China reisverslag / travelogue 43

Het is al even geleden dat er een log verscheen over China,
maar ik ben het echt nog niet vergeten.
Daarom vandaag een volgende stap in de Verboden Stad.
Ik bereik de poort aan de ‘achterkant’ van de stad:
Gate of Divine Prowess (Poort van de Goddelijke Dapperheid).
Deze poort is de poort tegenover de ingang aan het Tiananmen Square.
Je kunt deze poort ook als ingang gebruiken natuurlijk.
Maar voor mijn wandeltocht op 4 oktober 2009 is dit de achterkant.
Ik ben halverwege.
In werkelijkheid kwam ik er hier natuurlijk achter
dat ik al veel te veel tijd had besteed en dat
ik maar een deel van de Forbidden City zou gaan zien die dag in Beijing.
Ik moet nog eens terug!





Een rustige straat aan de achterzijde van de Verboden Stad. Let wel, deze straat is nog steeds in de Verboden Stad.






De grote poort aan de nooordkant van de Forbidden City: Gate of Divine Prowess (Poort van de Goddelijke Dapperheid).






Nog een straat. Op weg naar de volgende tentoonstelling en het tableau met de negen draken (Glazed tile Nine-dragon Screen). Dit is een van de langste straten in de Verboden Stad en aan deze straat ligt The Treasure Gallery (Gallerij met schatten).





Noorwegen 12

Eerst terug naar het hotel met de bus.
Onderweg zag ik ze al: de renners.
Op 26/07/2010 of liever gezegd in het weekend van
werd er een grote wielerronde gehouden in Noorwegen.
Schijnt een jaarlijks terugkerend evenement te zijn.
Erg lang (500 kilometer ?) en voor zowel professionele
als amateurwielrenners.
Ze fietsen daarbij gewoon over de openbare weg
en de aankomstplaats is Oslo.
Overal langs het parcours zitten mensen om aanwijzingen te geven
over de te volgen route en om het verkeer in de gaten te houden.
Zo ook op de rotonde bij het hotel.





Het buskaartje.






De wielrenners op een vals plat met regulier verkeer.






Even de rotonde nemen.






Theoretisch is van deze renners de identiteit nog wel te achterhalen. Zie de nummers op hun helmen.






De controlepost op de rotonde.






De eenzame fietser die kromgebogen over zijn stuur.




Noorwegen 11

Ik ben geen kenner van de laatste modeen waarschijnlijk keek ik daarom zo op vande stijl die ik “Trol chic” ben gaan noemen.Natuurlijk heb ik wat foto’s gemaakt.Dat lukte prima vanaf een klein verhoog waar ik zat te eten.Volgens mij was er een vrijgezellenfeestwant er stond een groep jonge vrouwen in de winkelstraatdie gezamelijk een dans uitvoerden, het leek wel Indiaas.En de Indiaase toeristen die aan de overkant op de stoep zatenviel het ook op.Trol chic dus.


De vrijgezelle dames.


De Indiaase toeristen.


Trol chic I.


Trol chic II.


Trol chic III.


Noorwegen 10

Na het bezoek aan de Vikingschepen ben ik gelopen naar het
Kon-Tiki museum (Thor Heyerdal).
Niet zozeer voor het museum als wel
dat je daar weer bij het water uitkomt.
De ferry vanaf het stadhuis legt hier aan.
De Hop on Hop off bus stopt er ook.
Zo kon ik een stukje lopen door de prachtige ambassadewijk Bygdxc3xb8y.
De stad adverteert met die wijk als het museum eiland.
Ik ben het Kon-Tiki museum niet ingegaan maar heb
met de bus mijn tocht voortgezet.
Helemaal aan de andere kant van het water
wachtte daar nog het Akerhus Fortress.
Een soort uit de kluiten gewassen, versterkt huis
op een heuvel met uitzicht op de haven.
Een hele mooie plaats.
Op die plaats lag een groot cruiseschip.
Kijk maar eens naar de volgende reeks foto’s.





Een beeld van Richard Serra?.






Akerhus Fortress.






De pasfoto van de eigenaar op een kanon.






Het fort krijgt een grondige onderhoudsbeurt op dit moment. De kanonnen blijven daarbij niet gespaard.






Fort vanaf de stad.






Terwijl ik het fort bezocht vertrok het cruiseschip.






Een Disney cruise. Ik moet er niet aan denken.






De haven van Oslo met rechts achter de bomen verscholen het stadhuis.






Tussen het fort en de binnenstad was een ruimte afgezet voor mensen die, naar ik aanneem tegen betaling, gezamelijk naar de voetbal wedstrijden kijken.






De cruise maakt vaart.




Noorwegen 09: Vikingschepen

Toen ik wist dat ik een weekend in Oslo kon blijven,
heb ik opgezocht wat daar zoals te zien is.
Ik heb toen besloten in ieder geval de twee dingen te bezoeken
die uniek zijn: de vikingschepen en het Munch museum.


Kaft van het boekje ‘The Viking ships in Oslo’ van Thorleif Sjovold.


