Vandaag wilde ik beginnen over mijn verslag
van de tentoonstelling ‘Domitianus: God op aarde’
in het RMO in Leiden maar ik ben nog helemaal niet
aan de voorbereiding begonnen.
Hopelijk kom ik daar morgen aan toe.
Wel las ik – toevallig – het avontuur
‘De vloek van de dertig zilverlingen’ in de serie van
Blake en Mortimer, uitgevoerd door Jean van Hamme,
René Sterne en Chantal Spiegeleer.
Domitianus komt daar in voor op bijvoorbeeld
pagina 29 van deel 1 (veel verder ben ik nog niet).
Laat ik de man anders even voorstellen:
Domitianus, Romeins keizer die leefde als god op aarde.
Ik ben niet sterk in mijn Romeinse geschiedenis (en dat is een
understatement). Daarom is het goed dat ik naar een
tentoonstelling kon die over één van de keizers gaat.
Wikipedia helpt mij:
Domitianus (Latijn: Titus Flavius Caesar Domitianus Augustus; Rome, 24 oktober 51 – aldaar, 18 september 96) was van 81 tot 96 keizer van het Romeinse Rijk. Domitianus was de derde en laatste keizer van de Flavische dynastie.
Domitianus’ jeugd en vroege carrière bracht hij grotendeels door in de schaduw van zijn broer Titus, die tijdens de eerste Joods-Romeinse oorlog militaire roem had geoogst. In deze situatie kwam geen verandering onder het bewind van zijn vader Vespasianus, die in 69 na de burgeroorlog die bekendstaat als het vierkeizerjaar, keizer was geworden. Hoewel Titus onder het bewind van zijn vader een groot aantal belangrijke ambten bekleedde, kreeg Domitianus weliswaar eervolle benoemingen, maar geen verantwoordelijkheden. Vespasianus stierf in 79 en werd opgevolgd door Titus. Aan diens bewind kwam twee jaar later echter een onverwacht einde toen hij in 81 door een dodelijke ziekte werd getroffen. Nog de volgende dag werd Domitianus door de pretoriaanse garde tot keizer uitgeroepen. Zijn bewind zou vijftien jaar duren – langer dan enige keizer ten tijde van het principaat had geregeerd sinds keizer Tiberius.
Als keizer versterkte Domitianus de economie door de Romeinse munten te revalueren. Hij breidde de grensverdediging van het Romeinse Rijk uit en startte een enorm bouwprogramma om de grote schade die Rome in de jaren zestig had opgelopen te herstellen. Belangrijke oorlogen werden uitgevochten in Britannia, waar zijn generaal Agricola een poging deed om Caledonië (Schotland) te veroveren en in Dacia (Roemenië), waar Domitianus er echter niet in slaagde een beslissende overwinning op koning Decebalus te boeken. De regering van Domitianus toonde totalitaire kenmerken; hij zag zichzelf als de nieuwe Augustus, een verlicht despoot voorbestemd om het Romeinse Rijk een nieuw tijdperk van schittering in te leiden. Religieuze, militaire en culturele propaganda bevorderde een persoonlijkheidscultus. Door zichzelf als censor voor het leven te benoemen probeerde hij de publieke en private moraal te controleren. Als gevolg daarvan was Domitianus zowel bij het volk als het leger populair. Het ontbrak hem echter aan de nodige sociale vaardigheden om zich ook populair te maken bij (delen van) de elite. Door leden van de Romeinse Senaat werd hij als een tiran beschouwd. Volgens Suetonius was hij de eerste Romeinse keizer die er op stond aangesproken worden als dominus et deus (meester en god).
Aan Domitianus’ regering kwam in 96 n.Chr. een einde toen hij door medewerkers van het keizerlijk hof werd vermoord.
Binnenkort meer.