Kunstvaria

Een behoorlijk grote groep kunstwerken vandaag.
De kunstvaria van deze week.
Relatief veel aandacht voor miniaturen uit Iran en West Europa.
Geniet!





Amadeo Preziosi, Hampton Court, London, 1875.






Angel of death descends on Shaddad Ibn Ad, Falnama, Iran, mid 1550 – early 1560.


De eerste miniatuur.
Deze is afkomstig uit Iran.
Het betreft een tekst die Falnama wordt genoemd.
Met deze teksten en de stand van de planeten of de interpretatie
van dromern werd een poging gedaan de toekomst te voorspellen.
Dit miniatuur is een illustratie in een van de versies van de Falnama
en dateert van het midden van de jaren 1550 en begin 1560.





Christopher Richard Wynne Nevinson, French troops resting, 1916.






Edward S. Curtis, Chief Joseph, Nez Perce, 1903.


Een foto van een indiaan,
is dat bijzonder.
Deze foto is dat zeker.
De Amerikaanse fotograaf Edward Sheriff Curtis
heeft een serie van 20 fotoboeken nagelaten.
Het Amon Carter Museum (Fort Worth, Texas) heeft dit werk
dat het leven van de Amerikaanse Indiaan verbeeldt verworven.
De 20 gexc3xafllustreerde boeken worden elk begeleid
door een verzameling van 36 handgemaakte fotogravures
(fotogravure is een etsproces dat fotografisch materiaal als bron heeft.
Het resultaat wordt met de hand vervolgens ingekleurd).
Deze fotogravures zijn gemaakt in de periode 1903 en 1928.
In totaal gaat het om 1500 illustraties en 722 grote fotogravures.
Nadat Curtis 220 exemplaren van zijn serie had gemaakt
ging hij failliet (Great Depression).

Het werk van Curtis is niet onomstreden
maar de enorme hoeveelheid en diversiteit van het materiaal
maken het uniek in het bestuderen van dit Amerikaans erfgoed.

Nez Perce is de naam van de stam. De naam is een vervorming
van de Franse uitdrukking voor een ‘neus piercing’.
Overigens was het dragen van een ring in de neus
geen gewoonte bij deze stam.





Fang Lijun, 1993.1, 1993.






Franz West, The ego and the id, 2009.


Prachtig.
Het schijnt dat de uiteinden dienst kunnen doen als zitje.
Lijkt me een geweldige ervaring.





Georges Braque, Paysage xc3xa0 lxe2x80x99Estaque, 1906.






Henry Coombes, Tension.


De werkelijke naam van deze foto is mij onbekend.
Ik zou de foto de naam ‘De Jacht’ meegegeven hebben.





Initial P, A funeral service, 1320 – 1325.


Miniatuur, initiaal ‘P’ (?), Een begrafenis.





Jackson Pollock, Guardians of the secret, 1943.


Bewakers van het geheim.





Limbough Brothers, A cemetery, 1405-1408 1409.


Miniatuur uit het getijdenboek voor de hertog de Berry.
Een begraafplaats.





Oscar Bluemner, Composition for color themes, 1932.






Raphael, La donna velata, 1514 – 1516.


De gesluierde vrouw.





Robert Smirke, Sir Harford Jones in the court of Fatxe2x80x99h Ali, the shah of Persia, 1809.


Sir Harford Jones was de ambassadeur aan het hof van de Sjah van Perzie.
Hier een schilderij dat de engelsman toont zittend, rechts,
terwijl de Sjah, Fatxe2x80x99h Ali, links op zijn troon zit.





Detail.






Sam Gilliam, Museum moment, 2009.






Soitz master, Saint Catherine tended by angels, 1415 – 1425.

Enig zoekwerk op het internet maakt al snel duidelijk
dat het deel dat hierboven staat afgebeeld
maar een detail is van de miniatuur.
Hieronder zie je de hele pagina en dan zie je ook
dat het detail hierboven niet van de centrale voorstelling is
waarop de naam van deze miniatuur is gebaseerd.
Op zijn best is het detail hierboven een van de engelen.


Soitz master, Saint Catherine tended by angels and visited by the queen, 1415 – 1425.






Vincent van Gogh, Still life with a plate of onions1889.


Stilleven met een schaal van de lievelingsgroente van mijn moeder: ui.
Zoals vaak sluit ook vandaag Vincent de rij.




Cursus miniaturen IX

De cursus is afgelopen maar mijn miniatuur is nog niet af.
Vandaag is er nog heel wat aan geknutseld.
Eerst heb ik deze week een kalligrafeerset gekocht.
De ganzeveer was me vorige week niet zo goed bevallen.
Bovendien is kalligrafie voor een linkshandige niet evident.
Je moet je hand zo vreemd houden dat dit zonder pijn
haast onmogelijk is.
Waarschijnlijk moet je ook eerst veel, heel veel oefenen.
Kalligrafie draait namelijk om gelijkvormigheid:
alle letters dienen van het zelfde formaat te zijn,
alle letters moeten met dezelfde hoek (schuinte) geschreven worden.
Allemaal niet eenvoudig als je dat voor de eerste keer gaat doen.
Bovendien is mijn ondergrond zo gebobbeld als een kiezelstrand.
Ik heb besloten dan ook geen Gotische Textura te gaan schrijven
(dat is het lettertype dat waarschijnlijk op het origineel wordt gebruikt).
Ik gebruik het lettertype ‘Argusvlinder’.





Kalligrafeerset gekocht.






Lijntjes trekken.






Even oefenen.






Zo de eerste regel staat er op. Beter leesbaar dan het origineel trouwens.






Het penwerk op de bladspiegel op beide pagina’s afgemaakt.






De eerste strofe.






Kris en krasschrift. Let op de bijzondere A (tweede regel). Morgen de potloodlijntjes uitgummen.





Functie van een museum

Doordat ik de afgelopen tijd nogal wat tijd heb doorgebracht
in de bus heb ik kans gehad wat meer te lezen.
Zo liep ik tegen een uitgave aan die Blend heet.
Dit exemplaar (is het een tijdschrift dat vaker verschijnt? Ja.)
gaat helemaal over drie vrouwelijke kunstenaars
die een tentoonstelling hebben in het Van Abbemuseum in Eindhoven:
Jo Baer, Lynda Benglis en Jutta Koether.
De inleiding van deze Blend trok mijn aandacht in het bijzonder.
De directeur van het Van Abbemuseum schrijft daarin,
in begrijpelijke taal.
Charles Esche doet dat vanuit het perspectief van de eerder
genoemde tentoonstelling.
De functie van een museum:









Lopend van zaal tot zaal kun je ieder van hen (de drie kunstenaars) als een vrij individu zien en besluiten of het werk je bevalt of niet., los van wie het heeft gemaakt of waar ze vandaan komen.
Je kunt ook de ene kunstenaar met de andere vergelijken, zodat je relaties en ontwikkelingen ontdekt, misschien met de leeftijd en geboorteplaats van iedere kunstenaar in het achterhoofd.
Je kunt ook de interviews en artikelen in deze Blend Special lezen voordat je de tentoonstelling bezoekt en zo meer te weten komen over wat de kunstenaars denken en wat van invloed is geweest op hun werk.
Elk van deze manieren zorgt er waarschijnlijk voor dat je een andere ervaring hebt, een andere manier waarop je de tentoongestelde werken verbindt met de buitenwereld.
Juist dit idee van verschil maakt kunst bijzonder.
We hebben vaak over de vrijheid van de kunstenaar, maar uiteindelijk is de vrijheid van de toeschouwer veel belangrijker.

