Tendentieuze journalistiek

In een tijd met een grote gezondheidscrisis en een (grote)
economische crisis op komst, is het belangrijk dat mensen
die zich vanuit hun beroep bezig houden met journalistiek,
extra kritisch zijn op hun werk.
Als je dat niet doet en je laat je gebruiken om boodschappen
van anderen te verspreiden, dan ligt de weg naar
nepnieuws wijd open.
Als media zich niet bekommeren om de waarheid
(ik weet het: ouderwets) dan zal het denken van mensen
steeds minder kritisch worden. Dan ontstaan er groepen
die leugens verkopen als de waarheid.
We kennen ze allemaal, van influencers tot extreem rechts.

Journalistiek die het niet zo nauw neemt met de waarheid
is soms goed gecamoufleerd.
Kijk eens naar onderstaand artikel. Het stond op de
voorpagina van Stad & Streek.
Het laat iemand van Koninklijke Horeca Nederland
aan het woord die een enquête heeft gehouden.
Dat is geen nieuws. Maar het resultaat van de enquête
is dat natuurlijk ook niet.

De horeca is een branche met zo zijn eigen regels.
Bedrijven beginnen net zo gemakkelijk als dat ze stoppen.
Zelfs na 8 maanden corona is het aantal horecastarters
ongekend hoog.
Sterk management (financieel, kwaliteit, personeel)
ontbreekt meer dan bij een gemiddelde MKB-er.

IMG_4097BNDeStemJacquesHendriks20201024

BN DeStem, Jacques Hendriks, 24 oktober 2020.


Natuurlijk zijn er mensen in de horeca die niet blij zijn
met hun sluiting. Ik ook niet.
Dat ze dan in hun enquête zeggen dat ze mogelijk snel
failliet gaan lijkt me een open deur.
Dat is zo voor iedere commerciële organisatie die geen
inkomsten kan genereren.

Daarom dat de overheid allerlei regelingen heeft opgezet
om de klappen op te vangen, waar de horeca goed gebruik
van maakt (zie enquête),
Alles om er voor te zorgen dat gezonde bedrijven niet
gelijk omvallen.
De bedragen die wij hier gezamenlijk voor neertellen,
zijn enorm. De horeca schijnt daar geen oog voor te hebben.

De journalist heeft zich om de tuin laten leiden.
Hij herhaalt wat Koninklijke Horeca Nederland hem ingiet.
Misschien moet hij de eigen krant beter lezen.
Een paar pagina’s verder staat het volgende artikel.
Dat verhaal toont ons een beter beeld van de horeca.

IMG_4098BNDeStem20201024

BN DeStem, 24 oktober 2020.


Gelezen: Wat is een boek?

Al voor onze vakantie was ik aan het boek begonnen en het was bijna uit.
Dus vandaag heb ik nog een half uur gelezen in het heel interessante boek
met de titel: ‘Wat is een boek? – Een kleine geschiedenis’, geschreven door
Paul Dijstelberge.

Op een heel vlotte manier komen heel veel aspecten van het boek voorbij.
Vooral de ontwikkeling van het boek in het westen staat centraal.
Het schept een heel breed vergezicht dat de lezer aanzet om heel veel
aspecten eens nader onder de loep te nemen en de bijgevoegde lijst
met literatuur geeft daar ook alle gelegenheid toe.
Nergens ingewikkeld of saai maar altijd met veel nieuwsgierig makende
verhalen en feiten.
Hier en daar verborgen inzichten in het heden.

Zo lezen we op pagina 182 een stukje over censuur. Dat is niet hetzelfde als
nepnieuws of de huidige overvloed aan informatie op het wereld wijd web
(het tegenovergestelde aan censuur) maar kan toch helpen daarover een mening te vormen.

Het is moeilijk voorstelbaar hoe een censuur effectief kon functioneren in de Republiek.
Steden waren vrijwel autonoom.
Het aantal drukkerijen en uitgeverijen was enorm, net als het aantal verkopers van boeken, die niet alleen winkels hadden maar ook rondtrokken op het platteland.
Het grootste deel van de bevolking woonde in steden en bijna iedereen kon lezen.
Een buitenlandse reiziger verbaasde zich erover dat zelfs een dienstmeid in discussie ging met een regent – en geduldig door hem te woord werd gestaan.
Drukwerk was goedkoop en zo kon voor het eerst de publieke opinie een rol spelen in een pluriforme maatschappij.

Hier moet worden opgemerkt dat behalve interesse misschien ook een zekere mate van desinteresse in wat een ander beweegt van belang is voor tolerantie, het vermogen om elkaar met rust te laten.
Het is veelzeggend dat juist degene die de waarheid in pacht meenden te hebben, de dominees van de protestantse kerk, voorstanders waren van een strenge censuur waarbij de kerk het voortouw diende te nemen.
De landelijke, provinciale en lokale overheden in de Republiek voelden daar niets voor.
En zo kon de Republiek in de Gouden Eeuw uitgroeien tot de vrijplaats waarvan niet alleen de vrijheid van meningsuiting maar ook de rijkdom die daaruit resulteerde pas een eeuw later door de rest van Europa werd geëvenaard.

PaulDijstelbergeWatIsEenBoekEenKleineGeschiedenis

Paul Dijstelberge, Wat is een boek? – Een kleine geschiedenis.