In een moment van bevrijding

Langzaam schoof de boot van de wrakke steiger, de machine knarste, de stoomfluit gilde, de mensenmassa’s aan boord en op de wal krijsten tegen elkaar.
Langzaam voelde ik ook iets van mij afglijden, die dromen zou ik niet meer hebben, misschien had die nachtelijke vechtpartij mij goedgedaan.
(…)
Ik dacht over mijn angst van vroeger, ik verbaasde mij, ik vroeg mij af: hoe is het mogelijk? Maar opeens werd ik treurig, ik was zelf bevrijd, maar een ander die toevlucht bij mij had gezocht, had die niet gevonden. Was ik te laat gekomen? Misschien hadden wij elkaar afgelost, was ik hem geworden en hij mij?
(…)
Het was voorbij, ik ging terug op een schip in het oude bestaan, maar meer gehard tegen de ontberingen, de hitte, de plagerijen, vast voornemens de verdere ontmoetingen met die andere af te slaan, mijzelf te blijven.
(…)
Ik ging terug. Maar ik zou niet lang op een schip blijven en dit land intrekken, waarvan ik nog niets had gehad dan een tocht door een dorre steppe, een paar suffe, half dronken dagen in een verlaten stad, dan kustlijnen, lange en rotsige, brokkelige en effene, maar altijd wijkende, dan havensteden, waar de afscheidingsproducten van Europa en Azië plaatsheeft en de mensen niets zijn dan fermenten, die het proces bespoedigen.
(…)
Als het geluk op aarde nog ergens te vinden was, dan moest het daar zijn, bij de oudste wijsheid, de verhevenste natuur en het zuiverste genot. In het heden gelukzalig, door de vele littekens uit het verleden gepantserd, zou ik zonder vrees alle schimmen en demonen kunnen ontmoeten, zonder in hen op te gaan, hun gastvrijheid bieden zonder een haar, een cel te veranderen.
(…)
Een der nimmer bewusten van de miljoenen te zijn – welk een geluk; of als dat onbereikbaar is, een die alles weet, alles achter zich heeft en toch voortleeft.

J. Slauerhoff, bezorgd door Hein Aalders en Menno Voskuil,
Het verboden rijk, pagina 147-149.


5 Mei: vredesvuur, Mark Rutte en Guus Meeuwis

Zonder vrijheid geen cultuur.


Ook sommige van de cadetten keken op 5 mei toe vanuit hun flat. De meeste waren ingezet in de bewaking van het evenement.


Willem-Alexander en Gauck bij het Wilhelmus tussen de gasten.


Kroonprins Willem-Alexander en de Duitse Bondspresident Gauck bij het Wilhelmus tussen de gasten.


In de Cingelstraat verschenen twee auto’s, een van het koninklijk huis. Achteraf bleek het om een plan-B te gaan. De gasten gingen niet direct naar de auto’s maar te voet het kasteel binnen.


Het was een hele drukte op het Kasteelplein, zo tussen de KMA en het Valkenberg. Er werd een film vertoond met twee mensen die uit eigen ervaring konden vertellen over bevrijding en vrijheid. Mark Rutte interviewden de twee nog live op het podium.


Het vredesvuur. Premier Mark Rutte ging het ontsteken.





Toen volgden de balonnen.



.


Daarna kon het feest beginnen met Guus Meeuwis: Brabant.


Alle Reuzen stonden nog op een rij.


Dat terwijl Guus Meeuwis doorging met zingen.


Terwijl ik stond te kijken bij de auto’s, wat later plan-B bleek te zijn, vertrokken de gasten naar het kasteel van Breda.


Guus Meeuwis was intussen niet te stuiten.