Jarenlang was de kennis over vikingschepen bepaald door
afbeeldingen zoals op het tapijt van Bayeux,
afbeeldingen op grafstenen enz.
In 1867 werd in een grafheuvel een vikingschip gevonden: het Tuneschip.
In 1880 werd het Gokstadschip gevonden en in 1904 het Osebergschip.
Lange tijd zijn dit de enige drie Vikingschepen geweest waarvan we
tastbare vondsten hadden waaruit de bouw en de grootte
van de schepen feitelijk konden worden bepaald.
In Oslo is hier een apart museum voor gebouwd: het Vikingskipshuset.
Meer recent (1962) zijn vijf vikingschepen gevonden
in de buurt van Roskilde in Denemarken.
Ze zijn in het verleden gebruikt om een blockade op te werpen
tegen andere schepen.In 1970 werd in Tjolling een deel van een Vikingschip gevonden.


De locatie van de vindplaatsten met bovenaan Oslo: Oseberg, Gokstad en Tune.


Kaartje voor het Vikingskipshuset.


De rekening voor het boekje (8 Euro en negen cent).


Het beeld als je het museum inkomt is overweldigend: het Osebergschip.

Deze foto toont links ook een van de de speciale balkons
die in het museum zijn gerealiseerd om mensen ook
een beeld te geven van de binnenkant van de schepen.


Houtsnijwerk aan de boeg van het schip. De boeg zoals afgebeeld op het boekje is een reconstructie. Dat is ook op te maken van de originele foto van de opgravingen die zodadelijk te zien is.


Opbergplaats voor de roeispanen. Ook de gaten voor de roeispanen zijn hier te zien


The Oseberg ship

The Oseberg ship was found in a large burial mound on the Oseberg farm in Vestfold and excavated in 1904. The ship was built sometime between 815xa0- 820 AD but was later used as a grave ship for a woman of high rank who died in 834 AD. The woman had been placed in a wooden burial chamber on the aft deck of the ship.The burial mound was constructed of layers of turf which preserved both the ship, and its rich contents of wooden objects, leather and textiles. The burial mound was plundered by grave robbers in ancient times; probably the reason why no jewellery or gold or silver objects were found in the grave. The finds from the Oseberg ship burial can be seen in the Finds Wing.
The 22 meter long ship was built of oak. The number of oar holes indicate that the ship was rowed by a crew of 30 men. The ship had no seats, and the oarsmen probably sat on their own wooden ships chests. The oars could be drawn in when the square sail was raised. The steering rudder was placed on the right aft side (aft= in het Nederlands achtersteven of spiegel) of the ship – the starboard side. The Oseberg ship is less solidly constructed than the Gokstad ship – only the upper two rows of side planking extend above the water line. It was probably a royal pleasure craft used for short journeys in calm waters.

Nederlandse vertaling (met hier en daar een aanvulling)

Het Osebergschip.
Het Osebergschip is gevonden in een grote grafheuvelop de Oseberg
boerderij in Vestfold
(een provincie niet ver van de hoofdstad Oslo) en opgegraven in 1904.
Dit was voor mij de grootste verrassing.
Ik had niet stilgestaan bij waar de schepen
eigenlijk gevonden zijn.
Maar ze zijn gevonden in grafheuvels.
Bij het overlijden van belangrijke vikingen werd
het lichaam begraven in een grafkamer.
Die grafkamer bestond uit een houten gebouwtje in de vorm van een tent.
Dit gebouwtje werd geplaatst op de achtersteven van een schip.
Het schip, de grafkamer en het lichaam
werden vervolgens met grafgiften ondergebracht in een grafheuvel.
Het schip zelf is gebouwd tussen 815 en 820 na Christus
en werd later gebruikt als begrafenisschip
voor een belangrijke dame die in 834 na Christus stierf.
Het lichaam van de vrouw was geplaatst in een houten grafkamer
op het achterdek van het schip.
De grafheuvel was gemaakt met lagen turf die het schip
en de rijke vondsten van hout, leer en textiel bewaard hebben.
De grafheuvel is eeuwen geleden geplunderd
en daarom zijn er geen juwelen, gouden of zilveren voorwerpen gevonden.
De vondsten van dit schip kunnen bekeken worden in de Afdeling vondsten.
Het museum heeft het ontwerp als dat van een kruiskerk:
vier stenen vleugels.
In drie vleugels staat steeds een van de drie schepen opgesteld.
In de vierde vleugel worden de grafvondsten getoond.
Onderdeel van de grafvondsten zijn drie sleden en een wagen.
Die worden niet genoemd in de tekst van dit bord.
Waarom niet is mij achteraf niet duidelijk.
Leuk om te weten is dat het hele gebouw van steen is.
De architect heeft dit bewust gedaan om het gevaar
van brand zoveel mogelijk te beperken.
Alleen op dak (aan de buitenkant) is hout gebruikt.
De stenen constructie heeft zijn dienst reeds bewezen
want in juni 1975 raakte het dak boven het Gokstadship in brand.
Uiteindelijk heeft dit geen gevolgen gehad voor de schepen.
De bouw van het museum heeft heel wat jaren geduurd.
Het ontwerp was gereed in 1913.
De eerste stenen vleugel (voor het Osebergschip) was gereed in 1926.
De volgende twee vleugels waren gereed in 1932.
Het laatste deel werd in 1957 geopend.
Het 22 meter lange schip is gebouwd met eikenhout.
Het aantal gaten voor de roeispanen geeft aan
dat het een schip was voor zo’n dertig bemanningsleden.
Het schip had geen zitplaatsen voor de roeiers.
De oeiers zaten waarschijnlijk op hun eigen houten scheepskist.
De roespanen konden worden ingenomen als men ging zeilen,
gebruik makend van een vierkant zeil.
Het roer is rechtsachter geplaatst, aan stuurboord.
Het Osebergschip is niet zo stevig van bouw als het Gokstadschip.
Slechts twee planken van de wand steken boven de waterlijn uit.
Waarschijnlijk was het een koninklijk pleziervaartuig
dat werd gebruikt voor korte afstanden op rustig water.