Onze rol als museum is om het mogelijk te maken om te beoordelen.
Met deze tentoonstelling willen we een situatie crexc3xabren waarin vragen over schoonheid, schilderen en artistieke traditie gedeeld en bediscussieerd kunnen worden.
We willen ook nadenken over geslacht, feminisme, geschiedenis en sociale verandering xe2x80x93 en op welke manier ieder artistiek individu zich uitdrukt in relatie tot deze grootse, abstracte ideexc3xabn.
Het kijken naar kunst wordt fascinerend als je in staat bent om vrij te denken en reageren.
Het lijkt op het spelen van een spel, met jezelf of soms nog beter met anderen.
Een van de problemen waar wij wel eens tegenaan lopen, is dat onze bezoekers met te veel vooroordelen komen ten aanzien van hoe je je moet gedragen in een museum.
Je hoeft niet te fluisteren en je hoeft het allemaal niet te begrijpen.
Ik kan je verzekeren dat wij, ondanks dat wij dagelijks met kunst werken, ook niet het idee hebben dat we het allemaal begrijpen.
Wij vinden het gewoon leuk om na te denken over en te reageren op de werken die we zien en de mensen die ze maken.


En daar sluit ik me helemaal bij aan.

Kunstvaria

Deze keer een korte serie met 8 afbeeldingen.
Verhoudingsgewijs veel beelden.





Anne Truitt, Valley Forge, 1963.






Auguste Rodin, The thinker, 1880.






Augustus Saint-Gaudens, The puritan, 1883 xe2x80x93 1886, this cast 1899 or after.


De puritein.
Dit beeld is gemaakt tussen 1883 en 1886.
Deze versie, dit gietsel is van 1899 of later.





Franxc3xa7ois Girardon, Louis XIV on horseback, 1696.






Gold pendant, Hertfordshire, England, 15th century.


Gouden hanger uit de 15e eeuw.
De afbeelding toont de ‘genadestoel’: God de vader toont
de leidende Christus die op zijn schoot rust terwijl
de Heilige Geest in de vorm van de duif nabij is.





Jean Tinguely, Black and white relief mxc3xa9ta-mxc3xa9canique, 1957.






Siep van den Berg, No title.


Het probleem met internet is natuurlijk
dat als je iets aantreft je er nooit zeker van bent
dat de informatie die er vermeld staat ook correct is.
Zo trof ik deze afbeelding aan maar ook onderstaande:


Siep van den Berg, No title.


Toch een heel verschil zou ik zo zeggen.





Tullio Lombardo, Bacchus and Ariadne, circa 1505.


Van de website van het Rijksmuseum:

Tullio Lombardo (ca. 1455-1532)
Tullio Lombardo kwam uit een Italiaanse kunstenaarsfamilie. Tullio, zijn vader Pietro en broer Antonio waren belangrijk in de Venetiaanse architectuur en beeldhouwkunst van de 15de en begin 16de eeuw. Tullio is waarschijnlijk geboren in Padua; hij overleed in Venetixc3xab. In beide plaatsen heeft hij werk nagelaten, als architect en als beeldhouwer. Tullio Lombardo heeft belangrijke opdrachten gekregen, waaronder de opdracht voor het grafmonument voor de Venetiaanse Doge Andrea Vendramin. Tullio werkte eraan tussen 1488 en 1494. Hij volgde Andrea del Verrocchio op, die in eerste instantie de opdracht had gekregen, maar in 1488 overleed.






Cursus miniaturen VIII

De bedoeling van de laatste cursus was om
1. verf te maken;
2. de afbeelding op de linkerpagina te schilderen;
3. het goud te omlijnen en de bloemen op de bladspiegel
te voorzien van stelen en te omlijnen;
4. de tekst te schrijven in twee kleuren met een ganzeveer.

Daar was veel en veel te weinig tijd voor.
Bovendien waren het te veel nieuwe technieken
om in drie uur onder de knie te krijgen.

Laten we eerst maar eens verf maken.
Voor de hele groep moesten we de volgende 10 kleuren maken:

Ultramarijn
Zeg maar blauw, het is een alternatief voor Lapis Lazuli
dat in het voorbeeld miniatuur gebruikt wordt.
De mantel van Petrus is in deze blauwe kleur uitgevoerd.
Al in de oudheid kende men deze halfedelsteen die in gemalen vorm
een pigment vormt.
Ultramarijn is ook beschikbaar in paarse en roze varianten.





Voorbeeldminiatuur met kleurinstructies.




Alizerine rood
Wit
Titaan, loodwit dat waarschijnlijk
in het origineel werd gebruikt, is erg giftig.
Komt niet puur voor op de afbeelding.
Wordt gebruikt om de kleuren te mengen.

Gele oker
Dit is een zogenaamd aardepigment, het is kleisoort.
Lampenzwart
Werd gemaakt van het roet van olielampen.
Een alternatief is wijnstokzwart. Een kleurstof die gemaakt wordt
van verbrande wijnstokken.

Vermiljoen
Vroeger gebruikte men daarvoor Cinnaber.
Nu zijn er vervangende rode kleurstoffen voorhanden.
In ons miniatuur is de overjas van Christus in
vermiljoen uitgevoerd.





Voorbeeldminiatuur met kleurinstructies.




Violet
Dat is de kleur waar ik de verf voor gemaakt heb.
Je ziet die hieronder op de foto’s.

Omber
Ook weer een aardepigment.
In zijn rauwe versie is het een groenachtig, bruine kleur.
De gebrande versie is roder van kleur.
Heeft het meest weg van chocoladebruin.

Groene aarde
Natuurlijk ook een aardepigment.
Een kleur die erg populair was in de 18e eeuw.

Kalkgeel
Niet gemaakt van kalk maar kleurecht ook bij gebruik op kalk (fresco’s).
Orpiment.


Die kleuren zien er in een potje, recht uit de koelkast (koud, geen licht)
als volgt uit:





allerlei kleuren temperaverf.




Eerst de verf maar eens maken.
Temperaverf bestaat uit een pigment(pasta) en een bindmiddel (geklaard eiwit).





Pigment: violet.






Mengen met geklaard eiwit.






Dat gaat niet bij alle pigmenten even eenvoudig.






Verf met loper.




Vervolgens kan het schilderen beginnen.
Daarbij neem je het best de volgende regels in acht:

Werkvolgorde:
1. de onderkleur
zet de kleur recht toe recht aan op de afbeelding.
Vlakjes vullen zoals op de kleuterschool geleerd.

2. de donkere schaduwpartijen
Neem dezelfde kleur als de onderkleur en meng die
zodat je een donkere variant krijgt.
Gebruik die om de donkere partijen, bijvoorbeeld de plooien
in de kleding te schilderen.





De schaduw en oplichtende delen van de kleding.


