een visueel anker:
het moment waarop de straling van de Boeddha zich verzamelt
en de mandorla haar hoogste punt bereikt.

DSC05566 02 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Top

Zo verbinden de twee zones
— het ritmische midden en de geconcentreerde top —
zich tot één doorlopende beweging.
De vuurkrans is geen decoratieve rand, maar een dynamische kracht
die de Boeddha omhult en omhoog draagt,
van de eerste vlam tot de sluitsteen van de stele.

De Boeddha — het stille centrum

DSC05567 06 ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein Boeddha

Na de concentrishe ringen van apsara’s en de opwaarts klimmende vuurkrans
kom je uit bij de Boeddha zelf:
het onverstoorbare middelpunt waar alle beweging tot rust komt.
Zijn gelaat is sereen, met de langgerekte elegantie
van de Noordelijke Wei‑stijl:
hoge jukbeenderen, zachte lijnen rond de mond,
en een blik die naar binnen is gericht.
De topknot en de lange oorlellen markeren hem als een verlichte figuur,
maar het is vooral de stilte van zijn expressie die de compositie draagt.
De Boeddha is het punt waar alle lijnen samenkomen:
de bloembladen openen zich vanuit hem,
de apsara’s cirkelen om hem,
de vuurkrans stijgt boven hem uit,
en de hele stele lijkt te ademen vanuit zijn stille aanwezigheid.

DSC05568ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein

De stele staat in het Rietberg Museum tegen de muur,
wat suggereert dat de achterzijde weinig of geen decoratie draagt.
Musea plaatsen objecten met een betekenisvolle achterkant
doorgaans vrij in de ruimte.
Hoewel ik de achterzijde niet heb kunnen zien,
wijst de museale opstelling erop dat de voorzijde en zijkanten
de belangrijkste zones van betekenis vormen.

Slotpassage — de adem van de stele

DSC05570ZürichMuseumRietbergSteleDepictingBuddhaAndTwoBodhisattvasChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyCEGeschenkEduardVonDerHeydtRCH109Kalkstein

Wanneer je tenslotte langs de zijkant van de stele kijkt,
ontvouwt zich een laatste, stille laag van betekenis.
De Boeddha en de bodhisattva’s verschijnen hier opnieuw,
ditmaal in profiel, als een zachte echo van de voorzijde.
Hun contouren steken net genoeg uit om te laten voelen
dat de stele geen vlak beeld is, maar een sculptuur
die zich om de steen heen vouwt
— een object dat in alle richtingen betekenis draagt.
Naast deze figuren loopt aan de zijkant,
een verticale band met florale motieven,
ritmisch geordend als gestileerde lotusknoppen.
De druppelvormige ornamenten herhalen zich in een rustige cadans,
minder uitgesproken dan de vuurkrans,
maar verwant in hun opwaartse beweging.
Waar de voorzijde de kosmische energie van de mandorla toont,
biedt deze zijkant een meer ingetogen, vegetatieve tegenhanger:
een ornamentiek die de stele als het ware wortelt in de symboliek van de lotus.

Het is een detail dat je gemakkelijk zou kunnen missen,
maar juist hier wordt duidelijk dat de stele niet alleen een voorstelling is,
maar een wereld in steen.
De voorzijde straalt, de zijkant ademt.
En in die ademhaling
— tussen de profielen van de heiligen en de opklimmende lotusmotieven —
sluit de stele zich als een geheel.


De Boeddha preekt waar de leeuw parmantig waakt

Wanneer je de stèle van boven naar beneden leest,
ontvouwt zich een zorgvuldig opgebouwde wereld,
waarin elk figuur een eigen rol speelt in de kosmische orde
rond de predikende Boeddha.

DSC05563 01 ZürichMuseumRietbergVotiveSteleDepictingBuddhaShakyamuniChinaHenanProvinceEasternWeiDynastyDated536CERCH111GeschenkEduardVonDerHeydtKalkstein

Zürich, Museum Rietberg, Votive stele depicting Buddha Shakyamuni, China, Henan province, Eastern Wei Dynasty, dated 536 CE, RCH 111, geschenk Eduard von der Heydt, kalkstein.


Omdat de linker tophelft ontbreekt begin ik helemaal rechts, bovenaan,
half verscholen in een gordijnachtige omlijsting.

Daar verschijnt een kleine hemelse figuur.
Een been opgetrokken voor zich, een been gekromd naast zich.
De handen voor de borst gevouwen.
Het hoofd ontbreekt.
Zijn aanwezigheid is bescheiden, maar betekenisvol:
een stille getuige uit de bovenwereld, misschien een hemelse luisteraar
of een apsara‑achtige verschijning,
die de scène een eerste zweem van sacraliteit geeft.
Wellicht werd het gespiegeld in een tweede figuur aan de linkerkant
toen de stele nog compleet was.
Dat zou de figuur meer kracht gegeven hebben.

DSC05563 02 ZürichMuseumRietbergVotiveSteleDepictingBuddhaShakyamuniChinaHenanProvinceEasternWeiDynastyDated536CERCH111GeschenkEduardVonDerHeydtKalkstein WezenVogel

De vogel naast hem — of boven hem —
versterkt dat gevoel van hoogte, lichtheid en hemelse nabijheid.
Eerlijk gezegd weet ik niet zeker of het om een vogel gaat.
De voorstelling is in ieder geval anders dan die ik online
bij andere steles zag (Cleveland, Brooklyn, Triad 544).
Wellicht kan iemand er licht op werpen?

Naast de centrale Boeddha staan aan beide zijdes drie figuren:
een vrees aanjagende wachter, een bodhisattva en een leerling.
Ik ‘lees’ van buiten (onder) naar binnen (boven):

DSC05563 03 ZürichMuseumRietbergVotiveSteleDepictingBuddhaShakyamuniChinaHenanProvinceEasternWeiDynastyDated536CERCH111GeschenkEduardVonDerHeydt WachterBodhisattvaLeerling

De wachter, stevig verankerd op de onderste zone van de stèle.
Zijn houding is krachtig en alert: de voeten breed, de spieren gespannen,
de handen grijpend om het heft van een zwaard
waarvan het lemmet nauwelijks zichtbaar is.
Hij is geen Hemelse Koning, maar een vroege dvarapala
— een generieke bewaker die de drempel tussen de wereld
en de heilige ruimte bewaakt.
Zijn lichaamstaal is actief, bijna levend, en vormt de menselijke tegenhanger
van de leeuw die verderop verschijnt.

Een niveau hoger staat de bodhisattva, ingetogen en devoot.
Zijn handen zijn gevouwen voor het lichaam, zijn houding is kalm en waardig.
In tegenstelling tot latere, rijk versierde bodhisattva’s
is hij sober, bijna monastiek.
Hij begeleidt de Boeddha niet door pracht en praal,
maar door aanwezigheid en eerbied.

Daarboven staat de leerling, herkenbaar aan zijn eenvoudige gewaad
en de handen die in de mouwen rusten.
Zijn houding is die van aandacht en ontvankelijkheid: hij luistert.
Hij staat dicht bij de Boeddha, als directe ontvanger van de leer.
Zijn rust vormt een mooi contrast met de gespannen energie van de wachter
en de devoot gebogen bodhisattva.

DSC05563 04 ZürichMuseumRietbergVotiveSteleDepictingBuddhaShakyamuniChinaHenanProvinceEasternWeiDynastyDated536CERCH111GeschenkEduardVonDerHeydt Leeuw #Notalion

Aan de voet van de troon waarop Boeddha zit,
verschijnt de leeuw, de mythische bewaker.
Zijn houding is opvallend actief: één poot rust op de onderste trede van de troon,
alsof hij zich letterlijk in de architectuur verankert.
De bek staat open, de tong zichtbaar, de oren gespitst.
Dit is geen decoratief dier, maar een wachter die de heilige ruimte bewaakt
met dezelfde intensiteit als zijn menselijke tegenhanger.

DSC05563 05 ZürichMuseumRietbergVotiveSteleDepictingBuddhaShakyamuniChinaHenanProvinceEasternWeiDynastyDated536CERCH111GeschenkEduardVonDerHeydtKalksteinRokkenpartij

Centraal zit Śākyamuni, de Boeddha als leraar,
omringd door zijn twee leerlingen
— een compositie die in de Eastern‑Wei‑periode vrijwel exclusief
aan de historische Boeddha is voorbehouden.
Zijn lichaam is langgerekt, zijn gezicht smal en sereen
— typische kenmerken van de Eastern‑Wei‑stijl.

De plooien van zijn gewaad zijn niet plastisch gemodelleerd,
maar grafisch getekend, als lijnen die over het lichaam zweven.
De onderzijde van het gewaad vormt
een gelaagde en breedwaaierende plooipartij
die zich over de treden van de troon uitstrekt.
Dit is geen lotus, maar een architectonische troon, waarvan de treden
gedeeltelijk worden bedekt door een ritmische structuur van plooien en stof.

De rechterhand is geheven vóór de borst,
in een vroege variant van de onderwijzende mudrā.
En hoewel enkele vingers ontbreken, blijft de bedoeling duidelijk:
de Boeddha spreekt.
De linkerhand rust niet op de schoot, maar zweeft iets hoger
— een gevolg van het langgerekte, geabstraheerde lichaam
dat de beeldhouwer bewust heeft gekozen.
Alles in deze houding wijst op prediking, op het overdragen van de Dharma.

Wanneer je tenslotte een stap achteruit doet — zoals in de laatste foto —
zie je hoe deze figuren samen een verticale hiërarchie vormen:
van hemelse getuige tot menselijke wachter, van bodhisattva tot leerling,
van leeuw tot Boeddha.
Het geheel ademt orde, bescherming en onderricht.

DSC05564ZürichMuseumRietbergVotiveSteleDepictingBuddhaShakyamuniChinaHenanProvinceEasternWeiDynastyDated536CERCH111GeschenkEduardVonDerHeydtKalkstein

De stèle is vrijwel zeker een votiefobject,
geschonken door één of meerdere donoren,
wier namen waarschijnlijk op de achterzijde staan.
Maar de voorstelling zelf richt zich niet op de donoren:
ze richt zich op de leer.
Dit is geen stèle van zegen of redding, maar een stèle van prediking.
Een Boeddha die onderwijst, omringd door toegewijde luisteraars
en bewaakt door mens en dier
— een compacte wereld waarin de Dharma wordt uitgesproken
en de kosmische orde wordt bevestigd.


De Duitstalige zaaltekst van het museum is:

Im Zentrum einer Nische mit Vorhang sitzt der historische Buddha Shakyamuni. Er hält seine Hände in der Geste des Lehrens. Begleitet wird er von zwei Schülern und zwei Bodhisattvas. Zwei Fircht erregende Wächter und ein Löwenpaar bewachten seinen Thron.


Een ontmoeting met een stele in de 6e eeuw

De lucht in de grot is koel en ruikt naar vochtige kalksteen
en uitgebluste lampolie.
Terwijl je naar binnen stapt, hoor je het zachte kraken van zand onder je voeten
en het gedempte druppen van water ergens verderop in de duisternis.
Het licht is zwak; alleen een paar olielampen werpen trage,
flakkerende cirkels op de wanden.
Voor je staat een Boeddha die uit de steen lijkt te treden,
— Shakyamuni, de historische Boeddha, ooit geboren als Siddhartha Gautama,
de leraar die verlichting bereikte en wiens inzicht hier in steen is vastgelegd.
Zijn lichaam vangt het schaarse licht,
terwijl de gegraveerde aureool eromheen het licht niet weerkaatst
maar lijkt te verzamelen.
De lijnen trillen zacht in de schaduw, alsof ze ademen.
Links en rechts verschijnen bodhisattva’s in fijne gravure,
nauwelijks materieel, als figuren die in het licht zelf wonen.

Een monnik schuift langs je heen, zijn sandalen schrapen over de vloer.
Hij draagt een kleine bronzen lamp en vult de oliereservoirs bij.
De geur van verse olie mengt zich met die van de grot.
Hij buigt kort naar de Boeddha en verdwijnt weer in de schemering.

Achter je klinkt het zachte gefluister van twee bezoekers
die net zijn binnengekomen.
Hun stemmen echoën tegen de wanden, worden opgenomen door de stilte
en sterven weg.
Je hoort hoe iemand een muntje neerlegt op een stenen rand
— een klein gebaar, nauwelijks hoorbaar, maar vol betekenis.

Je loopt om de stele heen, zoals iedereen hier dat doet.
Op de achterkant zie je twee rijen kleine figuren, zorgvuldig gegraveerd,
elk met een lotusknop in de handen.
De bloem komt net boven hun hoofd uit,
een belofte die nog moet opengaan.
Naast hen staan hun namen, hun herkomst, hun titels.
Je leest ze, één voor één, en je ziet de gemeenschap
die zich hier verzameld heeft: ambtenaren, families, reizigers,
mensen die hun verdiensten wilden vastleggen in steen.

De Boeddha aan de voorkant, de mensen aan de achterkant
— twee werelden die elkaar raken in dit ene object.
En terwijl je daar staat, in het zwakke licht van de grot,
met het zachte druppen van water en het fluisteren van bezoekers om je heen,
voelt het alsof de stele niet alleen een offer is,
maar een ontmoeting: tussen licht en lichaam,
tussen devotie en verschijning,
tussen de wereld van toen en het moment waarin jij nu staat.

In de 6e eeuw zou deze ervaring niet uitzonderlijk zijn geweest.
In de rotskapellen van Longmen of Yungang,
of in de houten hallen van een boeddhistische tempel.
Daar stonden steles als deze opgesteld als votiefobjecten: stenen offers.

DSC05558ZürichMuseumRietbergVotiveSteleWithBuddhaShakyamuniChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyRCH106KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydt

Zürich, Museum Rietberg, Votive stele with Buddha Shakyamuni, China, Northern Wei Dynasty, early 6th century CE. RCH 106. Kalkstein, geschenk Eduard von der Heydt.


Een Boeddha die verschijnt uit steen

Op de voorzijde van de stele staat een Boeddha
die onmiddellijk herkenbaar is als Noordelijke‑Wei:
langgerekt, met een smal, spits gezicht, amandelvormige ogen
en een lichaam dat bijna cilindrisch omhoog rijst.
Zijn gewaad is opgebouwd uit scherpe, lineaire plooien
die eerder getekend lijken dan gebeeldhouwd.

Maar het meest opvallende is niet zijn stijl, maar zijn status in de steen:
de Boeddha is het enige element dat werkelijk in reliëf is uitgevoerd.
Hij heeft massa, schaduw, aanwezigheid.
Hij treedt uit de steen naar voren.
Alles om hem heen
– aureool, mandorla, bodhisattva’s, ornamentiek –
is daarentegen gegraveerd.
De kunstenaar maakt daarmee een radicaal onderscheid
tussen lichaam en licht, tussen incarnatie en atmosfeer.

