– over Auguste Rodin, Les bourgeois de Calais –
Sommige beelden lijken zich om je heen te sluiten,
als een strop die je vrijwillig draagt.
Vandaar dat ik, bij iedere kans die ik heb, naar ze ga kijken.
Daarom ging ik vorige week opnieuw naar de Pindakaasvloer,
afgelopen september weer naar de Burgers van Calais en de Tinguely-vijver in Basel,
en twee of drie keer per jaar naar Het Joodse bruidje en Shiva Nataraja in Amsterdam.
Op de een of andere manier word ik door die werken nog meer aangetrokken
dan door andere kunstwerken die ik graag bekijk.
Het zijn een soort gesprekspartners, vrienden misschien.
Vaak zie ik dan nieuwe dingen, zaken die ik me niet kan herinneren,
die ik eerder niet zó zag.
Je ziet dan bijvoorbeeld de touwen om hun hals, het gewicht van hun besluit.
Soms zijn er veranderingen in de opstelling of omgeving.
Is de zaaltekst aangepast, heeft de zaal een andere kleur, is het verplaatst,
valt het licht anders of is het juist donkerder.
Ze laten je niet los, dwingen aandacht af.
Sommige van die objecten zijn complex en daarom wil ik ze vaker zien.
Daarom wil ik ze beter begrijpen, doorgronden.
Uiteindelijk lukt dat nooit. Ze blijven vragen oproepen.
Zich schijnbaar vernieuwen.
Het is even zo vreemd dat andere kunstwerken die intense aandacht niet opeisen.
Ook al kan ik die ook niet natekenen.