Foto gemaakt vanaf de speciale balkons die in het museum zijn aangebracht. Op deze manier kunnen de mensen ook de binnenkant van de schepen zien.


Wat een prachtig ranke vorm.


Deze foto (Photo Vaering) geeft een beeld van hoe dit schip werd gevonden en in 1904 en wat een enorm werk de opgraving, de conservering en de reconstructie is geweest.


Het roer.


De wanden. Iedere hogere plank begint aan de buitenkant van de plank eronder. Zo wordt het schip steeds breder.


Schip nummer twee: het Gokstadschip.


The Gokstad ship

The Gokstad ship was found in a large burial mound on the Gokstad farm in Vestfold and excavated in 1880. It was built around 890 AD and later used as a grave ship for a Viking chieftain. The body lay in a grave chamber built of horizontal timber logs (displayed in the Tune Wing).The Gokstad ship burial was plundered by grave robbers in ancient times who probably removed all objects of gold or silver. Some of the remaining Gokstad finds are on display in the Finds Wing.The Gokstad ship is 24 meters long with room for 32 oarsmen. It is the largest of the Viking ships on display and also the most robust. Compared with the Oseberg ship, we can see that the keel and the keelson are larger and more solidly constructed, the side planking higher, and that, when sailing, the oar holes could be closed and sealed using wooden flaps.During excavation the archaeologists found the remains of 64 shields which had been attached to the outside railings.While the Oseberg ship was a luxury, pleasure craft, the Gokstad ship was a sturdy and practical vessel, capable of sailing the high seas.

Nederlandse vertaling.
Het Gokstadschip

Het Gokstadschip is gevonden in een grote grafheuvel
op de Gokstadboerderij in Vestfold en is opgegraven in 1880.
Het schip is rond 890 na Christus gebouwd
en later gebruikt als grafschip voor een Vikinghoofdman.
Zijn lichaam lag in een grafkamer gebouwd met
horizontale houten balken (de grafkamer is te zien in de Tune Vleugel).
Het Gokstadschip is geplunderd door grafschenners
die waarschijnlijk alle voorwerpen van goud en zilver hebben verwijderd.
Dit is eeuwen geleden gebeurd.
De vondsten van het Gokstadschip zijn te zien in de Afdeling vondsten.
Het Gokstadschip is 24 meter lang met ruimte voor 32 roeiers.
Het is het grootste en meest robuuste schip dat hier te zien is.
Vergeleken met het Osebergschip, kun je zien dat de kiel
en de mastvoet groter en steviger zijn geconstrueerd.
(ik heb een hele tijd gezocht naar de vertaling van ‘keelson’.
In de Engelse toelichting op de term wordt er gesproken
van een versteviging op de kiel in de lengte van het schip.
Op de foto’s is op de kiel, in de lengte van het schip,
een groot stuk hout te zien dat als voet voor de mast dient.
Toen ik zocht op de term mastvoet leek me dat dit een ‘keelson’ is.)
De zijplanken, als verlengde van de scheepswand zijn hoger,
en de gaten van de roeispanen konden worden afgesloten
tijdens het zeilen.
Tijdens de opgraving werden resten gevonden
van 64 schilden die aan de buitenkant van reling
(de leuning aan de bovenkant van de verschansing op een schip)
konden worden bevestigd.
Terwijl het Osebergschip duidelijk een luxueus, pleziervaartuig was,
is het Gokstadschip een stevig en praktisch schip
dat op de open zee kon varen.


Fotograferen in het geheel witte gebouw is niet eenvoudig. Vooral omdat de schepen pikzwart zijn.


De mastvoet (keelson) en restant van de mast. Ook de hogere opstaande rand met de roeispaangaten (en hun afsluiting) zijn goed te zien


Balkon. De balkons zijn aangebracht waar de vier vleugels van het museum bij elkaar komen.


Vanaf het balkon en door het ‘trappenhuis’.


Schip nummer drie: het Tuneschip.


The Tune Ship.

The Tune ship was found in a large burial mound on the Haugen farm in Ostfold, and excavated in 1867. The Tune ship dates from about the same time as the Gokstad ship (ca 900 AD), and also contains the remains of a man of high rank. This chieftain had been placed in a wooden burial chamber built on board the ship, but his grave gifts have not survived due to poor preservation conditions. The ship itself is severely damaged, but the illustration shows how it may have looked.

Nederlandse vertaling:
Het Tuneschip.
Het Tuneschip is gevonden in een grote grafheuvel
op de Haugenboerderij in Ostfold en opgegraven in 1867.
Het schip dateert ongeveer uit dezelfde tijd
als het Gokstadschip: 900 na Christus.
Het bevatte het lichaam van een hoog geplaatst persoon.
Het lichaam van deze hoofdman was geplaatst in een grafkamer
die op het schip gebouwd was.
De grafgiften hebben het niet overleefd
door de slechte conserveringsomstandigheden.
Het schip was zwaar beschadigd maar hier wordt getoond
hoe het er uit gezien kan hebben.


Door de slechte staat is het wel mogelijk de constructie beter te bekijken.