Het onderscheid: drie concentrische werkelijkheden

De voorzijde is opgebouwd uit drie lagen, elk met een eigen beeldtaal.

De Boeddha: het enige belichaamde wezen

Zijn hoofd en bovenlichaam zijn volledig in reliëf.
Hij is tastbaar, aanwezig, een lichaam in de wereld.
Dit is de enige figuur die werkelijk “bestaat” in de fysieke ruimte van de steen.

De aureool en mandorla: zones van licht

Rond het hoofd ligt een gegraveerde aureool: een strakke cirkel,
gevuld met radiale lijnen en florale motieven.
Daaromheen ligt de mandorla: groter, amandelvormig,
gevuld met ornamentiek en kleine hemelse figuren.

Beide zones zijn licht, niet lichaam.
Ze hebben geen volume, maar wel intensiteit.
Ze markeren de Boeddha als verheven, maar niet door hem groter te maken
– door hem te omringen met straling.

De kosmische achtergrond: ornament buiten de mandorla

Buiten de mandorla gaat de gravure verder:
florale patronen, cirkelbogen, ranken.
Deze zone is nog lichter, nog abstracter.
Het is de kosmos waarin de Boeddha verschijnt,
een ruimte die niet door hem wordt geraakt maar hem wel omgeeft.

DSC05558ZürichMuseumRietbergVotiveSteleWithBuddhaShakyamuniDetailLinksVanDeBuddha

De bodhisattva links van de Buddha.


Gegraveerde bodhisattva’s: begeleiders in licht, geen lichamen

Links en rechts van de Boeddha staan bodhisattva’s, volledig gegraveerd.
Ze dragen kronen, sieraden en sluiers,
en hun draperie is even verfijnd als die van de Boeddha
– maar zonder volume.
Ze behoren tot dezelfde sfeer als de mandorla:
aanwezig, maar niet belichaamd.

De inscriptie bij de linker figuur, 中尊菩薩像, identificeert hem
als een bodhisattva binnen een triade.
De rechter figuur vormt de tegenhanger.
Samen flankeren ze de Boeddha en markeren ze hem
als de centrale verhevene,
maar ze blijven in de zone van licht, niet in de zone van lichaam.

DSC05560ZürichMuseumRietbergVotiveSteleWithBuddhaShakyamuniChinaNorthernWeiDynastyDetailRechtsVanDeBuddha

De bodhisattva rechts van Buddha.


De functie van de gravure: licht, atmosfeer, theologie

De gravures vervullen drie functies:

  • Theologisch: ze onderscheiden de Boeddha als enige die incarneert; de rest is manifestatie.
  • Visueel: ze creëren een ritmische, grafische wereld die de Boeddha optisch naar voren duwt.
  • Symbolisch: de florale motieven echoën de lotus, het symbool van zuiverheid en spirituele groei.

De gravure is dus geen decoratie, maar een visuele theologie:
een manier om te laten zien dat de Boeddha verschijnt in een veld van licht.

Samenhang voor- en achterkant: lichaam en gemeenschap

Wanneer je de stele als geheel bekijkt, ontstaat een prachtige symmetrie
tussen de twee zijden.

Voorkant: de Boeddha verschijnt in reliëf, omringd door gegraveerde lichtwezens en kosmische ornamentiek.

Achterkant: de gemeenschap van donoren verschijnt in gestileerde figuren, elk met een lotusknop die net boven het hoofd uitkomt, en met inscripties die hun namen, functies en herkomst vastleggen.

De lotus die de donoren dragen is een echo van de florale patronen
aan de voorkant.
De gegraveerde namen van de donoren spiegelen
de gegraveerde bodhisattva’s en ornamenten rond de Boeddha.
De Boeddha is het enige lichaam in reliëf;
de donoren zijn de enige mensen met namen.

Zo wordt de stele een tweeluik:

  • Voorzijde: de Boeddha die verschijnt.
  • Achterzijde: de gemeenschap die zich tot hem wendt.

Beide zijden zijn verbonden door dezelfde beeldtaal van licht, lijn en lotus.

DSC05560ZürichMuseumRietbergVotiveSteleWithBuddhaShakyamuniChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyRCH106KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydt



Samen met Copilot heb ik een aantal van de teksten
op de achterzijde doorgenomen.
Ik kan de karakters zelf niet interpreteren dus vooraf een kleine disclaimer.

In totaal hebben we van 6 figuren, 4 van de bovenste rij en
2 uit de onderste rij bekeken.
Drie van de teksten zijn op een van de foto’s in deze blog goed te herkennen.

Tekst 1 vanaf links:

De inscriptie die je hebt geüpload bevat de woorden:
侍郎弟子翰林院
Letterlijk: “Leerling van de Assistant‑Minister, Hanlin‑Academie.”
Dat is een titel- of statusformule, geen persoonsnaam.
Zulke formules komen vaak voor op boeddhistische steles
uit de Tang‑ en Song‑periode, en ze verwijzen meestal naar:

  • 侍郎 (shilang) — een hoge ambtelijke rang, vaak vertaald als Assistant Minister of Vice Minister.
  • 弟子 (dizi) — letterlijk leerling, maar in boeddhistische context vaak toegewijde, volgeling, schenker, donateur.
  • 翰林院 (Hanlin yuan) — de prestigieuze Hanlin Academie, een elite-instituut van geleerden die dicht bij de keizerlijke hofcultuur stonden.

Samen betekent het dus iets als:
“Een toegewijde (of leerling) van een Assistant Minister, verbonden aan de Hanlin‑Academie.”

Het is dus een statusaanduiding van de schenker of opdrachtgever,
niet van de afgebeelde figuur.

Figuur in het midden:
樓 / 弟子趙發女侄

De inscriptie bestaat uit twee delen:

  • 樓 Dit is waarschijnlijk een familienaam (Lóu). Op steles wordt een familienaam vaak bovenaan geplaatst als kopje.
  • 弟子趙發女侄 Dit kun je als volgt lezen:

弟子 — “leerling / toegewijde / volgeling / schenker”

趙發 — een persoonsnaam: Zhao Fa

女侄 — letterlijk “nichtje (dochter van een broer)”

Samen betekent dit:
“De vrouwelijke nicht van de toegewijde Zhao Fa, van de familie Lou.”
Of iets vrijer:
“Lou — nicht (vrouwelijke verwant) van de toegewijde Zhao Fa.”

Meest rechtse in de serie van 3:

De inscriptie die je nu laat zien — 雷弟子 / 落峒者 —
past opnieuw precies in het patroon van donoridentificaties
op Noordelijke‑Wei‑steles.
De karakters zijn archaïsch en licht gestileerd,
maar de betekenis is goed te reconstrueren.

Wat er staat en hoe het gelezen wordt


  • Dit is vrijwel zeker een familienaam (Léi). Net als bij de eerdere inscripties staat de familienaam bovenaan, als een soort label voor de donorfiguur.
  • 弟子
    Dit betekent opnieuw “toegewijde / leerling / volgeling / schenker”. In deze context verwijst het naar de persoon die de figuur representeert.
  • 落峒者
    Dit is het meest interessante deel. De combinatie kan op twee manieren worden gelezen:

    • 落峒 kan een plaatsnaam zijn (een dorp, gehucht of regio).
    • 者 betekent “persoon / degene die…”.

Samen wordt het dan:
“Persoon afkomstig uit Luodong” of “Degene uit (de plaats) Luodong.”

Plaatsnamen met 峒 komen vaker voor in Zuid‑Chinese en grensgebieden (Hunan, Guangxi, Guizhou), maar ook in oudere teksten als aanduiding voor kleine nederzettingen of bergdorpen.

Tekst bij figuur helemaal rechts buiten de foto:

Waarschijnlijke lezing
De meest consistente interpretatie binnen de context van de stele is:
“Duan — de toegewijde He, verbonden aan de (militaire) Ma‑afdeling / Ma‑eenheid.”
Of iets vrijer:
“De donor He van de familie Duan, uit de Ma‑eenheid.”

Hoe dit past in het geheel van de stele.

De vier inscripties die je nu hebt:
侍郎弟子翰林院 — hoge ambtelijke donor
樓弟子趙發女侄 — familierelatie binnen een donorcluster
雷弟子落峒者 — donor met geografische herkomst
端弟馬校何 — donor met militaire affiliatie
…vormen samen precies het soort mini‑gemeenschap
dat je op Noordelijke‑Wei‑votiefsteles ziet:
een netwerk van verwanten, ambtenaren, militairen
en regionale volgelingen die gezamenlijk een stele laten oprichten.



DSC05561ZürichMuseumRietbergVotiveSteleWithBuddhaShakyamuniChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyRCH106KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtAchterkant

Achterkant: gemeenschap in steen, verbonden door lotus

De achterkant van de Noordelijke‑Wei‑stele in het Museum Rietberg
bestaat uit twee horizontale rijen met kleine donorfiguren.
Ze zijn niet bedoeld als portretten:
elke figuur is identiek, met dezelfde houding, dezelfde kleding
en hetzelfde attribuut.
Het onderscheid zit volledig in de korte inscripties ernaast,
waarin namen, functies, herkomstplaatsen en familiebanden worden genoemd.
Samen vormen ze een sociale dwarsdoorsnede van de gemeenschap
die deze stele heeft laten oprichten.

De lotus als bindend motief

Wat deze donorfiguren bijzonder maakt, is dat iedereen
een lotusknop in de handen draagt,
met de bloem die net boven het hoofd uitkomt.
Dat detail is niet decoratief, maar symbolisch geladen.

De lotusknop staat voor potentie en toekomstige verdienste: de bloem is nog niet geopend, net als de spirituele weg van de donor.
De positie boven het hoofd verwijst naar verheffing en bescherming: de donor staat letterlijk onder de belofte van de Dharma.
Omdat alle figuren dezelfde lotus dragen, worden ze ritueel gelijkgesteld, ongeacht hun sociale rang of achtergrond.
De lotus is daarmee het visuele bindmiddel van de hele groep:
een gedeeld gebaar van devotie dat alle individuele verschillen overstijgt.

De bovenste rij: titels, functies en herkomst

De inscripties uit de bovenste rij tonen donoren
met een duidelijke sociale status. Enkele voorbeelden:

侍郎弟子翰林院 “Toegewijde van een Assistant‑Minister, verbonden aan de Hanlin‑Academie.” Een donor uit de hoogste ambtelijke kringen.
樓 / 弟子趙發女侄 “Lou — vrouwelijke nicht van de toegewijde Zhao Fa.” Een familierelatie binnen een donorcluster.
雷弟子落峒者 “Lei — de persoon afkomstig uit Luodong.” Een donor die via zijn herkomst wordt geïdentificeerd.
端弟馬校何 “Duan — de toegewijde He, verbonden aan de Ma‑eenheid (militaire afdeling).” Een donor met een militaire achtergrond.

Deze rij vertegenwoordigt de prominente leden van de gemeenschap:
ambtenaren, militairen, mensen met een duidelijke regionale identiteit
en familieleden van hoofddonoren.
De lotus maakt hen in de afbeelding echter niet groter
of belangrijker dan de anderen:
hun gelijkwaardigheid wordt visueel benadrukt.

De tweede rij: lekenvolgelingen en regionale namen

De inscripties uit de tweede rij tonen donoren zonder hoge rang,
maar met even zorgvuldig genoteerde namen. Voorbeelden:

熊宗寧來記官 “Xiong Zongning, registrerend ambtenaar.” Een lage tot middelhoge administratieve functie.
補東子終不當 “Bu‑Dong — de toegewijde Zongbudang.” Een samengestelde familienaam en een fonetische of regionale persoonsnaam.

Deze rij toont de brede basis van de gemeenschap:
gewone lekenvolgelingen die net zo goed deel uitmaken van de dedicatie.
Ook zij dragen dezelfde lotusknop, waardoor hun bijdrage ritueel
even zwaar telt als die van de hooggeplaatste sponsors.

DSC05562ZürichMuseumRietbergVotiveSteleWithBuddhaShakyamuniChinaNorthernWeiDynastyEarly6thCenturyRCH106KalksteinGeschenkEduardVanDerHeydtAchterzijde

Een collectieve daad van verdienste

De achterkant van de stele is daarmee geen decoratie,
maar een zorgvuldig geordend register van mensen, relaties en functies.
De inscripties individualiseren; de lotus uniformiseert.
Samen vormen ze een gemeenschap die in steen is vastgelegd,
ieder met zijn of haar eigen naam,
maar verbonden door hetzelfde gebaar van devotie.

Afsluiting

De stele zelf heeft een bladachtige vorm die naar boven toe taps toeloopt,
en juist in dat spits eindigende deel helt het oppervlak een fractie naar voren.
Niet het lichaam van de Boeddha, maar de zone bóven zijn hoofd
beweegt licht naar de kijker toe.
Die subtiele kromming maakt de fijn gegraveerde ornamentiek
in de bovenste kosmische zone beter zichtbaar
en geeft de stele een zachte, opwaartse dynamiek.
Omdat ook de achterkant volledig is uitgewerkt met twee rijen donoren
en inscripties, moet de stele vrij in de ruimte hebben gestaan,
zodat bezoekers eromheen konden lopen en beide werelden konden ervaren:
de Boeddha die verschijnt, en de gemeenschap die hem draagt.


Een tijger als scharnierpunt

Tussen de grote sculpturen, steles en monumentale objecten
in het Museum Rietberg lag iets kleins dat mijn aandacht onmiddellijk vasthield:
een bronzen buis van nauwelijks twintig centimeter lang,
ingelegd met zilver en goud, en bekroond met een liggende tijger.
Een miniatuur, bijna te bescheiden om op te vallen
tussen de omringende reuzen,
maar juist daardoor een perfecte overgang in mijn reeks museumvondsten.
Een rustpunt, een detail dat zich pas laat zien wanneer je vertraagt.

DSC05554ZürichMuseumRietbergChariotFittingWithALyingTigerChinaEasternZhouDynastyLateWarringStatesLateZhanguoPeriodPeriod3rdCBCBronseWithGoldAndSilverInlaysRCH41

Zürich, Museum Rietberg, Chariot fitting with a lying tiger (kupplungsteil), China, Eastern Zhou Dynasty, Late Warring States / Late Zhanguo period, 3rd century BC, bronse with gold and silver inlays. RCH 41. Afmetingen: 6,5 × 20 × 5,5 cm.