En de soms wat bizarre anatomie die de Middeleeuwer
schildert in de miniaturen. Draai je hoofd maar eens
zoals Malchus hier doet of de duim van Petrus.



3. de oplichtende delen (naast de schaduwen)
Neem de onderkleur opnieuw en meng die
zodat een lichtere variant ontstaat.

4. verf de gezichten als laatste.





Het gras en de bloemen.




Speciale aandacht gaat uit naar het gras.
Ga als volgt te werk:
1. gebruik een mengsel van omber en groene aarde als onderkleur.
2. gebruik voor de lichtere delen groen aarde
3. de sprieten worden gemaakt door een mengsel te maken
van groene aarde, wit en gele oker.
4. breng de bloempjes aan (zie ‘kaasprikkers’ op de afbeelding).





Ik kreeg de onderkleur niet eens af.




Dan de inkt.Behalve het handvat van de lamp wordt er in de schildering geen inkt gebruikt.
De inkt wordt gebruikt voor de afkadering van het goud,
de stelen van de bloemen en de bloemen zelf in de bladspiegel.
En natuurlijk voor de tekst.





De inkt met een veer aanbrengen.




Er worden twee kleuren inkt gebruikt.
De rode inkt heet minium, met woord miniatuur is hiervan afgeleid.





De tekst in twee kleuren.




En dat alles leidde tot het volgende eindresultaat.
Ik moet op zoek naar iemand die een kalligrafeerpen heeft.
De tekst wil ik nog proberen af te maken.





Het voolopige eindresultaat na drie lessen.




Cursus miniaturen VII

01/08/2009

Derde en laatste cursusdag.
Ben mijn mobiele telefoon vergeten.
iPod: Cracked Actor van David Bowie van het album David Live.
Zit op een bank bij het busstation in Breda.
Vandaag is de A27 afgesloten.
Ik ben benieuwd hoe dat zal gaan.









Volgens de e-mail die ik ontving van Veolia zelfde vertrektijd en reistijd.
Ik ben benieuwd!



De website http://www.oudeschildertechnieken.nl
bevat een paar artikelen van mijn docent.
Ik lees die in de bus en als het interessant genoeg is
vind je hier een korte samenvatting.

Eitempera: Rechtdoen aan karakteristieken
Artikel van Lukas M. Stofferis.

– verwijzing naar Cennini (Il libro dell’ arte),
zijn definitie van tempera:
een emulsieverf waarvan het bindmiddel op zijn minst
de dooier van een kippenei bevat.

– recept (heel algemeen):een eidooier ontdaan van elk spoor van eiwit,
met een gelijke hoeveelheid water gemengd,
en een paar druppeltjes azijn.

– schilderen met tempera komt er,
ondanks alle ingredixc3xabnten en de geheimzinnigheid er om heen,
op het zorgvuldig opbouwen van een gelaagdheid aan,
waarvan de toeschouwer eigenlijk
alleen maar de laatste laag van te zien krijgt.

– eigenschappen tempera:
= extreme kleurintensiteit
= minder kleurverzadiging dan bij olieverf
= bijzonder korte droogtijd
= gelaagd te verwerken
= aanbrengen van details relatief eenvoudiger dan grote vlakken

Van de website: http://www.kunstbus.nl

Kleur
Eigenschap van een visuele waarneming, ontstaan door de spectrale samenstelling van stralen afkomstig van een lichtbron. De drie primaire kleuren zijn: geel, blauw en rood.
Vervolgens ontstaan:
Oranje uit menging van rood en geel,
Groen uit menging van geel en blauw,
Violet uit menging van blauw en rood.

Tint, helderheid en verzadiging – de drie eigenschappen van kleur – kunnen worden gezien als een eenheid. Kleur wordt door deze drie termen plus de term contrast beschreven.

Tint
Tint is de eigenschap die geassocieerd wordt met de elementaire kleurnamen. Aan de hand van de kleurtint kunnen bonte kleuren worden onderscheiden van niet-bonte kleuren. Bonte kleuren zijn bijv. geel, rood, blauw en groen; niet-bonte kleuren zijn wit, grijs en zwart. Andere bonte kleuren werden genoemd naar bekende materialen zoals turkoois (zoals de edelsteen) of oranje (zoals de sinaasappel).
De tint kan het best beschreven worden als de voornaamste primaire kleur die in een mengkleur aanwezig is. De tint van vleeskleur is bijvoorbeeld rood, de tint van de lucht is blauw. Maar de tint van roze, paars of bruin is ook rood. Natuurkundig uitgedrukt is de tint de overheersende golflengte van een van de drie primaire kleuren die in de mengkleur aanwezig is.

Kleurverzadiging (puurheid ten opzicht van grijsheid)
Kleurverzadiging is bepalend voor de hevigheid van een kleurtint, de mate waarin de tint puur is. Wanneer er minder verzadiging is, is de kleur gemengd met wit. Verzadiging is de mate van kleur intensiteit in samenhang met het perceptuele verschil tussen die kleur en een wit, zwart of grijs van gelijke helderheid. Een bepaalde kleurtint kan sprankelend en levendig zijn, maar ook onopvallend grijzig. Het zal duidelijk zijn dat de verzadiging heel veel met de helderheid te maken heeft. Natuurkundig gesproken bevat een verzadigde kleur heel veel straling van een van de drie primaire kleuren en heel weinig straling van de twee overige primaire kleuren.

Kleurintensiteit (helderheid, hoeveelheid opvallend licht)
Helderheid (licht-donker) komt overeen met de hoeveelheid licht die lijkt te worden gereflecteerd van een oppervlak in relatie tot de reflectie van de ernaast liggende oppervlakken. Helderheid is net als tint een waarnemingseigenschap die niet slechts fysiek kan worden gemeten. Het is het belangrijkste attribuut in het effectief maken van contrast. De helderheid kan het best omschreven worden als de donkerte van een bepaalde kleur. Licht groen heeft een grotere helderheid dan donker groen, hoewel in beide gevallen de primaire kleur groen overheersend is. Natuurkundig bekeken kan helderheid worden uitgedrukt als de intensiteit van de overheersende golflengte in de mengkleur.

Contrast
Contrast is een mate van verandering van de helderheid van een plaatje. Hoog contrast geeft bijv aan dat zowel donkere partijen als witte partijen voorkomen. Het sterkste contrast ontstaat wanneer een kleur tegen zijn complementaire kleur wordt aangeboden. Twee kleuren zijn complementair wanneer ze gemengd de kleur grijs opleveren.



Weer terug naar het artikel:

– Optische werking van de kleurlagen:
= tempera is erg transparant
= door meerdere kleurlagen aan te brengen ontstaan
(semi) opake kleureffecten (bijvoorbeeld het doorschijnen van onderkleuren)
= het vermogen op te lichten (opalescentie)

– schilderen (volgorde)
=zeer dun om te beginnen
= liefst zonder wit in het begin
= werk in het begin van licht naar donker
= gebruik steeds dikkere verf
= heb je meer ervaring: probeer nat op nat
= let op onderkleuren, bijvoorbeeld gebrande omber bij rood en blauw.



Terug in de bus
De reistijd zou ongewijzigd zijn.
Het is nu 11:14 uur en we zijn in Den Bosch (?!)
en doen een poging om op de A2 te komen.
11:44 uur afslag Utrecht (op de A2)
12:01 uur Jaarbeurs, 50 minuten te laat !









