‘En u weet,’ zei ze, ‘dáárheen is niks!’

– over een essay dat me in verwarring achterliet –

IMG_8791Je mot naar 't Oostfront gaan

Ellen Krol, Uitgeverij Fragment, Je mot naar ’t Oostfront gaan, dan ken je dik op je donder krijgen.


Uitgeverij Fragment publiceerde onlangs in boekvorm het essay
‘Je mot naar ’t Oostfront gaan, dan ken je dik op je donder krijgen’
van Ellen Krol.
Het essay gaat over het boek ‘De oorlog in stukjes’, een keuze
uit de Kronkels van Simon Carmiggelt die over de oorlog gaan.

Het Parool publiceerde de stukjes van Carmiggelt, de Kronkels,
van januari 1945 tot aan zijn dood in 1987.
Ellen Krol geeft aan dat twee zaken missen in dat boek:
– ze mist annotaties en tekstkritiek
– er is geen verantwoording afgelegd over waarom deze stukjes
het tot in het boek gehaald hebben en anderen niet.
Voor mij betekent dit dat het boek niet de ambitie heeft
een wetenschappelijk werk te zijn, maar wil het een boek
voor het grote publiek zijn.
Niks mis mee, zeker bij Carmiggelt.
Maar ik verwachtte een essay dat een interpretatie bood,
maar kreeg vooral een thematische inventarisatie.

Dat mevrouw Krol meer wil bij ‘De oorlog in stukjes’
kan ik me goed voorstellen.
Daarom was/ben ik benieuwd naar het doel van haar essay.
Ze zegt daarover:

Vooraf dus de vraag welk beeld van eigen verzetsbetrokkenheid de ‘ik’ gaf in deze gebundelde Kronkels. Vooral gaat het mij verder om de vraag welk beeld Carmiggelt geeft van de Nederlanders onder Duitse bezetting, en meer specifiek van de relatie tussen vervolgden en niet-vervolgden.

Een paar regels verder voegt ze daar nog aan toe:

Mijn conclusies gelden alleen voor deze bundel van eenenvijftig Kronkels, …

en

Daarnaast zijn er typeringen van Duitsers op straat, Duitsers na de oorlog, toevallige helden, uitgesproken profiteurs, sappelaars voor de goede zaak en overgebleven stille betrokkenen.

Ellen Krol beschrijft haar onderzoeksvragen helder,
maar werkt deze in het essay niet uit tot conclusies.

In 2024 verscheen van haar hand het boek ‘Onbevrijd gevoel’
waarin ‘Ellen Krol werk van schrijvers over de Jodenvervolging (herleest) uit de periode 1957 tot 2019, zoals van Marga Minco, Ida Vos, Gerhard Durlacher, Hanny Michaelis, Clarissa Jacobi en Armando. Aangevuld met besprekingen van bloemlezingen over de oorlog wordt van een grote groep schrijvers als Simon Carmiggelt, Gerrit Kouwenaar, Bob den Uyl, Andreas Burnier, M. Vasalis, Jacov Lind, Sal Santen, F.B. Hotz, Jan Wolkers e.a. duidelijk hoe gedacht werd over de verhouding tussen de wel- en niet-vervolgde bevolkingsgroepen.’

Dit essay lijkt een vervolgopdracht.

Maar het essay laat me in verwarring achter omdat
Ellen Krol haar onderzoeksvragen helder beschrijft,
maar het essay vooral een inventarisatie blijft van de Kronkels
en ik de beloofde conclusies mis.

Mevrouw Krol schrijft eerst over het verschil tussen
‘gewone’ Nederlanders en Simon Carmiggelt.
Voor mij wordt niet duidelijk wat dit precies toevoegt
aan haar verhaal.

Dan volgt het hart van haar essay:
een inleiding gevolgd door een indeling per periode met een reeks citaten.
Die citaten zijn charmant — je hoort Carmiggelt bijna spreken —
maar ze worden niet ingebed in een analytisch betoog

Echte conclusies ontbreken. Dat lijkt me ook erg moeilijk
omdat het essay reageert op een boek dat een keuze in de Kronkels bevat.
Om goed conclusies te kunnen trekken zou een gedegen analyse
van alle Kronkels nodig zijn op het aspect oorlog.