Ik maakte twee foto’s.
Pas later, terug in Breda, begon ik me af te vragen wat dit eigenlijk was.
De museumbeschrijving noemde het een chariot fitting,
een koppelingselement van een wagen uit de late Warring States‑periode.
Maar hoe langer ik naar mijn foto’s keek, hoe minder dat klopte.
De buis is volledig hol, rondom gedecoreerd, zonder enige voorziening
om in hout te worden verankerd.
Geen lippen, geen gaten, geen ribbels.
En de tijger zit precies op een overgangszone,
alsof hij een knooppunt markeert.

Dat bracht me terug naar iets heel anders:
de metalen hulzen aan de uiteindes van de individuele stokken
van mijn oude bamboe vishengel.
De uiteindes omklemmen het bamboe en worden gebruikt
om de verschillende stokken in elkaar te schuiven.
Ze geven stevigheid aan de verbinding.

DSC05553ZürichMuseumRietbergChariotFittingWithALyingTigerChinaEasternZhouDynastyLateWarringStatesLateZhanguoPeriodPeriod3rdCBCBronseWithGoldAndSilverInlaysRCH41

Hier, in Zürich, zag ik ineens hetzelfde principe terug:
een holle bus waarin een houten pen schuift.
Een verbinding die stevigheid geeft én demonteerbaarheid mogelijk maakt.
Ineens zag ik het: dit is geen koppeling tussen horizontale wagenonderdelen,
maar een pen‑en‑busverbinding (socket‑and‑spigot)
tussen twee verticale segmenten.
Een onderdeel van een meerdelige stang.

Maar welke stang?
Het antwoord kwam uit onverwachte hoek.
Ik stuitte op een foto van een paar monumentale bronzen buizen,
45 centimeter hoog, rijk ingelegd en afkomstig
uit de Warring States tot Western Han‑periode.
Ze werden geveild als chariot pole fittings
— onderdelen van de stang die een parasol of baldakijn
op een ceremoniële wagen droeg.
De beschrijving was helder:
deze hulzen verbonden de houten segmenten van een canopy pole.
De vorm, de decoratie, de holle kern, de symmetrie: alles was herkenbaar.
Alleen de schaal verschilde.
Waar het veilingpaar monumentaal is, is het Rietberg‑object intiem en verfijnd. Maar het functionele principe is identiek.
En dan valt alles op zijn plaats.
In de late Warring States‑periode verloor de strijdwagen zijn militaire functie
en werd hij steeds meer een ritueel object.
Parasolstangen, standaarden, vlaggenstokken
— ze werden demonteerbaar gemaakt en verbonden met bronzen hulzen
die niet alleen functioneel waren, maar ook zichtbaar moesten zijn.
De tijger op het object in Museum Rietberg is geen toevallig ornament,
maar een markeringspunt:
een symbool van macht en bescherming
precies op de plek waar twee delen samenkomen.

ARarePairOfVeryLarge45CmSilverInlaidBronzeChariotPoleFittingsWarringStatesToWesternHanDynasty

Foto van veiligsite Zacke. De voorwerpen worden als volgt beschreven: A RARE PAIR OF VERY LARGE (45 CM) SILVER-INLAID BRONZE CHARIOT POLE FITTINGS, WARRING STATES TO WESTERN HAN DYNASTY. De bron van de foto en informatie is hun website.


Wat mij raakt, is hoe zo’n klein object een hele wereld opent.
Je ziet het liggen als een miniatuur,
maar het hoort thuis in een constructie die boven de wagen uitstak,
zichtbaar in processies, rituelen en grafcontexten.
Een detail dat de status van de eigenaar onderstreepte,
maar ook de technische verfijning van de werkplaats die het maakte.

En zo wordt dit kleine tijger‑element een scharnierpunt
— niet alleen in de constructie waarvoor het ooit bedoeld was,
maar ook in mijn eigen museumdag.
Een moment van vertraging,
van kijken naar iets dat bijna over het hoofd gezien wordt,
en dat juist daardoor een onverwachte diepte onthult.


De Warring States‑periode

De term Warring States verwijst naar de laatste fase
van de Oostelijke Zhou‑dynastie, grofweg van de 5e tot de 3e eeuw v.Chr.
Het is een naam die pas veel later is ontstaan,
ontleend aan het historische werk Zhanguo Ce (“Strijdende Staten‑strategieën”),
een verzameling diplomatieke anekdotes en politieke manoeuvres uit die tijd.
China was toen geen eenheid, maar een lappendeken van machtige staten
— Qin, Chu, Zhao, Wei, Han, Yan en Qi —
die elkaar voortdurend bestreden en tegelijk
een ongekende culturele en technologische bloei doormaakten.
Het is de periode waarin bronskunst zijn hoogste verfijning bereikte,
ijzer zijn intrede deed, en ceremoniële objecten
zoals parasolstangen, wagenbeslag en ingelegde bronzen hulzen
een uitgesproken statussymbool werden.
Het Rietberg‑object hoort precies in die wereld thuis:
een tijd van oorlog, maar ook van verfijning,
experiment en symbolische overdaad.

Twee stenen deuren van een rotsgraf

DSC05549ZürichMuseumRietbergTwoDoorsOfACaveTombChinaSichuanProvinceXinjinRegionEasternHanDynasty25-220Sandstone129-5x125CmRCH103GeschenkEduardVanDerHeydt

Zürich, Museum Rietberg, Two doors of a cave tomb, China, Sichuan province, Xinjin region, Eastern Han Dynasty, 25 – 220, sandstone, 129,5 x 125 cm (each door), RCH 103. Geschenk Eduard von der Heydt.


Deze twee monumentale deuren vormden de symbolische toegang
tot een rotsgraf in Sichuan.
Hun reliëfs zijn opgebouwd in vier duidelijk herkenbare ‘lagen’
die samen een levendige wereld oproepen rond de overledene.

    • Bovenaan verschijnt op beide deuren een paar langnekkige vogels
      die naar een centraal punt reiken.
      Dit herhaalde motief markeert de hemelzone en brengt ritme en harmonie in de compositie.
    • In het midden staan twee grote, oprijzende dieren:
      links een tijger,
      rechts een draak.
      In de Han‑kosmologie vertegenwoordigen zij Westen en Oosten.
      Hier bewaken zij de drempel tussen de wereld van de levenden
      en die van de voorouders.
    • Onder het midden kijken frontale katachtige maskers
      de bezoeker aan.
      Zulke maskers worden in de kunstgeschiedenis vaak apotropaeïsch genoemd
      – een term voor beelden die bedoeld zijn om kwaad af te weren.
      Hier functioneren ze als beschermende gezichten
      die de grafingang bewaken.
      In hun bek houden zij een ring die doet denken aan een deurklopper. Hier is die ring niet functioneel, maar een symbolisch element dat de beschermende rol van het masker versterkt.

DSC05550ZürichMuseumRietbergTwoDoorsOfACaveTombChinaSichuanProvinceXinjinRegionEasternHanDynasty25-220Sandstone129-5x125CmRCH103GeschenkEduardVanDerHeydt

    • Op overblijvende ‘lege’ plaatsen bewegen talloze kleine wezens:
      een jagende figuur tussen bomen,
      loslopende herten,
      fabeldieren.
      Zij vullen de ruimte met scènes van natuur, jacht en mythische vitaliteit, kenmerkend voor de rijke beeldtaal van Sichuan.

DSC05551ZürichMuseumRietbergTwoDoorsOfACaveTombChinaSichuanProvinceXinjinRegionEasternHanDynasty25-220Sandstone129-5x125CmRCH103GeschenkEduardVanDerHeydt

De reliëfs zijn gehouwen in zachte zandsteen
en opgebouwd uit krachtige contourlijnen
waarbinnen het oppervlak volledig is gevuld met ritmische arcering.
Elke figuur – mens, dier of fabelwezen –
krijgt zo een eigen textuur en beweging.
De draak bestaat uit kleine v-vormige ‘schubben’,
terwijl de tijger wordt gemodelleerd met dichte diagonale inkervingen
die de spanning van het lichaam versterken.
Ook de kleinere dieren en scènes zijn in dezelfde stijl uitgewerkt,
waardoor de hele deur een vibrerend, levend oppervlak krijgt.
Deze manier van werken verschilt sterk
van de latere schijndeur met wachters,
die ruim vijf à zes eeuwen jonger is.
Die deur is geen functionele toegang, maar een symbolische façade
met strenge, frontale wachters en een veel rustiger oppervlak.
Waar de Han‑deuren uit Sichuan een open, bewoonde wereld tonen
vol beweging en overvloed,
presenteert de schijndeur een gesloten, architectonische grens
die vooral orde en rituele controle uitdrukt.

Samen vormen de Han‑deuren een miniatuurkosmos
waarin hemel, aarde, mens en mythische dieren met elkaar verbonden zijn.
Ze tonen niet alleen bescherming, maar ook een wereld vol leven
die de overledene in het hiernamaals omringt.

Herkomst en kunsthandel in Sichuan rond 1930

De twee stenen deuren kwamen in de jaren 1930
via de kunsthandelaar C.T. Loo in Europa terecht.
Over hun exacte vindplaats is niets bekend,
en dat is kenmerkend voor Sichuan‑steenreliëfs
die in deze periode buiten China belandden.

In de eerste decennia van de 20e eeuw werden in Sichuan
talloze rotsgraven door lokale boeren en handelaren geopend,
vaak zonder archeologische begeleiding.
De vondsten raakten al vroeg in een netwerk van regionale tussenhandel,
waarin objecten per stuk werden verkocht
en hun oorspronkelijke context verloren ging.

C.T. Loo speelde in deze keten vooral de rol van internationale schakel.
Hij beschikte over een groot netwerk in China
en een aanzienlijke kennisvoorsprong op Europese verzamelaars,
maar stelde zelden kritische vragen over de herkomst van de objecten
die hem werden aangeboden.
Voor hem woog de beschikbaarheid van uitzonderlijke stukken
zwaarder dan de documentatie ervan.
Daardoor fungeerde hij in de praktijk als doorgeefluik
van een handel die al vóór hem weinig transparant was.

De deuren uit Sichuan bereikten hem waarschijnlijk
via lokale opkopers in Chengdu of Chongqing,
maar de precieze route is niet meer te achterhalen.

Deze situatie is niet uitzonderlijk,
maar typerend voor de manier waarop veel Sichuan‑steenreliëfs
vóór 1949 China verlieten.
De combinatie van politieke instabiliteit,
regionale plundering
en een internationale markt die vooral op esthetische waarde was gericht,
heeft ervoor gezorgd dat de archeologische context
van veel van deze objecten verloren is gegaan.
Wat resteert, is hun materiële en iconografische rijkdom,
maar niet de exacte plaats of omstandigheden van hun ontdekking.

Vervolgens kocht Eduard von der Heydt de deuren vóór 1930 van C.T. Loo.
Dat is de vroegst gedocumenteerde datum in de collectiegeschiedenis.
Het feit dat de aankoop vóór 1930 plaatsvond,
is niet alleen een administratief gegeven,
maar ook een datering die Von der Heydt goed uitkwam:
alles wat vóór dat jaar in zijn bezit kwam,
valt buiten latere juridische en morele kaders
rond herkomstonderzoek en restitutie.
De deuren maken daarmee deel uit
van een bredere verzameling Aziatische kunst
die in dezelfde periode via vergelijkbare,
weinig transparante handelsroutes tot stand kwam.

In 1952 schonk Von der Heydt zijn collectie, inclusief deze twee deuren,
aan de stad Zürich, waarmee zij deel werden
van de kerncollectie van het Museum Rietberg.

Wat een gesloten steen onthult

– over leeuwen, bloemen en wachters op een stille drempel –

DSC05543 01 ZürichMuseumRietbergShamDoorEngravedWithTwoGuardiansChinaTangDynastyEarly8thCenturyRCH149GeschenkEduardVonDerHeydtStein

Zürich, Museum Rietberg, Sham door engraved with two guardians, China, Tang Dynasty, early 8th century CE, stein, RCH 149. Geschenk Eduard von der Heydt.


Een gesloten, stenen drempel

Voor je staat een hoge, smalle steenplaat die de vorm heeft van een deur.
De bovenkant is afgerond als een timpaan,
de zijkanten zijn omlijst met een doorlopende band van ranken en bloemen.
Het was een onderdeel van het interieur van een graf.
Het geheel maakt de indruk van een drempel:
een doorgang die niet opengaat, maar wel iets bewaakt.

Het is geen schijndeur zoals men die kent uit de Egyptische wereld,
bedoeld om grafrovers te misleiden of een valse toegang te suggereren.
Deze deur staat niet in een opening maar vlak tegen een rechthoekige muur,
als een stenen paneel dat nergens naartoe leidt.
Juist doordat zij geen echte doorgang vormt,
markeert zij een grens die ritueel is:
een plek waar bescherming, overgang en symboliek samenkomen.

DSC05543 02 ZürichMuseumRietbergShamDoorEngravedWithTwoGuardiansChinaTangDynastyEarly8thCenturyRCH149GeschenkEduardVonDerHeydtStein Leeuw

Het timpaan: twee leeuwen en een lotus

Bovenaan, in de boog, springen twee leeuwen naar elkaar toe.
Hun lichamen zijn gespiegeld,
hun manen en staarten krullen in krachtige lijnen.
Tussen hen ontstaat een vlamvormige ruimte waarin een grote lotus ligt.
De lotus vormt het rustige middelpunt van de bovenwereld,
waar de energie van de leeuwen samenkomt.

DSC05543 03 ZürichMuseumRietbergShamDoorEngravedWithTwoGuardiansChinaTangDynastyEarly8thCenturyRCH149GeschenkEduardVonDerHeydtStein Lotus

De overgang: vier kleine uitstulpingen

Net onder het timpaan, precies op de overgang naar de deurzone,
onderbreken vier kleine rechthoekige uitstulpingen de florale lijst
— twee links, twee rechts.
Ze lijken op de uiteinden van houten dwarsbalken,
zoals in traditionele Chinese deuren.
Het zijn geen decoraties, maar architectonische echo’s:
herinneringen aan houtbouw, in steen vertaald.
Ze verankeren de bovenwereld aan de deur
en maken de drempel geloofwaardig als deur.

DSC05543 05 ZürichMuseumRietbergShamDoorEngravedWithTwoGuardiansChinaTangDynastyEarly8thCenturyRCH149GeschenkEduardVonDerHeydtStein Vogel

De omlijsting: een levende band

Wanneer je dichterbij komt, zie je dat de stijlen links en rechts
gevuld zijn met golvende ranken, bladeren en kleine bloemen.
De ornamentiek beweegt als een stroom langs de deur naar beneden.
Aan de bovenkant zie je links en rechts een kleine vogel,
zittend op een tak, met uitgewaaierde vleugels en een korte snavel.
De lijst is niet statisch, maar levend
— een zachte tegenbeweging naast de strenge vorm van de deur.