Tentvormige begrafeniskamer van het Gokstadschip.

The Gokstad burial chamber and tent.

Each of the three Viking ships had a wooden burial chamber that had been raised on deck behind the mast. They were all tent-like structures, probably designed to resemble the tents used on land. Real tents were also found aboard the ships. A pair of tent poles may be seen here on the wall, another pair is displayed in the Finds Wing.

De grafkamer van het Gokstadschip en de tent.
Elk van de drie Vikingschepen had een houten grafkamer
die op het dek, achter de mast was geplaatst.
Het waren constructies die doen denken aan een tent.
Waarschijnlijk ontworpen als nabootsing van de tenten
zoals die aan land werden gebruikt.
Op de schepen zijn ook echte tenten gevonden.
Een paar tentstokken zijn hier aan de muur bevestigd,
een ander paar kan men zien in de Afdeling vondsten.
De volgende twee voorwerpen zijn niet op mijn foto’s te zien.

The Gokstad small boats.

The three small boats found in the Gokstad ship were all broken to pieces, probably in connection with the burial ceremony. It was possible to reassemble two of the boats which were constructed in the same manner as the large ships. They closely resemble boats still used in western and northern Norway, and bear witness to Norways long boat building traditions.

De Gokstadboten.
Drie kleine boten zijn gevonden aan boord van het Gokstadschip.
Ze waren alle drie in stukken gebroken.
Waarschijnlijk is dit gebeurd als onderdeel van de begrafenisceremonie.
Twee van de boten konden worden gereconstrueerd.
Ze zijn gemaakt op dezelfde manier als de grote schepen.
Ze lijken sterk op de boten die ook vandaag nog
in het westen en noorden van Noorwegen worden gebruikt
en tonen de lange traditie van de Noorse scheepsbouw aan.

The Oseberg wooden container.

The large wooden container, one of several from the Oseberg ship burial, may have been used to preserve food or for brewing beer.

De Oseberg houten container.
De grote houten container, een van vele van het Osebergschip,
werd waarschijnlijk gebruikt om etenswaar te bewaren of bier te brouwen.


De constructie wordt zichtbaar in het Tuneschip. Op de muur achter, een paar tentstokken.


Ook hier is de mastvoet of keelson goed te zien.


 

The cart of the Oseberg find is the only one of its kind from the Norwegian Viking Age. Finds of carts are rare, however bodies of carts are found in other burials in Scandinavia. It is therefore possible that both carts and roads were common in towns. Images on the textiles from the Oseberg find indicate that carts were also used in processions in religious contexts.The body of the car is made of oak, the boards joined as in a boat. The cart has two shafts of ash (Es) with a short iron chain joining them at the end. The cart was likely drawn by two horses, one on each side of the shafts (dissel).The cart has intricate carvings. On one of the sides, as scene depicts a horseman, a dog, a man and a woman. At the cart bodyxe2x80x99s front end a man lies on his back, attacked by serpents. The supports cradling the body of the cart terminate in carved images of menxe2x80x99s heads.

Nederlandse vertaling:
De kar uit de Osebergvondst is enig in zijn soort
uit het Noorweegse Vikingtijdperk.
Vondsten van karren zijn zeldzaam maar bovenstellen van karren
zijn gevonden in andere graven in Scandinavie.
Het is daarom mogelijk dat karren en wegen
een normaal onderdeel waren van een stad.
Afbeeldingen op het textiel van de Osebergvondst
zijn een indicatie dat karren ook gebruikt werden
in religieuze processies.
Het bovenstel van de kar is gemaakt van eikenhout,
de opstaande planken zijn op dezelfde manier bevestigd
als op de schepen.
De kar heeft twee trekbomen (disselbomen, lamoen)
gemaakt van essenhout met een korte ijzeren ketting
die de uiteinden bij elkaar houdt.
De kar werd waarschijnlijk getrokken door twee paarden,
een aan elke kant van de dissel.
De kar is rijk versierd met houtsnijwerk.
Aan een kant wordt een scene getoond van een ruiter,
een hond, een man en een vrouw.
Aan de voorkant van het bovenstel ligt een man op zijn rug
terwijl hij wordt aangevallen door slangen.
Het onderstel eindigt in uitgesneden voorstellingen van mannenhoofden.


Houtsnijwerk.


De achterzijde van de kar.


Beeld van de hele kar.


Tweede poging.


Detail van het houtsnijwerk.


Het wiel.



Dierenkop van een van de slee-dissels.


Een van de sleeen gevonden op het Osebergschip.


Menselijke koppen, houtsnijwerk aan het uiteinde van het onderstel van een van de sleeen.

After some years as a sea-going vessel the Oseberg ship was finally laid to rest as a grave ship for a wealthy woman of high ranking. This woman received grave gifts for her journey in the realm of the dead, which included three highly decorated sleds and one sled of simpler design (not displayed).

The three highly decorated sleds were constructed in the same way: a separate upper frame was originally tied to the chassis with rope. The corner posts, shaped as animal heads, bind the sides of the frame. A detachable pole allowed the sled to be drawn by two horses. The sleds represent the work of several woodcarvers. Carved animal forms are combined with geometric patterns. The design is further emphasized with paint, tinned iron nails, and nails of silver and brass. On two of the sleds sacrificial runners protected the finely carved set, showing that the sleds were in regular use.This sled was found mid-ship in front of the grave chamber. The design on the runners was painted in dark colours in contrast with the lighter shade of natural wood. The frame is older than the chassis. The sacrificial runners are made of oak.