Daarom is voor mij de opmerking op pagina 16 over het moment
waarop Carmiggelt schrijft over de Jodenvervolging niet
een echte conclusie:

‘Dat er in 1947 en 1958 Kronkels over deportaties in de krant stonden, is vroeg als je in aanmerking neemt dat de Jodenvervolging in de jaren ’50 bijna uit het collectieve geheugen gewist leek….’

Het essay verschijnt op de vertrouwde manier.
Een heel verzorgd uiterlijk, met een mooie omslag
die prettig in de hand ligt.

De titel van dit bericht is de laatste zin van het essay.
Wat mij betreft erg goed gekozen.
Het citaat van de Kronkel ‘Niks’ is typisch Carmiggelt.
Hij loopt op straat in Amsterdam en wordt dan aangesproken.
Een vrouw vertelt hem een verhaal en besluit met dat ze
nog steeds Duitsers de verkeerde kant op stuurt
als haar naar de weg gevraagd wordt.

Natuurlijk moest ik meteen denken aan de uitzending uit 1985
‘Gedane zaken gaan niet meer tekeer / Do ist der Bahnhof!’.
Waarin Gé en Arie Temmes filosoferen over de dodenherdenking
en vertellen hoe ze nog steeds Duitse vakantiegangers
in de verkeerde richting sturen voor het station.
Is daar een relatie?

Misschien is het precies deze mengeling van observatie en
gemis aan duiding die me achterlaat met het gevoel dat er
minder is dan ik had gehoopt.

Een titel die niet trekt, maar blijft trekken

Over grammatica, ontwerp en de kracht van twijfel.

IMG_7860UitgevrijFragmentOmHetOmslagJaapJungcurtKarelBeunisFrankVanInghHanSteenbruggen

Uitgevrij Fragment, met essay door Han Steenbruggen: Om het omslag – De omslagontwerpen van Jaap Jungcurt en Karel Beunis voor de reeks Literaire Pockets van De Bezige Bij 1957-1966,


Het boekje ontving ik vorige week.
Naast mijn stoel, op een steeds groeiende stapel boeken,
ligt het boekje.
Er komen meer boeken uit dan je kunt lezen.
Het lukt me niet een boek in een ruk uit te lezen.
Zelfs niet als het om het werkje ‘Om het omslag’ gaat.
De ondertitel vertelt je meteen waar het boekje om gaat:
De omslagontwerpen van Jaap Jungcurt en Karel Beunis
voor de reeks Literaire Pockets van De Bezige Bij 1957-1966.

DeBezigeBijLiterairePocketsJaapJungcurtKarelBeunisSybrenPoletKoncretePoezieLP781962

De Bezige Bij, reeks Literaire Pockets: Sybren Polet, Konkrete poezie (LP 78, 1962)


Maar het boekje trekt wel steeds mijn aandacht.
De titel wringt.
Had de titel niet ‘Om de omslag’ moeten zijn,
‘de’ in plaats van ‘het’?
Het blijft knagen tot ik vandaag besluit het eens
nader te onderzoeken.

Al snel blijkt dat het gevoel goed is:
als de betekenis een kaf of boekband is dan is de juiste
schrijfwijze ‘de omslag’.
Maar er zijn ook andere omslagen: het weer kan omslaan
en we kennen ook een omslag in de economie.

DeBezigeBijLiterairePocketsJaapJungcurtKarelBeunisGustGilsDriePartiturenLP961962

De Bezige Bij, reeks Literaire Pockets: Gust Gils, Drie partituren (LP 96, 1962)


Waarom deze keuze? Het is geen fout.
Het kan niet anders dan een bewuste keuze zijn.
De uitgeverij is Uitgeverij Fragment (Frank van Ingh).
Van hen koop ik vaker een boek vanwege de mooie uitvoering.
Het boek verschijnt bij een tentoonstelling rondom
de omslagen in Museum Belvédère.
De directeur van het museum, Han Steenbruggen,
schrijft het essay bij de afbeeldingen in het boek.
Er is te lang aan gewerkt: de eerste plannen voor een
tentoonstelling, bij het Groninger Museum,
dateren al van voor 2008.

IMG_7858UitgevrijFragmentOmHetOmslagPagina21

In de tekst wordt consequent ‘het’ gebruikt bij het
enkelvoudige woord ‘omslag’, bij meervoud gebruikt men ‘de’.
Een vermoedelijk, bewuste typografische keuze.

