Het begin van de inleiding:
Robert van Gulik, …, schreef Nagels in Ning-Tsjo in Beiroet, gedurende de zomer van 1958. De Libanon was weer eens in rep en roep en de burgeroorlog had zich tot de voorsteden van Beiroet verspreid maar Van Gulik was onze gevolmachtigde minister voor het Midden-Oosten en er werd van hem verwacht dat hij op zijn post zou blijven. Alleen, zijn familie was al enige tijd geëvacueerd, woonde hij in zijn met zandzakken gebarricadeerde huis en amuseerde zich met het op schrift stellen van de lotgevallen van zijn held, Rechter Tie.
Helaas is de inleiding van Nagels in Ning-Tsjo van een ongepaste luchtigheid
die je vaker tegenkomt als er in het westen gesproken wordt
over gewelddadige conflicten ergens in de wereld.
Een soort van neokoloniale houding.
Het is intussen 2026, achtenzestig jaar later, en er vallen nog iedere dag
slachtoffers in Libanon. Dit jaar door Israël.
Ook in deze Rechter Tie-roman lost Tie meerdere moorden op.
Het boek in zijn geheel eindigt in een enorme climax waarbij de carrière
van Rechter Tie zowel op het spel staat als nieuwe hoogtes bereikt.
Helaas is Het Onthoofde Lijk een complex verhaal dat
tegelijk elementen bevat die wel erg onwaarschijnlijk zijn.
We zien dat ook bij De Vermoorde Koopman maar daar zet Van Gulik
deze zwakte om in een heel sterk slot.
De nieuwe benoeming wordt dan de kers op de taart.