Gelezen: Wahibre-em-achet en andere Grieken

JonaLenderingWahibre-em-achetEnAndereGriekenLandverhuizersInDeOudheid

Jona Lendering, Wahibre-em-achet en andere Grieken. Landverhuizers in de oudheid. Dit heldere boekje is uitgegeven ter gelegenheid van de ‘Week van de Klassieken’. In tegenstelling tot andere boekjes die uitgegeven worden bij een ‘week’ een heel geslaagd boekje.


Lees je met enige regelmaat de weblog van Jona Lendering, dan
komen het onderwerp van het boekje, de vele sprekende voorbeelden
en de conclusies niet echt als een verrassing.
Maar het boekje zet een aantal dingen eens op een rij, het zet
de deur open, voor leken zoals ik, naar de nieuwste ontwikkelingen
in het vakgebied oudheidkunde.
Dat DNA- en isotopenonderzoek samengaan met het onderzoeken van
en museumvoorwerpen en oude teksten en dat dit verschuivingen
mee gaat brengen in het huidige beeld van de oudheid,
is verrassend.
‘Oudheidkunde’ laat misschien een wat stoffige indruk achter,
dat doet het boekje van Lendering juist niet.
De wetenschap heeft 1 heel groot probleem: er is altijd
te weinig informatie. Dat leidt ertoe dat je op z’n best
een reconstructie kunt maken van het verleden waarbij
aannames (al dan niet uitgesproken) een grote rol spelen.

Maar het boekje spreekt het best zelf (pagina 50):

Er is een hypothese die alle puzzelstukjes verklaart: interne spanningen tussen enerzijds een onderklasse (al dan niet van nomadische afkomst) die een vroege vorm van Dorisch sprak maar niet kon schrijven, en anderzijds een elite in de burchten die wel schreef, maar in de loop van de dertiende en twaalfde eeuw door geweld de controle over de burchten verloor. Toen de Grieken later opnieuw begonnen te schrijven, deden ook de afstammelingen van de oude onderklasse daaraan mee, zodat het lijkt alsof er een dialect bij is gekomen terwijl in feite alleen maar een nieuwe groep deel is gaan nemen aan de schrijfcultuur.

Bovenstaande tekst is misschien een beetje uit zijn context gehaald maar laat
duidelijk zijn dat het boekje niet altijd heel eenvoudig is, maar wel logisch.

Nog twee stukjes (pagina 57-58):

Het sjabloon waarmee mensen in de Oudheid vertelden over migratie, illustreert dat ze het niet vreemd vonden als een volk voor hongersnood of oorlogsgeweld wegvluchtte. Ze keken er evenmin van op dat in een bepaald gebied meer dan één etnische groep verbleef. Nu de archeologie is verrijkt met DNA- en isotopenonderzoek, blijkt migratie normaler dan verwacht. De verplaatsing van de Romeinse legionairs (of een functionaris als Wahibre-em-achet) was niet uitzonderlijk. Nomadisme was in de Oudheid een gebruikelijke levenswijze: boeren konden hun vaste woonplaats opgeven om met kuddes op pad te gaan, en omgekeerd konden nomaden sedentair worden. Kortom, de mensen waren destijds heel mobiel. En ze wisten het: in het antieke wereldbeeld stamden iedereen af van landverhuizers, en de antieke talen kenden dan ook geen woorden die geheel met ons begrip “migratie” overeenkomen.

 

De vorige alinea is een samenvatting van dit boekje, maar eigenlijk wordt het hier pas interessant. De antieke manier van denken – iedereen stamt af van allochtonen – is immers nogal anders dan die in de huidige samenleving, waarin iedereen een vaste woon- en verblijfplaats heeft en een landverhuizer geldt als afwijkend. Het is lastig een hedendaagse Vergilius aan te wijzen die bootvluchtelingen presenteert als degenen die beschaving komen brengen.

 

Het contrast tussen toen en nu is verrassend.

Dan het laatste stukje;

Dat laat onverlet dat het tevens zinvol is te begrijpen dat de hedendaagse, westerse visie op migratie precies dat is: een hedendaagse, westerse visie. Je kunt ook op een andere manier over migratie denken – of er geheel niet over denken – en de confrontatie daarmee helpt je scherper te zien dat jouw visie plaats- en tijdsgebonden is. Wat uiteraard niet wil zeggen dat ze onjuist is. Onze visie is immers die van een (post)industriële, bureaucratische samenleving en niet die van een agrarische samenleving zonder groot staatsapparaat. Seizoensmigratie maakte plaats voor arbeiderswijken en maakt nu plaats voor een samenleving vol flexwerkplekken.

Kortom het boekje is super actueel en relevant.
Voor 2,99 Euro kun je het niet laten liggen zou ik zeggen.
Voor de gelegenheid heb ik er nog een ander boek bij gekocht.
Dat heb ik nog niet gelezen maar de ondertitel alleen al:

Marcel Hulspas, Uit de diepten van de hel –
Keizers, bisschoppen, ketters, het verval van het christendom en de opkomst van de islam.