Wat de reden precies is, weet ik niet.
Maar ik kan enkele mogelijkheden bedenken::

– pockets waren in de jaren 50 een grote omslag.
Ze waren goedkoop, hadden een modern (Amerikaans?) imago
en waren heel succesvol.
– pocketreeksen waren daarbij ook nieuw en binnen de reeksen
in Nederland sprongen de Literaire Pockets van De Bezige Bij
er uit door hun moderne inhoud en vormgeving.
– de ontwerpers, Jaap Jungcurt (beeld) en Karel Beunis
(typografie) maakten in de serie drie keer een omslag:
de eerste serie werd ontworpen met de collagetechniek,
de tweede door gebruik van viltstift, de derde serie door het
werken op basis van tekeningen en de laatste omslagen
kenmerken zich door een zwart-wit beeld.
– door de jaren heen verandert de waardering voor de omslagen
van pockets. In het boek staat een citaat van Dick Bruna,
ontwerper van de omslagen van de ‘Zwarte beertjes’ waarin
hij beschrijft hoe de waardering omslaat: ‘Nu verbaas ik me
er weleens over dat er zo gewichtig over wordt gedaan.’ (pag 22)

Wat precies de reden is, daar zal ik wel niet achter komen.
Misschien moet ik daarvoor de tentoonstelling in
Museum Belvédère bezoeken.

Even over de inhoud, waarom waren die ontwerpen zo bijzonder?

‘In zijn ontwerpen verloor Jungcurt zich zelden in decoratie of routine. Steeds weer wist hij binnen het gekozen stramien van formaat en techniek nieuwe beeldoplossingen te vinden, waarin veelal het vermoeden sluimert van figuratie. Omdat de beelden nooit eenduidig zijn, geven ze alle ruimte tot associeren en dagen ze uit tot onderzoekend kijken.
De composities….., bestaan uit configuraties van scherp tegen elkaar afgezette, heldere kleurvlakken. Ze concentreren zich rond een of enkele motieven, maar zijn afgesneden aan de randen, waardoor ze de indruk wekken zich buiten de randen van het beeldvlak voort te zetten – in de meeste gevallen lijken de composities van in elkaar grijpende kleurvlakken fragmenten van een groter bestel van vormen en vlakken. De spanning die dat oplevert, draagt bij aan de expressieve kracht van elk ontwerp….’

Pagina 11.

Als ik dan toch iets te klagen heb: het gekozen lettertype.
Met name de cijfers ervan.
Als je kijkt naar bijvoorbeeld de jaartallen dan lijkt
de ‘1’ in ‘1958-1961’ visueel los te komen van de rest.
Dat wordt nog versterkt door het koppelteken dat wel heel
dicht aanschuift tegen de ‘8’ van ‘1958’.

IMG_7859UitgevrijFragmentOmHetOmslagPagina27

Verder is het een mooi boek geworden met veel afbeeldingen
ter ondersteuning van de tekst, een overzicht met paginagrootte
afbeeldingen van omslagontwerpen van Jaap Jungcurt en Karel Beunis
en een overzicht van alle deeltjes in de reeks Literaire Pockets.
Aanrader!

DeBezigeBijLiterairePocketsJaapJungcurtKarelBeunisWillemElsschotLijmenEnHetBeenLP561961

De Bezige Bij, reeks Literaire Pockets: Willem Elsschot, Lijmen en het been (LP 56, 1961). De foto’s van de omslagen komen van de website van Museum Belvédère.


Mijn binder is een ellendeling; hij schiet niet op en ik heb ruzie met hem gemaakt;

Een uitspraak over een boekbinder. ik voel me wel een beetje aangesproken.
Natuurlijk, ik ben slechts een hobby-binder maar opschieten is er
niet echt bij en daar voel ik me soms schuldig over.

Maar de uitspraak gaat gelukkig niet over mij. Het is een uitspraak die ik las
in een van de twee boeken over boekgeschiedenis die ik de afgelopen weken
heb ontvangen.

Eerst was er:
Ed Schilders & Bonaventura Kruitwagen,
Het verloren lezen van Bonaventura Kruitwagen,
compleet met ‘encycliek’.
Gisteren kwam dan:
Reinder Storm, Dit is zéér belangrijk
– De ‘bibliophielen-gevoeligheidjes’ van E. du Perron
met daarin een brieffragment waar mijn titel vandaan komt.