Nederlandse vertaling:
Na jaren als zeewaardig schip te hebben gediend
werd het Osebergschip te rusten gelegd als een grafschip
voor een hoog geplaatste, rijke vrouw.
De vrouw kreeg grafgiften mee voor haar reis naar het dodenrijk.
Daaronder waren drie rijkversierde sleeenen een eenvoudige slee (hier niet getoond).
De drie rijk versierde sleeen zijn elk op dezelfde manier gemaakt:
een los bovendeel dat vastgebonden werd op het onderstel met touw.
De hoekpalen, versierd met dierenkoppen, houden het bovenstel bij elkaar.
Een afneembare dissel maakte het mogelijk
om de slee te trekken met twee paarden.
De sleeen zijn gemaakt door verschillende houtsnijders.
Dierlijke en geometrische motieven zijn gecombineerd.
Het ontwerp werd vervolmaakt met verf, vertinde nagels,
zilveren en bronzen nagels.
Op twee van de sleeen is het houtwerk beschermd door sierlopers
wat aangeeft dat de sleeen werkelijk zijn gebruikt.
De slee die hier wordt getoond is mid-schip gevonden,
voor de grafkamer.
De lopers zijn donker geverfd in contrast met de lichte,
natuurlijke kleur van het hout.
Het bovenstel is ouder dan het onderstel met de lopers.
De sierlopers zijn gemaakt van eikenhout.


Hier is te zien hoe een slee gevonden werd op het Osebergschip.

En zo ziet diezelfde slee eruit na reconstructie.


Versiering aan de sleedissel.


In the Oseberg ship three sled poles were recovered. These were, however, not found together with the sleds and likely do not belong to any of the sleds on display. The sled poles were originally a little over 2 meters long and were carved from a single piece of wood.The sled poles possess some of the finest carvings found in the Oseberg grave. Silver nails are used to accentuate the design.

Nederlandse vertaling:
In het Osebergschip zijn drie slee-dissels gevonden.
Ze zijn echter niet bij de sleeen gevonden
en behoren waarschijnlijk ook niet bij deze sleeen.
De dissels waren origineel langer dan 2 meter
en waren uit een (1) stuk hout gemaakt.
Ze bevatten het mooiste houtsnijwerk in de Osebergvondst.
Zilveren nagels zijn gebruikt om het ontwerp te accentueren.




Nog een laatste blik op het Osebergschip.


Kunstvaria

Door alle drukte en activiteiten loop ik erg achter met Kunstvaria.
Mijn vast rubriek is al even niet meer verschenen.
WK voetbal, Wimbledon, de Tour, Noorwegen, Hoorn, het warme weer,….
Voor kunstvaria zit het niet mee.
Vandaag , zoals anders, een mooie serie.


Amadeo Modigliani, Head, 1910 – 1912.

Hierboven een oude foto van het beeld van Modigliani
dat onlangs voor veel geld op een veiling is verkocht.
Hieronder een heel artistieke en nieuwe foto van het beeld.
In close-uo. Mooie foto, maar je ziet natuurlijk maar
een klein deel van het beeld.
Vandaar dat ik deze oudere foto’s heb opgenomen
om het compleet te maken.
Modigliani heeft een aantal sculpturen gemaakt met als thema ‘het hoofd’.
Soms doen die beelden heel Afrikaans aan.

Amadeo Modigliani, Head, 1910 – 1912.

Amadeo Modigliani, Head, 1910 – 1912.


Cornelis Springer, The fishmarket and bridge in Oudewater, 1859.

De vismarkt en brug in Oudewater.


Daniel Haesli, No 98, 2009.

Beeldhouwwerk van nog redelijk jonge kunstenaar.
Afkomstig uit Zwitserland.

Daniel Haesli, No 99, 2009.


David A. Carter, Little Simon, 2004.

Weer eens een heel andere vorm.


El Greco, Pentecost, circa 1600.

Het woord Pentecost heeft een lange geschiedenis die
begint in het Grieks.
Het staat voor ‘Pinksteren’.
De vlammende tongen symboliseren dat op dit werk van El Greco.


Eugene Delacroix, Ecce Homo, circa 1850.

Ecce Homo, Zie de mens.
Een fragment uit het lijdensverhaal van Christus.
Hier in een uitvoering van de altijd broeierige Eugene Delacroix.


Francoise Gilot, Intermezzo.

Partner van Picasso, moeder van twee van zijn kinderen.
Tijdens hun huwelijk maakte ze deel uit van de kunstwerled rond Picasso.


Georg Baselitz, Der Lasterbaum, 1986.

Van hem zien we veel te weinig naar mijn gevoel.


Giovanni Agostino da Lodi, Adoration of the Shepherds, about 1505.

Vandaag veel Bijbelse of religieuze thema’s.
Zoals hier de Aanbidding door de herder.


Hendrick Maertensz. Sorgh, A man seated at a table smoking a pipe and drinking from a stein, 1609 – 1670.

Opgenomen omdat het een Nederlandse schilder (Rotterdam) is.


Henri Matisse, Nu aux jambes croisees, March 1936.


Herman van der Mijn, Grapes, peaches, plums, apricots and a rose in a glass vase on a draped table, 1730 – 1740.

Beetje lange titel:
Druiven, perzikken, pruimen, abrikozen en een roos
in een glas op een tafel met tafellaken.