Cursus miniaturen VI

Morgen gaan we ons bezig houden met de tekst
en alle zwarte lijnen.
En natuurlijk de schildering aan de linkerzijde.
Dat wordt volgens mij het meest moeilijk om daar
een goed resultaat te krijgen.
Je moet de eerste maal een keer door het hele proces.
Want los van de complexiteit van de materialen
en het vinden van de juiste gereedschappen,
is het realiseren van de miniaturen een moeilijk proces:
– het opbrengen van het ontwerp;
– het juist kleuren van de delen die goud moeten worden (tempera);
– het aanbrengen van het goud;
– de schilderingen.

Dat moet allemaal gebeuren op een klein oppervlak
en in drie lessen is er veel te weinig tijd om het goed te doen.

Maar het is erg leuk om te doen!





In de zon maar helaas bolt het papier nogal.






Recht van boven met flitslicht geeft een beter resultaat.





Cursus miniaturen V

Ook deze week heb ik huiswerk en daarom heb ik vanavond
nog een beetje geschilderd.
Het tussentijds resultaat zie je hieronder.
Zaterdag moet de tekst er aan toegevoegd worden.
Maar het schilderen aan de rand is nog niet af.










Dat heb ik weer….

Ga ik drie zaterdagen op rij (Cursus miniaturen)
met het openbaar vervoer (de bus) naar Utrecht.
Ben ik al twee zaterdagen daarvan via een andere route,
met steeds een andere duur van de rit
naar Utrecht gereden.
Gaat aanstaande zaterdag de weg dicht
en moeten we een omleiding gaan volgen.
Ik ben benieuwd!










Cursus miniaturen IV

Het maken van verf kwam maar beperkt aan de orde
in de sessie van gisteren.
Jammer.
Maar getroost, er is een goede uitleg op internet beschikbaar.
Volg een van de volgende links voor een overzicht:
Atelier Panhof
Breugel, winkel voor kunstbenodigdheden

Bij de bereiding van verf is een “loper”en een marmeren
of glazen plaat nodig.
Dat gereedschap en een flexibel verfmes is op de volgende foto te zien:





Loper op een grote tegel.




Wil je toch de verf zelf maken dan is het goed te weten
dat je twee mengels moet maken:
= de kleurpasta;
= het bindmiddel.

Een recept voor een eitempera bindmiddel is hier beschreven:

Zelf Tempera Maken:Er bestaan verschillende recepten voor het klaarmaken van het eigeel dat als bindmiddel voor de verf (temperaverf) zal dienen. Er zijn ook klaargemaakte temperaverven in de handel te koop, maar het is beter ze zelf te maken omdat de eerste bewaarmiddelen bevatten die de duurzaamheid van sommige pigmenten kunnen schaden.
1. Een eierdooier vermengd met een gelijke hoeveelheid regenwater of bier of wijn (leidingwater bevat veel kalk).
2. Eigeel + olie + water in gelijke hoeveelheid.



De tekst op de tekstpagina is in het Latijn.
Daarnaast is de tekst net met een tekstverwerker en printer gemaakt.
Lezen is dus niet eenvoudig.
Daarom dit ter ondersteuning.





Incipuit.









De Latijnse tekst.




De tekst staat er in werklijkheid als volgt
(tussen haakjes de letters die niet geschreven staan):

In rood:

Incipuit hore b(ea)te marie
virginis. Ad mantutinas

In blauw:
D (de ‘D’ is de grote kapitaal, de eerste letter van de volgende zin)

In zwart:

Omine (samen met de kapitaal staat hier dus Domine= Heer)
labia
mea
aperies.
Et os
meum
annuntiabit laudem tua(m)

Deze tekst is van Psalm 51, vers 17.
Volgens de Nieuwe Bijbelvertaling staat er:
Ontsluit mijn lippen, Heer,
en mijn mond zal uw lof verkondigen

In goud:

D (‘D’, een kleinere kapitaal, goud tegen een blauw/rode achtergrond)

In zwart:

Eus (samen met de kapitaal D staat hier dus Deus= God) in adiutoriu(m)
meum intende. Do
mine ad adiuvandum
me festina

Deze tekst is van Psalm 70, vers 2.
Volgens de Nieuwe Bijbelvertaling staat er:
God, breng mij uitkomst,

In goud, op dezelfde regel als de vorige tekst:

G (‘G’, een kleinere kapitaal, goud, versierd met rondjes)
In zwart, op dezelfde regel als de vorige tekst:

loria p(atria?)

De vertaling van deze laatste twee woorden is:

Heer, kom mij haastig te hulp.

De tekst van Psalm 51 vers 17 is ook op muziek gezet.
Het camerawerk van het volgende fimpje is een beetje rommelig
maar het geluid mag er zijn:
Domine labia mea aperies.



Intussen is vandaag het werk gevorderd.
De wijnranken zijn uitgevoerd, deels blauw, deels rood.





Ranken.




Ook de rank in de letter D is aangebracht.





.






De eerste besjes.






Nu maar eerst eens drogen.




Over de rode kleurstof is ook een interessant verhaal te vertellen.
Je kunt het vinden op Wikipedia:

Alizarine is de naam van het rode pigment.
Andere namen
1,2-dihydroxyanthraquinon
alizarine B,
lizarine lake red,
alizarine rood,

Alizarine of alizarinerood is een rood pigment dat oorspronkelijk uit de wortels van meekrap (Rubia tinctorum) gewonnen werd, maar tegenwoordig vooral synthesisch gemaakt wordt. Alizarine is bijzonder geschikt voor het verven van textiel en leer. De kleur wordt ook wel kraplak genoemd.

Meekrap
Meekrap werd als verfstof al gecultiveerd in de klassieke oudheid, met name in Azixc3xab en Egypte, waar het reeds in 1500 voor Chr. is aangetroffen. Het is een van de meest stabiele natuurlijke kleurstoffen. Met meekrapwortel gekleurde textiel is dan ook aangetroffen in bijvoorbeeld het graf van Toetanchamon, in de ruxc3xafnes van Pompeii en in het oude Corinthixc3xab. In de Middeleeuwen werd de kweek van meekrap gestimuleerd door Karel de Grote. Het groeide vooral goed in de zanderige bodem van Nederland, met name in Zeeland, en werd daar ook voor de lokale economie erg belangrijk. Ook in het aangrenzende Bergen op Zoom was een belangrijke industrie. De stad ontleent hier bijvoorbeeld haar carnevalleske naam Krabbegat aan en ook in de Blauwe Handstraat waren ateliers gevestigd.

Meekrap werd waarschijnlijk al in de 12e eeuw in Zeeland verbouwd. Het gewas werd twee of drie jaar na de aanplant geoogst. De plant heeft dikke wortelstokken en dunne bijwortels. Deze laatste bevatten de grondstof van de kleur. De wortels werden gedroogd in een droogoven en daarna verpulverd. Het poeder kon als verfstof worden gebruikt. De ovens, meestoof genoemd, waren een eerste vorm van een coxc3xb6peratie, waarvan de boeren gezamenlijk gebruik maakten. Na de ontdekking van synthetisch alizarine ging de meekrapteelt ten onder. In Zeeland herinneren straatnamen aan dit ooit voor het gebied zo belangrijke product.