IMG_7513EdSchildersBonaventuraKruitwagenHetVerlorenLezenVanBonaventuraKruitwagenReinderStormDitIsZéérBelangrijkDeBibliophielenGevoeligheidjesVanEDuPerron

Ed Schilders & Bonaventura Kruitwagen, Het verloren lezen van Bonaventura Kruitwagen, Stichting Desiderata. Met de aan mij persoonlijk gerichte encycliek in aparte envelop. Reinder Storm, Dit is zéér belangrijk – De ‘bibliophielen-gevoeligheidjes’ van E. du Perron, Uitgeverij Fragment.


Beide heel verschillende boeken gaan ook over gewoontes van boekenlezers.
Ik dacht dat mijn aantekeningen, onderstrepingen en opmerkingen al ver
gaan voor iemand die graag boeken leest.
Maar het kan nog veel verder gaan.

Bonaventura Kruitwagen, een soort godfather van de boekwetenschappen,
had een heel systeem met kleuren, om op- en aanmerkingen over boeken
vast te leggen.
Eddy de Perron ging blijkbaar nog veel verder.
Die verbouwde boeken volledig door ze terug te brengen tot wat hij
belangrijk vond in het boek. Hij liet delen weg, voegde nieuwe
titelpagina en auteurfoto’s toe. Bracht stukken uit meerdere
boeken samen tot één uniek exemplaar dat hij vervolgens
weer liet inbinden.
Dan zijn mijn markeringen maar kinderspel.

Beide boeken zijn prima verzorgd.
Het verloren lezen van Bonaventura Kruitwagen, vertelt hoe Kruitwagen
in het bombardement op Rotterdam in mei 1940 zijn 9000 (geleende)
boeken en aantekeningen over boeken verloor.
Kruitwagen bericht daar later in 1940 over in een uitgebreide brief
(encycliek, Kruitwagen was een katholiek priester en Minderbroeder)
die meerdere versies kende. Een facsimile van de brief in een
op naam gestelde envelop met de paraaf van Kruitwagen,
ontvang je bij dit heel interessante boek.
Dit is zéér belangrijk, heb ik zowat met open mond zitten lezen.
Prachtige anecdotes en illustraties over de ‘bibliophielen-gevoeligheidjes’
van Du Perron komen voorbij.
Het is weer genieten.

Ik kan alleen afsluiten met mijn laatste aantekening in een boek.
Het is te vinden in J. Slauerhoff, Het verboden rijk,
dat ik vorige week kocht.
Het staat op pagina 21 en de markering betreft
een hele mooie passage waarin de fictieve hoofdpersoon,
een toekomstige Portugese zeevaarder, zijn beklag doet
aan de lezer over de gewoonte aan het hof voor dames
om zich bezig te houden met het maken van gedichten:

Wat is de poëzie voor een volk, dat wel wat anders te doen heeft dan het vechten met een weerbarstige maat, dat eeuwenlang op een smalle landstrook samengedrongen, met het geweld van Moren, Spanjaarden en zeeën heeft gevochten, welke taal door een vreemde speling der natuur trouwens al zangerig genoeg is! Zelfs de taal der bloemen wordt genoemd!

Dat de vrouwen, die niets hebben dan een weefwerk, dit afwisselen met het borduren op het stramien van taal, in navolging hun seksegenoten aan de talloze kleine Italiaanse hoven, is nog tot daar aan toe. Maar dat mannen ook aan deze ijdele bezigheid doen, terwijl er nog zoveel landen zijn te veroveren, te ontdekken, en de Moren nog vlak aan de overkant genesteld zijn, dat is erger.

Er zijn 2 dingen die ik heel mooi vond in deze passage.
De hoofdpersoon vind het dichten van de vrouwen aan het hof
eigenlijk maar niets. Maar in plaats van dat zo,
recht voor zijn raap, te zeggen, schrijft hij bovenstaande regels.

Slauerhoff was een liefhebber van de Portugese taal en
was in zijn tijd vooral bekend als dichter.

Daarom schrijft hij dat het Portugees eigenlijk geen poëzie
nodig heeft. Portugees is immers zangerig en
de taal der bloemen‘.
Dat laatste is een prachtige beeldspraak, want niemand noemt
het Portugees werkelijk zo — maar het klinkt
overtuigend en poëtisch.

De volgende beeldspraak is ook prachtig. Hij vergelijkt het
werk van dames van stand met dichten dat logisch in elkaars
verlengde ligt. Weven en borduren doe je met een stramien
als startpunt en leidraad.
Dichten omschrijft hij dan heel mooi als ‘het borduren op
het stramien van taal‘.