Joaquin Sorolla y Bastida, Nina en la playa, 1910.

Kijk eens hoe prachtig het water geschilderd is.
zeker op een droge en warme dag als vandaag
heeft dat extra aandacht.


John James Audubon, Great blue heron, 1826 – 1838.


Max Beckmann, The journey, 1944.

Wat doen de muziekinstrumenten op deze reis?


Max Ernst, La Horde / Die Horde, 1927.


Olafur Eliasson, Your atmospheric colour atlas, 2009.


Pablo Picasso, The blue room (The tub), 1901.


Pablo Picasso, Woman ironing, 1904.

Stijkende vrouw.


Paul Gauguin, Arii Matamoe, The Royal End, 1892.


The Master of the Misericordia, The Madonna and Child with Saints John the Baptist, Dominic and other Saints, Mid 14th Century.


William Dyce, Welsh landscape with two women knitting, 1860.

Landschap in Wales met twee breiende vrouwen.


Zeng Fanzhi.


 

Noorwegen 08

Vigeland.

Wikipedia:

Gustav Vigeland werd geboren in Mandal in de provincie Vest-Agder en is een bekend Noors beeldhouwer. Hij kreeg in zijn jeugd een opleiding tot houtsnijder en volgde aansluitend een beeldhouwstudie bij Brynjulf Bergslien. Hij kreeg zijn eerste tentoonstelling in 1889 met het werk Hagar og Ismael (1889), sterk gexc3xafnspireerd door het neoclassicistische voorbeeld van Bertel Thorvaldsen. Vigeland volgde korte tijd avondklassen aan de Koninklijke Tekenacademie en werkte in 1890 in het atelier van de beeldhouwer Mathias Skeibrok.Rond 1913 herzag Vigeland zijn stijl weer, minder detaillering en grotere volumes, onder invloed van de in heel Europa aan de gang zijnde veranderingen in de beeldhouwkunst. Bekend is dat Vigeland foto’s had aangeschaft van Henri Matisse’s sculpturen en in het kubisme gexc3xafnteresseerd was. Dit alles leidde rond 1913-1915 tot zijn wens alleen nog in een hardere steen, zoals graniet, te hakken. Een bekend voorbeeld is het beeld Piken pxc3xa5 reinsdyret (Meisje op een rendier, 1920).In 1914 ontwierp hij een eerste plan voor een monumentaal werk in een park, een beeldenpark met meerdere beeldengroepen rond een fontein. Hij ging zijn werkwijze afstemmen op het ontwerpen voor de openbare ruimte. Zijn plan werd werkelijkheid met het Vigelandsanlegget.Vigelands minst bekende werken zijn de constructies in smeedijzer, zoals de hekwerken voor het Vigeland Park…

 


Bovengenoemd park: Vigeland park of Vigelandsanlegget, is een van de haltes op de route. De beelden imponeren niet zo. Het park in zijn totaal wel. Dat is heel mooi aangelegd.


Na eerst een soort groot gazon gepasseerd te zijn kom je bij een soort brug aan. Op de balustrade staan veel beelden. Die beelden hebben bijna allemaal de mens als thema. Man en vrouw, Kind, Man en kind, Vrouw en Kind en alle andere varianten die je maar kunt bedenken. Allemaal blote mensen overigens.


Ik heb niet de braafste beelden uitgezocht.


Op de brug.


Het park is prachtig. Het was er die dag erg druk maar ga even van de centrale as van het complex af en je ziet de inwoners van de stad Oslo er rustig zonnen of de hond uitlaten.



De centrale fontein.


Omringd door mensfiguren.


Hoogste punt is een enorme schaal gedragen door menselijke figuren.


Een meeuw ging er even rusten en drinken.


Licht en donker in het park.


Naast al de gegoten beelden ook granieten werken met in het midden deze pilaar.


Het fotografeert wel eenvoudig.


Dichtbij en ver.




Het Vigeland smeedwerk.


Achter de granieten pilaar bevindt zich nog een segment van het park waar dit beeld centraal staat.


Van dichtbij.


Nog meer smeedwerk.


De brug die niet echt een brug is al loopt er schijnbaar water onder door.


Volgens de toeristische gidsen is dit het ‘beroemdste werk’ van Gustav Vigeland. Ik vrees dat het vooral bekend in Oslo is.


Noorwegen 07

Achter het stadhuis in Oslo komen alle Hop-on / Hop-off bussen langs,
sterker nog het is de vertrekplaats van de routes.
Volgens mij hebben de bussen allemaal dezelfde route
en in het geval van Oslo is dit wel een eenvoudige manier
om ook het museum (schier) eiland Bygdoy (Bygdøy) te bezoeken.
Maar voor ik in de bus stap ga ik eerst het stadhuis bekijken.


Het stadhuis met de grote torens vanaf de stad gezien. In volgende blogs zal dit gebouw ook vanaf de haven te zien zijn. Dat is zoals je meestal de foto’s ziet.Loop je vanaf de stadkant naar het stadhuis dan zie je aan beide zijdes een galerij met pilaren.In die open ruimte hangen tegen de wand grote houtsnijwerken in verschillende kleuren die vele thema’s behandelen.


De Valkyries, walkuren of in mijn vertaling zwaanmeisjes.