DSC05544ZürichMuseumRietbergShamDoorEngravedWithTwoGuardiansChinaTangDynastyEarly8thCenturyRCH149GeschenkEduardVonDerHeydtStein

De wachters: twee gepantserde figuren

Daaronder staan twee wachters, één links en één rechts.
Ze zijn frontaal weergegeven, gespiegeld maar niet identiek.
Hun gezichten zijn menselijk: ronde wangen, snor, baard,
een rustige maar waakzame blik.
Ze dragen lamellenharnassen
met grote ronde knoppen op borst en schouders,
en houden een lans recht omhoog.
Het zijn geen goden, geen demonen, maar wereldlijke soldaten
die door hun plaatsing en houding tot rituele grensbewakers worden.

DSC05545ZürichMuseumRietbergShamDoorEngravedWithTwoGuardiansChinaTangDynastyEarly8thCenturyRCH149GeschenkEduardVonDerHeydtSteinDSC05543 07 ZürichMuseumRietbergShamDoorEngravedWithTwoGuardiansChinaTangDynastyEarly8thCenturyRCH149GeschenkEduardVonDerHeydtStein Vurig

De schouder‑straling: kracht zonder heiligheid

Achter hun schouders zie je twee concentrische cirkels
waaruit vlamachtige stralen ontspringen.
Het zit niet achter hun hoofd, dus het is geen halo.
Het is een kracht‑embleem:
een teken dat deze wachters meer zijn dan gewone soldaten,
dragers van beschermende energie.
Het motief echoot de dynamiek van de leeuwen boven hen,
maar vertaalt die naar menselijke schaal.

DSC05543 04 ZürichMuseumRietbergShamDoorEngravedWithTwoGuardiansChinaTangDynastyEarly8thCenturyRCH149GeschenkEduardVonDerHeydtStein Lotus

De centrale bloem: het hart van de drempel

In het midden van de deur­lijst, precies onder de lotus van het timpaan,
ligt een tweede bloem.
Rustiger, geometrischer, maar duidelijk verwant.
Samen vormen de twee bloemen een verticale as
die het object ordent van bovenwereld naar drempel naar aarde.

DSC05543 06 ZürichMuseumRietbergShamDoorEngravedWithTwoGuardiansChinaTangDynastyEarly8thCenturyRCH149GeschenkEduardVonDerHeydtStein FloraleLijst

De onderlijst: de stroom komt tot rust

Onderaan loopt de florale lijst ononderbroken door.
Geen houtverbindingen, geen onderbrekingen
— alleen de laatste bocht van de ranken.
Het is de aardse basis waarop het geheel rust.

Chimera, buffel en hond — wachter, werker, metgezel

DSC05538ZürichMuseumRietbergDogNorthChinaEasternHanDynasty25-220MYT96TonwareMitBleiglasur

Zürich, Museum Rietberg, Dog, North China, Eastern Han Dynasty, 25 – 220 CE, MYT 96, tonware mit bleiglasur.


Ze staan bij elkaar, in één bericht,
maar lijken niet uit hetzelfde verhaal te komen.
De hond en de buffel dragen de glans van lood,
een huid die ooit vloeibaar was,
die in het graf moest schitteren als een belofte van zorg.
Ze zijn rond, zwaar, bijna huiselijk
— dieren die je zou kunnen aaien,
als ze niet gemaakt waren om te blijven waken
in een wereld waar niemand terugpraat.

DSC05540ZürichMuseumRietbergRecliningWaterBuffaloNorthChinaEasternHanDynasty2nd-Early3rdCenturyMYT82TonwareMitBleiglasurDSC05541ZürichMuseumRietbergRecliningWaterBuffaloNorthChinaEasternHanDynasty2nd-Early3rdCenturyMYT82TonwareMitBleiglasur

Reclining water buffalo, North China, Eastern Han Dynasty, 2nd – early 3rd century, MYT 82, tonware mit bleiglasur.


En dan de chimera.
Geen glans, maar pigment.
Geen huisdier, maar een grensbewoner.
Zijn lichaam is hoekiger, ouder,
als een herinnering aan een tijd
waarin monsters nog nodig waren
om de nacht op afstand te houden.
Hij draagt geen glazuur
maar een huid van aarde en kleur
die niet verleidt maar waarschuwt.

DSC05547ZürichMuseumRietbergStandInTheShapeOfAChimeraChinaShaanxiHenanRegionWesternHanDynasty2nd-1stCenturyBCMYT1148ATonwareMetBemalung

Stand in the shape of a chimera, China, Shaanxi/Henan region, Western Han Dynasty, 2nd – 1st century BC, MYT 1148a, tonware mit bemalung.


Samen vormen ze een kleine stoet:
een wachter die brult,
een werker die zwijgt,
een metgezel die blijft.
Drie dieren voor een andere wereld,
elk met een eigen taak,
elk met een eigen manier van aanwezig zijn.
En in hun verschillen wordt zichtbaar
wat de levenden verlangden:
kracht, arbeid, nabijheid
— meegenomen, voorzichtig, in klei en glans en kleur.


Wat is een chimera of fabeldier?

In de Chinese oudheid verschijnt een chimera — een samengesteld fabeldier — vaak als wachter of grensbewoner tussen werelden. Het is geen dier dat ooit heeft bestaan, maar een wezen dat delen van verschillende dieren in zich draagt: de kracht van een leeuw, de alertheid van een hond, de hoorns van een ram, de staart van een slang.
Zo’n fabeldier belichaamt niet één eigenschap, maar een bundeling van krachten. Het staat voor bescherming, afweer, vitaliteit — precies wat men nodig achtte aan de rand van het graf.

kiekeboe – piekaaboe

Soms kun je beter niets schrijven
beelden verklaren zichzelf

bolle driehoeken, cirkels
golvende lijnen
strepen, naast en over elkaar
wit, zwart, rood
ze spreken: vee en wee en en em
haken en ogen die terug kijken
openstaande monden
hand in hand
doorstromende leegtes
die bedoeld zijn om te vullen

DSC05523ZürichMuseumRietbergJarWithHooksChinaGansuOrQinghaiProvinceMajiayaoCultureMajiayaoPhaseLate4rhEarly3rdMillenniumBCMYT1034

Zürich, Museum Rietberg, Jar with hooks, China, Gansu or Qinghai province, Majiayao culture, Majiayao phase, late 4th / early 3rd millennium BC, MYT 1034.

DSC05524ZürichMuseumRietbergJarWithHooksChinaGansuOrQinghaiProvinceMajiayaoCultureMajiayaoPhaseLate4rhEarly3rdMillenniumBCMYT1034


DSC05526ZürichMuseumRietbergCommunicatingJarsWithFigurativeMotifsChinaGansuOrQinghaiProvinceMajiayaoorQijiaCultureLate3rdEarly2ndMillenniumBCMYT1051

Communicating jars with figurative motifs, China, Gansu or Qinghai province, Majiayao or Qijia culture, late 3rd / early 2nd millennium BC, MYT 1051.


DSC05528ZürichMuseumRietbergJarWithHumanFigureChinaGansuOrQinghaiProvinceQijiaCultureFirstHalf2ndMillenniumBCMYT1077

‘kiekeboe – piekaaboe’. Jar with human figure, China, Gansu or Qinghai province, Qijia culture, first half 2nd millennium BC, MYT 1077.

DSC05529ZürichMuseumRietbergJarWithHumanFigureChinaGansuOrQinghaiProvinceQijiaCultureFirstHalf2ndMillenniumBCMYT1077


DSC05531ZürichMuseumRietbergJarWithBlackAndWhiteStrokesChinaGansuOrQinghaiProvinceMajiayaoCultureMajiayaoPhaseLate4rhEarly3rdMillenniumBCMYT1036

Jar with black and white lines, China, Gansu or Qinghai province, Majiayao culture, Majiayao phase, late 4th / early 3rd millennium BC, MYT 1036.

DSC05532ZürichMuseumRietbergJarWithBlackAndWhiteStrokesChinaGansuOrQinghaiProvinceMajiayaoCultureMajiayaoPhaseLate4rhEarly3rdMillenniumBCMYT1036


Afronding

Deze vormen
behoren tot de keramiektradities van Gansu en Qinghai,
de Majiayao‑cultuur.

De volgende beelden brengen ons verder door China,
langs steles, keramiek en andere voorwerpen
uit andere streken.

Een tip van de sluier,
maar het doek blijft voor vandaag nog even dicht.


Oude lijnen, nieuwe ritmes

– van neolithische vormen naar hedendaagse (be)spiegelingen –

De Chinese aardewerk voorwerpen in Museum Rietberg
zijn ongelofelijk mooi.
Met de leeftijd van de voorwerpen in gedachten
blijven de vazen en schalen er nauwelijks beschadigd uitzien.
Hun ontwerpen zijn elegant en doen vaak heel modern aan:
abstract, ritmisch, eenvoudig en strak.

De eerste twee voorwerpen die ik hieronder toon,
roepen bij mij associaties op van een breakdancende figuur
en een schildering van Keith Haring.
Brede banen wisselen af met sierlijke dunne lijnen,
basale kleuren en vooral veel ronde vormen
die prachtig passen bij de vorm van de voorwerpen.

Breakdance

Ik bewerk de foto om de figuur te isoleren
en om zo mijn verbeelding zichtbaarder te maken.
Ik zie een actieve figuur die op zijn rug ligt.
Links zie ik een deels gekromd, bijna gestrekt been.
Vervolgens steekt de figuur een arm gebogen en hand in de lucht.
Helemaal rechts stel ik me zijn hoofd voor.
De muziek kan ik in de verte al horen…

Keith Haring

Ik fantaseer verder.
Dubbele contourlijnen rond een abstracte figuur,
losjes gebaseerd op het menselijk lichaam.
Ik kan me deze figuur zo voorstellen op een wand
in de metro van New York.

Kijk ook naar het lijnenspel rond de hals van de vaas.
Met een afwisseling van brede, rode banden,
en fijne zwarte penseelstreken
en florale motieven tot bijna aan de rand.

Statuette

Statuette with horned human figure
Er rammelt nogal wat aan deze naam.
Het lijkt me een vaas met een hoofd.
Is dat wel een mens?
Hoorntjes zijn het wel, dat maakt het extra raadselachtig.

De beschildering op de buik van de vaas
zou niet misstaan op een moderne vaas
in de vitrine van een hedendaags pottenbakkersatelier.

Water

De schilder heeft het watervat gebruikt als een schildersdoek.
Hij of zij heeft zijn fantasie de vrije loop gelaten.
Ik zie geen directe verwijzing naar water maar ik zie wel
een heel doordacht patroon.
De lijnen spelen met de oortjes.
Vormen en lijnen zoeken naar een evenwicht.

Schaal

Of de mensen die op de schaal staan afgebeeld
dansen of hand-in-hand lopen…
het kan allebei.
Vier groepen mensen als vier windrichtingen.

Maar kijk ook eens naar de lijnen aan de rand.
Die aan de binnenkant maken parallelle cirkels.
Maar die aan de buitenkant, de onderste lijn
eindigt in een gekrulde vorm
die de middelste lijn tegen de bovenste cirkel duwt.
Eenvoudig, kalm, geen drukte, ongeforceerd
— en juist daardoor effectief.

DSC05508 01 ZürichMuseumRietbergMYT31MYT1047

Zürich, Museum Rietberg. Links: Jar with stylized figural motifs, China, Gansu or Qinghai province, Majiayao culture, mid 3rd millennium BC, beschilderd aardewerk, MYT 32. En Rechts: Jar with figurative motifs, China, Gansu or Qinghai province, Majiayao culture, Machang phase, late 3rd millennium BC, beschilderd aardewerk, MYT 1047.

DSC05508 02 ZürichMuseumRietbergMYT31MYT1047 DeGevallenManDSC05508 03 ZürichMuseumRietbergMYT31MYT1047 DeGevallenMan


DSC05510ZürichMuseumRietbergJarWithFigurativeMotifsChinaGansuOrQinghaiProvinceMajiayaoCultureMachangPhaseLate3rdMillenniumBCMYT1047

Jar with figurative motifs, China, Gansu or Qinghai province, Majiayao culture, Machang phase, late 3rd millennium BC, beschilderd aardewerk, MYT 1047.


DSC05513 01 ZürichMuseumRietbergStatuetteWithHornedHumanFigureChinaGansuOrQinghaiProvinceMajiayaoCultureMajiayaoPhase3rdMillenniumBCMYT1045

Statuette with horned human figure, China, Gansu or Qinghai province, Majiayao culture, Majiayao phase, 3rd millennium BC, MYT 1045.

DSC05513 02 ZürichMuseumRietbergStatuetteWithHornedHumanFigureChinaGansuOrQinghaiProvinceMajiayaoCultureMajiayaoPhase3rdMillenniumBCMYT1045 DesignDSC05514ZürichMuseumRietbergStatuetteWithHornedHumanFigureChinaGansuOrQinghaiProvinceMajiayaoCultureMajiayaoPhase3rdMillenniumBCMYT1045


DSC05516ZürichMuseumRietbergLargeWaterVesselChinaShaanxiShanxiOrGansuProvinceLateYangshaoOrEarlyMajiayaoCulture4thMillenniumBCMYT1023AardewerkMetBeschildering

Large water vessel, China, Shaanxi, Shanxi or Gansu province, late Yangshao or early Majiayao culture, 4th millennium BC, beschilderd aardewerk, MYT 1023.


DSC05518ZürichMuseumRietbergStatuetteWithHumanHeadChinaShaanxiProvinceYangshaoCultureBanpoPhase5thMillenniumBCMYT1016Aardewerk

Statuette with human head, China, Shaanxi province, Yangshao culture, Banpo phase, 5th millennium BC, aardewerk, MYT 1016.

DSC05519ZürichMuseumRietbergStatuetteWithHumanHeadChinaShaanxiProvinceYangshaoCultureBanpoPhase5thMillenniumBCMYT1016Aardewerk TxtMetShelfie


DSC05520ZürichMuseumRietbergBasinWithDancingFiguresChinaGansuOrQinghaiProvince1stHalf4thMillenniumBCMYT1022AardewerkMetZwarteBeschildering

Basin with dancing figures, China, Gansu or Qinghai province, 1st half 4th millennium BC, aardewerk met zwarte beschildering, MYT 1022.