Meerdere lagen van betekenis is één citaat die perfect passen
in de verhaallijn en tegelijk de lezer iets zeggen over de
opvattingen van de schrijver zelf.

IMG_7520JSlauerhoffHetVerbodenRijkPagina21


Dat de duisternis niet valt zoals we meestal zeggen, maar opklimt uit de aarde

Over schrijven, zwijgen en de wereld tussen mensen, God en natuur

IMG_7300UitgeverijFragmentPaulVanTongerenNescio

‘Nescio’ is Latijn voor ‘Ik weet het niet’ — een toepasselijk pseudoniem
voor een schrijver die slechts een klein maar intrigerend oeuvre naliet
van zo’n 200 pagina’s.
Maar als ik Paul van Tongeren in zijn twee essays mag geloven blijkt er
niet zoveel van dat ‘niet weten’.
Misschien had ‘Ik weet het niet zeker’ nog treffender geweest als pseudoniem.

In het eerste van twee artikelen die onlangs samen in boekvorm verschenen bij
Uitgeverij Fragment valt te lezen dat volgens Van Tongeren het werk
zich beweegt tussen drie polen: de mensen, God en de natuur.

De manier waarop Van Tongeren verwoordt hoe de verhalen van Nescio
zich bewegen tussen die drie polen is fascinerend. Jammer genoeg is het alweer
enige tijd geleden dat ik De uitvreter, Titaantjes en Dichtertje las,
maar juist daardoor las ik Van Tongerens analyse met hernieuwde nieuwsgierigheid.

‘De mensen daarentegen zijn druk bezig met van alles en nog wat; ze sloven zich af en denken dat dat enig doel dient.’

‘God alleen heeft niks noodig. En dat is nu juist ’t groote verschil tussen God en ons.’ God weet dat er geen doel is,…

De natuur….enerzijds is ze als de mensen: altijd in beweging, altijd strevend en bezig om iets voort te brengen. Maar anderzijds is ze dat in een oneindigheid, de oneindigheid van het altijd maar weer opnieuw, de oneindigheid die elk streven van zijn doel en van zijn zin berooft.

Dat is een wereldbeeld dat enige aandacht vraagt om te kunnen proberen
de gedachtegang te volgen.

Het tweede artikel las ik ook met veel interesse en geeft tegelijkertijd
misschien wel de reden waarom ik met regelmaat een bericht op mijn
blog wil schrijven:

…spreken over (kunst, geschiedenis en) literatuur waarvan je houdt…, blijft altijd een bewijs van onvermogen. Elke poging om uitdrukking te geven aan je ontroering bevestigt een dubbel onvermogen. Enerzijds het onvermogen om werkelijk recht te doen aan wat je leest en de ontroering in woorden te vangen; en anderzijds het onvermogen om het bij die ontroering te laten, om de teksten in stilte te genieten zonder er zelf weer over te willen spreken.

Erg zonnig is het misschien allemaal niet maar wel goed doordacht
en het geeft heel veel leesplezier.
Jammer dat het boek geen introductie of nabeschouwing heeft die
de artikelen in het perspectief van de literaire kritiek
plaatst. Want precies dát weet ik dan weer niet zeker.

IMG_7301UitgeverijFragmentPaulVanTongerenNescioColofon

Uitgeverij Fragment, twee artikelen van Paul van Tongeren samen in ‘Nescio over God, mens en natuur’. De artikelen zijn ‘Paradijselijk niet-weten’ en ‘Maar die van God is vervuld gaat aan gruwelijke oneindigheid ten gronde’. 2025, boekverzorging Huug Schipper, drukwerk Raddraaierssp en bindwerk In de nok.


Lino was vooraankondiging

De lino van Godfried Bomans bleek vandaag een vooraankondiging te zijn.
Maar niet van één boek maar van drie:

IMG_3223ArjanPetersJanPaulVanSpaendonckJanPaulHinrichs

Stichting Desiderata / Arjan Peters, Komaan: weer eens een voorwoordje geschreven of Proeve ener inleiding tot Godfried Bomans. Drukkerij Wilco. Avalon Pers en Desiderata Pers zijn verantwoordelijk voor de bijlagen.

Statenhofpers / Jan-Paul van Spaendonck / Rückert, Liederen van de gestorven kinderen.