De zwaanmeisjes. De drie “Valkyries” (zij die de strijders kiezen die zullen sterven in het gevecht), half spiritueel, half aards, komen als zwanen aanvliegen om dan te veranderen in drie prachtige maagden. Alrund, Svankit en Alvit. Wikipedia: De Walkuren (Oudnoords valkyrjar) zijn strijdgodinnen uit de Noordse mythologie. Oorspronkelijk waren het grimmige doods- en oorlogsgodinnen, die op de rug van hellehonden de slagvelden afstroopten op zoek naar gevelde (gevallen) helden (walkure komt van Oudgermaanse equivalenten voor gevallene + kiezen) die voor Odin dienst konden doen voor de eindstrijd tijdens Ragnarok. Uiteindelijk evolueerden zij in de populaire cultuur van lelijke heksen vooral tot schone maagden. Ze waren de diensters of dochters van Odin en droegen mooie harnassen met helmen en speren en zaten op paarden met vleugels. Drie broers vinden deze vrouwen op het strand, nemen hen mee en trouwen met hen. De smid Volund trouwt met Alvin. Na zeven jaar vertrekken de zwaanmeisjes weer. Volund blijft thuis op de terugkeer van zijn vrouw wachten terwijl zijn broers op zoek gaan naar hun vrouwen. Zowel de Valkyries, walkuren als Volund zijn belangrijke figuren in de Noorse en Germaanse mythologie.


De enorme hal in het Stadhuis met even zo grote muurschilderingen.


Aan de kant van de haven heb je een mooi uitzicht.


Deuren, hun versiering, beslag of beschildering, trekken altijd mijn aandacht. Hier de deuren in het Stadhuis.


Statie (?) portret van de Noorse koningin Sonja (?). In ieder geval niet stoffig en te traditioneel


Statie (?) portret van de Noorse koning Harald V (?).



Detail uit de grote hal.


Soort ‘tree of life’ motief uit een van de kleinere zalen.


Het nijvere volk?.


De eerste Edvard Munch die ik tijdens dit bezoek zag.


Noorwegen 06

Als je vanaf de Domkerk wat naar links loopt
kom je al snel aan de haven van Oslo.
Vanaf de haven heb ik nog wat rondgewandeld
door het centrum maar toen toch besloten
een echte toerist te zijn.
Ik ben naar het stadhuis gelopen (daarover meer in de volgende blog)
en daar op een hop-on hop-off bus gestapt.


De haven met pleziervaartuigen (vooral voor groepen) en ferries (voor iedereen). De driemasters liggen er vooral voor feesten en partijen.


De Oslo-fjord.


Het Nobel Peace Center. Niet de plaats voor de jaarlijkse uitreikingen van de prijzen. Die uitreikingen vinden plaats in het stadhuis. Een tentoonstellingsgebouw is het met aandacht voor alle winnaars en Alfred Nobel.


Het portret van Alfred Nobel in de gevel van het centrum.


Iets heel anders is deze afbeelding, dit mozaiek, op de muur van een werknemersvereniging (Norges Byforbund) in het centrum van Oslo.


Noorwegen 05

26/06/2010
Op zaterdag heb ik tijd voor mezelf in Noorwegen.
Hoef ik niet te werken (althans niet de hele dag).
Ik ga met de bus van het hotel naar het busstation in Oslo.
Gaat snel. Binnen zo’n 30 minuten ben ik in de stad.
Vanaf het busstation loop ik de stad in.
Je kunt ook met de metro als je al precies weet waar je naar toe wil,
maar ik wil eerst gevoel krijgen voor de afstanden en de plattegrond van de stad.
Vanuit het busstation loop je via een loopbrug over de weg
naar het trottoir op zeeniveau.
Een van de eerste opvallende gebouwen is de torenspits
van de Domkerk van Oslo.
Die bezoek ik dan ook als eerste.


Buskaartje in de ochtend, 50 kronen zijn ongeveer 6,20 Euro.


De opvallende torenspits van de Domkerk.


Het typische interieur: sober.


Plafondschildering van de Heilige Drieeenheid.


Hier in close-up, Jezus staand in het doopwater, de Heilige Geest zweeft boven het tafereel en een van de handen van God de Vader is hier links te zien. Typische kleurgebruik dat ik nog vaak zal tegenkomen deze zaterdag en zondag.


Het laatste avondmaal als beeldengroep. Zie je niet zo vaak.


Met papieren voorbeden?


Glas-in-lood raam met Jezus en de geldwisselaars in de tempel.


Nogal druk hoofdaltaar, helaas is de foto een beetje bewogen.


Noorwegen 04

25/06/2010

Geen eenvoudige dag.

Vandaag scheen de zon.
Om 06:00 uur was alles buiten nog nat van de regen
maar al snel liet de zon zich zien.
Tegen de avond was in de verte onweer te horen,
donkere wolken waren te zien maar regen valt nog niet.

Ik ga weer verder met Metropolis.

Noorwegen 03

24/06/2010

Volgens mij is het gewoon niet donker geweest.
Vreemde gewaarwording.
Of je een jetlag hebt.
De zon is weg maar de lucht is toch verlicht.
Zelfs vannacht om 04:00 uur toen ik even
door de gordijnen naar buiten keek,
was het niet echt donker.
Zo noordelijk ben ik nou toch ook weer niet?

Ik zit buiten het hotel nog even te lezen.
Het is bewolkt maar de temperatuur is aangenaam fris.
Alleen wordt ik hier belaagd door muggen.
Het is hier trouwens erg groen.
Veel, heel veel bomen.
Mijn bevindingen zijn open deuren misschien maar
dat krijg je al gauw als je voor het eerst in een ander land bent.