DSC05521ZürichMuseumRietbergBasinWithDancingFiguresChinaGansuOrQinghaiProvince1stHalf4thMillenniumBCMYT1022AardewerkMetZwarteBeschildering


De Chinese aardewerk voorwerpen
staan in hoge, zwarte vitrinekasten.
De ‘planken’ waar de voorwerpen op staan
lijken van melkglas met daaronder een lichtbron.
De voor- en zijkanten van de vitrines zijn van glas.
De achterwand is donker van kleur.
Vervolgens heeft de zaal zelf ook een sterke eigen verlichting.
Even verderop staan grote stenen steles
die weer om een andere manier van belichten vragen.
Die combinatie van elementen,
glas, belichting van onderaf, verlichting in de zaal,
geven een fotograaf de nodige uitdagingen.


Rozenbedden van klei

DSC05502ZürichMuseumRietbergLargeJarWithHumanHeadChinaGansuOrQinghaiProvinceMajiayaoCultureMachangPhaseLate3rdMillenniumBCMYT1044

Zürich, Museum Rietberg, Large jar with human head, China, Gansu or Qinghai province, Majiayao culture, Machang phase, late 3rd millennium BC, MYT1044.

DSC05503ZürichMuseumRietbergLargeJarWithHumanHeadChinaGansuOrQinghaiProvinceMajiayaoCultureMachangPhaseLate3rdMillenniumBCMYT1044

Op de tweede dag in Museum Rietberg begon ik met hun
collectie Chinese kunst.
Meteen aan het begin stond een reeks prachtige objecten.
Ik wist niet wat ik zag.
De potten of vazen doen vaak modern aan.
Soms zo mooi dat het lijkt alsof ze niet echt zijn.

Large jar with human head
China, Gansu or Qinghai Province
Majiayao Culture, Machang Phase
ca. 2300–2000 v.Chr.
Earthenware with black painted decoration
Meiyintang Collection, Dauerleihgabe Museum Rietberg
Inv. MYT1044

Bolvormige pot van roodbruin aardewerk, met een smalle, licht uitlopende hals.
De wand is beschilderd met brede zwarte banen,
afgewisseld met een aantal smalle zwarte lijnen
die de schouder en bovenhelft in horizontale ritmes verdelen.
De penseelvoering is typisch voor de Machang‑fase:
strak, repetitief en grafisch van karakter.

Op de schouder bevindt zich een plastisch aangezet menselijk hoofd,
zorgvuldig geïntegreerd in het decoratieve systeem van de pot.
Waar de wand horizontaal is geordend,
verschijnen op het gezicht smalle verticale lijnen op de wangen,
die een subtiel tegenritme vormen en het mensbeeld versterken.
De ogen en mond zijn smalle, horizontale insnijdingen in de klei,
geaccentueerd door zwarte penseelstreken.
Of deze insnijdingen doorlopen naar de holte van de pot
is op basis van de foto’s niet vast te stellen,
maar hun vorm en plaatsing suggereren dat ze vooral bedoeld zijn
om het gezicht een duidelijke, bijna grafische expressie te geven.

Opvallend zijn de oren van het hoofd:
naar voren gerichte buisvormige aanzetten.
De gehoorkanalen zitten niet aan de zijkant,
zoals bij een naturalistische weergave,
maar wijzen licht naar voren.
Daardoor functioneren ze minder als anatomische oren
en meer als vormelementen binnen de compositie
— kleine projecties die het hoofd een frontale energie geven
en het ritme van de pot onderbreken zonder het te verstoren.

De neus is puntig.
De kin is stevig aangezet.

Lager op de wand is een aangezet oor zichtbaar:
handmatig gevormd, licht asymmetrisch en zonder doorboring.
De vorm is te klein en te dicht tegen de potwand
om als handgreep te functioneren.
Dergelijke oren komen vaker voor in Machang‑aardewerk
en worden doorgaans geïnterpreteerd als rituele of symbolische elementen,
mogelijk bedoeld voor een koord of binding,
of als onderdeel van de typologische vormtaal van deze fase.
Omdat slechts één zijde van het object zichtbaar is,
blijft onduidelijk of er één of meerdere van deze oren aanwezig zijn.

Hoewel de exacte vindplaats onbekend is, wijzen vorm, decoratie en materiaal
overtuigend naar het grensgebied van Gansu en Qinghai,
langs de bovenloop van de Gele Rivier.
De datering rond 2300–2000 v.Chr. plaatst het object
in dezelfde periode als de laatste bouwfase van Stonehenge,
en ongeveer duizend jaar na de Nederlandse hunebedden.


De eerste voorwerpen die ik bekeek waren allemaal afkomstig
uit de Meiyintang Collection.
Bij Museum Rietberg wil ik dan meteen weten wie er achter
die verzameling zit en hoe die aan de verzameling is gekomen.
Verzamelen is een dure hobby.

De broers Zuellig — een biografie in één vloeiende beweging

De geschiedenis van de Meiyintang‑collectie begint niet
in een atelier in Jingdezhen (het historische porseleincentrum van China)
of in een keizerlijk paleis,
maar in Zuidoost‑Azië, waar twee Zwitserse broers
Stephen en Gilbert Zuellig
in de jaren vijftig en zestig een zakelijk imperium hielpen uitbouwen
dat hun leven voorgoed zou bepalen.
Hun familiebedrijf, de Zuellig Group, was ooit een bescheiden handelsfirma
in de Filipijnen, maar groeide in de loop van de twintigste eeuw uit
tot een van de grootste private ondernemingen in Azië.
Het zwaartepunt lag in farmaceutische distributie:
het leveren van medicijnen, medische apparatuur en gezondheidsproducten
aan ziekenhuizen, apotheken en overheden in een regio
waar infrastructuur en logistiek vaak complex waren.
Die wereld — van magazijnen, koelketens, vrachtwagens en contracten —
leverde de broers een vermogen op dat hen in staat stelde
iets totaal anders te doen: verzamelen op het allerhoogste niveau.
En omdat ze in Azië woonden en werkten, bevonden ze zich
precies op de plek waar de kunstmarkt in die tijd nog relatief toegankelijk was.
Ze kochten niet impulsief, maar met een bijna monastieke discipline.
Gilbert richtte zich op het vroege keramiek:
neolithische potten, Han‑figuren, Tang‑glazuren, Song‑steengoed.
Stephen concentreerde zich op Ming- en Qing‑porselein,
vaak van uitzonderlijke kwaliteit.
Samen bouwden ze een collectie op die niet alleen omvangrijk was,
maar ook fijnzinnig, coherent en wetenschappelijk relevant.
De naam die ze hun verzameling gaven
Meiyintang, “Hal tussen de rozenbedden”
is precies het soort naam dat een geleerde in de Ming‑ of Qing‑tijd
aan zijn privé‑studio zou geven,
maar het is ook een subtiele aanwijzing voor hun houding:
ingetogen, contemplatief, gericht op schoonheid en studie.

Toen de collectie in de jaren negentig werd gepubliceerd
door de kunsthistorica Regina Krahl, werd ze in één klap een referentiepunt
voor iedereen die zich met Chinees keramiek bezighoudt.
Niet omdat de broers spectaculaire trofeeën wilden tonen,
maar omdat ze met een bijna wetenschappelijke precisie hadden verzameld.

Na het overlijden van Gilbert werd zijn deel van de collectie ondergebracht
in de Meiyintang Stiftung, met als doel de samenhang te bewaren
en de stukken toegankelijk te maken voor het publiek.
Dat leidde tot de langdurige bruikleen aan Museum Rietberg in Zürich
— objecten die zo perfect lijken dat je even twijfelt of ze wel echt kunnen zijn.
Maar dat is precies het punt: de broers kochten alleen het allerbeste.
Niet om te pronken, maar omdat ze geloofden dat keramiek
— van de meest eenvoudige neolithische pot
tot het meest verfijnde keizerlijke porselein —
getuigt van de rijkdom en reikwijdte van China’s keramische tradities.
En dat die lijn, als je haar zorgvuldig volgt,
een verhaal vertelt dat groter is dan welk individueel object ook.

Persoonlijk ben ik niet thuis in de lange keramische tradities van China.
Dus ik heb er behoefte aan te begrijpen waar de provincies liggen
waar de voorwerpen vandaan komen en
hoe de culturen en fases zich tot elkaar verhouden.

De wereld van Majiayao — drie fasen, één landschap

Langs de bovenloop van de Gele Rivier,
in het grensgebied van Gansu en Qinghai,
ontstond tussen ongeveer 3300 en 2000 v.Chr.
een keramische traditie die vandaag nog steeds verrassend modern aanvoelt.
Het is een landschap van droge valleien, leemheuvels en brede rivierbeddingen,
waar de horizon langzaam oploopt richting het Tibetaans Plateau.
Voor wie ooit in Lanzhou is geweest, is dit decor direct voorstelbaar:
een wereld van wind, löss en licht.
Binnen dit landschap ontwikkelde zich de Majiayao‑cultuur,
die archeologen in drie opeenvolgende fasen onderscheiden:
Majiayao, Banshan en Machang.
Elke fase heeft een eigen vormtaal, alsof drie generaties pottenbakkers
elk hun eigen manier vonden om beweging, herhaling en betekenis in klei te vangen.

  • Majiayao (ca. 3300–2500 v.Chr.)
    Heldere, open patronen; grote spiralen; veel witruimte.
    Een stijl die voelt alsof de pottenbakker net ontdekt heeft hoe ritme werkt.
  • Banshan (ca. 2600–2300 v.Chr.)
    Complexere, dichtere decoratie; meerdradige spiralen; contrasterende vlakken.
    Een uitbundige fase waarin de penseelvoering bijna dansend wordt.
  • Machang (ca. 2300–2000 v.Chr.)
    Strakkere geometrie; horizontale banden; driehoekige ritmes.
    En soms verschijnt er iets onverwachts:
    een plastisch aangezet menselijk hoofd op de schouder van een pot
    — zeldzaam, indringend, en moeilijk te vergeten.

Deze laatste fase valt rond 4200 jaar geleden.
Een wereld op de drempel van de bronstijd,
waarin verschillende culturen op verschillende plekken
monumenten, rituelen en keramiek nieuwe vormen gaven.

Gansu of Qinghai — waarom die onzekerheid?

Veel Majiayao‑objecten in westerse collecties zijn in de 20e eeuw
via handelaren op de markt gekomen.
Daardoor ontbreekt vaak een exacte vindplaats.
Musea formuleren daarom voorzichtig: “Gansu or Qinghai Province”.
Toch kunnen archeologen de stijl, periode en waarschijnlijke regio
met grote zekerheid bepalen door vergelijking
met goed gedocumenteerde opgravingen, herkenning van typische vormen
en penseelritmes, en analyse van klei en pigment.
De datering is stevig verankerd dankzij radiokoolstofonderzoek op sites uit dezelfde stijl.


De volgende stukken uit de verzameling illustreren de overtuiging
dat keramiek in deze collectie niet is om te pronken,
maar omdat keramiek getuigt van de Chinese tradities.

DSC05505ZürichMuseumRietbergMYT1028MYT1025MYT1027

Van links naar rechts:

Jar with stylized landscape,
China, Gansu or Qinghai Province, Majiayao Culture, Majiayao Phase,
late 4th – 3rd millennium BC, MYT1028
Een pot met gestileerde landschapsmotieven, waarin
brede en smalle zwarte lijnen de vorm in horizontale ritmes verdelen.

Jar with black painted design,
China, Henan, Shaanxi or Gansu, late Yangshao or early Majiayao Culture,
4th millennium BC, MYT1025
Het middelste stuk — een vat met brede zwarte banen,
cirkelmotieven met radiale lijnen en diagonale patronen.
De herkomst is onzeker, maar de stijlkenmerken sluiten aan
bij de overgang van de Yangshao‑cultuur
— een voorganger van Majiayao —
naar vroege Majiayao‑tradities.

Jar with black and white design,
China, Gansu or Qinghai Province, Majiayao Phase,
late 4th – early 3rd millennium BC, MYT1027
Een pot waarin zwart en wit elkaar afwisselen in bladachtige patronen
en zigzaglijnen, met een penseelvoering die bijna dansend
over het oppervlak beweegt.

Samen vormen ze geen tijdlijn,
maar een polyfoon keramisch geheugen van neolithische ritmes.

DSC05506ZürichMuseumRietbergJarWithBlackPaintedDesignChinaHenanShaanxiOrGansuProvinceLateYangshaoOrEarlyMajiayaoCulture4thMillenniumBCMYT1025

Jar with black painted design, China, Henan, Shaanxi or Gansu province, late Yangshao or early Majiayao culture, 4th millennium BC, MYT1025.


Holz vor der Hütte

IMG_7657ZürichHolzVorDerHütteAlterBotanischerGartenConradiGessneri

Zürich, Alter Botanischer Garten, Conrad Gessner (Zürich, 26 maart 1516 – aldaar, 13 december 1565) was een Zwitsers natuuronderzoeker, filoloog en arts. Vanwege zijn werk Historiae animalium wordt hij gezien als een van de grondleggers van de zoölogie. Daarnaast was hij een invloedrijk botanicus.


IMG_7658ZürichHolzVorDerHütteAlterBotanischerGartenIMG_7670ZürichHolzVorDerHütteStAnnahof

Zürich, St. Annahof, warenhuis, 1878.


IMG_7671ZürichHolzVorDerHütteStAnnahofIMG_7672ZürichHolzVorDerHütteStAnnahofIMG_7673ZürichHolzVorDerHütte


Van bezit naar zorg

DossierRestitutieDocumenterend

Over de tentoonstelling die ik niet zag

Er had zomaar nog een derde tentoonstelling bij kunnen komen.
Een beetje veel voor één dag, al had het misschien toch gekund
De tentoonstelling opende pas in de middag,
terwijl ik rond tien uur al door de folders bladerde.
De titel:
Benin Verpflichtet / Benin Dues – Dealing with looted royal treasures.
De tentoonstelling is in Zürich nog te zien tot begin maart.

De centrale vraag lijkt te zijn:
hoe ga je om met geroofde koningsschatten?

Het beeld dat de tentoonstelling voor haar affiche kiest, roept meteen vragen op.
Op de affiche houdt een vrouw van kleur een masker uit Benin vast.
Ze toont het masker half voor haar gezicht, alsof ze zich erachter verschuilt.
En dan die groene plastic handschoen.
Dat voelt allerminst toevallig…

Het waren witte Europeanen die de kunst uit Benin roofden.
Het waren witte Europeanen die de kunst blijvend in bezit namen.
Die schatten keren soms pas na jaren onderhandelen — en vaak met tegenzin — terug.

In 1897, British troops attacked the kingdom of Benin in present-day Nigeria. They ousted the king, burned down the capital and looted thousands of royal artefacts from the palace. In Europe, the objects were sold on the art market as “Benin Bronzes”. In 1940, Benin artefacts also entered the collection of the Ethnographic Museum.

IMG_7665BeninDues

De vrouw staat niet op de foto om herkend te worden.
Daarvoor verbergt ze haar gezicht te veel.