In 1804 ontdekte de Engels verfmaker George Field dat de kleur van meekrap stabieler werd door een behandeling met aluin. Hierdoor werd het een vast en onoplosbaar pigment, met een meer permanente kleur. Door toevoeging van metaalzouten ontdekte men in de jaren daarna dat er diverse andere kleuren van konden worden gemaakt.

Synthetische alizarineIn 1826 ontdekte de Franse chemicus Pierre-Jean Robiquet dat meekrapwortels twee kleurstoffen bevatten, namelijk het rode alizarine en het snel verblekende purpurine. In 1868 werd alizarine de eerste synthetische gemaakte verfstof ooit, toen de Duitse chemici Karl Graebe en Karl Lieberman, in het laboratorium van BASF alizarine (1,2-dihydroxyanthrachinon) maakten uit steenkoolteer, antraceen, door een behandeling met achtereenvolgens kaliumdichromaat en geconcentreerd zwavelzuur. De wereldproductie bedroeg rond 1996 meer dan 7000 ton.



Kunstvaria





Alberto Giacometti, Disagreeable object, 1931.


‘Onaangenaam object’ is de naam van dit kunstwerk.





Attributed to Georges de La Tour and studio, St. Sebastian tended by St. Irene. 1638 – 1639.






Diego Rivera, Zapatista landscape; The guerrilla, 1915.






Fazal Sheikh, Malikh, Delhi, India, 2007.


Deze prachtige foto van een somber kijkend Indiaas meisje
is de meest commerciele foto van de serie “Ladli”
gemaakt door Fazal Sheikh.
Deze ietwat droevige foto siert de verzameling foto’s die gaat
over het Indiase probleem dat meisjes vaak ongewenst zijn als baby.
De Indiaase regering heeft daarom een programma in het leven geroepen
(Ladli schema) waarbij ouders bij de geboorte
van een meisje 10.000 roepie ontvangen (154 Euro)
en waarbij nog eens een bedrag op een rekening wordt gezet
dat vrij komt wanneer het meisje 18 wordt.
Maar niet alleen de ongewenstheid van meisjes wordt aan de kaak gesteld.
Vrouwen zitten heeft vaak in een erg moeilijke situatie
en worden soms mishandeld of erger.





Fiona Adams, Jimi Hendrix, 1967.


Dit is een van de mooiste foto’s die ik ken die de jaren ’60
mooi verbeelden.
De kleuren, de ietwat naive blik op het jonge gezicht van Jimi Hendrix,
de onscherpte van sommige delen van de foto.
De zestiger jaren in xc3xa9xc3xa9n beeld.





Fragment of a bowl depicting bearded bulls, Tepe Fullol, 2200 xe2x80x93 1900 BCE, Afghanistan.


Deel van een gouden kom met een afbeelding van bebaarde stieren.
Tepe Fullol, Afghanistan.
Was in Nederland te zien op de tentoonstelling
“Verborgen Afghanistan” in de Nieuwe Kerk in Amsterdam.





Gerard Hemsworth, Hidden agenda, 2008.


Verborgen agenda.





James Tissot, View from the cross, 1886 – 1894.


Vanaf het kruis, zeer ongewoon perspectief.





Margaret Watkins, Cabbage, 1923.


Misschien hier al eens eerder te zien.





Pablo Picasso, Nu assis et joueur de flxc3xbbte, 1967.






Wassily Kandinsky, Orientalisches, 1909.






Willem de Pannemaker, After designs of Pieter Coecke van Aelst and Jan Cornelisz Vermeyen, Review troops at Barcelona, From the series “The conquest of Tunis”, circa 1554.


Volgens de web site van het Rijksmuseum:

Willem de Pannemaker
(werkzaam 1535-1578) De tapijtwever Willem de Pannemaker was afkomstig uit een gerenommeerd weversgeslacht. Hij had een atelier in Brussel en was hofleverancier van de Habsburgse vorsten. Waarschijnlijk leverde hij al in de jaren 1540 tapijten aan keizer Karel V, die veel in Brussel verbleef bij zijn zuster, landvoogdes Maria van Hongarije. De eerste gedocumenteerde transactie van tapijten voor Karel V was in 1548, toen hij een prestigieuze opdracht kreeg om een serie van tien tapisseriexc3xabn te weven met de verovering van Tunis als onderwerp. Het ontwerp van deze tapijten was van Jan Cornelisz. Vermeyen. Ook werkte De Pannemaker voor Filips II en diens landvoogdes over Nederland, Margaretha van Parma.



Willem de Pannemaker, Review troops at Barcelona (detail).






Yayoi Kusama, Dots obsession, 2004.





Cursus miniaturen III

Vandaag het tweede deel van de driedelige cursus
‘Miniaturen’ van het Museum Catharijneconvent in Utrecht.
Eerst maar even een fotoverslag van de vorderingen.





De rode bolus wordt ingesmeerd met lijm om het bladgoud te bevestigen.






Blaadje imitatiegoud.






Even wrijven.






En klaar is de Argusvlinder.






Dan even de verf aanmaken.






Beginnen met de blauwe letter D.






En dan de rand, kleur voor kleur, ik begin met blauw.




De Vlucht

Vanochtend liep ik vanuit het centrum in Breda
door het Valkenberg naar het station.
Tegenwoordig staat het beeld “De Vlucht” in dit park.
Vroeger stond het een beetje weggedrukt op een verwaarloosde
parkeerplaats voor het politiebureau aan de Markendaalseweg.
Een mooie plaats nu, waar het normaal gesproken erg druk is.
Vanochtend was het rustig en tussen de regenbuien door
maakte ik de volgende twee foto’s.
Het beeld verwijst naar de vlucht die veel Bredanaars meemaakten
in mei 1940. Men ging op de vlucht voor de Duitse bezetter.
Het is een prachtig beeld.
Eenvoudig, goed getroffen, toont het de angst in deze verwarrende tijden.
















Cursus miniaturen II

Ik had nog huiswerk te doen voor de cursus van morgen.
Dag twee van de cursus miniaturen in Utrecht.
Maar voor ik mijn huiswerk kon gaan afmaken
kon het kunstwerk al een restauratie ondergaan.
Morgen toch eens vragen wat ik fout heb gedaan:
te veel water gebruikt ?
is de verf niet goedzacht geweest ?
is de verf er te dik op gezet ?
Ik hoor het morgen wel.





Restauratie.






Restauratie (detail).






De werkplaats.






Kopie van origineel en werkstuk.






Tussenresultaat.






De letter ‘D’.





Cursus miniaturen

De aandachtige luisteraars hadden al begrepen
dat ik een paar weken geleden naar de tentoonstelling
Beeldschone Boeken ben geweest in het Catharijneconvent in Utrecht.
Daar wordt een cursus gegeven van drie middagen
over het maken van miniaturen.
Dat past prachtig bij de tentoonstelling die werkelijk schitterend is.