Uitgeverij Fragment / Jan-Paul Hinrichs, Bremmerianen, Julie de Graag en haar kring: tien kunstenaressen in Den Haag en Laren. Drukwerk: Wilco.


Hoe vaak zou het voorkomen dat iemand een blogpost
schrijft waarin tweemaal de voornaam ‘Jan-Paul’ staat?

Recente titels

IMG_9242CharlesAsselineauGerritDeMorreéBobPolakWimWilminkGijsWortel

De afgelopen tijd heb ik een aantal boeken gekocht. Opvallende uitgaves, van bijzondere uitgeverijen of bij bijzondere gebeurtenissen. Tot nu toe kwam ik er maar niet aan toe om ze te presenteren op mijn blog. Vandaag doe ik dat dan maar met al die boeken tegelijk. Ook zonder dat ik ze gelezen heb want sommige hebben een kleine oplage en als je dan zo’n titel zou willen hebben, dan kun je er maar beter snel bij zijn.


Het gaat om de volgende boeken (op alfabet van boektitel):
Artis Forma
Een serie knip-, snij-, rits- en vouwmodellen van dieren
gemaakt door Gerrit de Morée hier in een herdruk door
onder andere Patrick Horward;
Cabaretliedjes
Een uitgave bezorgd door Vic van de Reijt van cabaretteksten
van Wim Wilmink, misschien bekender als Willem Wilmink.
Het is een uitgave van de Statenhofpers;
De hel van de bibliofiel
Een uitgave van Stichting Desiderata. Vertaling van Franse
verhalen voorzien van een uitgebreide toelichting. Een
van de drie Franse verhalen is geschreven door Charles Asselineau;
Heet van de naald
Een lang gedicht van Max de Jong verschijnt opnieuw
met duiding. Een uitgave van Uitgeverij Fragment en
de duiding is geschreven door Bob Polak.
Mooie boeken maak je samen
Een verslag van de carriere van meesterboekbinder Gijs Wortel.
Het boek is geschreven en samengesteld door Gijs Wortel zelf en
Alex de Vries.

De diermodellen heb ik al gerealiseerd gezien. De laatste keer
op de tentoonstelling in Het Gele Huis.
Daar zijn de volgende foto’s van.

IMG_9194GerritDeMoréeIMG_9195GerritDeMoréeIMG_9196GerritDeMorée


Een vaderlijke vriendschap

Afgelopen week ontving en las ik
het laatste nieuwe boekje van Uitgeverij Fragment:
Stefan Zweig en Klaus Mann, Een vaderlijke vriendschap.
Een tekst geschreven door Piet Wackie Eysten over
twee grote schrijvers die vandaag direct door het
gezwets van Baudet, Wilders en Poetin zouden prikken.

IMG_7615PietWackieEystenStefanZweigEnKlausMannEenVadelijkeVriendschapUitgeverijFragment

Het boekje is mooi uitgevoerd en leest prettig weg. Het is geen dik boek dus je bent er geen dagen mee bezig. Het is dan ook heel prettig geprijsd. Piet Wackie Eysten, Stefan Zweig en Klaus Mann, Een vaderlijke vriendschap. Uitgegeven door Uitgeverij Fragment.


IMG_7616PietWackieEystenStefanZweigEnKlausMannEenVadelijkeVriendschapUitgeverijFragment

Al ruim voor het begin van WOII liet Stefan Zweig van zich horen. In de vertaling van Piet Wackie Eysten: ‘De leugen spreidt brutaal zijn vleugels uit, de riolen zijn opengegaan en de mensen ademen de stank in als parfum’.


Ik heb op internet nog even naar de originele Duitse
tekst gezocht en die is zo mogelijk nog scherper:

… die Lüge spannt frech ihre Flügel und die Wahrheit ist vogelfrei; die Kloaken stehen offen und die Menschen atmen ihren Stank wie einen Wohlgeruch.

Deze tekst vond ik op twee websites, onder andere <a href="http://&#8221; target=”_blank” rel=”noopener”>deze.

IMG_7617PietWackieEystenStefanZweigEnKlausMannEenVadelijkeVriendschapUitgeverijFragment

De vogelvrije waarheid waarover Stefan Zweig schrijft aan Klass Mann (hier op twee foto’s) is een sterke aanvulling op de vertaling. Geen idee waarom dat bij de vertaling is weggevallen.


