In een moment van omvloeien

… liet mij aan boord roeien en kwam eerst in mijn hut weer bij.
Vreemd, dat ik van de aarde af moest zijn,
om mij weer zeker van mijzelf te voelen.

Mijzelf.
Ik ben nog niet oud, en heb al verleerd te leven.
Ik wilde mij eenzaam bewaren
en ben in aanraking gekomen met al het vuil dat de wereld opbrengt.

Ik voel mij grauw en klam,
ik kan die neerslag nooit meer van mij afspoelen.
Zal ik ooit weer van het leven kunnen drinken zonder weerzijn,
en een wind
– niet verpest door de walmen van rottend schip of mensenbarende stad –
uit zee, uit het zuivere,
als een streling langs mijn huid voelen gaan?
En lopen door een pijnboomwoud, alleen mijn schaduw bij mij.
Mij laten omvloeien door een koude beek,
mij laten voorlichten door de bloemen…

J. Slauerhoff, bezorgd door Hein Aalders en Menno Voskuil,
Het verboden rijk, pagina 117.


Boekenweek

Als wij mensen niet hadden gefantaseerd over imaginaire oorden als El Dorade of over mythologische figuren als sirenen, dan zouden we geen onbekende gebieden hebben verkend, zouden we niet naar de maan zijn gevlogen en hadden de relativiteitstheorie, de auto en de computer het licht nooit gezien. Het onmogelijke moet eerst gedroomd worden alvorens het op een dag realiteit kan worden.

Bovenstaande is een citaat uit:

IMG_6525IreneVallejoUitLiefdeVoorHetLezen

Irene Vallejo, Uit liefde voor het lezen.