Gisteren was de eerste bijeenkomst.
Ik ben met de bus naar Utrecht gereden.
In Breda vertrokken rond 10 voor 11.
Deze keer had ik een buschauffeur die de weg kende
en die er voor zorgde dat we op tijd in Utrecht waren.
Dan is het even doorlopen om voor 13:00 uur
in het Catharijneconvent te zijn.
In dit mooie complex is een kleine ruimte
waar de cursus gegeven wordt door Lukas Stofferis.

De cursus begint met een toelichting op wat de bedoeling is
van de drie bijeenkomsten:
– het verdiepen van de kennis op het gebied van de technieken
die komen kijken bij het schilderen van miniaturen;
– speciale nadruk ligt bij de materialen, hun aard,
oorsprong en bereidingswijzen;
– het maken van een eerste miniatuur.

Dat laatste is een nogal ambitieuze doelstelling.
Als je een tekstpagina van het begin af aan wilt opzetten
terwijl je je nog geen techniek hebt kunnen eigen maken,
dat is wat veel.
Daarom snijden we wat hoeken af (figuurlijk natuurlijk).

Het onderwerp van de cursus is een miniatuur uit een
getijden- en gebedenboek dat rond 1420 in Utrecht is gemaakt.
Het boek, ABM h112, is een voorbeeld van een boek
gemaakt voor mensen aan het hof in Den Haag.
Onderwerp voor ons is folio (bladzijde) 16v (verso, keerzijde, hier links)
en 17r (recto, voorzijde, hier rechts).


Bladzijde 16 en 17.


De tekst is een latijnse tekst, het is het begin van de Mariagetijden.
Het is een Getijdenboek, Wikipedia helpt ons weer:

Een middeleeuws getijdenboek is een handschrift dat leken gebruikten voor hun privedevotie, tijdens het getijdengebed.
Kwamen middeleeuwse religieuze handschriften eeuwenlang vooral in kloosters tot stand, vanaf de 12e eeuw werden ze in toenemende mate gemaakt in professionele boekateliers door meestal een team van verschillende handwerkslieden c.q. kunstenaars met ieder hun eigen specialisatie. Afhankelijk van de smaak en rijkdom van de opdrachtgever werden ze eenvoudig of weelderig uitgevoerd, met soms vele miniaturen en rijke randdecoratie.

De kerk heeft voor de verschillende tijden van de dag gebeden vastgesteld.
Deze ‘getijden’ bidt men dus dagelijk en het getijdenboek is het boek
waarin deze gebeden staan.

Voor ons als beginnend miniatuurmaker staan vooral de initiaal
(grote letter) en de afbeelding centraal.


De hoofdletter D.


Het miniatuur.


De miniatuur betreft hier de afbeelding van het moment
kort nadat Petrus het oor heeft afgeslagen van Malchus.
Van het web, TheLife.nl:

Malchus was een dienaar van hogepriester Kajafas en maakte deel uit van de groep mannen die Jezus arresteerde in … de Hof van Getsemane. Malchus’ naam wordt alleen genoemd in het Johannesevangelie. In een impulsieve daad van verzet tegen het optreden van de soldaten, slaat Petrus met een zwaard Malchus’ rechteroor af (Johannes 18 vers 10). Jezus roept Petrus tot de orde en maant hem zijn zwaard weer op te bergen. In het evangelie van Lucas (de arts) wordt vermeld dat Jezus het oor aanzet en geneest. Malchus komt in de Bijbel verder niet voor…

Met enige humor zien we hier Malchus die van schrik zijn broek
verliest en die met een voet buiten het kader treedt.
Jezus heeft inmiddels het oor al in zijn hand en gaat dat
zodadelijk terug zetten. Maar nu bloedt het oor hevig.



De lat ligt dus hoog!

De basismaterialen.

Een middeleeuws boek was handgeschreven.
In de tijd dat het boek waaruit wij putten werd gemaakt
was er al een hele industrie:
met mensen die het perkament maakten,
mensen die de bladspiegel opzetten en de teksten kopieerden,
mensen die met inkt versieringen maakten in en rond initialen,
mensen die illustraties maakten op de tekstbladen en
mensen die illustraties maakten op losse bladen die later in
boeken werden ingebonden met teksten.
Specialisme dus.
Het materiaal waarop werd geschreven was perkament.

Wikipedia:

Perkament (ook als verfijnde vorm: velijn, vellum) is een dun papierachtig materiaal, gemaakt van huid van kalveren, koeien, geiten, schapen, konijnen of ezels. Perkament is genoemd naar de stad Pergamum in Klein-Azie. Daar is het echter niet uitgevonden, maar wel verbeterd. Perkament is met name bekend als schrijfmateriaal voor handschriften.
Het oudste perkament dateert van 2700 jaar voor Christus, en is gevonden in Egypte. Perkament bleek beter en sterker te zijn dan papyrus, maar het was ook (veel) duurder. In de Middeleeuwen werd perkament in Europa veel gebruikt om op te schrijven, omdat het gebruikelijke papyrus vochtgevoelig is en niet lang houdbaar in het natte Europa. Het minder gevoelige papier bestaat al vanaf de 14e eeuw, maar werd aanvankelijk als minderwaardig schrijfmateriaal beschouwd.
Perkament van kalfshuid had de beste kwaliteit. Vaak werd het purperrood geverfd en beschreven met zilver- of goudkleurige inkt; het was daardoor duurder dan andere perkamentsoorten. Deze soort wordt ook wel vellum (velijn) genoemd.
Perkament heeft gemiddeld een dikte van ongeveer 0,6 mm, maar er zijn varieteiten die aanmerkelijk dunner of dikker zijn, afhankelijk van de gebruikte soort huid. Het is in elk geval belangrijk dikker dan het huidige schrijfpapier (ca. 0,1 mm).

Om nu op een mooie en correcte manier de teksten op het perkament te krijgen
trok men eerst een paar lijntjes. Dat is iets wat wij in de cursus overslaan.

Wikipedia:

Vaak maakte men bij het schrijven gebruik van hulplijntjes, die gemaakt werden door aan weerszijden van elk vel met een speld een verticale rij gaatjes in het materiaal te prikken. Dan trok men met de botte kant van een mes of loodstift horizontale lijnen tussen de gaatjes en ook een paar verticale lijnen, om in kolommen te kunnen werken.

De verf waarmee de illustraties werden ingekleurd heet Tempera.

Wikipedia:

Het woord tempera komt van het Latijnse temperare dat mengen betekent. Men denkt dat tempera is uitgevonden in Egypte, tijdens de Romeinse tijd. Voor de uitvinding van olieverf werd tempera veel gebruikt voor schilderijen en het verluchtigen van manuscripten. Iconen worden traditiegetrouw nog steeds met tempera geschilderd. De meest gebruikte tempera is de eitempera.

 

Tempera wordt gemaakt door het met de hand of met een stamper in een vijzel samenwrijven van droge, poedervormige pigmenten, vermengd met eidooier en water. Dit temperarecept is rond 1390 voor het eerst opgeschreven door Cennino Cennini in zijn boek Il Libro del l’Arte. Eigeel is van zichzelf een emulsie van olieachtige stoffen en water, waarin eiwitten zijn opgelost. Als de tempera droogt, verdampt eerst het water, waarna de eiwitten denatureren en niet meer in water oplosbaar zijn. De olie schijnt chemisch niet te veranderen bij het droogproces, maar houdt de verflaag soepel. Schilderijen gemaakt met tempera hebben de eeuwen doorstaan. Een emulsie op basis van eiwit schijnt ook wel gebruikt te zijn.