Ik heb net gehoord dat er op Wimbledon records gebroken worden:
11 uur voor een partij en een onwerkelijk hoge uitslag
voor de laatste set:68 xe2x80x93 70, gewonnen door John Isner.
Federer is door, moeizaam maar toch.
Het Nederlands elftal is nu ongeveer begonnen.
Het is 19:45 uur en ik heb net mijn eten besteld.
Helaas heb ik hier alleen maar Scandinavische zenders.
Internet is de enige bron van informatie,
maar daar was vandaag geen tijd voor.

Ik heb op Schiphol het blad Metropolis gekocht.
Een blad over hedendaagse kunst.
Niet verkeerd.
Veel aankondigingen van tentoonstellingen.
Ook van Lokaal01 in Breda en Parkplatz (parkeerterrein de Vlaszak).
De artikelen ga ik nu lezen maar ik zag al wel
een artikel van Christophe Van Eecke.
Die is ook betrokken bij Lokaal01.
Als een soort huisfilosoof.
Ik ben benieuwd.

Er staat een leuk stuk in over kunst inde openbare ruimte.
Lieven de Boeck heeft geprobeerd om een klein stukje grond
op de Zuidas van Amsterdam in eigendom te krijgen.
0,44 m2 om precies te zijn.
Dit project schijnt uiteindelijk niet gerealiseerd te zijn
doordat het xe2x80x98slechts een bereik had tot een beperkt publiekxe2x80x99.
Terwijl kunst, volgens de projectontwikkelaars, in de publieke ruimte
een breed publiek dient te bereiken en laagdrempelig toegankelijk moet zijn.

Ik kijk naar het doelpunt van Japan tegen Denemarken (of omgekeerd).
In de verte hangt een televisiescherm
waar de ober recht voor zit.
Naast mij zit er nog een gast in de bar.
De bal komt van ver,
een dood spelmoment.
De bal gaat in een keer de goal in.
Grappig is dat in het zijnet een handdoek hangt.
Het lijkt wel of de Japanner de handdoek als doelwit heeft gebruikt.
De bal raakt de handdoek bijna.
En, oh ja, de handdoek was wit.

Noorwegen 02

23/06/2010

Ik ben op Schiphol, onderweg naar Oslo.
Nou ja, eigenlijk naar een plaats die ik amper kan uitspreken.
Een plaats in de buurt van Oslo.
Schiphol wordt vandaag bezocht door grofweg drie groepen mensen:
1. vakantiegangers die of op weg gaan
(xe2x80x9cDoe maar een Heineken, de vakantie is begonnen!xe2x80x9d)
of naar huis gaan.
Ik hoor nogal wat talen om me heen
waarvan ik aanneem dat het om een Scandinavische taal gaat.
2. zakenmensen.
In kostuum (meestal) met een laptop al dan niet in een trolly-vorm.
3. voetbalfans uit beide hierboven genoemde groepen.

Ik ben begonnen, alweer, aan xe2x80x98Denken over kunst.
Prachtig boek.
Ik ben op pagina 66 en vind het al een hele tijd
jammer dat ik er geen samenvatting van maak.
Ik denk dat ik het boek maar koop,
dan kan ik tenminste in het boek schrijven en onderstrepen.









Het boek is beter dan dat van Ann Sheppard (Filosofie van de kunst).
Dat kan ook omdat het groter en dikker is
maar het is vooral gestructureerder.
En dat is hard nodig bij een dergelijk zweverig onderwerp
als de kunstfilosofie.

Als ik een samenvatting maak wordt ik door mezelf
gedwongen alles twee keer of meer te lezen.
En dat is geen slecht idee bij al deze wolligheid
waar je soms de indruk bij hebt dat er meer wordt verborgen dan verteld.
Soms omdat er niets te vertellen is of soms omdat
de mensen niet in staat zijn de concepten uit te leggen.
Dit soort boeken traint aanstaande kunstenaars
en curatoren om vage, voor veel mensen weinig zeggende verhalen te maken.
Het begin van de vorming van een culturele elite.
Dat is jammer er is zoveel aan / met / door / in kunst te genieten.
Daar zijn vage verhalen niet voor nodig.

Het is een prachtige avond hier in Noorwegen.
Vandaag viert men hier de langste dag van het jaar.

Nederland – Brazilie

Populair zal mijn blog niet worden met de volgende opvatting
over de webstrijd Nederland – Brazilie (2-1).

Heel Nederland is plotseling enthousiast over
de mogelijkheden van het Nederlands elftal.
Ik had niet verwacht dat ze langs Brazilie konden komen.
Maar het is toch gebeurd dus misschien kan er nog meer.
Maar het is niet het fantastische Nederlandse spel
of iets dergelijks.
Ze hebben erg veel geluk gehad.
Daar is niets mis mee maar we moeten wel realiseren
day Brazilie in de wedstrijd van afgelopen vrijdag
twee doelpunten heeft gemaakt (een in het verkeerde doel)
en Nederland slechts een (1).

Nederland struikelde naar de volgende ronde.

Noorwegen



Afgelopen dagen ben ik voor mijn werk in Noorwegen geweest.
In het weekend heb ik kans gehad wat van Oslo te zien.
Binnenkort zie je daar hier het een en ander over.
Nu alleen nog maar de Noorse Kronen.