Op de website ontdekte ik dat er nóg een affiche bestaat.
Nu een man van kleur.
Ook die groene kunststof handschoenen.
Op de website staan ook foto’s die
niets met de publiciteitscampagne te maken hebben,
en daarop draagt een man precies dezelfde groene handschoenen.
Dat lijkt eerder op een standaardpraktijk in het museum
dan op een bewuste beeldkeuze
— waardoor de affiche minder doordacht overkomt.
De man verbergt zijn gezicht niet achter het masker.
Een heel andere opzet.
Dat doet vermoeden dat het beeld op de affiche
niet vanuit een doordachte keuze is ontstaan.

BeninVerpflichtetBeninDues

Vanaf dat moment wilde ik weten hoe het museum zelf
deze tentoonstelling kadert.
De press release opent met een vraag die ik hierboven al citeerde:

Why are objects from the Kingdom of Benin held in the Ethnographic Museum at the University of Zurich?

Maar wie verder leest, merkt al snel dat er
in de onderliggende visie iets wringt.
De alinea die begint met

A paradigm shift in dealing with looted artifacts

laat dat misschien wel het duidelijkst zien.

De alinea begint met:

Considering what to do with looted artifacts is an issue for the academic community and cultural sector.

Verderop staat:

As owner of objects from Benin, the University of Zurich and ultimately the cantonal authorities are now examining the next steps. Museum Director Mareile Flitsch talks of a ‘paradigm shift’: “Ethnographic museums now need to reconsider past world views and attitudes…”

Maar juist in die formuleringen wordt zichtbaar
hoe beperkt dat paradigma nog steeds is.

Misschien onbedoeld,
maar het museum zegt hier dat Europese professionals gaan bepalen
wat er moet gebeuren met de geroofde kunst
— kunst die bovendien al twintig jaar in opslag stond.

Het museum erkent de roof,
maar noemt zichzelf nog altijd eigenaar.
Dat is geen paradigmawisseling.
De autoriteiten bepalen de ‘next steps’,
en het museum ‘engages’ met nazaten
— maar altijd vanuit dezelfde positie.
De taal verandert, de structuur niet.

Van bezit naar zorg

Verantwoordelijkheid voor kunstvoorwerpen
kan op uiteenlopende manieren worden ingevuld,
en in deze context zijn vooral twee begrippen van belang.

Eigenaarschap (Ownership) is een harde, juridische claim:
het impliceert dat iets toebehoort aan degene die het fysiek bezit,
ook wanneer dat bezit historisch door roof is verkregen.

In de praktijk betekent dit dat
de eigenaar de beschrijving van het object maakt,
de eigenaar beslist over de rol van het object in tentoonstellingen,
de eigenaar bepaalt of en wanneer het object wordt uitgeleend,
en de eigenaar vastlegt welke informatie wel of niet wordt gedeeld.
Het is de eigenaar die de voorwaarden stelt,
de toegang reguleert en uiteindelijk beslist over de toekomst van het object.

Beheer (Custodianship) daarentegen verwijst naar een tijdelijke zorgrelatie,
een vorm van verantwoordelijkheid zonder aanspraak op eigendom.

In de praktijk betekent dit dat
de beheerder het object documenteert zonder het te claimen,
dat de beheerder tentoonstellingskeuzes maakt in overleg
met de gemeenschap van herkomst,
dat de beheerder uitleenverzoeken faciliteert in plaats van controleert,
en dat de beheerder informatie deelt in de wetenschap
dat het object elders thuishoort.
De beheerder bewaart, beschermt en ontsluit,
maar beslist niet over de uiteindelijke bestemming.

Waar eigenaarschap de koloniale logica voortzet,
opent beheer de mogelijkheid om zorg te dragen voor iets dat elders thuishoort.

Een biennale die verder kijkt dan vorm

– a place to be and experience, side by side –

IMG_7666AlterBotanischerGartenSideBySide

Side by side, Design Biennale Zürich, 2025.

IMG_7668AlterBotanischerGartenSideBySideTxt


Van mijn hotel naar het centrum lopend,
stuitte ik op een aankondiging van de Design Biennale Zürich.
Ik ging uit van strak vormgegeven horloges, lampen of meubels.
Maar de objecten bleken minder om hun buitenkant te gaan
dan ik had verwacht.
Misschien was het de tuin zelf — de Alter Botanischer Garten —
die het geheel meer diepte gaf.
Iets dat op een ondiep zwembad leek trok direct mijn aandacht.
En hoe verder ik de tuin in ging, hoe boeiender het werd

Pas later, bij een gebouw in de tuin, bladerend door enkele folders,
zag ik hoe deze editie heette:
Side by side.
Grappig genoeg kreeg die titel voor mij nog een tweede betekenis.
Als een persoonlijke variant op ‘naast elkaar’.
’s Ochtends de biennale, ’s middags In Fraunhand.
Twee tentoonstellingen naast elkaar.

Vergankelijke Omheiningen, Eeuwigdurende Gemeenschappelijke Ruimtes

IMG_7647AlterBotanischerGartenLaraMehlingNicoleDeLaLouviereEphemeralEnclosuresPerennialCommons

Side by side, Alter Botanischer Garten, Lara Mehling & Nicole de Lalouvière, Ephemeral Enclosures Perennial Commons.

IMG_7648AlterBotanischerGartenLaraMehlingNicoleDeLaLouviereEphemeralEnclosuresPerennialCommons

The mobile, lightweight structure offers a new interpretation of the sarāparda. The Persian term combines saray (palace) and parda (curtain) and refers to a relic of Central Asian nomadic pastoralism. To define the boundaries of a temporary camp, a portion of a blooming meadow was temporarily enclosed. Through this ephemeral enclosure, the vital grazing land was transformed into a ceremonial space —an act that challenges the conventional definition of a garden as an artifact of sedentary life and invites a new understanding of contemporary commons in the landscape.

Wildflower meadows have long drawn nomadic peoples to the mountain steppes of Western and Central Asia. These lands belonged to no one but those who temporarily inhabited them during seasonal migrations. Among the first spring vegetation were fire-red wild tulips. The beauty of these red-flowering fields was widely celebrated, their imagery woven into the art and iconography of tribal and courtly cultures —particularly in textiles crafted by women. The installation in the Old Botanical Garden at the University of Zurich consists of a multi-part screen whose segments form a visual essay on the journey of the red flowers from Central Asia westward. Each panel traces a fragment of archived textile. The designs have been reinterpreted in a style reminiscent of European chintz fabrics, also known as Indiennes. Through the reclamation of this medium, the textile panels aim to honor the heritage of the red flowers.

Online worden daarom twaalf textielstukken genoemd
waarin de bloemmotieven een rol spelen.
Met name vloerkleden, plus een enkel kussenovertrek.
Ze zijn oorspronkelijk gemaakt in Siberië, Herat, Iran,
het Ottomaanse Rijk en Italië.
De makers in Zwitserland, Lara Mehling & Nicole de Lalouvière,
zien zichzelf in de eerste plaats als landschapsarchitecten.

IMG_7649AlterBotanischerGartenLaraMehlingNicoleDeLaLouviereEphemeralEnclosuresPerennialCommonsTxtIMG_7650AlterBotanischerGartenLaraMehlingNicoleDeLaLouviereEphemeralEnclosuresPerennialCommons


Tales & Tails: Verhalen met huid en haar

IMG_7651AlterBotanischerGartenAnninaArterTalesAndTails

Annina Arter, Tales & Tails

This project presents a series of textile images that engage with entries from Conrad Gessner’s Historiae Animalium, also known as the “Thierbuch”– one of the earliest encyclopedias of the animal world,published in the 16th century. In this work, Gessner systematically compiled all available knowledge from ancient, medieval, and contemporary sources. Alongside real animals, he also documented mythical creatures such as the unicorn or basilisk. The depiction of these hybrid beings reveals how, in the 16th century, the boundaries between observation, myth, and inherited narrative, were still fluid —between the visible and the told, between documented fact and imagination.
“Tales & Tails” reflects on this theme through a contemporary, textile interpretation. Selected original illustrations from a hand-colored version of the Thierbuch are highlighted and embedded in narrative compositions. The series positions itself as an artistic exploration of collecting as a cultural practice —both historical and contemporary. The textile works explore the influence of social imagination, visual interpretation, and collective labor on how we perceive nature. The materials themselves follow the logic of collecting: fabrics, fragments, and materials from diverse sources come together in collage-like compositions with a quilt-like aesthetic, referencing various forms of collecting, ordering, and interpreting.

The Thierbuch used as a source was kindly provided by the University of Amsterdam: Gessner-Platter albums, Allard Pierson, University of Amsterdam, Library of the Remonstrant community of Amsterdam, Hs. III C 22–23.

Annina Arter is textielontwerpster.
De werken, geplaatst langs een smal pad tussen bomen en struiken,
krijgen daardoor een onverwachte charme.

IMG_7652AlterBotanischerGartenAnninaArterTalesAndTailsTxtIMG_7653AlterBotanischerGartenAnninaArterTalesAndTails


Vloeibare klei

IMG_7654AlterBotanischerGartenMariaSmigielskaAnaAscicLiquidClayFormsInFlux

Maria Smigielska en Ana Ascic, Liquid Clay Forms in Flux.

“Liquid Clay: Forms in Flux” is a site-specific installation in the round pond of Zurich’s Old Botanical Garden. Drawing from the forms of aquatic plants —adapted to channel and collect water —the work translates these logics into a sculptural system of 3D-printed clay funnels. Stacked in shifting rhythms, the modular elements evoke patterns of growth, erosion, and riverine flow. The project highlights clay’s potential as a sustainable, locally sourced material, reinterpreted through advanced digital fabrication.
Each funnel element is printed with precision yet retains the tactile character of layered clay, producing a rhythm that feels simultaneously natural and crafted. Mist, reflections, and shifting daylight animate the work, transforming it throughout the day and offering a sensory experience of atmosphere and space. Rather than inviting interaction, the piece functions as a sculptural intervention that amplifies the garden’s qualities of pause, contemplation, and connection. “Liquid Clay: Forms in Flux” is a gentle encounter between natural processes and digital craftsmanship, where visitors are invited to reflect on the shared language of water, material, and form.

Ana Ascic en Maria Smigielska zijn architecten.

IMG_7655AlterBotanischerGartenMariaSmigielskaAnaAscicLiquidClayFormsInFlux  Txt


Positief zwermen

IMG_7660AlterBotanischerGartenEthelRossettiElenaZihlmannCollectiveMind

Ethel Rossetti en Elena Zihlmann, Collective Mind.

How does your presence influence the movement of others? Collective Mind explores the nature of the swarm – as movement, as structure, and as a form of intelligence.
The work investigates the ever-shifting relationship between the individual and the collective, between autonomy and mutual dependence. What invisible forces come into play when many become one? What emerges when control slips away, and complexity arises from repetition and simple rules? These dynamics are staged through artistic means. Human bodies take on fluid formations reminiscent of bird flocks. Photographs reveal ant-like behaviors, repetition, and rhythm. A generative digital swarm simulates the logic of decentralized systems —where movement isn’t imposed but collectively created. In such systems, the individual dissolves into the collective – and yet the collective depends on every single element. There is no leadership, and still, direction emerges. There is no central plan, and yet structure forms. Collective Mind invites viewers into a living, breathing system. A space where identities dissolve, proximity creates meaning, and the choreography of the many becomes a mirror of our shared movement.

Ethel Rossetti en Elena Zihlmann onderzoeken het begrip ‘Zwerm’.
Hun onderzoek vindt plaats via de camera
— via kijken, vastleggen, herhalen.
Het is iets anders dan het gedrag van buitenlandminister Rubio,
die zijn baas blind volgt,
zelfs wanneer hij buitenspel wordt gezet.
Maar ook in een zwerm is weinig ruimte voor individueel denken.
Bij deze fotografen levert het prachtige foto’s op.

IMG_7659AlterBotanischerGartenEthelRossettiElenaZihlmannCollectiveMind Txt


Voetbad

A cross-disciplinary spatial-performative installation.
A place to be and experience, side by side.

IMG_7661AlterBotanischerGartenValerieHessSibylleStoeckliTHEPOOOL

Valerie Hess en Sibylle Stoeckli, THE POOOL.

The performative and interdisciplinary installation THE POOOL is both space and process. An urban oasis where bodies, ideas, disciplines, generations, and communities converge. All visitors are invited to sit at the edge of the pool, dip their feet in the water, receive a towel, and simply be—alone or SIDE BY SIDE with others. This gesture is simple and universal, rooted in many traditions. Here, everyone is welcome to pause, observe, interact, and reconnect with what matters. The project raises fundamental questions: How can we live side by side? How do we connect with ourselves—and with others? Where do we draw inspiration from? How do we behave alone—and how do we share space at the pool? To explore these questions, designers Sibylle Stoeckli and Valerie Hess are present on site every day. They create spaces, situations, images, and words, engaging in an ongoing, collective design process. Their approach is open, interactive, and participatory. The installation becomes an experiential space where water acts as a medium—between people, nature, and society, between body and mind. THE POOOL evolves into a living stage for coexistence, reflection, and collective action—SIDE BY SIDE in the urban realm. It is a place where creativity, imagination, and discovery take center stage. A place that values process, transition, and transformation. Come by, refresh yourself, and let yourself be inspired.

Terwijl ik op een bank in de vroege zon mijn meegebrachte ontbijt at,
kwam er een groep studenten de biennale bezoeken — een hele klas
Ze kregen, vermoed ik, een rondleiding door de tentoonstelling
in dit kleine maar verrassende stadspark.
Dus terwijl ik de tentoonstelling op mijn eigen tempo bekeek,
kwam ik steeds weer een paar van die studenten tegen.
Het leukste moment speelde zich af bij The Pooool.
Er klonk veel gegiechel — logisch, het is toch wat
om met een groep je schoenen uit te trekken
en samen een voetbad te nemen.

IMG_7662AlterBotanischerGartenValerieHessSibylleStoeckliTHEPOOOL


Pop-up- of inloopsculptuur

IMG_7663AlterBotanischerGartenMaxBiligerKollektiveKrönlihalle

Kollektive Krönlihalle, Max Biliger.

Used beverage crates form a geometric, temporary sculpture. They shape a bar counter and various seating options – almost like at a spontaneously convened party. With this, the Krönlihalle Collective casts a humorous glance at design. By repurposing crates, they create an accessible installation that invites people to touch and use it. The right-angled figures are a full-scale copy of Max Bill’s sculpture Pavillon, located about 300 meters away on Bahnhofstrasse – SIDE BY SIDE. The abstract color patterns formed by the crates provide another reference to the original artist and his work. In contrast to the monumental granite sculpture, the copy in the Old Botanical Garden of the University of Zurich, built with simple means, appears ephemeral. After ten days it will be dismantled, and the crates will once again serve their original purpose. Despite the simplicity of the reproduction, its underlying idea closely follows that of the original:
«Max Billiger» invites visitors to linger and to social exchange in the open air – just like the Pavillon on the city’s most exclusive shopping mile.Those in the mood for a short walk can head to Bahnhofstrasse to view the original there and discover similarities and differences.