Hoe gingen wij te werk.
In plaats van perkament gebruiken we een papiersoort die
een aantal eigenschappen van perkament heeft.
De naam is vegetarisch perkament.

Achterkant kleurcopie.


We beginnen ermee de achterkant van een kleurencopie
van de afbeelding die wij gaan maken, in te smeren met een rode pigment.


Ingesmeerde copie en het perkament.


Vervolgens gaan we de afbeelding met de goed ingesmeerde kant
vastplakken op het werkblad.


Copie op het vegatarisch perkament.


Overtrekken.


Vervolgens met een balpen het origineel overtrekken.
Op deze manier maak je geen origineel ontwerp maar
heb je wel de mogelijkheid om met relatief weinig tijd
toch tot een resultaat te komen.


Het resultaat.


De kleurencopie met de rode pigment op de achterkant
heeft gewerkt als carbonpapier.
Het resultaat mag er zijn.
Let op:
= goed drukken bij het overtrekken;
= niet te veel steunen op de kleurencopie;
= niets vergeten over te trekken.


De letter D, de initiaal of kapitaal.


De kleurenkopie: de letter D.


Het begin is gemaakt.


Als de tekening goed op het perkament staat, kan het schilderen beginnen.
Eerst de basis voor het goud.
Dat gebeurt met Armeense aarde of ‘rode bolus’.
Er wordt eerst een basis op het papier aangebracht.
Daardoor komt het goud straks hoger te liggen.
Precies zoals bij het origineel.
Er moet thuis echter nog heel wat gebeuren.
Over het goud wordt straks niet meer geschilderd.
Dus als er iets in het goud ‘ligt’, betekent dit dat het
door de schilder moet worden uitgespaard.

Kunstvaria

Deze keer een behoorlijke Nederlandse inbreng,
maar het heet niet voor niets kunstvaria.
Uit alle windstreken zijn in deze verzameling weer werken te zien.





Anton Corbijn, David Bowie, Chicago, 1980.






Cornelis Cornelisz van Haarlem, Triptiek van de kruisiging, circa 1600.






Jeannette Klute, Grape leaves.


Deze Amerikaanse fotograaf is een pionier op het gebied
van kleurenfotografie.
De foto concentreert zich hier op de druiven en het blad
terwijl de achtergrond vervaagd.
Dit is een van de kenmerken van haar werk.
Ze is geboren in 1918.





Joan Mirxc3xb3, The diamond smiles at twilight, 1947 – 1948.






Marcel aan Eeden, The Zurich trial, part 1, Witness for the prosecution, 2008 – 2009.






Margarita Cabrera, Vocho (Yellow), 2004.






Master B. F., Adoration of the Magi, Gradual in Latin, Italy, Milan, circa 1500.


Als van een miniatuur niet onomstreden vaststaat wie de maker is
wordt er een schuilnaam toegewezen.
Vaak verwijst de schuilnaam naar het belangrijkste werk
of naar een bekende collectie waar werken deel van uit maken.
In dit geval gaat het om miniaturen die wel ondertekend zijn.
De initialen B en F staan onder het werk.
Vermoed wordt (aldus aswers.com) dat het hier gaat
om de Milaneese ambachtsman Francesco Binasco.
Hij lijkt een volgeling van Leonardo da Vinci en staat bekend
als illustrator aan het hof van Francesco Maria Sforza, hertog van Milaan.
Binasco staat ook te boek als goudsmid en graveur en werkte
in 1513 in dienst van Massimiliano Sforza.





Per Kirkeby, The siege of Constantinople, 1995.






Peter Paul Rubens, Allegory of war, circa 1628.






Seated figure, Tada, late 13th-14th century CE.


Beeld uit Lagos, gemaakt met de verloren was techniek.
Ik vind de datering onwaarschijnlijk maar de datering
is van het Metropolitan Museum of Art.





Hoofd van Boeddha, Chinees, Yuan, 14e eeuw.






Yan Pei-Ming, Portrait de Giacometti, 2007.





Alan Bean, astronaut en kunstenaar

Wikipedia over Alan Bean:

Alan LaVern Bean (Wheeler (Texas), 15 maart 1932) is een voormalig Amerikaanse astronaut en de vierde man die op de maan liep.
Bean werd geboren in Wheeler in Texas en opgeleid tot luchtvaartkundige aan de Universiteit van Texas. Hij diende 4 jaar als gevechtspiloot en werd vervolgens testpiloot bij de Amerikaanse marine.
De National Aeronautics and Space Administration selecteerde hem in 1963 en verkoos hem tot piloot van de maanlander voor de reis van Apollo 12. Op 19 november 1969 landde de maanlander van de Apollo 12 op Mare Cognitum, een gebied dat eerder was bezocht door de onbemande robots Loenik 5, Ranger 7 en Surveyor 3. Een half uur na Charles Conrad betrad Bean de maan. Tijdens deze expeditie werden de resten van Surveyor 3 meegenomen om op aarde te bestuderen. Op de maan werd, behalve het eerste maanwagentje en een paar verloren filmrolletjes, ook de vlag van Beans middelbare school achtergelaten.
Na zijn maanavontuur was de belangrijkste opdracht van Bean het commando van Skylab 3 in 1973.
Na zijn pensioen in 1981 ging hij schilderen, vooral mannetjes op de maan. Bean verwerkt echt maanstof en maansteentjes in zijn oeuvre.

Wat in het verhaal van Wikipedia natuurlijk niet staat,
is dat ik hem een keer ontmoet heb.
In de software industrie is het de gewoonte, jaarlijks,
een evenement te organiseren voor het verkooponderdeel van de organisatie.
Bij Amerikaanse ondernemingen gaat dat dan gepaard
met het uitreiken van awards en het houden van pep talks.
Een van de keren dat ik hiervoor in Amerika was,
hield Alan Bean de speech die iedereen weer op het juiste pad
moest zetten voor het volgende jaar.
En wie is daartoe beter in staat als een voormalige astronaut?
Zo heb ik hem ontmoet en heb zijn handtekening gekregen.



Alan Bean, Dave Scott: hammer and feather, 1986.

Dit was een experiment om te bewijzen dat in gewichtsloosheid
alle voorwerpen met gelijke snelheid vallen:
ook een zware hamer en een lichte veer.



Alan Bean, First Men – Buzz Aldrin, 2007.

Waarschijnlijk is het voor de kleine groep mannen,
die getraind werden om de Apollo-vluchten uit te voeren,
altijd moeilijk te verwerken dat zij niet de eerste waren op de maan.
Buzz Aldrin was wel een van hen.



Alan Bean, Headed to the last parking lot, 1982.

Onderweg naar de laatste parkeerplaats


Alan Bean, Is anyone out there, 2006.



Alan Bean, Mountains on the moon, 1993.



Alan Bean, Planting our colors on Apollo 11, 2007.



Alan Bean, Storing rock samples, 1984.



Alan Bean, handtekening, detail van Planting our colors on Apollo 11.


