St Joost: Ardwan Alsabti

 photo DSC_7366ArdanAlsabti.jpg

Iedere afstudeerder van de afdeling Grafisch ontwerp
heeft een klein document gemaakt dat als je het samenvoegt
van alle studenten wiens werk je interessant vindt,
samen jouw catalogus van de tentoonstelling vormen.

Op het document van Ardwan staan twee projecten:
posters voor een poppodium en een project over linkshandigheid.
Hoewel ik zelf linkshandig ben en van popmuziek hou
trekken deze twee projecten me niet zo.
Maar het boek dat je hierboven ziet afgebeeld des te meer.

In het boek staat een taal centraal waarvan ik de naam nog nooit gehoord had.
Trouwens ook van de naam het volk met de naam Mandaeërs kende ik niet.

Wikipedia:

Het Mandaïsch of Mandees is de klassieke taal van de mandaeërs, een religieuze minderheid die voornamelijk in het grensgebied tussen Iran en Irak woont. Hun aantal is kleiner dan 100.000.

Mandaïsch is een dialect van het Aramees, met sterke invloeden van het Perzisch. Het wordt voornamelijk als liturgische taal gebruikt. De religieuze geschriften van de mandaeërs zijn opgesteld in deze taal.

Daarnaast heeft zich een moderne, levende neo-Mandaïsche taal ontwikkeld, die door een kleine groep mandaeërs in en rond Ahvaz (Iran) gesproken wordt.

Het Boek vond ik prachtig al kon ik op de tentoonstelling
er niet helemaal doorbladeren.
Hier zou ik graag meer van zien.

Sandra Langereis: De woordenaar

Christoffel Plantijn, ’s werelds grootste drukker en uitgever, 1520 – 1589.

‘De woordenaar’ is de titel van de biografie die in 2014 verscheen
van de hand van Sandra Langereis.
Ik heb het boek net uit en het is fantastisch.

Het boek vertelt het spannende leven van Christoffel Plantijn
en staat uitgebreid stil bij zijn belangrijkste presetatie:
zijn Polyglot bijbel.
De bijbel is een verzameling boeken die via verschillende bronnen
tot ons is gekomen.
Plantijn wilde een boek uitbrengen met daarin de bijbel
zoals die via de verschillende bronnen
en dus hun verschillende grondtalen bekend was:
Hebreeuws, Aramees, Latijn, Grieks en het Syrisch.
In werkelijkheid is het nog iets complexer dan hiervoor beschreven.
Het Oude Testament kent andere bronnen dan het Nieuwe Testament.
Om een dergelijk project succesvol te kunnen beëindigen
heb je een heel specifieke talenkennis nodig,
heb je bijzondere lettersets nodig,
heb je geleerden nodig die de teksten kennen,
kunnen vertalen en goed weergeven,
je hebt diplomatie nodig om het boek uit te mogen geven,
papier, perkament en goed leer, geschoold personeel,
en geld, veel geld had Plantijn er voor nodig.

Het boek heeft voor mij een hele grote ‘bijvangst’.
Door het leven en werk van Plantijn te beschrijven
krijgen we bijvoorbeeld inzicht in het onderwijs van de zestiende eeuw,
de economie van Antwerpen, de Spaanse Furie, Alva, Willem van Oranje,
Breda, de connectie met Leiden,
de godsdienstconflicten (Beeldenstorm) in de lage landen, enz.

Ik heb wat aantekeningen gemaakt.
Die ga ik in een paar blogs hier delen.

 photo DSC_6612SandraLangereisDeWoordenaarChristoffelPlantijn.jpg