IMG_7664AlterBotanischerGartenMaxBiligerKollektiveKrönlihalleTxt


In vrouwenhand IV – laatste deel

– over een huis van papier –

DSC05494ZürichInFrauenhandSonjaSekulaMidnight1945ÖlAufLeinwandPrivatbesitz

Zürich, In Frauenhand/In Her Hand, Sonja Sekula, Midnight, 1945, öl auf leinwand, privatbesitz.


Sonja Sekula (1918–1963)

Sonja Sekula was een Zwitsers-Amerikaanse schilderes
die een belangrijke, maar lang ondergewaardeerde rol speelde
binnen het abstract expressionisme in New York.
Ze verhuisde in 1936 naar de VS, studeerde aan Sarah Lawrence College
en later aan de Art Students League,
waar ze in contact kwam met surrealisten in ballingschap
en kunstenaars als Jackson Pollock en Robert Motherwell.
Sekula exposeerde bij Peggy Guggenheim en Betty Parsons
en nam deel aan de invloedrijke 9th Street Show van 1951.
Haar werk varieert van biomorfe vormen tot lyrische abstractie,
vaak doordrongen van poëtische notities.
Ondanks erkenning tijdens haar leven werd haar carrière overschaduwd
door psychische problemen en haar openlijke homoseksualiteit.
Ze keerde in 1955 terug naar Zwitserland, waar ze in 1963 overleed.

DSC05496ZürichInFrauenhandHedwigThomaTierbilderbuchInHäuschenformUm1922Privatbesitz

Hedwig Thoma, Tierbilderbuch in Häuschenform, im 1922, privatbesitz.


Hedwig Thoma (1886–1946)

Hedwig Thoma was een Zwitserse schilderes
en grafisch ontwerpster uit Basel.
Ze werd bekend door haar illustraties,
waaronder een reeks Jugendstil-postkaarten
voor de Zoo Basel (1920–1921),
en won in 1927 een wedstrijd voor een artistiek stadsplakkaat voor Basel.
Haar werk werd in de jaren 1920 genoemd in overzichtspublicaties
over vernieuwende vrouwenkunst in Zwitserland.
Ze illustreerde kinderboeken en maakte boekillustraties,
waaronder voor een Duitse vertaling van Sally Salminens roman Katrina.
Thoma was gehuwd met kunstenaar en kunstcriticus Hermann Meyer
en bewoog zich in een cultureel actief netwerk in Basel.

DSC05498ZürichInFrauenhandHedwigThomaTierbilderbuchInHäuschenformUm1922Privatbesitz


DSC05499ZürichInFrauenhandMajaZürcherBirdFire1979Schallplattencover

Maja Zürcher, Bird Fire, 1979, schallplattencover.


Maja Zürcher (1945–1997)

Maja Zürcher was een Zwitserse houtgraveur, schilderes en grafisch kunstenaar.
Ze studeerde aan de Kunstgewerbeschule Zürich
en vervolgde haar opleiding in Parijs en Londen.
Vanaf 1970 werkte ze in Parijs, waar ze onder meer bekend
werd door haar ontwerpen voor jazz-albumhoezen voor musici als
Max Roach, Archie Shepp en John Tchicai.
Haar oeuvre omvat houtdrukken, etsen, schilderijen, pastels,
tekeningen, illustraties en mozaïeken.
Zürcher reisde intensief, werkte in internationale kunstenaarsgemeenschappen
en gaf les in houtdruktechnieken.
Haar werk was vaak verbonden met antikoloniale
en Afrikaanse bevrijdingsbewegingen.

DSC05501ZürichInFrauenhandMargueriteHersbergerReliefNr21967Terrakotta

Marguerite Hersberger, Relief nr 2, 1967, terrakotta.


Marguerite Hersberger (1943– )

Marguerite Hersberger is een Zwitserse kunstenaar die in Zürich woont en werkt.
Ze studeerde in Basel en werkte eind jaren 1960 in Parijs
in het atelier van François Stahly.
Sinds de jaren 1970 ontwikkelde ze een eigen beeldtaal
binnen de constructief-concrete kunst,
met een sterke focus op licht, kleur en geometrie.
Haar oeuvre omvat schilderijen, tekeningen, fotografie, reliëfs,
objectkunst, installaties en talrijke kunst-op-locatieprojecten
in Zwitserland en Duitsland.
Hersberger staat bekend om haar gebruik van licht
als sculpturaal en architectonisch element,
en om haar precieze, vaak mathematisch geïnspireerde vormen.
Ze ontving diverse kunstbeurzen en had tentoonstellingen
in o.a. Kunsthaus Zürich en Haus Konstruktiv.

Afsluitend:

Als ik een minpuntje zou moeten noemen dan is dat
het ontbreken van recent werk van jonge vrouwelijke kunstenaars.
Een bibliotheek is natuurlijk geen kunstgalerie en
dat heeft gevolgen voor de verzameling en de gemaakte keuzes
bij een tentoonstelling als deze.
Maar verder vond ik het een heel geslaagde tentoonstelling.


In vrouwenhand III — Tussen blik en aanraking

– over natuur, nabijheid en het gezicht van de maker –

Inleiding

Intussen is dit de derde blogpost over de tentoonstelling
n Frauenhand / In Her Hand, die ik in september vorig jaar in Zürich zag.
Als ik terugkijk op mijn eerdere blogberichten
— en vooruitblik op wat nog komt —
dan valt het me op hoe geslaagd deze tentoonstelling was.
Ze probeert niet te imponeren met grote namen,
maar schittert juist met wat dichtbij is:
de eigen collectie.
Zorgvuldig samengebracht.

DSC05481ZürichInFrauenhandMariaClaraEimmartZeichnungDerMondoberflächeAquarellInStammbuchVonJohannJacobScheuchzer16August1695

Zürich, In Frauenhand / In Her Hand, Maria Clara Eimmart, Zeichnung, Der Mondoberfläche, aquarell. In: Stammbuch von Johann Jacob Scheuchzer, 16. August 1695.


Het ‘Stammbuch’ is een vriendenboek of album amicorum.
Johann Jakob Scheuchzer (1672–1733), was een beroemde Zürcher arts
en natuuronderzoeker.
Het stammbuch werd bijgehouden tussen 1691 en 1699.
Johann Jakob Scheuchzer stond bekend om zijn vroege Alpenonderzoek
en zijn interpretaties van fossielen.
Hij studeerde o.a. in Altdorf en Utrecht en reisde veel door Europa.

Maria Clara Eimmart (1676–1707)

Duitse astronome, graveur en tekenaar.
Eimmart werkte in Neurenberg in het observatorium van haar vader,
Georg Christoph Eimmart,
waar zij uitzonderlijk precieze astronomische tekeningen maakte.
Ze documenteerde maanfases, zons- en maansverduisteringen
en planetenobservaties,
en wordt beschouwd als een van de vroegste vrouwelijke
wetenschappelijke illustratoren.
Haar werk combineert nauwkeurige waarneming
met een verfijnde grafische stijl.
Ze overleed jong, kort na de geboorte van haar eerste kind.

In het stammbuch van Johann Jakob Scheuchzer bevindt zich
– zoals in dit bericht te zien is –
een originele maanillustratie van Maria Clara Eimmart
— een zeldzaam en tastbaar bewijs van hun intellectuele verwantschap.
De tekening, verfijnd en astronomisch precies,
toont niet alleen haar uitzonderlijke talent,
maar ook Scheuchzers erkenning van haar werk
binnen zijn geleerdennetwerk.
Het begeleidende motto,
Despicit haec terram facies temperata tenebris,
ut purae ad solem lumina levent,
geeft de maan een bijna menselijk gelaat:
“Dit door schaduw verzachte aangezicht kijkt neer op de aarde,
terwijl zijn zuivere glans zich verheft naar de zon.”

DSC05482ZürichInFrauenhandMariaClaraEimmartZeichnungDerMondoberflächeAquarellInStammbuchVonJohannJacobScheuchzer16August1695

De combinatie van nauwkeurige observatie en poëtische verbeelding
maakt duidelijk dat dit geen vluchtige geste was,
maar een zorgvuldig uitgevoerde bijdrage
– een teken van wederzijds respect binnen een wetenschappelijke relatie –
die tijd, aandacht en erkenning vroeg.
Alles wijst erop dat deze illustratie in Neurenberg tot stand kwam,
in de omgeving van het Eimmart‑observatorium,
waar Maria Clara dagelijks werkte
en waar Scheuchzer tijdens zijn reizen
waarschijnlijk langere tijd verbleef.


DSC05483ZürichInFrauenhandCorneliaHesseHoneggerCoreidaeCoreusMarginatusZweiLederwanzenlarvenAusDerNäheDesPaulScherrerInstitutsVilligen(AG)1992Aquarell

Cornelia Hesse-Honegger, Coreidae, Coreus Marginatus, zwei lederwanzenlarven aus der Nähe des Paul Scherrer Instituts, Villigen (AG), 1992, aquarell.


Cornelia Hesse-Honegger (1944)

Zwitserse wetenschappelijke illustrator en kunstenaar.
Hesse-Honegger werkte jarenlang als wetenschappelijk tekenaar
voor de Universiteit van Zürich
en ontwikkelde een unieke praktijk
waarin kunst en ecologie samenkomen.
Sinds de jaren tachtig documenteert zij mutaties bij insecten
— vooral wantsen —
die leven in de buurt van kerncentrales
en radioactief besmette gebieden.
Haar uiterst gedetailleerde aquarellen zijn zowel esthetisch
als politiek geladen en worden internationaal tentoongesteld.

Esthetisch geladen betekent hier:
de aquarellen zijn niet alleen documentair, maar ook kunstwerken.
Politiek geladen betekent hier:
de aquarellen dragen een impliciete kritiek,
een bewustzijn, een vraag naar verantwoordelijkheid.


DSC05485ZürichInFrauenhandReginaDeVriesKatzeUndZeichnendesKind1952Farbholzschnitt

Regina de Vries, Katze und zeichnendes Kind, 1952, farbholzschnitt.


Regina de Vries (20e–21e eeuw?)

Over Regina de Vries zijn nauwelijks biografische gegevens bekend.
Door het ontbreken van archiefsporen
blijft haar artistieke achtergrond vooralsnog onbekend.


DSC05487ZürichInFrauenhandMargareteGoetzKaterFranz1937FarbstiftUndBleistift

Margarete Goetz, Kater Franz, 1937, farbstift und bleistift.


Margarete Goetz (1909–1994)

Zwitserse schilder en tekenaar. Goetz studeerde
aan de Kunstgewerbeschule Zürich
en ontwikkelde een figuratieve stijl met aandacht voor introspectie
en psychologische nuance.
Ze maakte portretten, zelfportretten en stillevens,
vaak met een sobere, geconcentreerde beeldtaal.
Haar werk werd in de jaren dertig en veertig regelmatig tentoongesteld
in Zwitserland, maar bleef daarna relatief onbekend buiten de regio.


DSC05488ZürichInFrauenhandStefanieRabinovitch-VonBachSelbstporträtBeimMalen1930er-JahreAquarell

Stefanie Rabinovitch-von Bach, selbstporträt beim malen, 1930er-jahre, aquarell.


Stefanie Rabinovitch–von Bach (1884–1966)

Oostenrijks-Zwitserse kunstenares, moeder van Isa Rabinovitch.
Geboren als Stefanie von Bach in Oostenrijk,
later werkzaam in München en Zürich.
Ze trouwde met de Russisch-Joodse kunstenaar Gregor Rabinovitch.
Haar werk omvatte schilderkunst en toegepaste kunst,
vaak met aandacht voor vorm, kleur en decoratieve structuren.
Ze maakte deel uit van een artistiek netwerk
dat zich tussen Duitsland en Zwitserland bewoog.
Haar dochter Isa groeide op in dit creatieve milieu.


DSC05490ZürichInFrauenhandElisabethEberleGenieLavaboI2020FineArtPrint

Mijn eerste reactie was: ‘Die heeft humor’. Elisabeth Eberle, Genie – Lavabo I, 2020, Fine Art Print.

Zaaltekst:

Hier bin ich: selbstrepräsentation

Auffällig, humorvoll, ironisch – so lässt sich das Werk der feministischen Künstlerin Elisabeth Eberle (1963) beschreiben. Ihr Selbstporträt, ein buchstäbliches ‘Selfie’, erschien ursprünglich als digitaler Post. Nur halb sichtbar, zwingt uns das Gesicht zum Innehalten: Der durchdringende Blick und die Waschmittelverpackung – teils ‘objet trouvé’, teils Pop Art – stellen provokativ die Frage “Wer ist ein Genie?”. Mit witzigen Irritationen wie dieser reagiert Eberle auf die Geschlechterungleichheit.

Ein weiteres Werk von Eberle – Duschvorhänge aus ihrem Archiv Mind the Gap – dokumentieren die Ungleich-Behandlung von Frauen in der Kunstwelt der Jahre 2010-2021 und sind im Katalogsaal der Zentral Bibliothek ausgestellt.

Nederlandse vertaling:

Hier ben ik: zelfrepresentatie

Opvallend, humoristisch, ironisch – zo laat het werk van de feministische kunstenaar Elisabeth Eberle (1963) zich omschrijven. Haar zelfportret, een letterlijk ‘selfie’, verscheen oorspronkelijk als digitale post. Slechts half zichtbaar dwingt het gezicht ons tot stilstand: de doordringende blik en de wasmiddelverpakking – deels objet trouvé, deels Pop Art – stellen op provocatieve wijze de vraag: “Wie is een genie?” Met zulke speelse verstoringen reageert Eberle op genderongelijkheid.
Een ander werk van Eberle – douchegordijnen uit haar archief Mind the Gap – documenteert de ongelijke behandeling van vrouwen in de kunstwereld in de jaren 2010–2021 en is te zien in de cataloguszaal van de Zentralbibliothek.


Elisabeth Eberle (1963)

Zwitserse hedendaagse kunstenaar.
Eberle werkt multidisciplinair — van fotografie en installatie
tot digitale media.
Haar werk onderzoekt zelfrepresentatie, genderrollen
en de spanning tussen object en lichaam.
Ze gebruikt humor, ironie en found objects (objets trouvés)
om maatschappelijke ongelijkheid en beeldvorming te bevragen.
Haar projecten, waaronder Mind the Gap,
documenteren structurele genderongelijkheid in de kunstwereld.