 

Beeldschone boeken

Afgelopen zaterdag ben ik niet alleen naar de tentoonstelling over
Jan van Scorel geweest.
Ik ben in Utrecht ook geweest naar de tentoonstelling Beeldschone Boeken.
In Museum Catharijneconvent.
Dit voormalige kloostercomplex is de perfecte plaats om de pennevruchten
van de Middeleeuwse monniken te laten zien.


Toegangskaartje Catharijneconvent.


Utrecht was in de Middeleeuwen een tijdlang erg belangrijk.
De Utrechtse bisschop was meer een krijgsheer dan een heilige dienaar van de kerk.
Kerken en kloosters werden er gebouwd in het centrum van de stad.
Vanuit de lucht lijkt het alsof de gebouwen in een kruisvorm zijn aangelegd.
In die kloosters werkten monniken als in een industrieel proces aan boeken.
Handgeschreven en handgetekende en handgeschilderde boeken.
Het logo van deze kunstenaars/ambachtslieden was het ‘Utrechtse draakje’.


Utrechtse draakje.


Na de productie van het perkament (geit- of lammervel)
werden de lijnen getrokken die dienden als leidraad voor de schrijvers.
Die schreven in hun mooiste handschrift teksten over.
Ze lieten ruimte over voor de beginletters en alle woorden of letters
die door een andere kleur inkt accenten geven in de tekst.
De grote letters waarmee teksten beginnen dienden vervolgens versierd te worden.
De versiering liep door tot ver in de kantlijn.


Rozettenmeester, Detail.


Vervolgens worden er niet alleen versieringen maar hele schilderijen
in de letter of als illustratie in het boek opgenomen.
De schilderingen werden voorzien van goudverf en allerlei
andere dure verfsoorten.
Soms werden de boeken alleen uitgevoerd met inkt.
Dat lag een beetje aan het gebruik dat men met het boek op het oog had:
was het een gebedenboek voor een rijk man of
een psalmtekst voor de monnikken zelf.


De Rozettenmeester, de letter ‘D’.


Speciale Utrechtse hoekafwerking.


Tekstboekje.


ik weet niet of het een nieuwe rage is in museumland
maar ook in het Catharijneconvent werden tekstboekjes uitgedeeld.
Leuke handzame boekjes maar als naslagwerk niet zo bruikbaar.
Er staan namelijk geen afbeeldingen in.
Voor het hele verhaal en de afbeeldingen moet je toch
in de catalogus zijn.
En die is deze keer erg mooi.


Catalogus in zon en schaduw.


Beeldschone boeken. De Middeleeuwen in goud en inkt.


Met prachtige afbeeldingen.


Met prachtige afbeeldingen.


Toegangsprijs.


Het museum is prachtig maar eerlijk gezegd ook erg duur.
Meer dan 10 Euro entree, dat kom je niet vaak tegen.




Binnenkort volgt er nog meer.

Kunstvaria

Een heel mooie serie kunst en cultuur.
Met in de hoofdrol, onder andere, een reeks afbeeldingen
uit manuscripten.





Ansel Adams, Merced River, Cliffs of cathedral rocks, autumn, 1939.


Portfolio III, Yosemite Valley.
Leuk dat op de dag van de Nationale feestdag van de Verenigde Staten
een Amerikaan het spits mag afbijten.





Ernie en Bert, 2007.


Okay, geen kunst, maar wel cultuur.
En leuk!





Claude Monet, Route de Giverny en hiver, 1885.






Cy Twombly, By the Ionian Sea, Naples, 1988.






Danny Rolph, Gladstone, 2009.


Deze afbeelding heb ik opgenomen in deze serie omdat je
deze vorm van kunst: grote beschilderde muren, steeds vaker ziet.





Edward Hopper, Rooms by the sea, 1951.


Een van de mooiste werken die ik in lange tijd heb gezien.
Het is geen abstract werk maar als je ogen een beetje sluit
en je kijkt door je oogharen dan lijkt het wel een abstract schilderij.





Francisco de Zurbarxc3xa1n, Virgin of the misericordia, 1634.






Francisco Josxc3xa9 de Goya y Lucientes, An equestrian portrait of Manuel Godoy, duque de La Alcudia, 1794.






Franco dei Russi, initial: E, David lifting up his soul to God, Italy, Ferrara, 1455 – 1463.


In de hoofdletter E is Koning David te zien die zijn
ziel verheft naar God. Italiaans.


Master of the Dresden prayer book, David and Goliath, Bruges, 1480 – 1485.


De maker is onbekend van deze schildering.
Daarom worden werken van deze maker aangeduid
met ‘Meester van het gebedenboek van Dresden’,
het bekendste werk van deze Middeleeuwse kunstenaar.
De voorstelling geeft de kleine David en enorm sterke Goliath weer.
Het boek is waarschijnlijk in Brugge in Belgie gemaakt.


Master of the Ingeborg psalter, Initial: D, David pointing to his mouth, French, 1205.


De meester van het psalmenboek van Ingeborg.
In de hoofdletter D is koning David te zien die naar zijn mond wijst.
Koning David werd in de Middeleeuwen gezien als de schrijver
van de Bijbelse psalmen.
Hier wordt hij in verband gebracht met de tekst:
Psalm 38: ‘Ik had mij voorgehouden:
Ik moet mij beheersen en mijn tong voor zonde behoeden.’


Unknown, David bringing the Ark of the covenant to Jerusalem, 15th Century.


Onbekende maker,
De afbeelding toont Koning David die de Ark van het verbond
naar Jeruzalem brengt, 15e eeuw.


Unknown, Initial: D, A monk with his finger to his lips, Italian, 1420.


Onbekende, Italiaanse maker.
In de hoofdletter D is een monnik te zien die zijn vinger
naar zijn mond brengt. In overpeinzing.


Detail met draak in de letter D.



Detail met een haas bij het bos..






Frank Buchser, Kleines Mxc3xa4dchen vor einer steintreppe in Segni, 1874.






Henri Matisse, Odalisque with a Turkish chair, 1927 – 1928.






Joaquxc3xadn Sorolla, Nixc3xb1a entrando en el baxc3xb1o.


Nog maar kort geleden voor het eerst te zien
in de kunstvaria.





Larry Rivers, Dutch Masters I, 1963.






Lucio Fontana, Concetto spaziale, natura, 1959 – 1960.


Ik heb heel wat werken van Fontana gezien.
Heel vaak zijn het witte doeken.
Dit prachtige rood geeft een schitterend effect.





Lxc3xa1szlxc3xb3 Moholy-Nagy, Composition A19, 1927.






Martin Schongauer, Saint Anthony tormented by demons, circa 1470 – 1475.


De heilige Antonius wordt gekweld door duivels.
Dit werk diende als inspiratie en voorbeeld
voor de 12/13 jarige Michelangelo om het volgende schilderij te maken.


Michelangelo, The torment of Saint Anthony, circa 1487 – 1488.



Michelangelo, detail.






Oscar Kokoschka, London, Chelsea reach, 1957.


A view from Lindsay House looking towards Battersea.





Robert Sperry, Shell, 1974.


Makers van aardewerk zien we niet vaak bij Kunstvaria.





Whistler, Weary, 1863.


Weary = vermoeid.