Uitgeverij Fragment geeft aan een serie van dit soort
boekjes uit te gaan geven rond Stefan Zweig en bekende
tijdgenoten. Een goed plan wat mij betreft.

Stefan Zweig (1881 – 1942) was een Oostenrijkse schrijver van Joodse afkomst. Zijn meest bekende boek is De wereld van gisteren. Het naamsregister van deze autobiografie maakt duidelijk dat Zweig contact had met tal van grote schrijvers en componisten, onder wie Joseph Roth, Karl Kraus, Rainer Maria Rilke, Sigmund Freud, Romain Rolland en Richard Straus. Tot deze kring behoorde ook Klaus Mann. Piet Wackie Eysten biedt op basis van de correspondentie tussen Zweig en Mann een fascinerend beeld van twee schrijvers in een gistend Europa.
Dit boekje is het eerste deel van een reeks over Stefan Zweig en een aantal belangrijke tijdgenoten.

Film noir

Misschien leeft bij veel mensen een beeld van margedrukkers
als van ploeterende drukkers met inkt op hun schort, een bril
en zethaken met loden letters.
Maar er zijn ook mensen die een heel andere invulling geven
aan het idee van een margedrukker.
Zoals bijvoorbeeld Uitgeverij Fragment.
Onlangs toonde ik van die uitgever het boekje Jazzkarton.
Deze keer gaat het om een werk over film.

UitGeverijFragmentKevinTomaFilmNoirEenOde

Kevin Toma, Film Noir – Een ode.


Film noir is een bijzonder genre waar Kevin Toma een definitie
van geeft in dit boekje met prachtige afbeeldingen.

IMG_6920UitGeverijFragmentKevinTomaFilmNoirEenOde

Gloria Grahame en Humphrey Bogart.


Maar als ik iets mag afdingen op dit boekje dan zijn het
de volgende twee dingen:
= de foto’s verdienen om heel glossy te worden afgedrukt.
Het drukwerk in het boekje is niet slecht maar door het formaat
en de zacht kartonnen omslag, komen de afbeeldingen net
te kort. Natuurlijk voor de prijs van 15 euro is het
ontwerp en het drukwerk een topprestatie, maar ……
= het verhaal is minder overtuigend dan dat van Jazzkarton.
Het is geen slecht verhaal maar daar waar Jazzkarton meer dan
overtuigd door de persoonlijke beleving van de schrijver
bij de artiesten en platen, daar is Kevin Toma te vaak
een soort van droge Wikipedia.

IMG_6921UitGeverijFragmentKevinTomaFilmNoirEenOde

De voorkant van het boekje is een fantastische foto (Rita Hayworth in Gilda). Maar al na een paar keer openen van het boekje scheurt het oppervlak van de foto waardoor het wit van het papier door de foto heen komt. Jammer.


IMG_6922UitGeverijFragmentKevinTomaFilmNoirEenOde

Gene Tierney in Leave Her to Heaven.


IMG_6923UitGeverijFragmentKevinTomaFilmNoirEenOde


Margedrukwerk op een andere manier. Een interessant
verhaal over een onderbelicht genre film.
Mooi geïllustreerd een genot om te lezen en door te bladeren.

Wat voor karton? Jazzkarton!

Het leuke aan de marge-wereld in Nederland (en misschien ook
daar buiten) is de verscheidenheid aan beoefenaars.
Uitgeverij Fragment is een soort van marge-uitgever.
Ze richten zich op het uitgeven, heel verzorgd uitgeven,
maar dan wel in kleine oplages.

DiederikGerlachJazzKartonFragment

Diederik Gerlach, Jazzkarton. Dit is zo’n voorbeeld. Een heel verzorgde uitgave van een tekst van Diederik Gerlach met foto’s van Eric de Vries, grafisch ontwerp van Ben Fadherbe en het drukwerk is gedaan door Mostert & Van Onderen, een heel mooi en leuk resultaat.


Lezen over muziek is altijd iets aparts.
Dat wringt een beetje.
Hier is gekozen om aan de hand van klassieke platenhoezen
(nog van karton) van jazz albums de muziek en de artiesten
te beschrijven. Bij voorkeur aan de hand van de eigen
ervaringen van Diederik Gerlach.
Met veel plezier heb ik het gelezen en van een aantal albums
hoor je de muziek voorbij komen.

Omvang: 56 p. met tientallen illustraties
2021
Formaat: 15 x 22 cm
Genaaid en gebrocheerd
Oplage: 175 exemplaren