DSC05492ZürichInFrauenhandIsaRabinovitchSelbstporträtMet23Jahren1940BleistiftPrivatbesitz

Isa Rabinovitch, selbstporträt met 23 jahren, 1940, bleistift. Privatbesitz.

Zaaltekst:

Obwohl Isa Rabinovitch (1917–2003) zum Zeitpunkt der Entstehung des Selbstporträts erst 23 Jahre alt war, strahlt das Werk Selbstbewusstsein aus. Der konzentrierte Blick und der leicht nach vorne geneigte Kopf verweisen auf die Haltung der Künstlerin, die sich selbst im Spiegel betrachtet und abbildet. Die Tendenz, unter die Oberfläche der Dinge zu schauen, durchzieht ihr Werk in all seinen künstlerischen Ausdrucksformen und begleitet sie ihr Leben lang.

Nederlandse vertaling

Hoewel Isa Rabinovitch (1917–2003) bij het ontstaan van dit zelfportret pas 23 jaar oud was, straalt het werk zelfbewustzijn uit. De geconcentreerde blik en de licht naar voren gekantelde hoofdpositie verwijzen naar de houding van de kunstenares, die zichzelf in de spiegel bekijkt en afbeeldt. De neiging om onder het oppervlak van de dingen te kijken doortrekt haar oeuvre in al zijn artistieke uitingsvormen en blijft haar haar hele leven vergezellen.


Isa Rabinovitch (1917–2003)

Zwitserse kunstenares, dochter van Stefanie Rabinovitch–von Bach
en Gregor Rabinovitch.
Isa groeide op in Zürich in een uitgesproken artistiek gezin.
Ze werkte als schilder, tekenaar en grafisch kunstenaar.
Haar oeuvre wordt gekenmerkt door introspectie, psychologische diepte
en een neiging om “onder de oppervlakte” te kijken
— een houding die in haar zelfportret bijzonder zichtbaar is.
Ze bleef haar hele leven actief in de Zwitserse kunstwereld.


Afsluiting

De tentoonstelling toont ons slechts de toppen van de ijsberg
als het gaat om vrouwelijk talent in de kunsten
en herinnert ons eraan dat de weg naar erkenning nog lang is
om er voor te zorgen dat het aanwezige talent,
ongeacht gender, kleur, overtuiging of leeftijd,
de aandacht krijgt die het verdient.

Zürich heel anders

– Herinneringen aan Zürich, onderweg vastgelegd –

In Zürich heb ik eind vorig jaar niet alleen
in musea rondgelopen.
Al zou je een ander idee kunnen krijgen
van mijn blogberichten.
Ik maakte er ook foto’s van andere zaken
die me er opvielen. Zomaar op straat.

IMG_7636ZürichHeelAnders

In de straat waar ik een appartement huurde in die week, zag ik deze verzameling boodschappentassen hangen. Misschien een protest tegen het gebruik van veel plastic?


IMG_7637Bluntschli-fontein

In een park aan het meer waar de stad Zürich aan ligt zag ik deze monumentale fontein. Genoemd naar de ontwerpen Bluntschli-fontein. Volgens de officiele informatie voert het ontwerp terug op de Italiaanse renaissance. Misschien dat de vorm en het gebruik van marmer daar aan doen denken maar ik zie toch ook Art Nouveau-invloeden.


IMG_7638Bluntschli-fonteinIMG_7640Bluntschli-fonteinDeelMozaikAchterwand

Vooral de mozaieken spraken me aan.


IMG_7646ZürichInDiesemHauseWeilteGoetheMitHerzogKarlAugustVanWeimarBeiJoh.CasperLavaterImJahre1779

In diesem Hause weilte Goethe mit Herzog Karl August von Weimar bei Joh. Casper Lavater im jahre 1779.


Voor alle zekerheid:

Wie was Johann Wolfgang von Goethe?

Johann Wolfgang von Goethe (1749–1832) was een Duits schrijver, dichter, toneelschrijver, wetenschapper, staatsman en een van de grootste denkers uit de Europese cultuurgeschiedenis. Hij wordt beschouwd als de belangrijkste auteur in de Duitse taal en een sleutelfiguur van de literaire stromingen Sturm und Drang en de Weimarer Klassik.

Belangrijkste feiten:

  • Geboren: 28 augustus 1749 in Frankfurt am Main
  • Overleden: 22 maart 1832 in Weimar
  • Beroemde werken: “Die Leiden des jungen Werther”, “Faust”, “Wilhelm Meisters Lehrjahre”, “Iphigenie auf Tauris”, “Der Erlkönig”

Wetenschap: Goethe deed ook onderzoek naar planten (morfologie), kleurenleer en mineralogie.
Staatsman: Hij was jarenlang minister en adviseur aan het hof van Weimar, waar hij hervormingen doorvoerde en het culturele leven stimuleerde.
Invloed: Zijn werk had een enorme invloed op de literatuur, filosofie, wetenschap en kunst in Europa

Wie was Karl August von Weimar?

Karl August von Weimar (voluit: Karl August, Groothertog van Saksen-Weimar-Eisenach, 1757–1828) was een Duitse vorst, bekend als een verlicht heerser en groot mecenas van de kunsten. Hij regeerde vanaf jonge leeftijd over het hertogdom Weimar en nodigde beroemde denkers en kunstenaars uit aan zijn hof, waaronder Johann Wolfgang von Goethe. Zijn hof werd een centrum van intellectueel en cultureel leven in Duitsland. Karl August en Goethe hadden een hechte vriendschap en werkten nauw samen.

Wie was Joh. Casper Lavater?

Johann Kaspar (of Caspar) Lavater (1741–1801) was een Zwitserse predikant, schrijver, dichter, filosoof en vooral bekend als grondlegger van de fysiognomie (de leer dat karaktereigenschappen af te lezen zijn aan het uiterlijk, vooral het gezicht). Hij was een invloedrijk figuur in Zürich, diende als predikant bij de St. Peterskerk, en was bekend om zijn religieuze en filosofische geschriften. Lavater onderhield correspondentie en vriendschappen met veel Europese intellectuelen, waaronder Goethe.

Wat was de gelegenheid in 1779?

In 1779 maakten Goethe en Karl August Von Weimar samen een reis door Zwitserland. Dit was hun tweede gezamenlijke reis naar Zwitserland, die deels als ‘Bildungsreise’ (vormingsreis) werd gezien. Tijdens deze reis verbleven ze enige tijd in Zürich, waar ze te gast waren bij Joh. Casper Lavater. Lavater was op dat moment een bekend figuur in Zürich en hun ontmoeting was een belangrijk cultureel moment. De reis had als doel intellectuele uitwisseling, inspiratie en het versterken van persoonlijke en culturele banden. Goethe en Karl August bezochten samen diverse Zwitserse steden en natuurgebieden, en de ontmoeting met Lavater was een van de hoogtepunten.

Overigens noemen we ‘fysiognomie’ vandaag
een pseudowetenschap.
Leuk verzonnen, maar er is geen bewijs dat
de ideeën die deze leer vormen ook
daadwerkelijk bruikbaar zijn.

Een huisaltaar en een tempelgebaar

– over drie objecten die elkaar nooit hadden hoeven ontmoeten –

Inleiding

Twee goden die je in huis haalt,
beelden die vragen om aanraking,
om zorg, om dagelijkse nabijheid.
Twee stemmen uit Orissa,
spel en tederheid in brons gegoten,
alsof devotie begint bij wat je kunt vasthouden.

DSC05453ZürichMuseumRietbergBalakrishnaKrishnaAlsKleinkindMitDerButterkugelIndienOrissaUm1800BronzeRVI531

Zürich, Museum Rietberg, Balakrishna, Krishna als Kleinkind mit der butterkugel, Indien, Orissa, um 1800, bronze, RVI531, 11 x 15 x 13,5 cm.

DSC05454ZürichMuseumRietbergBalakrishnaKrishnaAlsKleinkindMitDerButterkugelIndienOrissaUm1800BronzeRVI531


DSC05456ZürichMuseumRietbergFlöteSpielenderGottKrishnaIndienOrissaUm1800BronzeRVI530

Zürich, Museum Rietberg, Flöte spielender gott Krishna, Indien, Orissa, um 1800, bronze, RVI530, 25,5 x 13,5 x 10 cm.

DSC05457ZürichMuseumRietbergFlöteSpielenderGottKrishnaIndienOrissaUm1800BronzeRVI530

Krishna in huiselijke devotie
Indië, Orissa, ca. 1800
Brons
Museum Rietberg, Zürich — Inv. RVI530 & RVI531

Deze twee bronzen Krishna‑voorstellingen
— Balakrishna met de boterkogel (RVI531)
en de fluitspelende Krishna (RVI530) —
behoren tot de huiselijke devotiecultuur van Orissa rond 1800.
Beide beelden tonen Krishna in twee geliefde gedaanten
die in de Vaishnava‑bhakti een centrale rol spelen.

Binnen het hindoeïsme wordt Krishna beschouwd
als de achtste incarnatie (avatar) van Vishnu,
de god die het universum beschermt en in balans houdt.
In veel tradities wordt Krishna bovendien als oppergod vereerd,
niet slechts als manifestatie van Vishnu.
Zijn verering is diep geworteld in de bhakti‑traditie,
een vorm van devotie die draait om persoonlijke toewijding,
liefde en een directe, affectieve relatie met de godheid.
Krishna is daarin een god van nabijheid: speels, teder, benaderbaar.

De sculpturen waren vermoedelijk in bezit van een welgestelde familie
of een lokale notabele.
Brons was kostbaar, en dergelijke fijn uitgewerkte huisaltaarbeelden
waren geen alledaagse objecten.
Ze dienden voor dagelijkse rituelen,
waaronder het wassen, aankleden, voeden en vereren van de godheid
— handelingen die Krishna’s nabijheid en tederheid benadrukten.
In Orissa, waar de Jagannath‑cultus diep verankerd is,
vormden dergelijke Krishna‑beelden een vertrouwd onderdeel
van de familiale religieuze praktijk.

Balakrishna toont Krishna als kruipend kind
met een boterkogel in de hand,
een geliefde iconografie die de goddelijke speelsheid (līlā) benadrukt.
De fluitspelende Krishna staat in elegante tribhaṅga‑houding
op een lotusbasis,
een vorm die verwijst naar zijn rol
als herder, verleider en kosmische muzikant.

Opmerkelijk is dat de fluit zelf visueel afwijkt van het brons:
het materiaal, de proportie en de versiering aan het uiteinde
suggereren een latere, mogelijk hedendaagse toevoeging.
De fluit lijkt niet origineel en kan een restauratieve ingreep zijn,
bedoeld om het gebaar van fluitspel te herstellen.

Samen belichamen de beelden de twee polen van Krishna‑devotie:
intieme zorg en esthetische overgave,
het kind dat men koestert en de god die men volgt.

Twee gestalten van dezelfde god,
de ene kruipt naar je toe,
de andere opent een dans.
In huiselijke stilte worden ze één:
zorg die een ritueel wordt,
spel dat een openbaring wordt.
En zelfs wanneer de fluit niet van zijn tijd is,
blijft het gebaar van muziek intact —
een god die je aanraakt
en een god die je aanspreekt.


DSC05459ZürichMuseumRietbergKniendesEinhornTibet17th-18thCentCEKupferlegierungVergoldetGeschenkEduardVanDerHeydtRTI1

Zürich, Museum Rietberg, Kniendes einhorn, Tibet, 17th – 18th century CE, Kupferlegierung, vergoldet, Geschenk Eduard von der Heydt, RTI1, afmetingen onbekend.

DSC05460ZürichMuseumRietbergKniendesEinhornTibet17th-18thCentCEKupferlegierungVergoldetGeschenkEduardVanDerHeydtRTI1

Knielend dierfiguur (traditioneel aangeduid als ‘eenhoorn’)
Tibet, 17e–18e eeuw
Koperlegering, verguld
Schenking Eduard von der Heydt
Museum Rietberg, Zürich — Inv. RTI1

Deze vergulde dierfiguur, in de collectie
aangeduid als “knielende eenhoorn”,
toont in vorm en proportie eerder een hertachtig wezen:
een langgerekte romp, slanke poten,
een zachte kop zonder spoor van een hoorn.
De benaming “eenhoorn” weerspiegelt waarschijnlijk
een traditionele of oudere interpretatie binnen de collectie,
eerder dan een letterlijke iconografische beschrijving.

De houding — knielend, met opgeheven kop —
is ongewoon en suggereert een ceremoniële of tempelmatige functie.
Dergelijke dierenfiguren konden dienen als dragers, wachters,
of als deel van een grotere groep rond een altaar of heiligdom.
De schaal en de vergulding wijzen op een object dat bedoeld was
voor een sacrale ruimte, niet voor huiselijke devotie.

In de Tibetaanse en bredere Himalaya‑traditie
komen mythische dieren voor die verwant zijn
aan de Chinese qilin of aan beschermende hert‑figuren.
Ze fungeren als dragers van voorspoed,
symbolen van zuiverheid, of begeleiders van heilige figuren.
Hoewel er geen directe parallel bestaat met verhalen
zoals Franciscus en de wolf,
kent het boeddhisme wél Jātaka‑verhalen waarin de Boeddha
in vroegere levens verschijnt als hert, gazelle of ander edel dier
dat mensen leidt, beschermt of onderwijst.
Ook in tantrische context kunnen dierenfiguren optreden
als voertuigen (vāhana’s) of symbolische metgezellen van godheden.

Of dit beeld oorspronkelijk deel uitmaakte van een paar of groep
is niet met zekerheid te zeggen,
maar de knielende houding en de frontale gerichtheid
suggereren dat het mogelijk
in relatie tot een centraal beeld was geplaatst
— als begeleidend dier, als drager van offers, of als rituele bewaker.

Een dier dat niet vlucht maar knielt,
alsof het luistert naar iets dat wij niet horen.

Geen hoorn, geen dreiging,
alleen een lichaam dat licht draagt,
en in dat licht
een stilte die ouder is dan woorden.

Misschien stond het ooit naast anderen,
misschien keek het op naar een god.
Nu blijft alleen de houding over —
een gebaar van aandacht,
vastgelegd in goud.


Afsluiting

Het knielende wezen laat zich niet verklaren:
geen hoorn, geen mythe die sluit.
Alleen een rituele houding die blijft hangen,
als een echo uit een andere wereld.

Een huisaltaar uit Orissa en een verguld dier uit Tibet —
drie stemmen die elkaar nooit zouden hebben ontmoet,
maar die in één zaal toch een gesprek begonnen.